RIS310238 Beantwoording SV Warmteleiding van de baan
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
16 november 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Partiman, de heer Van der Helm, de heer Barker en de heer Wijsmuller, luidend: ‘Warmteleiding van de baan?’
DSO/10192274 RIS310238
De raadsleden de heer Partiman, de heer Van der Helm, de heer Barker en de heer Wijsmuller hebben op 7 oktober 2021 een brief met daarin 27 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met het bericht ‘Faillissement Warmtebedrijf Rotterdam dreigt, gemeente wil geen leiding naar Leiden’ van de NOS’?*
Ja, het college van B&W is hiermee bekend. Eerder stelde het CDA Den Haag al vragen over de relatie tussen het Warmtebedrijf, de Gasunie en de Leiding door het Midden (RIS309030). Het college gaf in de beantwoording aan dat het functioneren van het Warmtebedrijf geen directe (financiële) gevolgen heeft voor Den Haag, omdat Den Haag niet de eigenaar van de WarmtelinQ is. In het nieuwsartikel van de NOS staat echter: “Ook de risico's voordat plan worden nu te groot geacht. Volgens Van Gils is het niet zeker dat Gasunie de pijpleiding naarDen Haag wel aanlegt en willen de private partijen die betrokken zijn niet genoeg bijdragen. Daarmee komt ook een toegezegd bedrag van 30 miljoen euro van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in gevaar, omdat de Europese Commissie de investering van Rijk en gemeente dan kan aanmerken als staatssteun in plaats van subsidie.” 2.
Zou het college willen toelichten welke gevolgen de onzekerheid, die de wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten van Rotterdam omschrijft, kan hebben op de Leiding door het Midden? Zou het college bij deze vraag ook in willen gaan op de verschillende scenario’s die mogelijk zijn?
In het artikel lijken twee ontwikkelingen door elkaar te lopen, namelijk de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag (WLQ Vlaardingen-Den Haag) en die tussen Rijswijk en Leiden (WLQ+ naar Leiden). Gasunie en het MinEZK hebben op 8 november 2021 een positief investeringsbesluit genomen om de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag/ Leiding door het Midden aan te leggen (zie nieuwsbericht op WarmtelinQ.nl). De gemeenteraad van Rotterdam heeft op donderdag 14 oktober 2021 ingestemd met een voorstel om af te zien van WarmtelinQ+ naar Leiden. De consequenties van deze beslissing worden door de betrokken partijen in kaart gebracht.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
3.
Deelt het college de grote twijfels die de wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten van Rotterdam heeft? Zo nee, waarom niet, gezien de argumenten die de wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten van Rotterdam gebruikt? Zo ja, waarom en welke beslissingen en acties koppelt het college aan deze twijfels?
Het college van B&W van gemeente Den Haag is niet (financieel) betrokken bij het Warmtebedrijf Rotterdam en investeert niet in WarmtelinQ+ van Rijswijk naar Leiden. Gemeente Den Haag heeft geen inzicht in de onderhandelingen tussen de diverse partijen die betrokken zijn bij WarmtelinQ+ naar Leiden noch in de hoogte van investeringen die partijen bereid zijn te doen. 4.
Zou het college willen toelichten of de aanleg van de Leiding door het Midden daadwerkelijk doorgaat, gegeven de onzekerheid die de wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten van Rotterdam beschrijft? Zo nee, waarom niet?
Zie ook beantwoording vraag 2. Het college acht het waarschijnlijk dat de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag wordt aangelegd omdat er een investeringsbesluit is genomen door de Gasunie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (zie persbericht Gasunie en persbericht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat). 5.
Zou het college willen uiteenzetten, wat het niet doorgaan van de Leiding door het Midden, voor Den Haag zou kunnen betekenen? Zou het college deze vraag zowel op de korte, middellange als lange termijn willen beantwoorden, en daarbij ook specifiek willen ingaan op de betekenis en impact hiervan op inwoners van Den Haag, en op wijken die met de Leiding door het Midden te maken (zouden) krijgen?
Als de aanleg van WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag niet door zou gaan, kan naar inschatting 20% van de warmtevraag van Den Haag niet meer duurzaam ingevuld worden met warmte uit het havengebied, warmte die anders in zee terecht zou komen. Andere schone energiebronnen zijn dan nodig voor Den Haag. 6.
Zou het college willen toelichten welke invloed deze onzekerheid over de aanleg van de lijn heeft op Den Haag? Zou het college deze vraag ‘in brede zin’ willen beantwoorden, dus zowel op het gebied van directe invloed als indirecte invloed?
Zie beantwoording van vraag 2 en vraag 4. Met het recente investeringsbesluit is veel onzekerheid weggenomen. Als de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag niet wordt gerealiseerd, verdwijnt één bron om ongeveer een vijfde van de gebouwde omgeving van Den Haag van warmte te voorzien. Verder vindt het college het moeilijk om inschattingen te gaan maken hoe de wetgevende macht en de markt gaan reageren op mogelijkheden op het terrein van de aanleg van warmtebronnen in onze stad en onze regio. 7.
Zou het college specifiek willen ingaan op de risico’s van het plan? Zou het college daarbij zowel de financiële als andere risico’s op een rij willen zetten?
Het college van gemeente Den Haag neemt niet deel aan het Warmtebedrijf Rotterdam noch aan investeringen in WarmtelinQ+ van Rijswijk naar Leiden. Gemeente Den Haag heeft geen inzicht in de onderhandelingen tussen de diverse partijen die betrokken zijn bij WarmtelinQ+ naar Leiden, of in de risico's van het plan.
2/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
Meer informatie over het dossier Warmtebedrijf is te vinden op de website van de gemeente Rotterdam. 8.
Op welke wijze is het college van plan om te gaan met deze risico’s? Zou het college deze handelswijze willen motiveren?
Zie ook beantwoording vraag 2 en vraag 4. Het college acht het waarschijnlijk dat de warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag wordt aangelegd gezien het investeringsbesluit dat is genomen door de Gasunie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Uiteindelijk zullen ontwikkelingen hun weerklank vinden in geactualiseerd Haagse Energietransitie beleid zoals in onze (concept) Transitievisie Warmte. 9.
Zou het college inzichtelijk willen maken welke scenario’s er zijn voor het omgaan met de ontwikkelingen bij het Warmtebedrijf?
Er zijn geen specifieke scenario’s in kaart gebracht door het college hoe moet worden omgegaan met de ontwikkelingen bij het Warmtebedrijf Rotterdam. In het Stedelijk Energieplan en in de (concept) TransitieVisieWarmte is vooralsnog uitgegaan van restwarmte uit de Haven van Rotterdam uit de verbinding Vlaardingen- Den Haag. De genoemde schriftelijke vragen betroffen ook de mogelijke gevolgen voor de gemeente Den Haag, wanneer het Warmtebedrijf verkocht zou worden. Het college reageerde daarop dat Den Haag zich opgeen enkele manier financieel gecommitteerd heeft aan het Warmtebedrijf Rotterdam, of aan de WarmtelinQ, en er daarom geen rechtstreekse financiële gevolgen zijn. 10. Zou het college, nu het Warmtebedrijf wellicht toch verkocht zal worden, op een rij willen zetten welke mogelijke niet-rechtstreekse financiële gevolgen en mogelijke niet-financiële gevolgen dit heeft, op zowel de korte, middellange als lange termijn? Het college heeft geen financieel of indirect belang in het Rotterdamse Warmtebedrijf. Verkoop hiervan zal geen rechtstreekse of indirecte gevolgen hebben voor gemeente Den Haag.
In de beantwoording van de twaalfde vraag van de eerder aangehaalde schriftelijke vragen zegt het college het volgende: “De interactie tussen besluitvorming in Westland en Den Haag is niet los te zien van de besluitvorming van andere betrokken partijen, zoals gemeenten, provincie, Gasunie en warmteleveranciers. Dit komt als eerste samen in de investeringsbeslissing die Gasunie gaat nemen over de aanleg van de WarmtelinQ en WarmtelinQ+. In het toekomstig functioneren kan besluitvorming invloed hebben op de tarieven en beschikbare warmte voor de verschillende gemeenten.” Feitelijk zegt het college hier dat er zowel indirecte gevolgen zijn voor Den Haag alsook directe gevolgen voor inwoners van Den Haag, namelijk de hoogte van tarieven en de beschikbaarheidvan warmte? 11.
Zou het college ook deze gevolgen voor de inwoners van Den Haag in kaart willen brengen? Zou het college daarbij zo specifiek mogelijk willen zijn?
Zie beantwoording van vraag 5 en 10.
3/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
12.
Is het college bekend met het artikel “Omstreden Warmteleiding lijkt van de baan: ‘Geweldig nieuws! Nou hoef ik me ook niet vast te ketenen.” in het AD Den Haag?**
Ja 13.
Zou het college nadrukkelijk willen reageren op de conclusies in dit nieuwsartikel?
Het college staat voor vrije pers en becommentarieert artikelen uit de media in de regel niet. Overigens ziet het college in het artikel niet dat er conclusies worden getrokken. “Dat het plan niet doorgaat betekent waarschijnlijk dat het Warmtebedrijf Rotterdam failliet gaat”, staat er in het nieuwsartikel van de NOS. In het aangehaalde krantenartikel van het AD Den Haag gaathet over een “onvermijdelijk faillissement”. 14.
Welke impact heeft het volgens het aangehaalde krantenartikel in het AD ‘onvermijdelijke faillissement’ van de warmteleiding op Den Haag, de inwoners van Den Haag, zowel financieel als anderszins? Zou het college ook deze vraag ‘in brede zin’ willen beantwoorden, dus zowel op het gebied van directe impact als indirecte impact?
Ook in dit artikel loopt de berichtgeving over WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag en WarmtelinQ+ (Rijswijk-Leiden) door elkaar. Recente ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de aanleg van WarmtelinQ+ naar Leiden mogelijk niet doorgaat. Niet het Warmtebedrijf Rotterdam, maar Gasunie in opdracht van het MinEZK investeert in de WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag. Daar is geen sprake van een faillissement. In het artikel uit de (project)directeur van Gasunie zijn overtuiging dat WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag doorgaat. Inmiddels is de investeringsbeslissing door Gasunie en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat genomen. 15.
Zou het college middels een tijdlijn inzichtelijk willen maken welke bestuurlijke en ambtelijke overleggen en inspanningen er zijn geweest bij de gesprekken met de Gasunie over de warmteleiding en het ontwerptracé? Zo nee, waarom niet?
Het eerste idee voor een warmterotonde dateert uit 2011. Er is vanaf 2016 gewerkt aan een ontwerptracé (zie ook uitvoeringsplan; RIS304234) door Eneco op basis van input van diverse gemeenten. In raadsvoorstel “Op weg naar een duurzame warmtevoorziening in 2040” (RIS297287) van 30 juni 2017 is in bijlage 2 te lezen dat het concept tracé als het minst belemmerende alternatief tracé (het MBA-tracé) werd gezien. Aan een samenwerking van Den Haag met de regionale Warmtealliantie Zuid-Holland, waaronder dit tracé van de Leiding door het Midden, werden stevige voorwaarden verbonden (pag. 11 van het raadsvoorstel). Deze voorwaarden zijn uiteindelijk geland in het coalitieakkoord uit 2018 en vervolgens ook in het coalitieakkoord uit 2019. Begin 2019 heeft Eneco, toen nog de eigenaar van het initiatief Leiding door het Midden, bij de provincie Zuid-Holland een verzoek gedaan om een PIP toe te passen op basis van dit voorkeurs(ontwerp)tracé oftewel het MBA-tracé. Het gehele project inclusief ontwerptracé is in september 2019 door Gasunie overgenomen. Op 18 december 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland dit verzoek voor een PIP gehonoreerd en besloten om voor Leiding door het Midden een provinciaal inpassingsplan (PIP), een MER op te stellen en ook de provinciale coördinatieregeling (PCR) toe te passen.
Dat houdt onder andere in dat Gedeputeerde Staten de voorbereiding en bekendmaking van het inpassingsplan voor dit project coördineren met de voorbereiding en bekendmaking van de overige benodigde (uitvoerings-)besluiten van de diverse bevoegde gezagen.
4/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
Dit zijn de besluiten die nodig zijn voor de aanleg en het in werking hebben van de leiding en de bijbehorende bouwwerken. Vanaf begin 2019 zijn drie procedures gestart voor de inpassing van het voorkeurstracé: het opstellen van het MER, het opstellen van het PIP en voorbereidingen voor het verlenen van (omgevings)vergunningen die nodig zijn voor de aanleg. Overleggen binnen deze drie procedures vinden plaats op bestuurlijk-, directie- en uitvoeringsniveau. Vanwege de complexiteit van dit project begeleidt een ambtelijk begeleidingsteam de Gasunie tijdens het Haagse deel van het vergunningsverleningsproces. Inzet van het ambtelijke team wordt vergoed door de Gasunie. 16.
Klopt het dat andere gemeenten die te maken hebben met de warmteleiding strenge eisen hebben gesteld richting het Warmtebedrijf of de Gasunie als het gaat om groencompensatie of het kappen van bomen? Indien het college hier niet van op de hoogte is, zou het college zich dan in willen spannen om dit te achterhalen? Indien dit klopt, zou het college willen toelichten waarom Den Haag dit niet heeft gedaan?
Zie ook de beantwoording bij vraag 17. Als meer groencompensatie gewenst zou zijn, hadden de gemeentelijke verordeningen aangepast moeten zijn. De verordeningen gelden voor iedereen die een kapvergunning aanvraagt en vormen de basis voor de toetsing. Het college heeft de eisen m.b.t. groencompensatie als gevolg van het verwijderen van bomen met WarmtelinQ besproken. Het resultaat van de onderhandelingen met Gasunie/ WarmtelinQ is verwoord in de herinrichtingsplannen groen (groen compensatieplan). Deze plannen zijn in een technische vragensessie met de raadscommissie Leefomgeving (d.d. 14 april 2021) besproken. Het college heeft bij de kapvergunning extra voorschriften toegevoegd waardoor groen zoveel mogelijk wordt beschermd. De extra voorwaarden/voorschriften betreffen o.a. het hebben van een combiinstemmingsbesluit van het college op artikelen 2:10a en 2:11 APV, dat er een investeringsbesluit genomen moet zijn door Gasunie, dat de provincie het PIP heeft vastgesteld en dat herplant gebeurt conform het voorlopig ontwerp herinrichtingsplan. Aan deze voorwaarden moet worden voldaan voordat bomen gekapt mogen worden. Het toevoegen van deze voorschriften past binnen het toetsingskader van deze vergunning. 17.
Klopt het dat er een gemeente is, of meerdere gemeenten zijn, die in de bestuurlijke gesprekken met het Warmtebedrijf of de Gasunie, de natuurorganisaties hebben betrokken of opgedragen tot bijvoorbeeld het maken van een plan om impact op groen of bomenkap te compenseren? Indien het college hier niet van op de hoogte is, zou het college zich dan in willen spannen om dit te achterhalen? Indien dit klopt, zou het college willen toelichten waarom Den Haag dit niet heeft gedaan?
De gemeente Delft heeft herinrichtingsplannen groen in vorm van (ontwerp)doelen opgesteld. De uitwerking van zo'n herinrichtingsplan (groencompensatie) gebeurd in samenwerking met een natuurorganisatie. Gemeente Den Haag is al verder in het groencompensatie proces dan andere gemeenten. De herinrichtingsplannen groen maken deel uit van de toetsing binnen ons gemeentelijk groenbeleid waarop beoordeeld wordt of de Gasunie voldoet aan de herplantplicht. Deze herplantplicht is opgelegd omdat bomen gekapt moeten worden. De herinrichtingsplannen groen zijn opgesteld door een landschapsarchitect werkzaam bij Studio Marchel-Wim van Dongen. Het college heeft onderhandeld met de Gasunie over de invulling van deze herinrichtingsplannen groen. Deze plannen zijn in een technische vragensessie met de raadscommissie Leefomgeving (d.d. 14 april 2021) besproken.
5/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
In het artikel in het AD staat: “De bewoners waren fel tegen de aanleg van de pijpleiding dwars door Transvaal omdat dit tot grote verkeersoverlast zou hebben geleid en omzetverlies voor lokale ondernemers. Ook zouden veel bomen in de al dichtbevolkte volkswijk worden gekapt. ,,En het ergste is: we hadden er zelf helemaal niets aan. Hiermee zouden vooral woningen in andere wijken van Den Haag worden verwarmd. De Haagse wethouder Liesbeth van Tongeren (duurzaamheid) laat weten dat de gemeente onder voorwaarden wel wilde meewerken aan dit project, maar benadrukt dat Den Haag er zelf geen geld in heeft zitten. De gemeente loopt dus geen financieel risico. De bestuurder lijkt ook niet echt treurig. ,,In Den Haag willen we vooral werken met lokale bronnen van energie, zoals geothermie.’’ De gemeente blijft volgens haar kijken hoe zij de gebouwde omgeving zo goed en betrouwbaar mogelijk kan verduurzamen. Voor de rest wacht Den Haag de formele besluitvorming vanzowel Rotterdam als de provincie af, aldus de wethouder.” 18.
Betekenen de woorden van het college “dat de gemeente onder voorwaarden wel wilde meewerken aan dit project” dat dit project wat het college betreft geen doorgang gaat vinden in Den Haag? Zo nee, wat betekenen deze woorden dan? Zo nee, zou het college willen toelichten waarom er met deze woorden verwarring lijkt te worden gecreëerd, in het bijzonder voor inwoners van Transvaal? De tekst van de krant is de verantwoordelijkheid van de media. In o.a. het coalitieakkoord, het Stedelijk Energieplan (SEP) en zienswijze op het ontwerp-PIP zijn de voorwaarden van het college terug te lezen waaronder het college haar medewerking verleent. 19.
Deelt het college de mening dat een project met zoveel onzekerheden - onzekerheden die ook uit dit krantenartikel en uit de woorden van het college weer opstijgen - niet zou mogen leiden tot aantasting van het groen, bomen, leefbaarheid en concrete leefwereld van inwoners van Den Haag, terwijl niet duidelijk is of en hoe dit project doorgang gaat vinden? Zo nee, hoe legitimeert het college dan deze impact op het groen, bomen, leefbaarheid en concrete leefwereld van inwoners van Den Haag, gezien de beschreven onzekerheden?
Klimaatverandering tegengaan en de transitie naar schone energie is zo’n grote opgave dat het helaas onvermijdelijk is dat er onzekerheden optreden. Extreem weer, hittestress en grote droogte geven helaas ook grote onzekerheden. Bij de energiebedrijven, bij marktpartijen bij de gemeente en helaas ook bij onze inwoners. Het stedelijk energieplan beschrijft dat ook. Om de hele energievoorziening van een stad met de omvang en complexiteit van Den Haag te vervangen zijn grote infrastructurele werken noodzakelijk. Het college neemt de regie om dit in goede banen te leiden maar overlast en veranderingen zijn onvermijdelijk. Uit de zinsneden “dat de gemeente onder voorwaarden wel wilde meewerken aan dit project, maar benadrukt dat Den Haag er zelf geen geld in heeft zitten”, en “De bestuurder lijkt ook niet echt treurig”, en vooral ook “Voor de rest wacht Den Haag de formele besluitvorming van zowel Rotterdam als de provincie af, aldus de wethouder” klinkt een afwachtende houding van het college. 20. Zou het college willen toelichten in hoeverre het passend is om als college een dergelijke berustende, zo niet passieve, houding in te nemen ten opzichte van een project met grote impact op Haags grondgebied en de concrete leefwereld van vele inwoners? Zo nee, waarom niet? Het college onderschrijft de huidige verdeling van verantwoordelijkheden binnen ons bestuurlijk bestel.
Door het besluit van de provincie om een PIP op te stellen en een provinciale coördinatieregeling toe te passen liggen de verantwoordelijkheden daarvoor nu bij de provincie. De gemeente Den Haag heeft inderdaad geen geld geïnvesteerd in deze warmtetransportleiding.
6/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
Voor WamtelinQ+ van Rijswijk naar Leiden heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland gepeild bij de gemeenten waar het mogelijke tracé van deze warmtetransportleiding ligt, hoe gedacht werd over het toepassen van een provinciaal inpassingsplan voor WLQ+. Het college heeft gereageerd door bestuurlijk overleg aan te gaan en een brief te sturen naar de provincie waarin de voorwaarden opgesomd worden zoals in het coalitieakkoord verwoord. Verder zijn aandachtspunten meegegeven zoals het tijdig betrekken van ondernemers/ burgers, het mogelijk blijven van de ontwikkeling van een geothermiebron in Ypenburg en het betrekken van de gemeente bij het ontwerptracé voor WLQ+ (zie ook RIS309057). Deze brief aan Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland is als bijlage 2 toegevoegd: “Brief College naar GS PZH - Provinciaal Inpassingsplan Warmtetransportleiding Rijswijk-Leiden”. 21.
Zou het college zich juist tot het uiterste en zeer actief willen inspannen om te acteren op de impact van de hiervoor beschreven ontwikkelingen op Den Haag en inwoners van Den Haag? Zo nee, waarom niet? Zo ja, zou het college nadrukkelijk uiteen willen zetten welke stappen zij gaat zetten, en welke acties zij gaat ondernemen, om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden?
Het college heeft tijdens het opstellen van het PIP en de MER zich continu ingezet voor de belangen van de gemeente Den Haag, de bewoners en ondernemers. Er is gereageerd op het voorontwerp, er zijn brieven gestuurd, overleggen geweest, er is onderhandeld met Eneco en later met Gasunie, er zijn zienswijzen ingediend en er is op 10 september ingesproken tijdens een hoorzitting van de provincie Zuid-Holland waarbij Statenleden van Provincie Zuid-Holland aanwezig waren. Over deze stappen bent u geïnformeerd, zie bijlage 1:” Beknopt overzicht documenten en besluiten in dossier Leiding door het Midden”. Met het aangaan van een samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst met de Gasunie worden afspraken vastgelegd over de aanleg van WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag. Een raadsvoorstel waarbij de raad wensen en bedenkingen kon uiten op de concept samenwerkingsovereenkomst is met de commissie Leefomgeving besproken op 12 mei 2021. Dit raadsvoorstel is door het college ingetrokken omdat de raad de concept uitvoeringsovereenkomst wilde betrekken bij het uiten van wensen en bedenkingen. In de concept-uitvoeringsovereenkomst zijn afspraken opgenomen over o.a.: een laagdrempelig centraal klachtenmeldpunt , een nadeelcompensatie overeenkomst, communicatie om bewoners/ bedrijven meer actief betrekken en over het beperken van effecten van hinder.
Deze samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst worden binnenkort met de raad gedeeld zodat de raad haar wensen en bedenkingen hierop kan uiten. Een latere versie van het artikel in het AD had de titel ”Ondanks faillissement gaat omstreden leiding uit de haven naar Den Haag gewoon door.”*** In dat artikel staat: “De Haagse wethouder Liesbeth vanTongeren (duurzaamheid) lijkt ook niet blij dat het project doorgaat.” Verder staat er: “De bestuurder liet onlangs ook duidelijk weten dat het inpassingsplan dat nu bij de provincie ligt voor de aanleg van de Warmteleiding niet acceptabel is voor de gemeente Den Haag.”
7/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
22. Klopt het dat het college niet wil dat het project doorgaat? Zo nee, waarom laat het college dit dan doorschemeren in gesprek met het AD? Zo ja, als het college niet wil dat het project doorgaat, waarom neemt het college dan niet de beslissing om, gegeven de onzekerheden, te stoppen met dit project? Zou het college de beantwoording hiervan zeer nadrukkelijk willen toelichten? Het college ziet kansen voor deze warmtetransportleiding. Het college stelt voorwaarden aan het verlenen van haar medewerking aan de aanleg van de warmtetransportleiding die opgenomen zijn in. het coalitieakkoord 2019-2022 ‘Samen voor de stad’. Deze voorwaarden luiden als volgt: a. het netwerk moet geschikt gemaakt worden voor lokale warmte (zoals geothermie) en lokale duurzame initiatieven krijgen altijd voorrang bij het leveren aan Haagse huishoudens; b. ook moet er sprake zijn van een open net met een onafhankelijk netbeheerder; c. afnemers blijven ook in de toekomst redelijke tarieven betalen, en dit wordt onafhankelijk getoetst; d. de bedrijven die de restwarmte leveren moeten ook versneld verduurzamen. Het college ziet, onder de voorwaarden die zijn gesteld, de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen -Den Haag als kans. Den Haag heeft overigens de bevoegdheid niet om dit project te stoppen. 23.
Wat betekent de uitspraak van het college “dat het inpassingsplan dat nu bij de provincie ligt voor de aanleg van de Warmteleiding niet acceptabel is voor de gemeente Den Haag.” voor de (beantwoording) van de vraag of het college nog wil dat het project doorgaat? Het college herkent deze uitspraak niet. Wethouder van Tongeren heeft ingesproken bij de Provincie, de genotuleerde versie van die inspraak bevat de woorden ‘niet-acceptabel’ niet. 24. Zou het college het gehele proces van bestuurlijke en ambtelijke acties en contacten van Den Haag met partners als de Provincie, het Warmtebedrijf en de Gasunie, met betrekking tot het inpassingsplan en het ontwerptracé, middels een tijdlijn inzichtelijk willen maken? Zo nee, waarom niet? Er zijn drie procedures waarover op vele niveaus veelvuldig contact is: het opstellen van de MER, het opstellen van het PIP en voorbereidingen voor het verlenen van (omgevings)vergunningen die nodig zijn voor de aanleg. Overleggen vinden ook plaats op bestuurlijk, directie en uitvoeringsniveau. De tijdslijn van alle procedures is als volgt (zie ook RIS305099: momenten van invloed en bijlage 2 – actualisatie planning van RIS 308229):
8/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
Met het Warmtebedrijf Rotterdam is geen contact over WarmtelinQ+ van Rijswijk naar Leiden. Op 22 september 2021 heeft het Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland een besluit genomen over het toepassen van een PIP en het opstellen van een MER voor WLQ+ Rijswijk naar Leiden (zie ook de beantwoording van vraag 20). Het college wacht nog steeds op formele berichtgeving van de provincie hierover. Als gevolg van het besluit van de gemeenteraad van Rotterdam (zie ook beantwoording vraag 2) onderzoekt Gasunie samen met de provincie Zuid-Holland en het ministerie van EZK of het tracé van Rijkswijk naar Leiden mogelijk is. 25. In hoeverre betekent het feit - dat het inpassingsplan dat nu bij de provincie ligt voor de aanleg van de Warmteleiding niet acceptabel is voor de gemeente Den Haag - dat het college in haar gesprekken en onderhandelingen haar eisen of voorwaarden niet voor elkaar heeft gekregen in deze gesprekken en onderhandelingen? Indien dit geheel niet het geval is, zou het college dan willen toelichten wat dit feit dan betekent? Het college herkent de uitspraak “niet acceptabel” niet. Het College zet zich tot de dag van vandaag in voor verbeteringen in het PIP. 26.
Zou het college willen toelichten welke eisen, voorwaarden en prioriteiten het college bij deze gesprekken of onderhandelingen precies op tafel heeft gelegd? Het college heeft specifiek de coalitievoorwaarden op tafel gelegd. Zowel Eneco als Gasunie hebben schriftelijk kenbaar gemaakt hoe zij invulling geven aan deze voorwaarden. De brieven waarin dat is vastgelegd zijn bekend bij de Raad. Andere eisen hebben betrekking op het opstellen van de MER en het ontwerp-PIP die gerelateerd zijn aan de inpassing. Een voorbeeld hiervan is de beoordeling van twee varianten via de Schalk Burgerstraat in de MER. Een ander de keuze voor een locatie voor een warmteoverdrachtstation op of nabij de Uniper elektriciteitscentrale alvorens het PIP vast te stellen. Via het indienen van zienswijzen (de notitie Reikwijdte en Detailniveau, het voorontwerp PIP en het Ontwerp PIP) is benadrukt welke grotere belangen en welke prioriteiten gemeente Den Haag heeft. Thema's waarover is onderhandeld en ook eisen gesteld zijn, zijn o.a.
beperken van overlast voor bewoners/bedrijven, groenbehoud (door optimalisatie van het ontwerp), groencompensatie die verder gaat dan het minimaal vereiste niveau van gemeentelijke beleid , adequate schadevergoeding, een laagdrempelig klachtmeldpunt en informatiepunt, huren werkterreinen, werk-met-werk maken, meekoppel- en -herinrichtingskansen, niet-aansprakelijkheidsclausules en alternatieve parkeerplekken tijdens de aanleg.
9/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
27. Heeft het college bij deze gesprekken of onderhandelingen ingezet op groencompensatie of het tegengaan van bomenkap? Zo nee, waarom niet? Ja, zie ook de beantwoording bij vraag 16 en 17. De wethouder heeft persoonlijk onderhandeld met de Gasunie. Die heeft op aandringen van het college optimalisaties doorgevoerd zoals het verschuiven van boringen en verplaatsen van expansielussen om groen te behouden. Dit heeft de wethouder toegelicht in de commissies. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
*NOS, 7 oktober 2021: https://nos.nl/artikel/2400660-faillissement-warmtebedrijf-rotterdam-dreigtgemeente-wil-geen-leiding-naar-leiden
10/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
11/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
12/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
**AD, 7 oktober 2021: Omstreden Warmteleiding lijkt van de baan: ‘Geweldig nieuws! Nou hoef ik meook niet vast te ketenen’.
13/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
14/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
15/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
*** AD, 7 oktober 2021: Ondanks faillissement gaat omstreden leiding uit de haven naar Den Haag gewoon door.
16/17
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10192274
17/17