CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310484 Beantwoording technische vragen Rekenkamerrapport Zorgen voor de Jeugd

Commissie Samenleving 2 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Kavita Parbhudayal Wethouder van Zorg, Jeugd en Volksgezondheid

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

OCW/10204850 RIS310484 Contactpersoon

Amiet Soekhoe Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

9 november 2021

amiet.soekhoe@denhaag.nl

Onderwerp

Beantwoording technische vragen Rekenkamerrapport 'Zorgen voor de Jeugd'

Geachte voorzitter, Hierbij ontvangt u de antwoorden op de zeven technische vragen van de fractie van de ChristenUnie/SGP naar aanleiding van het Rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’. 1.

De PGB-kosten in Den Haag zijn relatief laag (pagina 12 Bestuurlijk rapport). Wat is daar de verklaring voor? Waarin verschilt Den Haag daarin van de andere H10 gemeenten?

Deze relatief lage kosten herkennen wij niet. De daadwerkelijke Pgb-kosten tussen 20152019 zijn hieronder weergegeven. Deze kosten zijn per jeugdige gezien vergelijkbaar met de andere H10 gemeenten. Deze cijfers zijn ook gebruikt in andere rapportages zoals de jaarrekening (bijv.: RIS308436) en de jaarrapportage Jeugd en Wmo (bijv.: RIS309077). Jaar 2015 2016 2017 2018 2019

2.

Bedrag 4.861.632 4.170.462 3.978.629 4.543.202 4.931.870

Aantal jeugdigen 514 431 420 433 495

Bedrag per jeugdige 9.458 9.676 9.472 10.492 9.963

Product 45C05 Individuele begeleiding middel en Product 45A7 Specialistische jeugdhulp zijn samen verantwoordelijk voor 23.67% van de kostenstijging in de gemeente Den Haag. Dat ligt vooral in de toename van het aantal unieke jeugdigen dat van deze zorg gebruik maakt. Wat is de trend in de duur van deze trajecten, en wat is de verhouding instroom/uitstroom van deze twee specifieke vormen van ambulante jeugdhulp in de periode 2015-2019? (pagina 15 bestuurlijk rapport)

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10204850

Deze twee specifieke codes zijn enkel terug te vinden voor de jaren 2018 en 2019. Voor de jaren voor 2018 beschikken wij niet over dezelfde gegevens voor deze producten. In het Rekenkamer Onderzoek is hiervoor een mapping gebruikt die wij niet tot onze beschikking hebben. 45A7 bestaat uit 45A70, 45A71, 45A73 en 45A74 (zie pagina 142 van het feitenonderzoek deel I en II). Voor de zorgduur (gedefinieerd als gemiddeld aantal unieke maanden per client waarin een declaratie is geweest in het kalenderjaar) is te zien is dat voor alle codes gezamenlijk een lichte stijging te zien is. De verhouding instroom/uitstroom vraagt een nadere analyse en wordt dit jaar nagezonden. 3.

Bij de Specialistische jeugdhulp, Basis Jeugd GGZ, Specialistische GGZ en Pleegzorg was de gemiddelde uur zorg de belangrijkste reden voor kostenstijging. Wat zijn de belangrijkste redenen dat de gemiddelde uur zorg per jeugdige is gestegen? Uit het feitenrapport 2.5.1 waarnaar wordt verwezen wordt dat de fractie niet duidelijk (pagina 16).

Bij Specialistische GGZ en Pleegzorg is de belangrijkste reden voor kostenstijging een toename van de gemiddelde kosten per uur en niet een toename van het gemiddeld aantal uur. Voor Specialistische jeugdhulp en Basis Jeugd GGZ is een toename van het gemiddeld aantal uur zorg wel de belangrijkste reden voor kostenstijging. Deze toename is een landelijke trend. De problematiek van jeugdigen bevindt zich steeds meer op verschillende gebieden. Te denken valt aan gameverslaving, sociale druk, social media-gebruik en (complexe) scheidingen. Het open karakter en de reikwijdte van de Jeugdwet speelt ook een rol. Hierdoor worden steeds meer jeugdigen vanuit de Jeugdwet geholpen, ook jeugdigen met zware problematiek. Dit zorgt voor een toename van de intensiteit en een langere doorlooptijd van de trajecten. 4.

Het aantal jeugdzorgtrajecten met een onbekende verwijzer is in Den Haag opvallend groot. Welke verwijzers zijn er die niet in dit rapport zijn meegenomen? Zijn deze ‘onbekende verwijzers’ in beeld? Zo ja, om welke organisaties/instellingen gaat dit? (pagina 20).

Alle wettelijke verwijzers zijn in het rapport meegenomen. Deze zijn bekend. In de halfjaaren jaarrapportages Jeugd en Wmo wordt het verwijsgedrag verder gespecifieerd. Zie bijvoorbeeld de jaarrapportage Jeugd en Wmo 2020 - figuur 28 (RIS309077). 5.

Welk gedeelte van de jeugdzorg is vrij toegankelijk, en wat is het aandeel van deze vorm van jeugdzorg in de totale kosten in de gemeente Den Haag? In absolute cijfers en procentueel? (pagina 20).

De vrij toegankelijke zorg betreft de zorg waar geen toeleiding voor nodig is via een wettelijke verwijzer, zoals benoemd in de Verordening Jeugdhulp. Het grootste deel hiervan betreft de hulp die door de jeugdteams wordt geboden (door een gezinscoach). Om dit aandeel te kwantificeren spreken we over de directe personeelskosten van het CJG. In 2019 bedraagt dit bedrag € 3.323.000,-. Dit is 2,4% van de in het Rekenkamer rapport genoemde kosten van in totaal € 137.378.379,- (zie feitenrapport). 6.

Welk gedeelte van de gemeentelijke verwijzingen zijn terug te leiden tot vroegsignalering? Is er binnen de gemeente Den Haag verschil tussen wijken of buurten wat betreft de mate van vroegsignalering en daaruit volgende gemeentelijke verwijzing naar jeugdzorg? En uitgesplitst naar type vroegsignalering, zoals vanuit school of een wijkteam die leidt tot een verwijzing? (p.20)

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10204850

Op basis van figuur 10 en 11 op pagina 19 en 20 van het bestuurlijk rapport kan de categorie Jeugdarts worden herleid tot vroegsignalering. De verwijzingen vanuit de gemeentelijke toegang kennen verschillende aanmelders, we hebben geen informatie op wijk- of buurtniveau. De verschillende aanmelders kunnen worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: ouders/verzorgende, onderwijs, politie, huisarts en gecertificeerde instelling. Zie hiervoor de Jaarrapportage Jeugd en Wmo 2020, figuur 16 (RIS309077). 7.

Pagina 30 bestuurlijk rapport: het college geeft aan dat er steeds conform de wet- en regelgeving is gerapporteerd. Wat zijn de minimumeisen waaraan de voortgangsrapportage exact moet voldoen? Zijn die door de tijd nog gewijzigd?

Als het gaat om de financiële rapportages zoals de jaarrekening en het jaarverslag liggen de wettelijke vereisten vast in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De BBV bevat naast algemene vereisten ook specifieke vereisten per jaarrekeningpost. De jaarrekening en het jaarverslag worden jaarlijks door de GAD getoetst aan de BBV. Zie RIS308965 voor het oordeel van de GAD in het accountantsverslag 2020. Als het gaat om de inhoudelijke rapportages (de halfjaar- en jaarrapportages Jeugd en Wmo) en de voortgangsrapportages kostenbeheersing zijn er geen wettelijke minimumeisen opgenomen. In de memorie van toelichting van de Jeugdwet staat dat in het beleidsplan opgenomen moet worden welke resultaten de gemeente in de betreffende periode wenst te behalen, hoe er gemeten zal worden en welke outcomecriteria worden gehanteerd. Met vriendelijke groet, Kavita Parbhudayal

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10754697/2