RIs310622 Beantwoording SV Groene, blauwe en grijze waterstof
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
18 januari 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het Raadslid de heer Pluimgraaff, luidend: ‘Groene, blauwe en grijze waterstof’
DSO/10235772 RIS310622
Het raadslid de heer Pluimgraaff heeft op 9 november 2021 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Hoe staat het college tegenover de productie en het gebruik van respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstof?
Mobiliteit Recent heeft de gemeente in samenwerking met 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie de Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag 1.0 (RES) (RIS308458) vastgesteld. Hier staat op pag. 56: “Groene waterstof is de energiedrager die een grote rol moet gaan spelen in ons energiesysteem. Opbouw van de keten voor groene waterstof kost tijd, onder andere voor het bouwen van elektrolysers en de aanleg van grootschalige windparken op zee. Daarom zal er voor 2030 maar een beperkte hoeveelheid groene waterstof beschikbaar zijn. Deze geringe volumes groene waterstof zullen in eerste instantie voornamelijk ingezet worden voor doelen waarvoor weinig andere duurzame alternatieven zijn: inzet als grondstof en brandstof voor de industrie en voor het zwaar vervoer (vrachtwagens, binnen-, scheep- en luchtvaart).” Blauwe waterstof wordt nog niet geproduceerd in Nederland of onze provincie. Grijze waterstof wordt heel veel toepast in onze provincie en het College steunt daarom de vervanging van grijze door groene waterstof van harte.
Gebouwde omgeving (woningen en utiliteitsgebouwen) Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de rol van waterstof bij de verduurzaming van specifiek de warmte- en elektriciteitsvoorziening voor woningen en utiliteitsgebouwen (de energietransitie) is vastgesteld in het Stedelijke Energieplan (SEP, RIS306869) en de Ontwerp Transitievisie Warmte (RIS310442). In het SEP is hierover vastgesteld: “We rekenen de komende jaren niet op groen gas en waterstof als grootschalige oplossing. Toekomstige ontwikkelingen kunnen wel een rol scheppen voor deze energiedragers in de verwarming van de bestaande gebouwde omgeving, als bestaande technieken niet tijdig, tegen acceptabele kosten kunnen bijdragen aan de energietransitie in alle gebouwen. Hierbij is het leveren van waterstof aan gebouwen niet noodzakelijkerwijs het alternatief, maar kan ook worden ingezet ter ondersteuning van andere opties zoals warmtenetten en warmtepompen, met name voor invulling van de piekvraag.” “Het bestaande aardgasnetwerk is geschikt voor biogas, groen gas en beperkte bijmenging van waterstof. CV-ketels en gasfornuizen werken daar op. Deze duurzame gassen zijn in sommige situaties een oplossing. Biogas en groen gas zijn ook in de toekomst zeer beperkt beschikbaar. Groene waterstof staat aan het begin van de marktintroductie. Het duurt meer dan tien jaar voordat het op enige schaal beschikbaar en betaalbaar is.
Dat biedt mogelijk op lange termijn oplossingen.”
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO10235772
In de Ontwerp TVW is opgenomen: “Duurzaam gas en duurzame waterstof zijn in de toekomst waarschijnlijk vooral beschikbaar voor energiegebruikers die bijna niet zonder gas kunnen, zoals de industrie. Als duurzaam gas beschikbaar komt voor woningen en gebouwen, is dat niet voldoende voor de hele stad. Voor de komende tijd ziet duurzame waterstof er niet uit als een reële optie voor woningen en gebouwen in de stad”. 2.
Op welke wijze gaat het college de productie en het gebruik van respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstof in Den Haag stimuleren? Welke rol hebben respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstoftankstations hierin?
Zie het antwoord op vraag 1. Waterstoftankstations met groene waterstof zouden een rol kunnen vervullen in de verduurzaming van zwaar wegtransport en mogelijk bij de verduurzaming van zwaardere mobiele werktuigen in de bouw. Zie hiervoor het door de gemeente ondertekende Schone Luchtakkoord (RIS304354). Productie van grijze of blauwe waterstof lijkt binnen de stadsgrenzen van Den Haag om praktisch en technische redenen al uitgesloten. 3.
Zou het college in kaart willen brengen hoeveel vervoersmiddelen jaarlijks in het kader van het doelgroepenvervoer rijden op respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstof?
Momenteel worden circa 30 waterstofauto’s ingezet voor doelgroepenvervoer. 4.
Zou het college op een rij willen zetten welke eisen de gemeente stelt, en in 2022 wil gaan stellen, bij het gebruik door het doelgroepenvervoer van respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstof?
Voor het huidige contract doelgroepenvervoer heeft de gemeente geen eisen gesteld met betrekking tot waterstof. In de lopende aanbesteding voor de Harmonisatie Doelgroepenvervoer waarvan het contract in 2022 moet ingaan, zijn de volgende eisen opgenomen: Bij aanvang van de overeenkomst is, met uitzondering van eventueel in te zetten rolstoelbussen, al het Haagse Doelgroepenvervoer zero-emissie (batterij elektrisch); Uiterlijk 1 januari 2024 is al het materieel, inclusief het rolstoelvervoer, zero-emissie (batterij elektrisch). Eerdere inzet van volledig zero-emissie (batterij elektrisch) rolstoelvervoer, waarmee het volledige doelgroepenvervoer eerder dan 1 januari 2024 ZE (batterij elektrisch) wordt uitgevoerd is een gunningscriterium waarmee extra punten zijn te behalen. 5.
Zou het college deze eisen willen leggen naast de eisen die de Rijksoverheid en de Provincie met betrekking tot het gebruik van respectievelijk groene, blauwe en grijze waterstof, en daarbij willen reflecteren op de vraag of en waarom deze eventueel van elkaar verschillen?
We sluiten met onze eisen aan op het landelijke en het provinciale beleid. In de ‘Waterstofvisie en strategie. De rol van waterstof in de energie- en grondstoffentransitie in ZuidHolland 2030 (-2050)’ van de Provincie Zuid-Holland staat vermeld: “Schonere mobiliteit bereik je met zuinigere voer- en vaartuigen en met elektrificatie. De batterij-elektrische oplossing is logisch voor korte afstanden en voor lichter vervoer en transport. Brandstofceltechnologie in combinatie met waterstof is ideaal voor zwaar vervoer en lange afstand transport.” (p. 21). Deze visie correspondeert met de ‘Visie Duurzame Energiedragers in Mobiliteit’ (juni 2020) van het Ministerie van I&W: “Waterstof wordt daarbij vooral gezien als een belangrijke optie voor zwaardere toepassingen zoals zwaar wegtransport, binnenvaart en het spoor en op langere termijn wellicht bepaalde segmenten van de luchtvaart.” Op basis van de RES en dit landelijke en provinciale beleid is de keuze gemaakt om zero emissie transport nader te specificeren en batterij-elektrisch als minimumeis te formuleren.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO10235772
Hiermee kiezen we in lijn met ons Actieplan voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (RIS305068) voor de meest energie-efficiënte wijze van vervoer om daarmee de klimaatdoelstellingen van Parijs zoals ook verwoord in het Nationale Klimaatakkoord dichterbij te brengen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3