CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310856 Bijlage

Gemeenteraad 20 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Pribapand Grote Marktstraat 16-18, Vlamingstraat 20-24 (RIS310856)19.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8 alinea's met “informatiebijeenkomst”: 161 190 228 230 231 235 266 271

24

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

Fietsparkeren Het niet stellen van een parkeerbehoefte betekent dat andere vormen van mobiliteit extra goed in het plan moet worden opgenomen. Voor het fietsparkeren betekent dit dat het bewoners parkeren en bezoekersparkeren goed toegankelijk is en uitnodigt tot gebruik. Wat betreft het aantal fietsparkeerplaatsen moet worden voldaan aan de beleidsregels Fietsparkeren (RIS294386) en beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag (RIS297288) Voor deze locatie betekent dit op grond van een indicatief programma van 1700 m2 detailhandel en de circa 75 woningen er ongeveer 260 fietsplekken nodig zijn. Daarnaast worden mogelijkheden onderzocht voor een aanvullend openbaar fietsenstalling. Het is wenselijk om de huidige 400 openbare fietsparkeerplaatsen te behouden. Doordat ook in fietsparkeren voor bezoekers van de commerciële ruimte is voorzien betekent dit dat

vindbaarheid extra belangrijk is om overlast van geparkeerde fietsen in de omgeving te voorkomen. In de huidige situatie is er een Biesieklette in de kelder, door de steile trap en slechte zichtbaarheid van de entree wordt deze stalling beperkt gebruikt. Door in de nieuwe situatie de entree meer te richten op de Grote Markstraat wordt de stalling meer zichtbaar voor drukste fiets- en voetgangerstromen. Door de entree van de stalling dichtbij de hoek van de Grote Marktstraat te laten beginnen is deze (mits transparant vormgegeven) zichtbaar vanaf de Grote Markstraat. Een trap van 2.40 m breed met fietsgoten aantrede 50 cm en optrede 9 cm biedt voldoende comfort ook voor mensen met een elektrische fiets. Boven en onder de trap is een vrije ruimte nodig van tenminste 2,5 m in het verlengde van de trap om zo met een grote fiets goed de trap te kunnen benaderen en elkaar te passeren.

5.4

Buitenruimte

Het plangebied grenst aan openbare buitenruimte. Binnen het plangebied is geen (semi)openbare buitenruimte aanwezig. Binnen het plangebied komt er private buitenruimte, en een gemeenschappelijke, groene buitenruimte. •

•

•

• •

•

•

•

De toegankelijkheid van de gebouwen voor mindervaliden wordt gerealiseerd door de begane grond te laten aansluiten op het peil van de aansluitende buitenruimte. Geen utilitaire functies voor afval en stalling in de buitenruimte. Deze worden inpandig opgelost. Situeer de ruimtes zo dat een efficiënte aansluiting met rijroutes en opstelplekken zo min mogelijk druk op de openbare ruimte uitoefent. Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor hun afvalinzameling. Afvalinzameling vindt gescheiden plaats, bij voorkeur circulair en grondstofgericht. Hiervoor moet een inpandig ruimte worden gereserveerd in het bouwplan. Fietsparkeren dient inpandig te worden opgelost. De daken worden ingericht met een groen dak. De verblijfsruimte wordt met hoogwaardig groen ingericht dat bijdraagt aan de biodiversiteit en een zichtbare groene

•

•

Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor het bestaande trafohuis in de kelderverdieping. Uitgangspunt is dat deze inpandig blijft en niet in de openbare ruimte gefaciliteerd wordt. Voor randvoorwaarden dient afstemming gezocht te worden met beheerder (Stedin). Bijzondere aandacht voor de afstemming van de interne afvallogistiek van huisafval naar de Grote Marktstraat. De binnenruimtes/gangen moeten vrij blijven ivm vluchtroutes.

uitstraling heeft. Ruimte voor groeiomstandigheden flora meenemen. Dat betekent voor bomen minimaal 100 cm en voor struiken 50 cm diepte in de verticale doorsnede vrijhouden. Deze voorwaarden gelden ook voor beplanting op daken en parkeergarages. Het project en de omliggende buitenruimte kunnen goed onderhouden worden (veegmachine en maaimachine moet erbij kunnen). Trafo en/of andere nutsvoorzieningen zijn inpandig opgelost (zie ook Checklist Gezondheid in Planvorming (GGD Den Haag). Vooraf dient bij de nutsbedrijven, mede op basis van de te realiseren m2 en de energie behoefte e.d., afgestemd worden of dergelijke voorzieningen inpandig noodzakelijk zijn.

Goede toegankelijkheid en comfortabele stalling

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

25

5. STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN 5.5

Duurzaamheid Algemeen:

De gemeente heeft de ambitie dat de nieuwe bebouwing als geheel zal voldoen aan hoge duurzaamheidseisen. Het streven is om met nieuwbouw een duurzaam gebouw te realiseren dat vooruitloopt op het gebied van duurzaamheid en daardoor toekomstbestendig is.

•

•

EIS: Het warmteconcept dient aan te sluiten bij de uitgangspunten beschreven in het Stedelijk Energieplan (RIS306869). De gemeente wil het bestaande stadswarmtenet (wat naar middentemperatuur zal gaan) gereserveerd houden voor aansluiting op de bestaande stad. Voor nieuwbouwontwikkelingen moet worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor lokale opwekking/opslag van duurzame warmte en elektriciteit.

•

De gemeente heeft de ambitie voor het nieuwe gebouw een GPR van minimaal 8 voor de thema’s milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Voor het thema energie is de norm 9. Voor meer informatie zie: www.gprgebouw.nl.

groen- en natuurinclusief bouwen energieconcept circulair: onderzoek hergebruik bestaande kelder

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

In het ontwerp wordt rekening gehouden met het vermijden van geluidhinder en luchtverontreiniging. Schone lucht en voldoende plekken van relatieve stilte (relatief in een stedelijke context) zijn onderdeel van de ontwerpopgave.

•

In de toekomst kan het HDT opnieuw geconsulteerd worden.

26

In een op te stellen bestemmings- of Omgevingsplan of de uitgebreide Wabo-aanvraag staat een volledig ingevulde en gemotiveerde duurzaamheidsparagraaf conform het Gebiedsgericht milieubeleid (RIS 127626) en het bouwplan moet hieraan voldoen.

Energie

Het HDT heeft de volgende top 3 duurzaamheidskansen geformuleerd: 1. 2. 3.

Gasloos bouwen is de norm, voor zowel woningen als winkels. Per 1 juli 2018 is de verplichting om een bouwwerk aan te sluiten op een gasnet voor nieuw te bouwen bouwwerken vervallen (‘Gasaansluitingsplicht kleine verbruikers’) [1]. (Wijziging Warmtewet Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 34 723, nr. 9).

•

Conform de eisen in het bouwbesluit zijn de BENG-eisen (=Bijna Energieneutraal Gebouwen) van toepassing.

•

In de directe omgeving van de planlocatie is een warmtenet aanwezig. Er dient te worden onderzocht of het mogelijk is de ontwikkeling hierop aan te sluiten.

De gemeente en initiatiefnemer stellen aan de nieuwe bebouwing hoge duurzaamheidseisen:

Haags Duurzaamheidsteam (HDT) Om de kansen en mogelijkheden om het project duurzamer te ontwikkelen in beeld te brengen, is het planvoorstel en concept PUK ter advies voorgelegd aan HDT op 12 mei 2021. De duurzaamheidsparagraaf is hierop aangevuld en de eisen zijn concreet gemaakt. In het HDT-advies is onderscheid gemaakt tussen eisen, wensen en streefwaarden. De eisen zijn onderstreept in dit document.

•

•

Of: Op gebouw- en gebiedsniveau geldt BREEAM-NL minimaal 4 sterren (excellent) of gelijkwaardig.

•

De MPG is een los onderdeel van een vergunningaanvraag maar is ook geïntegreerd in GPR en BREAAM. Om bijvoorbeeld de gewenste GPR-scores te halen dient de MPG ook beter te scoren dan wetgeving.

•

De toekomstige eigenaar kan de ambitie nastreven om het LEED Platinum certificatie bij nieuwbouw te verkrijgen

NB: LEED Platinum is gelijkwaardig aan BREEAM (Outstanding) of GPR met een 8,5. Sinds 1 januari 2018 is het binnen Europa (Nederland) verplicht te voldoen aan de Milieu Prestatie eisen voor Gebouwen (MPG). Dit is een verplicht onderdeel van de vergunningsaanvraag binnen het bouwbesluit. De MPG is een geïntegreerd onderdeel binnen Breeam en GPR gebouw. Bij LEED is dit niet het geval. Hier zal dus apart een onderbouwing voor moeten worden aangeleverd. (zie https://www.milieudatabase.nl/).

Groen- en natuurinclusief gebouw en gebied •

Om opwarming te voorkomen is de ruimtelijk stedelijke opzet belangrijk, om verkoeling door de aanvoer van verse lucht en de afvoer van warme lucht mogelijk te maken. Daarnaast is het belangrijk om groen toe te voegen voor schaduw en verdamping.

•

Het dak van het de nieuwbouw kan worden ingezet voor vergroening i.c.m. voorzieningen voor opwekking van duurzame energie. Voor de vergroening van het perceel kunnen de volgende middelen worden ingezet: daktuin, geveltuin, etc. Hiermee wordt bijgedragen aan de biodiversiteit en neemt het percentage groen op het perceel toe. Door de beperkte mogelijkheden van

vergroening op maaiveld, wordt geadviseerd om groene daken met een minimale deklaag van 15 cm toe te passen. Groene daken kunnen worden gecombineerd met PV-panelen en delen van het dak kunnen worden ingericht als daktuinen met verblijfskwaliteit. •

Toepassing van maatregelen op basis van het puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 301953) dat in 2019 is vastgesteld door het college. Het puntensysteem biedt de mogelijkheid om de ambities die de toekomstige eigenaar mogelijk heeft op het gebied van het bevorderen van de biodiversiteit, omgevingskwaliteit en anticiperen op klimaatveranderingen inzichtelijk te maken. Het plangebied op deze locatie is kleiner dan 2000 m² en lager dan 30 m en valt daarmee onder de categorie ‘middelgroot project’ van het puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS 301953 en Bijlage 1 van deze PUK). Daarbij hoort het volgende te behalen puntenaantal:

•

4 punten voor groene gevels en daken

•

3 punten voor nestgelegenheden en

•

4 punten voor omgevingsmaatregelen.

2.

Groen dak: Voor een groen dak bij voorkeur een grondlaag toepassen die meer is dan alleen een sedumbegroeiing (7 cm), dus met een substraatdikte van idealiter 15 -30 cm om een kruidenrijk grasland aan te kunnen leggen. Dit kan gevolgen hebben voor de dakconstructie. De uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de Nota stadsnatuur (RIS 305824). Voor de realisatie van een ecologisch goed functionerend groen dak, waarbij aandacht wordt besteed aan de functie voor allerlei soorten insecten, is inzet van ecologische expertise noodzakelijk. Zie voor meer informatie de Nota stadsnatuur. Combinatie met zonnepanelen is mogelijk indien deze zorgvuldig worden ingepast.

3.

Beheerplan: De kwaliteit van de begroeiing en de uitstraling van het gebouw als een groen en natuurinclusief gebouw hangt af van het beheer. Daarom wordt de ontwikkelaar gevraagd om een beheer- en onderhoudsplan op te stellen. Dit is ook relevant voor de begroeiing die is ingetekend op maaiveldniveau aan de Raamstraat. Aan de privé balkons zijn plantenbakken ontworpen, valt dit onder privé-beheer of centraal beheer? Indien dit in privé-beheer komt, is aan te bevelen om beplanting aan te leggen voordat bewoners inhuizen en onderhoudstips mee te geven. De kans dat dan een groene uitstraling blijft bestaan is dan iets groter. De samenhang van de begroeiing en onderhoud tussen de

Bij een middelgroot project is natuurinclusief bouwen een ambitie, en geen harde eis. De volgende adviezen worden als maatwerkoplossing voor de ontwikkeling meegegeven: 1.

Omgevingsniveau: Het is aan te bevelen om ook op maaiveldniveau waar mogelijk vergroeningsmaatregelen te treffen zodat ook op ‘omgevingsniveau’ natuurwaarden worden toegevoegd. Voor een ontwikkeling in hoogstedelijke omgeving in kernwinkelgebied is het lastig om te voldoen aan maatregelen op maaiveldniveau. Bijzondere aandacht voor uitwerking vergroening langs Raamstraat. Kans is vergroeningsopgave van de hoek Grote Marktstraat. Qua soortenkeuze kan gedacht worden aan klimop, wilde wingerd en/of blauwe regen die een flinke hoogte kunnen behalen. Klimop verdraagt schaduw (Raamstraat) heel goed.

Uitsnede Nota Stadsnatuur

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

27

5. STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN bak, pergola en binnentuin is belangrijk. Het advies is om de begroeiing aan de pergola vanuit de plantenbakken van de gemeenschappelijke daktuin ‘naar beneden te laten groeien’ zodat het beheer hiervan centraal geregeld is.

4.

Werk samen met een ecoloog om een goed natuurinclusief plan te ontwikkelen. Hierover kan ook contact worden opgenomen met Esther Vogelaar.

•

Nestgelegenheden: De mogelijkheden voor verblijfplaatsen voor vleermuizen en gierzwaluwen moeten door een ecoloog worden onderzocht. Evenals de mogelijkheden voor insectenhotels en/of reliëf/zandhopen voor grondgebonden insecten zoals wilde bijen. Circa 70% van de wilde bijensoorten nestelen in de bodem. Het creëren van nestvoorzieningen voor huismussen is in deze omgeving zinloos. Aanbevolen wordt om geen nestkast voor de slechtvalk te plaatsen want er zijn voldoende territoria voor slechtvalken.

•

Groene gevels: Een groene gevel is het meest kansrijk als vanuit de volle grond klimplanten (met rasterwerk) tegen de gevel worden aangeplant, indien een grondlaag aanwezig is of een grondlaag kan worden aangebracht.

•

EIS: Natuurwaarden: Voor het (laten) ontstaan van natuurwaarden is het realiseren van samenhang belangrijk. De vijf V’s voor een ecosysteem: verblijfplaats, voedsel, verbinding, veiligheid en variatie, kunnen hierbij een leidraad zijn. De variatie aan maatregelen die in de puntentabel zijn opgenomen, zijn mede hierop gebaseerd. Bij de uitwerking van het plan moet een ecoloog worden betrokken. EIS: Beplantingssoorten: Voor beplanting gebruik maken van inheemse soorten.

•

Klimaatbestendigheid •

De inrichting van de buitenruimte bevat klimaatbestendige maatregelen en moet zo worden ingericht om voorbereid te zijn op extreme weersomstandigheden. De buitenruimte zo inrichten dat het optimaal kan blijven functioneren en beheerd kan worden bij veranderende klimaatomstandigheden, zoals hitte, droogte, wateroverlast en teruggang biodiversiteit.

•

De inrichting en het niveau van de buitenruimte en de bebouwing, moet dusdanig worden afgestemd dat de schade door wateroverlast wordt beperkt. De vitale infrastructuur moet daarbij begaanbaar blijven voor nood- en hulpdiensten, in het geval van extreme water gebeurtenissen en calamiteiten. Uit de stresstesten (zie afbeelding) blijkt dat wateroverlast bij een bui van 70 mm en droogte aandachtspunten zijn. Het huidige pand is bij een bui van 70 mm kwetsbaar en de Raamstraat is dan alleen bereikbaar voor calamiteitenverkeer. Qua hittestress is de Raamstraat warm en de Grote Marktstraat aanzienlijk warmer.

•

EIS: wateroverlast voorkomen. Om wateroverlast te voorkomen is het doel om regenwater vast te houden en vertraagd af te voeren, met als doel piekbelastingen op het rioolsysteem en het oppervlaktewater te voorkomen. Bij nieuwbouw geldt de eis dat er 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is.

•

•

Waterberging is conform richtlijnen (watertoets) van het Hoogheemraadschap van Delfland en goedgekeurd om wateroverlast te beperken en voorkomen w.o. het standstill beginsel (Beleidsnota 10 juli 2014).

Wateroverlast (kwetsbaarheid en begaanbaarheid bij bui 70mm)

De lokale hittestress in dit project wordt verminderd door het toevoegen van groen, bijvoorbeeld door toepassing van groene daken en gevels. Warmteaccumulatie voorkomen: Gebruik ‘koele’ materialen (materialen met een lage absorptiewaarde zoals hout en een hoge reflectiefactor). Hittestress

28

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

Mobiliteit •

•

Er moet onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden voor deel- elektrische fietsen en natuurlijke ventilatie in de stalling. Het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer moet gestimuleerd worden. Het project heeft bij de parkeerplaatsen voor de fiets elektrische oplaadpunten.

•

•

•

Circulair bouwen: bij sloop, nieuwbouw en verbouw komen materialen vrij. Het hergebruik van deze materialen wordt gestimuleerd. Voor nieuwe bouwmaterialen worden materialenpaspoorten opgesteld, met de intentie dat deze materialen in de toekomst hergebruikt kunnen worden. In de materialenpaspoorten staat vastgelegd welke materialen, hoeveel en waar gebruikt zijn met de intentie dat deze materialen in de toekomst hergebruikt kunnen worden. De toekomstige eigenaar kan materialen en systemen selecteren op basis van hergebruik, CO2 footprint, toekomstbestendigheid en gezondheid van mens en omgeving. De toekomstige eigenaar kan daarnaast ook de ambitie hebben om het sloopafval en de sloopimpact van de bestaande gebouwen te beperken. Onderzoek of het mogelijk is om de Muschelkalksteen van de bestaande gevels te hergebruiken.

Rekening houden met veranderingen, aanpassingen, onderhoud en vervanging van verschillende bouwonderdelen.

•

Tijdens de sloop en de bouw wordt op de bouwplaats afval gescheiden en materiaal hergebruikt.

•

Actieplan Maatschappelijk verantwoord Inkopen (RIS299397): in principe geen gebruik van diesel aggregaten op de bouwplaats tijdens de sloop en de bouw.

•

Bij bouwactiviteiten is gekeken naar duurzame bouwlogistiek.

Flexibiliteit, materiaalgebruik en bouw •

Het toepassen van overmaat in de verdiepingshoogte waardoor flexibiliteit ontstaat om in de toekomst meerdere functies op te vangen.

•

Onderzoeken of industrieel vervaardigde bouwelementen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld voor de woningopbouw.

•

Het behouden van de bestaande kelder zal de milieuimpact positief beïnvloeden, behoud is duurzaam maar zal ook de bouwoverlast voor de omgeving beperken..

•

Voor de te gebruiken bouwmaterialen; maak gebruik van het principe duurzaam inkopen en milieuvriendelijke materialen

5.5

Beeldkwaliteit

De nieuwbouw moet voldoen aan de Welstandsnota Den Haag 2017. Van de criteria in deze nota zijn de algemene criteria A en B de meest relevante. A. Een bouwwerk vertoont samenhang op alle schaalniveaus: in materialen, kleuren en detaillering, in geleding en verhoudingen, in volumeopbouw en schaal, en in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan. B. Indien er sprake is van een bouwwerk in een beschermd stadsgezicht, leidt het bouwwerk tot behoud of versterking van de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden daarvan. De locatie heeft drie straatzijden met elk eigen kenmerken. De nieuwbouw gaat deel uitmaken van de straatwand van de Grote Marktstraat, de straatwand van de Vlamingstraat en vormt een zijde van de Raamstraat. De nieuwbouw moet in zichzelf samenhangend zijn, maar ook in reactie op en in samenhang met de kenmerken van elk van de drie straten ontworpen worden. Elk van de drie straatgevels heeft een eigen omgeving met een eigen schaal, geleding en verfijning. Richtlijnen voor gevelsigning van de commerciële, de publieksen de woonfuncties moeten een onderdeel zijn van het gevelontwerp.

Materiaal en producten dienen een lage CO2-uitstoot te hebben, zoals bijvoorbeeld hout, groen/CEM III beton (betonakkoord 2018). Lichte bouwconstructies scoren goed in de milieuprestatie, zoals bijvoorbeeld draagstructuren van kolommen en liggers en/of houten binnenspouwbladen (biobased als compensatie voor de sloop). Onderzoeken of industrieel vervaardigde bouwelementen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld voor de woningopbouw.

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

29

6. SECTORALE KADERS 6.1

Vigerend juridisch kader

Het geldende bestemmingsplan is bestemmingsplan ‘St. Jacobskerk e.o’. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd tot gemengd- 1.

Het plangebied is aangewezen als Rijksbeschermd Stadsgezicht. De bestaande structuur en het karakter van de bebouwing en openbare ruimte, wordt als zeer waardevol beschouwd. De contouren van de bouwvlakken en de bouwhoogten zijn daarom gedetailleerd opgenomen in het bestemmingsplan plan. Het initiatief om de locatie te herontwikkelen tot commerciële ruimten met daarboven woningen voldoet gezien het gebruik aan het bestemmingsplan, maar ten aanzien van de bebouwing zijn er een aantal strijdigheden. Voorgesteld wordt om voor deze strijdigheden van het bestemmingsplan af te wijken.

Op basis van de visie en de stedenbouwkundige randvoorwaarden in hoofdstuk 4 en 5 in dit PUK wordt onderbouwd waarom afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Dit PUK dient deels om te onderbouwen dat dit overeenkomstig een Goede Ruimtelijke Ordening (GRO) is, maar ook om de punten te formuleren waaraan de GRO moet voldoen. Oftewel de toetsingsgronden voor de latere WABO aanvraag. Het PUK is geen vrijstelling voor andere verplichtingen rond wet- en regelgeving. .

30

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

6.2

Stedenbouw en planologie

Samen voor de stad In het Coalitieakkoord 2019-2022 “Samen voor de Stad” (RIS 304121) is opgenomen dat voor stedelijke ontwikkelingen Agenda Ruimte voor de Stad leidend is. Er wordt hiermee ingezet op vergroening en verduurzaming. De locatie maakt geen onderdeel uit van het CID, de Binckhorst of Den Haag Zuidwest waardoor er geen grootschalige gebiedsontwikkeling is toegestaan. Dat betekent dat er alleen ruimte is voor “bouwof vervangingsprojecten die passen bij de bestaande bouwstijl en in de bestaande omgeving.” Kleinschalige nieuwbouw, passend bij de wijk, is het uitgangspunt voor deze locatie. Den Haag is een groeiende stad. De komende jaren stijgt het aantal inwoners. Er zijn daarom meer (betaalbare) woningen en voorzieningen nodig. Die willen we realiseren op zo’n manier dat de stad er beter van wordt en de leefbaarheid niet onder druk komt te staan. Winkelstraten zijn van belang voor de economie en het woongenot. Er wordt gewerkt aan aantrekkelijke en veilige winkelstraten en verloedering van straten wordt tegengaan. Den Haag is een mooi, gezonde en leefbare stad. Er wordt hard gewerkt naar een klimaatneutrale stad in 2030. Nieuwbouw en grootschalige renovatie moet klimaatneutraal worden opgeleverd. Er wordt fors geïnvesteerd in energietransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en in klimaatadaptie.

Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS 295016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Met Agenda Ruimte voor de Stad kiest Den Haag voor ‘slim groeien’. Dit is nodig in een stad die volgens de prognoses tot 2040 groeit met zo’n 80.000 nieuwe inwoners, maar geen ruimte heeft voor uitbreiding buiten de bebouwde kom. Door slim te groeien wordt Den Haag aantrekkelijker, leefbaarder en duurzamer. Slim groeien betekent onder andere compacter bouwen in het centrum op goed bereikbare plekken, gecombineerd met meer groen in de buitenruimte en functiewijzigingen van leegstaande gebouwen naar andere functies. De uitgangspunten van de Agenda Ruimte voor de Stad zijn verdichten, vergroenen en verduurzamen. De vijf hoofdopgaven die in de Agenda Ruimte voor de Stad benoemd worden zijn hieronder vertaald in opgaven die voor de planlocatie/omgeving van belang zijn. 1. Ruimte voor de buitenruimte • Bij de inrichting van de buitenruimte wordt prioriteit gegeven aan kwaliteit voor fietsers, voetgangers, OV en ontmoetingsruimte. 2. Ruimte voor stedelijk wonen • Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijke voorwaarde voor een economisch vitale en succesvolle stad. • De stad heeft hard gewerkt aan een compact stedelijk centrum waar veel samenkomt: wonen en werken, historie en nieuwbouw, ondernemerschap en cultuur.

Er wordt ingezet op compacte woonvormen in een stedelijke setting nabij concentraties van stedelijke voorzieningen en OV. In de binnenstad is er een kans voor intensiever gebruik van de ruimte. Deze ruimte kan worden benut voor een gemengd programma met bijvoorbeeld wonen op de verdieping. Dit draagt bij aan de levendigheid van de binnenstad.

3. Ruimte voor (nieuwe) economie en toerisme • Investeren in ruimtelijke randvoorwaarden voor economische vernieuwing en nieuwe werkgelegenheid. 4. Ruimte voor duurzame mobiliteit • Het stimuleren van vormen van vervoer die weinig ruimte vragen en duurzaam en gezond zijn: met name lopen, fietsen en OV. • Schaalsprong OV. • Het beter verbinden van de stad met de regio, RTH Airport, Schiphol, Utrecht en Amsterdam. Daarbij gaat het om snelheid, gemak en comfort. • Voorrang geven aan de voetganger en de fietsers in de buitenruimte. 5. Ruimte voor energietransitie en klimaatadaptatie • Inzetten op energietransitie en klimaatadaptie. • Het benutten van platte daken en gevels voor zonneenergie installaties. • Vergroenen van de buitenruimte. • Betere waterafvoer en groene daken om daarmee de kans op wateroverlast en hittestress door klimaatverandering te verminderen.

Uitsnede verbeelding St. Jacobskerk e.o., 2013

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

31

6. SECTORALE KADERS 6.3

Economie

en cultuurcomplex aan het Spui. Het Meisje met de parel

Met onze binnenstad hebben we een sterke troef in handen.

verkoopt Den Haag aan de wereld. In het Museumkwartier is

Met het historische karakter, de koninklijke flair, het Binnenhof

ruim aanbod aan musea, met het Eschermuseum en nieuwe

als politiek hart van Nederland en het landelijk toonaangevende

museumconcepten. Dit is belangrijk voor het aantrekken van

aanbod van winkels, horeca en evenementen. Bovendien

Een brede economische bloei is het hoofddoel van deze

(terugkerende) bezoekers, juist met de renovatie van het

hebben we met onder meer het Mauritshuis en Escher in

economische visie. De uitwerking richt zich op vier strategische

Binnenhof.

het Paleis musea in het Museumkwartier die internationale

Economische Visie Den Haag+ 2030; brede economische groei in een stad zonder grenzen (RIS303550)

doelen. (1) de stad aantrekkelijker maken, (2) de economische structuur veerkrachtiger maken, (3) ondernemers groeikansen bieden en (4) voldoende huisvesting creëren in aantrekkelijke werkmilieus.

bewoners een aanlokkelijke invulling van hun vrije tijd. Maar evenementen beïnvloeden ook het imago van de stad, maken deze aantrekkelijker om er te wonen of te bezoeken en zorgen

De ontwikkelingen in de binnenstad leveren een bijdrage aan

voor werkgelegenheid. We zetten daarom in op evenementen

deze doelen en in het bijzonder aan de attractieve stad. De

die economische spin-off voor de stad opleveren (ook in de

attractieve stad is belangrijk voor bewoners, talent, bedrijven,

winter), het toeristische profiel van Den Haag versterken

instellingen en bezoekers. Evenementen, cultuur, horeca en

en Den Haag neerzetten als dynamische stad waar young

winkels maken een stad aantrekkelijk.

professionals en jongeren graag verblijven, zoals festivals,

Om de aantrekkingskracht van de stad te vergroten, werkt de gemeente hierbij aan de volgende tactische doelen: •

een aantrekkelijk woon-en leefklimaat scheppen

•

levendigheid en toeristische aantrekkingskracht vergroten

•

de mobiliteitstransitie realiseren

•

het imago versterken

De binnenstad ontwikkelt zich hierbij verder als bezoekersmagneet en visitekaartje voor Den Haag. De horecasector levert een belangrijke bijdrage aan de levendigheid en zorgt voor werkgelegenheid. Stad en horeca zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: horeca maakt de stad. Binnen alle winkelgebieden is ruimte en stimulans voor innovatieve concepten, samenwerking en duurzaamheid. Zo kunnen retailers ook in de toekomst een goede boterham verdienen met een compleet en divers aanbod voor bezoekers en bewoners. Ambulante handel verlevendigt de stad. Cultuur speelt een belangrijke rol voor de doelgroep die we willen bereiken. Daarom investeren we in het onderwijs-

32

Evenementen en festivals creëren dynamiek en bieden onze

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

concerten en topsport-evenementen.

bezoekers trekken. De komende jaren staan we voor een paar uitdagingen. De eerste uitdaging is het op peil houden van bezoekers tijdens de renovatie van het Binnenhof. Dat is een gezamenlijke opgave voor het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente. De tweede uitdaging is om de binnenstad meer levendig te maken in de avonduren. Tot slot willen we dat meer ondernemers profiteren van het toenemende aantal bezoekers. Belangrijk hierbij is een goede spreiding van bezoekers over de stad en het uitbreiden van onder meer het leisure- en museumaanbod voor gezinnen. Met meer gezinsaanbod in de binnenstad kunnen bezoekers die nu vooral in Scheveningen,

De groei van Den Haag als congresstad zet zich door,

Kijkduin en de Internationale Zone komen worden verleid

met een sterke spin-off in de zakelijke marketing en het

om de binnenstad te bezoeken en langer te blijven. Nieuwe

mkb. Congressen versterken de kenniseconomie en de

toeristische ontwikkelingen vinden bij voorkeur plaats in en rond

internationale positionering van Den Haag én leveren de stad

het Museumkwartier, het Kerkplein, Chinatown en de Haagse

werkgelegenheid op doordat zakelijke bezoekers geld uitgeven

Grachten; de randen van waar nu de meeste bezoekers komen.

aan hotels, restaurants, catering, winkels, musea en vervoer.

De verbindingsroute tussen de binnenstad en station Hollands Spoor is een belangrijke stadsentree en is kansrijk voor

Strategie toerisme 2020-2025 - Toerisme Werk(t) voor de Stad (RIS302975) Den Haag moet dé toeristenstad van Nederland worden met kwaliteitstoerisme. Met een kwaliteitstoerist bedoelen we een bezoeker die optimaal bijdraagt aan de doelen van de stad:

toeristische ontwikkeling. Daarmee wordt het toeristisch gebied uitgebreid en de binnenstad beter benut.

Kadernota detailhandel “De Haagse hoofdwinkelstructuur centraal”(RIS300626)

een toerist die hier geld besteedt, zich laat spreiden in plaats

Binnen de ambitie ‘Den Haag beste winkelstad’ speelt de

en tijd en bijdraagt aan levendigheid zonder overlast. Een

binnenstad een belangrijke rol. Tegelijk heeft de binnenstad

kwaliteitstoerist is daarnaast een ambassadeur van de stad en

een belangrijke functie als huiskamer voor de stad en voor de

draagt in positieve zin bij aan het imago en een aantrekkelijk

regio. Om deze functies te kunnen blijven behouden, houden

woon- en leefklimaat voor bewoners en internationaal talent.

we de binnenstad compact, waarbij we ruimte blijven bieden voor vernieuwing en dynamiek. De binnenstad is de locatie

waar Den Haag zich profileert als internationale stad, met zijn

Den Haag geeft om die redenen een hoge prioriteit aan verdere

een onderscheid gemaakt tussen winkelconcentraties in

grootstedelijke inrichting en aansprekende warenhuizen en

economische ontwikkeling van beide gebieden. Horeca kan

winkelstraten (hoofdwinkelstructuur), de kwetsbare uitlopers

ketens en anderzijds de bekende ‘local heroes‘. Zo spelen we

daarbij een katalysator zijn, een motor om het verblijfstoerisme

en de pleintjes en aanloopstraatjes die een belangrijke

in op trends: enerzijds een afnemende behoefte aan fysieke

te stimuleren. Ruimte voor een sterk en levendig horeca-

ontmoetingsfunctie hebben. Naast de verhouding tussen

winkels, anderzijds een blijvende vraag naar vestigingslocaties

aanbod is dan ook onmisbaar.

horeca en winkels heeft het onderscheid ook betrekking op

voor vernieuwende concepten.

Ook een wervend uitgaansleven mag niet ontbreken in

de categorie horeca. In winkelstraten kan daghoreca het winkelklimaat versterken, terwijl op een centraal plein meer op

Ook de komende jaren blijven we ruimte bieden voor nieuwe

een internationale stad als Den Haag. Het maakt de stad

(internationale) concepten. De afgelopen jaren is gebleken

aantrekkelijk om te studeren en te wonen en is (daarmee)

dat nieuwe ontwikkelingen (ook grootschalige) uitstekend in

een voorwaarde voor een concurrerend vestigingsklimaat.

te passen zijn in het bestaande centrumgebied. Zo maken

Tegelijk is het een belangrijke conditie voor groei in toerisme.

we het kernwinkelgebied nog sterker. Rondom de winkelkern

Touroperators geven aan dat zij (het imago van) een

zijn diverse sfeergebieden met ieder een eigen identiteit. Hier

uitgaansleven in Den Haag missen en dat dit voor hen een

Met de komst van de Primark en de Nieuwe Haagse Passage

vind je in een historische setting een verrassend aanbod van

reden is om (buitenlandse) toeristen niet in Den Haag te laten

is het aantal bezoekers aan Grote Marktstraat eind 2019 nog

exclusieve winkels, ‘local heroes’ en vernieuwende concepten.

overnachten. De Haagse economie loopt hierdoor bestedingen

nooit zo hoog geweest. Uit de Retailmonitor (2017) blijkt ook

Ook dit specialistische, kleinschalige aanbod wordt gekoesterd

mis.

dat de Grote Marktstraat een nog steeds een zeer belangrijk

en gestimuleerd. De aanpak van de sfeergebieden blijft gehandhaafd (zie Actieprogramma Den Haag Winkelstad en Binnenstadsplan Den Haag 2010-2020).

Pleinen maken de (binnen)stad: De succesvolle transformatie van monofunctioneel naar een echte ‘destination’ was voor de jury een belangrijke reden om in 2013 de Haagse binnenstad

de avond gerichte horeca die meerwaarde heeft.

De Grote Marktstraat en Vlamingstraat (Retailmonitor)

onderdeel van de Haagse Binnenstad vormt. Economisch functioneert de Grote Marktstraat zeer goed. Er is geen sprake van structurele leegstand, de huurprijzen zijn bovengemiddeld en uit de Retail Risk Index blijkt dat er veel panden zijn met

We houden onze ogen open voor nieuwe trends in koop- en

uit te roepen tot de beste binnenstad van Nederland. In een

winkelgedrag en zetten op sterkere integratie met horeca en

tijd waarin de consument winkelen steeds meer beschouwt

cultuur. Deze combinatie geeft toegevoegde waarde aan een

als een vrijetijdsbesteding is deze transformatie noodzakelijk.

bezoek aan de binnenstad. Hiermee wordt de consument

Horeca speelt hierin een belangrijke rol. Met terrassen

verleid langer te verblijven Het compacte winkelgebied in

brengen zij sfeer in de openbare ruimte en de gasten houden

Ondanks het vertrek van de enkele grote warenhuisformules

Haagse setting, met bijzondere winkelconcepten, horeca,

de straten in avonduren levendig. Bovendien voorziet

blijft de belangstelling vanuit de markt groot. De Grote

cultuur en attracties maakt de binnenstad een aantrekkelijk

horeca de verschillende gebieden, straten en pleinen in de

Marktstraat zit in de top 3 van Haagse winkelgebieden met de

winkelgebied, voor inwoners, (regio)bezoekers en toeristen.

binnenstad van een eigen signatuur. De horecaconcentraties

meeste afname van leegstand in 2020. Dit is het gevolg van

op pleinen vervullen een onmisbare rol in het versterken van

enkele verhuizingen van winkelformules van de Spuistraat

de winkelfunctie in de directe omgeving. Het Plein, de Grote

naar de Grote Marktstraat en de invulling van het voormalige

Markt en het Buitenhof zijn hier goede voorbeelden van. Met

Marks & Spencerpand. Wel lijkt de afname van het aantal

uitbreiding van het aantal horecagelegenheden op bijvoorbeeld

grootschalige warenhuisformules door te zetten en is de

Haagsche Bluf, Plaats en Kalhuisplaats kunnen deze pleinen

verwachting dat de retailvraag naar de bovenmeters (vanaf

dezelfde functie voor hun omgeving gaan vervullen.

tweede verdieping) afneemt.

Horecavisie Den Haag (RIS288645) De Haagse binnenstad en Scheveningen (bad en haven) bepalen in belangrijke mate de quality of life en de aantrekkingskracht voor inwoners, toeristen en zakelijke bezoekers. Daarmee zijn deze toeristische gebieden van

Goede verhoudingen tussen winkels en horeca: Den Haag

vitaal belang voor de Haagse economie en groei van

streeft naar een optimale balans tussen winkels en horeca

werkgelegenheid.

die de winkelgebieden in hun kracht zet. Daarbij wordt

een laag risicoprofiel en slechts een enkel pand met een hoog risicoprofiel. De Vlamingstraat kent echter wel oplopende leegstand, deze is echter niet structureel van aard.

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

33

6. SECTORALE KADERS

Uitsnede uit analysekaart mobiliteit / bezoekersverdeling kernwinkelgebied, Bron: Binnenstadsplan 2020-2030 (concept)

34

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

6.4

Mobiliteit

Openbaar vervoer

Parkeren

Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag

De locatie is bereikbaar met het OV via de randstadrail lijnen

Zoals in 5.3 genoemd geldt voor dit gebied de Nota

voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is

3 en 4 en tramlijn 6. Allen halteren op 100 m afstand in de

parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) Bezoekers

vervat in de ‘Haagse Nota Mobiliteit’ (HNM) (RIS 180762).

tramtunnel. Komende jaren staan binnen de gemeente Den

kunnen in de huidige situatie tegen betaling in de vele

De visie in de nota is er op gericht om van Den Haag een

Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer

parkeergarages in de omgeving parkeren.

duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken. Dit door

op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen

er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen

van de MRDH voor het openbaar vervoer; de Schaalsprong

maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij

OV. Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de

Het beleid ten aanzien van de modaliteit fiets is gevat in de

hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer

kuststrook met het openbaar vervoer, wordt voorgesteld om

recent verschenen nota Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie

en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers en een

via de Koningskade-Raamweg zowel Scheveningen Bad als

2040. De fiets is naast lopen en het OV een belangrijke vorm

bundeling en ordening van het autoverkeer, moeten er voor

Scheveningen Haven en daarmee ook de Internationale Zone,

van transport om de stad bereikbaar te houden. Doel is dat het

zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Met de

beter te ontsluiten. Hiervoor wordt een nieuw hoogwaardige

aantal verplaatsingen per fiets in 2040 met 50% is gegroeid

Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie uit 2019 is de noodzaak

openbaar vervoerverbinding voorgesteld. Tegelijkertijd is in de

wat met name plaatsvindt in verplaatsingen tot 7,5 km. Door

aangetoond dat de groeiende en verdichtende stad meer inzet

Schaalsprong ook aandacht voor een snellere verbinding naar

het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van

nodig heeft op vormen van mobiliteit die bijdragen aan de

Den Haag Zuid-West. Onderdeel van deze “Leyenburgcorridor”

veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze

volgende thema’s:

is de bestaande tramtunnel. Ook Deze locatie kan op termijn

gestimuleerd. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een

profiteren van deze verbeterde bereikbaarheid.

net van ‘sterroutes’ aangegeven. De sterroutes vormen de

•

Veilig – met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per

Fiets

belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het

jaar;

stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden.

•

Efficiënt – in gebruik van ruimte en infrastructuur;

Autoverkeer

•

Schoon – zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities;

Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk

De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels

ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste

Fietsparkeernormen Den Haag 2016”, normen vastgesteld

stedelijke en regionale hoofdwegen (zie ook de Kadernota

voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren,

Straten, Wegen, Lanen). Dit met voldoende capaciteit om een

bedrijven en voorzieningen. Op de locatie moet worden

Betaalbaar – met een mobiliteitsoplossing voor ieder

optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming

voorzien in een adequate stallingsvoorziening, voor zowel de

budget;

op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf

werknemers, bewoners als de bezoekers op eigen terrein.

deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de

Voorkomen moet worden dat de openbare ruimte rond het blok

woonwijken lager kan zijn. De hoofdwegen hebben een

zal worden gekenmerkt door grote aantallen gestalde fietsen.

•

‘Op maat’ – waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken;

• •

Verbonden – met de regio en andere metropoolregio’s in binnen- en buitenland.

zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de

Dit betekent dat het in voorbereiding zijnde mobiliteitsbeleid

milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer

meer focus gaat leggen op deze thema’s en deze waar

niet welkom. De locatie aan de Raamstraat ligt in het

mogelijk al uitgangspunt zijn in gebiedsontwikkelingen.

voetgangersgebied, afgezien van expeditie verkeer is hier

Voetgangersbeleid De Structuurvisie CID geeft aan dat wordt

geen autoverkeer. Hierdoor is er een autoluwe omgeving waar

ingezet op de voetganger, OV en fietser in dit gebied. Dat

prioriteit ligt voor de voetganger.

onderkend dat de loopstromen en Den Haag als wandelstad van groot belang zijn. De hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie sluit hierop aan.

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

35

6. SECTORALE KADERS 6.5

Duurzaamheid

Nota ‘Duurzaamheid. Schone energie in een groene stad’ Deze nota geeft richting aan het beleid voor vier belangrijke thema’s, namelijk die van energie, mobiliteit, leefomgeving en grondstoffen. De aanpak voor elk van deze thema’s is op hoofdlijnen beschreven voor de periode van 2019-2022. In deze nota (RIS 301829) brengt de gemeente haar ambities voor deze thema’s bij elkaar. Tegelijkertijd wil het stadsbestuur

Leefomgeving

Grondstoffen

Iedere wijk een plan voor hitte en wateroverlast: De gemeente

Van afval naar grondstoffen:

gaat de uitkomsten van de stresstesten uit 2019 vertalen in

•

onderzoeken we of het mogelijk is een consortium op te

beperken.

richten dat zich richt op het hergebruik van restafval.

Natuurinclusief en klimaatbestendig bouwen:

Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS

•

Er wordt stapsgewijs een puntensysteem voor groen- en

301953)

natuurinclusief bouwen ingevoerd. Dit puntensysteem

Het College van Burgemeester en Wethouders wil groen- en

wordt opgenomen in tenderdocumenten en gronduitgifte

natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert

overeenkomsten. Waar mogelijk wordt het onderdeel van

een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan

de BREEAM-gebiedseisen.

de klimaatopgave door vermindering van hittestress en

samenwerken met mensen en bedrijven in de stad. Duurzaam denken en doen is geen eenrichtingsverkeer: initiatieven in de stad kunnen (meer) ondersteuning gebruiken, succesvolle proefprojecten kunnen uitgebreid worden en mensen in de stad kunnen zelf meer doen. Deze nota laat het einddoel van de gemeente zien en de weg daarnaartoe. De herontwikkeling van het Pribapand kan bijdragen aan de onderstaande

wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in Openbare ruimte wordt klimaatbestendig:

de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de

•

Bij gemeentelijke herinrichting van de openbare ruimte

gezondheid van mensen. Het puntensysteem wordt stapsgewijs

is het uitgangspunt dat we inzetten op “het regenwater

ingevoerd als verplichting bij nieuwe bouwplannen. Voor

vasthouden en infiltreren op de plek waar het valt”. We

de locatie Grote Marktstraat 16-18/ Vlamingstraat 22-25

werken dit verder uit in de kadernota ‘Openbare Ruimte’

is het een verplichting. Doordat de toekomstige eigenaar

en het ‘Handboek Openbare Ruimte’.

zich op het gebied van duurzaamheid wil profileren, is het

Bij rioolvervanging, nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen

toepassen van het puntensysteem (‘Puntensysteem Groen-

wordt afstromend schoon regenwater zoveel mogelijk in

en natuurinclusief bouwen’ (RIS 301953) een manier om de

het gebied vastgehouden en benut.

duurzaamheidsambitie op een relatief eenvoudige manier te

De gemeente blijft bewoners en private partijen stimuleren

vergroten.

doelstellingen uit deze nota (ingedeeld per thema). Energie •

Nieuwe energie: De realisatie van de energiebronnen en bijhorende infrastructuur ligt bij externe partijen.

•

•

Besparen en opwekken: Project duurzame daken. De ambitie is: ieder geschikt dak heeft zonnepanelen, zonneboilers, is groen of anders wit.

•

om op eigen terrein waterbergende maatregelen te

Samenwerken met de stad: •

De gemeente ondersteunt initiatieven van wijkbewoners

omwonenden kan via deze weg worden ondersteund. •

De gemeente maakt afspraken met grote Haagse

over besparing, maar ook over het gebruik van hun kennis en ondersteuning bij projecten in de wijken.

Groene en klimaatbestendige stad

(Operatie Steenbreek) en het vergroenen van daken en

•

Doordat het weerpatroon grilliger wordt, zullen extreme neerslag, harde wind en hitte vaker voorkomen. Voor het behoud en versterken van een goed leefklimaat in de

Schoner en stiller:

stad, komt er meer ruimte voor groen en water in de stad.

•

We onderzoeken de mogelijkheden voor duurzame

Bij gebiedsontwikkelingen staat voorop dat de openbare

energievoorzieningen bij bouwwerkzaamheden waarna

ruimte “klimaatadaptief” is. De gemeente wil meer

deze kunnen worden toegepast in onze opdrachten.

natuurlijke beplanting, groene daken, verticaal groen en

Ten aanzien van (ver)bouwprojecten van derden

geveltuintjes creëren, met name in de meest versteende

onderzoeken we welke middelen we kunnen inzetten,

wijken, zoals het centrum. Er bestaat een subsidieregeling

bijvoorbeeld via overleg met particuliere opdrachtgevers.

voor groene daken. Deze locatie zal bijdragen aan de

bedrijven over hun rol bij verduurzaming. Dat zijn afspraken over hun eigen overstap naar schone energie,

treffen, bijvoorbeeld door het “ontstenen” van tuinen schoolpleinen (regeling groenblauwe schoolpleinen).

die zelf aan de slag zijn of willen met schone energie. Een samenwerking van de toekomstige eigenaar met

Samen met andere gemeenten en marktpartijen

een stadsbrede aanpak om extreme hitte en wateroverlast te

•

bovengenoemde doelen.

36

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

•

Om inzicht te krijgen in de gevolgen van klimaatverandering op de stad, zijn er zogenaamde stresstesten uitgevoerd. Zoals te zien op de stresstestkaarten (Klimaatatlas | Denhaag) is er bij extreme neerslag wateroverlast in de directe omgeving

•

6.6

Milieuaspecten

6.6.1 Waterparagraaf Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een

van de locatie. De wateroverlast kan ernstige gevolgen

toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap

hebben voor de- veiligheid en toegankelijkheid van

In het Waterbeheerplan heeft het Hoogheemraadschap

de locatie en directe omgeving. Om wateroverlast te

Delfland (HHD) de ambities en doelstellingen voor de komende

voorkomen is het van belang de sponswerking van de stad

jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor “droge voeten”,

te vergroten, door te vergroenen, water vast te houden en

“stevige dijken” en “schoon water”, zijn meerjarenprogramma’s

bergen waar het valt, en als laatste optie vertraagd af te

opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Het HHD

voeren.

zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten

Bij grote hitte blijkt er in de directe omgeving van de locatie

werken zij aan klimaatadaptatie. Het plangebied valt binnen

aanzienlijke hittestress op te treden, wat de leefbaarheid

het beheersgebied van het HHD. Belangrijk uitgangspunt is dat

nadelig beinvloed. Het is niet prettig verblijven in een

de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag

dergelijke warme omgeving. Hittestress kan worden

verslechteren (het standstill beginsel).

tegengegaan door het vergroenen en daarmee verkoelen

voldoen zoals bijvoorbeeld een polderdak. Waterbergingsvisie Den Haag Volgens de Waterbergingsvisie Den Haag (RIS 149032a) is de projectlocatie onderdeel van Centrum en het hier aanwezige boezemgebied (indeling HHD). Afgesproken is dat in bestaand stedelijk gebied in Scheveningen geen extra waterberging hoeft te worden gerealiseerd, maar deze ook niet mag afnemen 7.6.2 Riolering Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020’. Werken aan duurzaamheid betekent voor de riolering dat meer rekening gehouden dient te worden met: •

Het voorkomen dan wel het scheiden van

van het gebouw en de omgeving, door verdamping,

Watertoets

beschaduwing en voorkomen van warmteaccumulatie.

Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor

•

Meer oog te hebben voor hergebruik,

de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het HHD toetst

•

Het terugdringen van energiegebruik,

bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan het nationaal

•

Het voorkomen dat schoon water vuil wordt.

Maatregelen als groene daken, groene gevels, lichte materialen kunnen hittestress helpen tegengaan. Afval / circulaire economie •

worden gekozen dat aan deze beoogde bergingscapaciteit kan

De komende jaren blijft Den Haag voorloper op het gebied van de circulaire economie. Verspilling van grondstoffen wordt tegengegaan en er wordt voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad gezorgd. De gemeente helpt bij het inventariseren en koppelen van bedrijven die (samen) circulair kunnen werken. Er wordt ingezet op maximale en hoogwaardige bronscheiding. Deze locatie zal bij de (verbouw en) nieuwbouw kunnen bijdragen aan circulair bouwen.

afvalwaterstromen aan de bron,

waterbeleid en het ‘Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021’. Het doel van de watertoets is waarborgen

Hierbij is het gebruik van schadelijke stoffen voor het

dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op

oppervlaktewater, zoals koper, zink en bitumineuze

evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Dit moet

dakbedekking, niet toegestaan.

gebeuren bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke

Duurzaam denken en doen komt zo terug in het ontwerp, de

plannen en besluiten. Het HHD heeft hiervoor voor gemeenten

aanleg, het beheer en het gebruik van de riolering. Afkoppelen

de ’Handreiking Watertoets’ opgesteld. In de Handreiking

van hemelwater is een voorbeeld van een aanpak, waarmee

Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de

zoveel mogelijk bij de bron wordt voorkomen dat water vuil

randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema

wordt, dat water wordt vastgehouden op de plaats waar het

toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden

valt en waarmee gemalen en zuiveringsinstallaties niet onnodig

verwerkt.

worden belast met het verwerken van schoon hemelwater.

Waterberging is in de bestaande situatie beperkt mogelijk. Ter compensatie kunnen groene daken zorgen voor aanvullende bergingscapaciteit. Hiervoor dient wel een type groen dak

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

37

6. SECTORALE KADERS 6.6.3 Bezonning en windklimaat

grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de

Geluid

Bezonning

grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten die

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot

Voor het initiatief moet een bezonningsonderzoek worden

‘in betekenende mate’ bijdrage, kunnen worden opgenomen

de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Winkels

gedaan om te kunnen beoordelen wat de invloed is van

in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

zijn geen geluidsgevoelige objecten, woningen zijn dit wel.

de nieuwe bebouwing op de bezonning van omliggende

(NSL). Dit als is aangetoond dat de effecten van dat project

Aangezien deze woningen binnen de toetsingszone van 200

bebouwing en de buitenruimte. Hierbij moet voor de woningen

worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Met

meter van de Prinsegracht zijn geprojecteerd is akoestisch

voldaan worden aan de ‘Haagse Bezonningsnorm’. Afhankelijk

projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de

onderzoek noodzakelijk.

van de te doorlopen procedure, moet bij de aanvraag van de

luchtverontreiniging is rekening gehouden in de autonome

omgevingsvergunning via een onderzoek onderbouwd worden

ontwikkeling van de luchtkwaliteit.

dat wordt voldaan aan de Haagse normen (RIS170509), of de op dat moment geldende normen.

Op 1 januari 2006 is de wijziging van Wet bodembescherming Het Besluit en de Regeling ‘niet in betekenende mate’, bevatten

(Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe

criteria waarmee kan worden bepaald of een project wel of

Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van

Windklimaat

niet als ‘in betekenende mate’ moet worden beschouwd.

bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt

Voor windhinder wordt een windklimaat nagestreefd zoals

NIBMprojecten kunnen - juridisch gezien - zonder toetsing aan

meegenomen in de ontwikkeling, dan wel herontwikkeling

genoemd is in de NEN 8100 voor de betreffende activiteiten en

de grenswaarden, voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit,

van het plangebied of de projectlocatie. De wettelijke

minimaal na te streven de kwalificatie ‘matig’. De voorgenomen

uitgevoerd worden. Het betreft onder andere de onderstaande

doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening

ontwikkeling betreft een ontwikkeling op een beschut gelegen

gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd:

met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de

locatie met een beperkte bouwhoogte tussen de 14,5 en 25

verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:

meter). Conform NEN8100 dient in dergelijke gevallen (< 30

Woningbouw:

meter) een deskundige beoordeling plaats te vinden.

•

1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg.

•

3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met

6.6.4 Lucht- en geluidkwaliteit

•

Luchtkwaliteit

Kantoorlocaties:

In de Wet milieubeheer (Wm) zijn kwaliteitseisen voor

•

Het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik;

•

een gelijkmatige verkeersverdeling.

de buitenlucht opgenomen. In artikel 5.16 van de Wm is

Het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging;

•

Het wegnemen van actuele risico’s.

100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg.

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare

200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2

risico’s, die samenhangen met het huidige en toekomstige

(NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, geen uitgebreid

ontsluitingswegen met een gelijkmatige

gebruik van de bodem. Voor die delen van het plangebied

luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd hoeft te worden en het plan

verkeersverdeling.

waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog

vastgelegd dat voor een plan dat ‘niet in betekenende mate’

•

doorgang kan vinden. Met andere woorden, draagt een project

geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgebonden, zal

niet of niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging,

De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op een

bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel

dan is er geen belemmering.

ontwikkeling met minder dan 3000 woningen, maar heeft ook

gesaneerd moeten worden. De noodzaak van onderzoek is

betrekking op circa 1730 m2 aan economisch programma.

afhankelijk van het plan. Wanneer de bodem wordt geroerd of

De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en

Hoewel het project zeer waarschijnlijk als een NIBMproject kan

grond wordt verzet, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering is

kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het

worden aangemerkt dient dit te worden aangetoond (NIBM-

bodemonderzoek noodzakelijk.

slechts in geringe mate, ofwel ‘niet in betekenende mate’

tool).

(NIBM), leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De

38

6.6.5 Bodem

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24 / 9 december 2021

• • • •

6.7

Monumentenzorg en Welstand

Vlamingstraat 22 en 24 zijn nog niet onderzocht, maar

van 0,00 mol (0,004 of lager) per hectare per jaar, dan hoeft de

wel verdacht (kledingindustrie en smederij);

initiatiefnemer geen vergunning aan te vragen. De concentratie

Raamstraat ongenummerd is ook nog niet onderzocht,

dient tot 3 decimalen berekend te worden. Bij 0,01 mol (0,006

Aandachtspunt is de hoek bij de Raamstraat. Aan de overzijde

maar wel verdacht (brandstofhandel);

of hoger) is een vergunning vereist en zijn compenserende

springt de rooilijn aan de Grote Marktstraat terug. Hier is de

Grote Marktstraat 16 is in 2011 laatst onderzocht.

maatregelen aan de orde.

oorspronkelijke rooilijn nog zichtbaar. Op de hoek bevindt zich

Nader onderzoek nodig omdat lood matig verhoogd is;

een belangrijk rijksmonument. De nieuwbouw moet in hoogte

Grote Marktstraat 18 is ook nog niet onderzocht, maar

maar ook in volume opbouw aansluiten op deze bebouwing.

wel verdacht (drukkerij en hbo-tank).

Ook vraagt Monumentenzorg aandacht voor de gootlijn ten opzichte van de andere gootlijnen in de Grote Marktstraat. Alle

6.6.6 Flora en Fauna

grote bouwvolumes zijn in goothoogte min of meer gelijk. De

Toetsing aan de WNB is noodzakelijk met grootschalige

nieuwbouw moet dan ook met zijn hoofdvolume aansluiten op

renovatie en/of sloop. Een quickscan Wet natuurbescherming

de goothoogte van het hoofdvolume van het oude M&S-pand.

is vereist.

De hoogte van de nieuwbouw aan de Raamstraat moet aansluiten bij de hoogte van de historische bebouwing aan de

6.6.7 Externe veiligheid

overzijde. Hierdoor is de nieuwbouw passend in het historische

Het plan ligt buiten het invloedsgebied van stationaire

stedelijke weefsel.

risicobronnen (bijvoorbeeld LPG-tankstations), alsmede

Ook aan de Vlamingstraat dient de nieuwbouw aan te sluiten

buisleidingen. Het plan grenst daarnaast niet aan een

aan de historische bebouwing. Dit geldt niet alleen voor de

transportroute gevaarlijke stoffen

hoogte maar ook voor de volume opbouw. De ontwikkeling moet zich voegen in de historische gevelwand.

Er zijn geen risicobronnen of buisleidingen aanwezig of geprojecteerd waarvan de veiligheidscontouren op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de bijbehorende regeling geheel of gedeeltelijk in het plangebied zijn gelegen. Er is geen noodzaak tot het uitvoeren van onderzoek naar het groepsrisico. 6.6.8 Stikstofdepositie Op de locatie is géén regelgeving met betrekking tot de ‘externe werking’ Natura 2000 van toepassing. De initiatiefnemer is verplicht om de stikstofeffecten van het project door te laten rekenen met het rekenmodel AERIUS. De ODH gebruikt AERIUS bij het beoordelen van de aanvraag. Toegedeelde ontwikkelingsruimte wordt geregistreerd in AERIUS Register, zodat deze niet nog eens kan worden uitgegeven. Is de depositie als gevolg van dit initiatief lager dan de grenswaarde Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten

PUK GROTE MARKTSTRAAT 16-18, VLAMINGSTRAAT 20-24/ 9 december 2021

39

6. SECTORALE KADERS 6.8

Wonen

goedkoop segment’).

•

Voor de herontwikkeling van het Pribapand, uitgaande van

beschikbaar gesteld voor de verhuur aan onmisbare

Het Haagse Woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda

circa 75 woningen, gelden de volgende beleidseisen uit de

beroepsgroepen: politieagenten, zorgpersoneel of leraren.

2020-2023 ‘Haags samen wonen’. Er heerst in Den Haag

Woonagenda:

•

een grote druk op de woningmarkt. In de Woonagenda

•

door een woningcorporatie wordt afgenomen, geldt dat (een

worden maatregelen genomen om deze druk te verlichten.

tussen de liberalisatiegrens en de €985 (prijspeil 2020).

deel van) de sociale huurwoningen wordt verhuurd aan

De Woonagenda is ingedeeld in vier thema’s die elk eisen

Hiervan ligt de helft tussen de liberalisatiegrens en €880 en

zorgdoelgroepen .

en wensen bevatten met betrekking tot nieuwbouw. Naast de

de andere helft tussen €880 en €985 (prijspeil 2020). Deze

•

kwantitatieve behoefte en de doelstelling om de woningnood

bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van CPI

ouderenwoningen en/of groepswonen voor ouderen jongeren,

te verminderen door te verdichten is er ook behoefte om

alle huishoudens volgens de ‘jaar-op-jaarmethode’, reeks

worden onderzocht. Hierbij wordt er rekening gehouden met de

de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving te

2019=100 + 1%. De huur mag jaarlijks stijgen met dezelfde

benodigde bijhorende faciliteiten die ondersteuning kunnen aan

verduurzamen, te verbeteren en nieuwe woonmilieus te

indexatiemethode. De middeldure huurwoningen worden

de doelgroep, denk hierbij aan gemeenschappelijke binnen/

creëren. De kwantitatieve verdichtingsopgave vraagt om een

minimaal 20 jaar verhuurd met een middeldure huur, ook na

buitenruimte of levensloopbestendige faciliteiten.

kwalitatief ruimtelijke goede inpassing van wonen, parkeren,

mutatie. De gemeente wordt gedurende deze 20 jaar jaarlijks

groen en voorzieningen. De kwalitatieve opgave(fysieke

ingelicht over de huurprijzen. Naast een aandeel middeldure

opgave) hangt ook samen met sociale, economische,

huur streeft de initiatiefnemer naar een aandeel van minimaal

veiligheid en leefbaarheidsaspecten.

20% betaalbare koop. Een betaalbare koopwoning heeft een

20% van de woningen heeft een middeldure huur

prijs < € 310.000 (prijspeil 2020, jaarlijks te indexeren door

40

Zoals is toegelicht in de projectomschrijving in Hoofdstuk 1

Regionale Tafel Wonen).

van deze PUK, gaat de herontwikkeling van het Pribapand

•

uit van circa 75 woningen. In de Woonagenda is de eis

bestaat het risico dat bewoners hier passanten worden

opgenomen dat bij een nieuwe ontwikkeling, 30% van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10914525/1