CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310803 Beantwoording SV Gemeente pakt recht op scootmobiel af na verhuizing

Commissie Samenleving 3 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

11 januari 2022

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Roopram,

OCW/10229187

luidend: ‘Gemeente pakt recht op scootmobiel af na verhuizing’

RIS310803

Het raadslid mevrouw Roopram heeft op 30 november 2021 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Een inwoonster van de gemeente Den Haag (gegevens bekend bij de fractie) is verhuisd van gemeente Coevorden naar Den Haag en maakte gebruik van een scootmobiel (verzorgd door gemeente Coevorden). Deze scootmobiel is nog steeds in haar bezit omdat de gemeente Den Haag vindt dat ze geen recht heeft op een scootmobiel. Meerdere verhalen bereiken ons waaruit is gebleken dat het recht op een scootmobiel er wel is maar dat de gemeente dit afwijst. 1.

Kan het college de criteria omschrijven waaraan de aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor een scootmobiel?

Om in aanmerking te komen voor een scootmobiel moet de aanvrager objectief aantonen dat hij/zij ernstige belemmeringen heeft met staan en lopen en als gevolg hiervan problemen ondervindt bij het verplaatsen buitenhuis. Deze problemen doen zich voor op afstanden tot 500 meter. De persoon kan geen gebruik maken van het openbaar vervoer, de fiets, een rolstoel, een rollator, of een ander hulpmiddel en kan niet in de vervoersbehoefte voorzien met collectief vervoer of algemene vervoersvoorzieningen. Uiteraard moet een scootmobiel ook passend zijn. Dit betekent dat de aanvrager er veilig en verantwoord mee om moet kunnen gaan. Eventueel kunnen gewenningslessen worden gevolgd. Daarnaast moet er een geschikte stallingsmogelijkheid met aansluitpunt voor opladen aanwezig zijn, of die mogelijkheid moet gerealiseerd kunnen worden. Een verhuizing van een woning waar een geschikte stallingsmogelijkheid voor de scootmobiel aanwezig is naar een woning die niet geschikt is, of niet beschikt over een adequate of passende stallingsmogelijkheid voor een scootmobiel kan consequenties hebben voor de aanvraag. 2.

Hoe leidend is het advies van de huisarts om in aanmerking te komen voor een scootmobiel?

Het onderzoek van de gemeente richt zich op het verduidelijken wat de aanvrager graag wil en waarom, wat goed gaat en wat niet meer lukt. Tijdens één of meerdere gesprekken moet de vraagstelling duidelijk worden. De aanvrager verstrekt hiervoor de noodzakelijke informatie, bijvoorbeeld een advies van de huisarts. Soms is het nodig om nader advies in te winnen van een (medisch) deskundige die vertrouwd is met de geschetste problematiek. De huisarts of medisch deskundige kan de klachten objectiveren, en iets zeggen over de behandelingsmogelijkheden en het perspectief. Het advies van de huisarts is niet doorslaggevend, maar wordt door de casemanager meegenomen in de beoordeling.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10229187

3.

Kan het college aangeven wanneer een scootmobiel-box voor de woning van de gebruiker geplaatst kan worden?

Met het verstrekken van een scootmobiel biedt de gemeente inwoners een passende voorziening. Bij het verstrekken worden ook de stallingsmogelijkheden onderzocht. Hierbij wordt gekeken of de scootmobiel achter de voordeur of buiten kan staan. Het plaatsen van een oplaadpunt of laadpaal en het plaatsen van een haak is doorgaans een adequate oplossing. Ook kan een leegstaande scootmobielbox die in de buurt staat worden hergebruikt, als deze bereikbaar is voor de cliënt. In gemeente Den Haag geldt sinds december 2019 ook de uitvoeringspraktijk dat niet langer scootmobielstallingen worden verstrekt (zie RIS304806). Als er geen andere mogelijkheid is dan het verstrekken van een scootmobiel én het is uitsluitend mogelijk die te stallen in een scootmobiel-box, is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk deze alsnog te plaatsen. 4.

Hoe wordt er toezicht gehouden op de scootmobiel-boxen of ze daadwerkelijk gebruikt worden voor het opbergen van een scootmobiel? Wij krijgen namelijk signalen door dat de boxen voor andere doeleinden worden gebruikt?

De gemeente krijgt gegevens van cliënten die zijn verhuisd naar een andere gemeente of die zijn overleden. Ook komen er signalen binnen van nabestaanden, omwonenden of woningcorporaties over een stalling die moet worden verwijderd. Dit wordt onderzocht en de boxen die niet meer worden gebruikt, worden verwijderd. Er is geen structurele continue controle op de wijze van gebruik van de scootmobiel-boxen. De cliënten ondertekenen een gebruikersovereenkomst voor het gebruik waarvoor een scootmobiel-box is verkregen. Als er signalen binnenkomen over mogelijk oneigenlijk gebruik van een scootmobiel-box, dan wordt contact opgenomen met de cliënt om dit nader te onderzoeken. 5.

Klopt het dat de gemeente aan deze burger geen scootmobiel heeft toegekend via een Wmo aanvraag omdat ze op de eerste étage woonachtig is en de woningcorporatie dit niet zal toestaan?

Vanwege privacyaspecten kan het college niet ingaan op de concrete omstandigheden van het individuele geval. Zie het antwoord op vraag 1 en 2 voor de algemene criteria en afwegingen die de gemeente maakt. 6.

Is het college op de hoogte dat de woningcorporatie er alles aan zal doen om deze mevrouw te helpen nadat de scootmobiel is toegewezen via een Wmo aanvraag?

Ja, het college is hiervan op de hoogte. 7.

Is het college bereid om in gesprek te gaan met deze mevrouw en de woningcorporatie om tot een oplossing te komen?

De gemeente is in gesprek met de woningcorporatie. 8.

Kan het college aangeven wat de procedure is indien iemand komt wonen in Den Haag en al in bezit is van een scootmobiel?

Een aanvrager die in Den Haag komt wonen en al in bezit is van een scootmobiel, doet een melding en een aanvraag. De casemanager zal dan beoordelen (zoals onder 1 en 2 is toegelicht) of een scootmobiel moet worden toegekend. Als de scootmobiel door een andere gemeente in de vorm van pgb is verstrekt, kan de cliënt deze blijven gebruiken.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10229187

Als de scootmobiel in de vorm van bruikleen is verstrekt, wordt er een standaard leveringsopdracht aan de leverancier gegeven met de aantekening dat de cliënt de scootmobiel van een andere gemeente heeft en overname van de scootmobiel bezien moet worden. De leverancier neemt doorgaans de scootmobiel over. Als het middel niet wordt overgenomen, levert de leverancier een scootmobiel die vergelijkbaar is aan de scootmobiel die de cliënt al had. 9.

Kan het college omschrijven wat de procedure is voor wat betreft de aansluiting van een oplaadpunt van een scootmobiel?

De gemeente laat een oplaadpunt of laadpaal plaatsen, waarbij als voorwaarde geldt dat de betrokken cliënt het oplaadpunt kan hanteren. 10. Wie betaalt de kosten van een oplaadpunt en de energiekosten? De gemeente betaalt voor de kosten van een oplaadpunt. De energiekosten zijn voor rekening van de cliënt. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11000306/1