RIS310800 Beantwoording SV Maximum aantal nachten vakantieverhuur op de helling
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
18 januari 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Pluimgraaff, luidend: ‘Maximum aantal nachten vakantieverhuur op de helling’
DSO/10225435 RIS310800
Het raadslid de heer Pluimgraaff heeft op 26 november 2021 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Zou het college kennis willen nemen van de bijgevoegde beschikking van het Gerechtshof Den Haag?*
Het college heeft kennis genomen van bijgevoegde beschikking van het Gerechtshof Den Haag. Uit deze beschikking blijkt kortweg het volgende. Een vereniging van eigenaren van een appartementencomplex in Den Haag heeft een modelreglement behorende bij de splitsingsakte. In dat modelreglement is geregeld of appartementen kortstondig verhuurd mogen worden, bijvoorbeeld via AirBNB. Er is een zaak aangespannen door een eigenaar van een van de appartementen. Deze eigenaar is van mening dat op basis van dit modelreglement veelvuldig kortstondig verhuur niet mag. Het Gerechtshof oordeelt dat dit op basis van het bij de splitsingsakte behorende modelreglement wel mag. Dit terwijl op initiatief van het college op 20 mei 2021 de derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (RIS308451) heeft plaatsgevonden. Daarin staan beperkingen voor toeristische verhuur. Die beperkingen betekenen onder andere een maximum aantal nachten, zijnde 30. Ook zijn er beperkingen voor eigenaren van een pied-à-terre. 2.
Zou het college willen toelichten hoe de bijgevoegde beschikking in haar ogen juridisch inwerkt op de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 inclusief wijzigingen, in het bijzonder op de genoemde beperkingen voor toeristische verhuur? Zou het college deze afwegingen nadrukkelijk willen onderbouwen en motiveren?
De bijgevoegde beschikking werkt niet in op de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 inclusief wijzigingen. Om te begrijpen waarom, moet stil gestaan worden bij de basis van het Nederlandse recht: het onderscheid tussen publiekrecht en privaatrecht. Kort gezegd regelt het publiekrecht de verhouding tussen overheid en burger en het privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling. In de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (publiekrecht) heeft de raad regels opgesteld voor het toeristische gebruik van woonruimten. In het geval van Den Haag gaat het daarbij inderdaad om een maximum aantal van 30 nachten dat iemand zijn of haar woning voor vakantieverhuur mag gebruiken. Ook zijn er voorwaarden gesteld wanneer iemand een woning als pied-a-terre mag verhuren of voor eigen gebruik wil gebruiken. Deze beperkingen gelden voor iedereen binnen Den Haag.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10225435
Uit het privaatrecht volgt de mate waarin een VvE toestaat dat haar leden hun woningen aan toeristen verhuren. Deze regels van de VvE staan in de akte van splitsing, het modelreglement en het huishoudelijk reglement/VvE-besluiten (het “VvE-recht”). Elke VvE heeft dus voor toeristische verhuur eigen regels. Deze regels gelden voor alle eigenaars en huurders binnen de betreffende VvE. Het publiekrecht bepaalt of en in welke mate toeristische verhuur binnen de gemeente is toegestaan en het VvE-recht bepaalt of en in welke mate toeristische verhuur in een appartementencomplex is toegestaan. Samenvattend betekent dit: óf toeristische verhuur binnen een VvE is toegestaan, wordt bepaald door het VvE recht. Wanneer toeristische verhuur binnen een VvE is toegestaan, wordt dit ingeperkt door de gemeentelijke regels. Het maximum aantal van 30 nachten geldt dus voor alle bewoners van Den Haag, inclusief bewoners in Haagse VvE’s. Er zullen veel appartementencomplexen in Den Haag zijn met vergelijkbare splitsingsakten en modelreglementen. 3.
Zou het college willen toelichten in hoeverre en op welke wijze de beperkingen op toeristische verhuur ‘op de helling komen’ door deze beschikking? Zou het college willen toelichten waarom zij tot dit oordeel komt, en hoe zij de verschillende argumenten hiervoor en hiertegen weegt?
Zie het antwoord op vraag 2. Door deze beschikking komen de beperkingen op toeristische verhuur dus ‘niet op de helling te staan’. 4.
Zou het college willen toelichten wat de beantwoording van de vorige vraag concreet betekent voor de geldende beperkingen op toeristische verhuur, vakantieverhuur en het beschikken over een pied-à-terre?
Zie antwoord op vraag 2. 5.
Welke acties gaat het college ondernemen op basis van de beantwoording van de voorgaande schriftelijke vragen en voor wanneer gaat zij deze uitvoeren?
Zie antwoord op vraag 2. Het college hoeft geen actie te ondernemen. 6.
Zou het college willen inventariseren hoeveel appartementencomplexen en hoeveel appartementen er in Den Haag zijn met vergelijkbare bepalingen in de bij de splitsingsakten behorende genoemde modelreglementen?
Het college acht deze inventarisatie, gezien het antwoord op vraag 2, niet nodig. 7.
Zou het college willen toelichten wat de betekenis is van deze beschikking voor de eigenaren en bewoners van deze Haagse appartementencomplexen en appartementen, met vergelijkbare bepalingen in de bij de splitsingsakten behorende genoemde modelreglementen?
Zie antwoord op vraag 2.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10225435
8.
Betekent volgens het college deze beschikking dat voor de eigenaren en bewoners van deze Haagse appartementencomplexen en appartementen met vergelijkbare bepalingen in de bij de splitsingsakten behorende genoemde modelreglementen, deze appartementen wel meer dan 30 nachten verhuurd mogen worden, ondanks of in tegenspraak met de hiervoor beschreven maatregelen zoals vastgelegd met de derde wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019? Zo nee, waarom niet en zou het college de juridische onderbouwing en juridische afwegingen hiervoor willen opsommen?
Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 2. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
*Beschikking Gerechtshof Den Haag, bijlage 1.
3/3