RIS311093 Bijlage 7a BKP Dreven 24 nov 2021
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan Dreven november 2021
Beeldkwaliteitsplan Dreven november 2021
Inhoud
01. Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Dreven 07 Intermezzo: ritme, repetitie en plasticiteit 11 02. De buurt Dreven 17 03. Eenheid langs de lange lijnen; ritme en repetitie langs de belangrijkste openbare ruimtes 25 04. Bouwblok en binnentuin 47 05. Gevel & architectonische elementen 63 06. Materialen, kleuren & details 81 07. Kwaliteitsbewaking 85 Bijlagen 87 Colofon 97
5
01
Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Dreven
8
stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart voor Dreven
01 Beeldkwaliteit bij de vernieuwing van Dreven
De Dreven is een bijzondere Haagse buurt. De buurt is zelfs in de context van het stadsdeel Zuidwest opvallend wat betreft omvang en mate van eenheid. Nu de buurt is aangewezen voor vernieuwing is de Dreven daarmee ook een van de grootste transformatie- en verdichtingslocaties in Den Haag. De buurt vormt als het ware de hoek van Den Haag. De ligging nabij het Uithofpark, de voorzieningen rond Ambachtsgaarde, werkgelegenheid in het Westland, tramlijn 9 en de uitvalswegen Lozerlaan en Erasmusweg maken deze plek bij uitstek geschikt om te transformeren tot een compactere, stedelijke buurt. Door hier te verdichten kunnen we het Haagse woningtekort verkleinen, het draagvlak voor voorzieningen vergroten en een gevarieerder woonmilieu creëren.
Tuinstad voor de eenentwintigste eeuw: koesteren van bestaande kwaliteiten De verdichting zal ontegenzeglijk het aanzien van de Dreven doen veranderen. De bouwhoogtes nemen toe, de dikte van de bebouwing eveneens. Daarnaast verandert de samenhang tussen bebouwing en onbebouwde ruimte. In Dreven streven we echter expliciet naar continuïteit van heden en verleden en wordt er zeker geen tabula rasa gemaakt: met de verdichting willen we voortbouwen in de geest van de oorspronkelijke buurt. Daartoe wordt een aantal karakteristieke elementen van het huidige Dreven behouden. Zo handhaven we een aanzienlijk deel van de straten- en singelstructuur met bijbehorende volwassen laanbomen. Langs de Dreef, in het hart van de buurt, blijven de karakteristieke panden met winkelplinten gehandhaafd. Ook de herkenbare hoektorens blijven behouden. Het behoud van het geroemde groene karakter van de buurt is daarnaast
prioriteit geweest in het opstellen van de stedenbouwkundige kaders voor de vernieuwing en blijft een speerpunt voor verdere uitwerkingen. Door ook in de nieuwbouw dichtbij de oorspronkelijke architectuur te blijven, streven we ernaar een gelaagde buurt te maken die de sfeer van de Wederopbouw ademt, maar die tegelijk voldoet aan de wensen van vandaag en morgen: een tuinstad voor de eenentwintigste eeuw. Dit beeldkwaliteitsplan schetst hiervoor de receptuur.
Herinterpretatie van de architectuur van Bouwlust en Vrederust De nieuwbouw in Dreven moet niet zo zeer historiserend zijn, als wel een eigentijdse herinterpretatie van deze karakteristieken van de bestaande architectuur die niet alleen in Dreven, maar in heel Bouwlust-Vrederust terugkomen. Alvorens we de beeldkwaliteitsaspecten toelichten die voor De Dreven aan de orde zijn, benoemen we als intermezzo enkele van deze karakteristieken. Het vormgeven aan een gelijkwaardige nevenschikking van bestaand en nieuw vraagt immers om een zorgvuldige blik op de bestaande bebouwing in het stadsdeel. Hieruit zijn elementen te halen die in een nieuwe interpretatie, selectie en ordening onderdeel kunnen worden van het idioom voor De Dreven.
Beeldkwaliteitsaspecten: samenhang langs de lange lijnen
van verschillende blokken in de buurt, wat versterkt wordt door de wens ook binnen de buurt meer verschillende woningtypes en woonmilieus aan te kunnen bieden. De mate van variatie binnen de buurt zal met de vernieuwing daarom ontegenzeggelijk toenemen. Om recht te doen aan het huidige kenmerkende beeld van Dreven en de karakteristieken van Zuidwest streven we in de vernieuwing naar een zo groot mogelijke mate van eenheid in de perspectieven langs de belangrijkste openbare ruimtes. In dit beeldkwaliteitsplan zal de nadruk dus vooral liggen op het benoemen van de elementen die samenhang moeten gaan bieden langs deze lange lijnen. Na een toelichting van de stedenbouwkundige plan voor de vernieuwing van Dreven, gaan we vervolgens in op het beoogde beeld langs de verschillende ruimtes in Dreven. Dit wordt gevolgd door beeldkwaliteitsaspecten die gelden voor alle nieuwbouw in Dreven op schaal van het bouwblok & binnentuin en principes van gevelordening en uit te werken architectonische elementen. We sluiten af met richtlijnen met betrekking tot materialen, kleuren en details.
Ontwerp openbare ruimte Hoewel er in dit beeldkwaliteitsplan nadrukkelijk wordt ingegaan op beeldkwaliteitsaspecten rond de openbare ruimte en de relatie tussen gebouw en buitenruimte, is dit BKP niet de plek waar de programmatische en functionele aspecten van het ontwerp van de openbare ruimte worden vastgelegd. Dit volgt in een SO openbare ruimte.
Waar het in de tijd van de bouw van Dreven mogelijk was een hele buurt tegelijk te bouwen met identieke gebouwen, zal de vernieuwing veel stapsgewijzer plaatsvinden. Dit zal leiden tot zichtbare verschillen in de uitwerking
9
Intermezzo Ritme, repetitie en plasticiteit Waarderen van een modernistisch idioom
Intermezzo: Ritme, repetitie en plasticiteit Waarderen van een modernistisch idioom
De grondtoon in de naoorlogse woningbouw in Bouwlust en Vrederust wordt bepaald door de veelvuldig toegepaste typologie van de vierlaagse portiekflat. Op enkele plekken werden hier grondgebonden woningen en woontorens aan toegevoegd. Een opvallende parallel met een halve eeuw geleden is dat er toen ook werd gestreefd naar een maximale dichtheid tegen aanvaardbare kosten. Vier bouwlagen was het maximum dat zonder lift mocht worden gebouwd. En net als nu werd er gewerkt met gerationaliseerde bouwsystemen om de betaalbaarheid van de woningbouwproductie te garanderen. Deze sobere condities hebben geleid tot een architectuur die met beperkte middelen vormgeeft aan de woonblokken. Soms is het resultaat ronduit schraal, soms ook verrassend verfijnd.
12
Historische foto hoek met winkelplinten aan De Dreef
De hier volgende architectonische thema’s zijn bepalend voor het modernistische idioom dat karakteristiek is voor Bouwlust-Vrederust. In de nieuwe bebouwing wordt gevraagd een eigentijdse herinterpretatie van deze thema’s te geven.
Afleesbaar verschil tussen plint en middendeel
Vier lagen en een basement Alle vierlaagse portiekflats zijn gebouwd op een half verdiept basement met bergingen. Het wonen op de begane grond is daardoor steevast iets verheven boven het maaiveld. De woningen op de eerste verdieping liggen daardoor ongeveer vier meter boven het maaiveld. Kenmerkend voor Den Haag Zuidwest is ook dat er tussen de plint en de verdiepingen vaak een subtiel kleurverschil bestaat. Zo was in de Dreven de onderste woonlaag altijd wit gekeimd en werd voor het basement een rodere baksteen gebruikt dan voor het middeldeel van de gevel. Het geeft de blokken optisch een stevig fundament en ondersteunt samen met een gearticuleerde dakrand en de doorlopende betonbanden in de plint de lengtewerking van de blokken.
Witgekeimde eerste woonlaag op een basement in rodere baksteen dan in het middendeel is toegepast
Historische foto Pachtersdreef: onderste woonlaag wit gekeimd
Ritmische gevelwanden De portiekontsluitingen zijn in diverse uitvoeringen zichtbaar als verticale verbijzondering van de gevels. Ze breken het langgerekte volume in een telbare reeks doordat verticale betonnen kaders met glasinvullingen de stijgpunten accentueren. telbare ritme van verticale elementen binnen een horizontale volume
Ook de balkons - al dan niet deels binnen de gevellijn liggend - dragen bij aan het verticale ritme van de gevels. De horizontaliteit van de bouwblokken wordt in de gevels veelal geaccentueerd door lichte betonnen banden ter plaatste van de vloeren of boven de puien. Veelal lopen deze lichte banden door in de vloerplaat van de balkons. De raampuien zijn dan weer horizontaal geleed en
kader
ritme
horizontaliteit en verticaliteit
repetitie
13
herkenbaar als invullingen van het bouwkundig stramien. Hierin is de individuele woning telbaar.
Koppen Kenmerkend is ook het onderscheid tussen de langsgevels en de kopgevels. De kopgevels tonen zich veelal als iets doorstekende ‘schotten’ waartussen het blok ingeklemd is. Deze kopgevels zijn nooit blinde gevels, maar hebben altijd ramen, veelal van een kleiner -meest horizontaal- formaat dan de langsgevels. Ferme schoorstenen of decoraties verlenen de kopgevels plasticiteit. Waar in de langsgevels een sterke nadruk ligt op horizontaliteit, kan in de kopgevels juist verticaliteit meer de overhand krijgen door de hogere mate van geslotenheid en elementen als schoorstenen die door de dakrand heen schieten.
Plasticiteit De gevels kennen een opvallende plasticiteit. De balkons dragen hier veel aan bij. In Dreven liggen de balkons aan één zijde altijd geheel inpandig en aan de andere zijde geheel buiten het gevelvlak. Waar de balkons buiten het gevelvlak liggen, zijn ze in een kader van geperforeerd metselwerk gevat. Ook de iets doorstekende zijgevels, de luifels boven de deur en de invulling van de puien, terugliggend van de bouwmuren dragen bij aan de plasticiteit van de gevels. Het geeft de eenvoudige bebouwing overhoeks een rijke schaduwwerking.
14
bestaande bebouwing Het Zicht (vergelijkbaar met De Dreef) 40% glas (voorzijde)
Baksteen, glas en beton De dominante gevelmaterialen zijn baksteen, glas en beton. Deze materialen zijn in een verhouding toegepast die leidt tot opvallend lichte architectuur. De langsgevels bestaan voor een groot deel uit ramen met lage borstweringen. Minimaal 40% van het geveloppervlak bestaat uit glas (gevelopeningen incl. kozijnen ca. 60%). De balkonhekken zijn vaak licht gekleurd en soms opgebouwd uit licht gekleurde betonvlakken. Ook worden buitenruimtes soms in een betonnen of gemetseld kader ‘samengebonden’. Samen met de horizontale betonbanden en de lichtgekleurde kozijnen in de baksteengevels draagt dit bij aan het lichte beeld van de baksteenarchitectuur.
Naam tekening dag maand 2009 1:schaal bestandsnaam.dwg
02
De buurt Dreven
02. De buurt Dreven
Dreven is door zijn ligging aan de rand van Den Haag, bij het kruispunt van de belangrijke wegen Lozerlaan en Erasmsuweg meteen ook een beeldbepalende buurt voor Bouwlust-Vrederust en Den Haag als geheel. De historische foto van de Erasmusweg (met daarop ook de oorspronkelijke, kenmerkende kleurverschillen in de gevels) toont duidelijk dat dit de plek is waar de stad en de kassenindustrie van het Westland elkaar ontmoeten. Hoewel de Erasmusweg in de oorspronkelijke plannen van Dudok niet zo zeer ontworpen was als de grens van de stad, geldt dat wel voor de Lozerlaan. Het sterk asymmetrische profiel van de laan met ritmische herhalende ensembles van gebouwen en een landschappelijke singelstructuur enerzijds en het park met een enkele woontoren daarin anderzijds vormt een krachtige, herkenbare beëindiging van de stad. Aan de binnenzijde van de buurt zijn het vooral de ruime, groene opzet in combinatie met de ritmische herhaling van gebouwen die de buurt tot een krachtig, eenduidig geheel maken.
Dreven in Den Haag Zuidwest
Historische foto Erasmusweg met op de voorgrond de kassen van het Westland
18
Stedenbouwkundige opzet en context van het huidige Dreven
19
Stedenbouwkundige opzet van het vernieuwde Dreven Het stedenbouwkundig plan voor de vernieuwing van Dreven is ernaar gestreefd om de beoogde verdichting en vernieuwing op een zodanige manier vorm te geven dat een aantal waardevolle kenmerken van de huidige buurt ofwel behouden blijven ofwel een eigentijdse herinterpretatie krijgen in de geest van de oorspronkelijke buurt.
Behoud in het hart Met name in het hart van Dreven worden een aantal kenmerkende elementen van de huidige buurt gehandhaafd. De straten De Dreef en de Pachtersdreef en de centrale singel met aangrenzend groen met speelvoorzieningen blijven, net als vandaag het geval is, de ruimtelijke ruggengraat van de buurt vormen. Langs De Dreef worden ook de karakteristieke panden met winkel- en bedrijfsruimtes in de plinten behouden. Samen met enkele portiekflats aan de noordzijde van de buurt, zal hiermee de oorspronkelijke architectuur ook in het hart van de nieuwe buurt een prominente plek innemen.
De
20
ef
dre
ters
h Pac
Te behouden portiekflat met winkelplinten
Dre
ef
Centrale singel langs de Pachtersdreef
Proefverkaveling voor het vernieuwde Dreven
21
Vernieuwde stadsrand Aan de buitenranden van Dreven geven we vorm aan een vernieuwde stadsrand van Den Haag. We stellen hier een relatief hoge dichtheid voor: de bijkomende woningen profiteren hier van een mooi uitzicht op de groene overzijdes van de Erasmusweg en Lozerlaan. Hoewel de bouwhoogte toeneemt, komt hier geen hoogbouw en blijven de nieuwe bouwblokken al met al in massa-opbouw en gevelcompositie sterke verwantschap vertonen met de huidige opzet: binnen eenduidige ensembles blijven horizontaliteit en een ritmische afwisseling van zich herhalende koppen en langsgevels op een afleesbare plint de belangrijkste ordenende principes. De schuine plaatsing van de bestaande portiekflats aan de Lozerlaan komt met een herinterpretatie terug in de nieuwbouw. In tegenstelling tot de huidige situatie gaat de nieuwbouw echter wel adresseren aan de buitenranden en wordt er ruimte gereserveerd voor bedrijfs-/werkruimte aan de Erasmusweg. Al met al levert dit een levendigere, stedelijkere stadsrand op die desalniettemin past in de grotere context van Den Haag zuidwest.
22
Stedenbouwkundige grondplaat en bebouwingsbeeld langs de randen van Dreven
Historische foto Lozerlaan met schuine plaatsing van portiekflats langs een waterpartij
Blokken in een luchtige, groene ruimte Een van de sterkste kwaliteiten van de huidige stempelverkaveling in Dreven is dat de vele diagonale doorzichten tussen de in het groen geplaatste portiekflats de buurt een groen en luchtig karakter geven. In de nieuwe opzet voor Dreven is hieraan een nieuwe interpretatie gegeven door het terugbrengen van verrassende doorzichten in het deel tussen de Pachtersdreef en de Erasmusweg. Door met halfopen bouwblokken te werken wordt echter wel getracht meer betekenis aan de groene ruimtes te geven doordat het onderscheid tussen publiek en collectief groen explicieter wordt. Het parkeren wordt grotendeels binnen deze bouwblokken geplaatst en de ontsluiting gebeurt vanuit de randen. Hierdoor kan het binnengebied tussen Pachtersdreef en de Erasmusweg uiterst groen worden ingericht. Ten opzichte van de bestaande situatie vindt hier dus een transformatie plaats van gebouwen in het groen naar bouwblokken in het groen. De openingen in de bouwblokken worden zo geplaatst dat er interessante doorzichten mogelijk zijn tussen de collectieve binnentuinen en het publieke groen, wat bijdraagt aan het groene, luchtige karakter van de buurt.
Diagonale doorzichten in de Dreven
Bouwblokken in het groen met interessante doorzichten
23
24
03
Eenheid langs de lange lijnen
ritme en repitie langs de belangrijkste openbare ruimtes
03. Eenheid langs de lange lijnen ritme en repetitie langs de belangrijkste openbare ruimtes
Als typische buurt uit de Wederopbouwperiode is Dreven in korte tijd met slechts enkele types van identieke gebouwen op een zeer rationele manier gebouwd, met als gevolg een grote mate van eenheid in de buurt. De vernieuwing en verdichting van Dreven zal echter veel stapsgewijzer plaatsvinden, waarbij zichtbare verschillen in de uitwerking van verschillende blokken in de buurt onvermijdelijk is. In combinatie met de doelstelling een grotere diversiteit aan woningtypes en woonmilieus in Dreven te realiseren, zal de uitkomst zijn dat de mate van variatie in beeld op schaal van de buurt door de vernieuwing ontegenzeggelijk zal toenemen. Om recht te doen aan het huidige kenmerkende beeld van Dreven en de karakteristieken van Zuidwest streven we in de vernieuwing naar een zo groot mogelijke mate van eenheid op één schaalniveau lager dan de buurt als geheel, namelijk eenheid in de perspectieven langs de belangrijkste openbare ruimtes (de straten, lanen en singels). De kaarten hiernaast tonen het raamwerk van de meest representatieve openbare ruimtes in de buurt (Erasmusweg, Lozerlaan, De Dreef, Pachtersdreef) en de groepen van gebouwen langs deze ruimtes die samen een eenheid moeten gaan vormen. Naast de bebouwing, levert ook de openbare ruimte een belangrijke bijdrage aan de eenheid in de perspectieven; deze moet langs de genoemde lijnen een grote mate van continuïteit hebben.
Architectonische eenheden
26
Lozerlaan
Pachtersdreef
Erasmusweg
Raamwerk van belangrijkste formele openbare ruimtes
De Dreef
27
Wa
nts
nijd
ers
gaa
rde
Era
sm
Pa
ch
ter
usw
eg
sdr
eef
f
ree
D De
28
n
laa
zer
Lo
De tekening hiernaast toont het gewenste beeld van eenheid in de perspectieven langs de voornaamste openbare ruimtes in Dreven door eenduidige gebouwensembles en continuïteit in de openbare ruimte. Aan de buitenzijde van de buurt moet de nieuwbouw zich op een eigentijdse manier voegen in het buurtoverstijgende bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg en de Lozerlaan. Aan de binnenzijde van de buurt, langs de Dreef en de Pachtersdreef, moet de bebouwing expliciet aansluiten op de te behouden panden.
Voor al deze bebouwingsranden moet de nadruk liggen op de volgende thema’s: • Een sterke horizontaliteit in de bouwmassa en de gevelcompositie. • Repetitie: gebouwen, gevels en geveldelen worden herhaald binnen de ensembles • Ritme: In horizontale richting worden verschillende terugkerende elementen in ritmische afwisseling geplaatst. Korte gevels worden afgewisseld met lange
gevels (zoals de kop- en langsgevels in de huidige buurt), ieder met een eigen expressie. Binnen de gevels worden verschillende geveldelen net als in de bestaande panden in een ABCBAABC…-ritme herhaald. • Een afleesbare formele plint die zich onderscheidt van de bovenliggende bouwlagen. Zeker voor de nieuwbouw aan De Dreef en de Pachtersdreef moet deze plint sterke verwantschap vertonen met de te behouden panden met winkelplinten. Ook langs de buitenranden van de buurt is de plint met overhoogte vereist. Een historische foto van de Pachtersdreef toont in één beeld vrijwel alle hiervoor genoemde thema’s, inclusief de samenbindende kracht van een eenduidige openbare ruimte. Op de volgende pagina’s wordt het beoogde beeld langs de belangrijkste openbare ruimtes per straat geschetst. In de volgende hoofdstukken worden de terugkerende thema’s verder geïllustreerd.
Historische foto Pachtersdreef: sterke horizontaliteit en ritmiek
29
Bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg in maquette en diagram
Erasmusweg Doordat de Erasmusweg een belangrijke invalsweg is voor Den Haag, vormen de zijdes van de buurten aan de Erasmusweg ook een belangrijk gezicht van Den Haag Zuidwest. Vandaag kenmerkt de bebouwing langs de weg zich door de opeenvolging van samenhangende ensembles met veel herhaling en ritmes op verschillende schaalniveau’s: afwisseling van korte en lange gevels, ritmes binnen de gevelcomposities, verspringende rooilijnen. Rond de kruispunten met de haakse straten zijn vaak accenten te vinden, zoals de hoektorens in Dreven en de Erasmustoren aan de Vrederustlaan. In zowel Bouwlust, Vrederust, Morgenstond en Moerwijk heeft de Erasmusweg een sterk asymmetrisch profiel met veel groen aan de zuidzijde en zichtbare bebouwing aan de noordzijde. Toch is er ook aan de noordzijde altijd groen aanwezig.
30
Vaak hebben de gebouwen een groene voorruimte en over de gehele lengte van de weg is er een bomenlaan, die bij een recente herprofilering van Moerwijk tot aan de Loevesteinlaan in en groene berm zijn gezet. Tussen Loevesteinlaan en de Lozerlaan staan de bomen in verharding. De vernieuwing van Dreven als Gaarden omvat ook het grootste deel van de Erasmusweg in Bouwlust-Vrederust. De mate van vernieuwing is hier dus zodanig dat de nieuwbouw het bebouwingsbeeld langs de Erasmusweg een nieuw gezicht zal geven. Toch is ook van belang dat de nieuwbouw zich past in de geschetste context van de Erasmusweg als geheel. Ritme, repetitie binnen grotere ensembles, verbijzondering rond de kruispunten en de
continuïteit van de bomenlaan zijn daarbij speerpunten. Het bovenstaande diagram toont dit over de lengte van de Erasmusweg tussen Lozerlaan en het groene assenkruis. Voor Dreven geldt dat de bestaande hoektorens de herkenningspunten blijven. De nieuwe bebouwing zal in bouwhoogte lager blijven dan deze torens. Ook de solitaire positie van de torens maakt ze onderscheidend. Aan weerszijde van de toren op de hoek met de Beresteinlaan komen ensembles die gekenmerkt worden door ritme en repetitie en een sterke horizontaliteit.
Huidig bebouwingsbeeld ten westen van de Beresteinlaan
Hoektoren Dreven bij de kruising Erasmusweg-Beresteinlaan
Huidig bebouwingsbeeld ten oosten van de Beresteinlaan
31
Erasmusweg
Ten westen van de Beresteinlaan wordt het profiel van de Erasmusweg stedelijker dan vandaag. De bouwhoogte neemt toe en de bebouwing adresseert aan een nieuwe ventweg parallel aan de hoofdrijbaan. De bestaande bomenrij komt in een groene berm (ca.4m breed) te staan, waardoor de Erasmusweg ook aan de noordzijde continu groen blijft. In de te vernieuwen delen van Dreven en Gaarden wordt zes bouwlagen de basishoogte die duidelijk moet zijn over het merendeel van de gevellengte. Dit wordt versterkt door een geprononceerde dakrand boven de zesde bouwlaag in de vorm van een opstaande rand. Hierboven komen optoppingen die zich door middel van een setback (ca. 2m) losmaken van de stedelijke laag. In de gestrekte geveldelen zijn horizontaliteit, ritme (ABCBAABC…) en plasticiteit de belangrijkste thema’s. Er is een duidelijk afleesbare plint met overhoogte die zich onderscheidt van de bovenliggende bouwlagen. De plint moet zowel woningen, collectieve entrees en werkruimtes in één neutraal gevelontwerp kunnen integreren. Uit de gevels komen hogere koppen naar voren die zorgen voor de kenmerkende afwisseling tussen kortere en langere gevels. Deze koppen hebben een onderscheidende geveluitwerking ten opzichte van de gestrekte delen: ze kennen een grotere mate van openheid en de nadruk op horizontaliteit is minder. De koppen en optoppingen vormen een regelmatig herhalend ritme.
Qua bouwhoogte blijven ze lager dan de bestaande hoektorens. De zijgevels van de koppen en optoppingen kunnen relatief gesloten zijn, maar zijn niet volledig blind. Voor het overgrote deel van de bebouwing wordt een private margestrook van 1,5m voorzien tussen de bebouwing en het trottoir, de vooruitgeschoven koppen staan echter direct aan de openbare ruimte.
32
Principeaanzicht bouwblok aan Erasmusweg ten westen van Beresteinlaan
Principeaanzicht Erasmusweg ten westen van Beresteinlaan
33
34
principeprofiel lagere delen: haag in publieke groenstrook scheidt trottoir van een private voortuin. De woning heeft een individuele toegang.
publiek
collectief
publiek
In het stuk ten oosten van de Beresteinlaan, tot aan de buurt Erasmuspark, komt een eenduidig ensemble dat zich aan de Erasmusweg toont als een serie van vier stevige blokken van acht lagen met daartussen lagere volumes (ca. 3 lagen) die de blokken samenvoegen. Boven de zesde bouwlaag hebben de hogere volumes een setback (ca. 2m), behalve op de uiterste hoek aan de Beresteinlaan. Ook hier accentueert een solide opstaande rand de bovenzijde van de zesde bouwlaag. De lagere volumes hebben een iets terugliggende rooilijn. Om de continuïteit in het profiel met het stuk Erasmuspark te behouden, krijgt dit deel van de Erasmusweg geen nieuwe ventweg. Wel worden de bestaande bomen in een groene berm gezet. Een haag op een publieke groenstrook scheidt het trottoir van een voortuinzone met private of collectieve voortuinen. Ook hier is er een afleesbare plint met overhoogte. De lagere volumes hebben individuele woningtoegangen aan de Erasmusweg; de woningen in de hogere volumes hebben een collectieve entree. De onderste woonlaag kan daar opgetild worden ten opzichte van het torottoirpeil. Plasticiteit en regelmatige ritmes in de gevel zijn ook hier belangrijk.
privaat
Erasmusweg
principeprofiel hogere delen: haag in publieke groenstrook scheidt trottoir van een collectieve tuin. Onderste woning wordt centraal ontsloten en kan een opgetild vloerpeil hebben
Principeaanzicht Erasmusweg ten oosten van Beresteinlaan
35
Wantsnijdersgaarde
Het voorgaande ensemble zet zich door langs de Wantsnijdersgaarde, parallel aan de Erasmusweg. Het omsluit een te behouden eenlaags gebouw met werkruimtes aan Bierbrouwersgaarde. Langs de Wantsnijdersgaarde komt een drietal vijflaagse blokken die onderling verbonden worden door een halfverdiepte parkeervoorziening met groen dak. De parkeervoorziening ligt achter de gevel aan de Wantsnijdersgaarde, waardoor hier woonruimtes met overhoogte en een individuele toegang gemaakt kunnen worden. Ook hier scheidt een haag in een publieke groenstrook de tuinen van het trottoir. In het verlengde van Ambachtsgaarde moet een directe doorsteek komen naar de werkruimtes aan Bierbrouwersgaarde. Op de hoek Wantsnijdersgaarde-Beresteinlaan kan een toren komen die samen met de bestaande toren aan Ambachtsgaarde, de hoektoren van Dreven , en nieuwe toren op de hoek met de Pachtersdreef een cluster vormen nabij het winkelcentrum Ambachtsgaarde. Deze toren verjongt boven de zesde bouwlaag. De toren staat op een eenlaagse plint die de gehele oppervlakte tussen de Beresteinlaan en de Bierbrouwersgaarde kan beslaan. Hier kunnen winkels of soortgelijke voorzieningen worden toegevoegd. De blokken aan Wantsnijdersgaarde, Beresteinlaan en Erasmusweg vormen samen duidelijk één samenhangend ensemble.
36
Te behouden werkruimtes aan Bierbrouwersgaarde
Profiel Wantsnijdersgaarde-Erasmusweg met te behouden werkruimtes aan Bierbrouwersgaarde
Vogelvluchtschets van ensemble Wantsnijdersgaarde-Erasmusweg; in de plinten aan de Beresteinlaan kunnen bijkomende voorzieningen komen, aansluitend op het winkelaanbod van Ambachtsgaarde
37
Lozerlaan
Ook aan de Lozerlaan is het van belang dat de nieuwe bebouwing zich past in het totale bebouwingsbeeld langs deze laan. Langs de Lozerlaan nemen de waterpartijen en het omringende groen een belangrijke rol in. De bebouwing daarachter maakt zich nadrukkelijk los van de orthogonaliteit die zo kenmerkend is voor de rest van dit stadsdeel. Ook de hoge mate van repetitie van dezelfde gebouwen per buurt die aan de Lozerlaan grenst is opvallend. De nieuwbouw moet deze kenmerken terugbrengen. Net als in de Zijden en de Venen worden de blokken onder een hoek ten opzichte van de laan geplaatst en wordt er gewerkt met een strikt uniforme lengtemaat van de bebouwing (A) en tussengelegen openbare ruimte (B). Ten noorden van de aantakking van de interne singel komen drie identitieke gebouwen. Voor deze blokken is de afwisseling van korte gevels (koppen) en lange gevels een hoofdthema. De koppen hebben, net als die aan de Erasmusweg, een hoge mate van openheid en minder nadruk op horizontaliteit dan de gestrekte gevels. De gebouwen tellen zeven bouwlagen, maar de basishoogte van zes bouwlagen die ook aan de Erasmusweg wordt gehanteerd is ook hier af te lezen door een setback over een deel van de zevende laag, aan de overzijde van de kop. Hierdoor krijgen de blokken een asymmetrische massa-opbouw.
Bij de setbacks wordt de bovenzijde van de zesde laag geaccentueerd door een solide opstaande rand. Ten zuiden van de singel komt een blok dat de overgang vormt tussen de ritmes van de Lozerlaan en de Erasmusweg. Hier keert dezelfde lengtemaat (A) van de gevels terug, maar wordt ook een kop gemaakt aan de
38
Erasmusweg. Ook aan de Lozerlaan krijgen de gebouwen een duidelijk afleesbare plint met overhoogte. Plasticiteit en regelmatige ritmes in de gevel zijn ook hier belangrijke thema’s. Het water, groene taluds met bomen in clusters en een continu (autoluw) woonpad langs de gebouwen zorgen voor eenheid in de openbare ruimte.
Ensemble in de context van het bebouwingsbeeld langs de Lozerlaan
principeaanzicht Lozerlaan
publiek
privaat
principeaanzicht bouwblok Lozerlaan
principeprofiel private margestrook publieke groenstrook - woonpad
39
De Dreef
Twee van de bouwblokken aan de Lozerlaan grenzen met hun overzijde aan De Dreef. In dit deel van De Dreef blijven we het dichts bij het oorspronkelijke beeld van Dreven. Hier staan aan beide zijde van de straat een aantal portiekflats, al dan niet met winkelplinten, die behouden blijven. De nieuwbouw sluit in hoge mate aan bij de te behouden panden: • De bouwhoogte is gelijk (4 lagen) • Er is een afleesbare plint met een gelijke hoogte aan die van de flats met winkelplinten • De gevel kent een regelmatige ritmische opeenvolging van gevelelementen in horizontale richting (in het ritme ABCBAABC…)
40
Het thema van vooruitgeschoven koppen en gestrekte gevels komt ook in de nieuwbouw aan de Dreef terug. Ook hier hebben de koppen een onderscheidende expressie ten opzichte van de langsgevels. De koppen hebben een overhoekse collectieve entreehal op de begane grond. De woningen in de plint hebben een individuele toegang aan de straat. Het profiel van De Dreef blijft grotendeels gehandhaafd in de huidige situatie. Wel wordt er ook hier een private margestrook van 1,5m langs de gevels voorzien, behalve bij de vooruitgeschoven koppen. Tussen de margestrook en het trottoir ligt een publieke groenstrook, die ook voorlangs de vooruitgeschoven koppen loopt.
principeaanzicht De Dreef
41
Pachtersdreef
Ook aan de Pachtersdreef wordt sterk gerefereerd aan het huidige beeld. De prominente positie van een te behouden flat met winkelplint aan het eind van Pachtersdreef maakt dat de nieuwbouw ook aan Pachtersdreef nauwkeurig moet aansluiten op de architectuur van de te behouden flats. Aan de Pachtersdreef komen drie bouwblokken met daartussen twee groene ruimtes van uniforme maat die aansluiten op de groene omgeving van de singel. De basishoogte van de bebouwing aan de Pachtersdreef is vijf bouwlagen. Er is een afleesbare plint met overhoogte.
42
De gevels kennen een regelmatige ritmische opeenvolging van gevelelementen in horizontale richting (in het ritme ABCBAABC…). Uit de oostelijke uiteindes van de bouwblokken rijst steeds één hoger volume op. De Drie hoogteaccenten zijn uniform in lengte en breedte, maar kunnen wat betreft hoogte verschillen. De hoogteaccenten hebben een setback ten opzichte van de basishoogte. Bij de westelijke uiteindes steken weer koppen met een onderscheidende expressie vooruit, zoals aan De Dreef, waardoor een ritme van korte en lange gevels ontstaat.
De rooilijn van de bebouwing ligt iets terug ten opzichte van de huidige rooilijn. De hiermee gewonnen ruimte tussen bebouwing en rijbaan wordt benut om de bestaande bomenlaan in een groene berm te zetten en om een ontspannen overgang van publieke ruimte naar woning te maken. De woningen in de plint hebben een individuele toegang aan de straat en hebben een private margestrook van 1,5m aan de voet van de gevel, behalve bij de vooruitgeschoven koppen. Tussen de margestrook en het trottoir ligt een publieke groenstrook, die ook voorlangs de vooruitgeschoven koppen loopt.
principeaanzicht Pachtersdreef
43
Schoutendreef
De Schoutendreef vervalt als klassieke straat en komt als groene, luwe route terug, iets naar het noorden verschoven ten opzichte van de huidige straat. Dit pad is informeler dan de hiervoor beschreven lijnen en er gelden minder strikte voorwaarden voor de architectuur. De volgende zaken zijn wel van belang: • De blokken langs de Schoutendreef kenmerken zich door ritme en repetitie. • De bebouwing aan beide zijdes van de Schoutendreef moet sterk verwant zijn in de architectuur. De gebouwen zijn onderdeel van eenduidige ensembles. Ook eengezinswoningen tonen zich niet als afzonderlijke panden. • Hagen (in de publieke ruimte) zorgen voor eenheid en gestrektheid in het profiel. De hagen markeren ook de overgang van openbaar naar private buitenruimte. Die ruimte is verschillend van diepte (1,5m margestrook tot 4m private voortuinen) door verspringende gevels. • De bouwhoogte varieert, maar is gemiddeld lager dan aan de Pachtersdreef en de Erasmusweg: gemiddeld 4 lagen.
44
45
04
Bouwblok & binnentuin
04. Bouwblok en binnentuin
Halfopen bouwblokken en een getrapte serie ruimtes De ontwikkeling van Dreven zal gefaseerd verlopen. We tonen hier de hoofdprincipes voor de bouwblokken. De bouwblokken zijn halfopen: haak- en schijfvormige bouwvolumes omsluiten een (meestal) opgetild groen binnenterrein dat grotendeels als collectieve tuin wordt ingericht met daar omheen kleine private buitenruimtes. Dit binnenterrein staat via open hoeken en de interne stijgpunten in verbinding met de openbare ruimte rondom de bouwblokken. Via het openbaar groen in de straten en kleinere plantsoenen in verbinding met de grotere groene ruimtes rond de singel en de Lozerlaan, en
openbaar - collectief - privé
Typisch halfopen bouwblok; schakeling van ruimtes
Principesnede parkeren op maaiveld
uiteindelijk met het Uithofpark. Zo ontstaat een getrapte serie ruimtes waarin de overgang gemaakt wordt van de grote schaal van een publieke park naar de intieme schaal van de collectieve en private tuin en uiteindelijk de woning.
48
Principesnede parkeren halfverdiept
De architectonische eenheid wordt gezocht in de reeksen langs de openbare ruimtes, het bouwblok is daaraan ondergeschikt. Dat kan betekenen dat de zijdes van de
bouwblokken verschillende expressies krijgen. In verband met de beoogde doorzichten tussen openbare ruimte en binnentuinen, moeten ook de gevels aan de binnenzijde van de blokken representatief zijn. De gevels aan de binnenzijde zijn dan ook zo veel mogelijk een voortzetting van dezelfde expressie als die van de buitenzijde. De bouwblokken zijn samengesteld uit diverse woningtypes en de bouwhoogte is afwisselend. Hoogteaccenten zijn door hun architectonische expressie onderdeel van het gehele bouwblokensemble.
Grondplaat De onderste laag van de bouwblokken gaat in de nieuwe situatie een veel directere relatie met de openbare ruimte aan dan vandaag het geval is in Dreven. Rondom een kern waarin geparkeerd wordt, ligt een schil van woonruimtes met ieder een individuele toegang, collectieve entrees en bedrijfs-/werkruimtes. Op de tekening is aangeduid hoe de bouwblokken aansluiten op de omringende openbare ruimte. De positie van collectieve entrees en parkeertoegangen is globaal aangeduid, evenals de beoogde fijnmazigheid van individuele woningtoegangen. Ook is aangegeven waar de toegangen naar de binnentuinen voorzien worden. De hoeken worden zo veel mogelijk verlevendigt met entreehallen of representatie collectieve ruimtes.
Hoogbouw Uit de bouwblokken kunnen op enkele plekken torens voortkomen (rond de interne singel en langs de Beresteinlaan) De torens zijn orthogonaal van vorm; ze kunnen in de hoogte wel geleed zijn in massa-opbouw. Op de hoogbouw is de nota Haagse Hoogbouw: Eyeline en Skyline van toepassing. Hierin wordt wat betreft volumeopbouw onder meer voorgeschreven dat:
• De footprint van de torens niet groter is dan 50% van de footprint van de stedelijke laag waarop deze staat. • De diagonaal van de footprint van de toren maximaal 45m bedraagt (bij een hoogte tot 70m). De precieze positionering, vormgeving en dimensionering van de torens moet bij de uitwerking nader worden bepaald a.d.h.v. bezonnings- en windhinderonderzoek.
49
Overgang openbaar-privé De plint heeft bij entrees en werkruimtes een grote mate van openheid. Een aanzienlijk deel van de plinten zal echter uit woningen bestaan. Om in de zeer stedelijke woonomgeving met intensief gebruikte openbare ruimte van het vernieuwde Dreven een levendige, prikkelende plint te realiseren is een zorgvuldig ontworpen overgang van openbare naar privé-woonruimte essentieel. In dit beeldkwaliteitsplan maken we een herinterpretatie en herordening van de overgangen van woning naar straat die in de huidige buurt Dreven te vinden zijn. De
woningen staan steevast op enige afstand van het trottoir. Bij de grondgebonden woningen scheidt een ondiepe private voortuin of verharde strook de woning van het trottoir; deze wordt duidelijk toegeëigend door de bewoners. Bij de portiekflats - waarvan de onderste woonlaag verhoogd ligt - ligt er een collectieve groenstrook tussen gebouw en trottoir. Van toeëigenbaarheid is hier weinig sprake, maar deze stroken dragen wel sterk bij aan het groene karakter van de buurt, net als de hagen die veelvuldig in de buurt voorkomen als erfafscheidingen en langs kopgevels.
Voor de nieuwbouw zoeken we naar een nieuwe balans tussen de openheid van de plint, distantie (privacy in de woning), toe-eigenbaarheid, afbakening en interactie met de openbare ruimte en dit alles in combinatie met het in stand houden van het groene karakter van de buurt. In de basis wordt elk bouwblok omringd door een zone voor privaat of collectief toe te eigenen buitenruimte:
• ofwel een margestrook van 1,5 meter • ofwel een voortuin van 3 à 4 meter. Deze zone kan op twee verschillende manieren aan de openbare ruimte grenzen:
• Direct aan het trottoir • Gescheiden van het trottoir door een publieke groenstrook, eventueel met haag
50
collectieve groenstrook portiekflats
private voortuinen eengezinswoningen
hagen
publiek
privaat
principeprofiel private margestrook publieke groenstrook (evt met haag)-trottoir
publiek
publiek
privaat
publiek
privaat/collectief
principeprofiel private voortuin-publieke groenstrook met haag-trottoir
privaat
principeprofiel gebouw direct aan publieke ruimte: verhoogd vloerpeil; interne ontsluiting
overgangen tussen woning en trottoir
principeprofiel private margestrook direct aan trottoir
51
Overgangszone direct aan het trottoir Waar de overgangszone van 1,5m direct aan het trottoir grenst, wordt een architectonische bewerking van deze overgangszone gevraagd om de gewenste balans tussen interactie en distantie tussen woning en openbare ruimte te realiseren. De overgangszone is hier eerder een Delftse stoep dan een voortuin. Dit komt in Dreven met name voor aan de Erasmusweg.
Voor de uitwerking van de overgangszone is een aantal punten van belang: • De zone is zo ontworpen dat deze uitnodigt om gebruikt te worden als buitenruimte. Denk aan het plaatsen van bankjes en plantenpotten. Dit vraagt ten eerste om een duidelijk onderscheid tussen het trottoir en de overgangszone, zonder door te slaan richting defensiviteit (hekken, hoge muren, etc.). Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van paaltjes, kleine hoogteverschillen, geveltuintjes of mee ontworpen bankjes. Ten tweede moet er ook enige indicatie van parcelering tussen de woningen in de breedte plaatsvinden. • De zone is robuust gedetailleerd en gematerialiseerd, zodat deze ook jaren na oplevering nog een representatief beeld aan de straat vormt. • De zone vormt een integraal onderdeel van de architectuur van de plint. De principeschetsen en referentiebeelden geven een niet limitatief aantal voorbeelden van uitwerking van de overgangszone.
52
principeschetsen van uitwerkingen van overgangszone: met paaltjes, geveltuintjes, hoogteverschillen....
inspiratiebeelden overgangszone direct grenzend aan het trottoir
53
Publieke groenstrook tussen overgangszone en trottoir Behalve aan de Erasmusweg, wordt in Dreven vrijwel overal een groenstrook van 1,5 tot 2m in de openbare ruimte tussen de overgangszone en het trottoir voorzien. Deze groene voegen tussen de bebouwing en de verharding in de openbare ruimte versterken het groene karakter van de buurt en voorzien in distantie tussen de woningen en de straat. Op een aantal plaatsen wordt deze groenstrook met een haag beplant. Deze zorgt voor gestrektheid en eenheid in de perspectieven. Naast een private margestrook van 1,5m, komen er in Dreven ook kleine private of collectieve voortuinen voor van 3 à 4m, met name langs de luwere openbare ruimtes (de Schoutendreef en de straatjes tussen De Dreef en Lozerlaan).
Voor de margestrook gelden dezelfde aandachtspunten wat betreft parcelering, robuustheid en aansluiten op de plint. Om het onderscheid tussen private en openbare ruimte duidelijk te maken en ter bescherming van het publieke groen, worden de hagen altijd gecombineerd met een robuuste erfafscheiding aan de private zijde zoals een muurtje of stevig hekwerk.
54
principeschetsen van uitwerkingen van private buitenruimte die door een publieke groenstrook van het trottoir wordt gescheiden
inspiratiebeelden publieke groene scheiding tussen private buitenruimte en trottoir
55
Buitentoegangen tot collectieve binnenterrein Er moet worden ingezet op een zo groot mogelijke ruimtelijke samenhang tussen de collectieve binnenterreinen en de omringende stad. De binnenterreinen moeten echter wel afsluitbaar zijn. Toegangen naar de binnenterreinen zijn representatieve, uitnodigende ruimtes. Hekwerken worden hoogwaardig - bij voorkeur specifiek ontworpen - vormgegeven en liggen iets terug ten opzichte van de rooilijn. Deze hekken zijn onderdeel van het tuinontwerp in het binnenterrein. Trappartijen die hoogteverschillen helpen overbruggen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp én het groene tuinmilieu.
ca. 10m
56
Ten behoeve van de sociale controle zijn zijgevels aan de openingen naar de binnentuinen nooit blinde gevels, maar hebben deze altijd ook ramen of balkons. De bouwblokopening moet op een goed zichtbare positie ten opzichte van de stedelijke routes worden voorzien, vandaaruit doorzicht bieden naar het groen van het binnenterrein en een uitnodigende breedte hebben. De breedte van de opening moet minimaal gelijkwaardig zijn aan de diepte van de bebouwing. In de praktijk zal dit meestal leiden tot een minimale breedte van circa 10 meter. hoogwaardig vormgegeven hekwerken
ca. 10m
zorgvuldige overgang openbare ruimte-collectieve buitenruimte; entree en fietsenstalling geïntegreerd in plint, hek terugliggend van rooilijn
toegangen naar binnenterreinen uitnodigend vormgegeven
57
Binnentuinen De binnentuinen vormen een belangrijk onderdeel van het groene karakter van de wijk en vormen een belangrijke buitenruimte voor de omliggende woningen. De inrichting en de verhouding privé-collectief moet worden afgestemd op de behoefte van de beoogde doelgroepen. Waar de openbare buitenruimte juist de collectieve kwaliteit van de buurt vertegenwoordigd, vertegenwoordigd een binnentuin juist de collectieve waarden van de bewoners van het bouwblok. De binnentuinen leveren een bijdrage aan waterberging, biodiversiteit en koeling. Van het oppervlak van de binnenterreinen is ca. 2/3 volwaardig groen ingericht (met ook bomen en heesters). Ter plaatse van de bomen en heesters moet met voldoende gronddekking van circa 1 meter rekening worden gehouden.
58
ruime gronddekking maakt een weelderig groene binnentuin (met bomen) mogelijk
Directe toegang naar parkeerruimte vanaf hof
Openingen in het parkeerdak
Openingen in het parkeerdak In het parkeerdak moeten beperkt openingen worden voorzien ten behoeve van daglichttoetreding, sociale veiligheid, ventilatie en een directe ontsluiting vanuit de parkeerlaag naar de collectieve binnentuin. Deze openingen zijn onderdeel van het tuinontwerp en kunnen worden aangewend om enkele bomen in de volle grond te planten. Het is echter wel van belang dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het algehele beeld van een groene collectieve tuin. Auto’s zijn slechts beperkt zichtbaar.
59
Overgang privé buitenruimte- collectieve buitenruimte. In het tuinontwerp van het binnenterrein moet met zorg worden vormgegeven aan de grens tussen private buitenruimte en collectieve buitenruimte. Een duidelijke afscheiding moet een afleesbare, formele grens tussen private en collectieve tuin vormen. De afscheiding draagt ook bij aan enige privacy voor de bewoners van de woningen aangrenzend aan de binnentuinen. De afscheiding bestaat (mogelijk in combinatie met landschappelijke elementen) uit een robuust, bouwkundig element dat aansluit bij de architectuur. Verschil in dikte van het grondpakket kan ingezet worden om de overgang tussen private en collectieve tuinen vorm te geven.
60
robuust, bouwkundig element dat aansluit bij de architectuur vormt een heldere begrenzing tussen private en collectieve tuinen
61
05
Gevel & architectonische elementen
05. Gevel & architectonische elementen
Gevelordening In de gevelcompositie wordt in verticale richting een afleesbaar onderscheid gemaakt tussen de plint, de stedelijke laag en eventuele optoppingen en torens. dit gebeurt door middel van een afwijkend kleur- en/of materiaalgebruik, in combinatie met een zorgvuldig vormgegeven randdetail en/of een iets terugliggende positie in de gevelopbouw. De optoppingen en torens hebben in Dreven meestal een setback ten opzichte van de bovenzijde van de stedelijke laag. In horizontale richting onderscheiden lange, gestrekte gevels zich van korte ‘koppen’, die altijd iets vooruitgeschoven zijn. In hoofdstuk drie is in beeld aangegeven waar setbacks en koppen voorkomen.
• De plint zorgt voor een krachtig perspectief in de straten en overstijgt daarmee de schaal van het individuele bouwblok. • De plint biedt naast woningen ruimte aan entreepartijen, bedrijfsruimtes en collectieve ruimtes. • De plint biedt ruimte om vorm te geven aan een passende distantie tussen de openbare ruimte en de private woonvertrekken.
De Plint
• De plint is vanaf de openbare ruimte optisch afleesbaar met een hoogte van circa vier meter ten opzichte van het peil van het trottoir. Aan de voet van een hoogbouwvolume kan de plint plaatselijk de onderste twee bouwlagen beslaan. • De plint is grotendeels wit van kleur. Daarmee heeft de plint een onderscheidende kleur ten opzichte van de stedelijke laag.
De onderste laag, de ‘plint’ heeft meerdere rollen:
• De plint bindt de te handhaven bebouwing -waar in de onderste laag steevast overhoogte aanwezig is- en de nieuwe bebouwing optisch aaneen. • Ze is onderdeel van de gevelcompositie en geeft de bebouwing een stevige stedelijke basis.
64
Luifel met bovenlichten en zwarte borstwering zorgen voor sterke horizontaliteit in winkelplinten. wit is de hoofdkleur
Om eenheid in de in hoofdstuk 3 benoemde straatperspectieven te bewerkstelligen, tussen zowel nieuwbouw en bestaande bebouwing, wordt voor de plint langs de belangrijkste openbare ruimtes een aantal regels gesteld:
Dubbel randdetail zorgt voor sterke horizontaliteit in de bestaande woonplinten. Een witte band op een roodbruine band.
plint als samenbindend element tussen bouwblokken; afleesbaar verschil tussen stedelijke laag en plint. Voortuitstekende koppen en optoppingen met setback verlevendigen de perspectieven
Voorbeeldaanzicht plint (maten indicatief)
• De plint moet zowel woningen, collectieve entrees, werk- en bedrijfsruimtes in een neutrale gevelcompositie kunnen vatten. Hiertoe maken we binnen de plint een onderscheid tussen een samenbindend kader en de invullingen hiervan.
Kader Het kader bestaat uit een horizontaal randdetail en uniforme verticale, gesloten gevelvlakken die de invullingen van elkaar scheiden. Het horizontale randdetail loopt aaneengesloten door over de gehele gevel van het
kader
invullingen
Diagram samenbindend kader, verscheidene invullingen met horizontale zonering
Binnen dit kader worden de bij de verschillende functies passende invullingen geplaatst. Om ook in de invullingen van de plint een sterke horizontale nadruk te bewerkstelligen en om eenheid tussen de verschillende invullingen te bewaren, wordt deze onderverdeeld in drie horizontale zones:
rood-roodbruine baksteen gebruikt. Bij niet-woonfuncties kan één ander(e) materiaal/kleur worden toegepast. • Een glaszone in het midden van de invulling, waarin de ramen zich bevinden • Een zone voor belettering aan de bovenzijde van de invulling (ca. 0,5m). Hier kunnen aanduidingen op de gevel worden aangebracht die verwijzen naar het programma, bijvoorbeeld de huisnummers bij een collectieve entree of de naam van het daar gevestigde bedrijf. Deze zone kan gesloten zijn, maar er mogen ook extra bovenlichten worden toegevoegd. Voor reclame-uitingen gelden de voorwaardes zoals in de Reclamenota van de gemeente Den Haag (RIS168688) zijn vastgelegd.
• Een gesloten basement aan de onderzijde van de invullingen (ca. 0,6m). Alleen toegangsdeuren onderbreken dit basement. Het basement heeft een afwijkende kleur ten opzichte van de rest van de plint en ten opzichte van de gevels in de stedelijke laag. Bij woningen wordt voor het basement een gedekt
De invullingen kunnen na verloop van tijd worden aangepast wanneer een functieverandering daarom vraagt. Bij aanpassing gelden nog altijd de genoemde regels. Woningen in de onderste laag hebben tenminste één volwaardig woonvertrek (woonkamer, woonkeuken,...) aan de straatzijde.
bouwblok. Dit randdetail werpt een schaduwlijn in het onderliggende gevelvlak. Dit effect kan bereikt worden door de invullingen van de plint enkele centimeters terug te leggen ten opzichte van dit randdetail. De verticale gevelvlakken beslaan de gehele hoogte van de plint. Ze herhalen zich steeds in horizontale richting, maar de onderlinge afstand kan verschillen.
Invullingen
65
beëindiging van torens: niet zo...
Hoogteaccenten Ook tussen hoogteaccenten (optoppingen en torens) en de stedelijke laag wordt een afleesbaar onderscheid gemaakt. Dit is onderscheid is iets subtieler dan tussen plint en stedelijke laag. De hoogteaccenten zijn integraal onderdeel van de architectonische expressie van het bouwblok. Het hoge bouwdeel is eerder een voortzetting van de stedelijke laag.
Voorbeeld optopping met setback en solide opstaande rand op stedelijke laag
In Dreven krijgen optoppingen en torens meestal een setback ten opzichte van de bovenzijde van de stedelijke laag. De bovenzijde van de stedelijke laag wordt bij de setbacks geaccentueerd door een solide opstaande dakrand. Naast de setback, onderscheiden hoogteaccenten zich ook van de stedelijke laag door middel van een subtiele verandering in de gevelcompositie. De torens hebben aan alle zijdes een aantrekkelijk gevelbeeld. Qua kleur- en materiaalgebruik zijn de hoogteaccenten eerder een voortzetting van de stedelijke laag, met hooguit een subtiel verschil.
...,maar zo:
afwijkende hoogte
dakopbouw/setback
afleesbare dakrand
doorlopende constructie
De torens krijgen daarnaast een nadrukkelijk vormgegeven beëindiging. Deze beëindigingen zijn ingetogen en abstract en passend bij het modernistisch idioom in Zuidwest. In de beëindiging moeten installaties en liftkamers worden weggewerkt. inspiratiebeelden van afleesbaar onderscheid tussen stedelijke en hoogteaccent door middel van subtiele verandering in de gevelcompositie
66
inspirtatiebeelden beëindiging torens
Expressieve koppen Het onderscheid tussen kop- en langsgevels en de ritmische afwisseling daartussen die kenmerkend zijn voor de architectuur in het huidige Dreven, krijgen een herinterpretatie in de nieuwbouw. Om de perspectieven langs de openbare ruimtes te verlevendigen en van ritme te voorzien, wordt een afwisseling van gestrekte langsgevels en vooruitgeschoven ‘koppen’ gemaakt. In hoofdstuk drie wordt in beeld toegelicht waar deze koppen worden gemaakt. De koppen steken ca. 1,5m vooruit ten opzichte van de gestrekte gevels. Hoewel de koppen een integraal
onderdeel zijn van dezelfde signatuur als de rest van het ensemble, heeft de gevel een onderscheidende expressie ten opzichte van de gestrekte delen. Zo zijn de koppen minder gesloten dan de langsgevels (bijvoorbeeld doordat ze glas van vloer tot plafond hebben). Ook kunnen ze afwijken van de sterke nadruk op horizontaliteit die gevraagd wordt voor in langsgevels. Ook mogen ze de horizontale continuïteit van de plint doorbreken, al blijft de onderste laag evengoed de overhoogte behouden.
voorbeeld vooruitgeschoven koppen
inspiratiebeelden expressieve koppen
67
1. eenheid in het gevelvlak op
blokschaal
Horizontaliteit & ritmiek De gevelcompositie bespeelt meerdere schaalniveaus. Zowel de schaal van het blok, de schaal van de straat als de schaal van de woningen komt in de gevelcompositie tot uitdrukking. De gevels krijgen daartoe een ritmische opbouw waarin horizontale continuïteit dominant is verticale elementen zorgen voor verfijning en ritme. Dit kunnen gestapelde erkers zijn, trappenhuizen of grote verticale omlijste vensters bij bijzondere woningtypes. Hiermee wordt op terloopse wijze aangesloten op de kenmerkende gevelordening van veel bestaande bebouwing én vormgegeven aan een levendig perspectief in de straten.
2. horizontale continuïteit domineert de gevels
3. verticale elementen articuleren de woning en zorgen voor ritme en verfijning
68
gevelcompositie van de bestaande gebouwen geeft uitdrukking aan de woningen, de stijgpunten, de plint, en het bouwblok
Gevelcompositie bespeelt meerdere schaalniveaus
Gevelelementen als vensteropeningen, buitenruimtes, penanten, etc. vormen regelmatige ritmes in horizontale richting en worden herhaald in verticale richting. Net als in de bestaande gevels is dat een ABCBAABC...-ritme waarin drie verschillende modules worden afgewisseld.
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
niet zo... A
B
A
B
A
B
A
B
B
A A B zo ...maar
A
B
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
C
B
A
B
A
B
C
A
B
C
C A C B
B B B A
A C A A
B B B A
A
B
C
A
B
C
A
B
C
A
C
B CCB
A A B
B B B A
BA BC C BA
B
AC A
B
C
BA BC C BA
BA C
A
B
C
B
A
B
B
C
B
A
A
B
C
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A A A B
B B B A
B A B B
A B A A
A A A B
B B B A
A A A B
B C B C
A A A B
B B B A
B A B B
A A A B B B A A A BA BAB
C ABA
B A C B BB C C A
B
A
B
C
A
A
B
A C BB C
A
B
C
B
C
B
A
A
B
C
A
B
C
B
C
B
A
A
B
C
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
A
B B CA
B
A
B
B A AB
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
AB B CA
BB A
B
A
B
A
B A AB
B
A
C
BB A
AB
B
B
C
C
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
A
B B CA
B
A
B
A
B
A
B
B
A
A
B
A
AB B CA
A
B
A
B
A
C
B
A
B
A
B
C
A
B
A
B
C
B
B
A
B
A
B
A
A
B
A
B
A
B
? A
B
C
B
B
A
A
A
A
B
A
B
C
C
B
A
A
B
A
B
regelmatige ritmes van gevelopeningen
B
C A
B
AB
B A
B
A
B
A
B
A
B
A
B
A
A
B
A
B
A
B
A
B
A A
A
?
B
B
B
A
B
B
A
A
A
A
A A BB B
C
C
B
A
A
B
A
B
C C
C
AA
?
B B
A
CB A C
B
69
Plasticiteit & transparantie De gevels krijgen een zekere plasticiteit die voortkomt uit de structuur van het ontwerp en die teruggrijpt op de beeldtaal van de bebouwing in de omgeving. Negges, penanten, lateien, etc. kunnen hieraan bijdragen. Ook entrees, stijgpunten, kopgevels en buitenruimtes (gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten het gevelvlak) dragen bij aan een levendig gevelbeeld. De gevels krijgen, net als in de huidige bebouwing, een hoge mate van transparantie. De gevels bestaan in de stedelijke laag aan de buitenzijde van de bouwblokken (aan de openbare ruimte) voor minimaal 40% uit glas (transparant, helder). De vorm van de raamopeningen is vrij te kiezen.
plasticiteit in de gevel: vanaf het gevelvlak is er zowel beweging naar buiten als naar binnen van bouwkundige elementen plasticiteit in de gevel
Architectonische elementen Een aantal onderdelen vraagt speciale aandacht:
Buitenruimtes Buitenruimtes moeten onderdeel zijn van de architectonische compositie van het gebouw. Ze vormen een integraal onderdeel van de ritmische gevelcompositie. Net als bij veel van de modernistische bebouwing in de omgeving, liggen de buitenruimtes aan de straatzijde altijd in ieder geval deels binnen en deels buiten het gevelvlak. Wanneer een gebouw ofwel met een margestrook ofwel direct aanhet trottoir grenst, is de maximale uitkraging van de buitenruimtes aan de straatzijde 1,5 meter. Rond de binnenterreinen kunnen buitenruimtes volledig buiten het gevelvlak liggen.
Gedeeltelijke inpandige positie van buitenruimtes draagt bij aan plasticiteit van de gevel onderzijde van balkon met aandacht afgewerkt 1,5m
Gezien de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte dienen de onderzijden van balkons zorgvuldig afgewerkt te worden.
Buitenruimtes gedeeltelijk uitkragend en gedeeltelijk binnen het gevelvlak; uiterste uitkraging gelijk aan de diepte van de overgangszone.
71
Stijgpunten Stijgpunten die in het gevelvlak liggen dragen bij aan een expressief verticaal gevelritme.
72
Collectieve entrees Collectieve entrees zijn ruim opgezet en hoogwaardig afgewerkt. Ze hebben in de gevel een hoogte die minimaal gelijk is aan de plinthoogte van 4 meter, maar een extra overhoogte -al dan niet in samenhang met een in de gevel expressief gemaakt stijgpunt- is welkom. Ze hebben zowel een toegang aan de straatzijde als aan het collectieve binnenterrein. Ook is er doorzicht vanaf de straat naar het binnenterrein. Luifels of plaatselijk terugliggende gevels ter beschutting worden als meerwaarde gezien. De positionering van postbussen, oplaadpunten voor scootmobielen en andere voorzieningen zijn zorgvuldig geïntegreerd.
verticale expressie van stijgpunt in de gevels entree duidelijk leesbaar en ruim
≥plint
≥plint
doorzicht richting binnenterrein
doorzicht naar binnenterrein
hoogwaardige afwerking van entreehal
73
Collectieve fietsenstallingen Deze zijn gesitueerd op goed bereikbare, prominente plaatsen. Als ze aan de gevel liggen moeten ze hoogwaardig worden afgewerkt en bij voorkeur aansluiten op de entreehal en het afwerkingsniveau daarvan. Ook de verlichting - voor zover zichtbaar vanaf de straat vraagt om aandacht. Voorzieningen in een bouwblok zoals fietsenstallingen, oplaadpunten scootmobielen, afvalpunten, postbussen, pakketpunten en entrees worden gesitueerd aan korte en prettige looproutes en zodanig vormgegeven dat het aantrekkelijker wordt te voet of fiets te vertrekken dan met de auto.
BEWONER HAVENHOF:
“Handig dat we allemaal een vaste plek in het rek hebben. Ik loop nu niet het risico dat een bezoeker op mijn plek gaat staan. Wel irritant dat er regelmatig fietsen buiten de rekken staan. Die blokkeren nu het fietsrek.”
Hoofdstuk 5 – Praktijkvoorbeelden
74
fietsenstalling goed bereikbaar en hoogwaardig afgewerkt
19
Parkeergaragetoegangen Deze zijn integraal onderdeel van het gevelontwerp en onttrekken de auto’s aan het zicht vanaf de straat. Installaties in de vorm van kaartlezers, signalisatie en dergelijke bevinden zich achter de rooilijn.
parkeergaragetoegang subtiel geïntegreerd in het gevelontwerp
Technische en logistieke ruimtes in de plint In het algemeen geldt dat gesloten gevels, in het bijzonder in de plint, geminimaliseerd moeten worden. Het is echter onvermijdelijk dat sommige technische en logistieke ruimtes, bijvoorbeeld ten behoeve van afvalinzameling, aan de gevel raken. Deze ruimtes moeten zo geplaatst worden dat ze onderdeel zijn van de architectonische compositie en dat ze niet hinderlijk zijn in het straatbeeld. Dit moet in relatie tot het inrichtingsplan van de openbare ruimte worden bezien.
Technische ruimtes onderdeel van architectonische compositie
75
Galerijen Gevels aan de openbare ruimte zijn altijd ‘voorkanten’; er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels. Zowel aan de openbare ruimte als ook rond de binnentuinen dient er een prettige mix te zijn van gevels met slaapkamers en gevels met woonkamers. Galerijen vormen, ook aan de binnenzijde van een bouwblok, een integraal onderdeel van de architectonische compositie van het gebouw. De beëindiging van galerijen ter plaatse van open hoeken vraagt om extra aandacht. De buitengevel krijgt hier de overhand boven de galerij. Galerij loopt niet door tot aan de straat,...
Het wordt aangemoedigd om de galerijen met enige overmaat vorm te geven, opdat deze meer worden dan enkel verkeersruimte. Ook het rechtstreeks koppelen van galerijen aan de collectieve tuinen is een meerwaarde.
76
maar de buitengevel ‘vouwt’ rond de galerij
combinatie galerij en verblijfsruimte
Koppeling galerij en binnentuin
galerij is integraal onderdeel van het gebouw
77
Dakranden
Natuurinclusief bouwen
Het dak heeft een ofwel uitkragende ofwel opstaande rand. Dit geeft het gevelvlak een formele beëindiging en draagt bij aan het aan het zicht onttrekken van daktechniek vanaf de straat. Op de dakrand mogen geen hekken worden geplaatst. Ten behoeve van valbeveiliging kan een solide borstwering worden gebruikt die een integraal onderdeel van de gevelcompositie is.
Voorzieningen ten behoeve van natuurinclusiviteit worden aan de openbare zijde van de bouwblokken geïntegreerd in het gevelontwerp. Aan de binnenzijde, in de binnentuinen en de omringende gevels kunnen deze voorzieningen vrijer geplaatst worden.
Uitkragende of opstaande dakranden
Aan de binnenzijde kunnen voorzieningen voor natuurinclusiviteit vrijer geplaatst worden
78
Met het oog op natuurinclusiviteit en microklimaat, maar ook ter bevordering van aantrekkelijk uitzicht op het dakenlandschap vanuit de hoogbouw, wordt gevraagd de daken zo veel mogelijk groen in te richten.