CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310933 Bijlage 1

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, mevrouw Bruines, inzake Evaluatie en verlenging gemeenschappelijk regeling Industrieschap de Plaspoelpolder (GRIPP)’ (RIS310933)4.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 EVALUATIE IPP 0. Inleiding/achtergrond Het IPP is een samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Den Haag en Rijswijk. De gemeenschappelijke regeling is in werking getreden in 1953. Het IPP is indertijd opgericht omdat er binnen de gemeentegrenzen van Den Haag onvoldoende vestigingsruimte was voor bedrijven. Met de ontwikkeling van de Plaspoelpolder door het IPP konden Haagse bedrijven zich vestigen tegen de gemeentegrens aan. Naast de Plaspoelpolder zijn ook andere bedrijventerreinen door het IPP ontwikkeld als Wateringseveld, Ypenburg en Hoornwijck. Stuk voor stuk zijn dit terreinen met een regionale functie zowel voor bedrijven als voor werknemers. Werkgebieden IPP Locatie Plaspoelpolder

Bedrijven 400

Werkgelegenheid 15.000

Ypenburg

100

1.800

Wateringseveld

200+

2.000+

Hoornwijck

110

1.900

Belangrijkste bedrijven/instellingen European Patent Office, TUI, KIWA, IND, CAK, RWS en vele MKB-bedrijven in dienstverlening en maakindustrie Technology Park Ypenburg, NFI, DHL, en meerdere MKB-bedrijven o.a. in automotive en logistiek Hornbach, Renewi, en meerdere MKBbedrijven in reparatie, installatie en groothandels Nederlandse Loterij, Bergman Clinics en meerdere MKB-bedrijven in verhuur, zorg en dienstverlening. Met name kantoorpanden

Per 1 januari 2017 is de gewijzigde gemeenschappelijke regeling in werking getreden, nadat de gemeenteraden van Den Haag en Rijswijk in december 2016 hiermee hadden ingestemd (RIS 295528). De gemeenschappelijke regeling heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. Verlenging vindt vervolgens plaats per periode van vier jaar tenzij één van de deelnemende gemeenten tenminste één jaar voor het einde van de lopende periode te kennen geeft verlenging niet wenselijk te achten (art 34 Gemeenschappelijk Regeling Industrieschap De Plaspoelpolder). Het IPP heeft in 2021 drie projecten in voorbereiding/ontwikkeling: in Den Haag de locaties Hoornwijck en Sylvain Poonsstraat en in Rijswijk: de locatie Treubstraat. Deze evaluatie gaat over de periode vanaf 1-1-2017, waardoor ook de afgeronde grondexploitaties Wateringse Veld en Harbour Village kort worden behandeld. Daarnaast heeft het bestuur van IPP in 2021 een toekomstverkenning uitgevoerd. De toelichting op alle uitgevoerde en toekomstige projecten door het IPP is in bijlage 3 nadere toelichting projecten IPP terug te vinden. De evaluatie van het IPP is intern uitgevoerd aan de hand van vijf vragen zoals opgenomen in het huidige beleidskader Verbonden Partijen (RIS296919). Vraag 1.

Sluiten doelstelling en beleid van de verbonden partij nog steeds aan bij de doelstelling van de gemeente? Doelstelling IPP Het IPP heeft als doelstelling om door middel van het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en het bevorderen van de werkgelegenheid. Het IPP vervult daarmee een functie voor Haagse bedrijven die huisvesting zoeken of bedrijven die Den Haag als verzorgingsgebied hebben. Het IPP heeft de afgelopen jaren veel projecten op bedrijventerreinen in Den Haag en Rijswijk gerealiseerd die het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid hebben verbeterd.

Het IPP heeft 17.792 m² grond uitgegeven en 17.926 m² bvo herstructureerd in de periode 2017-2021. Grof geschat heeft dit ca. 220 arbeidsplaatsen opgeleverd. Het publieke belang voor de gemeente Den Haag bij de oprichting van het IPP in 1953 was het zorgen voor voldoende ruimte voor bedrijven om zich te vestigen en zodoende werkgelegenheid te creëren voor de Haagse bevolking. Binnen de gemeentegrenzen van Den Haag was er onvoldoende ruimte om aan de vraag naar vestigingslocaties voor bedrijven te kunnen voldoen. Deze problematiek is de laatste jaren weer actueel geworden. Den Haag heeft voor haar bedrijven of bedrijven die Den Haag als verzorgingsgebied hebben binnen de gemeentegrens onvoldoende ruimte. De vraag naar bedrijfslocaties binnen Den Haag maar ook regionaal is groot. Het aanbod is echter zeer beperkt. Binnen Den Haag en regionaal zijn er praktisch geen greenfields meer waarop bedrijven zich kunnen vestigen. De revitalisering, verdichting en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen neemt daarom in belang toe. Hiermee wordt beoogd dat de economische waarde van bedrijventerreinen in stand blijft en dat bedrijven herinvesteren in plaats van wegtrekken. Ook wordt door herstructurering het vestigingsklimaat verbeterd en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het op peil houden van de werkgelegenheid van Den Haag voor alle opleidingsniveaus.

Het IPP heeft de afgelopen jaren een aantal vrije kavels op de markt gezet en is met de planvorming van de laatste vrije kavel bezig. Daarnaast heeft het IPP in 2016 het herstructureringsproject Treubstraat gestart en is hiermee erg succesvol. Hiermee draagt het IPP bij aan de doelstellingen die Den Haag heeft geformuleerd in haar Economische visie om voldoende ruimte te realiseren in aantrekkelijke werkmilieus. Conclusie vraag 1: Sluiten doelstelling en beleid van de verbonden partij nog steeds aan bij de doelstelling van de gemeente? Ja, de doelstellingen en het beleid van de verbonden partij IPP sluiten nog steeds aan bij de doelstelling van de gemeente Den Haag. Beiden hebben als doelstelling het creëren van werkgelegenheid en het verbeteren van het vestigingsklimaat. Vanaf 1-1-2017 heeft het IPP veel projecten gerealiseerd op het gebied van bedrijfshuisvesting. Het IPP 17.792 m² grond heeft uitgegeven en 17.926 m² bvo heeft herstructureerd in periode 2017-2021. Grof geschat heeft dit ca. 220 arbeidsplaatsen opgeleverd. De oorspronkelijke reden om een verbonden partij te sluiten, namelijk gebrek aan ruimte om binnen de gemeentegrenzen werkgelegenheidsdoelstellingen te realiseren, is nog steeds van toepassing. Het is een enorme opgave om bedrijfshuisvesting aan te jagen in de stad.

Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen komt vaak moeizaam tot stand en is kapitaalintensief. Het IPP heeft de afgelopen jaren veel expertise opgebouwd met herstructurering van terreinen, wat zeer waardevol is voor de gemeente.

Vraag 2. Is de huidige organisatievorm nog steeds de meest geschikte manier om dit publieke belang, verbetering vestigingsklimaat en creëren werkgelegenheid, te borgen? Als organisatievorm voor het IPP is gekozen voor een gemeenschappelijke regeling tussen gemeente Den Haag en Rijswijk, waarin beide gemeenten voor 50% participeren. Beide gemeenten hebben 50% zeggenschap en 50% financieel belang. In onderstaand overzicht wordt ingegaan op de belangrijkste kenmerken van de organisatie IPP : Gemeenschappelijke regeling IPP Wethouders van Den Haag en Rijswijk hebben zitting in Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB). Voor Den Haag: DB: Saskia Bruines, AB: Saskia Bruines, Anne Mulder en nog te benoemen opvolger Bert van Alphen, de heer Kapteijns. Vanuit gemeente Rijswijk 2 wethouder in AB en 4 wethouders in DB. Stembelang: Beide gemeenten hebben ieder een zeggenschap van 50%. Wie benoemt/ontslaat het bestuur/de directie? Leden AB door betreffende college, DB leden door AB en de directie door DB, gehoord het AB. Financieel belang: Beide gemeenten hebben ieder een financieel belang van 50%. Vergaderingen organisatie 2x per jaar AB, ongeveer 4x per jaar DB. Aanwezig namens IPP: directie, hoofdcontroller, bestuurssecretaris, secretaris, projectleiders. Aanwezig namens gemeenten: wethouders + strategisch adviseur Den Haag.

Maandelijks directieoverleg IPP: strategisch adviseur Den Haag sluit hier ook bij aan. Verder indien nodig bilateraal overleg directeur- strategisch adviseur, om Haags belang in IPP te stroomlijnen. Directeuren namens Den Haag en Rijswijk Directeur IDC, ambtelijke benoeming Den Haag en directeur Rijswijk Buiten, ambtelijke benoeming Rijswijk (artikel 22 lid 7 GR). Gedetacheerd namens Den Haag en Rijswijk Er zijn geen projectleiders en planeconoom meer namens Den Haag gedetacheerd. Vanuit de gemeente Rijswijk zijn de hoofdcontroller, controller en administrateur gedetacheerd.

Het IPP heeft de afgelopen jaren veel projecten op bedrijventerreinen in Den Haag en Rijswijk gerealiseerd die het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid hebben verbeterd. Om banen te creëren is het van belang dat er voldoende locaties beschikbaar zijn waar bedrijven zich kunnen vestigen. Binnen de gemeente Den Haag is er gebrek aan ruimte voor bedrijven. De vraag naar bedrijfsruimte is groter dan het aanbod. De gemeente Den Haag kan vanwege haar ligging de vraag naar ruimte voor bedrijven niet volledig binnen haar gemeentegrenzen faciliteren. Daarnaast is ook de schaal waarop de bedrijventerreinenmarkt zich beweegt bovengemeentelijk. Bedrijven kijken op regionale schaal naar vestigingsplaatsen. Gemeente Den Haag heeft hierdoor belang bij regionale samenwerking op gebied van ontwikkeling en realisatie van bedrijventerreinen. De bedrijvenschappen HarnaschPolder en industrieschap De PlasPoelpolder zijn beide uitvoeringsorganisaties die mede uitvoering geven aan het huidige, regionale bedrijventerreinenbeleid. Ook werkt de gemeente met de gemeenten Delft, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Zoetermeer samen in de netwerkorganisatie Businesspark Haaglanden. De nieuwe bedrijventerreinenstrategie van de gemeente Den Haag beoogt Den Haag en de regio te versterken met bedrijfshuisvesting en gebiedsontwikkeling.

Naast het verdichten, vernieuwen en verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen zet Den Haag ook in op ontwikkelen van extra vierkante meters bedrijventerrein binnen de stadsgrenzen. Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen komt vaak moeizaam tot stand en is kapitaalintensief. Bestaande eigenaren werken te weinig samen en hebben ook te weinig middelen om gezamenlijk bepaalde verouderde locaties op te kopen om te slopen en te vernieuwen of om bestaande panden te verduurzamen. Deze middelen heeft het IPP wel en ook daadwerkelijk ingezet bij het opkopen van een zestal locaties bij de Treubstraat. De kennis die het IPP daar heeft opgedaan is dan ook zeer waardevol voor de gemeente. De samenwerking tussen medewerkers van de afdeling Economie van Den Haag en het IPP loopt goed. Vanwege haar expertise is vanuit BIZ Westvlietweg en de gemeente Den Haag het IPP gevraagd om mee te denken aan de toekomstige ontwikkeling en herstructurering van het bedrijventerrein Westvlietweg.

Ook komt het voor dat de gemeente Den Haag voor ontwikkeling van woningbouwlocaties bedrijven wil uitplaatsen naar omliggende bedrijventerreinen buiten de gemeentegrenzen. In dat kader wordt bijvoorbeeld de komende jaren gezocht naar ruimte om bedrijven uit de Binckhorst uit te plaatsen. In andere grootstedelijke regio’s of provincies zijn dit soort taken en bevoegdheden belegd bij regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Onder andere bijvoorbeeld Oost N.V. (provincies Overijssel/Gelderland), BOM (Noord-Brabant), LIOF (Limburg) en OMU (provincie Utrecht) kunnen actief grond- en ontwikkelbeleid voeren op bedrijventerreinen. In Zuid-Holland is IQ actief op het gebied van innovatie, participatie en clusterontwikkeling, maar ontwikkeltaken vallen niet onder het mandaat. Het IPP biedt de gemeente Den Haag (en de gemeente Rijswijk) de mogelijkheid gericht actief grondbeleid te voeren op bedrijventerreinen wanneer dat noodzakelijk is. Gezien de druk op de ruimte in de stad en het belang van behoud van ruimte om te werken voor de groeiende stad is een organisatie van zeer groot belang. Het behoud van de kennis, kunde, mandaat en mogelijkheden van IPP draagt bij aan de slagkracht van de gemeenten. Bij het verdwijnen van het IPP, verdwijnt de behoefte aan een dergelijk instrument niet en zal het de nodige moeite, tijd en investering vragen om iets dergelijks weer op te bouwen.

Het behoud van het IPP past ook bij de ambities uit de Economische Visie (RIS303550) om de vastgoeddynamiek te stimuleren. Conclusie vraag 2. Is de huidige organisatievorm van de verbonden partij nog steeds de meest geschikte manier om dit publieke belang te borgen? Ja, gezien de beperkte ruimte binnen de gemeentegrenzen van Den Haag en de regionale werking van de bedrijventerreinmarkt is de huidige organisatievorm van de verbonden partij nog steeds de beste manier om het publieke belang verbetering vestigingsklimaat en creëren werkgelegenheid te borgen. Vraag 3. In welke mate sluit het stelsel van beheersen, sturen en afleggen van verantwoording, ofwel governance van de verbonden partij, aan bij de gemeentelijke doelstelling met de verbonden partij Verdeling bevoegdheden zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling IPP: Het IPP heeft een algemeen bestuur (AB), een dagelijks bestuur (DB), een directie en een projectorganisatie inclusief ondersteunend personeel. Het algemeen bestuur is een kaderstellend orgaan en stelt de algemene financiële en beleidsmatige kaders vast voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het IPP. Het algemeen bestuur wordt gevormd door de wethouders van de deelnemende gemeente (Den Haag 3 wethouders en Rijswijk 4 wethouders).

Het dagelijks bestuur kan worden beschouwd als de bestuurlijke opdrachtgever en bepaalt als zodanig de strategie en het te voeren beleid. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door wethouders van de deelnemende gemeenten (Den Haag 1 wethouder, Rijswijk 2 wethouders). De directie kan worden beschouwd als de ambtelijk opdrachtgever die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en legt hierover verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Beide gemeenten leveren aan het schap 1 directeur: directeur IDC, ambtelijke benoeming Den Haag en directeur Rijswijk Buiten, ambtelijke benoeming Rijswijk. De benoeming van ambtelijke directeuren is in overeenstemming met artikel 22 lid 7 van de GR IPP, maar is niet in overeenstemming met het Beleidskader verbonden partijen (zie op volgende pagina’s o.a. bij alinea Beleidskader verbonden partijen 2017). Leden projectorganisatie IPP Naast de ambtelijke directeuren zijn er diverse ambtenaren uit Rijswijk die zitting hebben in de projectorganisatie, zoals de hoofdcontroller, controller en administrateur. In de projectorganisatie is geen andere ambtenaar uit Den Haag dan de directeur. De functies van projectleider, planeconoom en (bestuurs)secretaris worden extern ingehuurd.

Informatievoorziening naar de raad: Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr): Begroting/begrotingswijzigingen: zienswijzeprocedure In 2021 is het voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure Programmabegroting 2022-2025 Industrieschap de Plaspoelpolder naar de raad gestuurd en daarnaast op tijd bij de provincie aangeleverd. In 2019 en 2020 is vanwege onderhandelingen over de afslanking van het algemeen bestuur de programmabegroting te laat aangeleverd. -

Jaarstukken: ter kennisname

In 2021 is de jaarrekening 2020 ter kennisname naar de raad gestuurd (RIS308476). Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling (GR): Halfjaarrapportage (sinds 2017): ter kennisname De halfjaarrapportage is geen wettelijke verplichting, maar is sinds 2017 vastgelegd in de GR IPP. Tot 2019 is het halfjaarbericht steeds aangeleverd, maar in coronatijd zijn de halfjaarrapportages niet aangeleverd. Het bestuur van het IPP heeft toegezegd in 2022 weer een halfjaarrapportage op te leveren. Ook kan op verzoek van de gemeenteraad extra informatie aan het bestuur van IPP gevraagd worden. Governance/toezicht vanuit Den Haag: De strategisch adviseur van de verbonden partij zorgt voor de voorbereiding van de inhoudelijke sturing en toetsing; advisering aan College, leden DB en AB. Daarbij wordt zij bijgestaan door interne planeconoom en controller van DSO. Een onderdeel van de beheersing van verbonden partijen is ook de mogelijke uitvoering van een periodieke toets van de financiële beheersing bij verbonden partijen door de gemeentelijke accountantsdienst (GAD). In 2018 (RIS300513) heeft de GAD in opdracht van de Rekeningencommissie onderzoek uitgevoerd naar het Industrieschap de Plaspoelpolder.

De conclusies van het onderzoek zijn positief: - de beleidsdoeleinden van de gemeente en het IPP liggen op een lijn, zijn helder beschreven en er wordt transparant over gecommuniceerd; - de gerealiseerde prestaties zijn in lijn met de doelstelling van de gemeenschappelijke regeling; - de governancestructuur van het IPP is van voldoende niveau; - de governancestructuur van het IPP voldoet aan het geldende beleidskader verbonden partijen. Tenslotte houdt het expertisecentrum Verbonden Partijen zich bezig met de beheersmatige toetsing en coördinatie van alle verbonden partijen. Beleidskader verbonden partijen 2017 In oktober 2017 is het beleidskader Verbonden Partijen (RIS296919) vastgesteld door de raad. Conform het beleidskader verbonden partijen mag de gemeentelijke directeur Den Haag in principe niet een ambtenaar van de gemeente Den Haag zijn om belangenverstrengeling te voorkomen (of verkeerde beeldvorming te voorkomen). In 2017 is echter ook het besluit genomen om bestaande benoemingen bij onder andere het IPP te handhaven, totdat een natuurlijk moment wordt gevonden. Het verlengen van de looptijd van de verbonden partij van de verbonden partijen wordt bij het beleidskader Verbonden Partijen (RIS296919) aangegeven als een natuurlijk moment om opnieuw een niet ambtelijke directeur te overwegen.

Bij deze evaluatie wordt daarom geadviseerd om een onafhankelijk directeur vanuit de gemeente Den Haag te benoemen. Daar staat wel tegenover dat de gemeente Rijswijk nog steeds een ambtelijk directeur afvaardigt en daarnaast ook de hoofdcontroller, controller en administrateur.

Daarom zou bij het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling van het IPP opnieuw naar de benoeming van twee directeuren gekeken kunnen worden. Het kan de voorkeur verdienen om 1 onafhankelijk directeur voor het IPP te benoemen en hierover in overleg te treden met de gemeente Rijswijk. Conclusie vraag 3: In welke mate sluit het stelsel van beheersen, sturen en afleggen van verantwoording, ofwel governance van de verbonden partij, aan bij de gemeentelijke doelstelling met de verbonden partij? De governance van de verbonden partij sluit nog steeds aan bij de gemeentelijke doelstelling met de verbonden partij. Vraag 4. Wat zijn de financiële doelstellingen van de gemeente en worden deze behaald? Het IPP heeft niet als doel winst te maken, maar winst stelt het IPP wel in staat om nieuwe projecten op te starten. In onderstaande paragraaf wordt nader ingegaan op de financiële positie van het IPP. Jaarrekening 2020/Resultaat De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en verantwoording. De jaarrekening 2020 sluit met een positief financieel resultaat van € 919.184. Dit resultaat wordt in belangrijke mate bepaald door de uitlichting van locaties 1 en 5 uit de grondexploitatie Treubstraat naar de jaarrekening, waar de herstructureringsprojecten worden verantwoord. Het positief resultaat van € 919.184 is toegevoegd aan de algemene reserve.

Risico en reserves De onderhanden projecten van het IPP hebben een berekend risicoprofiel van € 1,72 mln. Uit de jaarrekening 2020 blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit van het IPP ultimo 2020 € 13,1 mln. bedraagt en is daarmee toereikend om de risico’s van de huidige projecten op te vangen. Daarnaast is het IPP met deze reserve in staat om nieuwe grote kapitaalintensieve projecten op te starten. Conclusie vraag 4. Wat zijn de financiële doelstellingen van de gemeente en worden deze behaald? De publieke doelen van het IPP worden zonder financiële bijdrage vanuit de gemeente Den Haag gerealiseerd. De projecten van het IPP zijn kapitaalintensief. Door de reserve van € 13,1 mln. is het IPP in staat om de huidige projecten uit te voeren en nieuwe grote kapitaalintensieve projecten op te starten. Vraag 5. Wat zijn de uittredingsmogelijkheden van de Verbonden Partij? Conform het beleidskader Verbonden Partijen van de gemeente Den Haag 2017 dient elke verbonden partij periodiek te worden geëvalueerd. Het meest logische moment is om deze evaluatie te houden op het moment dat een keuze moet worden gemaakt of de verbonden partij in stand wordt gehouden of dat het liquidatieproces in gang wordt gezet. Op 31-12-2022 loopt de huidige gemeenschappelijke regeling af.

Als één van de partijen de samenwerking wil opzeggen, dan dient dit uiterlijk 31-12-2021 kenbaar gemaakt worden (zie bijlage 2 Gemeenschappelijke regeling IPP, artikel 34 lid 1). Het Industrieschap Plaspoelpolder (IPP) is een gemeenschappelijke regeling (GR) tussen de gemeenten Den Haag en Rijswijk, waarbij zeggenschap en risico gelijk is verdeeld over beide partijen (50%/50%). Dit betekent dat bij liquidatie beide gemeenten in principe gelijkelijk delen in het resterende positieve saldo, maar dit dient wel exact bepaald te worden aan de hand van een liquidatieplan. In artikel 34 lid 2 van GR IPP staat dat indien verlenging niet plaatsvindt het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vaststelt, dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de opheffing van de regeling op de wijze en volgens de regelen als in de wet voorzien. Conclusie vraag 5. Wat zijn de uittredingsmogelijkheden van de Verbonden Partij? De huidige regeling eindigt op 31-12-2022. In artikel 34 van de GR IPP is vastgelegd dat verlenging vervolgens plaats vindt per periode van vier jaar, tenzij één van de deelnemende gemeenten tenminste één jaar voor het eind van de lopende periode schriftelijk te kennen geeft verlenging niet wenselijk te achten.

Hoofdvraag: Is de verbonden partij nog steeds een goede manier om het betreffende gemeentelijke doel te behalen en het publieke belang te borgen, en zo ja is de huidige vorm nog een geschikte? De oorspronkelijke reden om een verbonden partij te sluiten, namelijk gebrek aan ruimte om binnen de gemeentegrenzen werkgelegenheidsdoelstellingen te realiseren, is nog steeds van toepassing. Het is een enorme opgave om bedrijfshuisvesting aan te jagen in de stad. Binnen de gemeente Den Haag is er een groot gebrek aan ruimte voor bedrijven. De vraag naar bedrijfsruimte is op alle terreinen groter dan het aanbod. Binnen Den Haag en regionaal zijn er praktisch geen greenfields meer waarop bedrijven zich kunnen vestigen. Ook verouderen bestaande bedrijventerreinen snel. De revitalisering, verdichting en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen neemt daarom in belang toe. Hiermee wordt beoogd dat de economische waarde van bedrijfsterreinen in stand blijft en dat bedrijven herinvesteren in plaats van wegtrekken. Ook wordt het vestigingsklimaat verbeterd en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het op peil houden van de werkgelegenheid van Den Haag voor alle opleidingsniveaus. Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen komt vaak moeizaam tot stand en is kapitaalintensief.

IPP heeft opgelopen jaren veel ervaring opgedaan met herstructurering van het project Treubstraat en is hierin zeer succesvol. De kennis die het IPP bij herstructurering van de Treubstraat heeft opgedaan is dan ook zeer waardevol voor de gemeente. Gezien de druk op de ruimte in de stad en het belang van behoud van ruimte om te werken voor de groeiende stad is een organisatie als het industrieschap IPP van groot belang. Het industrieschap IPP is een uitstekend instrument gebleken om werkgelegenheid te creëren en vestigingsklimaat te verbeteren. Daarom wordt voorgesteld aan het College om de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de Plaspoelpolder met vier jaar te verlengen van 31-12-2022 tot 31-12-2026. Conclusie hoofdvraag: Is de verbonden partij nog steeds een goede manier om het betreffende gemeentelijke doel te behalen en het publieke belang te borgen, en zo ja is de huidige vorm nog een geschikte? Ja, het IPP is een zeer waardevolle uitvoeringsorganisatie gebleken in het realiseren van de publieke doelstelling verbeteren van het vestigingsklimaat en het creëren van werkgelegenheid door middel van ontwikkelen van grondexploitaties voor nieuwe bedrijventerreinen en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. De huidige vorm van verbonden partij tussen de gemeente Den Haag en Rijswijk is een geschikte vorm.

De oorspronkelijke reden om een verbonden partij te sluiten, namelijk gebrek aan ruimte om binnen de gemeentegrenzen werkgelegenheidsdoelstellingen te realiseren, is nog steeds van toepassing. Het is een enorme opgave om bedrijfshuisvesting aan te jagen in de stad. Binnen de gemeente Den Haag is er een groot gebrek aan ruimte voor bedrijven. Het aanbod aan bedrijfsruimte is zeer beperkt. Bestaande bedrijventerreinen verouderen snel. Herstructurering van bestaande bedrijventerreinen komt vaak moeizaam tot stand en is kapitaalintensief. Het IPP heeft de afgelopen jaren veel expertise opgebouwd met herstructurering van terreinen, wat zeer waardevol is voor de gemeente. Het industrieschap IPP is een uitstekend instrument gebleken om werkgelegenheid te creëren en vestigingsklimaat te verbeteren. Daarom wordt aan het College voorgesteld om de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de Plaspoelpolder met vier jaar te verlengen van 31-12-2022 tot 31-12-2026. Aandachtspunten voor de toekomst van het IPP: 1. Toekomstige locaties IPP en aanpassing werkgebied Het IPP wil naast de huidige locaties in 2022 gaan werken aan toekomstige businesscases Westvlietweg en Middengebied Plaspoelpolder. Het IPP is in de toekomst van plan om in samenwerking met de gemeente Den Haag en andere betrokken partijen het verouderde bedrijventerrein Westvlietweg/Vlietzone aan te pakken.

Dit betekent wel een aanpassing van het werkgebied van de huidige gemeenschappelijke regeling (GR), waarvoor de GR IPP moet worden aangepast.

2. Update governance structuur Bij het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling van het IPP zal opnieuw worden gekeken naar de benoeming van de twee ambtelijke directeuren. Over deze aanpassing van de governance structuur zal met gemeente Rijswijk in overleg getreden worden. 3. Regionale ontwikkelingsmaatschappij Het bedrijvenschap is een mini ontwikkelingsmaatschappij tussen de gemeente Den Haag en Rijswijk. Op regionaal niveau bestaat er in Zuid Holland geen ontwikkelingsmaatschappij, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte regionaal is. Andere provincies beschikken wel over regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Gezien grote de regionale vraag naar bedrijfsruimte wordt overwogen om in de toekomst een regionale ontwikkelingsmaatschappij op te richten, waarin het IPP kan opgaan. De oprichting van een regionale ontwikkelingsmaatschappij vergt een jarenlange voorbereiding met afstemming van alle betrokken gemeenten. 4. Aanpassing gemeenschappelijke regeling in 2022 o.b.v. van nieuw beleidskader Verbonden Partijen Bij het opstellen van de evaluatie is uitgegaan van het vastgestelde beleidskader Verbonden Partijen 2017. Recent is er sprake van een nieuw beleidskader Verbonden Partijen. Bij het aanpassen van de GR in 2022 zal het nieuwe beleidskader verbonden partijen meegenomen worden.

Afstemming aanpassingen gemeenschappelijke regeling IPP (GR IPP) in 2022 Als besluit tot verlenging is genomen, zal in 2022 de GR IPP aangepast worden in afstemming met college, raad gemeente Den Haag, gemeente Rijswijk en IPP. Daarnaast wordt in april 2022 de Zienswijzeprocedure Programmabegroting 2023-2026 ter besluitvorming naar de raad gestuurd, waardoor de raad in de gelegenheid is om mee te beslissen over toekomstig beleid IPP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10928261/1