CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310973 Reactie college onderzoeksrapporten toezichthouder Wmo en IGJ steekincident Grote Marktstraat 29-11-2019

Commissie Bestuur 12 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken5.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

OCW/10210714 RIS310973 Gemeenteraad

Contactpersoon

Wim Huson Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer

Datum

14070

30 november 2021

E-mailadres

wim.huson@denhaag.nl

Onderwerp

Reactie college onderzoeksrapporten toezichthouder Wmo en ‘afsluitbrief’ IGJ steekincident Grote Marktstraat 29 november 2019

Op 29 november 2019 raakten bij een steekincident in de Grote Marktstraat in Den Haag drie jonge mensen gewond. De dader van de steekpartij is in oktober 2020 veroordeeld tot één jaar cel en tbs met dwangverpleging voor poging tot zware mishandeling. Het college van burgemeester en wethouders (het college) wil vooropstellen dat het deze daad zeer betreurt en meeleeft met de slachtoffers. Het college heeft de toezichthouder Wmo, de GGD Haaglanden, in december 2019 opdracht gegeven om de gang van zaken rond dit ernstige incident te onderzoeken. De toezichthouder heeft na grondig onderzoek op 28 mei 2021 een tweetal rapporten aan het college aangeboden: 1) ‘Rapportage Toezicht Wmo. Signaalrapport Kessler Stichting, Locatie Zamenhof, Zamenhofstraat 6, Den Haag. Kortdurende opvang/doorstroomvoorziening’; 2) ‘Rapportage Toezicht Wmo, Ketensamenwerking calamiteit Grote Marktstraat’. U bent in een raadsmededeling op 6 juli 2021 (RIS309371) geïnformeerd over het voorgenomen besluit tot openbaarmaking van beide onderzoeksrapporten door het college, de wettelijke grondslag hiervan, de te doorlopen procedure en stappen en het daarbij beoogde tijdpad. Het college maakt deze beide rapporten hierbij actief openbaar, zie bijlagen 4 en 5.

In het tweede deel van deze brief reageert het college, zoals toegezegd door de waarnemend burgemeester, de heer Remkes, de wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid, mevrouw Parbhudayal en de wethouder Sociale Zaken en Werk, de heer Van Alphen, aan de vergadering van de commissies Bestuur en Samenleving op 29 januari 2020, op bovengenoemde rapporten en op de ‘afsluitbrief’ van een onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bij Parnassia naar aanleiding van dit steekincident. Om te beginnen worden in het eerste deel van deze brief de overige toezeggingen uit de commissies Bestuur en Samenleving op 29 januari 2020 gestand gedaan. Dit gebeurt in de vorm van een toelichting op de Haagse aanpak, waarbij achtereenvolgens wordt ingegaan op: a. de ‘lessons learned’ van beide besproken incidenten (gedoeld werd op de zaak Malek F. en het onderhavige incident); b. de werkwijze van het Daklozenloket, waaronder informatie over de intake; c. de procedure van aanmelden en registratie bij het Zorg- en Veiligheidshuis; d. de Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag. I: De Haagse aanpak

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

Hoewel helaas niet ieder incident is uit te sluiten doet de gemeente met haar ketenpartners wat binnen de in ons land vigerende wettelijke en financiële kaders in haar vermogen ligt om ernstige geweldsincidenten met (voormalige) patiënten van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) te voorkomen en de veiligheid van de inwoners van Den Haag en andere betrokkenen te waarborgen. De gemeente zet zich in om alle stappen in de keten zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Zij is wettelijk niet verantwoordelijk voor de GGZ en doet dit in de eerste plaats vanuit haar verantwoordelijkheid op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar zeker ook vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. Zoals de toezichthouder in zijn rapporten terecht aangeeft, heeft de ambulantisering en de daarmee gepaard gaande afbouw van de intramurale GGZ, die vanuit het Rijk is ingezet, gevolgen voor de instroom in de Wmo. Aanbieders van maatschappelijk opvang, evenals andere aanbieders van maatschappelijke ondersteuning kunnen hierdoor te maken krijgen met een complexere doelgroep met een hoger veiligheidsrisico dan voorheen. Hiervoor zijn vanuit het Rijk geen additionele financiële middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld.

Het college doet wat mogelijk is om desondanks goede ondersteuning en zorg te blijven bieden en de maatschappelijke veiligheid te waarborgen. Het ziet zich, mede naar aanleiding van het onderhavige steekincident, genoodzaakt om extra middelen ter beschikking te stellen aan de maatschappelijke opvang ten behoeve van de opvang en begeleiding van mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Deze middelen, €0,5 miljoen verspreid over twee jaar, worden ingezet ten behoeve van een pilot voor de EPA-doelgroep met gedragsproblematiek en een hoger risicoprofiel binnen de MO. De inhoud van deze pilot wordt in het tweede deel van deze brief beschreven in de reactie op het Signaalrapport Kessler Stichting. Het college is met het Rijk in gesprek over de maatschappelijke gevolgen van de ambulantisering in de vorm van de hogere druk op gemeentelijke en door de gemeente gefinancierde voorzieningen en de extra kosten die dit met zich meebrengt. In de periode 2015-2018 heeft het Rijk samen met de VNG op landelijk niveau achtereenvolgens een Aanjaagteam verwarde personen en een Schakelteam Personen met verward gedrag ingezet om eerst gemeenten en regio’s in Nederland aan te zetten tot het ontwikkelen van een sluitende aanpak rond deze personen. In Den Haag is in reactie hierop de Integrale aanpak voor personen met verward gedrag ontwikkeld (RIS299305).

Ook de invoering van de Wet verplichte GGZ in 2020 en de wijze waarop deze wet in Den Haag is geïmplementeerd (RIS304213) maakt deel uit van de Haagse aanpak voor personen met verward gedrag. Dat geldt ook voor de Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag in het Zorg- en Veiligheidshuis (RIS299722 en RIS304367), alsmede voor de inrichting van de integrale GGZ-wijkteams. Beide laatste onderdelen worden verderop in deze brief beschreven. Het college wil hier benadrukken dat personen met verward of onbegrepen gedrag en/of een ernstige psychische aandoening zeker niet altijd een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. Het beleid is erop gericht waar nodig in een zo vroeg mogelijk stadium hulp te bieden en op deze wijze ernstigere problemen te voorkomen. Er is de laatste jaren reeds veel bereikt, maar het college is vastbesloten om te blijven leren en de aanpak te blijven verbeteren. Het aspect van leren van calamiteiten is een belangrijke reden waarom het college heeft gevraagd om de onderhavige onderzoeken op te stellen en ervoor heeft gekozen om de onderzoeksrapporten actief openbaar te maken.

a. Lessons learned

2/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

U heeft het college gevraagd om te reflecteren op de ‘lessons learned’. De periode na het onderhavige incident is benut om in samenspraak met ketenpartners verbeteringen door te voeren waarmee lering wordt getrokken uit dit steekincident en het ernstige geweldsincident met Malek F. Hierbij benadrukt het college dat de wens en inzet om te leren veel breder in de organisatie ingebed is dan alleen naar aanleiding van dit incident en andere ernstige incidenten. Onderstaande leerpunten zijn dan ook geenszins uitsluitend terug te voeren op deze incidenten. Het college identificeert een drietal leerpunten, met een brede scope: 1)

Tijdige risico-inschatting begint in de wijk Het is nodig om in te zetten op vroegsignalering en het voorkomen van escalatie in een zo vroeg mogelijk stadium. Daartoe zijn samenwerking op wijkniveau, korte lijnen tussen zorgverleners en politie, een tijdige risico-inschatting en laagdrempelige opschalingsmogelijkheden onontbeerlijk. Daarom zet Den Haag met de integrale GGZ-wijkteams, op in Nederland unieke wijze, vol in op de integrale GGZ in de wijken. Parnassia heeft in Den Haag 14 door de gemeente gesubsidieerde GGZ-wijkteams ten behoeve van ambulante behandeling van zelfstandig in de wijken wonende mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Alle GGZ-wijkteams zijn sinds vorig jaar verbonden met het gemeentelijk aanbod in de Wmo, waardoor integrale GGZ-wijkteams ontstaan en de waardevolle verbinding tussen het zorgdomein en het sociaal domein tot stand wordt gebracht. In de praktijk wordt vanuit één multidisciplinair team alle ambulante zorg geboden, zodat er gemakkelijk kan worden op- en afgeschaald in intensiteit, al naar gelang wat de patiënt nodig heeft. Hierbij richt het behandel-, zorg-, en ondersteuningsaanbod zich naast de behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet op de voor herstel en stabiliteit belangrijke aspecten van wonen, dagbesteding, werken, leren, financiën, vrijetijdsbesteding en sociale - en familierelaties vanuit de Wmo.

Binnen deze ontwikkeling is de verbinding met het veiligheidsdomein en de politie een belangrijk aandachtspunt. Door de inzet van de GGZ-wijkteams en het zogeheten Politie Parnassia Project, van waaruit door Parnassia hulp wordt geboden op de politiebureaus, zijn de lijnen van de GGZ met de politie in veel wijken al kort. Beoogd wordt om in de nabije toekomst in het kader van de integrale GGZ-wijkteams deze samenwerking in Den Haag nog te intensiveren. Deze wijkgerichte werkwijze, met een nauwe samenwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid, vormt de basis voor de zorg aan personen met verward gedrag. Hiervan gaat een preventieve werking uit waar het ernstige incidenten betreft, omdat hiermee in een vroeg stadium kan worden ingespeeld op mogelijke problemen die ook de veiligheid raken. Als personen met verward gedrag vroegtijdig in beeld zijn, kan waar nodig op tijd worden opgeschaald naar verplichte zorg en/of het Zorg- en Veiligheidshuis.

2) Hoe concreter de afspraken op overgangsmomenten, des te sterker de keten en des te groter de veiligheid De overgangsmomenten in de keten zijn kwetsbaar en nopen tot concretere afspraken. Het proces van in- en uitstroom bij klinische opname in de GGZ is inzichtelijk gemaakt met een visualisatie (bijlage 1). Het betreft hier personen die uitstromen naar een zelfstandige woning, een instelling voor beschermd wonen (BW) of een plek in een instelling voor maatschappelijke opvang (MO). Beschermd wonen is een regeling voor iedereen die niet meer zelfstandig kan wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Maatschappelijke opvang is opvang en begeleiding voor mensen en gezinnen die dak- of thuisloos zijn.

3/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

De uitstroom van personen met een mogelijk veiligheidsrisico vanuit de klinische GGZ, in het bijzonder personen met een nog lopende maatregel in het wettelijk kader van gedwongen zorg (zorgmachtiging), en de voorwaarden waaronder deze uitstroom kan plaatsvinden is ook een belangrijk onderwerp van gesprek met GGZ-aanbieders. Gezien de positie van deze zorgaanbieder in Den Haag wordt met name gesproken met Parnassia. In deze gesprekken wordt ingegaan op de door de toezichthouder Wmo opgeworpen vraag wanneer veiligheidsrisico’s moeten prevaleren boven vanuit privacyvoorschriften ingegeven geheimhouding en hoe daar in het vervolg voldoende bij kan worden stilgestaan. Waar het specifiek gaat om uitstroom naar de MO zijn met de MO-instellingen afspraken gemaakt. Bij de betrokken Kessler Stichting zijn maatregelen ingezet om de veiligheid te verbeteren (zie de reactie op het Signaalrapport Kessler Stichting in het tweede deel van deze brief). Het Daklozenloket voert een verbetertraject door. Ook dit wordt verderop in deze brief nader beschreven. Om risico’s te verminderen zijn concrete afspraken in de keten over taakverdeling, informatieuitwisseling en timing van belang.

Deze zijn ten aanzien van de MO in Den Haag recent uitgewerkt en vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang (bijlagen 2 en 3), zoals beschreven in de paragraaf over de reactie op het Signaalrapport Kessler Stichting. 3) De aanpak van risicovol en verward gedrag is langdurig, intensief en regionaal Voor de EPA-groep met een veiligheidsrisico is het nodig om de langdurige intensieve ketensamenwerking op regionaal niveau te versterken. In 2018 is de Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag gestart (RIS299722). Deze regionale pilot wordt uitgevoerd in het Zorg- en Veiligheidshuis (in 2018 nog Veiligheidshuis geheten). Als belangrijke stap in het traject richting een langdurige en intensieve ketensamenwerking wordt in vervolg op deze pilot de regionale Intensieve Levensloopaanpak ingericht. Hierop wordt nader ingegaan in de paragraaf Toelichting Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag en Intensieve Levensloopaanpak (ILA). Hoewel er in de huidige systematiek niet voor is gekozen om binnen de invulling van de Wmo in Den Haag een specifiek doelgroepenbeleid te voeren, wordt binnen de Wmo en bij de invulling van de huisvestingsbehoefte rekening gehouden met de zwaarte van de cliënten. Ook is de hierboven beschreven aanpak met integrale GGZ-wijkteams expliciet gericht op mensen met een ernstige psychische aandoening.

b. Toelichting werkwijze Daklozenloket U hebt gevraagd naar de werkwijze van het Daklozenloket, dat de toegang tot de MO regelt, en informatie over de intake. De toezichthouder Wmo wijst er in de rapporten op dat de procedures bij het Daklozenloket voor verbetering vatbaar zijn. De procedure om aan te melden bij een zogenaamde Doorstroom-/ 24-uursvoorziening is vanaf april 2020 gewijzigd. In het nieuwe proces wordt elke melding opgepakt door een casemanager, die in een persoonlijk gesprek onderzoekt wat de ondersteuningsbehoefte van de cliënt is. De nieuwe procedure zorgt ervoor dat plaatsing van Wmo-cliënten in de MO altijd via het Daklozenloket van de gemeente verloopt. Als op voorhand al duidelijk is dat plaatsing in een BW-voorziening nodig is, wordt de melding doorgezet naar het ‘Team Wonen’ en pakt een specialist van dit team de casus op, zodat de juiste stappen gezet kunnen worden. Voor de zwaardere doelgroep die op de wachtlijst staat voor BW is van belang dat zij, met de juiste ondersteuning, in een prikkelarme voorziening de tijd tot plaatsing in een BW-voorziening kunnen overbruggen. Door de gemeente zijn met een aanbieder afspraken gemaakt om de hiertoe benodigde plekken te realiseren. Hiermee wordt voorkomen dat cliënten ondergebracht moeten worden in een reguliere setting in de maatschappelijke opvang.

4/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

In het voorjaar van 2021 heeft een extern bureau onderzoek gedaan naar het proces en de capaciteit van het Daklozenloket. Hieruit is een aantal verbeterpunten naar voren gekomen: • het optimaliseren/actualiseren van de procedures; • het maken van een kwaliteitsslag bij de medewerkers: vergroting van kennis/expertise bij de medewerkers over de verschillende doelgroepen en het inzetten van kwaliteitscoaches; • het waar nodig inzetten van Multidisciplinair Overleg (MDO). Een dergelijk overleg heeft als doel het inzichtelijk maken en afstemmen van de inschatting van problematiek vanuit verschillende betrokken ketenpartners. De verbeterpunten worden vanaf september 2021 door het Daklozenloket geïmplementeerd. Waar nodig zullen aanbieders hierbij worden betrokken. Hoewel deze verbeteringen los van het onderhavige steekincident zijn ingezet, vormen zij een antwoord op de aanbevelingen ten aanzien van het Daklozenloket zoals gedaan door de toezichthouder Wmo in het rapport Ketenrapportage: 1) Versterk bij het Daklozenloket de EPA-expertise. 2) Ga als Daklozenloket en aanbieders met elkaar in gesprek over wederzijdse verwachtingen, actualiseer procedures en zet deze op papier. 3) Kijk als Daklozenloket naar bredere inzetbaarheid van MDO’s voor de EPA-doelgroep. c.

Procedure van aanmelding bij het Zorg- en Veiligheidshuis U hebt gevraagd naar de procedure van aanmelden en registratie bij het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden (ZVHH). Het ZVHH is juridisch geen zelfstandige entiteit, maar een netwerkorganisatie waarin de negen gemeenten en de justitie- en zorgpartners in de regio vanuit hun eigen inhoudelijke verantwoordelijkheden als ketenpartners samenwerken. Ook de Kessler Stichting, Parnassia en zorgen veiligheidsmedewerkers van de gemeente maken deel uit van het ZVHH. De ketenpartners werken hierin samen aan complexe domeinoverstijgende casuïstiek. Het ZVHH faciliteert het proces, voert daarop de regie en adviseert vanuit expertise op ketensamenwerking. In een casusoverleg wordt informatie gedeeld. Op basis daarvan wordt een plan van aanpak opgesteld dat erop gericht is onveilige situaties te voorkomen. Een van de partijen wordt aangewezen als casusregisseur. Deze partij houdt de voortgang in de gaten en schakelt zo nodig met de voorzitter van het casusoverleg als weer een casusoverleg met alle partijen nodig is.

De precieze criteria om een casus (persoon of een gezin) aan te melden zijn: er zijn zorgen op meerdere leefgebieden; de veiligheid van betrokkene, zijn omgeving of de maatschappij is in het geding; er is samenwerking nodig tussen meerdere ketens (strafrecht, zorg, bestuur) en er is al van alles geprobeerd en ingezet, maar zonder positieve verandering. Dit zijn ‘en-en criteria’; aan al deze criteria moet voldaan zijn, voordat opschaling aan de orde is. Elke ketenpartner van het ZVHH kan een melding doen. De toezichthouder Wmo beveelt in het rapport Ketensamenwerking aan dat bij de EPA-doelgroep ketenpartners met elkaar afstemmen of er een melding bij het ZVHH moet worden gedaan en zo ja wie dat doet. Onderdeel van de genoemde Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang (bijlage 2) is het ‘Instroomproces maatschappelijke opvang Den Haag’ (deel 2 van de samenwerkingsbijeenkomst, zie bijlage 3). In dit instroomproces is opgenomen op welke momenten deze afstemming aan de orde is. Niettemin kan elke ketenpartner ook los van dit stroomschema een melding doen wanneer er zorgen zijn.

5/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

d. Toelichting Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag en Intensieve Levensloopaanpak (ILA) Uw raad is begin vorig jaar geïnformeerd over de voortgang van de Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag (RIS304367). In deze pilot, die sinds 2018 loopt en wordt gesubsidieerd vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid, staan ketenpartners samen rond een persoon met risicovol en verward gedrag teneinde een duurzame gedragsverandering te realiseren. Deze pilot is mede naar aanleiding van het steekincident van Malek F. op 5 mei 2018 en in antwoord op de ‘motie Top 600’ in de regio Haaglanden ingezet. De afgelopen jaren zijn 115 personen onderdeel van deze aanpak geweest. De pilot kent positieve resultaten: een afname van overlastgevend gedrag, meer diagnostiek en daarbij passende hulpverlening en meer kaders om behandeling te realiseren. Er blijven echter zorgen over een zogenaamde ‘harde kern’ binnen de doelgroep. Dit zijn personen die al langdurig in de aanpak zijn opgenomen, maar waarbij psychische problematiek in combinatie met zorgmijdend gedrag en/of middelengebruik en/of problemen op andere leefgebieden een positieve verandering nog in de weg blijven staan. Inmiddels wordt landelijk de zogenaamde Ketenveldnorm Levensloopfunctie en intensieve beveiligde zorg geïmplementeerd.

Hiermee wordt ingezet op samenwerken aan betere ondersteuning en zorg aan mensen met een psychische stoornis en/of een verslaving en/of een verstandelijke beperking én een hoog veiligheidsrisico. De Ketenveldnorm richt zich op mensen die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben, niet onder justitiële financieringsstromen vallen, maar wél (periodiek) een forensisch behandel- en begeleidingsklimaat met forensische expertise nodig hebben. Ingezet wordt op continuïteit van intensieve ondersteuning en zorg, het vroeg signaleren van risico's en het makkelijk op- en afschalen van ondersteuning en zorg. Deze zorg kan bestaan uit beveiligde klinische zorg, maar hulp kan ook worden gevonden in het sociaal domein. De lopende Pilot Intensieve aanpak Risicovol en Verward gedrag en de Ketenveldnorm zullen in onze regio worden geïntegreerd tot de Intensieve Levensloopaanpak (ILA). Het doel is om zodoende de doelgroep nog beter in beeld te krijgen en om ook de eerder genoemde ‘harde kern’ van een passende aanpak te voorzien. Zo wordt de aanzet gegeven tot opvolging van de aanbeveling van de toezichthouder Wmo in het rapport Ketensamenwerking om te investeren op een gedeelde regionale visie en ambitie op het zorgaanbod voor mensen met een ernstige psychische aandoening en een veiligheidsrisico. Dit najaar is een begin gemaakt met de uitvoering van de Intensieve Levensloopaanpak.

De intentie is om deze aanpak vanaf 2022 geïntensiveerd voort te zetten. Bestuurlijk wordt deze aanpak gevolgd in het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid Haaglanden, waar burgemeesters, wethouders, politie, OM en GGZ-instellingen uit de regio bij elkaar komen om knelpunten met elkaar op te lossen of landelijk te agenderen. Dit gremium is daarmee een platform voor knelpunten waar men aan de praktijk van de operationele casustafels niet uitkomt.

6/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

II: Reacties op de ‘afsluitbrief’ Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en rapporten toezichthouder Wmo Gang van zaken bij Parnassia en reactie op ‘afsluitbrief’ Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Het college heeft kennis genomen van het oordeel van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de aan de dader van het steekincident geboden zorg door Parnassia, zoals dat uit het eigen calamiteitenonderzoek onder extern voorzitterschap naar voren is gekomen. De Inspectie is van oordeel dat de gebeurtenis zorgvuldig is onderzocht en dat er door Parnassia voldoende verbetermaatregelen zijn geformuleerd. De Inspectie geeft aan dat de onderzoekscommissie van Parnassia concludeert dat er in het algemeen sprake is geweest van een zorgvuldige behandeling. Omdat de interne gang van zaken bij GGZ-instellingen niet tot de verantwoordelijkheden van het college behoort en omdat de calamiteitenrapportage die aan het oordeel van de IGJ ten grondslag ligt niet bij de gemeente bekend is, doet het college hierover geen uitspraken. Het gegeven dat de toezichthouder Wmo in het rapport Ketensamenwerking benoemt dat het van de politie heeft vernomen dat de onveilige sfeer voor het personeel op de kliniek de reden was om de patiënt in kwestie uit te plaatsen is besproken met Parnassia. Parnassia heeft benadrukt dat deze patiënt om zorginhoudelijke redenen is ontslagen uit de kliniek.

De IGJ concludeert op basis van de bevindingen van de onderzoekscommissie bij Parnassia dat een aantal aspecten betreffende risicosignalering en informatie-overdracht bij de overgang van Parnassia naar de Kessler Stichting beter had gekund. Deze noties onderschrijft het college, ook de rapporten van de toezichthouder Wmo indachtig. De overgang van patiënten vanuit de GGZ naar de MO en continuïteit van zorg daarbij is een belangrijk punt van aandacht, waarover reeds nieuwe afspraken zijn gemaakt (zie het eerdere leerpunt 2) en waarover het college met Parnassia in gesprek is. Parnassia heeft dit voorjaar samen met de betrokken ketenpartners een integraal verbeterplan ingediend bij de Inspectie dat voornamelijk betrekking heeft op samenwerking en het delen van informatie. De gemeente is hierbij op belangrijke onderdelen initiatiefnemer of betrokken en steunt dit verbeterplan. Op elementen uit dit verbeterplan wordt verderop nader ingegaan. Reactie op Signaalrapport Kessler Stichting: pilot EPA-doelgroep in maatschappelijke opvang en Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang In het Signaalrapport Kessler Stichting gaat de toezichthouder Wmo in op de situatie en gang van zaken bij de Kessler Stichting, locatie Zamenhof. De gemeente is hierbij betrokken omdat zij de Kessler Stichting op basis van de Wmo subsidieert en contracteert.

Dat was ook het geval ten aanzien van de voorzieningen (locatie en ondersteuning) waarvan de dader van het steekincident Grote Markstraat gebruik maakte na zijn overgang vanuit een klinische setting bij Parnassia. Gemeenten dragen volgens de Wmo zorg voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen en zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de uitvoering. Vooruitlopend op de uitkomst van de onderzoeken van de toezichthouder Wmo is de gemeente daarom in gesprek gegaan met de betrokken ketenpartners - te weten Parnassia, Kessler Stichting, Leger des Heils, Daklozenloket en het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden - over de werkwijze bij overdracht en informatiedeling. Dit heeft geresulteerd in afspraken die verderop in deze brief nader worden omschreven. Ook is besloten een tweejarige pilot op te starten voor de EPA-doelgroep met gedragsproblematiek en een hoger risicoprofiel binnen de 24 uurs-opvang. Pilot EPA-doelgroep met gedragsproblematiek en een hoger risicoprofiel binnen de 24 uurs-opvang De Kessler Stichting is een zorgaanbieder van Maatwerkarrangementen (MWA) en MO-aanbieder. Daarnaast biedt de Kessler Stichting forensische zorg en zorg in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz).

7/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

Alle door de gemeente gecontracteerde aanbieders van MWA dienen te voldoen aan de algemene kwaliteitseisen en aan de specifieke eisen per perceel (huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, wonen) binnen het MWA-contract, zodat de kwaliteit van de ondersteuning wordt geborgd. De gemeente heeft het onafhankelijk kwaliteitstoezicht Wmo, waaronder de MWA, belegd bij GGD Haaglanden. Het onafhankelijk rechtmatigheidstoezicht op de Wmo ligt bij de Inspecteur Subsidies van de gemeente op zowel publiek- als privaatrechtelijk terrein. Daarnaast bewaakt de gemeente de kwaliteit van MWA dienstverlening met de inzet van het team Contract- en relatiemanagement. Dit team zorgt voor monitoring, analyse, contracttoetsing en stimulering van verbeteringen bij zowel de gemeente als de aanbieders en de interactie tussen de gemeente en de aanbieders. Contract- en relatiemanagement onderhoudt contacten met de aanbieders, ziet toe op de kwaliteit, doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid en treedt indien nodig handhavend en sanctionerend op. Hierbij worden tevens signalen uit voortgangsrapportages van de aanbieders en signalen van cliënten betrokken.

In de eisen ten aanzien van MWA staat, en stond ook ten tijde van het steekincident, specifiek over de EPA-doelgroep het volgende: Bij cliënten met ernstige psychische aandoeningen (EPA) is intensieve samenwerking met de behandelaar van de cliënt noodzakelijk. De begeleiding vanuit de MWA en de behandeling vanuit de Zvw moet afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt flexibel af- en opgeschaald kunnen worden. De begeleider heeft op dit punt een signalerende rol richting de behandelaar. Begeleiding en behandeling wordt in samenhang geboden. In de toekomst zal dit steeds meer in de thuissituatie (beschermd thuis) worden georganiseerd. Hiervoor is intensieve samenwerking met de GGZ-teams in de wijken noodzakelijk. Door het college is in aanvulling hierop in reactie op de onderzoeksrapporten besloten om de komende twee jaar bij wijze van pilot voor de EPA-groep met gedragsproblematiek en een hoger risicoprofiel binnen de 24 uurs-opvang het ‘resultaatgebied Zelfzorg en Gezondheid’ (ZZG) met intensiteit ‘intensief’ in te zetten. Tevens zal deze EPA-cliënt ondersteuning op het ‘resultaatgebied Sociaal en persoonlijk functioneren’ (SPF) ontvangen, doorgaans op de intensiteit ‘plus’.

Over wiens taak en verantwoordelijkheid het is om deze aanvullende zorg ten gevolge van de ambulantisering en de bijbehorende druk op de MO te bekostigen is het college in gesprek met het Rijk. Met deze financiering kunnen de zorgaanbieders voor de EPA-groep organiseren dat er voldoende geschoold personeel met GGZ-expertise aanwezig is op de 24 uurs-opvang om de begeleiding in samenwerking met de behandelaren vorm te geven en ervoor te zorgen dat er altijd een actuele risicotaxatie en signaleringsplan aanwezig is. In oktober 2021 is aan het resultaatgebied Zelfzorg en Gezondheid (ZZG) in MWA, ten behoeve van de herziening van de MWA en anticiperend op de pilot, een passend resultaat toegevoegd: ‘De begeleider en de behandelaar van de cliënt werken samen om de (geestelijke) gezondheid van de cliënt te stabiliseren en/of te verbeteren. De cliënt accepteert dat zijn begeleider en behandelaar tijdens het ondersteuningstraject actief samenwerken om de (geestelijke) gezondheid van de cliënt te stabiliseren of te verbeteren. Wanneer dit resultaat wordt ingezet is het noodzakelijk dat de veiligheid van de cliënt, eventuele medecliënten en de begeleiding te allen tijde worden gewaarborgd d.m.v. een actuele risico inventarisatie en signaleringsplan .’ De pilot gaat op 1 januari 2022 van start.

Deze pilot wordt opgezet en uitgewerkt in samenspraak met de betrokken zorgaanbieders te weten: Kessler Stichting, Leger des Heils, Limor en Parnassia Groep. Zo maakt de pilot deel uit van het gezamenlijk antwoord van zorgaanbieders en gemeente op het steekincident in de Grote Marktstraat en de door de toezichthouder geconstateerde noodzaak om meer te doen voor de EPA-groep in de MO. De ervaringen die de komende twee jaar in de pilot worden opgedaan met het begeleiden van deze groep zullen worden meegenomen in de evaluatie en keuzes die worden gemaakt voor een eventuele herziening of nieuw inkooptraject van de MWA.

8/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

Reactie op kwaliteitsonderzoek bij Kessler Stichting Uit kwaliteitsonderzoek bij de Kessler Stichting komt naar voren dat de onderzochte afdeling van de Kessler Stichting op een aantal punten niet voldeed aan de gestelde kwaliteitseisen uit de regionale Kwaliteits-standaard Wmo die wordt gehanteerd voor het toezicht door GGD Haaglanden. Beoordeling op basis van deze kwaliteitseisen is passend, maar het college deelt het standpunt van de Kessler Stichting dat het niet juist is de instelling te beoordelen op criteria voor de EPA-groep die betrekking hebben op de GGZ. De toezichthouder doet dit in het rapport Ketensamenwerking waar hij zich zegt te baseren op de generieke module voor patiënten met EPA), onderdeel van de kwaliteitsstandaard voor de GGZ. Het college is met de Kessler Stichting in gesprek over de bevindingen en aanbevelingen van de onderzoeken van de toezichthouder Wmo en volgt het traject richting de verbeteringen die de toezichthouder van de Kessler Stichting eist op de voet. De voortgangsrapportage die de toezichthouder uiterlijk 1 september 2021 wenste te ontvangen was in dit traject ook voor het college een belangrijke indicator voor de benodigde verbeteringen.

In deze voortgangsrapportage worden verbetermaatregelen beschreven in de vorm van onder meer het aantrekken van een tweede GGZspecialist, een trainingsprogramma psychopathologie, het beter vastleggen van verantwoordelijkheden/taken voor depotmedicatie en leervermogen en zelfreflectie. Een belangrijk onderdeel van de verbetermaatregelen die door de Kessler Stichting worden beschreven is informatiedeling op overgangsmomenten in de zorg. Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang Gezamenlijk met de ketenpartners is een werkproces opgetekend met de instroomroute die een cliënt doorloopt voor de MO. Hierbij wordt rekening gehouden met de overgangsmomenten in de zorg, waarop relevante informatie gedeeld moet worden om een juiste beoordeling van de zorgbehoefte te maken en indien nodig risicotaxatie uit te voeren. Er wordt door de uitplaatsende zorgpartij voor elke klinische patiënt voorafgaand aan ontslag een crisissignaleringsplan opgesteld (welk gedrag geeft aan dat het goed gaat, welk gedrag wijst in de richting van een verslechtering en bij welk gedrag moet de zorg dringend opgeschaald worden). Dit crisissignaleringsplan is een essentieel onderdeel van de informatie die voor ontslag gedeeld wordt. Het nieuwe werkproces loopt vanaf het moment van aanmelding bij het Daklozenloket van de gemeente tot aan de definitieve plaatsing in de MO.

Ook de exclusiecriteria en voorwaarden voor plaatsing zijn opgetekend in het werkproces. De gemaakte afspraken zijn opgetekend in een Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang en het bijbehorende schematische Instroomproces Maatschappelijke Opvang Den Haag (zie bijlagen 2 en 3). Binnen het hierin beschreven proces wordt gebruik gemaakt van Multidisciplinair Overleg (MDO). Samen wordt bepaald welke zorg en ondersteuning nodig is en hoe deze wordt ingezet en gemonitord. Een MDO kan door iedere betrokken partner worden ingezet en vindt plaats aan de hand van een vast afwegingskader. Momenteel wordt een aantal zaken in het kader van de informatiedeling nog nader uitgewerkt: er worden onderlinge afspraken op detailniveau gemaakt en het implementatieproces binnen de betrokken organisaties wordt ingezet. Aanvullend op de samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt tussen betrokken partners in het ZVHH om de informatievoorziening onderling nog verder te verbeteren. Bij zorgen kunnen professionals altijd contact opnemen met het ZVHH voor nader advies en informatie in een casus. Met de samenwerkingsovereenkomst wordt een belangrijke verbetering doorgevoerd die maakt dat de overgang van de ene naar de andere instelling beter kan verlopen en niet kan plaatsvinden zonder dat deze voldoende is onderbouwd.

Onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst is dat de toegang tot de instellingen wordt bewaakt door het Daklozenloket van de gemeente.

9/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

Overige verbeteringen Vooruitlopend op de onderzoeksresultaten van de onderhavige onderzoeken is nog een aantal verbeterslagen ingezet. Er wordt met de zorgaanbieders nagegaan wat aanvullend nodig is om de zwaarste doelgroep goed en op de juiste plek te kunnen opvangen. Dit zal leiden tot een aantal verschuivingen in de verdeling van cliënten in de MO. Daarnaast is er met alle direct betrokken partijen, maar ook andere partijen zoals zorgverzekeraars, ervaringsdeskundigen en onderzoekers, gekeken naar structurele oplossingen voor begeleiding en huisvesting voor de zwaarste doelgroep. Hieruit is naar voren gekomen dat het wenselijk is dat sommige mensen de rest van hun leven begeleiding ontvangen vanuit een vaste begeleider. De begeleiding kan op basis van wat nodig is op- en afgeschaald worden. Dit sluit aan bij de hierboven geïntroduceerd Intensieve Levensloopaanpak. Ook blijkt het huidige woonaanbod niet altijd passend te zijn voor deze doelgroep, die veelal gebaat is bij stabiliteit, structuur en een prikkelarme omgeving (wat bijvoorbeeld woongroepen ongeschikt maakt). De woonmogelijkheden binnen Den Haag voor deze doelgroep worden nader verkend. Hierbij wordt ook gekeken naar ervaringen van andere gemeenten.

Het college heeft er vertrouwen in dat met de geadresseerde verbeterpunten en gemaakte afspraken adequaat wordt ingespeeld op de in het rapport Signaalonderzoek Kessler Stichting geconstateerde knelpunten. Reactie op rapport Ketensamenwerking en aanbevelingen In het rapport Ketensamenwerking zoomt de toezichthouder Wmo in op de samenwerking in deze casus tussen alle betrokken ketenpartners. De gemeente, meer in het bijzonder het Daklozenloket, is er daar één van. De aanbevelingen van de toezichthouder Wmo aan de gemeente in het rapport Ketensamenwerking zijn de volgende: • Versterk expertise en procedures bij het Daklozenloket Op deze aanbeveling en de zaken die daaronder vallen is ingegaan in de paragraaf over de werkwijze van het Daklozenloket. • Ga in gesprek met GGZ-instellingen over voorwaarden voor uitstroming Dit gesprek met de GGZ-instellingen over voorwaarden van uitstroom van de GGZ-instelling naar de Wmo-aanbieder wordt door de gemeente Den Haag gevoerd. Het heeft in breder verband geresulteerd in de hierboven genoemde Samenwerkingsovereenkomst Informatievoorziening Maatschappelijke Opvang. De uitkomsten van het rapport Ketensamenwerking zijn met de betrokken aanbieders besproken.

Met het plan voor een Intensieve Levensloopaanpak wordt de aanzet gegeven tot opvolging van de aanbeveling om te investeren op een gedeelde regionale visie en ambitie op het zorgaanbod voor mensen met EPA en een veiligheidsrisico. Door deze aanpak komt de doelgroep in de regio goed in beeld en kan beter worden ingespeeld op wat precies nodig is aan zorgaanbod en voorzieningen in het sociaal domein. De suggestie van de toezichthouder Wmo dat de GGZ-instelling als voorwaarde voor uitstroom kan stellen dat de EPA-patiënt een akkoord geeft op het delen van informatie wordt onderzocht en door het college meegenomen in de gesprekken met GGZ-aanbieders. Het gesprek over de interpretatie van het woord ‘stabiel’ en wanneer veiligheid prevaleert boven privacy zal conform aanbeveling van de toezichthouder Wmo in de keten worden geëntameerd.

10/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10210714

•

Overweeg in de toekomst doelgroepgerichte inkoop en organiseer gerichte monitoring Doelgroepgerichte inkoop past in de opvatting van het college niet binnen de vigerende kaders van de Wmo. De Wmo is namelijk gericht op individuele ondersteuning en begeleiding. Door de gemeente Den Haag wordt via de Maatwerkarrangementen per resultaatgebied de ondersteuning en zorg ingezet die past bij de individuele behoeften van de cliënt. Hierbij werden, zoals hierboven in de reactie op het Signaalrapport Kessler Stichting omschreven, reeds eisen gesteld aan de omgang met EPA-cliënten. De hierboven beschreven pilot richt zich specifiek op mensen met een ernstige psychische aandoening met gedragsproblematiek en een hoger risicoprofiel binnen de 24 uurs-opvang. Daarnaast wordt betere zorg en opvang geboden: door de hierboven benoemde verschuivingen in het aanbod en de verdeling van cliënten in de MO, het inrichten van plekken voor de zwaardere doelgroep die op de wachtlijst staat voor BW, meer structurele oplossingen voor de begeleiding en huisvesting van de zwaarste groep en het plan voor de Intensieve Levensloopaanpak.

Conclusie Zoals in de rapporten van de toezichthouder Wmo en in de afsluitbrief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is beschreven, is er bij grondige analyse een aantal zaken in de casus van de dader van het steekincident Grote Marktstraat niet goed gegaan. Dit trekt het college zich aan, voor wat betreft het eigen functioneren, bij de door de gemeente gesubsidieerde en anderszins vanuit de Wmo gefinancierde instelling voor maatschappelijke opvang Kessler Stichting, maar ook voor wat betreft de ketensamenwerking - waaronder de overdracht vanuit de GGZ-instelling en informatiedeling en aanmelding in het Zorg- en Veiligheidshuis. De verbeteringen in de keten die in samenwerking met en onder regie van de gemeente voorafgaand, na en naar aanleiding van dit steekincident en het steekincident met Malek F. zijn ingezet, zijn in deze brief beschreven. Het college heeft er vertrouwen in dat de zorg voor en opvang en aanpak van personen met EPA die een gevaar kunnen vormen voor zichzelf of hun omgeving hiermee beter wordt. Samen met haar lokale en regionale ketenpartners staat het college pal voor het bieden van zorg aan kwetsbare burgers en het veilig houden van de stad Den Haag voor iedereen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10933933/2