RIS310753 Afdoenning motie Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10286999 RIS 310753 Contactpersoon
Xavérie Mulder-Coppens Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum:
E-mailadres
29 maart 2022
Xaverie.coppens@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoen motie: ‘Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners’
Uw raad heeft bij de bespreking van het voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het Rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ (RIS 309389) op 25 november 2021 de door het raadslid mevrouw Arp ingediende motie ‘Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners’ (RIS310753) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: de Rekenkamer in haar onderzoek de aanbeveling doet om het resultaat van de trajecten te registreren, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd; Overwegende, dat: jeugdzorgverleners al (te) veel van hun tijd bezig zijn met administratieve en bureaucratische taken; het binnen het systeem van resultaatsturing voor zorgverleners vaak lastig is om duidelijk te maken of de problematiek is opgelost, omdat de resultaten betrekking moeten hebben op bredere maatschappelijke doelen. Verzoekt het college: in overleg te treden met jeugdzorgaanbieders over de haalbaarheid en invulling van de aanbeveling van de Rekenkamer over het registreren van het resultaat; hierbij als uitgangspunt te nemen dat jeugdzorgverleners zo min mogelijk extra administratief werk hoeven te doen ten gevolge van deze aanbeveling; de raad te informeren over de uitkomsten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10286999
Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De gemeente heeft groot belang bij het registreren van de resultaten van de jeugdhulptrajecten die worden ingezet bij Haagse jeugdigen en hun gezin. Hierdoor krijgt de gemeente inzicht in de in de effecten van de inzet van jeugdhulp. Het meten van resultaten is een ingewikkelde taak, onder meer omdat het extra administratieve lasten kan opleveren voor jeugdhulpverleners. Het is dan ook belangrijk dat dit soort resultaatmetingen uitvoerbaar zijn en zo min mogelijk belastend voor de uitvoerende jeugdhulpverleners. Ook hebben meerdere (beïnvloedbare en niet beïnvloedbare) factoren impact op het uiteindelijke resultaat van jeugdhulp. We streven hierbij naar duurzame, maatschappelijke resultaten. Wat bijdraagt aan een positief resultaat is om bij te houden of een cliënt tevreden is. Deze monitoring is een werkzaam onderdeel van effectieve hulp1. Hiervoor zijn ook aanwijzingen in de literatuur; het routinematig monitoren van de effectiviteit van de behandeling gedurende de uitvoering leidt tot betere resultaten2. Veel jeugdhulpinstellingen vragen om feedback bij cliënten over de ingezette hulp. Deze informatie wordt binnen de instelling gebruikt voor kwaliteitsverbetering.
Daarnaast hebben grote jeugdhulpaanbieders de verplichting om resultaatgegevens te delen met het CBS, hiervoor zijn landelijke normen vastgesteld. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verplicht in hun beleidsplan aan te geven welke outcome-criteria voor jeugdhulpvoorzieningen zij hanteren. Outcome heeft betrekking op het directe effect van een voorziening. Een outcome-indicator is een meetlat om de kwaliteit van zorg- of dienstverlening zichtbaar te maken. Zo zegt cliënttevredenheid iets over hoe nuttig cliënten de hulp vonden. Met behulp van outcome-indicatoren kunnen gemeenten en aanbieders bespreken of een jeugdhulpvoorziening effectief werkt. Per 1 januari 2015 zijn gemeenten verplicht in hun beleidsplan aan te geven welke outcome-criteria voor jeugdhulpvoorzieningen zij hanteren. Er is een basisset aan outcome-criteria waarvan uit pilots is gebleken dat die het meest geschikt zijn om outcome te meten. Het meten van resultaten is een opgenomen afspraak in de contracten met jeugdhulpaanbieders. Regionale ontwikkeling ‘Meten, duiden en oordeelsvorming’ Er is een regionale ontwikkeltafel3 met gemeenten en zorgaanbieders over het thema ‘Leren meten’ sinds 2021 gestart, waar resultaatmeting een centraal onderdeel van is. Het beperken van de administratieve lasten voor hulpverleners is een belangrijk uitgangspunt bij dit ontwikkeltraject.
Gelet op het karakter van de ontwikkeltafel – in gezamenlijkheid uitvoerbare werkafspraken maken – wordt dit zoveel als mogelijk geborgd. Voortdurend wordt de balans tussen data verzamelen en administratieve lasten in de gaten gehouden. Pilot ‘leren meten’ In 2021 is vanuit bovenstaande ontwikkeltafel een pilotproject ontwikkeld met als doel om ervaring op te doen met 5 zorgaanbieders de zogenaamde outcome-criteria van de jeugdhulp te gaan verzamelen. Bij deze aanpak worden de gegevens verzameld op een manier die voldoet aan de wettelijke privacyvereisten.
1
https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-05/Rapport-AlgemeenWerkzameFactoren.pdf
2
resultaten (Carr, 2009; Lambert, Whipple, Hawkins, Vermeersch, Nielsen en Smart, 2003).
3
Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden organiseert iedere derde donderdag van de maand een Ontwikkeltafel. Op de Ontwikkeltafel
komen onderwerpen aan de orde waarmee jeugdhulpaanbieders, gemeenten, lokale teams, Servicebureau en Programmabureau met elkaar aan de slag gaan.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10286999
Met dit project kunnen deze zorgaanbieders hun outcome gegevens naast die van andere zorgaanbieders leggen. Het naast elkaar leggen en duiden van gegevens van verschillende zorgaanbieders levert waardevolle informatie op, voor de gemeente en ook voor de zorgaanbieder. Hiermee kunnen aanbieders de hulpverlening verbeteren en kunnen gemeenten en andere verwijzers meer gericht de meest effectieve jeugdhulp inzetten. De planning is dat de eerste bruikbare resultaten in de zomer van 2022 gereed zijn en er (op geaggregeerd niveau) een resultaatdialoog kan worden gestart, zodat de outcome gegevens vanaf begin 2023 bij alle aanbieders kunnen worden verzameld. Het uiteindelijke doel van die resultaatdialogen is om te kunnen komen tot sturing. Het project zit momenteel in de pilotfase en er wordt proefgedraaid, maar zal op termijn bij positief resultaat worden genormaliseerd. Omdat er gebruik wordt gemaakt van bestaande gegevens die al bijgehouden worden heeft dit project geen effect op de dagelijkse bezigheden van de jeugdhulpverleners. De voortgang van het ontwikkeltraject, en ook de pilot worden te zijner tijd in de (half)jaarrapportage Jeugd en Wmo weergeven. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3