RIS310470 bijlage 11 bijlage 8 4
Tekst van het document
Wederhoor rapport ‘Afsluitend onderzoek De Mussen’, Gemeentelijke Accountantsdienst Den Haag, 2 juli 2020
De Mussen Den Haag, 26 juli 2020
Inhoud
1. Inleiding 2. Hoofdpunten 3. Toelichting
Bijlagen
1. Inleiding De Mussen heeft op 2 juli 2020 het rapport Afsluitend onderzoek De Mussen ontvangen van de Gemeentelijke Accountantsdienst (GAD). De inhoud van dit rapport is voor De Mussen aanleiding om een wederhoor te schrijven. In hoofdstuk 2 worden de hoofdpunten kort benoemd en in hoofdstuk 3 wordt daarop een toelichting gegeven.
1
2. Hoofdpunten 1. Na het eerste rapport van de GAD (GAD/2020.25, 12 maart 2020) en het adviesrapport van de inspecteur subsidies (IS/2020.01, 7 april 2020), die beide een juist en compleet beeld geven van de financiële situatie van De Mussen, wordt in het huidige rapport een onduidelijk en vertekend beeld van onze organisatie geschetst dat geen recht doet aan de feitelijke situatie. Het rapport is suggestief en sturend en laat essentiële informatie van de eerdere rapporten weg. Ook geeft het geen juiste weergave van de feitelijke oorzaak en omvang van de financiële situatie van De Mussen. Verder zijn de opmerkingen die De Mussen heeft gemaakt op de conceptversie van het rapport grotendeels niet overgenomen. Wij vinden het onbegrijpelijk dat het rapport van de inspecteur subsidies, door het wegvallen van de inspecteur, niet volgens de oorspronkelijke wijze is afgemaakt en geen onderdeel meer zal uitmaken van de eindrapportage. 2. De activiteiten van De Mussen vormen een samenhangend en geïntegreerd aanbod aan voorzieningen gericht op het welzijn van de bewoners in de Schilderswijk en sluiten direct aan op de beleidsdoelen van de gemeente. In het rapport wordt te weinig integraal gedacht, alleen geredeneerd vanuit de optiek van de welzijnssubsidie en niet vanuit de integrale opgave het welzijn van de bewoners in de Schilderwijk te verbeteren.
De preventieve werking van ons werk levert directe besparingen op aan gemeentelijke- en maatschappelijke kosten. De economische en maatschappelijke meerwaarde van ons werk is derhalve groot. De activiteiten zijn (deels) subsidie gerelateerd en sluiten nauw aan op het gemeentelijke beleid. Hier past het integraal denken en werken conform Welzijn Nieuwe Stijl. Het rapport gaat volledig voorbij aan deze samenhang. Het saneren van onderdelen, zoals in het rapport wordt aangegeven levert geen meerwaarde en draagt niet bij aan de continuïteit van de Mussen. 3. De Mussen is een integere en volledig transparante organisatie die zich al meer dan 90 jaar volledig inzet voor de mensen in de Schilderswijk. In het rapport wordt het beeld opgeroepen dat De Mussen een organisatie is met veel rechtspersonen, waarvan de onderlinge relatie en functie onduidelijk is, van een vereniging die direct financieel verantwoordelijk zou zijn voor de subsidie gerelateerde stichtingen en er worden niet onderbouwde, suggestieve beweringen gedaan met betrekking tot de Good Gouvernance van het bestuur. De Mussen is bewust een kleinschalige organisatie met korte lijnen en weinig overhead met een transparant bestuursmodel gebaseerd op de Governance Code Sociaal Werk. 4.
De vereniging staat geheel los van de door de gemeente gesubsidieerde stichtingen en probeert met haar bescheiden private middelen waar nodig het Mussenwerk, dat niet wordt gesubsidieerd, financieel te steunen. Het beeld, dat in het rapport wordt opgeroepen, dat de vereniging financieel verantwoordelijk is voor de financiële situatie van de werkstichtingen, is formeel onjuist en niet op feiten gebaseerd. De vereniging is inmiddels geheel volgens de wettelijke vereisten omgezet in de stichting Vrienden van de Mussen. 5. Het financiële tekort van De Mussen is al jaren aanwezig, maar komt nu tot uiting omdat het structurele tekort aan welzijnssubsidie niet meer kan worden gedekt door incidentele opbrengsten. De Mussen heeft een structureel financieel 2
tekort van € 150.000 in 2019 oplopend tot € 320.000 in 2023. Daarnaast is er een liquiditeitstekort van € 542.000 eind 2019, oplopend tot € 750.000 eind 2020. Deze tekorten zijn een direct gevolg van de, al jarenlang, structureel te lage welzijnssubsidie en de doorgevoerde bezuinigingen op de welzijnssubsidie. Zonder structurele verhoging van de subsidie en dekking van het liquiditeitstekort kan De Mussen niet blijven bestaan. 6. Het financiële tekort van De Mussen is ontstaan door de structureel te lage welzijnssubsidie en door meervoudige bezuinigingen op de welzijnssubsidie. De door de gemeente uitgekeerde welzijnssubsidie is al jaren lager dan de volgens de gemeente gehanteerde berekeningsgrondslag (het in de subsidiebeschikkingen genoemde berekeningsmodel 2009) kan worden berekend. In het vorige rapport van de GAD (GAD/2020.25) staat dat voor 2019 is berekend dat de subsidie voor de basisvoorziening € 133.000 te laag was en dat voor het programmabudget in 2020 € 44.000 te weinig is uitgekeerd. Dit heeft er toe geleid dat er in de afgelopen 10 jaar ruim € 1 miljoen te weinig subsidie is uitgekeerd. 7. In het rapport wordt aangegeven dat de Mussen geen plan van aanpak heeft gemaakt naar aanleiding van het advies van haar accountant. Dit advies hield in dat de Mussen moet zoeken naar extra opbrengsten en kostenbesparingen.
De Mussen is in de afgelopen tien jaar voortdurend bezig geweest met het optimaliseren van de financiële situatie, met name gericht op het vergroten van alternatieve opbrengsten. Daarnaast worden regelmatig langere termijn opstellingen gemaakt om te kunnen anticiperen op (dreigende) grote tekorten. Uitvloeisel hiervan is dat De Mussen meerdere reorganisaties heeft doorgevoerd, heeft bezuinigd op personeel, het pand gekocht en sterk ingezet op het werven van externe fondsen om met de marge daarvan het structurele tekort op de subsidies te kunnen dekken. Verder heeft De Mussen in de afgelopen jaren herhaaldelijk bij de gemeente aangekaart dat de subsidie onvoldoende is om kostendekkend kunnen blijven werken. De Mussen heeft er daarbij bewust voor gekozen om het volume van welzijnsactiviteiten niet te verminderen in een wijk als de Schilderswijk, maar door het uitbreiden van activiteiten de basis voor dekking van huisvesting en overhead te vergroten. 8. De gemeente heeft de afgelopen tien jaar geen actie ondernomen op herhaaldelijke verzoeken van De Mussen tot verhoging van de welzijnssubsidie en op signalen van De Mussen van de nijpende financiële situatie. Externe onderzoeken naar de financiële situatie van De Mussen zijn ter zijde gelegd. Op kwartaalrapportgages waaruit de nijpende financiële situatie al jarenlang blijkt is niet gereageerd.
De inspecteur subsidies constateert in zijn rapport (IS/2020.01) dat De Mussen beter naar de rechter had kunnen stappen om duidelijkheid te krijgen over de te lage subsidie. Dat heeft de Mussen niet gedaan omdat zij er op een minnelijke wijze heeft geprobeerd uit te komen. 9. De tekorten van stichting Clubhuis worden veroorzaakt door de structureel te lage welzijnssubsidie en niet door de tekorten van de andere werkstichtingen, zoals het rapport vermeldt. De andere werkstichtingen kunnen zelf de directe kosten dekken en voor een deel de indirecte kosten. Doordat de Mussen veel projecten heeft verworven kan met het resultaat van de projecten het tekort van de andere werkstichtingen op de indirecte kosten deels worden gedekt. De 3
continuïteit van stichting Clubhuis wordt dus niet veroorzaakt door de tekorten van de andere werkstichtingen, maar alleen door de structureel te lage welzijnssubsidie. 10. Het afstoten van een of meerdere werkstichtingen lost het financiële probleem van De Mussen niet op. Sterker nog, het financiële probleem wordt hierdoor groter. Alle werkstichtingen dragen bij aan de indirecte kosten. Als een van de werkstichtingen wegvalt, zal stichting Clubhuis een grotere bijdrage moeten leveren aan de indirecte kosten en zal het financiële tekort toenemen. 11. Om de continuïteit van de Mussen te garanderen is financiële steun nodig. Voor een gezonde financiële situatie van De Mussen is het noodzakelijk dat het tekort over 2019 wordt gedekt, dat de subsidie in 2020 met € 200.000 wordt verhoogd en dat er een structurele verhoging van de welzijnssubsidie plaatsvindt van € 300.000. Om de financiële situatie op langere termijn gezond te houden is het nodig dat subsidie jaarlijks zodanig wordt geïndexeerd dat de (loon-)kostenstijging kan worden gedekt; immers, een kleinschalige stichting heeft geen mogelijkheden om structureel efficiency verbeteringen door te voeren. Om De Mussen op lange termijn gezond te houden, dient verder de liquiditeitssteun van € 550.000 te worden ingelost. Een gezonde situatie kan worden gerealiseerd wanneer de welzijnssubsidie structureel wordt verhoogd met ca.
€ 235.000 conform het berekeningsmodel. Verder moet de buurtsportcoach volledig worden bekostigd conform de geldende tarieven, dat betekent € 65.000 extra budget. Om te voorkomen dat op korte termijn nieuwe problemen ontstaan, dient de reguliere (loon-)kostenstijging jaarlijks worden gecompenseerd. Het liquiditeitsprobleem vereist een eenmalige investering.
4
2. Toelichting Per hoofdpunt wordt een korte toelichting gegeven. 1. Na het eerste rapport van de GAD (GAD/2020.25, 12 maart 2020) en het adviesrapport van de inspecteur subsidies (IS/2020.01, 7 april 2020), die beide een juist en compleet beeld geven van de financiële situatie van De Mussen, wordt in het huidige rapport een onduidelijk en vertekend beeld van onze organisatie geschetst dat geen recht doet aan de feitelijke situatie. Het onderzoek naar de financiële situatie van de Mussen is gestart met een onderzoek van de GAD. De resultaten zijn verwoord in het rapport ‘Financieel onderzoek stichting De Mussen’ van 12 maart 2020 (GAD/2020.25). Op basis daarvan heeft de inspecteur subsidies een adviesrapport geschreven (SI/2020.01, 7 april 2020). In beide rapporten is de financiële situatie van de Mussen helder en zakelijk weergegeven. Het voorliggende rapport van de GAD ‘Afsluitend onderzoek De Mussen’ van 2 juli 2020 is gebaseerd op aanvullende vragen van de Dienst DPZ en betreft geen afronding van de eerdere rapporten. Het rapport voegt weinig toe aan de eerdere rapportages, geeft onduidelijkheid over de cijfers en brengt informatie die voor het beoordelen van de financiële situatie van De Mussen niet relevant is. Verder wordt essentiële informatie uit de eerdere rapportages achterwege gelaten.
Het nieuwe rapport geeft daardoor een vertekend beeld van de feitelijke situatie en is niet gericht op het verder verduidelijken van de financiële situatie. 2. De activiteiten van De Mussen vormen een samenhangend en geïntegreerd aanbod aan voorzieningen gericht op het welzijn van de bewoners in de Schilderswijk en sluiten direct aan op de beleidsdoelen van de gemeente. In het rapport wordt te weinig integraal gedacht, alleen geredeneerd vanuit de optiek van de welzijnssubsidie en niet vanuit de integrale opgave het welzijn van de bewoners in de Schilderwijk te verbeteren. De Mussen heeft een afgewogen aanbod aan activiteiten die nauw met elkaar samenhangen. Tezamen vormen zij een pakket dat een meerwaarde biedt voor het welzijn van de bewoners van de Schilderwijk. De meerwaarde komt juist tot uitdrukking in de integraliteit. Met haar activiteiten sluit De Mussen direct aan op de beleidsdoelen van de gemeente. Het Mussenwerk wordt breed gewaardeerd en is bewezen effectief. Elke euro die bij ons binnen komt gaat naar de mensen in de buurt. Door de preventieve werking van ons werk levert elke euro subsidie een tweeof drievoudige besparing op aan gemeentelijke- en maatschappelijke kosten (Zie onderzoek van het Verwey–Jonker Instituut naar de Schilderswijk Moeders). De economische en maatschappelijke meerwaarde van ons werk is derhalve groot.
Kinderopvang sluit nauw aan bij het jongerenwerk en de samenwerkingsrelatie met de scholen, het Leerwerkbedrijf helpt enorm mee aan het oplossen van beleidsproblemen van de gemeente (participatie en werkloosheid) en Stichting Buurt Sport is sterk gericht op het verbeteren van de gezondheid in de wijk. Deels zijn de werkstichtingen subsidiegerelateerd, deels vindt financiering op andere wijze plaats. In het rapport wordt te weinig uitgegaan van een integrale benadering. Er wordt alleen geredeneerd vanuit de optiek van de welzijnssubsidie. Welzijnswerk in de Schilderswijk is het meest gebaat bij een integrale benadering. Beleidseffect zit meer
5
in de synergie en niet in hokjesdenken. Welzijn Nieuwe Stijl gaat uit van cross-over samenwerking en integraal denken en werken. Er is bewust gekozen om het volume van welzijnsactiviteiten niet te verminderen in een wijk als de Schilderswijk. En vanuit de integrale gedachte is het ook geen oplossing om onderdelen van het geheel te saneren. Juist de gehele keten geeft de meerwaarde. 3. De Mussen is een integere en volledig transparante organisatie is die zich al meer dan 90 jaar volledig inzet voor de mensen in de Schilderswijk. De beschrijving van de organisatie van De Mussen komt in het rapport onduidelijk over. In het vorige accountantsrapport (GAD/2020.25) is de organisatie duidelijk beschreven (zie blz. 7). Daarin is ook beschreven wat de functie is van de verschillende stichtingen. Er is geen enkele reden om de beschrijving in het vorige rapport aan te passen. Zo wordt in het laatste rapport het beeld opgeroepen dat de Mussen een organisatie is met veel rechtspersonen, waarvan de onderlinge relaties en functies onduidelijk zijn, van een vereniging die direct financieel verantwoordelijk zou zijn voor de subsidie gerelateerde stichtingen en worden er niet onderbouwde, suggestieve beweringen gedaan met betrekking tot de Good Gouvernance van het bestuur.
Het bestuur van onze organisatie is een transparant bestuursmodel dat geheel is opgezet volgens de Governance Code Sociaal Werk, met alle uitwerkingen die daarbij horen. Verder heeft de vereniging geen overkoepelende bevoegdheden en is de vereniging niet financieel verantwoordelijk voor de (gesubsidieerde ) stichtingen. Dit is nergens formeel statutair bepaald. De Mussen bestaat uit een vereniging (inmiddels stichting) en zes stichtingen. Het feit dat er sprake is van een aantal stichtingen heeft een zuiver functionele achtergrond. De organisatie is er op gericht om optimaal te kunnen functioneren voor het welzijn van de bewoners in de Schilderswijk. De achtergrond van de organisatie kan als volgt worden uitgelegd. Stichting Clubhuis De Mussen is de stichting die alle activiteiten van het welzijnswerk verricht. Voor een aantal nieuwe activiteiten zijn aparte stichtingen opgericht. In 2016 is stichting Kinderopvang en in 2017 de stichting Buurtsportvereniging opgericht. Stichting Kinderopvang is opgericht vanuit wettelijke vereisten in het kader van de wet IKK. Stichting Buurtsport is opgericht vanuit de gedacht dat dit een bredere Buurtsport in de Schilderwijk kon vormen, waarin diverse sportverengingen zouden kunnen aanhaken. In 2017 is in het kader van de Stip-regeling van de gemeente de stichting Leerwerkbedrijf opgericht.
Alle drie stichtingen zijn gelieerd aan de gemeentelijke regelingen en/of subsidies en vormen samen met de stichting Clubhuis de kern van de activiteiten van De Mussen. In 2013 heeft De Mussen, vanuit het oogpunt van kostenbesparing, het bedrijfspand aangekocht, daarvoor is stichting pand Hoefkade opgericht. De vereniging richt zich op donateurs van De Mussen, staat los van de stichtingen en kan indien nodig de stichtingen incidenteel financieel ondersteunen. Stichting Het Mussennest is een geheel zelfstandige organisatie en staat los van de activiteiten van De Mussen in Den Haag.
6
4. De vereniging staat geheel los van de door de gemeente gesubsidieerde stichtingen en probeert met haar bescheiden private middelen waar nodig het Mussenwerk, dat niet wordt gesubsidieerd, financieel te steunen. In het rapport wordt relatief veel aandacht besteed aan de vereniging. Veel informatie is niet relevant voor het onderzoek naar de financiële situatie van De Mussen. De informatie biedt geen enkele meerwaarde voor het bepalen van de financiële situatie en bovendien is de informatie op sommige punten niet juist en suggestief. Het roept een vertekend beeld op. De vereniging staat formeel los van de (werk)stichtingen en heeft geen directe bestuurlijke en financiële verbondenheid met deze stichtingen. De vereniging heeft geen relatie met de gemeente en staat los van de subsidierelatie van stichting Clubhuis met de gemeente. In principe draagt de vereniging niet bij aan het oplossen van tekorten van de stichtingen. De vereniging geeft incidenteel financiële steun voor bijzondere activiteiten van de Mussen waarvoor geen subsidie kan worden ontvangen of fondsen voor kunnen worden geworven. De mate waarin dat gebeurt varieert van jaar op jaar. De vereniging is inmiddels omgezet naar een stichting Vrienden van De Mussen. Dit is geheel volgens de wettelijke vereisten gebeurd.
De reden hiervoor is dat De Mussen in de afgelopen jaren haar ledenaantal in grote mate heeft zien afnemen. De Mussen en haar (nog actieve) leden hebben gemeend dat de rechtsvorm vereniging niet meer opportuun is, daar de vereniging nauwelijks nog (actieve) leden kent. De Mussen en haar (nog actieve) leden hebben derhalve besloten om vereniging De Mussen om te zetten in een stichting. 5. Het financiële tekort van De Mussen is al jaren aanwezig, maar komt nu tot uiting omdat het structurele tekort aan welzijnssubsidie niet meer kan worden gedekt door incidentele opbrengsten. De Mussen heeft een financieel tekort in 2019 van € 150.000 (budget; realisatie € 160.000). Dat loopt op in 2023 naar € 320.000,-. Daarnaast is er een liquiditeitsprobleem van € 550.000 eind 2019 oplopend tot € 750.000 eind 2020. Zie bijlage 1 (in dit liquiditeitstekort is het budgettekort inbegrepen; het oplossen van het budgettekort verkleint dus het liquiditeitstekort). De kwetsbare financiële situatie van De Mussen is niet op korte termijn ontstaan. Vanaf 2005 is duidelijk dat de financiële situatie van De Mussen kwetsbaar is, door bezuinigingen op welzijnssubsidie en door onvoldoende welzijnssubsidie. In de afgelopen 15 jaar is er herhaaldelijk overleg geweest met de gemeente over de financiële situatie. 6.
Het financiële tekort van De Mussen is ontstaan door de structureel te lage welzijnssubsidie en door meervoudige bezuinigingen op de welzijnssubsidie. De door de gemeente uitgekeerde welzijnssubsidie is al jaren lager dan de volgens de gemeente gehanteerde berekeningsgrondslag (het in de subsidiebeschikkingen genoemde berekeningsmodel 2009) kan worden berekend.
7
Het financiële tekort van De Mussen is ontstaan door de structureel te lage welzijnssubsidie en door meervoudige bezuinigingen op de welzijnssubsidie. 6.1 De productsubsidie blijft sinds 2005 € 300.000,- achter bij de reguliere kostenstijging. De gemeentelijke productsubsidie aan De Mussen is in de periode 2005 tot en met 2019 met 7% gedaald (zie Bijlage 2). Dit is met name veroorzaakt door bezuinigingen op de welzijnssubsidie. In deze periode zijn de kosten (waaronder de loon- en huisvestingskosten) met gemiddeld 2% per jaar gestegen. In totaal gaat het om een kostenstijging van 32%. Per saldo is hierdoor een gat ontstaan van bijna 40%. Als de productsubsidie op een normale wijze was geïndexeerd zou deze nu uitkomen op € 1 miljoen. Dat is € 300.000 hoger dan de subsidie (€ 700.000) die De Mussen nu ontvangt. In deze periode heeft De Mussen elk jaar hetzelfde product geleverd. Er is bewust gekozen om het volume van welzijnsactiviteiten niet te verminderen in een wijk als de Schilderswijk. Het mag duidelijk zijn dat er hierdoor bij De Mussen een structureel financieel tekort is ontstaan. De Mussen heeft geprobeerd om de structurele tekorten te dekken met incidentele baten van projecten. Dat is lang goed gegaan, maar is geen structurele oplossing. 6.2 De gemeente keert al jaren te weinig subsidie uit conform het door de gemeente gehanteerde berekeningsmodel 2009.
De welzijnssubsidie van de gemeente bestaat uit een budget basisvoorziening en een programmabudget. Voor beide onderdelen wordt al jaren te weinig subsidie uitgekeerd volgens het door de gemeente gehanteerde berekeningsmodel 2009. In de subsidiebeschikkingen van 2016 tot en met 2020 van de gemeente wordt naar dit berekeningsmodel verwezen als grondslag voor de subsidie. In het rapport van de GAD (GAD2020.25) wordt dit als volgt benoemd (blz. 10): “De welzijnssubsidie van de gemeente Den Haag bestaat uit een budget basisvoorziening en een programmabudget. De gemeente bepaald jaarlijks voor beide onderdelen de hoogte van de subsidie. De Stichting Clubhuis berekend aan de hand van de vooraf doorgegeven subsidiebedrag de tarieven. De tarieven zijn gebaseerd op het aantal uren dat de huisvesting open is en inzet van het personeel voor het uitvoeren van de activiteiten.” Welzijnssubsidie
2020
2019
2018
2017
2016
Budget basisvoorziening Programmabudget
296.879
296.879
296.879
296.879
296.879
401.456
385.889
385.889
375.077
384.274
Totaal
698.335
682.768
682.768
671.956
681.153
Tekort budget basisvoorziening Zowel in het rapport van de GAD ‘Financieel onderzoek stichting de Mussen’ (GAD/2020.25) als in het adviesrapport van de inspecteur subsidies (IS/2020.01) wordt aangegeven dat De Mussen op grond van het berekeningsmodel van de gemeente te weinig subsidie krijgt voor het budget basisvoorziening. Zie Bijlagen 3 en 4.
8
Citaat rapport GAD2020.25, blz. 11: De stichting Clubhuis heeft aangekaart een tekort te hebben op het budget basisvoorziening voor de huisvestingskosten. Dit hebben wij nagerekend via het berekeningsmodel van de gemeente Den Haag en stellen wij vast dat ze inderdaad een tekort hebben op het budget basisvoorziening. Voor 2019 is dit tekort €113.000 en voor 2020 €133.000.
Citaat adviesrapport inspecteur subsidies IS/2020/01, blz. 4: Gemeentelijke financieringswijze. Bestudering van de beschikking Welzijn 2016 en 2020 laat zien dat de gemeente toch refereert aan een berekeningsmodel uit 2009.”
Het tekort aan subsidie voor wat betreft het onderdeel basisvoorziening bedraagt over de afgelopen 10 jaar € 1 miljoen. Zie Bijlage 3. Tekort programmabudget Ook het programmabudget is al jaren te laag vastgesteld en uitgekeerd. Dit budget is gekoppeld aan de uurtarieven van de welzijnsmedewerkers. In 2019 is hiervoor € 66.000 te weinig subsidie toegekend. Over de jaren 2016 t/m 2020 bedraagt het tekort aan subsidie ruim € 330.000. Dit wordt bevestigd door de GAD en de inspecteur subsidies. Zie Bijlage 5. Citaat rapport GAD2020.25, blz. 11: “De Mussen heeft een analyse uitgevoerd op het uitvoeringstarief programmabudget (zie onderstaande tabel), uit de analyse blijkt dat de tarieven niet in evenwicht zijn met de uitvoeringkosten.” 2020
2019
2018
2017
2016
Gemeente tarief o.b.v. 1 programmabudget
69,22
59,88
58,04
57,09
51,37
Jaarkosten lonen schaal 8.13 Aantal directe uren Opslag overhead Minimaal nodige tarief
70.535
65.107
63.918
62.443
60.776
1.200 30% 76,41
1.200 30% 70,53
1.200 30% 69,24
1.200 30% 67,65
1.200 30% 65,84
Tekort uurtarief Inzet agogen Tekort
-7,20 5.800 -41.740
-10,65 6.166 -65.665
-11,20 5.925 -66.385
-10,55 6.079 -64.147
-14,47 6.457 -93.460
Citaat adviesrapport inspecteur subsidies IS/2020.01, blz. 3/4: “Daarnaast heeft het clubhuis ook op het programmabudget (agogenuren) moeten in leveren. De Mussen kampt hier ook structureel met tekorten (2020 ruim € 41.000).”
De tarieven die De Mussen hanteert worden onderschreven door het rapport van Berenschot (Kostprijsberekeningen Sociaal Werk, Handreiking voor de sector, 29 mei 2018). Dit rapport geeft aan dat de door De Mussen gehanteerde tarieven reëel en marktconform zijn. 7. In het rapport wordt aangegeven dat de Mussen geen plan van aanpak heeft gemaakt naar aanleiding van het advies van haar accountant. Dit advies hield
9
in dat de Mussen moet zoeken naar extra opbrengsten en kostenbesparingen. De Mussen is in de afgelopen tien jaar voortdurend bezig geweest met het optimaliseren van de financiële situatie, met name gericht op het vergroten van alternatieve opbrengsten. De Mussen is al tien jaar bezig om de financiële situatie te verbeteren. Daarbij gaat het om de volgende onderdelen: • Om kosten te besparen heeft de Mussen meerdere keren een reorganisatie doorgevoerd om te bezuinigen op loon- en overheadkosten. • De Mussen heeft de huisvestingskosten substantieel weten te drukken door de aankoop van het pand. Daarmee zijn de vaste kosten structureel met ca. € 100.000 verlaagd. • Daarnaast heeft De Mussen sterk ingezet om incidentele projecten te werven. Zo is de omzet van de Mussen sinds 2005 meer dan verdriedubbeld, van € 1 miljoen in 2005 tot € 4,0 miljoen in 2019. Het aandeel van de gemeentelijke productsubsidie in de totale omzet van De Mussen is hiermee teruggelopen tot circa 20%. Met de marge van deze extra incidentele middelen heeft De Mussen de structurele tekorten lage tijd kunnen afdekken. Daarmee kon de Mussen het welzijnsproduct op peil houden. Ondanks bovengenoemde ingrepen komt De Mussen nu mede door de additionele loonkostenstijging van € 75.000 in 2020 aan de grenzen van het mogelijke en is het structurele tekort niet langer te dichten. 8.
De gemeente heeft de afgelopen tien jaar geen actie ondernomen op herhaaldelijke verzoeken van De Mussen tot verhoging van de welzijnssubsidie en op signalen van De Mussen van de nijpende financiële situatie. De Mussen in de afgelopen jaren regelmatig de nijpende financiële situatie aangekaart bij de gemeente. In Bijlage 6 is een opsomming gegeven van de meest relevante overlegmomenten. Veelal zijn deze momenten ingeleid door bezuinigingen op de productsubsidie. Ook heeft De Mussen de financiële situatie regelmatig aangekaart in de kwartaal overzichten. Door de gemeente is hierop geen actie ondernomen. De inspecteur subsidies verwoordt dit ook in zijn rapportage. Citaat adviesrapport inspecteur subsidies IS/2020.01, blz. 3: •
•
“In 2006 / 2007 vond een gemeente brede herverdeling plaats van alle structurele subsidies, waarbij ook het zelfstandig buurthuis gekort werd met € 78.000. Volgens opgave van de Mussen werkte deze korting als volgt uit: de gemeentelijke subsidie voor de basisvoorziening ten behoeve van het clubhuis is in 11 jaar gedaald tot 81,6 %. De prijsindexatie is die periode gestegen tot 117,4%. Zodoende is er anno nu een gat ontstaan van 35,8 % (circa € 130.000), dat de Mussen niet heeft kunnen opvangen met andere activiteiten of alternatieve financiering. ( NB het betreft hier de welzijnssubsidie. De Mussen ontvangt ook nog andere subsidies). Daarnaast heeft het clubhuis ook op het programmabudget (agogenuren) moeten in leveren. De Mussen kampt hier ook structureel met tekorten (2020 ruim € 41.000). Onder invloed van de participatienota 2011/2012 zijn De Mussen gekort met € 89.000. En in 2016 is, ondanks een motie van de raad de zelfstandige buurthuizen te ontzien, De Mussen gekort met € 25.000 in de vorm van een structurele doelmatigheidskorting; De Lobby voor structurele ophoging subsidie door de Mussen is in het verleden niet geslaagd. De Mussen vermeldt dat zij veelvuldig zowel ambtelijk als de politiek heeft laten weten financieel niet uit te komen met de gemeentelijke subsidie. Echter zonder resultaat. Een gang naar de
10
bestuursrechter inzake de gemeentelijke subsidieverlening heeft de stichting niet willen maken om de verhoudingen niet te willen verstoren;”
9. De tekorten van stichting Clubhuis worden veroorzaakt door structureel te lage welzijnssubsidie en niet door de tekorten van de andere werkstichtingen, zoals het rapport vermeldt. In het rapport wordt aangegeven dat het tekort van De Mussen met name wordt veroorzaakt door de niet-subsidie gerelateerde werkstichtingen. Dat is niet juist. Het is ook een te eenzijdige benadering. Zoals onder punt 2 reeds aangegeven vormen de activiteiten van De Mussen een met elkaar samenhangend pakket dat elkaar versterkt en samen een meerwaarde vormt voor het welzijn in de wijk. Naast stichting Clubhuis krijgen stichting kinderopvang en stichting BSV ook subsidie van de gemeente. Dat komt vanuit een andere invalshoek, maar is ook gericht op het vergroten van de welzijn van de wijk. Een meer integrale benadering van de gemeente hierin zou wenselijk zijn. Financieel gezien kunnen alle werkstichtingen hun eigen directe kosten dragen. Daarnaast dragen zij allen bij aan de indirecte kosten (huurkosten, organisatiekosten en overhead). In totaal is dekking van de indirecte kosten te gering zodat voor De Mussen als geheel een tekort ontstaat in 2020 van € 200.000. Dit tekort wordt veroorzaakt door een tekort bij stichting Clubhuis van € 143.000 en een tekort van € 57.000 voor de overige werkstichtingen samen met de projecten.
Ruim 70% van het tekort komt dus voort uit het tekort bij stichting Clubhuis. (zie Bijlage 1). Het tekort van de andere werkstichtingen wordt ook bepaald door het achterblijven van een reële vergoeding van de gemeente voor de Buurtsportcoach. De activiteiten van de Buurtsportcoach ( stichting BSV) worden nu door de gemeente gesubsidieerd met een uurtarief van € 39,25, terwijl het gangbare tarief voor welzijnsactiviteiten € 76 bedraagt (zie hoofdpunt 6 en rapport GAD2020.25, blz. 11). Als de gemeente de activiteiten vergoedt tegen een reëel tarief dan zou dat betekenen dat er € 65.000 extra subsidie wordt uitgekeerd. Daarmee wordt het tekort van de overige werkstichtingen opgelost en blijft alleen het tekort van stichting Clubhuis staan. De continuïteit van stichting Clubhuis wordt dus niet bepaald door de tekorten van de andere werkstichtingen, maar alleen door de structureel te lage welzijnssubsidie. 10. Het afstoten van een of meerdere werkstichtingen lost het financiële probleem van De Mussen niet op. Sterker nog het financiële probleem wordt hierdoor groter. In het rapport wordt aangegeven dat het saneren van bijvoorbeeld stichting Kinderopvang een oplossing zou kunnen vormen voor het financiële probleem van De Mussen.
Afgezien van de integraliteit en samenhang van het activiteitenpakket dat in punt 2 is aangegeven biedt het saneren van een andere werkstichting financieel geen oplossing. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt, dragen alle werkstichtingen bij aan de indirecte kosten. Zie ook Bijlage 1.
11
Bijdrage aan indirecte kosten werkstichtingen 2019 en 2020 Welzijn Projecten Kinderopvang BSV Leerwerkbedrijf Totaal
abs 326.372 254.508 209.613 6.983 101.087 898.562
2019 (begroot) % 36% 28% 23% 1% 11% 100%
2020 (begroot) abs 316.845 232.170 161.428 18.686 54.085 783.215
% 35% 26% 18% 2% 6% 100%
Kinderopvang draagt voor circa 20% bij aan de indirecte kosten. Het saneren van bijvoorbeeld Kinderopvang betekent dat het verlies met € 161.000 tot € 210.000 toeneemt. Dit bedrag betreft niet allen de huisvesting, maar ook de overhead en organisatiekosten. In het geval dat voor de ruimte een huurder zou kunnen worden gevonden en een huuropbrengst kan worden gerealiseerd van bijvoorbeeld € 50.000 dan zal het tekort verder toenemen met € 110.000 tot € 160.000. Voor de huisvestingskosten en de verdeling daarvan over de verschillende stichtingen wordt verwezen naar Bijlage 7. In het rapport wordt aangegeven dat de overhead is toegenomen. De Mussen wil hierbij aangeven dat de totale personeelskosten van De Mussen in overeenstemming zijn met de benchmark. Dat geldt ook voor de huisvestingskosten. Vergeleken met de benchmark is de overhead dus niet hoog. Een en ander blijkt uit een benchmark van Berenschot (Kostprijsberekeningen Sociaal Werk, Handreiking voor de sector, 29 mei 2018).
12
Bijlage 1 Doorkijk financiële ontwikkeling De Mussen 2019 – 2023
13
14
Bijlage 2 Financiële ontwikkeling De Mussen 2005 - 2019 Financiele ontwikkeling De Mussen 2005 - 2019 Basis: jaarrekeningen t/m 2018, prognose resultaat 2019 productkosten subsidie huurkosten subsidie index ontwikkeling geïndexeerd OCW OCW 2% 2% (A) (B) (C) (D) (E) 2019 698 93 132 995 273 2018 683 90 129 976 273 2017 681 90 127 957 239 2016 672 89 124 938 239 2015 662 88 122 920 239 2014 659 87 120 902 239 2013 668 88 117 884 360 2012 676 90 115 867 352 2011 712 94 113 850 343 2010 765 101 110 833 338 2009 765 101 108 817 336 2008 741 98 106 801 326 2007 707 94 104 785 322 2006 690 91 102 769 318 2005 754 100 100 754 315 Opmerking: huur 2006 en 2005 zijn ingeschat
15
aandeel totaal huur in inkomsten index subsidie inkomsten (E) / (A) (F) (G) 39% 3.677 338 40% 1.881 173 35% 2.193 202 36% 1.758 162 36% 1.790 165 36% 1.802 166 54% 1.707 157 52% 1.459 134 48% 1.468 135 44% 1.574 145 44% 1.240 114 44% 1.114 102 46% 1.080 99 46% 1.020 94 42% 1.088 100
aandeel subsidie (A) / (F) 19% 36% 31% 38% 37% 37% 39% 46% 48% 49% 62% 67% 65% 68% 69%
Bijlage 3 Ontwikkeling subsidie basisvoorziening De Mussen 2009 - 2019
16
Bijlage 4 Beoordeling basisvoorziening De Mussen 2019 en 2020
17
Bijlage 5 Beoordeling programma uitvoeringstarieven De Mussen 2016 – 2020
18
Bijlage 6 Overzicht overlegmomenten met gemeente
19
Bijlage 7 Overzicht huisvestingskosten De Mussen 2019 en 2020
20