CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310347 Bijlage

Commissie Samenleving 11 november 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken7.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022

Geweldscirkel doorbreken met nieuwe aanpak huiselijk geweld

TUSSENTIJDSE RAPPORTAGE JULI 2021

Inhoud 1. Inleiding

3

1.1 Totstandkoming regiovisie en nieuwe ontwikkelingen 1.2 De Beweging 1.3 Leeswijzer

3 4 5

2. Voortgang

6

2.1 Preventie 2.2 Vroegsignalering 2.3 Advies en melden 2.4 Monitoren 2.5 Ketensamenwerking 2.5 Interventies

6 8 9 11 12 15

3. Vervolg

18

3.1 Preventie 3.2 Vroegsignalering 3.3 Advies en melden 3.4 Monitoring 3.5 Ketensamenwerking 3.6 Interventies

18 18 18 18 19 19

2

1. Inleiding Voor u ligt de tussentijdse rapportage van het uitvoeringsprogramma van de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden 2019-2022 ‘Geweldscirkel doorbreken met nieuwe aanpak huiselijk geweld’ (hierna regiovisie). In de regiovisie benoemden gemeenten en ketenpartners gezamenlijke resultaten die ze de komende vier jaren wilden bereiken en ontwikkelopgaven in de ketenaanpak- preventie, vroegsignalering, advies en melding, interventie, monitoring – en ketensamenwerking. In deze tussentijdse rapportage geven we aan waar we nu - na twee jaar - staan. In dit hoofdstuk blikken we eerst terug op de totstandkoming van de regiovisie en schetsen we nieuwe ontwikkelingen die hernieuwde focus geven voor de aanpak huiselijk geweld. Tenslotte gaan we kort in op de beweging van de aanpak huiselijk geweld die we met de regiovisie willen bereiken en lichten we in de leeswijzer de methode van deze rapportage toe.

1.1 Totstandkoming regiovisie en nieuwe ontwikkelingen In navolging op de eerste Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling, ‘Een Veilig Thuis’ 2015-2018 is, in een samenwerking van gemeenten en ketenpartners, samen met een groot aantal betrokkenen en ketenpartners, de Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022 ‘Geweldscirkel doorbreken met nieuwe aanpak huiselijk geweld’ tot stand gekomen.

De doelstelling van de regiovisie luidt: In de regio Haaglanden wordt huiselijk geweld zoveel mogelijk voorkomen, zo snel mogelijk herkend, erkend en behandeld, waardoor de veiligheid duurzaam wordt geborgd. De focus ligt op preventie, het aanpakken van de oorzaken van geweld en de risicofactoren om zo het geweld duurzaam te stoppen. Partnerschap in samenwerking is een belangrijke voorwaarde voor een effectieve aanpak.

In april 2019 stelden de colleges van centrumgemeenten Delft en Den Haag de concept Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022 vast. Na vaststelling zijn zienswijzen opgehaald in de colleges van de regiogemeenten en bij advies- en cliëntenraden sociaal domein. In juli 2019 is de regiovisie door de centrumgemeenten aangeboden aan de gemeenteraden van centrumgemeenten Delft en Den Haag, die de regiovisie vaststelden. De zienswijzen gaven geen aanleiding tot aanpassingen in de regiovisie zelf, maar wel goede aandachtspunten voor de verdere invulling van het uitvoeringsprogramma van de regiovisie, zoals een transparant vervolgproces en verzoeken om meer betrokkenheid bij de besluitvorming en/of uitvoering om de inhoudelijke opgaven te realiseren, maar ook om de inzet en kosten goed te kunnen monitoren. De programmamanagers van het uitvoeringsprogramma Regiovisie Huiselijk Geweld hebben deze aandachtspunten meegenomen bij het verder uitwerken van de ontwikkelopgaven.

Verwey-Jonker Instituut Ook de nieuwe relevante ontwikkelingen en inzichten nemen we in het uitvoeringsprogramma mee. Bijvoorbeeld door kennis en ervaring vanuit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. In het najaar van 2020 verscheen bijvoorbeeld het onderzoeksrapport ‘Kwestie van een lange adem: kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen?’ van het Verwey-Jonker Instituut (VJI). Mede in opdracht van de gemeente Den Haag1 volgde het 1 Onderzoek was in opdracht van de G4-gemeenten, het ministerie van VWS en Augeo Foundation

3

VJI anderhalf jaar lang gezinnen met kinderen waar partnergeweld of kindermishandeling in 13 Veilig Thuisregio’s. Om de impact en aanpak van huiselijk geweld te volgen en hierover te adviseren. Een aantal gemeenten heeft medio november 2020 haar raad hierover op hoofdlijnen geïnformeerd. Een belangrijke conclusie van het VJI-onderzoek was dat er bij de geholpen en gevolgde gezinnen een duidelijke afname was van huiselijk geweld en kindermishandeling én dat ouders en kinderen over het algemeen tevreden zijn met de hulp die zij geboden krijgen. Het onderzoek toonde daarnaast aan dat er nog veel werk aan de winkel is en dat structureel blijven investeren in de aanpak van huiselijk geweld komende jaren nodig is. De aanpak is en blijft een kwestie van een lange adem. De conclusies en adviezen van het Verwey-Jonker Instituut sluiten bij de focus van onze regiovisie: 1. Het realiseren van duurzame veiligheid staat steeds voorop; 2. We willen meer en gerichter inzetten op preventie: inzetten op risicofactoren ter voorkoming van geweld en gericht op risicogroepen; 3. Gerichter inzetten op de aanpak van de oorzaken van geweld, onder meer met de gefaseerde ketenzorg. 4. Partnerschap in samenwerking: de aanpak huiselijk geweld is niet van één partij en met name bij de complexe casuïstiek vraagt dat intensieve, organisatie overstijgende vormen van samenwerking.

1.2 De Beweging Huiselijk geweld is een wicked problem: een taai en lastig probleem én complex, want met verschillende ideeën over zowel het probleem als de oplossing. Iedereen vindt er iets van en heeft wensen en ideeën. Wij willen dat we ons, vanuit al die invalshoeken, gezamenlijk inzetten. Want hoe je met elkaar naar de problematiek kijkt, samen aan oplossingen werkt en de betrokkenheid die je voelt, bepaalt het gezamenlijke succes. In de gehele keten van de aanpak van huiselijk geweld is veel inzet om huiselijk geweld terug te dringen. Veel organisaties werken aan de aanpak, elk vanuit een eigen expertise. Het uitvoeringsprogramma Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld is een plus op de reguliere inzet van gemeenten en ketenpartners, zorgt voor (nog meer) verbinding in de keten en laat zien wat werkt en aanstekelijke energie opwekt. Vanuit het uitvoeringsprogramma van de regiovisie willen we die beweging van de nieuwe aanpak huiselijk geweld op gang brengen.

Met de beweging bedoelen we: Doelgericht onze focus richten op datgene wat werkt en inspireert - daden, organisaties, professionals en betrokkenen. Met als doel samen niet alleen resultaten te behalen maar ook onze successen te vieren. Dat wij leren van wat wij doen, herhalen en vergroten wat goed gaat en die inzet nalaten die niet bijdraagt aan de toename van welzijn van onze inwoners, de effectiviteit van onze hulp en het stoppen van geweld.

4

1.3 Leeswijzer In deze tussentijdse rapportage rapporteren we aan de hand van de stoplichtenmethode. In één oogopslag maken we zichtbaar wat de voortgang is van de resultaten, zoals beschreven in de regiovisie. We zijn nu halverwege de uitvoering van de regiovisie, de kleur van de stoplichten geeft de inzet weer van het programma om de resultaten te behalen. Per ontwikkelopgave in de ketenaanpak (preventie, vroegsignalering, advies en melding, monitoring, ketensamenwerking, en interventies) wordt de voortgang en de inzet op de resultaten op de volgende manier weergegeven: Voorspoedige voortgang. Dit prestatieniveau zal worden doorgezet. Actie en inzet voldoende. Er zijn aandachtspunten te benoemen voor de komende jaren. Inzet nodig en knelpunten actief aanpakken.

Ieder resultaat wordt nader toegelicht en met voorbeelden wordt aangegeven wat er de afgelopen twee jaar bereikt is. Daarnaast wordt door middel van verhalen uit de praktijk inkleuring geven aan de voortgang en de inzet om de doelen uit de regiovisie te behalen. De uitkomsten van het Verwey-Jonker Instituut geven een nadere focus voor de uitvoering van de ontwikkelopgaven uit de regiovisie. We sluiten elk hoofdstuk af met een korte reflectie op de adviezen van het Verwey-Jonker Instituut.

5

2. Voortgang Per ontwikkelopgaven geven we een toelichting op de behaalde resultaten aan de hand van de stoplichtenmethode. De beoogde resultaten zijn vastgelegd in de regiovisie. Daarnaast geven we per ontwikkelopgave voorbeelden van acties die zijn uitgevoerd om de resultaten te behalen.

2.1 Preventie Met de ontwikkelopgaven preventie willen we huiselijk geweld voorkomen. Stoplichtenrapportage Preventie 1. De samenleving weet en erkent dat huiselijk geweld niet normaal is. Het taboe wordt doorbroken en is onderwerp van gesprek in het onderwijs, bij welzijnsorganisaties, de huisarts, bij de jeugdgezondheidszorg etc. Door het beschikbaar stellen van communicatiemiddelen en het inzetten van campagnes gericht op de inwoners en op professionals, vergroten we bewustwording. Blijvende inzet hierop is noodzakelijk. 2. Kinderen, jongeren en volwassenen zijn zich bewust van wat acceptabel is, hoe daarin te handelen en bij wie ze terecht kunnen voor steun. We maken materiaal voor kinderen en jongeren om al dan niet spelenderwijs kennis en vaardigheden op te doen. Aandachtspunt is om het integreren van kennis en middelen in het onderwijsaanbod mogelijk te maken door in gesprek te gaan met de onderwijspartners. 3. Professionals en vrijwilligers kennen de risicofactoren van huiselijk geweld bij specifieke omstandigheden en de risicogroepen. Zij gebruiken deze kennis bij preventie, vroegsignalering en interventies. We gaan de verbinding tussen vrijwilligers en professionals verbeteren.

Ook de kennis over specifieke vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals schadelijke praktijken, moet worden verbreed en sommige groepen professionals en vrijwilligers willen we beter bereiken, zoals wooncorporaties.

Toelichting en voorbeelden • Op bijzondere wijze is invulling gegeven aan de week tegen geweld/week tegen kindermishandeling. In samenwerking met vrouwenorganisaties zoals de Soroptimisten en de gemeenten kleurden we de regio oranje tijdens Orange the World en hielden we, evenals de week ervoor op de Lotgenotendag, een positief ontvangen inspirerende online bijeenkomst. • We hebben een spel en boekjes gelanceerd om kinderen bewust te maken van kinderrechten en kindermishandeling om hen aan te zetten te praten over moeilijke situaties. Daarnaast haalden we de landelijke pers met onze acties op de scholen waar het ontwikkelde kinderrechten kwartet gespeeld werd in de klassen. Dit als onderdeel van een jarenlang traject om scholen te ondersteunen bij het signaleren van en handelen bij kindermishandeling. • We ontwikkelden lespakketten voor het basisonderwijs die middelen en informatie bevatten die de leerkrachten kunnen gebruiken wanneer ze kindermishandeling bespreekbaar maken in de klas. • In 2019 is er minstens 50 keer per jaar Confrontatietheater ingezet op de mbo-scholen over schadelijke praktijken. Ook hielden we #MeToo bijeenkomsten om hen bewust te maken van seksueel overschrijdend gedrag en hen weerbaar te maken. In de coronaperiode kon dit niet altijd doorgang vinden. Wanneer de coronamaatregelen afgeschaald worden zal dit weer opgepakt worden.

• We trainden in 2019 en 2020 555 professionals en vrijwilligers in de regio Haaglanden – van de kinderopvang, de Wmo-wijkteams, sportverenigingen of jeugdteams – via e-learnings om hun kennis en handelingsvaardigheden op alle onderwerpen en typen van geweld te verbeteren. Meer beroepsgroepen zullen gestimuleerd worden dit op te pakken.

6

Voorbeeldproject Preventie Spelenderwijs leren Hoe leg je een kind uit wat kindermishandeling is? Hoe ga je in gesprek over dit onderwerp in de klas? Op de Basisschool Cosmicus in Den Haag gaat meester Emin Bas handig het gesprek aan met zijn groep acht. Meester Emin gebruikt daarbij het kwartetspel Superheld. GGD Haaglanden ontwikkelde dit spel speciaal voor kinderen. Een week later speelt de klas weer een potje kwartet. Na afloop vraagt meester: “Jullie spelen leuk, maar letten jullie ook op de inhoud van de kaartjes?” Leerling Roisin roept: “Er stond op een kaart dat zijn kleren te klein waren.” Meester Emin: “En wat heeft dat te maken met kindermishandeling?” “Nou dat hij geen nieuwe kleren heeft en dat hij het dan koud krijgt. Dat is een soort van kindermishandeling.” antwoordt Roisin. “Welke kaart maakte het meeste indruk?” vraagt meester Emin aan de klas. Leerling Sudenur zegt: “Het kaartje met ‘blijf van me af!’” Meester Emin: “En wat is de belangrijkste boodschap van het spel?” “Dat het nooit de schuld van het kind is.” zegt leerling Mehlika. Meester Emin vertelt buiten het lokaal dat vooral het bijbehorende verhaal van het jongetje dat zelf werd mishandeld “heel veel indruk maakte” op zijn groep. Een waardevolle methode voor docenten in het lespakket kindermishandeling.

7

2.2 Vroegsignalering De ontwikkelopgave vroegsignalering richt zich op het vroegtijdig ontdekken van en adequaat reageren op huiselijk geweld wanneer dit zich voordoet. Stoplichtenrapportage Vroegsignalering 1. Naasten, betrokkenen en omstanders van huiselijk geweld weten wat ze zelf kunnen doen, met welke instanties en professionals ze zorgen kunnen delen en wanneer ze wat moeten melden. Burgers, professionals, sleutelpersonen en vrijwilligers van zelforganisaties zijn ondersteund en geïnformeerd over hoe zij risico’s en signalen van huiselijk geweld op kunnen merken en hoe ze daarmee om moeten gaan. Gedurende corona was er extra en aangepaste inzet hierop. De informatie hierover deelden we via een wekelijkse online nieuwsbrief, via de websites Veilig Thuis Haaglanden en Meldcode Haaglanden en via de Facebook- en Whatsappgroepen van sleutelpersonen en zelforganisaties die ook voor persoonlijk contact en steun zorgden. Afgelopen jaren was er veel media-aandacht vanuit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Aandachtspunt is die aandacht vast weten te houden, omdat het landelijk programma-en daarmee de communicatiecampagnes- in 2021 aflopen. 2. Vrijwilligers en professionals zijn bekwaam om te signaleren en om met signalen rond huiselijk geweld om te gaan. Zij kunnen deze bespreken en vervolgstappen nemen als dat nodig is.

Dit is een continu proces waar veel inzet op is gepleegd en blijft. Er zijn (naast de bij preventie genoemde e-learnings) bijeenkomsten Meldcode georganiseerd voor alle beroepsgroepen samen met GR partner en centrale speler in de aanpak, Veilig Thuis. Aandachtspunt voor komende tijd is verbeteren van de samenwerking van vrijwilligers en professionals in de vroegsignalering. 3. Kennis, kunde en vaardigheden van professionals en vrijwilligers wordt blijvend versterkt. Doorlopend zijn er trainingen gespreksvaardigheden, themabijeenkomsten, workshops en webinars georganiseerd; ook op aanvraag. We vertalen landelijke onderzoeken en evaluaties naar onze regionale situatie of geven zelf opdrachten daartoe. Hierbij zetten we naast gespecialiseerde onderzoeksbureaus ook graag studenten in van diverse opleidingen, zoals de minor kindermishandeling van UvL, Bestuurskundestudenten, Inholland/Haagse Hogeschool, Criminologie. Hiermee borgen we in de initiële opleidingen het onderwerp huiselijk geweld, bieden de studenten de mogelijkheden een interessant studiedeel te volbrengen en ons aan extra inzet te helpen bij de activiteiten. 4. De aangescherpte meldcode is geïmplementeerd en wordt gebruikt. Vrijwilligers en professionals weten waar en wanneer ze wat kunnen melden. Voorspoedige voortgang.

Alle eerder genoemde inzet heeft geleid tot een brede basis voor het gebruik van de aangescherpte meldcode. 5. De gehele keten (formeel, informeel, regionaal, lokaal) ondersteunt Veilig Thuis Haaglanden in haar radarfunctie. Nog niet alle professionals melden bij Veilig Thuis voor radarfunctie. Het melden voor de radarfunctie terwijl je zelf aan de slag gaat is nog geen automatisme. 6. Gemiddeld wordt geweld sneller voor de eerste keer gemeld bij Veilig Thuis Haaglanden. Dit wordt komende jaren onderzocht. We gebruiken hiervoor data die VTH sinds 2019 registreert.

8

Voorbeeldproject Vroegsignalering Na het organiseren van toneelvoorstellingen waarin overbelaste mantelzorg centraal stond, kreeg de organisatie een hartverwarmende reactie: Beste GGD en theatermakers, Wat heb ik genoten van de digitale theatervoorstellingen! Het was een mooie vervanging voor de Mantelzorgdag 2020, die we helaas in Leidschendam-Voorburg moesten missen. Dat was de laatste jaren echt een feestdag. Als mantelzorger van 82 jaar, met de zorg voor mijn man die de ziekte van Parkinson heeft, zag ik in beide stukken zoveel herkenningspunten, dilemma’s, ontroerende momenten en het slot, dat ook zo hartverwarmend was. Ik heb er zelf ook weer extra moed door gekregen! Heel hartelijk dank! Mevrouw ontving een bos bloemen voor haar jarenlange zorg.

Verwey-Jonker Instituut en ontwikkelopgaven Preventie en Vroegsignalering Uit het VJI-0nderzoek blijkt dat potentiële slachtoffers gebaat zijn bij een persoonlijke band, het gevoel respectvol bejegend en serieus genomen te worden en een luisterend oor. Dit bevorderen wij door middel van de inzet van sleutelpersonen, vrijwilligers van zelforganisaties en onze scholing van professionals op zowel risicofactoren als op handelingsbekwaamheid (gespreksvaardigheden!) voor de verschillende risicodoelgroepen. We mogen concluderen dat dit door VJI benoemde werkzame element onderdeel is van onze aanpak preventie en vroegsignalering.

2.3 Advies en melden Belangrijke ketenpartner en spin in het web in de ontwikkelopgave “Advies en melden” is Veilig Thuis Haaglanden (VTH). Daarnaast zijn ook de organisaties uit sectoren waar professionals verplicht zijn de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te volgen2, zoals de lokale teams van gemeenten, belangrijk. Volgens de meldcode maken zij (op basis van sectorgebonden afwegingskaders) de afweging advies te vragen of te melden bij VTH. Wanneer een vermoeden van huiselijk geweld is bevestigd, stelt VTH in overleg met alle betrokken veiligheidsvoorwaarden voor een veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan. Om dit alles effectief en efficiënt te doen is naast kennis van geweld(srisicofactoren) ook goede en duidelijke afstemming met alle betrokkenen van belang.

2 Per 1 januari 2019 is het volgens de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling voor professionals in een aantal sectoren de norm om melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute en structurele onveiligheid. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Zie https://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/huiselijk-geweld/meldcode

9

Stoplichtenrapportage Advies en melding 1. De verschillende beroepsgroepen passen hun afwegingskader meldcode effectief toe, zodat Veilig Thuis Haaglanden alleen de meldingen krijgt die daar horen. Sinds de aanscherping van de wet Meldcode zijn er tal van bijeenkomsten en e-learnings georganiseerd opdat professionals het afwegingskader van hun beroepssector kunnen toepassen (zie ook Vroegsignalering). De meeste meldingen bij VTH komen van de politie. Afgelopen jaren zijn er landelijk én regionaal verbeterslagen doorgevoerd voor deze meldingen, waardoor er minder meldingen van de politie bij VTH komen die daar niet horen. Aandachtspunt is het blijvend onder de aandacht brengen van de meldcode bij de gehele keten. 2. Er zijn evidence based instrumenten, expertise en capaciteit beschikbaar voor het lokale veld om, samen met Veilig Thuis Haaglanden, de doelgroep die niet open staat voor hulp, te motiveren om toch hulp te aanvaarden. Zowel regionaal als lokaal worden evidence en practice based instrumenten en expertise toegepast, maar deze zijn nog onvoldoende geïnventariseerd en gedeeld. Komende jaren zal dit gebeuren en zullen we hierop leersessies organiseren. Aandachtspunt hierbij is (het sociale netwerk van) de cliënt zelf hierbij te betrekken. 3.

Er is duidelijke afstemming tussen lokale teams, Veilig Thuis Haaglanden en andere ketenpartners over het inzetten van hulp en ondersteuning bij signalen van huiselijk geweld. De samenwerkingsafspraken tussen de lokale teams en VTH zijn geactualiseerd en worden de komende periode verder geïmplementeerd. De inzet is om, indien het noodzakelijk is om hulpverlening op te starten, sneller gezamenlijk op te trekken. Aandachtspunt hierin zijn de werkvoorraden en de personele capaciteit bij zowel de lokale teams als VTH. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om direct gezamenlijk op te trekken.

Toelichting en voorbeelden Afgelopen jaren heeft de regio en Veilig Thuis Haaglanden stevig geïnvesteerd in: • Het verder versterken en op orde komen van VTH. Dat zien we ook terug. Ondanks de hoge instroomcijfers, nemen de wachtlijstcijfers verder af. • Het versterken van de kennis en positie van VTH als expertisecentrum in de regio. Er is ook geïnvesteerd in de samenwerking via training en scholing voor professionals en samenwerkingspilots: • In 2020 zijn vanuit de regiovisie (boven op interne inzet vanuit de eigen organisaties) 293 professionals van 158 organisaties uit 5 beroepsclusters getraind in de aanscherping van de meldcode. • Met alle lokale teams in Haaglanden zijn bijeenkomsten georganiseerd over de aangescherpte meldcode en het nieuwe handelingsprotocol van VTH en de betekenis hiervan voor lokale teams. • Steeds vaker werken medewerkers van VTH op locatie van lokale teams waardoor het netwerk verbetert en er kortere lijnen ontstaan. Vanwege de coronamaatregelen wordt hier sinds maart 2020 op alternatieve wijze invulling aan gegeven. • Met financiële middelen vanuit het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT), is in 2020 een pilot gedraaid op twee politiebureaus in Den Haag. Er is daarbij geëxperimenteerd met het anders en vroegtijdige afstemmen tussen straf en zorg rondom meldingen van huiselijk geweld.

• Er is geïnvesteerd op de samenwerking tussen VTH en het lokale veld, zowel op het verhelderen van wederzijdse verwachtingen en de herijking van de regionale samenwerkingsafspraken. Daarnaast ontstond er meer zicht op ontwikkelingen en wijze van samenwerking in zorg en veiligheid/straf.

10

2.4 Monitoren Monitoring omvat zowel het volgen van een casus als het volgen van de samenwerking in de keten om te zien of het resultaat wordt behaald en waar nodig de aanpak en samenwerking bij te sturen. Stoplichtenrapportage Monitoring 1. Ketenpartners hebben zicht op de impact van de inzet van maatregelen en aanpakken van betrokken organisaties, professionals en overheden. Voor de keten is een monitoringsysteem ontwikkeld, getest en ingevoerd. GHNT heeft de landelijke Impactmonitor3 opgeleverd, maar die levert slechts globaal zicht op de impact van inzet en aanpak. Voor regionaal zicht op inzet is in 2020 de VTH-monitor ontwikkeld. Omdat de VTH-monitor nog niet gebruiksklaar is, kunnen we er nog niet mee aan de slag. De komende jaren is dit een prioriteit. 2. Informatie vanuit de radar- en monitorfunctie wordt omgezet in kennis om ketensamenwerking te verbeteren (proces en efficiëntie) én om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van de maatregelen voor risicosituaties en risicodoelgroepen. Informatie uit de Impactmonitor en VTH-monitor is beschikbaar, maar nog niet altijd omgezet in bruikbare kennis voor verbetering van de regionale ketensamenwerking en inzet maatregelen. Ook dit heeft de komende jaren prioriteit.

Toelichting en voorbeelden • GHNT heeft de Impactmonitor opgeleverd. De VNG gaat samen met de GHNT-onderzoekscommissie na hoe gemeenten gefaciliteerd kunnen worden bij het omzetten alle informatie uit deze monitor naar praktische en bruikbare kennis voor het bijsturen van de aanpak. • We volgen en sluiten goed aan bij kennisontwikkeling en praktische adviezen c.q. handreikingen van relevante onderzoeksinstituten, zoals het VJI-instituut en (actie)programma’s en -agenda’s van het rijk, zoals ‘Geweld hoort nergens thuis’ of ‘Schadelijke praktijken’. • De VTH-monitor, die naar verwachting na de zomer van 2021 gebruiksklaar is, biedt inzicht in de ketenaanpak waarmee we als ketenpartners onze inzet kunnen (bij)sturen. De VTH-monitor geeft antwoord op vragen zoals: waar komen de meeste/minste meldingen en adviesvragen vandaan, welke organisaties zetten zorg of steun in na een melding, waar zien we hermeldingen van hetzelfde gezin of personen. Medio 2020 zijn alle raadsleden van de regio Haaglanden door de GR GGD en VTH uitgenodigd voor (digitale) informatiebijeenkomsten, waarin ook deze VTH-monitor is toegelicht.

• Volgende stap is daadwerkelijk in de praktijk gebruik maken van de VTH-monitor en andere relevante kennis om inzicht te krijgen in onze ketenaanpak en bij te kunnen sturen • Doordat organisaties verschillende ICT-systemen gebruiken, is monitoring van de ketensamenwerking lastig. Professionals ervaren belemmeringen in de huidige privacywetgeving. Afgelopen jaren hebben we geoefend met anonieme gegevensuitwisseling bij de MDA++ pilot. In deze en andere samenwerkingspilots zijn professionals ook geïnformeerd over de (on)mogelijkheden over informatie-uitwisseling. Landelijke gerenommeerde juristen op het vlak van HGKM adviseerden ons daarbij. • Om goed te monitoren en bij te sturen gebruiken we niet alleen informatie uit systemen en onderzoeken, maar organiseren we ook bijeenkomsten en gesprekken met relevante betrokkenen over wat al die informatie ons zegt: 3 https://vng.nl/artikelen/impactmonitor-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling

11

(organisaties van) professionals, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen. Komende jaren willen we meer inzetten op nog meer leren van elkaar.

2.5 Ketensamenwerking Ketensamenwerking is (samen) werken aan het bereiken van een gezamenlijk doel: het duurzaam stoppen van huiselijk geweld. Elke organisatie in de keten huiselijk geweld vormt een belangrijke schakel, waarbij VTH vanuit haar advies- en meldfunctie, een spin in het web is. Er zijn verschillende ketensamenwerkingen afhankelijk van de problematiek, zoals werken in de keten van ouderenmishandeling, meisjesbesnijdenis of kindermishandeling. Stoplichtenrapportage Ketensamenwerking 1. Veilig Thuis Haaglanden is een erkend en goed toegerust expertisecentrum voor de aanpak van huiselijk geweld. Andere organisaties in de keten maken gebruik van de expertise van Veilig Thuis Haaglanden. VTH heeft afgelopen jaren stevig geïnvesteerd hierin, gesteund door de extra middelen, met een positief resultaat. 2. Het is duidelijk aan welke basisvoorwaarden (rollen, taken en verantwoordelijkheden) de lokale teams moeten voldoen in de samenwerking met Veilig Thuis Haaglanden. De basis is op orde, zowel lokaal als regionaal. Daarbij gaat het specifiek om de verantwoordelijkheidsverdeling. Er is afgelopen jaren, na de wetswijziging van de meldcode HGKM, veel gebeurd. We zijn er nog niet, verder werken volgens dit (hoge) prestatieniveau is noodzakelijk. Dan kunnen we ons voorbereiden op toekomstige uitdagingen, zoals het nieuwe Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. 3.

De ketensamenwerking tussen zorg en veiligheid is zodanig gerealiseerd dat zo dicht mogelijk op een incident én zo kort mogelijk nadat het incident heeft plaatsgevonden, geïntervenieerd kan worden. Afgelopen jaren hebben we via allerlei pilots al werkenderwijs veel geleerd. Deze kennis moet soms nog beter samengebracht en breder gedeeld worden. Door krapte op de arbeidsmarkt en soms capaciteitstekort bij zowel zorgals strafpartners is het soms moeilijk om extra inzet te creëren.

Toelichting en voorbeelden • Afgelopen jaren hebben we als regio stevig geïnvesteerd in de basis op orde bij VTH en nu gaan we door met verder versterken. Dat geldt ook voor het versterken van de kennis en positie van VTH als expertisecentrum in de regio. Door de extra middelen vanuit het rijk -na lobby VNG en G4- is verdere investering in VTH in de toekomst mogelijk. • De wetswijziging van de Wet meldcode (aangescherpte meldcode) in 2019 zorgde ervoor dat professionals uit sectoren4 die verplicht zijn de meldcode te gebruiken anders moesten gaan werken. Daarvoor heeft VTH samen met de GGD tal van bijeenkomsten georganiseerd voor en met deze professionals. Door de wetswijziging moest VTH ook allerlei samenwerkingsafspraken herijken. Zo kwamen er bijvoorbeeld nieuwe regionale samenwerkingsafspraken van VTH met het lokale veld in 2020. Er is dus hard gewerkt om weer aan alle professionals duidelijk te maken bij wie en hoe ze advies kunnen vragen en wanneer ze moeten melden bij Veilig Thuis. Door alle gezamenlijke inzet hierop hebben de ketenpartners elkaar ook beter leren kennen en zijn er kortere lijntjes om mogelijke slachtoffers zo snel mogelijk te helpen. • GHNT ontwikkelde voor die wetswijziging in 2019 ook een kwaliteitskader voor de lokale teams van gemeenten. Het lokale veld is niet alleen nu, maar ook in de toekomst een belangrijke speler in de aanpak.

We ondersteunen 4 Sectoren - Meldcode Haaglanden

12

het lokale veld om te komen tot de gestelde (landelijke) kwaliteitsstandaard in de aanpak van huiselijk geweld. Dit doen we ook met het oog op de toekomstige kind en gezinsbescherming5. We faciliteren het lokale veld onder andere met (meldcode)trainingen en creëren een lerende regio, om zo de netwerksamenwerking te versterken. Hierbij verbinden we de gemeenten in Haaglanden aan elkaar als lerende organisaties. • Binnen het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is het voorstel dat gezinnen/huishoudens (0-100 jaar) een vast aanspreekpunt vanuit het lokale team voor alle gezinsleden krijgen. Deze blijft gedurende de hele periode van hulpverlening bij het gezin betrokken en voegt waar nodig expertise toe. Gezinnen hoeven dus niet opnieuw hun verhaal te doen en er vindt geen onnodig tijdverlies plaats. Het lokale team trekt indien nodig samen op met een professional uit het op te richten regionale veiligheidsteam. In het Regionaal Veiligheidsteam zijn functies van de Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming samengebracht. Dit team heeft de expertise op veiligheidsvraagstukken. • Afgelopen jaren hebben onze professionals via pilots zoals ‘Beter samenspel’, ‘Veiligheid voorop’ of ‘MDA++’ in de praktijk ervaring opgedaan met wat wel en wat niet werkt voor een betere samenwerking.

Dit alles met het doel samen kwetsbare gezinnen beter te kunnen ondersteunen en helpen. Bij deze pilots werken professionals van lokale teams, Veilig Thuis, politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbeschermingsorganisaties/gecertificeerde instellingen, en Reclassering samen. Door te focussen op wat in de praktijk nodig blijkt om beter en soms eerder samen te werk(en) leren ze van elkaar. Via de pilots leren ze waar ze elkaar kunnen versterken en leren ze te reflecteren op de eigen en gezamenlijke werkwijzen en aanpakken. Door werkenderwijs in de praktijk door de bril van de ander en ook de bril van cliënten te bekijken en samen naar oplossingen te zoeken. Voor meer toelichting over MDA++, zie paragraaf 2.5.

Voorbeeldprojecten Monitoring en Ketensamenwerking Moeder voelt zich geholpen door MDA++ team Volgens het Verwey Jonker Instituut is het van belang directe veiligheid te creëren. Dat dit een uitdaging is, blijkt uit de opmerking van een teamlid bij het beoordelen van de veiligheidsschaal van een casus die al twee jaar loopt bij MDA++ en waarbij er ondanks alle ingezette hulpverlening nog steeds escalaties zijn: “Er zijn wel hele kleine stapjes gezet, maar over de hele linie is er eigenlijk weinig vooruitgang geboekt.” Dat de aanpak van MDA++ echt wél bijdraagt -ook al hebben onze professionals dat niet altijd gelijk doorgeeft deze moeder aan: “Ik ging vroeger met hartkramp naar het werk en ging met hartkramp weer terug naar huis. Dat is nu veel minder.” In deze situatie was namelijk de directe veiligheid er niet altijd, maar wel vaker dan eerst gerealiseerd en was er veel minder geweld tussen vader en zoon. Bovenstaand verhaal leert ons dat monitoren en evalueren van wat wel en niet goed gaat, vanuit verschillende perspectieven verschillende betekenissen kan hebben. Wat voor de één klein lijkt, is voor de ander een grote stap. Spijkers met koppen slaan Door een vrijspraak van een verdachte verviel het recht om te wonen op basis van indicatie forensische zorg (IFZO) bij een locatie van Middin. Hij stond op straat.

Reclassering drong nog aan bij het OM voor een 5 https://vng.nl/nieuws/toekomstscenario-kind-en-gezinsbescherming

13

woning, maar dit mocht niet baten. Tijdens een MDA++ bijeenkomst legden het kernteam en de uitgenodigde partners (o.a. twee wijkagenten) meerdere signalen naast elkaar en deelden de grootste zorgen. Het leek de partners mogelijk om maatregelen te eisen, die van toepassing zijn voor veelplegers, zoals een zorgwoning. Echter, de politie kon zelf de inschatting niet maken, maar het OM zat toen niet aan tafel bij de MDA++ bijeenkomst. Dat betekende dat pas een week later na overleg tussen politie en OM duidelijk was of het plan haalbaar was en er tijdens het overleg geen spijkers met koppen geslagen konden worden en iedereen ontevreden vertrok. Een duidelijk leerpunt. In de MDA++ pilot leerden we dat naast zorgpartners en strafpartners als politie het ook belangrijk is dat het OM aan tafel zit. Als je wel met alle juiste partners aan tafel zit, wat sindsdien gelukkig eerder regel dan uitzondering is, zie je de meerwaarde van samenloop straf en zorg in MDA++. Zoals een teamlid van MDA++ zei: “Wat ik zelf heel erg merk is dat de samenwerking tussen verschillende organisaties steeds beter verloopt. […] Lijntjes worden korter, omdat ze elkaar natuurlijk ook zien. En ze weten elkaar ook makkelijker te vinden buiten MDA++ om.” Kijken door de bril van de ander In een casus, die al een jaar in MDA++ draait, was een zoon ernstig bedreigend voor zijn vader en moeder (wonen gescheiden).

Momenteel zit de zoon weer een straf uit. De woningbouw wil vader verplichten te verhuizen, omdat zijn buren zich zwaar bedreigd voelen door zijn zoon. Tijdens het overleg blijkt dat er mogelijk voldoende is om hem bij een volgend delict (diefstal of geweld) langere tijd vast te houden en te verplichten tot hulpverlening. Een gezamenlijk plan ontstaat. Door overleg binnen MDA++ heeft het OM het contactverbod van de zoon eerder op met als voorwaarde dat hij zich aan de opgelegde gedragsregels houdt. Hierdoor stopt zijn dreigingsterreur en hoeft vader niet te verhuizen. De gedragsregels zijn door het OM samen met het gehele gezin opgesteld, op advies van de zorgpartners. Door zorg en straf samen aan tafel te hebben met gezinsleden, leren betrokkenen kijken door de bril van de ander en komen ze gezamenlijk tot soms simpele, praktische oplossingen.

Verwey-Jonker Instituut en ontwikkelopgaven advies en melden, monitoring en ketensamenwerking Het VJI-onderzoek wijst ons erop dat zorgvuldige screening en integrale samenwerking nodig is voor maatwerk in de aanpak. Via scholing en training over (het gebruik van) de meldcode, de versterking van VTH als expertisecentrum en het tijdens bijeenkomsten beter leren kennen van elkaar(s werkwijze) is de screening en integrale samenwerking afgelopen jaren verbeterd. Door werkenderwijs in de praktijk -in verschillende pilots- beter door de bril van de ander en ook de bril van cliënten te leren kijken en samen naar oplossingen te zoeken, hebben we geleerd dat we gezamenlijk tot soms niet eerder bedachte praktische oplossingen komen. Komende jaren zetten we verder in op verbetering van de samenwerking en maatwerk in de aanpak: door het structureel inbedden van verbeterpunten uit pilots zoals MDA++ en via de implementatie van de gefaseerde ketenzorg, intensief casemanagement en de versterking van onze lokale teams.

14

De ervaringen van afgelopen jaren leerden ons dat samenwerken en ruimte nemen om te leren en experimenteren met elkaar -professionals en (betrokkenen van) cliënten- niet altijd gemakkelijk is. Zeker als we de ander nog niet goed kennen en misschien wel vreemd vinden wat diegene doet. Of bij de start van weer een nieuwe pilot, bij een toch al (te) hoge werkdruk. Maar bovenal hebben de ervaringen van afgelopen jaren ons ook geleerd dat dat echt wel belangrijk is. Omdat we gezamenlijk tot andere, niet eerder bedachte praktische oplossingen kunnen komen die we als individuele professional of betrokkene misschien zelf niet gezien zouden hebben. Kijken door de bril van de ander en daarvan leren loont. En door echt samen te werken, kunnen we daadwerkelijk spijkers met koppen slaan.

2.5 Interventies Als laatste, maar zeker niet minder belangrijk, de ontwikkelopgave interventies. We hebben landelijk en in Haaglanden een divers aanbod van verschillende interventies: van inzet van het crisisinterventieteam, opvang voor slachtoffers huiselijk geweld, ambulante zorg en begeleiding tot huisverboden of een ondertoezichtstelling. Stoplichtenrapportage Interventies 1. De ketenpartners op het gebied van huiselijk geweld werken systeemgericht en multidisciplinair samen en doen dit zolang het nodig is. Hierbij worden zo veel mogelijk evidence based methodieken gebruikt. Er is veel inzet gepleegd op multidisciplinair werken en bewustwording van de noodzaak van systeemgericht werken, maar hier hebben we nog wel een aantal stappen te zetten en blijvende aandacht is nodig. “Zo lang als nodig” behoeft bijvoorbeeld verdere praktische uitwerking, evenals het gebruik van practice based en evidence based methodieken. 2. Het is duidelijk wat casusregie is en wie de regisseur is. Verschillende ketenpartners zijn bezig met het onderwerp casusregie, maar er bestaan nog verschillende definities en invullingen. Dit is een blijvend aandachtspunt. 3. De aanpak ‘Veiligheid eerst, dan risicogestuurde en op herstelgerichte zorg’ is ingevoerd en wordt voortdurend verbeterd. Het project om deze aanpak in te voeren is gestart. Ketenpartners worden actief betrokken.

De veranderopdracht is echter groot, en behelst onder andere aanpassing van het werkproces. 4. Slachtoffers en plegers van huiselijk geweld wordt een traumascreening geboden met een daarop aansluitend behandelaanbod. Er is een begin gemaakt met inventariseren welke vraag en aanbod er is op dit onderwerp. Hierbij maken we gebruik van landelijk ontwikkelde tools. Dit onderwerp wordt komende jaren met prioriteit opgepakt. 5. De MDA++-aanpak voor acuut gevaarlijke en structureel onveilige situaties is ontwikkeld en duidelijk belegd. Er wordt voortdurend gewerkt aan kennisontwikkeling in de samenwerking en aanpak. MDA++ wordt alleen ingezet voor de zwaarste casuïstiek. Bij acuut gevaarlijke casussen vindt forensisch onderzoek plaats en wordt er traumabehandeling ingezet. Groen: MDA++ is ontwikkeld voor Haaglanden, de pilot loopt. Bestuurlijke besluitvorming over structurele inbedding in de bestaande keten volgt eind 2021. Rood: Landelijk is er een implementatietraject gaande met als doel om altijd forensisch onderzoek in te kunnen zetten bij (vermoedens van) kindermishandeling. Haaglanden sluit hierbij aan en heeft de voorkeur om de inzet van deze expertise te vergroten naar andere vormen van huiselijk geweld. De regionale implementatie is nog in een beginstadium en krijgt de komende periode extra aandacht. Voor trauma – zie 4.

15

Toelichting en voorbeelden • In 2018 is in de regio Haaglanden de pilot MDA++ gestart. MDA++ is een werkwijze voor de meest complexe casuïstiek waarin straf, zorg en medische partners samenwerken. Een van de bevindingen uit de pilot was het belang om MDA++ te verbinden aan de bestaande keten. In vervolg op de eerste pilotfase is daarom vanaf september 2020 een volgende fase van de pilot ingegaan. In deze fase vervult Veilig Thuis een centrale rol in de toeleiding naar MDA++ en het MDA++ casusoverleg vindt plaats op het Zorg- en Veiligheidshuis. De casusregie wordt lokaal opgepakt. De afgelopen periode is op basis van de landelijk vastgestelde bouwstenen de vormgeving van de inzet vanuit MDA++ geoptimaliseerd. In 2021 worden twee onderzoeken afgerond die input geven voor de structurele inbedding van MDA++ in de bestaande keten in regio Haaglanden. In het najaar van 2021 volgt hierover bestuurlijke besluitvorming. • In de regiovisie is de ambitie vastgelegd om de visie van de gefaseerde ketenzorg (nu gefaseerd werken aan veiligheid) breed te implementeren als basis voor de aanpak huiselijk geweld. In oktober 2020 is de oriëntatiefase van dit project gestart. Signs of Safety (SofS) is de methode van werken die in Haaglanden wordt toegepast en breed gedragen wordt. SofS wordt doorontwikkeld met de werkzame elementen van de visie op het gefaseerd samenwerken aan veiligheid.

Deze werkwijze geeft de client alle mogelijkheid om betrokken te zijn bij de plannen die er gemaakt worden. En het geeft een leesbaar, praktisch en planmatig inzicht in de problematiek en geboden hulp per casus. In alle fasen wordt gezamenlijk (cliëntsysteem en professional) inzichtelijk gemaakt waar de risico’s en de krachten liggen, wat de grootste zorg is en praktisch beschreven waaraan gewerkt gaat worden. • Voor de meest complexe casuïstiek willen we gaan werken met intensief casemanagement volgens de Multi-Focus methode. In oktober 2020 is de oriëntatiefase van dit project gestart met een Oriëntatieteam Intensief Casemanagement (ICM). In het Oriëntatieteam zijn de volgende organisaties vertegenwoordigd: gemeenten, CIT, Reclassering NL, XtraPlus, Perspektief, Veilig Verder Team Den Haag, Politie en Veilig Thuis Haaglanden. In het project worden de algemene uitgangspunten en randvoorwaarden, organisatorische inbedding, aanmeldcriteria, doelgroep, aanmelding en wijze van instroom, samenwerking lokale teams en andere partners verder uitgewerkt.

Voorbeeldproject Interventies Gefaseerd werken Het belang om alle fasen van ‘het gefaseerd werken aan veiligheid’ te doorlopen wordt duidelijk aan de hand van dit verhaal van een jonge ervaringsdeskundige: “Eerst losten ze het directe gevaar op; ik was ‘veilig’. Ik werd niet meer misbruikt en er was rust. Daarna hielpen ze mij om een goede woonplek te vinden. Alle zaakjes waren op orde. Maar dan komt juist het moment dat het mentaal heel moeilijk wordt. Dan breek je, omdat je niet meer in overlevingsstand staat. En dan is alle hulp vertrokken en sta ik er alleen voor. Terwijl ik juist hulp en ondersteuning nodig heb om alles te verwerken en om te herstellen.” Waarborgen Een moeder en haar kinderen zijn verhuisd. Ze hebben geen contact meer met de vader. Maar blijft de situatie ook veilig als moeder weer contact opneemt met vader? Om moeder te helpen is een hulpverleningstraject gestart, zodat situaties van onveiligheid in de toekomst worden voorkomen. De directe veiligheid is hiermee gewaarborgd en ze werken aan het doorbreken van patronen.

16

Verwey-Jonker Instituut en ontwikkelopgave Interventies Met het bestaande aanbod aan interventies beschikken we over gespecialiseerde ondersteuning op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling en het acuut handelen op signalen van direct gevaar. Met bovengenoemde nieuwe ontwikkelingen zetten we in op een gezamenlijke systemische aanpak waarbij er vanuit een aanpak naast oog is voor veiligheid en het bespreekbaar maken, ook aandacht voor onderliggende problematiek en risicofactoren van de verschillende gezinsleden en de onderlinge samenhang daarvan. Dit zodat uiteindelijk kan worden toegewerkt naar herstelgerichte zorg. Afgelopen jaren zetten we hier al stappen, maar voor de komende jaren ligt hier echt nog een grote ontwikkelopdracht. Het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut sterkt ons daarin.

17

3. Vervolg De aandachtspunten en knelpunten van de oranje en rode stoplichten geven richten voor de inzet van gemeenten en ketenpartners voor de komende jaren van de regiovisie. Er is blijvend inzet nodig om huiselijk geweld aan te pakken. In de komende periode nemen wij expliciet mee:

3.1 Preventie De stoplichtenrapportage laat een voorspoedige tot voldoende inzet zien op de ontwikkelopgave preventie. Omdat huiselijk geweld hardnekkig is, soms verborgen en vaak gepaard gaat met andere problematiek, is blijvende inzet noodzakelijk. Aandachtspunten voor komende jaren zijn onder andere: onderwijspartners nog meer dan nu betrekken en organisaties van professionals en vrijwilligers beter leren samenwerken. Het sociaal netwerk -via school, vrijwilligers en zelforganisaties in de wijk- is immers de beste toegang voor preventie en vroegsignalering.

3.2 Vroegsignalering We leren voortdurend betrokkenen (professionals, vrijwilligers, maar ook slachtoffers, daders en omstanders) risico’s en signalen bespreekbaar te maken én hoe en waar ondersteuning of hulp te vragen. Zodat we samen huiselijk geweld deskundig en vroegtijdig kunnen aanpakken. In de tussentijdse rapportage staan de meeste doelen op een oranje stoplicht. Door kennis, kunde en vaardigheden bij professionals én vrijwilligers te vergroten streven we naar een groen licht. Komende jaren onderzoeken we of al deze activiteiten leiden tot een snellere melding van huiselijk geweld bij Veilig Thuis. Sneller melden heeft rode kleur en is daarmee een belangrijk aandachtspunt voor de komende periode. Om te meten of er sneller gemeld wordt, moet de VTH-monitor operationeel en functioneel zijn. Sneller melden en vroegtijdige inzet voorkomt niet alleen veel leed, maar is ook minder kostbaar dan latere inzet op complexere problematiek. Want hoe langer huiselijk geweld aanhoudt, hoe complexer en moeilijker te behandelen.

3.3 Advies en melden Ook bij de ontwikkelopgaven advies en melden is te zien dat we hier volop inzetten, maar dat blijvende aandacht noodzakelijk is: de stoplichten zijn oranje. Door inzet op betere samenwerking tussen lokale teams, VTH en ketenpartners kan hulp sneller en beter worden aangeboden, en streven we naar een groen stoplicht. Voor komende tijd richten we ons op: • het blijvend onder de aandacht brengen van de meldcode bij de gehele keten; • het versterken van de lokale teams in de regio en • de doelgroep die wel slachtoffer is, maar niet of moeilijk open staat voor hulp. Aandachtspunten hierbij is (het sociale netwerk van) de cliënt zelf hierbij te betrekken. We organiseren bijeenkomsten voor kennisdeling en leersessies. De personele krapte bij zowel de lokale teams als VTH en ketenpartners vormt een uitdaging bij de uitvoering.

3.4 Monitoring Op het gebied van monitoring is de komende periode nog veel inzet nodig en hebben we de nodige knelpunten aan te pakken: de stoplichten zijn rood. Er is afgelopen tijd een impactmonitor ontwikkeld vanuit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Daarnaast ontwikkelt VTH een eigen monitor. Medio 2020 bent u door

18

de Gemeenschappelijke Regeling GGD en VT Haaglanden uitgenodigd voor (digitale) informatiebijeenkomsten voor raadsleden in Haaglanden. Daarin is ook de VTH-monitor besproken. Er is dus al veel gebeurd, maar we zijn er nog niet. Beide monitoren zijn (nog) niet gebruiksklaar voor de regio: we kunnen er nog niet mee (bij)sturen. Om dat te kunnen doen hebben we data nodig, die omgezet kan worden naar bruikbare kennis. Op basis van deze kennis kunnen we toetsen of onze inzet het gewenste resultaat oplevert, en zo niet, hierop actie te ondernemen. Daarop gaan we samen met de partners komende jaren inzetten.

3.5 Ketensamenwerking Uit deze rapportage blijkt dat op de meeste punten de samenwerking binnen de keten al goed ontwikkeld is. VTH wordt erkend als het expertisecentrum waar andere ketenpartners gebruik van kunnen maken. Men weet elkaar te vinden. Dit geldt ook voor de keten zorg en veiligheid. Afgelopen jaren zijn ook de rol- en de taakverdeling tussen VTH en de lokale teams aangepast aan de wet aangescherpte meldcode. Door deze acties wordt steeds eerder, beter en gerichter gezamenlijk gereageerd op incidenten. Maar we zijn er nog niet: er zijn nog oranje stoplichten. Verder werken volgens het huidige (hoge) prestatieniveau is noodzakelijk: om ons voor te bereiden op toekomstige uitdagingen, zoals nieuwe samenwerkingen in de kind- en gezinsbescherming. Dat is tegelijkertijd ook uitdagend: door krapte op de arbeidsmarkt en soms capaciteitstekort bij zowel zorg- als strafpartners. Daarnaast zullen we komende jaren ook de kennis van allerlei pilots, zoals ‘Beter samenspel’, ‘Veiligheid voorop’ of ‘MDA++’ beter moeten samenbrengen en breder delen.

3.6 Interventies Afgelopen tijd is hard gewerkt aan onderstaande interventies, maar we zijn er nog niet. Komende jaren hebben we nog vervolgstappen te zetten: • Sinds medio 2018 loopt de regionale multidisciplinaire pilotaanpak MDA++ waarin gespecialiseerde straf-, zorg- en medische partners samenwerken. Vanaf september 2020 werken het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden en Veilig Thuis Haaglanden intensief samen in deze aanpak. De casusregie ligt bij de gemeentelijke lokale teams. In het najaar van 2021 zullen de regionale bestuurders besluiten over de structurele inbedding en verdere doorontwikkeling. • Casusregie is de regel en de eerste prioriteit is gericht op het realiseren en behouden van structurele veiligheid. Afstemming over casusregie -wie de regisseur is en wat die moet doen- blijft een moeilijke opgave in een ketenaanpak met veel verschillende partners. We blijven hierop inzetten. • Voor de meest complexe casuïstiek willen we in de regio werken met intensief casemanagement volgens de Multi-Focus methode. Eind 2020 is de oriëntatiefase gestart. • Om te werken volgens de visie ‘Veiligheid eerst, dan risicogestuurde en op herstelgerichte zorg’ is eind 2020 gestart met het actief betrekken van ketenpartners. De veranderopdracht is echter groot, en behelst naast extra trainingen, ook aanpassingen van het gezamenlijk werkproces.

• In het voorjaar 2021 is een begin gemaakt met inventariseren welke vraag en aanbod er is op traumascreening met een aansluitend behandelaanbod. We maken hiervoor gebruik van kennis vanuit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. Komende jaren wordt dit met prioriteit opgepakt. • Ook zetten we komende jaren in op versteviging van onze lokale teams, zodat ze voldoen aan het Kwaliteitskader ‘Veiligheid voor lokale teams’. We zetten daarvoor komende jaren -nog meer dan nu -in op scholing en training in de aanpak huiselijk geweld. Met deze versteviging bereiden we de lokale teams ook voor op de uitdaging, zoals

19

beschreven in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Deze zal zowel voor onze lokale teams, VTH als de betrokken ketenpartners ook een grote veranderopdracht behelzen. Met bovengenoemde nieuwe ontwikkelingen zetten we in op een gezamenlijke systemische aanpak waarbij er vanuit een aanpak naast oog is voor veiligheid en het bespreekbaar maken, ook aandacht is voor onderliggende problematiek en risicofactoren van de verschillende gezinsleden en de onderlinge samenhang daarvan. Dit zodat uiteindelijk kan worden toegewerkt naar herstelgerichte zorg. Afgelopen jaren zetten we hier al stappen, maar voor de komende jaren ligt hier echt nog een grote ontwikkelopdracht. Het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut sterkt ons daarin.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10701198/1