CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310824 Inspiratienota raadswerkgroep democratie en participatie

Commissie Samenleving 23 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS310824

02/12/2021

Inspiratienota Raadswerkgroep Democratie en Participatie M. VAN DOORN (VZ), A. FREY, R. SMIT, T. ÇETINKAYA, A. BARTMAN, J. ROOPRAM J. KLOKKENBURG

Aanleiding De Haagse gemeenteraad ziet op meerdere fronten ruimte voor verbetering in de lokale democratie en hoe we participatie van inwoners organiseren. Zo zijn er stadsdelen waar de opkomst tijdens de verkiezingen veel lager is dan elders. Ook zien we regelmatig dezelfde mensen die komen inspreken en liggen democratische instrumenten stof te vangen op de plank. Voor inwoners is vaak onduidelijk wat zij van participatietrajecten mogen verwachten. Tussen college en raad leeft ook veel onduidelijkheid over de in te zetten vorm van participatie. Initiatieven van onderop lopen te vaak tegen een muur van bureaucratie aan en bewonersorganisaties zijn niet altijd voldoende uitgerust om goed invulling te geven aan de door de gemeente verwachte rol. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 2020 deden ChristenUnie/SGP en D66 een oproep om een raadswerkgroep Democratie en Participatie te vormen om hierin verbetering in aan te brengen. Het college is bezig met beleidskaders voor democratisering en het vernieuwen van de participatieverordening. Deze nota dient als inspiratie voor het werk van het college, maar ook voor de raad zelf.

Opdracht van de raadswerkgroep De opdracht die de werkgroep zich heeft gegeven, luidt als volgt: Onderzoeken hoe bewoners tijdiger en effectiever betrokken kunnen worden bij kaderstelling en besluitvorming in de raad en hoe de verantwoording van de raad naar de stad te vergroten. Samenstelling De raadswerkgroep bestaat uit de volgende raadsleden en fractievertegenwoordigers: Janice Roopram (Hart voor Den Haag/Groep de Mos), Marieke van Doorn (D66, tevens voorzitter), Andrea Bartman (PvdA), Astrid Frey (CDA), Robin Smit (Partij voor de Dieren), Tahsin Çetinkaya (Islam Democraten), Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Vacatures zijn in de loop van het proces ontstaan bij de fracties van de VVD en GroenLinks. Overige fracties waren van harte welkom om aan te schuiven. Op 1 juni 2021 ontving de raad een update (RIS308983) van de werkzaamheden, die is gepresenteerd tijdens de werkbespreking Haags Samenspel. Werkwijze De raadswerkgroep heeft zich bij haar werkzaamheden gebaseerd op hoofdstuk 5 van de Staat van de Stad 2020, Democratische participatie, (p. 104 ev.). Daarin wordt democratische participatie gedefinieerd als ’’de manieren waarop mensen uitdrukking geven aan hun ideeën over hoe de samenleving om moet gaan met maatschappelijke opgaven.’’ In Staat van de Stad 2020 worden drie categorieën van democratische participatie beschreven:

1.) Politieke participatie 2.) Top-down participatie 3.) Bottom-up participatie Deze drie categorieën worden in de bijlage kort toegelicht voor de liefhebber. Vervolgens heeft de raadswerkgroep een aantal kernvragen geformuleerd. Concept-antwoorden daarop werden gevonden met ambtelijke bijstand en onderling gesprek, gebaseerd op de ervaringen van het raadswerk. Tijdens een bijeenkomst van 8 november jl. is aan bewonersorganisaties, en initiatieven gevraagd naar hun ervaringen en speerpunten, die de raadswerkgroep heeft meegenomen in de definitieve versie van deze inspiratienota democratie en participatie. De raadswerkgroep Democratie en Participatie presenteert de volgende suggesties ter inspiratie, aan de raad zelf, maar ook aan het college, m.n. gericht op de verwachte update van de participatieverordening waar het college mee komt. Ter inspiratie voor het college komt de raadswerkgroep met 17 suggesties:

1

1.) Uitdaagrecht Het right to challenge is in Bezuidenhout succesvol toegepast en zorgt voor een grote betrokkenheid van de wijk bij het Spaarwaterveld. Het vraagt echter veel van bewoners om dit zelf te initiëren. Het is niet de bedoeling dat dit instrument alleen geschikt is in wijken waar bewoners zich goed kunnen organiseren. In overige wijken kunnen bewoners een handje worden geholpen door het college. Bijvoorbeeld door hen actief te informeren over het bestaan van deze optie en door ondersteuning vanuit de gemeente bij het financiële plaatje. Momenteel wordt via de stadsenquête uitgevraagd wat inwoners vinden van het right to challenge principe en hoe het met de bekendheid daarvan zit. De uitkomsten van de stadsenquête moeten worden geëvalueerd om te kijken hoe dit principe verder kan worden uitgerold in onze stad. De raadswerkgroep adviseert een stapsgewijs traject bij het uitdaagrecht op te nemen in de participatieverordening: de buurt neemt eerst iets kleins over van de gemeente en als dat goed gaat wordt het uitgebreid. Daarnaast adviseren wij de rol van sleutelfiguren in de wijk en van community builders en/of opbouwwerkers bij right to challenge te vergroten.

2.) Beslisboom voor heldere spelregels We weten uit gesprekken met bewoners en onderzoek elders (bv.: Nationale Ombudsman ‘We gooien het de inspraak in’) dat de kaders/spelregels voor het participatieproces vooraf vaak onduidelijk zijn waardoor achteraf vaak teleurstelling ontstaat door verkeerde verwachtingen. Soms lijkt er participatie plaats te vinden, bijvoorbeeld in het geval van de coffeeshop aan de Oude Haagweg, en dan beslist uiteindelijk toch de burgemeester. Het is voor de bewonersorganisaties moeilijk om daarmee om te gaan. Duidelijke kaders en heldere spelregels zijn cruciaal, zoals ook staat in de voortgangsrapportage participatie.1 Dus duidelijke kaders en verwachtingen vooraf expliciet maken: wanneer welke vorm van participatie, wat is de aanpak, hoe ziet het proces eruit, wat gebeurt er met uitkomsten, waar heb je wel en waar heb je geen invloed op etc. Deze kaders verwachten we te zien in de participatienota waar het college aan werkt. De Beslisboom voor participatie uit Eindhoven is een goed voorbeeld waarmee duidelijk kan worden gemaakt welke mate van participatie noodzakelijk is bij een (beleids-)plan of ontwerp. Daarin wil de raadswerkgroep ook kaders voor representatie terug zien, hoeveel mensen worden gesproken en betreft het een goede afspiegeling? Daarnaast wordt de kwaliteit van de participatie-instrumenten nu niet systematisch geëvalueerd.

Vanuit de ambtelijke kant is het moeilijk te beoordelen wat er beter kan. In de voortgangsrapportages participatie (zoals RIS309550) moet hier met regelmaat over worden gerapporteerd. 3.) Neem in raadsvoorstellen een participatieparagraaf op Aan elk raadsvoorstel wordt een participatieparagraaf toegevoegd. Daarin staat welke trede van de participatieladder van toepassing is. Ook wordt met de raad gedeeld hoe, welke informatie is opgehaald in de stad en vooral wat het Stadhuis daarmee gedaan heeft of nog gaat doen. En ook waarom er niets of niet zoveel mee is gedaan. Koppel dit ook terug naar de mensen die de moeite hebben genomen om mee te denken, hun zienswijze te geven etc. Ga altijd in op de inhoud en niet (alleen) op de procedure, zoals nu vaak gebeurt bij zienswijzen. 4.) Participatie als voorwaarde Maak van participatie een voorwaarde. Kijk hoe het juridisch wél kan om er een vergunningsvoorwaarde van te maken, of op zijn minst een indieningsvereiste. 5.) Begin eerder met participatie

1 Voortgangsrapportage participatie (RIS 309550)

2

In een té laat stadium, als de herinrichting zowat getekend is, wordt pas begonnen met participatie. Dit geeft inwoners het idee dat ze weinig meer in te brengen hebben. Voordat het projectteam begint te tekenen, zouden ze bij bewoners moeten ophalen wat hun wensen en bedenkingen zijn om dit te verhelpen. We adviseren het college in de nieuwe participatieverordening een extra trede op de participatieladder op te nemen en tevens om dit in de nieuwe handreiking participatie die DSO voor ontwikkelaars aan het maken is op te nemen. Deze participatieverordeningen en de DSO-handreiking zou niet alleen met de raad, maar ook met alle bewonersorganisaties moeten worden gedeeld. 6.) Pas participatiemomenten aan op agenda inwoners Inwoners worden te vaak tussen 9 uur en 5 uur uitgenodigd om te participeren. Betaalde ambtenaren van de gemeente zouden meer rekening moeten houden met inwoners, die op vrijwillige basis participeren, maar ook nog een werkzaam leven hebben. 7.) Voorkom overvragen van burgers Zorg aan het begin van een participatietraject voor een goede stakeholderanalyse, waarbij alle belanghebbenden actief worden uitgenodigd: sleutelfiguren/vertegenwoordigers die gewoonlijk worden uitgenodigd én andere bewoners.

Maak vooraf duidelijk wat er gebeurt met de resultaten van de participatie, waar nog wel invloed op kan worden uitgeoefend en waar niet, en wat de exacte thema’s zijn. 1 aanspreekpunt voor bewoners via het stadsdeel zou ook helpen. Soms zijn er wel 3 wethouders op een thema actief en zijn inwoners daardoor erg veel tijd kwijt met hun weg vinden tussen kastjes en muren. 8.) Follow-up De terugkoppeling naar bewoners na participatie moet beter. De tijd en moeite die zij gratis hebben gestoken in participatie zou zich terug moeten vertalen in rapportage over hoe hun bijdrage is gewogen. Ze hoeven niet overal gelijk in te krijgen, maar willen graag horen waarom hun inzet niet kon worden mee genomen en welke overwegingen daarbij gespeeld hebben. Belangrijk is om voor- en tegenargumenten te communiceren. Door dit te doen creëer je meer begrip voor wat er speelt. Door de voor- en tegenargumenten goed voor het daglicht te brengen wordt duidelijk dat er over het besluit is nagedacht. Nee is dus ook een antwoord. Niet alles hoeft altijd door te gaan volgens de bewonersorganisaties, zij hoeven niet altijd hun zin te krijgen; maar ze willen wel weten waar zij aan toe zijn, met welk antwoord dan ook. De terugkoppelingstree is een 2e extra trede die aan de participatieladder moet worden toegevoegd. (zie punt 5. Start eerder met participatie).

De afdoening van moties en zienswijzen over hun buurt ontvangen bewoners graag automatisch via de mail of op een bewonersportaal van hun buurt, of in de buitenruimte op locatie. 9.) Investeer in online Uit de Staat van de Stad blijkt dat 74% van de inwoners voorkeur heeft voor online participatie, omdat dit de minste tijd in beslag neemt. Recente voorbeelden van onlineparticipatie konden rekenen op een grote respons (Duinoord Begroot en Statenkwartier Begroot). Investeren in goede online participatie. Maak het aantrekkelijk voor een breed publiek: qua tijdsinvestering (digitale participatie in plaats van offline), qua noodzakelijke voorkennis.

3

10.)

De leidraad controversiële voorzieningen

Deze leidraad, opgesteld in 2005, geeft het college het mandaat om zowel de raad als bewoners te informeren en te laten meepraten, nadat er een beslissing is genomen over de locatie van een voorziening. In navolging van de aangenomen motie ‘het actualiseren Leidraad controversiële voorzieningen, adviseert de raadswerkgroep om deze leidraad te actualiseren en te betrekken bij de Leidraad Participatie en Haags Samenspel. 11.) Bied meer ruimte aan bottom-up participatie door te onderzoeken welke knelpunten en uitdagingen initiatiefnemers hebben ervaren en welke behoefte er is om bottom-up participatie makkelijker te maken. Vanuit de samenleving ontstaan initiatieven om zelf een oplossing te realiseren voor uitdagingen of problemen die bewoners ervaren. Voorbeelden daarvan in Den Haag zijn de Nijkamphoeve, de Stichting tot behoud van historische buitenplaats Ockenburg, Centrum Gé. Dit zijn waardevolle initiatieven omdat hier zich de creativiteit en de organisatiekracht van bewoners toont. Hier heeft niet de overheid een leidende functie maar de gemeenschap zelf. Een ander voorbeeld: de Bewoners Rondom het Plein hadden een slechte ervaring met hun initiatief voor wormenhotel. Het kwam in aanmerking voor subsidie van twee afdelingen van de gemeente, maar Adviescommissie openbare ruimte (ACOR) ging dwarsliggen. Rol van ACOR moet transparant worden.

Zeer frustrerend voor bottom-up initiatieven, helemaal als aan het eind van het traject negatief aan de wethouder wordt geadviseerd. Om meer bottom-up participatie te stimuleren zou het goed zijn als bewoners, die zelf een initiatief willen starten, weten waar ze kunnen aankloppen voor tips en tricks. Ook voor de gemeente is meer kennis van en inzicht in bestaande bottom-up participatie initiatieven relevant om goed te weten hoe zij juist een positieve rol kan vervullen in participatie van onderop. Bij participatie draait het erom dat eigenlijk ‘iedereen’ meedoet. Daarom is het aan te raden om stadsgesprekken te organiseren om informatie op te halen. De stad en de inwoners barsten van de ideeën hoe de participatie verbeterd kan worden. Daar mogen we trots op zijn. 12.)

Bottom-up participatie een plek in de participatieverordening

Definieer wanneer en hoe een bewonersinitiatief in aanmerking kan komen voor ondersteuning door de gemeente. Zorg dat uitgangspunten en criteria helder in de participatieverordening worden opgenomen. Hier moet goed over nagedacht worden en nog input voor worden verzameld met belanghebbenden. Zodat zij ook echt mee kunnen praten om het beleid waar de bottom-up participanten mee te maken krijgen, te verbeteren. Door criteria of uitgangspunten op te stellen geven we de participanten ook een kader mee, waar wellicht ook de beschikbare subsidies aan kunnen worden gekoppeld of waar men voor in aanmerking komt. 13.)

Wijkagenda’s

Er zou een instrument moeten komen waarop de wijkorganisaties prioritering van issues kunnen aangeven (need to have’s vs. nice to have’s). Niet alle onderwerpen zijn namelijk even belangrijk, ook niet voor bewoners. Op de wijkagenda’s is daar nu ook geen ruimte voor. Sommige wijkagenda’s zijn jaren achtereen dezelfde; dat geeft bewoners het gevoel niet serieus te worden genomen in hun inspraak. 14.)

Participatiekaart

Inventariseer welke bestaande bottom-up initiatieven er zijn en maak ze inzichtelijk door middel van een interactieve kaart, of lijst met namen en rugnummers, zodat het voor wethouders, raadsleden. maar ook voor de mensen in de stad bekend is wat er is en wie er allemaal zijn. Dit overzicht is niet alleen handig voor college en raad, maar ook om de organisaties/vrijwilligers/projecten aan elkaar te koppelen zodat men van elkaar kan leren. Zodat men elkaar om hulp kan vragen, of juist meer samen kan werken om waardevolle projecten neer te zetten. 4

Betrokken ambtenaren op het stadhuis, vaker de stad in Ambtenaren moeten meer de stad in. Meer direct het gesprek aangaan met bewoners, initiatiefnemers en organisaties. Hiermee moeten we de kloof tussen het stadhuis en de inwoners dichten. De inzet van stadsdeelkantoren kan daarbij als voorbeeld dienen voor ambtenaren op het IJspaleis. 16.)

Toolkit bewonersorganisaties

We verwachten als gemeente veel van bewonersorganisaties: dat ze de wijk informeren en consulteren over gemeentelijke ontwikkelingen. Maar, geven we wel voldoende ondersteuning aan deze zeer betrokken vrijwilligers om de van hen verwachte taken uit te voeren? Voelen ze zich gehoord? Wijkorganisaties ervaren een informatieachterstand. Het zou makkelijk moeten zijn om te zien wat er gaat gebeuren in de buurt, nu moeten zij veel moeite doen om daarvan bijvoorbeeld te stukken te vinden. Vraag uit bij bewonersorganisaties wat ze nodig hebben, bv. instrumenten om breed te peilen wat er leeft in de wijk. Voorbeelden die uit de avond met bewoners naar voren kwamen waren de LER en de Welstandsviewer. Ook het vrijwilligersbeleid speelt hierbij een rol qua vergoedingen. 17.)

Geheugen borgen

Bij de overdracht van dossiers vallen afspraken tussen bewoners en gemeente wel eens tussen wal en schip. Het college moet erop toezien dat deze in overdrachtsdossiers voor nieuwe medewerkers van de gemeente worden meegenomen.

Ter inspiratie voor de raad (Presidium & Griffie) 13 suggesties ter inspiratie: 18.)

Database bewonersorganisaties

Leg als raad zelf een actuele, AVG-proof, database aan. Daarmee kunnen bewonersorganisaties goed worden geconsulteerd. Ook kunnen aan de hand hiervan regelmatige uitnodigingen voor bezoek van bewonersorganisaties aan de raad op het Stadhuis worden verstuurd en notificaties als hun wijk op de agenda van de raad staat. 19.)

Haags referendum

Een van de ongebruikte instrumenten is het Haags referendum2. De gemeenteraad kan het initiatief hiertoe nemen. In andere steden zijn bijvoorbeeld referenda gehouden over winkeltijden of ruimtelijke onderwerpen. We zouden de Raad willen uitdagen om dit ook te doen. Bewoners kunnen via een burgerinitiatief ook een referendum initiëren. 20.)

Preferendum

Bij een Haags referendum mogen inwoners enkel ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Bij een preferendum kunnen inwoners reageren op meerdere voorstellen die de politiek, of andere burgers hebben bedacht. Stemmers mogen aan meerdere opties punten geven. Kiezers kunnen zo in een vroegtijdig stadium duidelijk maken waar hun voorkeuren liggen, en bij meerdere vragen kiezen uit diverse opties.” De verschillende voorkeuren van bewoners worden daarmee inzichtelijker. Om het preferendum mogelijk te maken is, desgewenst, een uitbreiding van de Haagse referendum verordening nodig. Van belang is dat het makkelijk gemaakt wordt om vragen te beantwoorden.

2 Den Haag - Het Haags referendum

5

21.)

Burgerforum

Een andere optie is een burgerforum. Hierbij heeft een groep bewoners en ondernemers actief invloed op beleid. De deelnemers kunnen gericht worden benaderd, zich melden via een aanmeldprocedure of worden ingeloot. Van belang is voldoende informatieverschaffing, zodat deelnemers aan een burgerforum niet op informatieachterstand beginnen. Ook het vrijspelen van tijd voor mensen om hieraan deel te nemen is van belang. Een loting kan een positief effect hebben op het vertrouwen en als het meest legitiem worden beschouwd. In het huidige coalitieakkoord staat al dat we dit instrument gaan inzetten. De energietransitie is al onderwerp van een Burgerforum. Ook de grote ontwikkelingen in de Binckhorst en het CID lenen zich hier goed voor. Het voorstel is dat voor beide gebieden een burgerforum wordt ingericht, bestaande uit (toekomstige) buurtbewoners en ondernemers. 22.)

Inspraak

43% van alle Hagenaars en Hagenezen weet niet dat je kunt inspreken in de gemeenteraad. Bij Raadsleden is het beeld dat inspreken vooral gebeurt door een kleine groep van vaak dezelfde mensen die hun weg naar het stadhuis goed weten te vinden. Met het oog op het bevorderen van politieke participatie valt hier nog winst te behalen. Bekendheid en laagdrempeligheid lijken hierbij de kern. Als bewoners actief worden geïnformeerd over onderwerpen in de stad die in de raad zullen worden besproken (denk aan de Stadskrant en huis-aan-huis-informatiebrieven over bestemmingsplannen) kan hierin gelijk informatie worden opgenomen over de mogelijkheid om in te spreken in de raad. Ook zou de informatie over inspreken digitaal beter verspreid kunnen worden, bijvoorbeeld door informatiefilmpjes over hoe inspreken werkt op denhaag.nl en op de sociale mediakanalen van de gemeenteraad Den Haag. Voor de laagdrempeligheid is ook het tijdstip van inspraak van belang. Inspraak in de raad zou niet alleen tussen 9 uur en 17 uur moeten worden georganiseerd. 23.)

Benaderbaarheid raadsleden

Raadsleden zijn natuurlijk zelf ervoor verantwoordelijk om goed bereikbaar te zijn voor alle mensen met ideeën of klachten in de stad. Een suggestie om hun benaderbaarheid verder te verbeteren via de gemeentelijke website is door op de persoonlijke pagina van elk raadslid een uitnodiging te plaatsen voor een kop koffie met inwoners. Of een mogelijkheid om inwoners uit te nodigen met raadsleden in gesprek te gaan. Een andere optie is een openbare fractievergadering op het stadhuis, digitaal, of op locatie, zodat mensen dichtbij huis kunnen aanschuiven. (we checken nog hoe goed de profielpagina’s op de website worden bezocht.) 24.)

Raadsmarkt

Om meer inwoners te betrekken bij de beeldvormende fase van een beleidswijziging of een herinrichting in de openbare ruimte zou een Raadsmarkt op locatie georganiseerd kunnen worden door de griffie. Een soort Raad in de Stad, maar dan over één onderwerp. Fysieke kennismaking is – als corona het toestaat – minder afstandelijk dan werken met online panels. Van belang is hiervoor een goed kader te ontwerpen, zodat het voor bewoners helder is wat ze kunnen verwachten, wat er met hun input wordt gedaan en wat de vervolgstappen zijn. 25.)

Raad in de Wijk

Het bestaande instrument ‘Raad in de Stad’ zou verder aanscherpt kunnen worden, met name wat de focus en de follow up betreft. In coronatijd kunnen vaker kleinere bijeenkomsten houden, met wat minder mensen. ‘Raad in de Wijk’ zou een mooi vervolg in de komende periode kunnen zijn. De raadsfracties zouden zich over de verschillende wijk-events kunnen verdelen.

6

26.)

Opkomstbevorderende campagne/opkomstbevorderende maatregelen

De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ligt in alle wijken gemiddeld rond de 50%, behalve in de stadsdelen Escamp (37,63%) en Laak (28,02%), daar ligt de opkomst ver onder dit gemiddelde. Hoe zorgen we ervoor dat de lage opkomst bij verkiezingen in deze wijken hoger wordt? Het Presidium is al in overleg met het Bureau Verkiezingen om te bekijken wat gedaan kan worden op basis van een lange lijst met voorstellen, variërend van billboards in deze wijken tot extra stemlokalen. De raadswerkgroep wil daaraan toevoegen dat het belangrijk is om sleutelfiguren en -organisaties uit te nodigen voor het maken van de analyse waarom de opkomst zo laag is. Pas op basis daarvan kan een effectieve set maatregelen getroffen worden. Ook kan de raad deze sleutelfiguren en -organisaties proactief en structureel op het Stadhuis uitnodigen om een inzicht te geven in wat we als gemeenteraad allemaal doen. Daarnaast suggereert de raadswerkgroep dat het van belang is in de analyse een differentiatie op leeftijd te maken. Veel verzorgingshuizen waren dicht wegens Corona en hadden geen stemlokaal tijdens de Tweede Kamerverkiezingen; had dit een effect? Wat is de opkomst van jonge kiezers in een wijk als Laak? Is het voor hen interessant om een extra activiteit als een Verkiezingsnacht te organiseren? 27.)

Innovaties

Welke nieuwe instrumenten voor democratie en participatie zijn interessant voor Den Haag? Daarvoor verwijst de raadswerkgroep graag naar de reactie van het college op het initiatiefvoorstel van Hart voor Den Haag/Groep de Mos (RIS306245). In aanvulling hierop verwijst de Raadswerkgroep nog naar het inzetten van technische opties die in de Corona-lockdown zijn opgedaan, zoals tijdens commissievergaderingen vragen in de chat vanuit het meekijkend publiek in de discussie inbrengen door de voorzitter, zoals in LeidschendamVoorburg bij digitale werkbesprekingen gebruik is. 28.)

Communicatie

Hoe kunnen we communicatie verbeteren over de bevoegdheden van de gemeente richting inwoners? Hoe maken we hierbij de juiste vertaalslag? Dit kan onder meer via simpele korte video’s, zoals van Prodemos, die in begrijpelijk taal duidelijk maken waar de raad over gaat. Zie korte video. Ter inspiratie voor raad en college twee suggesties: 29.)

Maak raadsvoorstellen toegankelijker en beter leesbaar

Bijvoorbeeld door standaard een paragraaf met context en voorgeschiedenis en lijnen met/naar (kader)(beleid)nota’s: waar komt dit plan uit voort en wat gebeurt hierna? In Rotterdam bijvoorbeeld, wordt een (neutrale) samenvatting gemaakt door de griffie en wordt aangegeven met welke nota’s het betreffende raadsvoorstel links heeft. Zo worden deze voorstellen beter leesbaar, niet alleen voor raadsleden, maar ook voor inwoners van de stad. Ook de rest van de tekst moet goed leesbaar zijn voor inwoners, voor wie het beleid wordt gemaakt. Dan zijn de stukken ook makkelijker te publiceren. Nu moeten de stukken vertaald worden om ze voor wijkbewoners begrijpelijk te maken. Voor de commissie Loosduinen maakt PEP bijvoorbeeld een samenvatting van de verscheidene raadsstukken waarin ook aandacht is voor de vraag wat er verwacht wordt van de bewonersorganisatie. (Zie bijv. https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9653981/1/s21bb000303_4_48209_tds)

7

30.)

Overweeg het Rotterdamse model

Rotterdam gaat komende periode voor het eerst werken met gekozen wijkraden. Bij lokale herinrichtingen besluiten deze gekozen wijkraadleden in alle 39 (in het geval van Rotterdam) wijken mee. Voor deze werkzaamheden van de wijkraadleden is een vergoeding beschikbaar. De raadswerkgroep adviseert het functioneren van het Rotterdamse model te volgen in de komende periode. Betrek ook de Haagse bewonersorganisaties en kijk met hen of dit model zou passen in Den Haag. Mocht het goed bevallen in Rotterdam, dan kan overwogen worden ook in Den Haag op deze manier te gaan werken.

Voor meer informatie over de werkwijze van de raadswerkgroep en de ervaren knelpunten met bestaande instrumenten verwijzen wij u naar de annex. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10870801/2