CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310834 Zienswijze rekenkamer op positionering gemeentelijke accountant

Commissie Bestuur 12 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 16079, 2500 BB Den Haag

Aan

Uw kenmerk

De gemeenteraad Ons kenmerk

RK/2021.39/RIS310834 Doorkiesnummer

070-3532048 E-mailadres

rekenkamer@denhaag.nl Aantal bijlagen

Datum

2 december 2021 Onderwerp:

Zienswijze rekenkamer op positionering gemeentelijke accountant en accountantsdienst

Geachte leden van de gemeenteraad, De gemeenteraad en het college hebben de huidige vacature voor de functie van gemeenteaccountant aangegrepen om de positie van de gemeenteaccountant te heroverwegen. In dit kader hebben de gemeenteraad en het college opdracht verstrekt aan een extern adviesbureau om onderzoek te doen naar de meest passende, toekomstbestendige positionering voor de gemeentelijke accountant en de accountantsdienst.1 De Rekenkamer Den Haag is als toezichthouder gehoord in het kader van dit onderzoek en we hebben de uitkomsten van dit onderzoek ontvangen. De gemeenteraad neemt uiteindelijk een besluit over de toekomstige positionering van de accountant. Als rekenkamer zijn wij toezichthouder op de gemeentelijke accountant en accountantsdienst. Dit ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties en de gemeentewet. 2 Dit is een afwijking ten opzichte van de invulling van het toezicht op alle overige (externe) accountantsorganisaties in Nederland, waar het toezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten. Alleen de gemeente Amsterdam kent een met Den Haag vergelijkbare situatie. De rekenkamer heeft als toezichthouder geen verantwoordelijkheid in de positiebepaling van de accountant voor de gemeente Den Haag. Aan de discussie over de positie van de accountant leveren wij vanwege onze toezichthoudende rol wel graag een bijdrage.

Zeker waar het gaat om kwetsbaarheden of sterke punten ten aanzien van de kwaliteit van de jaarrekeningcontrole en de onafhankelijkheid van de accountant bij mogelijke posities van de accountant(organisatie). Deze brief heeft als doel deze bijdrage te leveren. In het adviesrapport naar aanleiding van bovengenoemd advies naar de positie van de accountantsorganisatie, wordt bij de conclusies aangegeven dat de rekenkamer voorstander is van een scenario waarbij de

1 2

‘Omgaan met nabijheid, Positionering GAD en Gemeentelijke Accountant’, Berenschot juni 2021.

Sinds 1 oktober 2006 is het toezicht op accountants geregeld in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta, uitwerking in het Besluit toezicht accountantsorganisaties, Bta). De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op basis van deze wet in beginsel de plicht toezicht te houden op het functioneren van de accountantsorganisaties die belast zijn met wettelijke controles. In de Gemeentewet (artikel 184, jo. 213) is geregeld dat het toezicht op een gemeentelijke accountantsorganisatie is belegd bij de lokale rekenkamer, in casu de Rekenkamer Den Haag.

jaarrekeningcontrole uitgevoerd wordt door een externe, openbare accountant. De formulering van deze conclusie doet geen recht aan de overwegingen die wij hebben ten aanzien van de positie van de accountant in de Haagse situatie. Onze overwegingen richten zich niet op de positie van de accountant zelf, maar op de consequentie voor het toezicht op die accountant. In alle varianten waarbij sprake is van een gemeentelijke accountant, ligt dit toezicht bij de rekenkamer.3 Kiezen voor een eigen gemeentelijke accountant betekent dus kiezen voor toezicht op die accountant door de rekenkamer. Wij zien bij het toezicht door de rekenkamer een aantal aandachtspunten die we hierna zullen benoemen. We merken daarbij op dat dit niet betekent dat de andere vorm van toezicht, door de AFM, beter zou zijn of onze voorkeur zou hebben. Wij beperken ons alleen tot de aandachtspunten die we zien in het huidige stelsel. Wettelijk gezien dient de rekenkamer ten minste elke 6 jaar een toezichtonderzoek uit te voeren. De wet laat daarbij aan de toezichthouder veel ruimte bij de invulling van deze taak. Wij zijn als bestuur van mening dat dit niet marginaal ingevuld moet worden. We merken daarbij dat een hoogwaardige invulling van het toezicht wel ten laste gaat van de mogelijkheden voor regulier rekenkameronderzoek.

Een ander rekenkamerbestuur kan hierin andere keuzes maken en het toezicht anders invullen. Dat zou ten koste kunnen gaan van een kwalitatief hoogwaardig toezicht op de gemeentelijke accountant. Voor wat betreft de kwaliteit van het toezicht merken we op dat de capaciteit en deskundigheid die wij als lokale rekenkamer beschikbaar hebben voor het uitoefenen van deze specifieke taak, beperkt is. Wij hebben dit probleem als (huidig) bestuur ondervangen door gebruik te maken van externe deskundigheid en nemen dit als uitgangspunt bij het uitvoeren van onze toezichtstaak. We plaatsen ten slotte nog een kanttekening bij het genoemde onderzoeksrapport over de positionering van de accountant. Hierin wordt aangegeven dat in de huidige situatie het toezicht ‘niet voldoet’.4 Dit is een oordeel over het huidige toezicht door de rekenkamer waar wij ons niet in kunnen vinden. Wij hebben aan de onderzoekers onze overwegingen ten aanzien van het toezicht door de rekenkamer meegegeven. Wij zijn echter van mening dat de risico’s zoals hierboven beschreven, weg te nemen zijn door als rekenkamer (en raad) te investeren in deskundigheid voor de toezichtfunctie. Wij publiceren naast deze brief ook een toezichtrapport in het kader van onze taak als toezichthouder van de gemeentelijke accountant en accountantsdienst.

Dit rapport is het resultaat van een uitgebreid toezichtonderzoek waarbij zowel naar de voorwaarden voor kwaliteit van de accountantscontrole als de onafhankelijkheid van de accountant uitputtend onderzoek is gedaan. We hebben in het onderzoek daarnaast extra aandacht gegeven aan de thema’s fraudebestrijding en de communicatie tussen de Gemeentelijke Accountantsdienst en de Rekeningencommissie. Met dit onderzoek komen wij ons inziens afdoende tegemoet aan eisen die te stellen zijn aan kwalitatief hoogwaardig toezicht. Met vriendelijke groet,

H.A. (Manus) Twisk voorzitter

3

Het toezicht is in alle andere situaties belegd bij de Autoriteit Financiële Markten, zie ook noot 2.

4

‘Omgaan met nabijheid, Positionering GAD en Gemeentelijke Accountant’, Berenschot juni 2021, p. 21. In het wegingskader wordt bij 'aanvullende eisen ontleend aan interviews' bij scenario 1 (de huidige situatie), aangegeven dat het toezicht ‘niet voldoet’.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10873251/3