RIS310739 Beantwoording technische vragen Transitievisie Warmte
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Liesbeth van Tongeren Wethouder van Duurzaamheid en Energietransitie
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10215822 RIS310739 Contactpersoon
Johan Noordhoek Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Energietransitie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
26 november 2021
johan.noordhoek@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording technische vragen Transitievisie Warmte
Geachte voorzitter, Hierbij ontvangt u de beantwoording van technische vragen die zijn gesteld door ChristenUnie/SGP en Partij voor de Dieren over de Transitievisie Warmte (RIS310442). Als bijlage treft u de “Achtergrondrapportage Transitievisie Warmte” van bureau Over Morgen behorend bij het antwoord op vraag 36. Nummer 1.
2.
Antwoord Vragen van ChristenUnie/SGP Hoe worden woningeigenaren geïnformeerd over het warmteplan in hun wijk? Hoe worden zij betrokken en meegenomen in de uitvoering ervan? Op welke manier is er aandacht voor mensen met een klein beurs als het gaat om het verduurzamen van woningen? Er zijn op dit moment natuurlijk wel middelen om huizen te isoleren, maar wat als je in een wijk woont waar je aangewezen bent op een hybride warmtepomp?
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
De Transitievisie Warmte legt vast dat bewoners goed worden betrokken bij de energietransitie in hun wijk, zodra deze in de fase komt dat er concrete plannen worden gemaakt. Afhankelijk van de situatie is dat door de woningcorporatie, de verhuurder, de warmteleverancier of de gemeente. De gemeente Den Haag heeft diverse acties die gericht zijn op mensen met een kleine beurs: Den Haag heeft recent
een subsidie voor mensen met een ooievaarspas beschikbaar gesteld voor isolatie, koken en verwarmen met schone energie. Er worden afspraken met woningcorporaties en particuliere verhuurders gemaakt over verduurzaming en winterklaar maken van woningen. Ook zijn sinds 2020 15.000 huishoudens geholpen met gratis energiebesparingsmiddelen. Daarvoor hebben gemeente Den Haag en de rijksoverheid enkele regelingen, maar er is meer nodig. Bestaande instrumenten zijn te vinden op pagina 4 van de Transitievisie Warmte. Dat zijn bijvoorbeeld de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH) en de Subsidie dakvloer en gevelisolatie.
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
Er is een landelijke regeling (ISDE) met een subsidie voor hybride warmtepomp. 3.
p. 6 hoeveel van de 115.000 genoemde woningen zijn volledig aangesloten op schone energie en hoeveel woningen zijn voldoende voorbereid op de verwachte warmteoptie?
4.
p. 6 hoeveel procent van de sociale huurwoningen zijn klaar voor de aansluiting op een duurzame bron? Wat wordt er gedaan om woningcorporaties met weinig investeringsruimte te helpen bij het klaarmaken van woningen voor de aansluiting op duurzame warmte?
5.
p.6 Hoe zit het met het lokale eigenaarschap bij alle in deze transitievisie genoemde duurzaamheidsplannen? Zie ook RIS306814.
6.
p.6: hoe zit het met het monopolie van warmtenetleveranciers waar bewoners in buurten op zijn aangewezen? Kunnen ze wanneer zij zijn aangesloten op zo’n monopolistisch warmtenet, meepraten over de kwaliteit van het net? Hoe zit het met de klachtenafhandeling? En hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de monopolie positie van warmtenetleveranciers niet tot te hoge prijzen voor warmte gaat zorgen?
7.
p.11: Alle huishoudens gaan zoveel mogelijk over op inductie- of keramische platen koken (p.11).
De 115.000 woningen op pp 6 betreffen alle woningen met label A, B of C in Den Haag. Woningen met label A of B zijn voldoende voorbereid op elke warmteoptie of met beperkte ingrepen voor te bereiden. Label C woningen zijn geschikt voor aansluiting op een warmtenet of met een beperkte ingreep daar op voor te bereiden. Een inventarisatie van reeds aangesloten woningen is niet gemaakt. Meer informatie over het tempo van labelverandering bij de verschillende eigendomsvormen van woningen in Den Haag vindt u in de voortgangsbrief. Ongeveer 25% van de corporatiewoningen is klaar voor verwarming met ca. 70° warmte. De investeringsruimte van woningcorporaties is sterk afhankelijk van rijksoverheidsbeleid. Een overzicht van bestaande maatregelen is te vinden op blz. 4 van de Transitievisie Warmte. Een van de opties die verder uitgewerkt wordt is een duurzame WOM. De gemeente Den Haag ondersteunt lokaal eigenaarschap in de energietransitie. Lokaal eigenaarschap van warmtevoorzieningen staat nog in de kinderschoenen. De gemeente staat er voor open. Zo hebben we het initiatief uit de Vruchtenbuurt hiervoor steeds gesteund. De genoemde motie beschrijft het huidige beleid. De huidige wetgeving schrijft voor dat warmtelevering en het netwerk in handen zijn van één partij.
Gemeente Den haag voert, samen met de G4 en de VNG, een lobby bij de rijksoverheid om in aankomende regelgeving ook ruimte voor andere verdelingen mogelijk te maken. Bijvoorbeeld onafhankelijk netbeheer of warmtenetten in eigendom van netbeheerders en overheden. De Warmtewet bepaalt de regels voor warmtetarieven. Nu is deze gekoppeld aan de aardgasprijs. Den Haag voert samen met de G4en de VNG een lobby naar de rijksoverheid om acceptabele tarieven te bevorderen. Bij onze eigen warmte aanbestedingen hebben we een klantenpanel opgenomen en er zijn consequenties aan de uitkomsten van deze klantenpanels. Het koken op een inductiekookplaat vereist voldoende stroomcapaciteit. Dat betekent soms verzwaring van de aansluiting. Stedin verzorgt in dat geval de aansluiting tot
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
8.
9.
10.
11.
12.
Daar is krachtstroom (3-fasen stopcontact) voor nodig. Is dat in alle huizen in Den Haag nu al mogelijk? Zo nee, wat is ervoor nodig om voor huizen die nu geen krachtstroom hebben dit wel mogelijk te maken? p.11 “om onze ambities om klimaatverandering tegen te gaan echt waar te maken moet het tempo omhoog” Hoe gaat een dergelijke ambitie worden gerealiseerd? Hoe worden bijvoorbeeld particuliere verhuurders gestimuleerd om hun woningen te verduurzamen?
en met de meterkast. Een erkend installateur moet binnenshuis de juiste aanpassingen verzorgen. Overigens is ook voor warmtepompen en zonnepanelen vaak dezelfde verzwaring nodig.
p.12: Op welke manier de transitievisie er precies uit komt te zien, het is duidelijk dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden voor piekmomenten en hogere elektriciteitsafname voor elektrische apparatuur als warmtepompen, inductie en afgifte zonnepanelen. Op pagina 12 staat dat het netwerk op veel plekken wordt verzwaard, wanneer staat dit gepland? En zijn er ook plekken waar het elektriciteitsnetwerk niet verzwaard wordt, en zo ja waar? p. 13 over waterstof: er is een aangenomen motie dat gasleidingen blijven liggen om eventueel te gebruiken voor waterstof. Gaat de gemeente dat ook echt doen?
In Nederland is het stroomnet al een aantal keer compleet verdubbeld en het is volstrekt logisch dat als we veel meer zaken gaan elektrificeren, ICT, vervoer en energie, dat het net verzwaard moet worden. Stedin verzwaart het net waar nodig. Om dat te kunnen voorspellen, doet Stedin scenariostudies naar de vraagontwikkeling. De investeringsplannen van Stedin worden beschreven op www.stedin.net/investeringsplan. In Den Haag worden investeringen in 6 nieuwe of bestaande transformatoren voorzien.
p.13: ''Om een woning met een warmtepomp te verwarmen zijn isolatie en aanpassing van de radiatoren nodig.''’ (p.13). Voor hoeveel woningen is dit al gerealiseerd? p. 15 “In buurten waar nog onvoldoende is geïsoleerd kan een start met een warmtenet op hoge temperatuur een goed begin zijn.” => waarom wordt dit als serieuze optie gezien?
Een hoger tempo van verduurzaming in de gebouwde omgeving zal niet lukken zonder betere wet- en regelgeving en duidelijke ondersteuning van het Rijk. Er is een taak bij de gemeentes neergelegd zonder de financiën en regelingen om dit te realiseren. Een overzicht van bestaande stimuleringsmaatregelen is op pagina 4 van de Transitievisie Warmte opgenomen.
De Gemeente Den Haag beslist niet over het in stand houden van het gasnetwerk. Daarover gaat netbeheerder Stedin. Wel is er in de RES opgenomen dat zodra er groene waterstof beschikbaar komt dit als eerste gebruikt zou moeten worden om het huidige grijze waterstof gebruik in de Botlek te vervangen, in de zware industrie en bij de staal en cementproductie. Dat is niet bekend.
Er wordt in Den Haag op drie niveaus gewerkt, woningen aanpassen, maar ook alle andere gebouwen, de aanleg van warmtenetten plannen en bronnen ontsluiten. Als qua timing een deel van de wijk wel en een ander deel nog niet voldoende geïsoleerd is kan er begonnen worden met tijdelijk hogere temperatuur warmte om deze vervolgens zo
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
We hebben toch met elkaar afgesproken dat we die hoge temperatuurnetten niet willen? Bovendien, hoe makkelijk is het om over te schakelen van hoge temperatuur naar lage temperatuur?
13.
14.
15.
p.16: ''Op termijn zullen deze buurten (vooroorlogse wijken) ook overstappen naar warmtenetten, warmtepompen of een mix daarvan. Welke warmteoptie dan de beste keuze is, hangt af van de omvang van de buurt, de ruimte voor nieuwe kabels en leidingen en bijvoorbeeld de beschikbaarheid van schone bronnen.'' Wat er nu in de bodem ligt is bij de gemeente bekend, zie oa de buurtentabel waar herhaaldelijk wordt benoemd dat er weinig ondergrondse ruimte is. Is voor de op pagina 16 bedoelde wijken ook bekend of er genoeg ruimte is voor warmtenetten? p.18: in hoeverre is de Warmtelinqleiding met restwarmte uit Rotterdam meegenomen in dit kaartje als warmtenet?
p.34: in de Buurtentabel vanaf pagina 34 wordt de hybride warmtepomp als een oplossing genoemd voor veel vooroorlogse wijken (bv de Archipelbuurt, Belgisch park, Benoordenhout, Bezuidenhout-oost, Bloemenbuurt-oost en west, Oostbroek-noord en west). Wat is het verschil met deze buurten en buurten waar de hybride warmtepomp als
snel mogelijk te verlagen. Dit hangt ook samen met het geheel aan wet- en regelgeving vanuit het Rijk. Door de keuze om op sommige plekken te beginnen met tijdelijk hogere temperatuur en direct te beginnen met aanpassen van de woningen kan een bron ontwikkeld worden. Ook wordt er gekeken of hogere temperatuur afgifte op de heenweg kan en dan bij de terugweg naar de bron een lagere temperatuur beter geïsoleerde huizen van lagere warmte kan voorzien. Er zullen stappen tussen de huidige situatie en het gewenst eindbeeld – verwarming op lage of midden temperatuur zitten. Eneco en Uniper hebben een overeenkomst gesloten waarin zij laten weten dat er veel flexibiliteit zit qua temperatuur regime. De tekst op blz. 16 gaat over wijken. Verschillende buurten binnen een wijk kunnen met meer of minder drukte in de ondergrond te maken hebben. In de buurtentabel is de ruimte in de ondergrond beschreven.
De Warmtelinq Vlaardingen-Den Haag is niet in het kaartje meegenomen. Het is een transportleiding. Daar kunnen gebouwen niet rechtstreeks op worden aangesloten. Vanuit de warmteoverdrachtsstations die worden verwacht aan het De Constant Rebecqueplein en in Den Haag Zuidwest, wordt de warmte overgedragen aan distributienetten die bedoeld zijn om gebouwen op aan te sluiten. In alle buurten is de hybride warmtepomp een mogelijke aanpak. Deze brengt direct het gasverbruik naar beneden. en geeft gebouweigenaren de tijd verder te isoleren. Op termijn kunnen buurten alleen op de hybride warmtepomp blijven als er voldoende duurzaam gas is.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
16.
17.
tussenoplossing wordt genoemd? (Bijvoorbeeld Duindorp, p.36) p.36: voor de buurten waar een hybride warmtepomp als oplossing wordt genoemd: is de verwachting dat er voldoende duurzaam gas beschikbaar komt om aan de vraag van gas te voldoen in huizen met een hybride warmtepomp in de wintermaanden? Zo nee, blijven deze buurten dan afhankelijk van fossiel gas? Vragen van Partij voor de Dieren In het Stedelijk Energieplan 2020 staat: “We streven naar een klimaat neutrale stad in 2030” (p. 3). Hoe is het dan mogelijk dat niet alle buurten vóór 2030 aangesloten zullen worden op een schone energiebron?
18.
In het Stedelijk Energieplan 2020 staat: “We streven naar een klimaat neutrale stad in 2030” (p. 3). Hoe is het dan mogelijk dat pas in 2040 alle bestaande warmtenetten aangepast zijn aan duurzame bronnen (p. 14)?
19.
Heeft het college een tijdspad voor welke buurt in welk jaar op een schone energiebron wordt aangesloten? Op pagina 9 wordt gesproken over “besliscriteria” in de tabel. Er staan echter geen toetsbare definities in de tabel. Kunnen de definities in de tabel op pagina 9 toetsbaar en controleerbaar gedefinieerd worden? Op pagina 9 staat een circulaire definitie van schone energie. Hoe definieert het college “schone energie”? Waar moet energie aan voldoen om schoon te zijn? En welke vormen van energie worden bedoeld?
20.
21.
De Energietransitie zal over een langere tijd lopen. Er zijn verwachtingen dat lage temperatuur en optimale isolatie de dominante oplossing gaat worden maar ook dat duurzaam gas voor een deel van de gebouwde omgeving een oplossing kan zijn. Omdat het eindbeeld voor veel “hybride buurten” een warmtenet of elektrische warmtepomp kan zijn, is het belangrijk om altijd en overal te werken aan isolatie, goede ventilatie en elektrisch koken.
De Transitievisie Warmte geeft met de kennis en inzichten van nu de snelst haalbare stappen voor de warmtetransitie weer. Deze overstap hangt af van o.a. de stimulering en wetgeving vanuit rijksoverheid, beschikbare middelen bij investeerders, de beschikbaarheid van geschoolde arbeid om te installeren en aan te leggen en de snelheid waarmee gebouweigenaren bereid zijn te verduurzamen. De Transitievisie Warmte geeft de snelst haalbare transitie weer. Dat hangt af van de stimulering en wetgeving vanuit rijksoverheid, beschikbare middelen bij investeerders, de beschikbaarheid van geschoolde arbeid om te installeren en aan te leggen en de snelheid waarmee gebouweigenaren bereid zijn te verduurzamen. De termijn die nodig is om een geothermiebron te realiseren, van planvorming tot vergunningverlening door het rijk, is op dit moment meerdere jaren. Het tijdspad in de Transitievisie Warmte is het meest gedetailleerde dat beschikbaar is.
Wat op p. 9 bedoeld wordt met besliscriteria, zijn de uitgangspunten zoals beschreven in de tabel. De uitgangspunten zijn gebruikt als concrete, kwalitatieve en richtinggevende principes voor de Transitievisie Warmte.
De tekst op pagina 9 is niet bedoeld als definitie. In bijlage 5 is de definitie opgenomen: Schone energie is wat we in de Europese Unie ook wel hernieuwbare, groene of duurzame energie noemen. Dit is energie uit bronnen zoals de wind, zon, waterkracht, getijden, de aarde of biogrondstoffen. Schone energie is de opvolger voor fossiele energiebronnen
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
22.
Hoe definieert het college “betaalbare energie” (p. 9)? Wanneer is energie betaalbaar?
Energie is betaalbaar als mensen de energierekening kunnen betalen zonder in financiële problemen te komen. Dat is een definitie die niet alleen iets zegt over de prijs van energie, maar ook over besteedbaar inkomen.
23.
Hoe definieert het college “financierbare energie” (p. 9)? Wanneer is energie financierbaar?
24.
“Daarom is het belangrijk dat warmteopties schoon zijn en op termijn geen uitstoot van CO2 meer hebben” (p. 9). Welke termijn hanteert het college hierbij?
25.
“Tussen het besluit tot de aanleg van een warmtenet en het moment van de eerste aansluitingen zit naar verwachting een periode van vijf tot tien jaar” (p. 15). Hoe gaat het lukken om Den Haag in 2030 klimaatneutraal te maken als de meeste nieuwe warmtenetten pas na 2030 in gebruik zullen worden genomen? “Na 2030 zullen hybride warmtepompen op de meeste plekken geleidelijk plaatsmaken voor warmtenetten, warmtepompen of een mix daarvan” (p. 16). Is het college niet van mening dat dit al vóór 2030 moet plaatsvinden om de doelstelling te halen? Hoeveel inwoners wonen in de buurten waar de warmtebron in 2030 al is bepaald (p. 18)? En hoeveel inwoners wonen in de buurten waar de “warmteoptie nog onduidelijk” is?
Financierbaar betekent dat de eigenaar van de gebouw een lening of verhoging van de hypotheek kan krijgen voor de overstap op schone energie en dat een investeerder, energiebedrijf of geldverstrekker bereid is om het geld dat nodig is voor de investering beschikbaar te stellen. Daar komt niet alleen winstgevendheid van een project bij kijken, maar ook risico’s en beschikbaarheid van middelen bij bovengenoemde partijen. Een belangrijk voorbeeld hiervan is elektriciteit. Warmtepompen die omgevingswarmte opwaarderen naar een bruikbare temperatuur gebruiken elektriciteit. Dit ziet Den Haag als een zeer wenselijke, schone warmteoptie. De elektriciteitmix die in Nederland beschikbaar is wordt steeds duurzamer. Het is aan de rijksoverheid om hier concrete doelen voor te stellen. De Transitievisie Warmte geeft het snelst haalbare traject aan om de energietransitie te doorlopen.
26.
27.
28.
Waarom is voor een groot deel van Segbroek en Scheveningen nog geen richting gekozen?
De Transitievisie Warmte geeft het snelst haalbare traject aan om de energietransitie te doorlopen. Van alle wijken, zijn de betreffende wijken het moeilijkst te verduurzamen met warmtenetten of volledig elektrische warmtepompen.
De enige buurten waar de warmtetechniek in het eindbeeld nog niet bekend is, zijn de buurten waar we starten met de hybride warmtepomp en waar de techniek op een later moment nader in te vullen is. In alle andere buurten is er voor 2030 een duidelijk beeld. In die buurten wonen ca. 264 duizend mensen. In deze wijken is veel vooroorlogse bouw. Voor beide oplossingen kan nog onvoldoende beoordeeld worden welke techniek optimaal is. Er is nog een ontwikkeling nodig in prijs of techniek voordat één van de twee opties financieel het aantrekkelijkst is. Bovendien zijn oude
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
29.
In welk deel van de buurten die een warmtenet zullen krijgen is er sprake van een lage temperatuurnet en welk deel een net van hogere temperaturen?
30.
Hoe zijn bewoners betrokken bij de keuzes om in buurten te kiezen voor warmtenetten of warmtepompen?
31.
Hoe is de keuze gemaakt om te komen tot het type warmtenet en de grootschaligheid hiervan? Hoe zijn bewoners bij deze keuze betrokken? Kan het college aangeven in hoeverre investeren in hybride warmtepompen verstandig is voor buurten die volgens de gemeente moeten overstappen op een warmtenet? Kan ditzelfde worden aangegeven bij de overstap naar een warmtepomp? Het document zou gaan over de transitie. In het stuk is echter weinig te zien over hoe de transitie wordt vormgegeven. Kan het college nader ingaan op hoe de aanpak per wijk verschilt en hoe de transitie vanuit het college wordt vormgegeven?
32.
33.
34.
Per buurt lijkt niet te worden aangegeven welke bronnen beschikbaar zijn en wat nodig is om die in te zetten. Kan hier nader op worden ingegaan?
buurten ook de meest diverse buurten, waardoor een mix van meerdere technieken mogelijk en waarschijnlijk is. In de warmtenetbuurten is het eindbeeld een middentemperatuurnet. De versnelling in aanleg die mogelijk is door tijdelijk op een hoge temperatuur te leveren zal vooral plaatsvinden in de wijken die het eerst aan de beurt zijn. In wijken die later aan de beurt zijn, zorgt tijdige aanpassing van de gebouwen voor een net op middentemperatuur. Daarnaast voorziet de Transitievisie Warmte erin dat er in alle buurten kleinschalige warmtenetten kunnen bestaan die lagere temperaturen leveren, als dat beter past bij een cluster gebouwen. Er lopen concessie aanbestedingen voor lage temperatuursystemen. In de voorbereiding van de Transitievisie Warmte en het Stedelijk Energieplan zijn bewoners via enquêtes en gesprekken betrokken. Er is met de bestaande bewonersinitiatieven gesproken over de keuzes in hun wijk. Soms wilden bewonersinitiatieven meer steun voor hun voorkeursoplossing, soms was de wens dat juist de gemeente een keuze maakt. De keuze voor warmtenetten volgt uit de analyse per buurt. Dat telt op tot de schaal die in de vraag wordt bedoeld. Voor de betrokkenheid van bewoners, zie vraag 30. Investeren in een warmtepomp is een keuze op basis van individuele omstandigheden.
Als de bestaande cv-ketel moet worden vervangen is het vaak een verstandige keuze omdat het gasgebruik flink afneemt. Voorwaarde is wel dat wordt gezorgd voor het juiste isolatieniveau en voldoende ventilatie. De totale energietransitie in Den Haag is door het College beschreven in meerdere beleidsdocumenten en ondersteund met subsidieregelingen, fondsen en wijkinitiatieven. Dit document beschrijft goede warmteoplossingen in verschillende delen van Den Haag. Wij voldoen hiermee aan de afspraak zoals het nationaal klimaatakkoord de Transitievisie Warmte omschrijft. In ieder geval zal de regie en de inzet van gemeentelijke menskracht zich richten op wijken die als eerste de energietransitie doorlopen. In warmtepompbuurten is de bron omgevingswarmte (Warmte uit buitenlucht, oppervlaktewater, riool, drinkwaterleiding en bodem) die wordt opgewaardeerd met elektriciteit.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10215822
35.
Wat is de verhouding tussen de beschikbare bronnen en de af te nemen bronnen zoals bepaald in de ‘transitievisie’?
36.
Zijn er nog verdere documenten beschikbaar die de gemaakte keuzes onderbouwen of die verder ingaan op de transitieaanpak op basis van dit document?
In warmtenetbuurten zijn de bronnen geothermie, restwarmte en omgevingswarmte die met een wijkwarmtepomp wordt opgewaardeerd. Het is mogelijk dat warmtenetten aan elkaar worden gekoppeld. Het college wil graag het potentieel van geothermie volledig benutten. Restwarmte uit de Rotterdamse haven, die via de transportleiding WarmtelinQ Den Haag Vlaardingen naar Den Haag bereikten restwarmte uit onze stad zelf zal worden ingezet. Ja. U ontvangt als bijlage het achtergrondrapport van Over Morgen.
Met vriendelijke groet, Liesbeth van Tongeren de wethouder van Duurzaamheid en Energietransitie
8/8