CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310470 bijlage 6 DPZ 10071096 bijlage 6

Commissie Samenleving 2 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Wonen, Wijken en Welzijn inzake Toezeggingen vergadering commissie Samenleving 27 oktober 2021 (De Mussen)3.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

020

Retouradres Postbus 12620, 2500 DL Den Haag

Uw brief van

7 april 2020 J. Kok

Uw kenmerk

SI/2020.01 Ons kenmerk

DPZ/2020.539 Contactpersoon

Monique de Graaf Dienst

Dienst Publiekszaken Afdeling Datum

Stadsdeel Centrum

24 april 2020

Telefoonnummer

0 Onderwerp

E-mailadres

Wederhoor Rapport inspecteur subsidies Onderzoek financiële situatie Zelfstandig Buurthuis De Mussen

monique.degraaf@denhaag.nl

Geachte heer Kok, Op 7 april jl. ontving ik het concept rapport Onderzoek financiële situatie Zelfstandig Buurthuis De Mussen. Gezien het spoedeisend karakter heeft u verzocht de wederhoor voor a.s. donderdag aan te leveren. Daar we, in samenspraak met onze collega’s van OCW en SZW, een zorgvuldig en goed onderbouwde reactie willen geven is met u besproken dat deze deadline (mede gezien de feestdagen) niet haalbaar is en er is een nieuwe datum overeengekomen. Onderstaand de schriftelijke reactie op de conceptrapportage. Aanleiding en doel In het opdrachtdocument (met kenmerk SI/2019.22) staan de aanleiding en de doelstelling omschreven: De Mussen heeft in september 2019 bij het voltallige gemeentebestuur (college en raad) de noodklok geluid over haar nijpende financiële situatie. Echter heeft de gemeente op basis van de tot haar beschikbare informatie geen goed beeld bij de werkelijke financiële situatie. Het staat wel vast dat de Mussen in grote mate afhankelijk is van incidentele inkomsten en dat er sprake is van geldstromen tussen de zes gelieerde stichtingen. Het doel is dan ook de financiële positie van de stichtingen te onderzoeken en op basis van de bevindingen advies uit te brengen. Tussenrapport Op basis van een eerste conceptrapport is er medio maart jl. contact geweest tussen DPZ en de inspecteur. E.e.a.

is mondeling besproken en per mail zijn alle aandachtspunten toegezonden. Belangrijke elementen uit die terugkoppeling waren: • De bevindingen betreffen voornamelijk stichting clubhuis de Mussen (DPZ), naast het feit dat er drie andere stichtingen (meer) verliesgevend zijn, mist er een verband tussen de zes stichtingen. • De instellingsaccountant van de Mussen heeft in 2018 al geadviseerd een verbeterplan op te stellen. Het is onduidelijk wat de organisatie met dit advies heeft gedaan. • De cijfers geven geen inzicht in de structurele en incidentele baten in relatie tot de structurele en incidentele lasten (waaronder personeelskosten) van de diverse stichtingen. Dit is echter wel van belang om een inschatting te kunnen maken hoe de bedrijfsvoering van de zes stichtingen wordt vormgegeven.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12620 2500 DL Den Haag

Telefoon : 14070 publiekszaken@denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

•

•

Wat betreft het vraagstuk huisvesting/pand Hoefkade zijn er nog veel vragen. Zo dalen de huisvestingskosten van 378K in 2016 tot 277K in 2020. Onduidelijk of dit te maken heeft met doorbelastingen naar de andere stichtingen. Feitelijke onjuistheden in het rapport van de GAD: zo zijn de bedragen genoemd bij de jaartallen 2016 en 2017 omgedraaid (pagina 10) en mist de trendcompensatie over het jaar 2019.

Op 2 april jl. ontving ik de tweede versie en op 7 april jl. het definitieve concept met daarin het wederhoor van de Mussen verwerkt. Voor de volledigheid: deze inhoudelijke reactie is afgestemd met OCW (i.v.m. de subsidie/ financiële relatie met de stichtingen Kinderopvang en Sport) en SZW (i.v.m. de subsidierelatie met de stichting Leerwerkbedrijf). Eindrapport De inspecteur stelt dat het financiële onderzoek van de GAD vier problemen toont welke zonder financiële middelen een faillissement voor de Mussen tot gevolg hebben. Op basis van het rapport van de GAD en de interviews met betrokkenen dienen zich zeven oorzaken aan. Bij zes van de zeven oorzaken heeft de gemeente aanvullende opmerkingen en/of een ander standpunt. In bijlage 1 een uitgebreide reactie per genoemde bevinding. De oorspronkelijke onderzoeksperiode betreft de jaren 2016 tot en met 2020. Echter het aanhalen van de herverdeling van de welzijnsgelden in 2006, de taakstellingen uit de collegeperiode 2011-2014 en de aankoop van het pand in 2013 door de inspecteur en de Mussen, hebben gemaakt dat er ook door de gemeente verder is teruggekeken dan de oorspronkelijke onderzoeksperiode.

Om tot passende maatregelen te komen (ambtelijke en bestuurlijk) is om onafhankelijk onderzoek gevraagd om inzicht te verkrijgen in de financiële positie, de oorzaken van de financiële tekorten en mogelijke oplossingen in de vorm van aanbevelingen. Waarbij het voor de gemeente niet vanzelfsprekend is dat een financieel tekort automatisch meer subsidie betekent. Het rapport geeft echter alleen op hoofdlijn aan hoe de financiële situatie eruit ziet en hoe deze tot stand is gekomen. De huidige beschikbare informatie geeft weinig inzicht in onderliggende oorzaken en financiële effecten van besluitvorming door het bestuur (het zogenaamde ‘hoe en waarom’), anders dan dat het bestuur heeft gekozen een risicovol bedrijfsmodel te hanteren. Conclusie Het rapport geeft onvoldoende antwoord op de geformuleerde onderzoeksvragen. Ik heb naast een aantal verdiepende vragen ook de behoefte aan een gefundeerde onderbouwing van gedane aannames en constateringen. Een uitgebreide toelichting hierop is beschreven in bijlage 2. Vervolgens vraag ik u dan nogmaals uw adviezen kritisch te beschouwen, aan te scherpen en te plaatsen in een breder perspectief.

Met vriendelijke groet, Steven Broers Sector Directeur DPZ

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

Bijlage 1

Uitgebreide reactie bevindingen

Bevindingen Het financiële onderzoek toont vier problemen welke zonder financiële middelen een faillissement voor de Mussen tot gevolg hebben (rapport, pagina 2). Met betrekking tot de genoemde oorzaken hebben wij de volgende opmerkingen: 1: De vier stichtingen hebben in 2019 verliesgevende activiteiten. Geen opmerkingen of aanvullingen. 2: De Mussen stelt dat de structurele welzijnssubsidie voor het clubhuis ontoereikend is. De Mussen stelt dat de korting op de welzijnssubsidie in 2006/2007 en de uitwerking van de participatienota 2011/2012 negatieve effecten hebben op de huidige situatie. Dit valt strikt genomen buiten de scope van het onderzoek (jaren 2016-2020), nu deze opmerking gemaakt is vraagt dit om een reactie op de genoemde zaken. Het verschil tussen 2005 en 2006 is te verklaren door de herverdeling van de welzijnsmiddelen per 1 januari 2006 (RIS 117168). Het gehele welzijnsbudget voor stadsdeel Centrum is met circa 1,5 miljoen verlaagd. Dit is gerealiseerd door het afstoten van welzijnspanden en vermindering van subsidies aan alle welzijnsorganisatie in het stadsdeel. Voor de Mussen betekende dit inderdaad een korting van 78K. Echter is er met de gezamenlijke instellingen, gesteund door de vakbonden, een sociaalplan vastgesteld waarbij personeel afvloeide naar stadsdelen die er op budget vooruit gingen (RIS147923).

Er is niet meer na te gaan of de Mussen hier gebruik van heeft gemaakt. De korting had gegeven het sociaal plan geen negatief effect hoeven hebben. De periode 2011-2014 betreft de bezuinigingen van die collegeperiode, beginnende met een taakstelling van 7,7% in 2011 voor alle welzijnsorganisaties in de stad. (RIS 173891). Vanaf 2015 neemt het beschikbare welzijnsbudget jaarlijks een beetje toe, de korting van 2016 zijnde 25K is daarom niet te herleiden. 3: De Lobby voor structurele ophoging subsidie door de Mussen is in het verleden niet geslaagd. Dit punt betreft de welzijnssubsidie. Zoals meerdere organisaties heeft ook de Mussen gelobbyd bij de politiek, en deels succesvol. Zo heeft dit in 2013 geleid tot een overeenkomst tot de aankoop van het pand en in 2016 tot subsidiering van additionele activiteiten vanuit de wijkaanpak. In 2019 zijn er daarnaast meerdere projecten gehoneerd vanuit de innovatie-regeling. Tevens is er door het stadsdeel jaarlijks incidenteel subsidie verleent voor extra activiteiten. Hiermee is ruimschoots invulling gegeven aan de motie ‘Voorkom doelmatigheidskorting de Mussen’ (RIS295948). De Mussen geeft aan de gang naar de bestuursrechter niet gemaakt te hebben om de relatie met de gemeente niet te verstoren. Onduidelijk voor ons is op welke gebeurtenis en welke subsidieregeling deze uitspraak betrekking heeft.

Mocht de uitspraak van toepassing zijn op de herverdeling van de welzijnsmiddelen in 2006 dan is het interessant om te weten of de gang naar de bestuursrechter kansrijk was geweest, gegeven o.a. door het sociaal plan dat er lag. 4: Rol governance van de Mussen. Er is sprake van een risicovol bedrijfsmodel met vier kenmerken: • Structurele lasten worden gedekt met incidentele inkomsten, de uitbreiding naar meerdere rechtspersonen en het aanbieden van dienstverlening onder de kostprijs. Ook gezien het advies van de instellingsaccountant blijft het voor de gemeente onduidelijk waarom gekozen is voor dit model en hoe bestuur en directie dit advies gewogen hebben. Des te meer omdat het gekozen model geen effect heeft op gedeelde lasten als huisvesting en overhead.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

•

•

•

De huisvestingslasten. Er wordt geïmpliceerd dat de subsidie voor de basisvoorziening onvoldoende is voor het afdekken van de kosten voor het pand, doordat de lasten zijn gestegen. Het wordt niet duidelijk waarom die lasten zijn gestegen. Het rapport van de GAD (pagina 11) laat juist een forse daling zien op de post huisvestingslasten, van 378K in 2016 tot 277K in 2020. In de jaarrekening 2018 wordt aangegeven dat de huurverplichtingen van stichting Pand hoefkade zijn opgelopen tot circa 400K. Overigens zijnde huisvestingslasten voor 2018 in lijn met de opgegeven huisvestingskosten in het jaarverslag, circa 300K. Bij de vaststelling van de subsidies was er daarom geen aanleiding voor de gemeente om hierop aan te slaan. Het rapport van de GAD maakt nog onvoldoende inzichtelijk hoe de opbouw van de kosten is, en hoe de exploitatie in relatie tot de zes stichtingen verliesgevend kan zijn. Bij de overname van het pand in 2013 (RV 19) was de stelling van de Mussen dat zij het goedkoper konden beheren door het zelf te exploiteren (zie ook de Quickscan van de GAD2016/197 van 6 juli 2016). De besparing van 81K mocht geheel aangewend worden voor activiteiten. Daarmee ontstaat ook de verantwoordelijk de exploitatie zelf te organiseren. Het bestuur heeft alle ruimte om hier invulling aan te geven, bijvoorbeeld door verhuur aan derden.

Overigens is het opmerkelijk dat de Mussen in 2019 voor een project, gefinancierd uit incidentele middelen, een verzoek bij de CVDH heeft ingediend voor de huur van een tweede locatie. Stichting clubhuis heeft 500K geleend van stichting Pand om aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Het rapport maakt niet duidelijk wat de noodzaak is geweest tot het moeten aangaan van deze lening (pas vanaf 2019 worden de financiële tekorten zichtbaar) en of er ook andere mogelijkheden waren om het liquiditeitsprobleem op te lossen. De activiteiten dragen onvoldoende bij om bedrijfsrisico’s op te vangen. Het is ons niet duidelijk om welke activiteiten dit betrekking heeft.

5: De genomen maatregelen door de Mussen sorteerden onvoldoende effect. De instellingsaccountant heeft in 2018 geadviseerd maatregelen te nemen. De Mussen geeft als genomen maatregelen aan dat er meer acquisitie is gepleegd en na een gesprek met de gemeente in 2019 een medewerker is ontslagen en dat er een contract van een medewerker niet verlengd is. Dit gesprek vond eind 2019 plaats en betreft het gesprek tussen het bestuur en directie van de Mussen en de gemeente inzake de brief zoals verzonden naar het college en raadfracties. De gemeente heeft toen de Mussen nadrukkelijk verzocht om passende maatregelen te nemen. het bestuur heeft niet inzichtelijk gemaakt welke activiteiten zij heeft ondernomen naar aanleiding van het advies van de instellingsaccountant in de periode 2018-2019 tot aan het eerder genoemde gesprek. Op basis van financiële kwartaalrapportages van de welzijnssubsidie zijn er in de gesprekken met de directie en het stadsdeel oplossingen aangedragen als shared-services en het afstoten van activiteiten waar geen financiële middelen tegen overstaan. De Mussen heeft er echter voor gekozen haar eigen pad te bewandelen. 6: Huisvestingslasten pand. Zie ook punt 4. Hieronder ligt de aanname dat de basisvoorziening (de welzijnssubsidie) kostendekkend moet zijn voor het gehele pand.

Echter de organisatie is zelf verantwoordelijk voor exploitatie van het pand, zij heeft dit immers aangekocht. Hierbij kan het volgende worden geconstateerd: 1) het is onduidelijk waarom de exploitatie van het pand zoveel in kosten is gestegen in relatie tot de eerder aangedragen businesscase; 2) het is onduidelijk waarom het clubhuis ervoor kiest het hele pand te huren van stichting Pand Hoefkade en hierdoor op te draaien voor de totale

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

exploitatie en 3) het is onduidelijk hoe de commerciële activiteiten zich verhouden tot de exploitatie van het pand. De conclusie dat er een tekort is op de basisvoorziening is daarmee nog niet aannemelijk gemaakt. De GAD stelt vast dat bij het hanteren van de berekeningsgrondslag van 2009, de Mussen een 113K tekort komt op het budget voor de basisvoorziening. Vervolgens stelt de inspecteur de vraag of deze berekeningsgrondslag nog actueel is gezien de opgelegde bezuinigingen door de gemeente. De basissubsidie volstaat bij indexatie (op basis van de businesscase 2012) voor gehele exploitatie van het pand minus €4k, de berekeningsgrondslag staat hiermee niet ter discussie. Sterker nog: er is geen subsidierelatie met stichting Pand Hoefkade. Betreffende de welzijnssubsidie is er een relatie met buurthuis de Mussen. Deze maakt zelf de keuze om met het beschikbare budget een hogere huur verplichting aan te gaan dan zij kunnen dragen. Men had er ook voor kunnen kiezen om minder ruimte te huren. Dan heeft stichting Pand Hoefkade een exploitatietekort en moeten zij met een verbeterplan komen. Bijv. commerciële of maatschappelijke verhuur aan derden. Nogmaals dit staat los van de beschikbare subsidie. Daarnaast betreft het beschikbare welzijnsbudget een onverdeeld budget. Dit betekent dat er geen berekeningsgrondslag is voor vierkante meters, noch voor panden.

Er is een beschikbaar budget voor het behalen van resultaten. Er is geen subsidie specifiek beschikbaar voor enkel huisvesting. 7: Gemeentelijke financieringswijze. Het berekeningsmodel uit 2009 waaraan gerefereerd wordt betreft afspraken met alle welzijnsorganisaties over de berekening van de tarieven en staat dus los van de hoogte van de welzijnssubsidie. De berekeningsgrondslag betreft de herverdeling van de welzijnsmiddelen in 2006 en heeft plaatsgevonden op inhoudelijke gronden die vervolgens verwerkt zijn in financiële consequenties (zie ook het antwoord bij punt 2). Beide punten betreffen enkel de welzijnssubsidie (stichting buurthuis de Mussen). Het beschikbare budget voor de welzijnsorganisaties is nog steeds gestoeld op deze inhoudelijke analyse. In de periode 2015 -2018 is toekenning van de jaarlijkse trend echter wel afgezet tegen een doelmatigheidskorting. Hierdoor is de toegekende trendcompensatie soms nihil en soms lager uitgevallen dan voorgaande jaren. Dit is voor de beschikbare budgetten voor alle organisaties gebeurt. Ook hierdoor zijn de budgetten niet uit balans geraakt onderling. Een breuk hiermee betreft de taakstelling welzijn 2019-2020. Echter, hier zijn juist de zelfstandige buurthuizen buiten schot gehouden. Het welzijnsbudget voor welzijn Scheveningen en voor de welzijnsstichtingen onder Xtra is vermindert.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

Bijlage 2

Verdiepende vragen aan GAD

Huisvesting Er wordt gesteld dat de huisvestingslasten structureel € 400.000,- bedragen. Hoe kan het dan dat de huisvestingslasten in de periode 2016-2020 van € 378.000,- naar € 277.000,- is gedaald? Wat is de oorzaak hiervan? Verder geeft de GAD in haar quickscan uit 2016 een bedrag voor huisvesting a € 239.000,-, maar in de financiële rapportage voor de Mussen geeft de GAD een bedrag van € 378.000,- weer. Hoe kan het dat over hetzelfde jaar er twee verschillende bedragen genoemd worden. Waar zit de verschil in? Vanaf 2017 worden de kosten voor het pand doorbelast aan de andere stichtingen middels een verdeelsleutel. Echter wordt hier verder geen inzicht in verschaft. Welke kosten worden doorbelast? Op basis waarvan is deze doorbelasting tot stand gekomen? Is deze doorbelasting redelijk? Wat voor afspraken zijn er als de stichtingen waaraan wordt doorbelast niet aan haar verplichtingen kan voldoen? In de beschouwing van de huisvestingslasten zijn de huuropbrengsten niet opgenomen. Deze zijn onderdeel van de businesscase en exploitatie van de locatie. Waarom zijn deze niet meegenomen? Deze zijn met minimaal €60k op jaarbasis substantieel te noemen. Verder zou dit betekenen dat er additionele financiering binnenkomt. Immers daalt de benodigde bijdrage van Stichting clubhuis de Mussen aan de huisvestingslasten. Dit roept een aantal vragen op: 1.

Als Stichting Clubhuis de Mussen Hoofdhuurder is bij stichting Pand hoefkade. Hoe is het dan mogelijk dan zij de exploitatie niet rondkrijgen en daarmee het budget basisvoorziening huisvesting tekort schiet. Uitgaande van cijfers 2018 (2019 zijn immers voor ons niet voorhanden) schetst het volgende beeld op: Inkomsten Opbrengsten 2018 Kosten 2018 Basissubsidie welzijn € 296.879,00 Doorbelasting € 95.976,00 Huuropbrengsten € 64.571,Totaal opbrengsten € 457.426.Huisvestingskosten € 396.495 Totaal opbrengsten na kosten € 87.931,0 Bron: Jaarverslag 2018 – Beschikking welzijn 2018 2.

3.

Het budget basisvoorziening (budget voor bijdrage huisvestingskosten) kan op geen enkele wijze tekort schieten en is nimmer bedoeld om de exploitatie van het pand kostendekkend te krijgen. Immers heeft Stichting Clubhuis de Mussen ervoor gekozen om zelf de exploitatie op zich te nemen. Het wordt niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat i.t.t. 2018 waar een fors surplus te zien is op pandexploitatie, dit in 2019 en 2020 anders zou zijn. Wij vragen de GAD dit kritisch te beschouwen en deze stelling goed te onderbouwen. Er is door het bestuur voor gekozen om de doorbelasting te laten verrekenen via Stichting Clubhuis de Mussen. Het rapport maakt niet duidelijk waarom voor deze constructie is gekozen en er impliciet voor is gekozen om Stichting Clubhuis de Mussen risicodrager te maken voor doorbelasting aan een stichting die commerciële activiteiten ontplooit (kinderopvang). Het is onvoldoende duidelijk welke tekorten daadwerkelijk zijn afgewenteld op Stichting Clubhuis de Mussen (hierover meer in verwevenheid stichtingen).

Uurtarief en omvang personeel In het rapport wordt gesproken van een benodigd uurtarief om de personeelslasten dekkend te krijgen t.o.v. subsidiebedrag. Het rapport maakt echter niet inzichtelijk hoe gekomen wordt tot dit uurtarief. Zo is onduidelijk wat allemaal is opgenomen in het brutobedrag aan kosten voor een medewerker in schaal 8.13. Daarbovenop wordt ook een overheadopslag berekend. Gesteld wordt dat het rekenmodel van gemeente Den Haag hiervoor is gebruikt. Echter is dit in het rapport niet terug te vinden, en

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

daarmee niet controleerbaar. Wij zien deze doorrekening graag als onderdeel van het rapport. Daarnaast zien wij ook graag de specificatie van de overhead. Daarnaast is een forse toename te zien van het uurtarief met 38% in de periode 2016 -2020. Echter wordt geen verklaring gegeven van de onderliggende redenen voor deze kostenstijgingen. Wij zien graag een verklaring voor de stijging van deze kosten i.r.t. de reële kosten met betrekking tot inzet vanuit de welzijnssubsidie. Uit het rapport wordt onvoldoende duidelijk hoe op activiteitenniveau (=lees subsidiestroom) de inkomsten zich verhouden tot de personeelslasten. Om inzichtelijk te krijgen op welke activiteiten verliezen worden geleden c.q. tekorten ontstaan is dit weldegelijk noodzakelijk. Wij vragen dus verdere concretisering van punt 1 t/m 3 uit de overeengekomen opdracht en ontvlechting van welke kosten op welke subsidiestromen drukken. Welke stromen op inkomsten van derden drukken en een verklaring waarom dit zo is. Dit geldt voor alle stichtingen en de vereniging. Verwevenheid stichtingen en tekorten Er wordt vastgesteld dat er sprake is van een bestuurlijke eenheid tussen de stichtingen. Waar blijkt dit uit? Er is de vraag gesteld of er geschoven wordt tussen de stichtingen en of dit mag.

Uit de cijfers blijkt namelijk dat het Clubhuis pas sinds 2019 verlies lijdt, maar in rapport wordt gesteld dat er al jaren sprake is van een structureel tekort. Dat is niet te zien. Hoe verhoudt het een zich tot het ander? En als er echt sprake is van een structureel tekort, hoe is dat dan de afgelopen periode opgevangen? (Nogmaals uit de jaarcijfers blijkt dat er sprake was een financieel plusje.). Het Clubhuis wordt als voorbeeld genoemd, maar bovenstaande vraag geldt tevens voor de Buurtsport en Leerwerkbedrijf . Hoe kan het de Kinderopvang al jaren verlies lijdt? Wat zijn de oorzaken hiervan? Hoe werden/worden de tekorten van de Kinderopvang gedekt? Het EV eind 2018 van de Kinderopvang was -65K terwijl bij de rest van de stichtingen er sprake was van een plus. Worden de tekorten van de Kinderopvang opgevangen/verrekend met de andere stichtingen? En mag dit zomaar? Heeft de organisatie onderzocht (ook nav de opmerkingen van haar eigen accountant) hoe deze activiteiten rendabel gemaakt kunnen worden? Heeft de organisatie ook onderzocht of deze activiteiten misschien afgestoten dienen te worden? Zo ja; wat was de uitkomst van dat onderzoek? Zo nee, waarom niet In het rapport wordt geconstateerd dat bij alle stichtingen sprake is van een negatief resultaat in 2019.

Wat is de oorzaak van deze tekorten? Er wordt namelijk nergens inzichtelijk gemaakt waardoor deze tekorten worden veroorzaakt. Dit vraagt om inzicht in de resultaatrekening om stichtingsniveau en een verklaring van de ontstane te korten. Alleen zo wordt duidelijk, waar tekorten worden opgelopen en hoe deze doorwerken op de zogenoemde bestuurlijke eenheid. Ditzelfde geldt voor zakelijke transacties tussen de stichtingen en de verenigingen. Er wordt bevestigd dat dit zakelijke transacties en verrekeningen zijn. Echter wordt niet inzichtelijk gemaakt hoe deze verkenningen plaatsvinden tussen de verschillende activiteiten. Het inzetten van subsidiemiddelen voor andere doelstellingen en resultaten dan oorspronkelijk overeengekomen is niet rechtmatig. Concreet betekent dit dat kruisfinanciering vanuit gemeentelijke subsidies inzichtelijk dienen worden gemaakt. Bijvoorbeeld: een tekort afdekken op de huisvestingslasten vanuit de kinderopvangactiviteiten zoals het niet kunnen voldoen van huurpenningen aan Stichting Clubhuis de Mussen betekent dat er een vordering open staat. Niet dat gemeentelijke subsidiemiddelen vanuit een andere organisatie kunnen worden aangewend. Wij verzoeken om inzicht in deze zakelijke transacties en een waardeoordeel over de legitimiteit van deze transacties.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/2020.539

Vorderingen Er wordt gesteld dat Stichting pand Hoefkade een vordering heeft uitstaan van ca. €500k bij Stichting Clubhuis de Mussen. Dit wordt gepresenteerd als een gegeven. Echter wordt op geen enkele wijze verklaard waarom en hoe deze vordering tot stand is gekomen en waarvoor deze middelen zijn ingezet. Wij vragen inzicht in de totstandkoming van deze vordering, mede in relatie tot de tekorten bij de andere Stichtingen. Aanbevelingen Op basis van de verdiepende vragen en aanvullende informatie vragen wij u conform opdracht ook te adviseren op verbeteringen. Het huidige advies betreft heel platgeslagen: Er moet geld bij. Echter er zijn ook andere oplossingsrichtingen te bedenken. Zo wordt gesteld dat het gehanteerde bedrijfsmodel niet voldoet, echter wordt niet geadviseerd om kritisch naar het eigen bedrijfsmodel te kijken. Dit verbaast ons. Daarom vragen wij u om het eigen advies nogmaals kritisch te beschouwen. Graag zien wij o.a. adviezen m.b.t.: 1. Het rendabel maken van bedrijfsonderdelen 2. Het mogelijk afstoten van bedrijfsonderdelen 3. Mogelijkheden tot andere manier van exploitatie

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10744033/1