CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310806 Beantwoording SV Gaat ontbreken overgangsregeling gemeente geld kosten

Commissie Ruimte 26 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

19 januari 2022

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Blok, luidend: ‘Gaat ontbreken overgangsregeling gemeente geld kosten?’

DSO/10234870 RIS310806

Het raadslid de heer De Blok heeft op 29 november 2021 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt: Op 23 juni 2020 heeft het college een tijdelijke stop op omzettingsvergunningen voor verkamering ingevoerd voor heel Den Haag voor alle soorten woningen (“De Maatregel”). Bij de invoering van deze maatregel is geen overgangsrechtregeling opgenomen. 1.

Kan het college aangeven waarom er ten tijde van de invoering van de maatregel in juni 2020 geen enkele overgangsrechtregeling is gehanteerd voor bestaande vergunninghouders en aanvragers met het oog op de rechtszekerheid en beginselen van behoorlijk bestuur?

In juni 2020 zijn geen nieuwe maatregelen ingevoerd. In juni 2020 heeft het college op grond van de in de toen vigerende verordening gedelegeerde bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5:5 van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, een afweging gemaakt op basis van nieuwe inzichten. In het kader van rechtszekerheid en rechtseenheid heeft het college besloten om deze afweging kenbaar te maken via de vastgestelde Beleidsregel omzettingsvergunning Den Haag 2020. Voor bestaand beleid neemt men geen overgangsregelgeving op. Een verleende vergunning kan tijdens een bezwaarprocedure opnieuw getoetst worden aan voorwaarden en afwijzingsgronden, totdat de vergunning onherroepelijk is geworden blijven ze onderworpen aan het toetsingskader. Bij de 3de wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 is ook geen overgangsrechtregeling opgenomen. Een dergelijke standaard regeling was wel nog opgenomen in de vorige versie van de Haagse Huisvestingsverordening 2019. In artikel 8:2 lid 2 was immers - juist met het oog op het voldoen aan de rechtszekerheid en consistente besluitvorming – opgenomen: ‘De Huisvestingsverordening Den Haag 2015-2019 blijft van toepassing op aanvragen van een vergunning op grond van artikel 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, die vóór de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, indien dit voor de aanvrager gunstiger is.’ 2.

Kan het college aangeven waarom er in mei 2021 ten tijde van de invoering van de derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 geen overgangsrechtregeling is gehanteerd voor reeds bestaande vergunningshouders en -aanvragers?

Het college heeft bij het raadsvoorstel dat door de gemeenteraad is vastgesteld geen overgangsregeling voorgesteld. De verordening is slechts een juridische uitwerking van het vastgestelde beleid en de daarbij behorende maatregelen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10234870

Met uitzondering van het verbod op de omzetting van een zelfstandige woonruimte voor onzelfstandig gebruik vanaf drie personen is het beleid dat in mei 2021 werd vastgesteld niet strenger dan het daarvoor geldende beleid. Voor de invoering van de derde wijziging van de huisvestingsverordening was het niet mogelijk om een omzettingsvergunning aan te vragen voor onzelfstandig gebruik voor drie personen van een zelfstandige woonruimte, omdat dit juist zonder vergunning was toegestaan. De oude verordening van toepassing verklaren zou in dit geval dan ook juist betekenen dat onzelfstandig gebruik van een woonruimte voor drie personen nu nog steeds niet verboden is en er met de inwerkingtreding van de nieuwe verordening feitelijk niets is geregeld. Op 10 februari 2022 is er een zogenaamde bulkzitting voor de Rechtbank over het ontbreken van een overgangsrechtregeling in de gewijzigde huisvestingsverordening. Onderdeel van de zitting is de inkomstenderving doordat woonunits niet verhuurd kunnen worden door het ontbreken van een overgangsrechtregeling. Mogelijk zullen deze op de gemeente verhaald gaan worden. 3.

Is het college hiervan op de hoogte?

Ja. 4.

Houdt het college er rekening mee dat de gemeente kosten in rekening worden gebracht door het ontbreken van een overgangsrechtregeling? Zo neen, waarom niet?

Nee, zie antwoord op vraag 2. Naast dat er mogelijke financiële consequenties zijn, worden de woonunits nu niet verhuurd. Dit terwijl er in Den Haag een enorme woningnood is. 5.

Hoe gaat het college ervoor zorgen dat er een oplossing komt voor deze situatie?

De gemeenteraad heeft bij verordening bepaald dat kamerbewoning aan bepaalde voorwaarden moet voldoen en dat er in bepaalde gevallen vergunningen moeten worden geweigerd. Het college kan niet in afwijking van de bepalingen in de door gemeenteraad vastgestelde huisvestingsverordening handelen en volgt de door de gemeenteraad in de verordening uitwerkte keuzes. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11044646/1