RIS310366 Beantwoording SV Onhoudbare overlast Spoorwijk
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
7 december 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van het raadslid mevrouw Davituliani, luidend: ‘Onhoudbare overlast Spoorwijk’
BSD/10208879 RIS310366
Het raadslid mevrouw Davituliani heeft op 19 oktober 2021 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de klachten van bewoners van onder meer de Rosseelstraat en Guido Gezellestraat betreffende de aanhoudende nachtelijke overlast van rondhangende jeugd?
2.
Is het college bekend met de signalen uit de buurt dat de overlast in dit gebied voor nachtelijke onrust zorgt en de bewoners vaak naar fatsoenlijke slaap snakken?
Ad 1 en 2 Het afgelopen half jaar zijn er vrijwel geen meldingen van overlast gedaan bij de politie. Recent is door een bewoner tijdens een bewonersavond wel aandacht gevraagd voor jeugdoverlast. Van deze omgeving is bekend dat de meldingsbereidheid heel laag is, terwijl het juist van groot belang is dat bewoners en ondernemers (anoniem) melden, zodat er gericht opgetreden kan worden. Politie en handhaving zijn alert op eventuele overlast. Sinds september 2021 is ook het jeugdwerk plus actief in Spoorwijk. 3.
Is het college tevens bekend met de afvaloverlast die veroorzaakt wordt door overvolle kliko’s voor de snackbar die wekenlang niet geleegd worden? Zo ja, is de betreffende ondernemer reeds aangesproken op dit gedrag?
Begin dit jaar hebben handhavers naar aanleiding van klachten over overlast de toenmalige eigenaar aangesproken op de overvolle containers. De snackbar op de Guido Gezellestraat heeft sinds kort een nieuwe eigenaar. Er zijn er sindsdien geen meldingen van dergelijke overlast meer gedaan. 4.
In beantwoording op de schriftelijke vragen van Hart voor Den Haag/Groep de Mos antwoordde het college op 17 november 2020 dat het flexibel cameratoezicht bijgedragen heeft aan het verbeteren van het beoogde doel en dat de rust wedergekeerd is. Hoeveel meldingen van nachtelijke (geluids)overlast in het gebied hebben politie en de gemeente geregistreerd na 1 november 2020? (RIS306561)
5.
Erkent het college dat het weghalen van de veiligheidscamera de vrees van de bewoners heeft bevestigd en de overlast weer teruggekeerd is? Zo nee, is het college bereid om met de bewoners in gesprek te gaan?
6.
Is het college bereid de veiligheidscamera in de hoek van Rosseelstraat en Guido Gezellestraat zospoedig mogelijk terug te laten hangen? Zo nee, waarom niet?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10208879
Ad 4 t/m 6 Sinds november 2020 vindt extra toezicht door handhaving en inzet vanuit de politie plaats. De jeugd die indertijd overlast veroorzaakte, heeft waarschuwingsbrieven ontvangen. Ook heeft de politie huisbezoeken afgelegd om met de betreffende jongeren en hun ouders in gesprek te gaan over hun gedrag. De wijkagent vervult in dit kader een actieve rol. Daarnaast houdt de politie regelmatig verkeersacties en controles in de omgeving. Flexibel (tijdelijk) cameratoezicht kan worden ingezet als onderdeel van een samenhangend pakket aan maatregelen. Belangrijk uitgangspunt voor de inzet van dit type cameratoezicht is dat het een sluitstuk is van een pakket aan maatregelen om de weerbaarheid van een buurt te herstellen en burgers te bewegen om een bijdrage aan de lokale veiligheid te leveren. Als de openbare orde is hersteld, vervalt de noodzaak voor de inzet van de flexibele camera en bepaalt de wet dat het cameratoezicht moet worden ingetrokken. Op dit moment wordt de mate van overlast actief gemonitord en vindt hierop waar nodig inzet plaats. Daarnaast wordt extra jongerenwerk ingezet vanuit het coronaherstelplan. Hierna zal worden bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn. 7.
In hoeverre is het college bekend met de zorgen en klachten van de bewoners betreffende de afwezigheid van de handhaving in Spoorwijk met name in de weekenden en in de avonduren?
8.
In hoeverre is het college bekend met de zorgen en klachten van bewoners van Spoorwijk en Laak omtrent de te weinig zichtbare handhaving in het algemeen? Kunt u aangeven welke maatregelen het college bereid is in te zetten om deze zorgen van de bewoners weg te nemen?
9.
Is het college bereid, gezien de ernst van de problematiek en de structurele afwezigheid van de handhaving, de surveillance uren voor Boa’s naar de weekenden en nachtelijke uren uit te breiden? Zo nee, waarom niet?
Ad. 7 t/m 9 Het handhavingsteam Laak bestaat uit 10 fte, waarbij in de weekenden wordt samengewerkt met het handhavingsteam van Leidschenveen/Ypenburg. De handhavers surveilleren zichtbaar in uniform en in burger. Het aantal handhavers, het werken in roosterdiensten en de grootte van het stadsdeel maken echter dat niet op elk moment van de dag op elke plek in het stadsdeel een handhaver zichtbaar aanwezig is. Over de inzet en prioritering van de handhavingscapaciteit wordt gesproken in het veiligheidsoverleg van stadsdeel Laak waarin het stadsdeel, de directie Veiligheid, de Handhavingsorganisatie en de politie zitting hebben. Het verschuiven van diensten naar nacht of het weekend zou mogelijk zijn, maar dat heeft direct effect op de inzet doordeweeks, omdat er rekening gehouden dient te worden met de arbeidstijdenwet (bijvoorbeeld minimale rusttijden na een nachtdienst). Het betekent concreet dat inzet in de nacht of in het weekend direct gevolgen heeft voor de andere gebieden en andere handhavingsprioriteiten in Laak. Het college vindt het daarom van belang om in het veiligheidsoverleg van stadsdeel Laak de afweging te maken van het nut en noodzaak van het verschuiven van diensten naar de nacht en in het weekend en daarbij rekening houdend met de mogelijke veiligheidsrisico’s voor de handhavers.
Handhaving zal uiteraard wel tijdens de reguliere diensttijden extra toezicht houden in de Rosseelstraat en Guido Gezellestraat en optreden tegen overtredingen en overlast wanneer zij dit constateren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2