RIS310470 bijlage 9 DPZ 10071096 bijlage 8 2
Tekst van het document
GAD/2020.89 10 augustus 2020
<Titel Rapport> Afsluitend onderzoek ‘de Mussen’ (GAD/2020.89) Gemeentelijke Accountantsdienst
1
GAD/2020.89 10 augustus 2020
Inhoudsopgave
1
Inhoud
2
Opdracht
3
3
Uitkomsten afsluitend onderzoek
4
3.1
Algemene aanvullende informatie
4
3.1.1
Inzicht in de juridische structuur van De Mussen
4
3.1.2
Financiële relaties tussen de rechtspersonen
5
3.2
Beantwoording vragen
6
3.2.1
Financiële positie
6
3.2.2
Huisvestingslasten
9
3.2.3
Advisering
10
4
Tenslotte
11
5
Bijlagen
12
2
GAD/2020.89 10 augustus 2020
2 Opdracht
• •
Wanneer zal naar verwachting (basis is een liquiditeitsprognose) van de Mussen het liquiditeitstekort acuut zijn. In hoeverre is het vermogen van de vereniging De Mussen aan te spreken voor de tekorten.
Aanleiding Op verzoek van de gemeente Den Haag is de Inspecteur Subsidies vorig jaar een onderzoek gestart naar stichting de Mussen. De Inspecteur heeft op 7 april 2020 een concept rapportage (SI/2020.22) verstuurd naar de gemeente Den Haag en Stichting de Mussen voor wederhoor. Stichting de Mussen heeft geen punten voor de wederhoor ingediend. De gemeente Den Haag heeft op 24 april jl. het ‘wederhoor Rapport inspecteur subsidies Onderzoek financiële situatie Zelfstandig Buurthuis De Mussen’ verstuurd naar de inspecteur. Door het tijdelijk niet beschikbaar zijn van de inspecteur subsidies (of een plaatsvervanger) kunnen de opmerkingen uit het wederhoor rapport op zijn concept-rapport niet worden afgedaan. Opdracht De gemeente Den Haag heeft de wens geuit het onderzoek naar de financiële positie van De Mussen op korte termijn af te sluiten. GAD heeft in maart 2020 een rapport van bevindingen (GAD2020.25) uitgebracht voor de Inspecteur. Om het onderzoek van de inspecteur af te ronden, heeft de gemeente Den Haag de gemeentelijke accountantsdienst gevraagd een afsluitend onderzoek uit te voeren. Bij het afsluitend onderzoek ligt de focus op het verhelderen van een aantal punten zodat tegemoet gekomen wordt aan de belangrijkste opmerkingen van de gemeente voortkomend uit het wederhoor rapport.
De gemeente Den Haag heeft de GAD verzocht de onderstaande vragen te beantwoorden: Financiële positie: • •
3
Wat is de omvang van het financiële tekort van De Mussen, en welk deel heeft betrekking op de gemeentelijke welzijnsactiviteiten. Welke incidentele en structurele financiële middelen zijn nodig om de financiële positie te verbeteren.
Huisvestingslasten •
• • •
Hoe is de interne financiering van € 0,4 miljoen vanuit Stg Hoefkade ingezet (welk deel voor gemeentelijke activiteiten), was dit noodzakelijk? Of kon dit ook op een andere wijze worden opgevangen? Is de doorverdeling van de huisvestingskosten naar de verschillende stichtingen op bedrijfseconomische basis gebaseerd? Wat is het effect op de verdeling van de huisvestingslasten als nietgemeentelijke activiteiten gesaneerd worden? Zijn de verhuuropbrengsten gerealiseerd?
Advisering • • •
Heeft de instelling het advies van haar accountant opgevolgd (plan van aanpak)? Welk advies heeft de GAD voor de verbetering van de financiële positie van de gesubsidieerde onderdelen van de Mussen? In het concept rapport van de Inspecteur wordt gesproken over een risicovol bedrijfsmodel. Welke voorwaarden zou DPZ aan incidentele en/of structurele steun kunnen verbinden zodat de financiële situatie op de lange termijn verbeterd?
Aanpak onderzoek Voor dit onderzoek heeft de GAD gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie uit het voorgaande onderzoek. De GAD heeft daarnaast jaarrekeningen 2019 en een actuele liquiditeitsprognose ontvangen.
GAD/2020.89 10 augustus 2020
3 Uitkomsten afsluitend onderzoek
benoemingsstructuur, de bestuurlijke en financiële relaties en de inhoud van het jaarverslag van de vereniging delen we deze mening niet.
Voordat wij antwoord geven op de vragen voor het afsluitende onderzoek, geven wij als eerste inzicht in de juridische structuur van De Mussen en financiële relaties tussen de verschillende rechtspersonen van de Mussen. Dit inzicht is nodig voor het kunnen beantwoorden van de gestelde vragen. De onderstaande punten zijn aanvullend op het rapport ‘Financieel Onderzoek Stichting de Mussen van de GAD van maart 2020 (GAD/2020.25).
In het onderstaande plaatje (verkregen van de instelling) is de organisatie weergegeven.
De uitkomsten van de aanvullende vragen zijn voor hoor-wederhoor in twee fasen afgestemd met de Mussen. Feitelijke onjuistheden zijn verwerkt. De cijfers zijn zoveel mogelijk gebaseerd op de verkregen (concept) jaarrekeningen 2019. Daar waar nodig hebben wij het standpunt van de Mussen in de tekst opgenomen. Volledigheidshalve is de reactie van de Mussen van 26 juli 2020 onverkort als bijlage aan dit rapport toegevoegd.
3.1 3.1.1
Algemene aanvullende informatie Inzicht in de juridische structuur van De Mussen
De Mussen bestaat uit een samenstel van 7 rechtspersonen: één vereniging (inmiddels omgezet in een stichting) met statutaire benoemingsbevoegdheden over de andere stichtingen, een stichting voor het beheer van het Pand Hoefkade, 4 stichtingen onder aansturing van één directeur/managementteam die activiteiten uitvoeren en een stichting het Mussennest. De vereniging is in 2020 omgezet in een stichting Vrienden van de Mussen waarbij de bestuursleden niet zijn gewijzigd. Voor een goed inzicht in de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in de juridische structuur van de Mussen waaronder hetgeen in statutaire bepalingen is opgenomen over onder andere zeggenschapsrelaties. De vereniging wordt in de beschouwing betrokken. Het bestuur van de Mussen is van mening dat de passages over de vereniging/stichting vrienden van de Mussen niet relevant zijn voor het inzicht in de financiële positie van de Mussen daar de vereniging/stichting volgens het bestuur los staat van de werkstichtingen. Gelet op de statutaire
4
Uit de statuten en de inschrijvingen bij de KvK komt het volgende naar voren: De vereniging bestond uit een bestuur en had leden. Over 2019 is € 7000 van de leden ontvangen aan bijdragen. We hebben geen informatie wie de leden waren. De leden van de vereniging werden door het bestuur toegelaten als lid. Bij een afwijzing kon de ledenvergadering een lid alsnog toelaten. De bestuurders van de vereniging zijn benoemd door de ledenvergadering uit een bindende voordrachten van het bestuur van de vereniging. Bestuurders treden af volgens rooster met een maximale termijn van vier jaar. Bestuurders zijn na aftreden volgens rooster direct weer herbenoembaar. Er is geen maximale totale termijn opgenomen in de statuten. De huidige voorzitter is sinds 2005 bestuurslid en sinds 2019 voorzitter, de secretaris vanaf 2008 en de penningmeester sinds 2010. In de statuten is geen regeling opgenomen om één of enkele leden of bestuurders door een onafhankelijke partij te laten voordragen.
GAD/2020.89 10 augustus 2020 Op de internetsite van de Mussen heeft het bestuur een concept-wijziging van de statuten geplaatst voor de omzetting van vereniging naar de stichting. Een relatie met de andere stichtingen is niet in deze statuten opgenomen. Statutair is bepaald dat het overschot bij ontbinding zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de stichting en besteed wordt aan een algemeen nut beogende instelling of een daarvoor in de plaats tredende bepaling met een gelijksoortige doelstelling of een buitenlandse stichting die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. De gemeente is formeel niet op de hoogte gesteld van deze wijziging. Vanwege de bestuurlijke en financiële verbondenheid van de vereniging met de (werk)stichtingen met een subsidierelatie ligt dit wel voor de hand. De 5 stichtingen hebben het karakter van werkstichtingen. De bestuurlijke verbondenheid van de vereniging is groot met de werkstichtingen: De huidige besturen bestaan (statutair) uit bestuursleden van de vereniging (tenzij het bestuur van de stichting anders besluit). Het jaarverslag 2018 van de vereniging bevat daarbij informatie over de activiteiten van de (werk)stichtingen. De vereniging bestaat inmiddels niet meer.
Niet duidelijk is wat de gevolgen zijn voor de bestuurlijke relaties met de werkstichtingen en/of de statuten van de werkstichtingen moeten worden aangepast. Stichting Mussennest heeft een (financiële) relatie met de stichting Vrienden van de Mussen (lening voor het bedrijfspand, en een jaarlijkse gift van € 15.000 van Mussennest) en staat apart van de andere stichtingen qua activiteiten. Deze stichting is daarom beperkt in het onderzoek betrokken.
3.1.2
Financiële relaties tussen de rechtspersonen
Op basis van de conceptcijfers 2019 (en jaarrekeningen 2018) is het volgende af te leiden over de financiële situatie en relaties tussen de stichtingen en de vereniging: •
5
Het eigen vermogen van vereniging de Mussen bedraagt ultimo 2018 € 0,588 miljoen. De financiële vaste activa van de vereniging bestaan uit effecten (€ 250.000, afloop in 2021) en een lening aan Stichting Mussennest voor het bedrijfspand (€ 155.000). Het eigen vermogen is beperkt in liquiditeit beschikbaar. De vereniging ontvangt hoofdzakelijk baten van stichting Mussennest. Deze bestaat uit een gift en rente lening bedrijfspand.
De vereniging heeft € 0,1 miljoen uitgeleend aan stichting Pand Hoefkade. De vereniging heeft in 2018 € 40.000 en in 2019 € 30.000 incidentele financiële steun verleend voor bijzondere activiteiten aan stichting Clubhuis. Daarnaast heeft de vereniging € 110.000 uitgeleend aan Stichting Clubhuis om haar liquiditeit te verbeteren. •
Het vastgoed is ondergebracht in Stichting Pand Hoefkade: de boekwaarde van de hypotheek bedraagt ultimo 2019 € 2,8 miljoen met jaarlijks € 186.000 aflossing en rente. De gemeente Den Haag is de hypotheekverstrekker. De exploitatie van het pand bedraagt jaarlijks circa € 0,435 miljoen;
•
De stichting Clubhuis is hoofdhuurder van het pand Hoefkade en betaalde in 2019 € 0,409 miljoen aan huur en servicekosten aan stichting Hoefkade (90% van de totale huisvestingslasten). De stichtingen Clubhuis en pand Hoefkade zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden.
•
Stichting Clubhuis brengt kosten in rekening bij de andere drie stichtingen voor de huisvesting (op basis van oppervlakte) en organisatiekosten. • Stichting Clubhuis verhuurt op basis van oppervlakte huur -en servicekosten door aan stichting Kinderopvang € 51.000 en Buurtsport € 35.000. • Doorbelaste personeelskosten en doorbelaste organisatiekosten bedragen ca € 0,352 miljoen en worden in rekening gebracht bij stichting Kinderopvang, Buurtsport, Leerwerkbedrijf op basis van verdeelsleutels. Uit de jaarrekening 2019 van stichting Clubhuis blijkt dat de materiele vaste activa een boekwaarde van nihil hebben. De verzekeringswaarde wordt door de Mussen gesteld op € 0,7 miljoen. Daarmee heeft de stichting een stille reserve van € 0,7 miljoen. Deze activa worden gebruikt voor de activiteiten van de Mussen en kunnen daardoor niet ten gelde worden gemaakt zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. In geval van een ontbinding van Stichting Clubhuis is statutair bepaald dat de bestemming van een voordelig liquidatiesaldo ten gunste van de vereniging (nu stichting) komt voor zover de vereniging een instelling is met algemeen nut. Indien de vereniging niet in aanmerking komt voor het bedoeld overschot, stelt het bestuur van Stichting Clubhuis een ander doel vast.
GAD/2020.89 10 augustus 2020 Stichting Clubhuis verleent liquiditeitssteun (in rekening courant) aan de stichtingen Kinderopvang, Buurtsportvereniging en Leerwerkbedrijf. Hiervoor ontvangt zij zelf liquiditeitssteun van Stichting pand Hoefkade (€ 0,55 miljoen eind 2019) die op haar beurt van de vereniging liquiditeiten € 0,1 miljoen heeft geleend. Beide zijn niet gesubsidieerd door de gemeente. •
Alle activiteiten zullen in 2019 en 2020 naar verwachting negatief uitkomen: over 2019 in totaal € 159.000 nadelig en voor 2020 geprognosticeerd € 200.00 nadelig. Het volgende is uit ons onderzoek op te maken: •
Stichting Clubhuis: over 2019 een tekort van € 20.000 en voor 2020 een verwacht tekort van € 79.000. Het Clubhuis heeft twee activiteiten: het welzijnswerk en projectmatige activiteiten: Het tekort dat de Mussen laat zien dat betrekking heeft op de welzijnsactiviteiten is circa € 71.000. De projectmatige activiteiten laten een voordeel zien van € 33.000, dat de komende jaren afloopt. Uit de prognose 2019 blijkt dat de bijdrage voor de indirecte kosten voor welzijn € 30.000 nadeliger is dan begroot, voornamelijk door hogere overige personele lasten en licht lagere baten. Voor projecten is de bijdrage voor de indirecte kosten € 51.000 voordeliger dan begroot door een saldo van hoofdzakelijk lagere personele lasten en lagere baten.
•
Voor stichting Clubhuis is de afhankelijkheid van gemeentelijke subsidies de afgelopen jaren afgenomen doordat lagere subsidie (bezuinigingen) moest worden ingelopen met andere financieringsbronnen. Keerzijde is dat de afhankelijkheid van moelijker binnen te halen en andere niet-structurele financieringsbronnen toeneemt. Dit betekent dat het risico op een tekort in de exploitatie groter wordt temeer niet alle kosten variabel van karakter zijn. Dit beeld is zichtbaar in de prognoses voor de komende jaren.
•
Verder valt op dat Kinderopvang vanaf 2016 een verliesgevende activiteit is. De verwachting van De Mussen is dat Kinderopvang over de periode 2016 2019 een tekort heeft van € 120.000 en over 2020 € 41.000. Het verlies is niet alleen ontstaan door achterblijvende omvang van de activiteit maar ook door de effecten van de harmonisering Wet kinderopvang, de veranderingen in de CAO. Tevens geeft de instelling aan dat het ziekteverzuim hoog was in een krappe arbeidsmarkt. Deze liggen buiten de invloedssfeer van de instelling. De in rekening gebrachte indirecte kosten zoals huisvesting, organisatiekosten en overhead kunnen niet geheel worden betaald waardoor bij stichting Clubhuis liquiditeitstekort ontstaat.
•
Voor de huisvesting, organisatie en overhead (prognose € 960.000, begroot €914.000) is een nadeel van € 46.000 verwacht in 2019, met name door hogere overhead € 55.000 dan begroot. Hier tegenover staan hogere
Voor de stichtingen Kinderopvang en Buurtsportvereniging ontvangt stichting Clubhuis in 2019 subsidies van de gemeente Den Haag voor activiteiten voor Kinderopvang (€135.000) en Buurtsport (€108.000) en betaalt deze door aan de betreffende stichtingen;
3.2
Beantwoording vragen
Hieronder beantwoorden wij de vragen zoals opgenomen in de opdrachtformulering.
3.2.1
Financiële positie
Wat is de omvang van het financiële tekort van De Mussen, en welk deel heeft betrekking op de gemeentelijke welzijnsactiviteiten. De gemeentelijke welzijnsactiviteiten worden uitgevoerd door stichting Clubhuis. De exploitatie-omvang van stichting Clubhuis bedraagt € 1,8 miljoen waarvan 55% bestaat uit subsidies van de gemeente Den Haag voor welzijnsactiviteiten. Voor deze onderzoeksvraag hebben we gebruik gemaakt van de concept jaarrekening 2019 en liquiditeitsprognose die we van De Mussen hebben ontvangen. Het beeld uit het onderzoek is in de onderstaande tabel (geen accountantscontrole toegepast) opgenomen (R = realisatie, P = prognose):
x€1000 R2016 R2017 R2018 Clubhuis 4 6 4 Kinderopvang -23 -17 -25 Buurtsportvereniging 0 -1 8 Leerwerkbedrijf 0 13 21 Pand Hoefkade 0 0 0 -19 1 8 6
EV R2019 P2020 45 -20 -79 -65 -55 -41 7 -59 -24 34 -25 -56 0 0 0 21 -159 -200
EV -54 -161 -76 -47 0 -338
GAD/2020.89 10 augustus 2020 verhuurbaten, welke € 56.000 voordeliger zijn dan begroot. Uit de analyse blijkt het nadeel grotendeels te vallen bij de welzijnsactiviteiten.
Welke incidentele en structurele financiële middelen zijn nodig om de financiële positie te verbeteren. Wij kunnen op dit moment (nog) geen nauwkeurige berekening maken welke structurele financiële middelen nodig zijn, aangezien dit mede afhankelijk is van de keuzes die de gemeente en de Mussen maken op basis van de uitkomsten van dit rapport. Voor het oplossen van de financiële problemen is het volgende van belang: A. De verliezen tot en met 2019 moeten zijn ingelopen Uitgaande van een positief eigen vermogen per ultimo 2018 van € 21.000 en een verlies over 2019 van € 159.000 is minimaal incidenteel € 138.000 voor nodig. Het eigen vermogen is dan nihil om financiële risico’s op te vangen. B. De interne liquiditeitssteun moet zijn afgewikkeld Stichting pand Hoefkade heeft ultimo € 0,55 miljoen voorgefinancierd waarvan € 138.000 betrekking op financiering van verliezen (zie hierboven) en circa € 0,4 miljoen op de voorfinanciering van het nettowerk-kapitaal (saldo van debiteuren, crediteuren, liquide middelen). Dit bedrag moet worden overbrugd. Bij het inlopen van de debiteurensaldo (bijvoorbeeld Europese subsidies, €160.000) wordt deze financieringsbehoefte lager.
In de overwegingen moet daarnaast worden betrokken of de leningen van vereniging voor het opvangen van liquiditeitsproblemen (€ 0,16 miljoen) in een kapitaalstorting kan worden omgezet waardoor de voorfinanciering ook lager kan worden. In haar reactie heeft De Mussen aangegeven dat zij geen aanleiding ziet de schuld te laten vervallen daar zij stelt dat de liquiditeitssteun noodgedwongen is ontstaan door een structurele te lage gemeentelijke welzijnssubsidie. De vereniging heeft tot 2021 verder nauwelijks ruimte in de liquiditeit om nieuwe financieringsproblemen op te vangen. Na de vrijval van effecten in 2021 zal € 250.000 aan liquiditeit ter beschikking komen. De buffer van de vereniging is niet onuitputtelijk en de Mussen zal met structurele maatregelen moeten komen om de financiële positie te kunnen verbeteren.
7
C. De exploitatie van de werkstichtingen moet kostendekkend zijn Op basis van de prognose 2019 en 2020, aangeleverd door de Mussen, is voor 2020 € 80.000 nodig voor een kostendekkende exploitatie van stichting het Clubhuis (welzijn en projecten) en € 120.000 voor de andere activiteiten. Bij ongewijzigd beleid loopt het tekort op totaalniveau op tot € 0,3 miljoen in 2023. Het pand heeft een exploitatie van €0,435 miljoen (in 2020 € 0,444 miljoen begroot) die door de werkstichtingen en derden moet worden betaald. Dit is nu niet het geval: de lasten van Stichting Bedrijfspand worden wel aan werkstichtingen doorbelast maar niet volledig betaald. Indien activiteiten niet kostendekkend zijn en dat in de nabije toekomst niet worden, moet overwogen worden of in de plaats daarvan meer verhuur aan derden een optie is. We zijn uitgegaan van ongewijzigd beleid daar geen plan van aanpak beschikbaar is met alternatieven die kunnen worden doorgerekend. De instelling geeft aan dat zij geen oplossingen voor bezuinigingen ziet en het probleem ligt in structureel te lage welzijnssubsidie. Het financiële beeld is als volgt: •
•
Uit de prognose bij ongewijzigd beleid voor de komende jaren is zichtbaar dat het resultaat op welzijn negatief is en het positieve resultaat voor de projecten afneemt waardoor het totale resultaat van stichting de Mussen verder negatief wordt (ca € 150.000); werkstichtingen zijn nu niet minimaal kostendekkend en zijn niet in staat de doorbelaste kosten (€0,352 miljoen) en doorbelaste huisvesting (€ 0,085 miljoen) volledig te betalen. De stichting Clubhuis is niet in staat dit zelf te dragen.
Dit betekent dat bij ongewijzigd beleid structureel extra € 0,3 miljoen aan financiële middelen nodig is. Wanneer zal naar verwachting (basis is een liquiditeitsprognose) van de Mussen het liquiditeitstekort acuut zijn: Een (actuele) liquiditeitsprognose tot en met september 2020 is overlegd. Uit het onderzoek in maart 2020 bleek dat in juni-juli stichting Pand Hoefkade niet in staat is om aan haar betalingsverplichtingen aan de gemeente Den Haag (€ 186.000) voor de hypotheek te voldoen. Om dit moment te vertragen kan uitstel van de betaling aan de gemeente een optie zijn.
GAD/2020.89 10 augustus 2020
In hoeverre is de vereniging verplicht bij te dragen aan tekorten bij de stichtingen? De vereniging of stichting Vrienden van de Mussen kan in het kader van haar statutaire doel bijdragen doen aan de stichtingen. De vereniging/stichting Vrienden is statutair niet aansprakelijk voor tekorten bij de stichtingen. Zoals eerder in dit rapport aangegeven is de bestuurlijke en financiële betrokkenheid of verbondenheid groot. In hoeverre de vereniging/stichting Vrienden juridisch afdwingbaar bij te dragen vergt juridisch advies. De Mussen geeft in haar reactie aan dat de vereniging/stichting Vrienden formeel los staat van de stichtingen en kan alleen op basis van vrijwilligheid incidentele bijdrage doen, hetgeen zij in het verleden ook heeft gedaan.
8
GAD/2020.89 10 augustus 2020 3.2.2
Huisvestingslasten
Wat is het effect op de verdeling van de huisvestingslasten als nietgemeentelijke welzijnsactiviteiten gesaneerd worden? Onder de niet gemeentelijke welzijnsactiviteiten verstaan we de andere activiteiten die niet met het welzijnsbudget van circa € 0,8 miljoen worden gefinancierd. Het gaat om projecten, Kinderopvang, Buurtsportvereniging en Leerwerkbedrijf. Het pand van stichting Clubhuis is ondergebracht in een aparte stichting pand Hoefkade. De jaarlijkse huisvestingslasten bedragen circa € 0,425 miljoen. Aan stichting het Clubhuis is in 2019 € 409.000 in rekening gebracht. Deze verhuurt door aan de stichting Kinderopvang € 85.000 en derden € 67.000 zodat voor het Clubhuis € 257.000 resteert. De verdeling is gebaseerd op afname van oppervlakte. In de doorbelaste huur/servicekosten is een bedrag opgenomen voor groot onderhoud. Als Stichting Kinderopvang geen gebruik meer maakt van het Clubhuis, komen deze huisvestingslasten voor rekening van het Clubhuis (is hoofdhuurder) waardoor (zonder vervangende verhuur) het exploitatietekort toeneemt met € 85.000.
Zijn de verhuuropbrengsten gerealiseerd? Zie hierboven: De externe huurbaat (inclusief servicekosten) bedraagt in 2019 € 0,1 miljoen: €34.000 via stichting Pand Hoefkade en € 67.000 via stichting Clubhuis. Stichting Clubhuis verwacht een huurbaat van € 56.000. Hiermee ligt het verhuurrisico geheel bij stichting Clubhuis.
9
Hoe is de interne financiering van € 0,4 miljoen (€ 0,55 miljoen 2019) vanuit stichting Hoefkade ingezet (welk deel voor gemeentelijke activiteiten), was dit noodzakelijk? Of kon dit ook op een andere wijze worden opgevangen? Uit de jaarrekening 2019 blijkt dat stichting Pand Hoefkade een vordering op stichting Clubhuis heeft van € 542.000 (was € 378.000 in 2018). Financiering is nodig wanneer een organisatie niet voldoende liquiditeit heeft. Naast een lage stand van de bankrekening uit dit zich enerzijds in de mate waarin te vorderen bedragen open staan (toenemen), en anderzijds of sprake is van een toename van schulden aan leveranciers of personeel. Stichting Clubhuis heeft per ultimo 2019 een netto werkkapitaal van € 25.000 (in 2018 € 45.000). Belangrijke componenten zijn openstaande vorderingen € 833.000 (2018 € 629.000) die voorfinanciering behoeven. Elementen hierin zijn Kinderopvang € 158.000, Buurtsport € 87.000, Leerwerkbedrijf € 130.000, Europese subsidies € 140.000, subsidies gemeente Den Haag € 100.000 en overige. Daarnaast staat aan schulden € 0,27 miljoen open. Liquide middelen en vooruit ontvangen zijn voor 2019 per saldo nihil. In totaal een financieringsbehoefte van circa € 0,542 miljoen.
De voorfinanciering via stichting Pand Hoefkade heeft gelet bovenstaande componenten hoofdzakelijk betrekking op nietwelzijnsactiviteiten (waaronder financiering van het verlies in de andere stichtingen) en mogelijk voor € 0,1 miljoen op voorfinanciering Haagse welzijnssubsidies. Alternatieven voor het opvangen van liquiditeitssteun zijn bankleningen of leningen van anderen, dan wel versneld innen van openstaande posten. In principe had de vereniging hierin wat kunnen betekenen, echter haar liquiditeit is beperkt. Het aantrekken van leningen van banken of derden kan alleen als de instellingen voldoende gezond zijn (de jaarrekeningen 2019 laten zien dat dat niet het geval is), of dat sprake is van voldoende onderpand dat eventueel te gelde kan worden gemaakt. Hieraan zijn natuurlijk wel kosten verbonden. Banken verstrekken nauwelijks leningen voor het opvangen van liquiditeitstekort aan instellingen. Interne financiering is in deze situatie hetgeen voor de hand ligt.
GAD/2020.89 10 augustus 2020 3.2.3
Advisering
Heeft de instelling het advies van haar accountant opgevolgd (plan van aanpak)
keuzes, in overleg met de gemeente, kan bezien worden welke incidentele/structurele financiële mogelijkheden de gemeente daarbij ziet. •
De onderlinge afhankelijkheid van financiering terugbrengen: Stichting Pand Hoefkade hoort geen financiering te verstrekken aan haar huurders. Het neerleggen van het verhuurdersrisico bij stichting de Mussen evenmin. Dit maakt de stichtingen onderling te (financieel) afhankelijk. Ook de interne financiering via stichting de Mussen moet stoppen: tekorten bij werkstichtingen heeft nu een direct gevolg voor de continuïteit van de gemeentelijke gesubsidieerde welzijnsactiviteiten.
•
Meer onafhankelijkheid in bestuur: Door de mix van personele unie van de besturen en het model van coöptatie bij benoemingen van besturen komt het tegengestelde belang van de verschillende stichtingen komt mogelijk de zakelijkheid van verstrekken interne financiering in het gedrang. Overwogen moet worden of een governance-model van raad van toezicht en directeur/bestuurder niet beter past bij deze groep van rechtspersonen waarbij een mate van onafhankelijkheid statutair voor de governance-rollen wordt geregeld;
Volgens verkregen informatie heeft de instelling geen plan van aanpak gemaakt zoals de instellingsaccountant heeft geadviseerd. Wel heeft een bezuiniging op personeel plaatsgevonden en heeft de instelling aandacht besteed aan het vergaren van andere financieringsbronnen.
Welk advies heeft de GAD voor de verbetering van de financiële positie De Mussen heeft niet de middelen om de financiële afhankelijkheid op te lossen. Om een mogelijk faillissement te voorkomen en om de toekomst te waarborgen is het noodzakelijk om hiervoor incidentele steun te verlenen (indicatie € 0,14 miljoen op oude tekorten op te lossen en € 0,2 – 0,4 miljoen liquiditeitssteun). Het tijdelijk uitstellen van de hypotheekverplichting door de gemeente kan een optie zijn om ruimte te creëren om een acute liquiditeitstekort (en faillissement) te vertragen. De lange(re) termijn vraagt om een structurele oplossing om de organisatie financieel gezond te krijgen en te houden.
Welke voorwaarden zou de gemeente aan incidentele en/of structurele steun kunnen verbinden •
10
Opstellen plan van aanpak door de Mussen Wij adviseren de Mussen een plan van aanpak op te stellen waarin is opgenomen hoe de Mussen komt tot een gezonde financiële situatie, zoals ook de accountant van de Mussen heeft geadviseerd. Wij adviseren de gemeente Den Haag vooraf een aantal oplossingsmogelijkheden mee te geven, zoals het wijzigen van het bestaande activiteitenpakket. De Mussen kan in het plan van aanpak de aangeven wat de consequenties zijn van wijzigingen in het bestaande activiteitenpakket voor de doorbelasting van huisvestingskosten, personele kosten, organisatiekosten en mogelijke frictiekosten. Op basis van
GAD/2020.89 10 augustus 2020
4 Tenslotte Wij hebben de opdracht uitgevoerd in overeenstemming met de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen. Deze zijn te raadplegen op de website van de beroepsorganisatie www.nba.nl. Wij wijzen u er nadrukkelijk op dat geen accountantscontrole is uitgevoerd en dat geen beoordelingsonderzoek is verricht. Een en ander impliceert dat aan onze rapportage geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van dit cijfermateriaal kan worden ontleend, anders dan ter zake van de aspecten zoals door ons onderzocht en waarover dienovereenkomstig door ons in deze rapportage wordt gerapporteerd. We verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zijn natuurlijk bereid een nadere toelichting te geven. Volledigheidshalve merken we op dat het onderzoek bedrijfsgevoelige informatie bevat en daardoor niet zonder onze nadrukkelijke toestemming (deels) aan derden ter beschikking kan worden gesteld. Indien sprake is van communicatie met de Raad kan dat alleen vertrouwelijk gebeuren.
GAD Den Haag, 10 augustus 2020 was getekend
drs. G. L. Vleugels RE RA
11
GAD/2020.89 10 augustus 2020
5 Bijlagen Bijlage 1: rapport GAD/2020.25 Bijlage 2: Wederhoor rapport Afsluitend onderzoek De Mussen dd 26 juli 2020
12