CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310926 Bijlage 2 D&B - Eindrapport CityGards gemeente Den Haag

Commissie Leefomgeving 24 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte4.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIESRAPPORT Effectiviteit containertuintjes

Juni 2021

1

P A

EFFECTMETING De gemeente Den Haag is actief bezig om de gemeente schoon en leefbaar te houden. Dit doen zij onder andere door het plaatsen van CityGards, zogenaamde containertuintjes, bij ondergrondse containers. Deze CityGards moeten voorkomen dat bewoners afval bijplaatsen. Om te kunnen bepalen of CityGards een effectieve manier zijn om bijplaatsingen te bestrijden, is een effectmeting uitgevoerd. Voor de effectmeting maakten we gebruik van experimenteel onderzoek. We vergeleken 13 experimentele locaties (container met containertuintje) met 13 controlelocaties (container zonder containertuintje) om een oorzaak-gevolg relatie te kunnen bepalen. De experimentele locaties leken qua omgevingsfactoren en aantal bijplaatsingen op de controlelocaties. Als ná het plaatsen van het containertuintje het aantal bijplaatsingen op de experimentele locatie daalt, en het aantal bijplaatsingen op de controlelocatie gelijk blijft of stijgt, verwachten we dat de interventie effect heeft gehad. Om dit zeker te weten, voeren we altijd een statistische analyse uit.

Experimenteel

Interventie

Voormeting Controle

Nameting Geen interventie

Analyse van verzamelde data

Afbeelding 1. Een schematische opzet van de effectmeting.

2

P A

STAP 1: DATA-ANALYSE Met behulp van statistische analyses hebben we de hoeveelheid bijplaatsingen voordat de containertuintjes (voormeting) zijn geplaatst vergeleken met de hoeveelheid daarna (nameting). Zo onderzochten we de effectiviteit van de containertuintjes (zie afbeelding 1). We analyseerden de data van onderstaande locaties: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Christoffel plantijnstraat 273 Holtenstraat 4 Hooftskadelaan 44 56 Lavendelstraat 0 Lijsterbesstraat 29 Majubastraat 35 Nijkerklaan 21 Pletterijstraat 176 Regentesselaan 371 Van koetsveldstraat 27 Vinkensteynstraat 120 Vinkensteynstraat 4 Zeesluisweg 84

HOOFDCONCLUSIES KORTE TERMIJN CONTAINERTUINTJES ZIJN EEN AANBEVELING We waren, op basis van de data, in staat om voor de kortetermijneffecten drie locaties (experimentele locatie en controlelocatie) goed te onderzoeken. Hiermee bedoelen we dat we genoeg datapunten hadden om een gedegen uitspraak te doen over de effecten én dat deze datapunten gelijk waren verdeeld over de vooren nameting. Hieruit bleek dat de containertuintjes goed kunnen werken om bijplaatsingen te verminderen of te remmen. Wat zeker is, is dat de containertuintjes nooit het aantal bijplaatsingen verhogen nadat ze zijn geplaatst. Het effect op de bijplaatsingen is echter wel locatieafhankelijk.

3

P A

Naast de drie goed onderzochte locaties, waren er ook locaties die minder goed onderzocht konden worden. In deze gevallen hadden we niet genoeg datapunten beschikbaar of waren deze niet gelijk verdeeld. Er waren bijvoorbeeld meer voormetingen dan nametingen. Hierdoor zijn conclusies over de werking van de containertuintjes op deze specifieke locaties niet te trekken. Er zal per locatie bekeken moeten worden welke afvalstroom daar vaak voorkomt als bijplaatsing.

HOOFDCONCLUSIES LANGE TERMIJN GEEN EFFECTEN GEVONDEN Op één locatie is de stroom grofvuil ook op lange termijn afgenomen. Helaas zijn er op de rest van de locaties geen langetermijneffecten gevonden. Wanneer we kijken naar het aantal bijplaatsingen, zagen we zowel op de experimentele locaties als op de controlelocaties dat het aantal bijplaatsingen voor bijna alle stromen toenam naar het oorspronkelijke aantal of zelfs meer. Mogelijk is dit een gevolg van de hogere afval-baseline in 2020-2021 in vergelijking met 2018, door toedoen van de coronacrisis.

STAP 2: GEDRAGSADVIES OVER INZET CITYGARDS Op basis van de data-analyse, de gesprekken met adoptanten en inzamelaars en een interne brainstorm met onze gedragspsychologen, zijn we tot een aantal aanvullende gedragsadviezen gekomen om bijplaatsingen in de gemeente Den Haag te verminderen. Welk gedrag speelt een rol bij bijplaatsingen? Het bijplaatsen van afval naast containers is gedrag. Ons gedrag kent twee systemen: een bewust en een onbewust systeem. Het bewuste systeem kost veel energie en gebruiken we daarom alleen als er sprake is van voldoende aandacht en persoonlijk belang. Het onbewuste systeem kost ons niet veel moeite en stuurt ons gedrag automatisch aan. Aangezien de meeste mensen geen direct persoonlijk belang hebben bij het weggooien van afval, gebeurt dit gedrag doorgaans op de automatische piloot. Het is dus kansrijk om beïnvloedingstechnieken te richten op onbewuste drijfveren. Een onbewuste drijfveer is bijvoorbeeld een omgevingsfactor, zoals een vervuilde omgeving. Mensen gedragen zich dan onbewust ook minder schoon. 4

P A

Op welke onbewuste drijfveren speelt een containertuintje in? Wanneer containertuintjes geplaatst worden, zien deze er netjes en fleurig uit. Aangezien mensen graag hun positieve zelfbeeld behouden en het liefst in lijn hiermee handelen, wordt de drempel hoger om bij te plaatsen op een containertuintje. Wie wil dit vrolijke aanzicht nou verpesten? Daarnaast zijn containertuintjes ontworpen om mensen even te laten opschrikken; hier gebeurt iets! Gebruikers van de container worden zo van de automatische piloot gehaald en denken weer bewust na. Nu het bewuste systeem geactiveerd is, zijn mensen ontvankelijker voor informatie. Dit is dus het moment om een duidelijk handelingsperspectief te geven. In welke wijken zijn containertuintjes effectief? De containertuintjes zijn een gedragsinterventie, wat betekent dat deze tot stand komen door het verrichten van maatwerk. Het eerste exemplaar is bedacht voor de Tarwewijk in Rotterdam. Door onder andere naar de omgevingsfactoren in deze wijk te kijken, bleek het containertuintje een effectieve oplossing te zijn. Echter, omdat niet alle wijken generiek aan elkaar zijn en dus van elkaar kunnen verschillen, betekent dit dat het containertuintje in de ene wijk meer effect kan hebben dan in een andere wijk.

CONTAINERTUINTJES ZIJN VOORAL EFFECTIEF IN WIJKEN:

• • • • •

die net en schoon zijn; waar de sociale cohesie hoog is; waar de containers niet vies en kapot zijn; waarin het afval vaak genoeg wordt opgehaald zodat de container niet vol zit; waar bijplaatsingen direct worden verwijderd.

ALGEMENE GEDRAGSADVIEZEN Uit de resultaten van de effectmeting bleek dat de containertuintjes goed kunnen werken om bijplaatsingen te verminderen of te remmen, maar dat dit effect wel locatieafhankelijk was. Om het effect van de containertuintjes te versterken hebben we extra algemene gedragsadviezen opgesteld die, in combinatie met het plaatsen van een containertuintje, bijplaatsingen kunnen verminderen. 1 | ‘Basis op orde’ – check Om bijplaatsingen te voorkomen, is het belangrijk dat de zogenaamde ‘basis op

5

P A

orde’ is om het gewenste gedrag te kunnen vertonen. Als de omgeving waarin de CityGard staat bijvoorbeeld vervuild is, er geen gelegenheid is om het afval weg te gooien omdat de container vol zit óf omdat de communicatie afwezig of juist overweldigend is, zal het containertuintje weinig effect hebben. Het is daarom belangrijk dat de containers goed werken, het containertuintje netjes is en dat er gebruikt wordt gemaakt van duidelijk kleur- en pictogramgebruik voor de verschillende afvalstromen. Daarnaast is de uitstraling van de wijk belangrijk: verloedering in de wijk, zoals graffiti, vandalisme of zwerfafval creëert een vuile norm. Aangezien mensen geneigd zijn zich te gedragen naar de norm, is de kans groot dat ze eerder bijplaatsen in een verloederde wijk dan in een schone en nette wijk. Onder ‘basis op orde’ valt ook het onderhoud van het containertuintje. Uit de interviews bleek dat de tuintjes op dit moment niet (goed) worden onderhouden. Het gevolg daarvan is dat ze hun effect na verloop van tijd verliezen. Dit zou eventueel een verklaring kunnen zijn voor waarom er op de lange termijn geen effecten zijn gevonden in de effectmeting. Adoptant containertuintje: “Ik zie over tijd wel verschil in de uitstraling van het tuintje.

Op dit moment zijn ze een stuk minder mooi dan toen ze geplaatst werden.” Ook bleek uit de interviews met de adoptanten en inzamelaars dat het voor hen en de buurtbewoners niet duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor het onderhouden van de tuintjes. Aangezien hierover verwarring bestaat, voelen zij niet de verantwoordelijkheid om het containertuintje te onderhouden. Adoptanten gaven aan hier wel voor open te staan. Zij zouden dus een belangrijke rol kunnen spelen met betrekking tot het onderhoud en daarmee het effect van de containertuintjes. Adoptant containertuintje: “Ik ben als adoptant niet verantwoordelijk voor het onderhoud van het tuintje. Wie dat wel is, weet ik niet… Ik ben wel bereid om het tuintje te onderhouden tegen een kleine vergoeding.” Het is altijd wenselijk om een ‘basis op orde’–check te doen wanneer er de wens is om een containertuintje te plaatsen op een locatie. Op het moment dat de basis niet op orde is, is het verstandig eerst de juiste omstandigheden te creëren voordat het containertuintje geplaatst wordt. Op de locaties waar op dit moment al containertuintjes staan, is het ook aan te raden om met terugwerkende kracht een 6

P A

‘basis op orde’–check te doen, zodat ook hier de juiste omstandigheden worden gecreëerd. 2 | Geef een duidelijk handelingsperspectief De resultaten van de effectmeting lieten zien dat de veranderingen in grofvuil niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje op de Regentesselaan 371. Dit effect zou eventueel wel op kunnen treden wanneer er naast het containertuintje gebruik wordt gemaakt van een duidelijk handelingsperspectief. Wat horen mensen wél te doen met hun afvalzakken of grofvuil? Je kunt dit handelingsperspectief in symbolen weergeven door middel van stoepcommunicatie en bestickering op de container. Mensen verwerken symbolen sneller dan tekst en je bereikt hiermee ook niet-Nederlandstalige doelgroepen (zie afbeelding 2).

Afbeelding 2. Containers met stoepcommunicatie en communicatiestickers bij de Bas Jungeriusstraat in de gemeente Rotterdam.

3 | Zet in op maatwerk Uit de data-analyse blijkt dat het effect van de containertuintjes locatieafhankelijk is. Dit betekent dat het containertuintje in de ene wijk meer effect kan hebben dan in een andere wijk. Het is daarom aan te raden om voor het plaatsen van een containertuintje maatwerk te verrichten. Dit kan gedaan worden door de ‘basis op orde’–check te doen en te kijken naar de kenmerken van een wijk. Gemeenten beschikken vaak over wijkprofielen, die informatie over de verschillende wijken bevatten. Het is interessant om deze informatie naast de ‘basis op orde’–check te leggen, om te kijken of er wordt voldaan aan de randvoorwaarden van een 7

P A

containertuintje. Wanneer dit niet zo is, is het verstandig om eerst in te zetten op het creëren van de juiste basisomstandigheden.

4 | Rol van adoptanten Uit de interviews met de adoptanten werd duidelijk dat zij een hele belangrijke rol spelen in het creëren van het effect van een containertuintje. Het blijkt dat wanneer er door hen bijplaatsingen worden gesignaleerd, zij proberen deze te verhelpen. Hiermee oefenen de adoptanten invloed uit op het afvalgedrag van de bewoners. Door de bijplaatsingen te verwijderen, wordt de schone norm sterk gecommuniceerd en zijn mensen minder snel geneigd om hun afval bij te plaatsen dan wanneer het afval naast de containers blijft staan. Adoptant containertuintje: “Als adoptant houd ik een oogje in het zeil. Wanneer ik zakken of andere dingen naast de container zie staan, dan maak ik de container open en gooi ik het erin.”

CONCRETE GEDRAGSIDEEËN Om het effect van de containertuintjes te versterken, hebben we naast algemene gedragsadviezen ook concrete ideeen uitgewerkt, die naast het plaatsen van een containertuintje uitgevoerd kunnen worden.

1 | Schone kickstart Op de dag van de plaatsing van een containertuintje wordt er een grofvuilruilmarkt met de straat georganiseerd. Alles wat overblijft, gaat de container in (start met goede norm). Zorg op deze dag voor een intekenlijst om containeradoptant te worden. Zo creëer je veel commitment in de buurt. 2 | Basis op orde-sticker Plak een sticker op de container die niet het verkeerde gedrag benadrukt (rood gekleurd en dure boete), maar een handelingsperspectief voor grofafval geeft. Waar kunnen mensen wél terecht met hun grofvuil? 3 | Gebruik maken van licht Licht dat aanspringt (en schijnt op de containersticker met handelingsperspectief) zodra je langs de container loopt. Naast lampen kunnen ook spiegels de anonimiteit op een locatie verminderen.

8

P A

4 | Inzetten van kinderen In een wijk waar veel kinderen wonen, is het kansrijk om een boodschap door een kind te laten vertellen. Dit kan bijvoorbeeld door een boodschap op een bord te plaatsen. 5 | Stoplichtsysteem Een groene lamp op de container die laat zien dat er nog ruimte over is in de container. 6 | Stoepcommunicatie met handelingsperspectief voor grofvuil Bijvoorbeeld: scheur je doos en voorkom verstopping. Mensen vinden het vaak ook fijn om keuzevrijheid te hebben. Geef ze dit door te communiceren: haal op of breng weg. 7 | Signalering naast de container Een bord met een vuilnisman uit de buurt die laat zien dat zijn werk makkelijker wordt als afval in de container gestopt wordt. Ook kan de containeradoptant hier worden ingezet. Hij/zij is het gezicht van de buurt en wekt sympathie. Stel de vraag om het schoon te houden vanuit deze persoon (met name in wijken met weerstand tegen de gemeente). 8 | Adoptanten verdienen waardering Ontwikkel een platform voor adoptanten waar zij met elkaar in contact kunnen komen. Eens in de zoveel tijd een interview met een adoptant op de website van de gemeente of in de plaatselijke krant plaatsen, geeft deze belangrijke mensen een podium (mits zij hiervoor openstaan).

BIJLAGE Om het effect van de containertuintjes te meten, is zowel een effectmeting op de korte termijn als op de lange termijn uitgevoerd.

RESULTATEN PER LOCATIE OP KORTE TERMIJN Goed onderzochte locaties We waren, op basis van de data, in staat om voor de kortetermijneffecten drie 9

P A

locaties (experimentele locatie en controlelocatie) goed te onderzoeken. Hiermee bedoelen we dat we genoeg datapunten hadden om een gedegen uitspraak te doen over de effecten. De goed onderzochte locaties zijn Regentesselaan 371, Lijsterbesstraat 29 en Majubastraat 35. Regentesselaan 371 Als we kijken naar het aantal bijplaatsingen op deze locatie, zien we een significante afname van zowel huishoudelijk afval (hvz) (p = .041*) als dozen (p = .024*). Dit betekent dat op deze locatie door de containertuintjes minder huishoudelijk afval en dozen worden bijgeplaatst.

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 1.8 1.6 1.4 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0

1.61

1.09 0.83 0.51

0.52 0.33

hvz aantal

dozen aantal

Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Aantal bijplaatsingen per dag controle 7 5.73

6 5 3.71

4 3

2.02

1

1.9

1.4

2 0.5

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Op grofvuil is geen significant verschil gevonden (p = .465). De verandering in het aantal grofvuilbijplaatsingen is niet toe te schrijven aan het containertuintje.

10

P A

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.45 0.4 0.35 0.3 0.25 0.2 0.15 0.1 0.05 0

0.4

0.3939

0.1829 0.073

Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

Lijsterbesstraat 29 Op deze locatie zijn helaas geen significante effecten gevonden (hvz p = .628; dozen p = .403; totaal p = .1.000; grofvuil p = .243). Dit betekent dat de verschillen in bijplaatsen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje. Op de locatie zien we dat er weinig huishoudelijk afval en dozen worden bijgeplaatst, maar wel meer grofvuil.

Aantal huishoudelijk afval (p.628) en dozen (p = .403) bijplaatsingen

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 0.1 0.08

0.08

0.08

0.08

0.08 0.06 0.04 0.02 0

0

0 hvz aantal

dozen aantal

Voormeting

Totaal aantal

Nameting

11

P A

Aantal bijplaatsingen per dag controle 1 0.8 0.6 0.4 0.2

0

0

0

0

0

0

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Aantal grofvuilbijplaatsingen (p = .243)

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.5

0.4583 0.4

0.4286

0.4 0.3

0.2708

0.2 0.1 0 Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

Majubastraat 35 Ook op deze goed onderzochte experimentele locatie zijn helaas geen significante verschillen gevonden (hvz p = .482; dozen p = .393; totaal p = .286; grofvuil p = .890). Dit betekent dat de veranderingen in bijplaatsingen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje.

12

P A

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 2.5 2 2 1.36

1.5 0.91

1

0.5

0.5

dozen aantal

Totaal aantal

0.5 0 0 hvz aantal

Voormeting

Nameting

Aantal bijplaatsingen per dag controle 2.5

2

2 1.35

1.5 1 0.5

1.5

1.35

0.5 0

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.6

0.5217

0.5

0.5 0.4 0.3

0.2672

0.2264

0.2 0.1 0 Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

Minder goed onderzochte locaties Naast de drie goed onderzochte locaties, waren er ook locaties die minder goed 13

P A

onderzocht konden worden. Hiervoor hadden we niet genoeg datapunten of waren deze niet gelijk verdeeld over voor- en nameting. Hierdoor zijn conclusies over de werking van de containertuintjes op deze specifieke locaties niet te trekken, en zouden deze per locatie bekeken moeten worden om te kunnen bepalen welke afvalstroom daar vaak voorkomt als bijplaatsing. De minder goed onderzochte locaties zijn: Christoffel plantijnstraat 273, Holtenstraat 4, Hooftskadelaan 44 56, Lavendelstraat 0, Van Koetsveldstraat 27 en de Zeesluisweg 84.

Christoffel plantijnstraat 273 Op deze locatie zijn geen significante verschillen gevonden voor de verschillende soorten afvalstromen. (hvz p = .913; dozen p = .330; totaal p = .311; grofvuil p = .347). Dit betekent dat de veranderingen in bijplaatsingen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje.

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel Aantal bijplaatsingen per dag controle2.67

3 2.5 2.5 2 2 1.5

2.19 1.56 1.33 1.81

1.33 1

1.5 1

10.5 0 0.5

2.56

0.8

0.6

0.38 hvz aantal

0 hvz aantal

0.2 dozen aantal Voormeting Nameting dozen aantal

Voormeting

Totaal aantal Totaal aantal

Nameting

14

P A

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.476

0.5 0.45 0.4 0.35 0.3 0.25 0.2 0.15 0.1 0.05 0

0.2

0

0

Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

Hooftskadelaan 44 56 Op deze locatie zijn geen significante verschillen gevonden voor de verschillende soorten afvalstromen. (hvz p = .768; dozen p = .794; totaal p = .766; grofvuil p = .128). Dit betekent dat de veranderingen in bijplaatsingen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje.

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 2.5 2 2

1.6

2.08 1.8

1.5 1 0.5

0.2

0.08

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

15

P A

Aantal bijplaatsingen per dag controle 1.6 1.4 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0

1.43 1.19

0.24 0

0

0

hvz aantal

dozen aantal

Totaal aantal

Voormeting

Nameting

Grofvuilbijplaatsingen per m3 1.2

1 1 0.8 0.6 0.6

0.5769

0.4 0.2

0.0952

0 Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

Lavendelstraat 0 Op deze locatie zijn geen significante verschillen gevonden voor de verschillende soorten afvalstromen. (hvz p = .793; dozen p = .357; totaal p = .440; grofvuil p = .669). Dit betekent dat de veranderingen in bijplaatsingen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje.

16

P A

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 0.35

0.33

0.33 0.3

0.3

0.3 0.25 0.2 0.15 0.1 0.05

0

0

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Aantal bijplaatsingen per dag controle 0.6

0.5

0.5 0.38

0.4 0.3 0.2 0.1

0.13 0.08

0.08

dozen aantal

Totaal aantal

0

0 hvz aantal

Voormeting

Nameting

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.45 0.4 0.35 0.3 0.25 0.2 0.15 0.1 0.05 0

0.4 0.333 0.25

Experimenteel

0.2308

Controle Voormeting

Nameting

RESULTATEN VAN ALLE LOCATIES OP KORTE TERMIJN Naast het analyseren van de effecten op korte termijn per locatie, hebben we ook alle data samengevoegd en hiervan de resultaten op korte termijn geanalyseerd. Hiervoor zijn de locaties die op de lange termijn worden gemeten verwijderd. Deze veroorzaken namelijk ruis. De locaties die zijn verwijderd zijn:

17

P A

● Nijkerklaan 21 ● Vinkensteynstraat 120 ● Vinkensteynstraat 4 In de resultaten vinden we geen significante verschillen in het aantal bijplaatsingen van huishoudelijk afval (p = .118). Wel zien we een een marginaal significant effect van containertuintjes op dozen (p = .082). Het lijkt erop dat containertuintjes de stijging van het aantal bijgeplaatste dozen kunnen remmen. Kijkend naar het totaal aantal bijplaatsingen, zien we op de nameting dat zowel op de experimentele locatie als op de controlelocatie het aantal bijplaatsingen stijgt. De verschillen in stijging van de experimentele locatie in vergelijking met de controlelocatie verschillen significant van elkaar (p = .044). Dit betekent dat de containertuintjes de stijging van totale aantal bijplaatsingen remmen, terwijl het aantal bijplaatsingen in de natuurlijke situatie sterker stijgt.

Aantal bijplaatsingen per dag experimenteel 1.4

1.27 1.12

1.2 1 0.72

0.8 0.6

0.54

0.54

0.58

0.4 0.2 0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

18

P A

Aantal bijplaatsingen per dag controle 2.33

2.5 2

1.65

1.5 1 0.5

0.87

0.73

0.68 0.13

0 hvz aantal

dozen aantal Voormeting

Totaal aantal

Nameting

Voor het aantal bijplaatsingen op grofvuil vonden we geen significant effect (p = .579). Dit betekent dat de verschillen in bijplaatsingen niet toe te schrijven zijn aan het containertuintje.

Grofvuilbijplaatsingen per m3 0.6 0.4925

0.5 0.4167 0.4

0.3 0.2153 0.2

0.1798

0.1 0 Experimenteel

Controle Voormeting

Nameting

19

P A

RESULTATEN OP LANGE TERMIJN Voor de effectmeting op lange termijn zijn drie locaties tussen 2018 en 2021 onderzocht. De drie locaties waren: Nijkerklaan 21, Vinkensteynstraat 120 en Vinkensteynstraat 4. Om op lange termijn een statistische analyse te kunnen verrichten, moet er aan bepaalde statistische voorwaarden worden voldaan. Hiervoor zijn bijvoorbeeld genoeg datapunten nodig en dient het aantal metingen op de voormeting en nameting ongeveer gelijk te zijn. Helaas is met de beschikbare data niet voldaan aan deze eisen, waardoor effecten op de lange termijn moeilijk te bepalen zijn. Wel waren de gemiddelden van de voor- en nametingen bekend. Op basis hiervan kunnen we een indicatie geven voor de effecten op lange termijn. Nijkerklaan 21 Met de aanname dat er genoeg metingen zijn en deze gelijk zijn verdeeld over de voor- en nameting, lijkt het erop dat het containertuintje bijplaatsingen vermindert op korte termijn voor huishoudelijk afval, dozen, het grofvuil en het totale aantal bijplaatsen. Dit terwijl we op de controlelocatie geen verandering zien op korte termijn. Op de lange termijn lijkt er meer huishoudelijk afval en dozen bijgeplaatst te zijn dan op de korte termijn, zowel voor de controle- als experimentele locatie.

Aantal HVZ bijplaatsingen per dag 2

1.7692

1.5 1

0.89 0.6

0.5 0.06

0.04

0

0 Experimenteel Voormeting

Controle Nameting

Lange termijn

20

P A

Aantal Dozen bijplaatsingen per dag 1.6 1.3385

1.4 1.2 1 0.8

0.6 0.4

0.5 0.36 0.09

0.2

0.04

0

0

Experimenteel

Controle

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Totaal aantal bijplaatsingen per dag 3.5

3.1077

3 2.5 2 1.5

1.25

1.1

1

0.5

0.15

0.08

0

0 Experimenteel Voormeting

Controle Nameting

Lange termijn

Voor grofvuil zien we dat het containertuintje leidt tot minder bijplaatsingen op de lange termijn, terwijl het aantal grofvuilbijplaatsingen op de controlelocatie op lange termijn aanzienlijk stijgt.

21

P A

Kuub grofvuilbijplaatsingen per dag 0.4

0.35

0.35 0.3

0.25 0.2

0.16

0.15 0.1

0.0538

0.05

0.01

0

0.01

0

Experimenteel

Controle

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Vinkensteynstraat 4 Met de aanname dat er genoeg metingen zijn en deze gelijk zijn verdeeld over de voor- en nameting, zien we voor het aantal bijplaatsingen van huishoudelijk afval dat er zowel op de experimentele als controlelocatie geen verschillen zijn tussen de voor- en nameting. Echter is er wel een stijging op beide locaties op de lange termijn in vergelijking met de voor- en nameting.

Aantal HVZ bijplaatsingen per dag 2.5

2.2297

2 1.5 1 0.53 0.5

0.272

0.26 0.07

0.03

0

Experimenteel Voormeting

Controle Nameting

Lange termijn

Kijkend naar het aantal bijgeplaatste dozen, zien we zowel op de experimentele locatie als op de controlelocatie het aantal dozen afnemen op de nameting t.a.v. de voormeting. Op de lange termijn stijgt het aantal tot boven de waarde van de voormeting.

22

P A

Aantal Dozen bijplaatsingen per dag 0.5

0.4595

0.45 0.4 0.35

0.3

0.3 0.25 0.2

0.16 0.12

0.15

0.11

0.1 0.03

0.05

0 Experimenteel

Controle

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Voor het aantal grofvuilbijplaatsingen zagen we op zowel op de experimentele als op de controlelocatie het aantal bijplaatsingen op korte en lange termijn afnemen.

Kuub grofvuilbijplaatsingen per dag 0.4

0.35

0.35

0.3 0.25 0.2

0.15

0.15 0.0878

0.1 0.05

0.03

0.04

Experimenteel

Controle

0.036

0

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Het totale aantal bijplaatsingen leek op zowel de experimentele als de controlelocatie gelijk te blijven op korte termijn, maar steeg op lange termijn.

23

P A

Totaal aantal bijplaatsingen per dag 3

2.6892

2.5 2 1.5 1 0.56

0.65 0.432

0.5

0.18

0.06

0 Experimenteel

Controle

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Vinkensteynstraat 120 Met de aanname dat er genoeg metingen zijn en deze gelijk verdeeld zijn over de voor- en nameting, zien we dat het aantal bijplaatsingen van huishoudelijk afval niet verandert op korte en lange termijn. Op de controlelocatie is een stijging te zien op lange termijn, terwijl er op korte termijn vrijwel geen bijplaatsingen voorkomen. Mogelijk remt het containertuintje een stijging.

Aantal HVZ bijplaatsingen per dag 1.4 1.2

1.2727 1.125

1.04

1 0.8

0.74

0.6 0.4 0.2

0.07

0.03

0 Experimenteel

Voormeting

Controle

Nameting

Lange termijn

Kijkend naar het aantal bijgeplaatste dozen, zien we een grote daling op korte termijn, maar op lange termijn komen de bijplaatsingen weer terug op de

24

P A

experimentele locatie. Op de controlelocatie blijft het aantal bijplaatsingen gelijk op korte termijn, maar is er een groei op lange termijn zichtbaar.

Aantal Dozen bijplaatsingen per dag 0.8

0.7

0.6667

0.7 0.6

0.5

0.5 0.4 0.3 0.2

0.11

0.1

0.03

0.03

Experimenteel

Controle

0

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Zowel op de experimentele locatie als op de controlelocatie dalen de grofvuilbijplaatsingen op korte termijn, maar groeit het weer terug op lange termijn op de experimentele locatie. Op de controlelocatie groeit het aantal grofvuilbijplaatsingen dusdanig dat er twee keer zoveel grofvuilafval is op de langetermijnmeting als op de voormeting.

Kuub grofvuilbijplaatsingen per dag 0.35

0.3125

0.3 0.25 0.2 0.15

0.1742 0.15

0.14

0.1 0.05

0.04

0.04

Experimenteel

Controle

0

Voormeting

Nameting

Lange termijn

Als we kijken naar het totaal aantal bijplaatsingen op deze locatie, dan zien we dat op de experimentele locatie het aantal bijplaatsingen daalt op korte termijn, maar aanzienlijk groeit op de lange termijn. 25

P A

Totaal aantal bijplaatsingen per dag 2.5 2

1.9393 1.74

1.625

1.5 1

0.77

0.5

0.18

0.06

0 Experimenteel Voormeting

Controle Nameting

Lange termijn

26

P A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10951724/1