RIS310883 Stand van zaken lerarentekort primair onderwijs december 2021 DEF (002)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10223431 RIS310883 Contactpersoon
H. Saas Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
14 december 2021
hedda.saas@denhaag.nl
Onderwerp
Stand van zaken lerarentekort primair onderwijs, december 2021
Geachte voorzitter, De situatie in het primair onderwijs ten aanzien van het lerarentekort wordt steeds nijpender. Er zijn scholen in Den Haag waar structureel zo’n 20% van de lessen niet door bevoegde leerkrachten wordt gegeven. De kwaliteit en continuïteit van het onderwijs komen hiermee onder zware druk te staan. De toenemende Corona-besmettingen in de afgelopen weken, vooral in het basisonderwijs, in combinatie met het lerarentekort heeft de situatie doen verergeren; bij meerdere scholen is de situatie zeer zorgelijk, ondanks de goede opbrengsten van de programma’s voor de bestrijding van het lerarentekort. Het gevolg is dat niet alleen de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs onder druk staan maar ook dat het scholen aan tijd en energie ontbreekt om tot ontwikkeling van meer fundamentele en structurele oplossingen te komen waarmee zij het lerarentekort het hoofd kunnen bieden. Zo blijft het onderwijs rond draaien in een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is.
In deze brief informeer ik u over de omvang van het lerarentekort aan de hand van de uitvraag met peildatum 1 oktober 2021, de resultaten van het onderzoek naar school- en wijk gebonden factoren die een rol spelen in het ontstaan en voortbestaan van de personeelstekorten in het primair onderwijs in Den Haag en de resultaten van het eerste jaar van uitvoering van het Noodplan G5 en het programma zij-instroom. Vacatures primair onderwijs Het gemiddelde personeelstekort in Den Haag is in het afgelopen jaar toegenomen. Deze trend is zichtbaar in alle G51 steden. Normaliter is het beeld dat in oktober de tekorten minder groot zijn dan in februari, omdat het schooljaar dan nog maar net gestart is. Dat is dit jaar niet het geval. Hiervoor zijn enkele redenen aan te wijzen die verderop in deze brief worden toegelicht. Laak blijft het stadsdeel met de grootste tekorten. Daarnaast zien we grote tekorten in stadsdelen Centrum, Escamp en Scheveningen. Net als vorig jaar worden de tekorten merendeels intern opgevangen. In de meeste gevallen door onbevoegden, gevolgd door zij-instromers.
1
G4 + Almere
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
De situatie nader verklaard Voor de oplopende tekorten zijn enkele verklaringen te geven. Allereerst nemen de tekorten toe door de landelijke situatie op de arbeidsmarkt: het gaat goed met de economie, in vrijwel alle sectoren zijn personeelstekorten en mensen hebben het daardoor voor het kiezen op de arbeidsmarkt. Het vak van leerkracht heeft nog onvoldoende een positief imago. Lokale interventies zoals de campagne ‘Word leraar in Den Haag’ helpen om dit beeld te kantelen, maar er is een landelijke aanpak gewenst. Ten tweede zien we effecten op de arbeidsmarkt door de invoering van het Nationaal Programma Onderwijs2 (NPO). Voor de uitvoering van het NPO is personeel nodig, in een situatie waarin al sprake is van een tekort. Wanneer daar vervolgens extra vraag naar personeel aan wordt toegevoegd, wordt het tekort nog groter. Daarnaast heeft het NPO verschuivingen in de arbeidsmarkt tot gevolg: scholen in de regiogemeenten kunnen met de middelen uit het NPO extra formatieplaatsen creëren, dit heeft een trek van leraren naar die gemeenten teweeg gebracht. In veel gevallen biedt dat leraren de mogelijkheid te werken in de gemeente waar zij ook wonen. Daarnaast zien we mobiliteit binnen de stad doordat er extra banen zijn gecreëerd waarbij leraren op een andere manier worden ingezet.
Zij kunnen bijvoorbeeld werken met kleinere groepjes leerlingen en dat wordt door veel leraren aantrekkelijk gevonden. Tenslotte zien we, en dat komt verderop in de brief bij de bespreking van het onderzoek ook aan bod, dat het lerarentekort een zichzelf versterkend effect heeft. Op de scholen waar grote tekorten zijn, zijn de werkomstandigheden zwaarder. Personeel op deze scholen kiest er daarom vaker voor op een school te werken waarin de omstandigheden makkelijker zijn. We moeten erkennen dat het lerarentekort groot is en dat dit de komende jaren groot zal blijven3. En hoewel de huidige maatregelen zeker effect hebben op de personele bezetting in de scholen (zie hieronder) moeten we ook erkennen dat we met deze maatregelen het tekort niet gaan oplossen. Tevens moeten we vaststellen dat er geen kant en klare oplossingen zijn die op korte termijn verlichting bieden. Schoolbesturen en gemeente constateren dan ook dat, gezien het gegeven dat de tekorten zeker nog enkele jaren zullen aanhouden, er moet worden overgegaan tot anders organiseren van het onderwijs. Het borgen van de onderwijskwaliteit is hierbij top prioriteit.
Er zal een andere verhouding van functies en type professionals in de scholen moeten komen, waarbij onderwijs en begeleiding niet meer alleen worden gegeven door bevoegde leerkrachten maar ook door onderwijsondersteunend personeel, vakkrachten en professionals zoals pedagogen. Zij kunnen elk hun eigen waardevolle rol in het onderwijs vervullen zonder dat er wordt ingeboet aan kwaliteit en continuïteit van onderwijs. Schoolbesturen en scholen zijn al gestart met de ontwikkeling van het anders organiseren maar er zijn grote verschillen in de stadia waarin scholen zich bevinden. Het gros van de scholen staat nog aan het begin van deze ontwikkeling. Schoolbesturen gaan er vanuit dat het zo’n twee tot drie jaar duurt voordat scholen een dergelijke transitie hebben doorgemaakt. Het anders organiseren van onderwijs vraagt nadrukkelijk ook landelijk onderwijsbeleid dat dit stimuleert en faciliteert. Hierin ligt een belangrijke taak voor het nieuwe kabinet. De gemeente kan ondersteunen door subsidieregelingen zo vorm te geven dat subsidies inzetbaar zijn voor een eigentijdse invulling van onderwijs.
In de volgende paragrafen bespreken we achtereenvolgens het verloop van de tekorten in de G5 over de tijd, het totale lerarentekort in Den Haag, de wijze waarop de tekorten zijn ingevuld, de verdeling van tekorten over stadsdelen, de tekorten onder schoolleiders en de tekorten naar categorie van schoolweging. Tot slot bespreken we de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs.
2
Het Nationaal Programma Onderwijs is er voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona.
3
De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel po, vo en mbo 2020-2030, CentERdata, december 2020
2/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Tekort leraren over de tijd, voor de G5 Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de tekorten voor de gehele G5 in de periode februari 2020 tot en met oktober 2021 zien. Voor alle gemeenten zien we vergelijkbare trends en een stijging sinds oktober 2020. Het gemiddelde tekort in de G5 is 14,3%, waarbij het tekort in Utrecht met 7,3% relatief laag is. De meting is dit keer voor het eerst ook buiten de G5 afgenomen en daaruit blijkt dat het tekort buiten de G5 aanmerkelijk lager is met een gemiddelde van 8%. Figuur 1, ontwikkeling tekorten in de G5 18% 16% 14%
12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 1 februari 2020 Almere
1 oktober 2020 Amsterdam
1 februari 2021 's-Gravenhage
Rotterdam
1 oktober 2021 Utrecht
Lerarentekort in Den Haag Bij het definiëren van het lerarentekort gaan we uit van het verschil tussen het aantal leraren (fte’s) dat momenteel werkzaam is en het aantal dat er op basis van het wettelijke recht, gerelateerd aan het aantal leerlingen zou moeten zijn. In de eerste week van oktober heeft er binnen het basisonderwijs in Den Haag een inventarisatie plaatsgevonden om dit tekort in kaart te brengen. Van alle reguliere basisscholen in Den Haag hebben 140 scholen, ofwel 93%, de gegevens aangeleverd. Hiermee kan een betrouwbaar beeld van de situatie in Den Haag worden gegeven. Evenals in februari van dit jaar zijn de gegevens verwerkt en geanalyseerd door CentERdata. In totaal (som van openstaande en verborgen 4 vacatures) zien we in Den Haag bij de reguliere basisscholen in oktober 2021 een tekort van 536 fte, ofwel 16 % van de benodigde formatie. Het tekort is toegenomen ten opzichte van februari van dit jaar. Toen was het tekort in fte 473, ofwel 14,9 % van de benodigde formatie. In onderstaande figuur is de ontwikkeling tussen februari 2020 en oktober 2021 weergeven.
4
Verborgen vacatures zijn vacatures die niet zichtbaar zijn omdat scholen andere oplossingen inzetten indien er geen (nieuw) personeel
aangetrokken kan worden
3/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Figuur 2, ontwikkeling lerarentekort in Den Haag, over de tijd
Ontwikkeling lerarentekort in % 18 16
14,9
14,3
14
16
11,7
12 10 8 6 4 2 0 feb-20
okt-20
feb-21
okt-21
Voorgaande betreft de vacatures in het regulier onderwijs. Zeventien scholen voor speciaal (basis-)onderwijs hebben ook aan de uitvraag deelgenomen maar vanwege hun specifieke karakter en geringe aantal leent deze categorie zich minder goed voor opname in het totaalbestand; dit zou een vertekend beeld kunnen geven. In het speciaal basisonderwijs en speciaal (voortgezet-)onderwijs zien we in oktober 2021 een tekort van respectievelijk 14,6% en 14,2%. Ook hier zijn de tekorten toegenomen: in februari 2021 was dit respectievelijk 8,5% en 13,9%. Wijze waarop de tekorten worden ingevuld Scholen hebben bij de uitvraag aangegeven of ze openstaande vacatures en verborgen tekorten hadden. Tevens hebben ze aangegeven hoe ze een verborgen tekort hebben ingevuld; middels interne inzet of dat er gebruik wordt gemaakt van extern personeel. Hierbij is te zien dat het aandeel verborgen tekorten (78%) veel groter is dan het aandeel openstaande vacatures (22%). Van het aantal verborgen tekorten wordt 66% intern opgevuld. In de figuur is tevens aangegeven op welke wijze dit wordt gedaan.
4/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Figuur 3, wijze waarop de tekorten zijn ingevuld
Wijze waarop tekorten worden ingevuld
22%
Onbevoegd 30% Zij-instroom* 25% Bevoegd ambulant 8% Groep verdeeld 3%
Openstaand
12% 66%
Verborgen, extern opgevuld
Verborgen, intern opgevuld
* Inzet van zij-instromers die idealiter nog niet zelfstandig voor de klas zouden staan De inzet van zij-instromers is iets toegenomen ten opzichte van februari jl., namelijk met 9% en de inzet van onbevoegden is iets afgenomen, namelijk met 8%. Dat scholen op dergelijke wijze met name intern personeel inzetten mag niet gezien worden als een wenselijke oplossing van het personeelstekort. Idealiter werken scholen met bevoegd onderwijspersoneel dat op reguliere wijze een vacature invult. Aan de andere kant slagen scholen er op deze wijze in om het onderwijs zoveel mogelijk draaiende te houden en is het niet zo dat de invulling van verborgen vacatures altijd nadelige effecten heeft op de onderwijskwaliteit. Supervisie en begeleiding door bevoegde leerkrachten zijn daarbij een belangrijke voorwaarde. Spreiding over de stadsdelen Evenals bij de voorgaande metingen is ook de verdeling van de tekorten over de stadsdelen Den Haag in kaart gebracht. Zoals ook in vorige metingen te zien was zijn de verschillen tussen de stadsdelen groot. Laak heeft evenals in februari van dit jaar het hoogste tekort, namelijk 28% (vs. 22% in februari 2021) en Loosduinen het laagste tekort met 7,7% (vs. 9% in februari 2021). Tabel 1, tekorten aan leraren – naar stadsdeel stadsdeel Centrum Escamp Haagse Hout Laak Leidschenveen-Ypenburg Loosduinen Scheveningen Segbroek *benodigde fte
werkgelegenheid* 810 769 292 269 280 246 320 365
tekort 142 134 39 75 34 19 57 37
% van de werkgelegenheid 17,5% 17,5% 13,4% 28,0% 12,0% 7,7% 17,8% 10,1%
5/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Tekort aan schoolleiding Voor het eerst is in de uitvraag ook het tekort aan schoolleiders in kaart gebracht. In totaal (openstaande en verborgen vacatures) is er een tekort van 16,6% aan schoolleiders. Ook hier is geïnventariseerd op welke wijze de tekorten worden ingevuld. Daarbij zien we dat er ongeveer even zo vaak een interne- als een externe oplossing wordt gehanteerd. Ook hiervoor geldt dat alternatieve invulling van verborgen vacatures niet altijd ideaal is, maar dat dit tegelijkertijd niet altijd hoeft te leiden tot vermindering van kwaliteit van het schoolleiderschap. De schoolbesturen geven aan dat het tekort onterecht hoger lijkt dan de werkelijke situatie is. De grotere schoolbesturen beschikken over een pool van interim-schoolleiders die vaak bewust worden ingezet. Deze constructie is in de registratie onterecht aangemerkt als een verborgen tekort. In de volgende meting zal extra aandacht worden besteed aan correcte registratie. Figuur 4, tekort aan schoolleiding
Wijze waarop schoolleiders tekort wordt ingevuld
31%
33%
36%
Openstaand
Verborgen, intern opgevuld
Verborgen, extern opgevuld
Tekorten naar schoolweging Schoolweging is een maat voor de complexiteit van een school zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van achtergrondkenmerken van de leerlingen. Daarbij geldt dat hoe hoger de schoolweging, hoe complexer de leerlingenpopulatie en hoe lager de verwachte leerresultaten van de school. We zien dat de tekorten toenemen naarmate de schoolweging hoger is. Uitzondering hierop vormen de scholen met een zeer hoge schoolweging. De schoolweging is geen verklarende of beslissende factor in de tekorten, wel zien we een correlatie tussen schoolweging en tekorten. Hierover leest u meer in de paragraaf over het rapport van het CAOP.
6/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Figuur 5, tekorten gerelateerd aan schoolweging
Totaal lerarentekort als % van werkgelegenheid naar schoolweging
Schoolweging
Zeer hoog
16,50%
Hoog
24,10%
Gemiddeld
14,10%
Laag
10,30%
Zeer laag
10,10%
Invloed Nationaal Programma Onderwijs op de tekorten Bij de uitvraag met peildatum 1 oktober 2021 zijn vragen over de tekorten naar aanleiding van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO, inclusief Extra Hulp voor de Klas 5) toegevoegd. Het NPO is in het huidige schooljaar van start gegaan en voor de uitvoering van de (door de scholen gekozen) interventies hebben scholen extra personeel nodig. Bij de uitvraag hebben scholen de vervulde en onvervulde fte’s leraren en onderwijsondersteunend personeel op deze gelden moeten opgeven. Opgemerkt dient te worden dat bij deze meting onterecht het beeld bestaat dat reguliere formatie en formatie op basis van de NPO middelen scherp van elkaar onderscheiden kunnen worden. Ook binnen de reguliere formatie hebben de NPO middelen geleid tot bepaalde keuzes, als uitbreiding van uren van zittende leraren of het formeren van kleinere klassen. Voor de uitvoering van de programma’s komen de scholen in Den Haag 23,3% leraren tekort en 21,2% onderwijsondersteunend personeel. Voor de G5 zijn deze tekorten gemiddeld respectievelijk 25,9% en 19,5%. Als de tekorten naar aanleiding van het NPO worden opgeteld bij het ‘reguliere’ tekort aan leraren komt het totaal voor Den Haag op 16,3%.
Vervolg Bovenstaande cijfers maken duidelijk dat de situatie zeer zorgelijk is en tegelijkertijd hebben we bij de inleiding moeten vaststellen dat er geen kant en klare oplossingen zijn. Het college heeft met de schoolbesturen besproken welke zaken de gemeente, bovenop de huidige inzet, samen met de schoolbesturen op kan pakken om de scholen zoveel mogelijk te ondersteunen. Aansluitend op de ontwikkelingen rond het anders organiseren kan de gemeente mogelijk op enkele aspecten een faciliterende rol vervullen. Zo kan er worden gedacht aan subsidiering van vakkrachten uit de (gemeentelijke) culturele-, sport-, en welzijnsector, aan inzet rond de implementatie van digitale middelen, aan het versterken van de zorgstructuur rondom scholen en aan het aanpassen van gebouwen passend bij andere organisatievormen van het onderwijs. Schoolbesturen en gemeente gaan hierover de komende periode verder met elkaar in gesprek.
5
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 14
december 2020, nr. 26358869, houdende regels voor subsidieverstrekking ten behoeve van een tijdelijke capaciteitsverhoging om de continuïteit van het onderwijs tijdens de uitbraak van COVID-19 te kunnen waarborgen (Subsidieregeling extra hulp voor de klas)
7/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Daarnaast zijn er diverse zaken die door het Rijk moeten worden opgepakt. Dat zijn tevens maatregelen waar het meeste effect van te verwachten is omdat het Rijk de sleutel tot structurele oplossingen in handen heeft. Het belangrijkste is dat het vak van leraar weer aantrekkelijk wordt zodat jonge mensen en zij-instromers voor de klas willen staan. Allereerst is daarbij het dichten van de loonkloof tussen vo en po essentieel. Ten tweede moeten er structurele investeringen in het onderwijs worden gedaan, onder andere om de werkdruk van leraren te verlagen door de onderwijstijd te reduceren. Ten derde zal financiering ten behoeve van de aanpassing van gebouwen vanuit het Rijk moeten komen aangezien de gemeentelijke middelen hiervoor niet toereikend zijn. Tenslotte is er de noodzaak tot een eenduidig nationaal curriculum met digitale leerlijnen; een voorwaarde om scholen in ontwikkeling naar andere organisatievormen richting en duidelijkheid en op digitaal vlak meer mogelijkheden te bieden. Onderzoek: Een aantrekkelijke werkomgeving voor onderwijspersoneel in Den Haag In het tweede kwartaal van 2021 heeft het CAOP, in opdracht van gemeente en schoolbesturen, een onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de school- en wijkgebonden factoren die een rol spelen in het ontstaan en voortbestaan van de personeelstekorten in het primair onderwijs in Den Haag.
Inzicht hierin kan, in aanvulling op de generieke aanpak van de tekorten, aanknopingspunten bieden voor meer gerichte ondersteuning in de aanpak van het lerarentekort. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van statistische analyses van vacaturegegevens en achtergrondkenmerken van de school en buurt. Daarnaast is een uitgebreide enquête gehouden waaraan 1091 respondenten (leraren en overig onderwijspersoneel) hebben meegewerkt. Allereerst is belangrijk om op te merken dat er niet één verklaring is voor de lerarentekorten. Er is sprake van een mix van factoren, die vooral te maken hebben met onvoldoende afgestudeerden van de lerarenopleidingen in relatie tot een grote uitstroom van leraren (onder andere als gevolg van pensionering). Andere oorzaken zijn hierboven al aan de orde geweest. De hoofdvraag van het onderzoek luidt als volgt: in welke mate kunnen de verschillen in het lerarentekort verklaard worden door kenmerken van de wijk, school of leerlingpopulatie. Het verklaren van verschillen in lerarentekorten tussen scholen en wijken is moeilijk. Immers, verklaren betekent dat een of meer factoren op school- of wijkniveau hebben geleid of leiden tot het lerarentekort. Die relaties zijn moeilijk te leggen, omdat er geen oorzakelijke verbanden zijn of omdat de onderliggende (verklarende) mechanismes niet bekend zijn.
Het CAOP heeft (daarom) gekeken naar samenhangen tussen kenmerken van scholen en buurten met de aanwezigheid van lerarentekorten. De aard van deze samenhangen biedt ten dele mogelijke (plausibele), maar geen statistisch sluitende verklaringen. De belangrijkste conclusies van het onderzoek luiden als volgt: Personeelstekorten hangen samen met kenmerken van de school en de buurt Verschillen in personeelstekorten hangen samen met kenmerken van de school en de buurt. Op scholen met een hoge vacaturegraad hebben de leraren gemiddeld meer leerlingen in de klas, is er hoger ziekteverzuim onder het personeel en zijn er meer leerlingen met (risico op) een onderwijsachterstand. Daarnaast blijkt dat in wijken met een hoge vacaturegraad op de scholen meer laagopgeleiden wonen (waaronder de ouders van de leerlingen) en staan er relatief meer oudere huizen. Het gevolg is dat veel leraren en overig onderwijspersoneel de personeelssituatie op deze scholen als ernstig tot zeer problematisch beoordelen. De personeelsproblemen zijn daarmee niet alleen direct van invloed op de lerarentekorten, maar ook indirect via het beeld dat de medewerkers hebben van hun eigen organisatie als werkgever. De ambassadeursfunctie die medewerkers kunnen hebben om nieuw personeel aan te trekken (via informele werving) wordt daarmee beperkt.
8/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Leraren willen meer ondersteuning bieden aan leerlingen dan de praktijk toelaat Vanwege de meer uitdagende leerling populatie ervaren leraren op achterstandsscholen meer beperkingen om goed onderwijs te kunnen geven, dan leraren die met minder uitdagende leerling populaties te maken hebben. Leraren en ander onderwijspersoneel hechten veel belang aan het kunnen bieden van extra ondersteuning aan leerlingen die dat nodig hebben om zo bij te dragen aan gelijke kansen voor leerlingen. In de praktijk van alle dag kunnen leraren deze ambities slechts in beperkte mate realiseren. Dit heeft tot gevolg dat de ‘fit’ tussen de drijfveren van leraren en hun werkinhoud minder is dan die zou kunnen zijn als zij meer armslag zouden hebben om het onderwijs te bieden waarvan zij denken dat dat nodig is. Leraren hechten aan arbeidsmarkttoelage In financieel opzicht hechten medewerkers op achterstandsscholen in meerderheid veel gewicht aan een arbeidsmarkttoelage vanuit het idee dat zij te maken hebben met een meer uitdagende leerling populatie. De arbeidsmarkttoelage in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs die in juli 2021 is aangekondigd, kan hier in ieder geval ten dele aan tegemoet komen.
Werksfeer en goede schoolleiding zijn van belang voor baantevredenheid Naast hun oordeel over de inhoud van het werk hecht onderwijspersoneel veel belang aan een prettige werksfeer en een goed georganiseerde schoolleiding. Ook ruimte voor professionele ontwikkeling en inhoudelijke verdieping zijn essentieel voor de ‘fit’ van de medewerker met de baan. Over deze baanaspecten blijken de respondenten in het onderzoek redelijk tevreden. Daarin verschillen respondenten op achterstandsscholen weinig van die op niet-achterstandsscholen Aanknopingspunten voor een vervolg In aanvulling op de bestaande aanpak van de tekorten, biedt het rapport een aantal aanknopingspunten ter verdieping of verbreding. Daarbij moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de aantrekkelijkheid van de werkomgeving een complex en gelaagd fenomeen is. Er zijn dan ook geen eenvoudige knoppen waaraan gedraaid kan worden om meer personeel te werven en te binden. Het college gaat de komende periode met schoolbesturen in gesprek over de aanbevelingen, om zo samen, maar elk van uit de eigen rol, tot aanpakken of aanpassingen in de huidige aanpakken te komen die bijdragen aan het verkleinen van de personeelstekorten. Tenslotte gaat het CAOP, op verzoek van gemeente en schoolbesturen, nog een aanvullend onderzoek uitvoeren onder derde- en vierdejaars pabo-studenten.
Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in drijfveren en voorkeuren van pabo-studenten voor hun werkomgeving in het onderwijs, mede in relatie tot hun keuze om wel of niet in Den Haag een baan te (gaan) zoeken. De resultaten kunnen vervolgens aanknopingspunten bieden voor beleid gericht op het vergroten van de aantrekkingskracht van de scholen in Den Haag en daarmee in de aanpak van het lerarentekort in Den Haag. Stand van zaken programma’s in het primair onderwijs Twee stedelijke programma’s vormen de leidraad in de aanpak van het lerarentekort, namelijk het noodplan lerarentekort G5 en het programma zij-instroom. Het college draagt middels co-financiering bij aan deze programma’s. Daarnaast zijn er diverse andere initiatieven en interventies, hierover is uw raad geïnformeerd in de HEA Jaarrapportage 2020-2021 (RIS 309437). Bij deze volgt nogmaals een kort overzicht van de gemeentelijk inzet: • Ontwikkeling eigentijdse Haagse lerarenopleiding: samen met de Universiteit Leiden ontwikkelen schoolbesturen en gemeente een nieuwe academische lerarenopleiding die tot doel heeft meer leraren in Den Haag op te leiden;
9/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
• • •
• • •
Facilitering opleidingsscholen: een opleidingsschool is een samenwerking tussen één of meer basisscholen en één of meer lerarenopleidingen; Campagne ‘Word leraar in Den Haag’: een werving- en imagocampagne om jongeren te interesseren en stimuleren voor het beroep van leraar te kiezen; Facilitering Vereniging de Haagse Leraar: beroepsvereniging met als doel inzetten op een positief imago en het verbinden van leraren. De vereniging beheert tevens de Haagse lerarenpas die leraren kortingen en extra’s biedt voor voorzieningen in Den Haag; Verruiming van de norm bij het verstrekken van parkeervergunningen voor Haagse leraren; Aanbod huisvesting voor Haagse leraren: vanuit de Woonagenda 2020-2023 worden de mogelijkheden voor een specifiek aanbod voor bepaalde beroepsgroepen verruimd; Facilitering van leren en innoveren in netwerken: het college stimuleert leren en innoveren in netwerken zodat leraren zich verder kunnen bekwamen voor werk in de grootstedelijke context, zij (daardoor) behouden blijven voor het Haagse onderwijs en Den Haag zich profileert als aantrekkelijke onderwijsstad.
Hieronder informeert het college u over voortgang van de twee bovengenoemde stedelijke programma’s. Noodplan lerarentekort G5 Het uitgangspunt van het noodplan lerarentekort Den Haag is dat verlichting wordt geboden bij het tekort aan leraren door enerzijds alternatieve oplossingen te bieden in situaties van nood maar ook door ontwikkelruimte te bieden waardoor teams tot meer structurele oplossingen voor het lerarentekort kunnen komen. Door de inzet van onderwijsondersteunend personeel, zij-instromers, vakkrachten en studenten zijn er meer professionals beschikbaar die onderwijs of begeleiding kunnen geven. In schooljaar 2020 – 2021 hebben we gezien dat het noodplan een dempend effect heeft gehad op de tekorten. Zonder het noodplan hadden duizenden kinderen thuis gezeten. De tweede doelstelling, de inzet van alternatieve oplossingen zodat er ontwikkelruimte ontstaat voor het werken aan structurele en duurzame aanpakken, is helaas op veel scholen niet gerealiseerd. Door de stijgende tekorten en de extra inzet die gepleegd moet worden vanwege coronamaatregelen is er vaak geen ruimte voor teams om tot ontwikkeling te komen en blijft alle aandacht gefocust op het dichten van gaten in de bezetting. In schooljaar 2020-2021 is de uitvoering van het Noodplan lerarentekort G5 van start gegaan.
Zoals eerder toegelicht is dit plan onderdeel van het Convenant lerarentekort G5.6 Ten behoeve van de uitvoering van het noodplan is een stedelijke projectgroep ingericht, met daarin vertegenwoordigers van schoolbesturen, opleidingen en de gemeente, onder leiding van een programmamanager. De start van de uitvoering van het noodplan is niet gemakkelijk geweest gezien de scholensluiting ten gevolge van de lockdown, de overige coronamaatregelen en andere consequenties ten gevolge van de pandemie (ziekmeldingen, quarantaineverplichtingen etc.) in schooljaar 2020-2021.
6
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 9 juli 2020, nr. PO/25015213, houdende regels voor de
subsidieverstrekking voor de uitvoering van de convenanten voor de aanpak van het lerarentekort primair onderwijs in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere (Subsidieregeling uitvoering convenanten lerarentekort PO G5)
10/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Den Haag heeft ervoor gekozen de maatregelen in het noodplan te richten op drie brede doelstellingen, te weten: 1) behoud van leraren, 2) anders organiseren en 3) verhogen van instroom. Recent is de evaluatie van het eerste jaar voltooid, hieruit blijkt het volgende: 1. Behoud van leraren: inzet bovenschoolse of externe coaching/begeleiding Er wordt veel gebruikt gemaakt van coaching: alle scholen/besturen bieden coaching aan. 266 Studenten, starters en zij-instromers hebben in schooljaar ‘20/’21 bovenschoolse, interne of externe coaching ontvangen. De (grote) schoolbesturen hebben een bovenschoolse pool met coaches. Daarnaast maken de extra middelen uit het noodplan het mogelijk dat leerkrachten hun formatie uitbreiden om zo extra tijd te creëren voor de begeleiding en coaching van collega’s. 2. Anders organiseren: inzet onderwijsondersteunend personeel en vakkrachten 22 scholen hebben gekozen voor meer inzet van onderwijsondersteunend personeel (OOP) Het aandeel OOP t.o.v. onderwijzend personeel (OP) is sterk toegenomen, Haagse scholen slagen erin meer OOP aan te nemen. De personeelsomvang van het OOP is gestegen van 868 fte in 2017 naar 1256 fte in 2020, een toename van 44,8% (gemiddelde toename in de G5 is 35,7%). Vakleerkrachten ondersteunen waar nodig in de schoolorganisatie.
Vakleerkrachten verzorgen verschillende type lessen, zoals muziek-, techniek- of kunstzinnige lessen, waardoor de leerkrachten worden vrijgespeeld voor andere werkzaamheden. 28 Scholen geven aan te hebben gekozen voor anders organiseren van het onderwijs. Te denken valt aan groepsdoorbrekend werken, werken in domeinen, leerpleinen en het werken met vak(leer)krachten. 3. Verhogen van de instroom van leraren: inzet pabo-studenten Studenten worden ingezet ter ondersteuning van de leerkrachten en voor de begeleiding van kleine groepjes of individuele leerlingen. Bijkomend voordeel is dat zij werken en leren op dezelfde plek, een klein inkomen generen en ze zich op deze manier ook aan een school/bestuur binden. De instroom op de Haagse pabo’s is in voorgaande jaren sterk toegenomen: er is tussen 2017 en 2020 sprake van een groei van 155 naar 262 studenten (+70%). Helaas is er dit studiejaar landelijk weer een daling in het aantal inschrijvingen zichtbaar. Minister van Engelshoven heeft toegezegd te onderzoeken hoe deze daling kan worden verklaard. Programma zij-instroom De instroom van leraren in het onderwijs moet omhoog; zij-instromers vormen hierbij een belangrijke groep omdat zij relatief snel, in twee jaar, het opleidingstraject doorlopen. Tevens kunnen zij een verrijking van schoolteams en daarmee een kwaliteitsimpuls voor het onderwijs betekenen.
Het is van groot belang dat zij voldoende gefaciliteerd worden gedurende het opleidingstraject, zowel op het gebied van begeleiding als in tijd en ruimte om het vak goed in de vingers te krijgen. Dankzij het programma zij-instroom hebben scholen deze facilitering beter kunnen organiseren. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat situaties van overmacht, waarbij zij-instromers in geval van nood voortijdig zelfstandig voor de klas staan, onvermijdelijk zijn. In het najaar van 2020 is de gemeentelijke projectgroep, met daarin vertegenwoordigers van schoolbesturen, opleidingen en de gemeente, onder leiding van een programmamanager van start gegaan. Deze werkgroep geeft uitvoering aan de doelstellingen vanuit de subsidieregeling Zij-instroom PO G57 waarmee een integrale stedelijke aanpak van de zij-instroomtrajecten wordt beoogd. 7
Subsidieregeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 14 mei 2020, nr. 23947781, houdende regels voor
de subsidiëring van de integrale aanpak van zij-instroom primair onderwijs in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, en Almere (Subsidieregeling zij-instroom PO G5)
11/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10223431
Met ingang van september 2021 is 185 fte aan zij-instromers in dienst van Haagse scholen. Een belangrijk resultaat van de projectgroep is dat er in schooljaar 2020-2021 richtlijnen zijn vastgelegd rond het faciliteren van zij-instromers, met als belangrijkste doel de zij-instromers zo optimaal mogelijk te faciliteren en daarmee de uitval zo beperkt mogelijk te houden. Over deze afspraken heeft het college uw raad nader geïnformeerd in de afdoening van de motie ‘Zet zijinstromers niet meteen voor de klas’ (RIS310248). Schoolbesturen geven aan dat zij de begeleiding, met behulp van de extra beschikbare middelen, voldoende hebben kunnen organiseren. Resultaat van de subsidie is verder dat scholen hebben kunnen inzetten op uitbreiding van de begeleidingscapaciteit. Hierbij wordt ingezet op verschillende varianten: externe coaching, coaching vanuit een bovenschoolse pool of coaching door directe collega’s. In het laatste geval is er vaak sprake van uitbreiding van uren zodat collega’s extra uren kunnen inzetten voor coaching. Vorig schooljaar meldden zich voldoende zij-instromers bij de verschillende besturen, na de zomer van 2021 lijkt dit wat af te nemen en is afgesproken dat de besturen vanaf het 1e kwartaal in 2022 (weer) gezamenlijke werving gaan inzetten.
Samen voor de Haagse Klas Bovengenoemde programma’s treden gezamenlijk naar buiten onder de naam ‘Samen voor de Haagse Klas’. Hiertoe is in januari 2021 een website (www.samenvoordehaagseklas.nl) gelanceerd. Het doel van de website is te fungeren als informatie- en inspiratiebron voor schooldirecteuren en leraren. Dit schooljaar wordt het gedeelte voor kennisdeling verder uitgebreid zodat scholen van elkaar kunnen leren. Tenslotte Zoals hierboven al enkele keren aangehaald, is schooljaar 2020-2021 geen gemakkelijk jaar geweest. Helaas hebben we in de laatste twee maanden van 2021 moeten constateren dat ook dit schooljaar weer een moeilijke periode kent met veel onrust in de scholen ten gevolge van de Coronapandemie, bovenop de toch al zo zwaar drukkende personeelstekorten. Desondanks slagen veel schoolleiders, leraren en onderwijsondersteunend personeel, er toch dagelijks in om vele Haagse leerlingen een stabiele en veilige omgeving te bieden waarin zij kwalitatief goed onderwijs bieden. Al deze professionals verdienen de grootst mogelijke waardering en alle steun die we ze kunnen bieden. Het college zal zich daar, in goede samenwerking met de schoolbesturen, onverminderd voor in blijven zetten.
Deze inzet komt onder andere tot uitdrukking in de afspraken die met de schoolbesturen zijn gemaakt voor de nieuwe Haagse Educatieve Agenda 2022 – 2026, welke in januari ter instemming aan uw raad wordt voorgelegd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte Hilbert Bredemeijer
12/12