CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310286 Bijlage 1

Commissie Ruimte 2 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Toelichting Welstands- en Monumentencommissie op inhoud advies1.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Transformatie Den Haag Zuid West

Advisering over het gemeentelijke beschermde stadsgezicht Vrederust West Transformatie Den Haag Zuid West (Vrederust West - woonwijk De Dreven) Den Haag Zuid West zal de komende jaren een grondige transformatie ondergaan met een grootschalige verdichting en verduurzaming als belangrijkste maatschappelijke opgaven. Status (gemeentelijk) beschermd stadsgezicht Op 4 november 2004 heeft de gemeenteraad besloten Vrederust West (De Dreven) aan te wijzen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De argumenten hiervoor waren: “De aanleg van Vrederust-West betekende de voltooiing van de stadsuitbreidingen in Den HaagZuidwest en vormde tevens één van de architectonische- en stedenbouwkundig hoogtepunten ervan. Dit mede dankzij het contract met de NV Gembouw, licentiehouder van het systeem Rottinghuis. De open verkaveling en de hoge kwaliteit van de bebouwing van een groot deel van de Drevenbuurt wordt bepaald door de bouwtechnische eisen van het bouwsysteem én door architect Frans Klein, die het ontwerp van de woningen voor zijn rekening nam. Met de bouw van Vrederust-West werden de stadsuitbreidingen van Den Haag-Zuidwest op succesvolle wijze voltooid”. Meer specifiek nog:

In 2004 werden drie wederopbouwwijken tegelijk voorgedragen voor de status als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Drie wijken waarvoor in de periode 1945-1965 stedenbouwkundige plannen waren opgesteld waarbij thema’s als licht, lucht en groen, de wijkgedachte, rationalisatie en volkshuisvesting sleutelwoorden waren. Ook werden zij vanwege hun wijzen van verkaveling (strokenbouw en stempelverkaveling) voor deze periode het meest typerend bevonden en bleek hun stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit het best te zijn bewaard: Mariahoeve, VrederustWest (de Drevenbuurt) en de meest waardevolle bebouwingzone van de herbouw op basis van het wederopbouwplan Sportlaan-Zorgvliet van de hand van W.M. Dudok. Mariahoeve viel door aanhoudende bezwaren vanuit de woningcorporaties met veel bezit in deze wijk buiten de boot van de stadsbescherming maar werd en wordt door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) wel beschouwd als nationaal voorbeeld voor wederopbouw (zie ook hierna). Het Rijk heeft zich er echter (ook) niet aan gewaagd om er een Rijksbescherming aan te geven. Landelijke vergelijking Vanaf de inwerkingtreding van de Monumentenwet in 1961 tot eind 2017 zijn er landelijk 472 beschermde stads- en dorpsgezichten aangewezen. In deze periode zijn 3 beschermde stads- en dorpsgezichten ingetrokken, voor het laatst in 1997.

De RCE heeft in 2002-2008 onderzoek uitgevoerd naar de wederopbouwperiode. Dit heeft geleid tot een groslijst van ruim 450 gebieden uit de periode 1940-1965. Uit deze groslijst zijn 30 gebieden geselecteerd die van nationaal belang worden geacht voor deze periode en die zijn opgenomen in de vijf speerpunten van de Visie Erfgoed en Ruimte (VER) van de RCE 1. Binnen Den Haag zijn dat het spoor van de Atlantikwal en Mariahoeve.

1

Compendium voor de leefomgeving van de Rijksoverheid (RCE)

1

In Amsterdam heeft men eind 2020 een sterk vergelijkbare discussie gevoerd over sloop in de wederopbouwwijk Nieuw West (Westelijke Tuinsteden). Er is echter een essentieel verschil met De Dreven: De Tuinsteden zijn aangewezen op voornoemde nationale kaart van 30 van de RCE. Precedentwerking? Het is een logische gedachte om precedentwerking te vrezen als de status van beschermd stadsgezicht van een wijk word ingetrokken. Hoe zeer zijn de andere stadsgezichten dan eigenlijk nog beschermd? De vorige alinea’s zeggen daar al iets over maar verder is het zo dat precedentwerking alleen kan ontstaan als er sprake is van sterk vergelijkbare situaties. Dat is in deze situatie dus niet aan de orde. Het ook wel gehoorde argument dat het wrang is dat juist in deze wijk de status er af wordt gehaald en dat zoiets nooit of niet zo snel zou gebeuren in andere (economisch beter ontwikkelde) wijken van Den Haag wordt niet gestaafd met cultuurhistorische argumenten maar wordt helaas wel noodzakelijk geacht vanuit andere maatschappelijke en bestuurlijke opvattingen. Opvattingen die evengoed een belangrijk element vormen binnen een integrale bestuurlijke afweging. Waardestellingen zijn tijdgebonden De argumenten die in 2004 werden gehanteerd om over te gaan tot aanwijzing van het beschermde stadsgezicht vormden in het licht van de (wederopbouw)geschiedenis een logisch gedachtegoed.

Als je in dit gebied rond wandelt worden de uitgangspunten die aanleiding gaven voor de beschermde status helder. In die zin is het zonde om er een herstructureringsoperatie van de beoogde omvang op los te laten, ondanks dat daarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van de beschermde waarden. Uitgangspunt voor de Dreven is namelijk herontwikkeling met behoud van een aantal essentiële kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht. Dat gebeurt door bestaand en nieuw te combineren tot een ‘gelaagd stadsbeeld’ en door de belangrijkste elementen uit dit beschermd stadsgezicht te behouden: de karakteristieke voormalige winkelbebouwing met luifels en portiekwoningen langs De Dreef, het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen en diagonale zichtlijnen, de fraaie singel met bajonet in het hart van de wijk en mooie brug en de singelstructuur langs de Lozerlaan en bijzondere positionering van de bebouwing hierlangs. Ondanks deze maatregelen zal dit stadsgezicht in haar authentieke vorm worden aangetast. Een opvatting uit het professionele erfgoedveld: “De wijken uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn gebouwd in een verzuilde samenleving volgens modernistische stedenbouwkundige principes die velen nu als achterhaald beschouwen, waardoor de waardering gedifferentieerd is” 2.

De argumenten “hoge kwaliteit van de bebouwing” en “succesvolle voltooiing van de wijk” zijn met de kennis van nu in elk geval achterhaald door nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen 3. De nadere onderzoeken die zijn voorafgegaan aan deze herontwikkeling geven

“Erfgoed van morgen” – Teun van den Ende (Boekman Extra nr. 8, juli 2017) Het recente erfgoed is in cultureel opzicht nabij (waardoor het niet altijd als historisch wordt benaderd) maar is niet gemakkelijk te behouden omdat het in materieel opzicht vaak snel veroudert (Restauratie en replicatie – 2

3

Marlite Halbertsma en Marieke Kuipers in Het Erfgoeduniversum, maart 2014)

2

hierover klip en klaar uitsluitsel. De stad is feitelijk nooit af en moet met de tijd mee transformeren om voldoende leefbaarheid en maatschappelijk welzijn te kunnen blijven dienen. Het is verdedigbaar dat de stedenbouwkundige opzet en de architectuur pas na verloop van langere tijd op hun waarden kunnen worden geschat en als erfgoed kunnen worden betiteld. En tegelijkertijd zijn visies tijdsgebonden en aan veranderende inzichten onderhevig 4. Ook binnen de professionele erfgoedwereld zijn al jaren discussies gaande over ontwikkelingen van behoud van het bestaande naar optimaal exploiteren (Willems, 2012) of zelfs aandachtvol laten vergaan (curated decay, DeSilvey 2012), van focus op het verleden naar verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst en naar erfgoedzorg zonder eeuwigheidsclaim 5. De onafhankelijke Haagse Monumenten- en welstandscommissie heeft tussentijds (1 maart 2021) een preadvies over deze kwestie heeft geschreven waarin een sterke waarschuwing klinkt tegen het “zonder goed afwegingsproces intrekken van het beschermde stadsgezicht”. Met het preadvies beoogt de commissie in elk geval een tijdige en goed voorbereide discussie op gang te brengen waarin alle aspecten een volwaardige plaats kunnen krijgen zodat een besluit over al dan niet intrekken van het beschermde stadsgezicht straks zo goed mogelijk beargumenteerd zal zijn.

Het preadvies gaat overigens niet in op de participatietrajecten die sinds 2017 hebben plaatsgevonden. Dat is ook logisch en zuiver want dat vormt geen onderdeel van haar wettelijke toetsing. Daarmee vormt het preadvies een van de vele rapporten ten dienste van het grotere en complexe afwegingskader voor de gemeenteraad. Participatie en waardering bewoners is ook onderdeel van het (erfgoed)discours De woningcorporatie heeft tezamen met de gemeente en de projectontwikkelaar vanaf 2017 al meerdere wijkbijeenkomsten en identiteitssessies gehouden waarin deze plannen werden toegelicht en besproken. De uitkomsten van deze sessies en onderzoeken zijn ook vormen van een participatieproces die kunnen dienen als input voor het afwegingsproces. Deze realiteit vormt feitelijk ook een “waardering” die betrokken dient te worden in het (erfgoed)discours. Motie om het beschermd stadsgezicht niet in te trekken is verworpen In zijn vergadering van 21 januari 2021 heeft de gemeenteraad besloten een ingediende motie om het beschermde stadsgezicht niet in te trekken met meerderheid van stemmen te verwerpen na een dringend ontraden door de wethouder voor Wonen. In die zin is de intrekking dus ook in politiekbestuurlijk opzicht kennelijk een gelopen koers en realiteit.

Conclusie Vrederust-West vormt een schoolvoorbeeld van een wederopbouwwijk en is in 2004 op goede gronden door de gemeenteraad aangewezen als beschermd stadsgezicht. Het moge duidelijk zijn dat Monumentenzorg Den Haag in de kern en intrinsiek vanuit haar vakgebied pleit voor behoud van elk beschermde stadsgezicht.

Historische plekken en gebouwen kunnen voor een waardevermeerdering zorgen, maar geschiedenis kan ook in de weg zitten. Een ontwerp dat ooit het antwoord was op stedenbouwkundige en sociale problemen van toen, sluit niet altijd meer aan op de vraag van vandaag (“Er is geen toen zonder nu”, Nancy van Asseldonk c.s., Reinwardt Academie, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, 2018) 5 “Wat moeten we met erfgoed? Bewaren!” (Riemer Knoop in Boekman nr. 124, najaar 2020). 4

3

De onvoldoende voorziene dynamiek, groei en daarmee gepaarde gaande maatschappelijke ontwikkelingen die in de opeenvolgende jaren volgden in Zuid West zijn wezenlijk anders dan in beide andere genoemde wederopbouwwijken en vereisen en rechtvaardigen thans grootschalige herstructureringen. Temeer omdat de onderhavige woningen van een zeer slechte kwaliteit zijn en zonder buitensporig hoge kosten niet rendabel kunnen worden gerenoveerd. Het is uiteraard te betreuren dat ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen soms een zodanige herstructurering vergen dat niet langer binnen de context en structuur van het beschermde stadsgezicht kan worden gewerkt. Met de beoogde stedenbouwkundige ingrepen en het aanwijzen van een van de meest aansprekende blokken tot gemeentelijk monument wordt echter wel zo veel mogelijk rekening gehouden met de oorspronkelijke waarden en wordt de wijk tegelijkertijd getransformeerd naar een toekomstbestendige woonomgeving die de forse Haagse woningopgaven zo goed mogelijk faciliteert.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10662793/1