CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310430 Vervolgvragen Toekomst Clingendael

Commissie Ruimte 12 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 310430 Schriftelijke vragen: Vervolgvragen Toekomst Clingendael Indiener: Peter Bos, Haagse Stadspartij, Mariëlle Vavier, GroenLinks en Robert Barker, Partij voor de Dieren Datum 28-10-2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 13 juli 2021 maakte het college de “Gedeeltelijke openbaarmaking beantwoording schriftelijke vragen Clingendael (n.a.v. amendement bekrachtiging geheimhouding RIS309033)” bekend. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de leden Peter Bos, Haagse Stadspartij, Mariëlle Vavier, GroenLinks en Robert Barker, Partij voor de Dieren de volgende vervolgvragen: 1.

In antwoord op vraag 7 stelt het college:

“Alle gemeentelijke panden in Clingendael vallen onder de portefeuille van de dienst IDC.” Echter volgens het Overzicht Panden Clingendael d.d. 9 januari 2007 (Bijlage bij RIS142765) vallen sommige panden onder de diensten DSO en DSB. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? 2. In antwoord op vraag 7 stelt het college: “Aangezien deze panden formeel geen maatschappelijke beleidsdoelen dienen van OCW behoren deze bedrijfsruimtes in de portefeuille van de dienst IDC.” Wat bedoelt het college in dit verband met “formeel” en wat betekent dit voor de waardering van de ateliers door het college? 3. Het Intern Dienstencentrum (IDC) heeft volgens Artikel 3.13 van de Organisatieregeling Gemeente Den Haag de volgende taken: Het Intern Dienstencentrum is verantwoordelijk voor de interne dienstverlening ten aanzien van uitvoerende taken op het gebied van: . financiële administratie, personele administratie, risicomanagement en verzekeringen; . facilitaire voorzieningen en huisvesting; . automatisering. Kan het college aangeven in hoeverre de ateliers in Clingendael bijdragen aan de interne dienstverlening van de gemeente Den Haag? 4. Kan het college aangeven in hoeverre alle overige panden in Clingendael bijdragen aan de interne dienstverlening van de gemeente Den Haag? 5.

Waarom worden de ateliers door het college “bedrijfsruimtes” genoemd?

6. In antwoord op vraag 13 stelt het college: “Dit betreft bedrijfsruimte met een tijdelijke verhuur.” Om welke adressen die niet zijn overgedragen gaat het hier? 7.

Waarom is sprake van tijdelijke verhuur en wat houdt dat in?

8. In hoeverre wijken de verhuurcontracten voor deze ateliers af van de gebruikelijke contracten voor ateliers? 9. In antwoord op vraag 15 stelt het college dat behalve de ateliers in Clingendael er geen andere ateliers en/of cultuurpanden zijn die zijn ondergebracht bij het IDC of bij andere diensten dan OCW. Waar zijn de ateliers/bedrijfsruimtes in Park Oosterbeek ondergebracht? 10. Op 1 januari 2013 heeft de overdracht van de IDC panden aan de Centrale Vastgoedorganisatie Den Haag (CVDH) plaatsgevonden. Zo is het bloot eigendom van de strategische kernvoorraadpanden alsmede het volledige eigenaarschap van alle overige IDC panden overgedragen. Dat betekent dat het IDC in de nieuwe situatie verantwoordelijk blijft voor het beheer en onderhoud van de strategische kernvoorraadpanden (stadhuis/bibliotheekcomplex, stadsdeelkantoor Leyweg en stadsdeelkantoren). Van alle overige panden is het volledige beheer en onderhoud overgedragen aan de CVDH. Is het juist dat de ateliers in Clingendael geen onderdeel vormen van de strategische kernvoorraadpanden? Zo nee, waarom niet? 11. Is het juist dat het beheer en onderhoud van de ateliers in Clingendael overgedragen zijn aan de Centrale Vastgoedorganisatie? Zo nee, waarom niet? 12. In de Nota Vastgoed van de gemeente Den Haag worden verschillende categorieën vastgoed genoemd. Onder welke categorie vallen de ateliers in Clingendael? 13.

Volgens de Nota Vastgoed worden de financiële transacties mbt het vastgoed geboekt in de geëigende begrotingsprogramma’s/-producten (labels) en worden de financiële resultaten van het vastgoed verantwoord in de gemeentelijke jaarrekening. Uitgangspunt is dat de lasten en baten opgenomen in de begroting gekoppeld blijven aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de gebruiksfunctie. In welk begrotingsprogramma worden de lasten en baten mbt de ateliers in Clingendael verantwoord en wie is bestuurlijk verantwoordelijk? 14. Is dit conform de regels van de Nota Vastgoed? Zo nee, waarom niet? 15. Het Landgoed Clingendael is in 1954 met al het aanwezige onroerend goed in bezit gekomen van de gemeente Den Haag. Al tientallen jaren zijn de genoemde ateliers in gebruik als atelier. Volgens de Nota Landgoederen Clingendael en Oosterbeek, onderdeel van de “Ontwikkelingsvisies - Beheerplannen Clingendael / Oosterbeek 2000-2009” (RIS023216) waren in 2000 de volgende panden in gebruik als atelier in Clingendael: Perceel Clingendael 13 Een pand dat vele bestemmingen heeft gekend. Oorspronkelijk gebouwd als schuur, later in gebruik als broedhuis, bollenschuur en woning. Sinds 1980 in gebruik als atelierruimte. Koetshuis De vroegere woonfunctie van een deel van het koetshuis is nog steeds actueel.

De ruimte voor de stalling van de koetsen is nu ingericht als atelierruimte voor enkele kunstenaars. Kan het college aangeven sinds wanneer de ateliers door kunstenaars in gebruik zijn en door de gemeente als zodanig worden verhuurd? 16. In de Managementrapportage Facilitaire Dienst d.d. 31 maart 2001 (Bijlage bij RIS8607) staat: “Op 3 april 1997 heeft de gemeenteraad de nota "Den Haag op weg naar herstel" vastgesteld en het bijbehorende budgettaire kader aanvaard. Als gevolg van planvoorstellen en beleidsuitgangspunten voor de parken Clingendael en Oosterbeek zal het beheer van panden in deze parken door de FAD worden gecontinueerd en niet worden verkocht. Het betreft panden met een beleggingswaarde van € 3.845 mln. (ƒ 8.495 mln.) en een jaarlijks voordelig exploitatiesaldo van € 248.672 (ƒ 548.000).”

Wat is de huidige beleggingswaarde en het huidige exploitatiesaldo van deze panden? 17. Gelden de genoemde beleidsuitgangspunten voor de parken Clingendael en Oosterbeek momenteel nog steeds? Zo nee, wanneer en hoe zijn deze gewijzigd? 18. In antwoord op vraag 11 stelt het college: “In bijlage 1 van deze notitie staat vermeld dat (ook) het voortbestaan van deze ateliers ter discussie staat met het oog op de uitbreidingsplannen van het Instituut Clingendael”. Deze bijlage stamt uit november 2005. Welke uitbreidingsplannen waren er toen voor Instituut Clingendael en wat is er terecht gekomen van deze plannen? 19. Vraag 21 luidde: “Is het college met mij van mening dat het aanhouden van ateliers voor kunstenaars nog steeds een belangrijk beleidsdoel steunt en verkoop niet aan de orde kan zijn?” Het antwoord van het college luidde: “Ja”. Kan het college bevestigen dat de ateliers in Clingendael in gebruik zijn door kunstenaars? 20. Zo ja, kan het college bevestigen dat verkoop van deze ateliers niet meer aan de orde is? Zo nee, waarom niet? 21. In antwoord op vraag 19 stelt het college: “In 2015 zijn 10 atelierruimtes aan de Duinstraat 55 gerealiseerd ter compensatie van het verlies van de ateliers aan de Scheldestraat.” Wat waren de kosten van het realiseren van deze atelierruimtes en op welke begrotingsprogramma’s zijn deze kosten verantwoord? 22.

In het Projectdocument Maasstraat en omgeving (RIS181993) d.d. 6 december 2011 staat: “De gemeente verzorgt de uitplaatsing van de huurders en de gebruikers van de gronden en opstallen, die de gemeente aan Haag Wonen ten behoeve van het bouwplan zal leveren en draagt de kosten ervan. Beide partijen spannen zich in om voor de huurders/gebruikers (kunstenaars en groothandel) tijdig geschikte vervangende huisvesting te vinden, onverminderd de verplichting van de gemeente om voor die uitplaatsing zorg te dragen.” Dit gaat o.a. over de huurders en gebruikers van het gesloopte atelierpand in de Scheldestraat 166. Zijn de kosten voor het realiseren van vervangende atelierruimte voor kunstenaars in de Duinstraat 55 ten laste gebracht van de grondexploitatie Maasstraat en e.o.? Zo nee, waarom niet?

Peter Bos Haagse Stadspartij

Mariëlle Vavier GroenLinks

Robert Barker Partij voor de Dieren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10719220/1