RIS310967 Beantwoording SV Schrap regels Participatiewet voor jongeren
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
8 maart 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Holman en mevrouw Arp, luidend: 'Schrap regels Participatiewet voor jongeren'
SZW/10251096 RIS310967
De raadsleden mevrouw Holman en mevrouw Arp hebben op 13 december 2021 een brief met daarin drie vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Werkzoekende jongeren in Utrecht kunnen direct een beroep doen op een uitkering. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat kwetsbare jongeren in de schulden komen en uit beeld raken. Jongeren moeten volgens de Participatiewet eerst vier weken zelfstandig zoeken naar een opleiding of werk voor ze werkbemiddeling en een uitkering kunnen krijgen. Die termijn wordt nu dus door de gemeente Utrecht geschrapt. Ook mogen Utrechtse jongeren tot maximaal 221 euro van hun inkomsten uit vrijwilligers- of deeltijdwerk houden naast hun uitkering. In Den Haag mogen jongeren tot 27 jaar niet (meer) bijverdienen naast hun uitkering, blijkt uit antwoord op eerdere schriftelijke vragen (RIS308644). 1.
Is het college bekend met het nieuwe beleid t.a.v. jongeren en de Participatiewet in Utrecht?
Ja, het college is hiermee bekend. Overigens gaat het hier niet om nieuw beleid, maar om voortzetting van het Rijksbeleid om de gevolgen van de coronacrisis voor jongeren op te vangen. Vanaf maart 2020 tot 1 oktober 2021 heeft het Rijk de regels rondom de vier weken zoektermijn en de vrijlatingsregeling voor jongvolwassenen tijdelijk verruimd (Tijdelijke wet maatregelen Covid 19). Per 1 oktober 2021 heeft het Rijk deze wet beëindigd. Vanwege de kwetsbare situatie waarin jongeren zitten, heeft Utrecht recent besloten de twee verruimingen voor jongvolwassenen op gebied van Werk en Inkomen tot en met 2022 voort te zetten. 2.
Is het college het met de PvdA en SP eens dat het ook een goed idee voor Den Haag zou zijn als jongeren direct een beroep kunnen doen op een uitkering in plaats van dat zij 4 weken moeten wachten, zodat zij niet in de schulden komen en uit beeld raken? Zo ja, hoe en wanneer kunnen we dit in Den Haag invoeren? Zo nee, waarom niet?
Utrecht signaleert dat de huidige doelgroep van jongeren die een aanvraag doen voor een uitkering vooral bestaat uit een kwetsbare groep jongvolwassenen, vaak met problemen op meerdere leefgebieden. We herkennen in Den Haag de signalen uit Utrecht. Het college deelt dan ook met de PvdA en SP dat het standaard hanteren van een zoektermijn voor deze groep jongeren niet de juiste aanpak is.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10251096
We hebben in Den Haag een intensieve jongerenaanpak ter voorkoming en terugdringing van jeugdwerkloosheid. Hiervoor hanteren we in Den Haag al langer maatwerk: jongeren die kwetsbaar zijn op de diverse gebieden krijgen een zoekperiode op maat of helemaal geen zoekperiode, afhankelijk van de individuele situatie. Dus kwetsbare jongeren die anders in de problemen dreigen te komen krijgen op basis van maatwerk direct een uitkering in plaats van dat zij 4 weken moeten wachten. Elke jongere die bij ons aanklopt voor een uitkering wordt individueel beoordeeld. Afhankelijk van de individuele situatie van de jongere wordt hulp en ondersteuning op maat geboden. Het Jongerenpunt070 speelt hierin een centrale rol om jongeren te begeleiden naar werk, school of een ander perspectief. Of een uitkering nu uiteindelijk wordt toegekend of niet, de begeleiding vanuit het Jongerenpunt070 wordt (als de jongere dat wil) voortgezet. Evenzo als dat jongeren die geen uitkering aanvragen rechtstreeks bij het Jongerenpunt070 terecht kunnen, waarbij uitgebreide dienstverlening voor de brede doelgroep jongeren beschikbaar is. Zoals vanuit de menukaart met interventies van Den Haag Werkt, leerwerkplekken en praktijkleren. Een generieke aanpak zoals in Utrecht om voor álle jongeren standaard de zoektermijn van 4 weken los te laten acht het college daarom niet nodig.
We passen voor iedereen maatwerk toe, waarbij het belang van de jongeren centraal staat. In Utrecht mogen jongeren tot 221 euro bijverdienen in de bijstand. In antwoord op eerdere schriftelijke vragen (RIS308644) schrijft het college: “Via een wetsvoorstel is geregeld dat jongeren tot 27 jaar sinds november 2020 ook in aanmerking komen voor deze vrijlatingen op inkomsten uit arbeid. Deze regeling is tijdelijk van aard. Na nog eenmaal verlengd met een periode van 3 maanden, is de regeling per 1 oktober 2021 definitief beëindigd.” Utrecht wijkt hier dus vanaf. 3.
Kan het college in navolging van Utrecht alsnog afwijken, en het mogelijk maken voor jongeren om bij te verdienen in de bijstand, eventueel in overleg met de gemeente Utrecht om te kijken hoe zij dit aanpakken? Zo nee, waarom niet?
Elke jongere die bij ons aanklopt voor een uitkering wordt op maat beoordeeld. Een aanpak zoals in Utrecht om voor álle jongeren de vrijlatingsregeling niet toe te passen vindt het college dan ook niet passend bij de Haagse aanpak op maat. Zoals vermeld in de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen ‘Maak ook in Den Haag meer bijverdienen in de bijstand mogelijk’ (RIS 308644) is het college voornemens om ook in Den Haag meer bijverdienen in de bijstand op rechtmatige wijze mogelijk te maken. Het college brengt momenteel alle mogelijkheden hiervoor in kaart. Dit vooruitlopend op de aankondiging van het nieuwe kabinet in het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ om de bijverdiengrenzen in de Participatiewet te willen verruimen. De gemeente Utrecht heeft een schriftelijke reactie van het Rijk gehad dat het besluit tot verruimingen voor jongvolwassenen op gebied van Werk en Inkomen leidt tot een onrechtmatige toepassing van de Participatiewet. In deze reactie vraagt het Rijk de gemeente Utrecht om te komen met een nadere toelichting. Op de toelichting van de gemeente Utrecht heeft het Rijk nog niet gereageerd. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2