RIS310926 Evaluatie en voortzetting Actieplan Schone Stoep
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10222540 RIS310926 Contactpersoon
Fiona van Beek/Jaap Dinkelman Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
14 december 2021
fiona.vanbeek@denhaag.nl
Onderwerp
Evaluatie en voortzetting Actieplan Schone Stoep
Geachte voorzitter, Een schone leefomgeving is van belang voor het welzijn van de bewoners en het college werkt hier dan ook hard aan. Zo wordt er dagelijks opgeruimd in de wijk, is de inzet in het weekend uitgebreid en zijn de kosten die verhaald worden bij het toepassen van bestuursdwang verhoogd. Afvaloverlast blijft echter een zichtbaar symptoom van andere problemen die in een wijk spelen. Het verwaarlozen van de omgeving door het bijplaatsen van afval staat vrijwel nooit op zichzelf. Overbewoning, frequente verhuizingen, weinig betrokkenheid bij de eigen straat en sociale problematiek lijken hier in wijken met veel overlast mee gepaard te gaan. De aanpak van achterliggende problemen zal zodoende voorwaardelijk zijn om afvaloverlast in de toekomst echt te kunnen voorkomen. Onze aanpak op Schoon staat beschreven in het Programma voor een Schone stad (RIS 307053). Een onderdeel van de aanpak om de stad schoon te houden is onze aanpak bijplaatsingen. Om bijplaatsingen aan te pakken heeft het college in juni 2020 het Actieplan Schone Stoep (RIS 305593) gepresenteerd. Vanuit het Actieplan Schone Stoep zijn het afgelopen jaar zes experimentele interventies uitgevoerd om te onderzoeken welke elementen van deze interventies de reguliere aanpak bijplaatsingen versterken. U ontvangt hierbij de evaluatie van het eerste jaar van het Actieplan Schone Stoep.
In de evaluatie staan de resultaten van de zes interventies beschreven. Helaas valt van sommige interventies het directe effect op bijplaatsingen ten opzichte van de gepleegde inzet tegen. Toch wordt bij de interventies geconcludeerd dat herhaling van de interventie, na aanpassing op basis van de ervaringen, waardevol kan zijn. De reden hiervoor is dat er ook andere resultaten worden behaald en dat het effect op bijplaatsingen daarvan soms pas op langere termijn zichtbaar zal worden. Gelijktijdig met de evaluatie van de interventies uit het eerste jaar worden zes nieuwe te beproeven interventies aangekondigd. Deze interventies worden in het tweede en tevens laatste jaar van het Actieplan Schone Stoep uitgevoerd. Met de resultaten van in totaal 12 beproefde interventies verwachten wij volgend jaar de aanpak structureel te kunnen verbeteren. Ook weten we op dat moment wat onvoldoende effect sorteert, deze kennis draagt bij aan het doelmatig invullen van onze inzet.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10222540
De bijgevoegde evaluatie van het Actieplan is zodanig opgebouwd dat het als naslagwerk kan dienen, ieder hoofdstuk over een interventie staat daarmee op zich (en kan afzonderlijk van de rest worden nageslagen). In hoofdstuk 5 tot en met 10 staan de resultaten van de interventies uit het eerste jaar beschreven. In paragraaf 1 van elk van deze hoofdstukken vindt u een korte beschrijving en in een tekstvak het resultaat en het advies. Voor meer informatie kunt paragraaf 2 tot en met 8 van elk hoofdstuk lezen. Wij hebben de bevindingen uit de evaluatie vertaald naar conclusies over het vervolg. In onderstaand overzicht wordt per interventie aangegeven wat de keuze van ons als college is. •
•
•
•
• •
Wijkambassadeurs (Hoofdstuk 5) Het college kiest ervoor om deze interventie bij overlast en indien passend te continueren vanuit de stadsdelen. Analyse hotspots en handhaving buiten kantooruren in burger (Hoofdstuk 6) Het college kiest ervoor om deze interventie op aangepaste wijze voort zetten als vervolg op de interventie Cameratoezicht in het komende jaar. Verbeteren inzet wegwerkzaamheden (Hoofdstuk 7) Het college kiest ervoor om de methode van proefondervindelijk aanpassen van het protocol voort te zetten. Vaste ophaaldag grofvuil (Hoofdstuk 8) Het college kiest ervoor om deze interventie op een aangepaste wijze voort te zetten als onderdeel van de gebiedsgerichte interventie met meerdere acties in het komende jaar. Communicatie in andere talen (Hoofdstuk 9) Het college kiest ervoor om de opgeleverde flyer bij overlast te blijven inzetten. Out of the box – nieuwe ideeën nieuwe partners (Hoofdstuk 10) Het college kiest ervoor om deze manier van werken en de nieuwe samenwerkingsverbanden te continueren.
Het tweejarig Actieplan wordt het komende jaar voortgezet. In hoofdstuk 12 tot en met 17 worden de interventies toegelicht die in het komende jaar zullen worden beproefd. Ook deze interventies zullen nauw worden gemonitord om het effect ervan te kunnen beoordelen. •
•
•
•
•
Inzet op doelgroep jongere bewoners (Hoofdstuk 12) Betrokkenheid creëren bij jongere bewoners blijkt ingewikkeld. Samen met woningbouwcorporaties en jongeren wordt een aanpak bepaald hoe afvaldumpingen te voorkomen. Cameratoezicht (Hoofdstuk 13) Het is een langgekoesterde wens om camera’s in te zetten tegen bijplaatsingen. Bij deze interventie worden op overlastlocaties camera’s ingezet en wordt het resultaat daarvan gemonitord. Het publiek wordt uitgebreid over de inzet van deze camera’s geïnformeerd. Gebiedsgerichte inzet met meerdere acties (Hoofdstuk 14) De inzet van meerdere interventies tegelijkertijd is kostbaar maar heeft mogelijk wel meer effect. De meerwaarde van het stapelen van interventies wordt onderzocht. Afvalvoorlichters (Hoofdstuk 15) Professionele afvalvoorlichters worden intensief en gericht ingezet op overlastlocaties. Gemonitord wordt of deze werkwijze binnen korte tijd voor veel impact kan zorgen. Visualisatie (Hoofdstuk 16) Bij de evaluatie van het eerste jaar werd visualisatie als een kansrijke interventie benoemd. We testen bij deze interventie het effect van visualisatie, bijvoorbeeld door middel van foto’s
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10222540
•
van (on)gewenst gedrag, op bijplaatsingen. Smart City waste (Hoofdstuk 17) Nieuwe technologieën zoals QR codes en online games enthousiasmeren bepaalde bewoners om informatie op te halen. Met deze interventie wordt ingezet op het gebruik van nieuwe technologieën die bijplaatsingen zo effectief mogelijk bestrijden.
ORAC tuintjes Het afgelopen jaar heeft een aantal samenhangende projecten plaatsgevonden, deze maakten geen deel uit van het Actieplan maar richten zich wel op dezelfde problematiek. Een overzicht van deze projecten vindt u in hoofdstuk 2. Een voorbeeld is het experiment met de ORAC tuintjes, als bijlage is het daaraan verbonden Eindrapport Citygards gevoegd. Omdat de ORAC tuintjes mogelijk een klein effect op bijplaatsingen hebben, zetten we in het tweede jaar van het Actieplan nogmaals 5 ORAC tuintjes in. Deze 5 ORAC tuintjes worden ingezet vanuit de geplande interventie ‘Gebiedsgerichte inzet met meerdere acties’. We doen het samen Het afgelopen jaar is wederom geconstateerd dat afvalcontainers vaak niet vol en niet defect zijn op het moment dat bijplaatsingen worden weggehaald. Daarnaast bestaan de bijplaatsingen vaak uit grofvuil dat niet in een container gepast zou hebben. Er wordt vanuit de gemeente continu aan het verbeteren van de afvalinzameling gewerkt, maar ook van bewoners en ondernemers wordt verwacht dat zij zich betrokken opstellen bij het schoonhouden van hun omgeving. Op het moment dat iedereen zich inzet voor een schone leefomgeving, bereiken wij het beste resultaat. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer de wethouder van Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie Liesbeth van Tongeren
3/3