RIS310664 Voorstel van het college inzake Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 - 2040
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
23 november 2021
DSO/10207927 RIS310664
Voorstel van het college inzake Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 - 2040 Met veel enthousiasme biedt het college u de strategie mobiliteitstransitie aan. Het is een resultaat van een lang en mooi proces met de hele stad. Deze strategie is het vervolg op de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS302361). In deze brief heeft u kunnen lezen dat Den Haag dichtslibt, door het groeiende verkeer. Ook zijn er ernstige zorgen over het toenemend aantal verkeersslachtoffers, het milieu en de aantrekkelijkheid van de stad. In deze strategie presenteert het college daarom keuzes die nodig zijn om de stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te houden. Na het verschijnen van de Hoofdlijnenbrief heeft er een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden (RIS306126). Tijdens dit proces hebben we gevraagd hoe ´de stad´ de toekomst van mobiliteit voor zich ziet. In de ‘learning labs’ van de mobiliteitstransitie is vervolgens gereflecteerd op de dilemma’s die de doelstellingen van de mobiliteitstransitie in de praktijk opleveren (RIS 308241). Het resultaat daarvan leest u ook in deze strategie. Aandacht voor de verschillen in de stad Uit de gesprekken tijdens het participatieproces is duidelijk geworden dat de mobiliteitsbehoefte sterk verschilt binnen de stad.
In de nieuwbouwwijken aan de randen van Den Haag speelt de auto een veel belangrijkere rol in het dagelijks leven dan in het centrum. Tegelijkertijd hebben de bewoners aan de randen van Den Haag hun behoefte geuit aan meer voorzieningen zoals cafés en supermarkten in de buurt. Ook werd er gevraagd om verbetering van het openbaar vervoer naar de centra in de regio. Centrumbewoners zijn juist blij met de hoeveelheid voorzieningen dichtbij en gaan daar dan ook vooral lopend en fietsend naartoe. In de strategie kiezen we daarom voor een gebiedsgerichte aanpak. Een ander belangrijk punt is dat de mobiliteitstransitie vertrekt vanuit de menselijke maat. Niet alle inwoners zijn even digitaal vaardig of fysiek mobiel. Het zal ook in de toekomst vragen om creativiteit voor passende mobiliteitsoplossingen waardoor bijvoorbeeld mensen met kleine beurs, ouderen, kinderen en mensen met een fysieke beperking zich comfortabel en betaalbaar kunnen verplaatsen. De doelstelling is om iedereen te laten beschikken over geschikt vervoer van voordeur tot bestemming. De complexiteit van plan-, visie- en beleidsvorming neemt toe De thema’s en keuzes die wij u in deze strategie voorleggen zijn nodig voor de complexe vraagstukken die dagelijks ‘op tafel liggen’ op het gebied van mobiliteit.
Op verschillende niveaus en in projecten worden keuzes gemaakt over bijvoorbeeld verkeersveiligheid, groen, parkeren, woningbouw, nood- en hulpdiensten en de snelheid van het ov . In een drukker wordende stad, die zich opmaakt voor de aanpassingen voor bijvoorbeeld klimaatverandering en bevolkingsgroei, gelden andere eisen dan 5, 10, of 30 jaar geleden.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
Nieuwe manier van denken over mobiliteit De strategie geeft antwoord op de vraag: “Welke keuzes moeten we maken voor een bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig Den Haag in 2040?” Die keuzes zijn thematisch uitgewerkt in deze strategie. Deel van het antwoord op de vraag is ook dat er ook nieuwe manieren van denken en werken nodig zijn. Waarbij mobiliteit in samenhang wordt benaderd met de grote opgaven waar de stad voor staat. Het is effectiever om aan de voorkant van stedelijke ontwikkelingen te sturen op toekomstbestendige mobiliteit, dan achteraf -vraagvolgend- infrastructuur aan te leggen. Vanuit strategische keuzes en de gebiedsgerichte aanpak in deze strategie worden in de toekomst project- en beleidsvoorstellen waar mobiliteit een onderdeel van is, concreter uitgewerkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Omgevingsvisie, omgevingsplannen en bouwprojecten. Samenvatting van de strategie mobiliteitstransitie In deze Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2040 kiezen we mobiliteit die bijdraagt aan de grotere opgaven van de stad, zoals leefbaarheid, bereikbaarheid, brede welvaart, en de woningbouwopgave. De vraag “hoe” de doorontwikkeling eruit moet zien is gesteld aan Haagse bewoners, ondernemers, belangengroepen en bezoekers.
Het resultaat is een opzet met 4 thema’s en bijbehorende strategische keuzes, die vervolgens zijn verwerkt in een gebiedsgerichte kansenkaart voor maatregelen. De mobiliteitsgebieden die zijn gedefinieerd, zijn een samenkomst van ruimtelijke kenmerken, onderzoek naar mobiliteitsstijlen en het participatieproces. De vier thema’s, met bijbehorende strategische keuzes zijn als volgt: I.
De compacte stad a. Bij het ontwerpen en de organisatie van de openbare ruimte gaan we uit van de compacte stad gericht op nabijheid van bestemmingen, waarbij belangrijke voorzieningen lopend en fietsend bereikbaar zijn. Bij het ontwerpen van de openbare ruimte wordt het ‘STOMP-principe’ toegepast voor prioritering. Waarbij prioriteit wordt gegeven aan de voetganger en fietser, gevolgd door het ov, deelmobiliteit en de privéauto. Het is de ambitie om de groei van het aantal verplaatsingen op te vangen zonder een toename van autoverkeer. b. In de openbare ruimte en verkeersafwikkeling willen we meer prioriteit kunnen gegeven aan veilig en langzaam verkeer, dat weinig ruimte in beslag neemt en schoon is. Zoals lopen, fietsen, openbaar vervoer en schone deelmobiliteit. Hierbij houden we rekening met de hoofdroutes van de verschillende vervoerswijzen en de nood- en hulpdiensten. c. De ontwerpen van loop-, fiets- en ov-verbindingen gaan bijdragen aan betere reistijden, meer verkeersveiligheid en meer comfort. Met aandacht voor de specifieke omstandigheden in een wijk of buurt en de mensen die er gebruik van maken. d. Door het aanpassen van de infrastructuur, het verbeteren van verkeersveiligheid en de inrichting van de openbare ruimte met prioriteit voor lopen en fietsen, willen we niet-noodzakelijke autoritten van minder dan 5 kilometer verminderen. e.
Bij gebiedsinrichting is er aandacht voor korte afstanden tot voorzieningen voor dagelijkse levensbehoeften, waar mogelijk proberen we deze te verkleinen. f. De bestaande ruimte wordt efficiënter benut, onder meer met logistieke mobiliteitshubs en efficiëntere laad- en lostijden en bevoorrading van horeca en detailhandel. Daarbij maken we gebruik van slimme digitale technologie. g. Deelmobiliteit is een instrument om ruimte te maken in de openbare ruimte en de parkeerbehoefte te verlagen.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
II.
III.
Bij het ontwerpen van onder andere infrastructuur, woningen en gebieden houden we rekening met voorzieningen en parkeerplekken voor deelmobiliteit. Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen, zoals in het CID, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest wordt de ruimte voor het aanbieden van deelmobiliteit integraal meengenomen in de ontwerpen van de kavels en anders in de nabije openbare ruimte. In delen van de stad waar geen grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden, kan deelmobiliteit een overzichtelijke en nette plek krijgen in de openbare ruimte, onder andere bij mobiliteitshubs. In alle gevallen geldt dat het randvoorwaardelijk is, dat het aanbieden van deelmobiliteit niet koste gaat van de ruimte voor de voetgangers, fietsers, groen en spelen. h. We willen een benadering van mobiliteitsnetwerken die geschikt is voor zowel het kruispuntniveau als netwerkniveau voor alle vervoerswijzen en de hele regio, met als doel de bereikbaarheid in de breedste zin te verbeteren. De huidige eisen voor trajectsnelheden naar economische toplocaties op stedelijke hoofdwegen worden daardoor vervangen. De stedelijke hoofdwegen – en de snelheid daarop – blijven belangrijk voor het doorgaande autoverkeer, nood- en hulpdiensten en het ov. Mobiliteit op menselijke maat a. Mobiliteit zorgt ervoor dat iedereen zich in Den Haag kan (blijven) verplaatsten.
Dit is een voorwaarde voor brede welvaart en welzijn voor alle Hagenaars. Mobiliteit draagt hieraan bij door: i. vervoer fysiek toegankelijk te maken (zoals trottoirs, trams en ov-haltes); ii. een verkeersveilige inrichting en voorzieningen bereikbaar te maken of houden; iii. in laagdrempelige mobiliteit te voorzien, rekening houdend met financiële draagkracht; - rekening te houden met voertuigbezit en vaardigheden die toegang verlenen tot het mobiliteitssysteem. b. Den Haag zet in op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Bereikbaarheid kunnen we verbeteren door een verschuiving na ‘van bezit naar gebruik’ van voertuigen, omdat er meer vervoersmogelijkheden zijn om uit te kiezen. c. In zowel projecten als beleid kiezen we voor een doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak. Om maatwerk te kunnen bieden, spelen participatie, onderzoek en monitoring hierbij een belangrijke rol. Beslissingen worden gemaakt op basis van betere inzichten in beleving, herkomst en bestemmingen van verkeer in plaats van de drukte van het verkeer. d. We stimuleren het gebruik van duurzaam, schoon en efficiënt vervoer. Dat doen we onder andere door de reiziger centraal te stellen en door deelmobiliteit, fietsen en ov gebruiksvriendelijker te maken. Dat kan ook door te investeren in initiatieven die hier een bijdrage aan leveren, zoals fietslessen. Stadsvriendelijke vervoersmiddelen a.
Verkeersveiligheid is een topprioriteit en wordt daarom leidend in situaties waar keuzes moeten worden gemaakt. b. We willen veilige fietsroutes en zijn daarom terughoudend met het faciliteren van voertuigen die grote snelheidsverschillen veroorzaken. c. Bij het ontwikkelen van woningen en bedrijfsruimte zorgen we voor goed bereikbare en toegankelijke parkeervoorzieningen voor (bijzondere) fietsen, e-scooters en andere duurzame voertuigen, zowel voor bezoekers als bewoners. Privéauto’s worden zoveel mogelijk geparkeerd op eigen terrein en niet in de openbare ruimte. d. Deelmobiliteit wordt een belangrijk instrument om ruimte te maken voor de openbare ruimte en de parkeerbehoefte te verlagen.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
IV.
Den Haag zet in op bereikbaarheid- en levering van goederen- met verschillende vervoermiddelen (ketenmobiliteit). Daar past mobiliteit op basis van dienstverlening (MaaS), in plaats van privévoertuigen, goed bij. e. We voorzien in schone en stille mobiliteit, onder andere met een goede laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Vooral voor voertuigen die veel door de stad rijden is dit belangrijk, zoals taxi’s, vuilniswagens en bedrijfswagens. f. We verbeteren de spreiding van mobiliteit over de dag, in nauwe samenwerking met werkgevers, ondernemers en onderwijsinstellingen. Daarnaast zien we graag dat we leaseauto’s door mobiliteitsabonnementen worden vervangen en de wagenparken verduurzaamd. g. In goed overleg met Haagse ondernemers en werkgevers zetten we in op stadvriendelijke logistiek en bevoorrading, waarbij verkeersveiligheid voorop staat. Het is belangrijk dat er nieuwe faciliteiten komen voor duurzame- en waar mogelijk kleinschaligere bevoorrading. Ook wordt er ingezet op het collectief inzamelen van bedrijfsafval. Regio en knooppuntontwikkeling a. De integratie van mobiliteitshubs in het mobiliteitssysteem speelt een sleutelrol binnen de mobiliteitstransitie en de schaalsprong van het ov, vooral als het gaat om het gebruik van openbaar vervoer in de compacte stad. b.
Voor de hele Haagse regio willen we op plekken waar dit kansrijk is ov-hubs, P+Rhubs, buurthubs en logistieke hubs realiseren bij ontwikkelingen. Uitgangspunt is dat de hubs zoveel mogelijk inpandig worden gerealiseerd bij gebiedsontwikkelingen. Daar waar dat niet mogelijk blijkt kunnen ze in de openbare ruimte worden ingepast, maar dit gaat dit niet ten koste van de ruimte voor de voetganger, fietser en groen. c. We willen het netwerk van metropolitane fietsroutes die verbindingen leggen met de belangrijkste economische centra in de regio doorontwikkelen. d. We werken nauw samen met gemeenten, de metropoolregio, regionale partners en het bedrijfsleven in coalities aan de mobiliteitstransitie. Daarbij hebben we een internationale oriëntatie. We zetten in op goede bereikbaarheid met lightrail, metro, tram, trein en (snelle) busverbindingen door middel van een schaalsprong van het openbaar vervoer (OV Next) en een internationaal treinnetwerk. e. Voor het ontwikkelen en implementeren van nieuwe en innovatieve mobiliteitsoplossingen willen we ruimte bieden voor experimenten en pilots, bij voorkeur in coalities van bewoners, bedrijven, kennisinstellingen en/of overheden.
Mobiliteit als dienst (in het openbaar vervoer en bij deelmobiliteit en taxi’s) worden een integraal onderdeel van het vervoerssysteem, met aandacht voor de geschiktheid voor gezinnen, de toegankelijkheid en betaalbaarheid. f. Het mobiliteitsaanbod van buurthubs wordt in overleg met deelaanbieders en bewoners samengesteld.
De gebiedsgerichte aanpak Den Haag is een mooi samenspel van verschillende gebieden en wijken met een duidelijke en herkenbare identiteit. De samenstelling van de bevolking, het voorzieningenaanbod, de woningvoorraad en de ruimtelijke opbouw zijn overal anders. Dat betekent dat de accenten binnen de mobiliteitstransitie per gebied of wijk anders zullen zijn. De relatief nieuwe wijk Ypenburg vraagt andere accenten voor de transitie dan het Zeeheldenkwartier of Transvaal. Door onderscheid te maken in verschillende gebieden wordt het mobiliteitssysteem meer op maat gemaakt.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
De vier gebieden zijn: I. Centrummilieus. Dit zijn aantrekkelijke stedelijke omgevingen met veel interactie en functiemenging. Voornamelijk ingericht op lopen, fietsen en ov. II. De vooroorlogse stadswijken. Dit zijn aantrekkelijke groene stedelijke omgevingen, met veel ruimte voor wonen en verblijf. III. De naoorlogse stadswijken. Hier zetten we in op het verbeteren van bereikbaarheid met duurzame (keten)mobiliteit. IV. De regio. Samen met buur- en regiogemeenten werken we aan mobiliteit en stedelijke verdichting, met aandacht voor wederzijdse bouwopgaven, bereikbaarheidsvraagstukken en spreiding van voorzieningen. Wat betekent dit voor de Haagse Nota Mobiliteit (HNM)? De HNM is in 2011 vastgesteld en is geschreven met een aanpak tot 2020, met een doorkijk naar 2030. De HNM is een uitgebreid document en schetst de toekomst van alle vervoerswijzen. De HNM is namelijk een gemeentelijke uitwerking van de Planwet verkeer en vervoer uit 1998 en is getoetst op de milieueffecten (een MER-toets). De onderwerpen en de opbouw van de HNM zijn dan ook daarop gericht geschreven. Inmiddels is het 2021. Dat betekent echter niet dat de HNM automatisch vervalt als geldend beleid. Wel zijn er op deelonderwerpen veel nieuwe beleidsstukken, projecten en verkenningen geweest. Daarvoor gold de HNM als basis, maar soms wordt er ook vanaf geweken.
Het meest recente document is altijd het leidende beleid. De Omgevingsvisie vervangt de Haagse Nota Mobiliteit De nieuwe strategie komt voort uit de Haagse noodzaak voor verdichting, milieu- en verkeersveiligheidsproblemen zoals beschreven in de Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie. De strategie van de mobiliteitstransitie is daarom nog geen vervanger van de HNM, maar wordt wel leidend voor het mobiliteitsbeleid. De HNM wordt vervangen door de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zal worden getoetst op o.a. milieueffecten. Zodra de Omgevingsvisie door u wordt vastgesteld, naar verwachting in 2023, vervalt de HNM samen met andere fundamentele beleidsdocumenten voor de fysieke leefomgeving. U kunt dit lezen in het ambitiedocument Omgevingsvisie (RIS309993). De omgevingswet Alle gemeenten zijn verplicht een Omgevingsvisie op te stellen en daar programma’s voor te maken. Een van de aanleidingen voor de omgevingswet is om beleid makkelijker vindbaar te maken voor iedereen en ook te kunnen vervangen. De opbouw van de omgevingswet werkt daarnaast vanuit integraliteit van stedelijke opgaven en uitgangspunten. De Omgevingsvisie is een –door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De strategie voor de mobiliteitstransitie past daar bij.
Daarom wordt de strategie van de mobiliteitstransitie de mobiliteitsbasis van de Omgevingsvisie. Noodzakelijke elementen die nu wel in de HNM staan, maar niet in de strategie, worden als aparte onderdelen aan de Omgevingsvisie of het omgevingsplan toegevoegd. De strategie leidend voor mobiliteitsbeleid De strategie voor de mobiliteitstransitie is na vaststelling door de Haagse gemeenteraad leidend voor alle nieuwe mobiliteitsbeleidsstukken en -programma’s, de inbreng van mobiliteit in overig beleid en verkenningen voor infrastructurele- en overige projecten in de fysieke leefomgeving. Waar de strategie mobiliteitstransitie afwijkt van de HNM is de strategie mobiliteitstransitie leidend. Waar de strategie geen antwoord geeft op een vraagstuk, geldt de HNM of een recenter aangenomen beleidsstuk omtrent het onderwerp.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
Hoe wijkt deze nieuwe strategie inhoudelijk af van de Haagse Nota Mobiliteit (2011)? − Er is niet per modaliteit/vervoerswijze een strategie uitgedacht. Het stuk is opgesteld vanuit een holistische benadering van opgaven die Den Haag als stad heeft, zoals brede welvaart, klimaatverandering tegengaan en bereikbaarheid. − De ambitie voor een klimaatneutrale stad is in het coalitieakkoord “Samen voor de stad 2019” bijgesteld naar 2030, waar in de HNM nog werd gestreefd naar 2040. − In recente jaren is er (digitaal) meer mogelijk op het gebied van mobiliteit. Daarom is er meer aandacht voor ketenmobiliteit en deelmobiliteit in de brede zin en de plek in de openbare ruimte. − De strategie omvat een gebiedsgerichte aanpak, met aandacht voor verschillen in ruimtelijke opgaven zoals mobiliteitsvoorkeuren. − Deze strategie bevat geen focus op het versnellen van verbindingen op langere afstand. De focus verschuift naar nabijheid van bestemmingen. Zodat bestemmingen lopend, fietsend en met het ov goed bereikbaar zijn. − Er is aandacht voor het verminderen van autoverkeer voor korte afstanden (<5 kilometer) omdat deze ritten circa 43% van de capaciteit van het wegennet innemen. − Mobiliteit en verkeer worden gezien als integraal onderdeel van internationale, landelijke en regionale bereikbaarheidsopgaven.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10207927
− − − −
−
We streven naar een nieuwe invulling van concessies van het ov, zogenaamde mobiliteitsconcessies. Hierbij is ook aandacht voor het vervoer van deur tot deur. De ontwikkeling van multimodale hubs en het bevorderen van ketenreizen hebben een nog belangrijkere rol gekregen in de strategie. Dit is een uitbreiding van het perspectief op P&R’s. Menselijke maat is een nieuw thema, er is aandacht voor de toegankelijkheid, betaalbaarheid en geschiktheid van mobiliteitsoplossingen voor verschillende doelgroepen. In de HNM staat de doelstelling om de groei van het autoverkeer te beperken (t.o.v. 2011) met maximaal 10% in 2020. De nieuwe doelstelling is om de groei van de stad te faciliteren zonder verdere groei van autoverkeer (t.o.v. 2021). In de HNM staan trajectsnelheidseisen voor auto en ov naar economische toplocaties. Dit is van belang om de autowegen in de wijken te ontlasten en het ov aantrekkelijk te maken. Dat principe geldt nog steeds, echter voor bereikbaarheid zijn meerdere modaliteiten en locaties van belang. Veel praktijkgeschoold werk vindt bijvoorbeeld niet plaats op economische toplocaties en bereikbaarheid met de fiets, lopend of via een ketenreis is minstens zo belangrijk volgens deze strategie.
We zetten daarom in op een benadering van netwerken met alle vervoerswijzen die geschikt is voor zowel het kruispuntniveau als netwerkniveau en de hele regio, om de bereikbaarheid te verbeteren. De stedelijke en regionale hoofdwegen - en de snelheid daarop blijven belangrijk voor het doorgaande autoverkeer, nood- en hulpdiensten en het ov.
Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 23 november 2021, besluit: I.
de bijgevoegde “Strategie mobiliteitstransitie 2040” vast te stellen als beleidskader waarbinnen het college van burgemeester en wethouders het gemeentelijke mobiliteitsbeleid van Den Haag kan uitvoeren, waaronder: a. de strategische keuzes die zijn verwoord met bijbehorende thema’s, specifiek: i. De compacte stad ii. De menselijke maat iii. Stadsvriendelijke vervoerswijzen iv. De regionale context en mobiliteitshubs b. de gebiedsgerichte kansenkaarten met daarin genoemde instrumenten voor de mobiliteitsmilieus zoals beschreven in de strategie volgens onderstaande indeling: i. Centrummilieus ii. Vooroorlogse stadswijken iii. Naoorlogse stadswijken iv. De regionale context en mobiliteitshubs
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van … De griffier,
De voorzitter,
7/7