CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310138 Bijlage 1

Commissie Leefomgeving 2 december 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Duurzaamheid en Energietransitie inzake Voornemen voor inspraak vrijgeven concepttransitievisie warmte2.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE AANVULLEND BEWORTELINGSONDERZOEK, MOERWEG DEN HAAG Aan

:

A. Snijders Gasunie

Van

:

S. van der Heijden Bomenwacht Nederland

Datum

:

24 maart 2020

Projectcode

:

19275 (Bomenwacht Nederland)

Documentnummer :

LdM-T-413-RP-004 (WarmtelinQ)

INLEIDING Gasunie is voornemens een warmteleiding aan te leggen tussen Vlaardingen en Den Haag. Voor dit project heeft Bomenwacht Nederland een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Voorafgaand aan de BEA heeft Bomenwacht Nederland aanvullend onderzoek verricht bij onder meer 2 vleugelnoten aan de Moerweg te Den Haag. Bij deze bomen worden knelpunten voorzien in het geval de leiding wordt aangelegd middels een open ontgraving op het destijds voorgenomen tracé. Naar aanleiding van het aanvullende onderzoek is geadviseerd om de leiding middels een gestuurde boring onder de bomen aan te leggen. De onderzoeksresultaten en het advies zijn vastgelegd in de notitie ‘Boomtechnisch onderzoek 4 bomen, Moerweg en Herman Costerstraat’, d.d. 22 augustus 2019 (documentnummer WarmtelinQ: LdM-T-413-RP-001). De vleugelnoten zijn door Bomenwacht Nederland getaxeerd (notitie taxatie 2 vleugelnoten Moerweg, d.d. 24 oktober 2019, documentnummer WarmelinQ: LdM-T-413-RP-003). Gemeente Den Haag is voornemens geen omgevingsvergunning, activiteit kappen, te verlenen: de bomen dienen duurzaam behouden te blijven. Om die reden wordt gezocht naar een mogelijkheid om de leiding aan te kunnen leggen en de bomen (duurzaam) te behouden. Het meest recente ontwerp van het tracé is sterk gewijzigd ten opzichte van de vorige ontwerpen.

Dit nieuwe ontwerp is op tekening ‘LDM-T-402-RK-67 – Concept’ uitgewerkt en is bijgevoegd als bijlage A. Van de tekening valt af te lezen dat de insteek van de te graven bouwkuip op 4,82 respectievelijk 4,45 meter komt vanuit het hart van de stamvoet van de vleugelnoten. Dit is (ruim) buiten de theoretische stabiliteitskluit, die een straal heeft van 3,5 meter vanuit het hart van de stamvoet. De onderzoeksvraag is of de vleugelnoten de voorgestelde werkzaamheden, op basis van het nieuwste tracé-ontwerp, kunnen overleven. Om een antwoord op de onderzoeksvraag te formuleren, is op 13 januari 2020 een bewortelingsonderzoek uitgevoerd. Deze notitie beschrijft de uitkomsten ervan en geeft een antwoord op de onderzoeksvraag.

1 van 6 Moerweg, Den Haag

SITUATIE De bomen staan in een groenstrook tussen de rijbaan van de Moerweg en de singel. Direct naast de singel ligt een voetpad met een asfaltverharding. De groenstrook bestaat uit gazon en beplanting. De strook is 13 meter breed, van rijbaan tot singel. De insteek van de buitenkant van de bouwkuip komt op ruim een derde van de strook te liggen: op circa 4,68 respectievelijk 5,05 meter vanuit de singel. In 2019 is de Moerweg gereconstrueerd. Bij het vergelijken van de huidige situatie met de situatie van eind 2018 (via Google Streetview) valt op dat ter hoogte van beide bomen circa 5 parkeervakken zijn omgevormd naar gazon. In de oude situatie is hier ernstige bestratingsopdruk te zien. Direct langs de kademuur van de singel zijn worteluitlopers van de vleugelnoten te zien. Deze uitlopers zijn recent afgezaagd. De asfaltverharding van het voetpad naast de singel wordt door wortels opgedrukt. Op basis van deze waarnemingen en vanuit de resultaten van het onderzoek in 2019 wordt geconcludeerd dat de gehele groenstrook is doorworteld, vanaf de rijbaan tot aan de singel. Het maaiveld loopt glooiend af richting de singel. Direct naast de singel is het laagste punt, de rijbaan bevindt zich op het hoogste punt.

RESULTATEN De foto’s in bijlage B geven een indruk van het onderzoek en de resultaten. De boomnummering is weergegeven in bijlage C (nummering conform de notitie ‘Boomtechnisch onderzoek 4 bomen, Moerweg en Herman Costerstraat’, d.d. 22 augustus 2019, documentnummer WarmtelinQ: LdM-T-413-RP-001). Bij beide bomen is handmatig geprobeerd een profielsleuf te graven tussen de stam en de singel, op 3,5 meter vanuit het hart van de stamvoet. Dit is de omvang van de stabiliteitskluit en in vorige ontwerpen de insteek van de bouwkuip. Het blijkt nauwelijks mogelijk een sleuf te graven als gevolg van massaal aanwezige beworteling. Zowel fijne (diameter < 1 cm) als dunne beworteling (diameter 1 tot 3 cm) is zeer intensief aanwezig. Daarnaast zijn ook verschillende dikke wortels (diameter > 3 cm) waargenomen. Om toch een indruk van de bewortelingsdiepte en grondwaterstand te krijgen, is aanvullend op de profielsleuven een profielgrondboring uitgevoerd. Bij boom 3 kan vanaf 70 cm beneden maaiveld niet dieper geboord worden. Hier bleek bij verschillende boringen een steen-/betonlaag aanwezig te zijn waar niet doorheen geboord kan worden. Vanuit milieukundig onderzoek blijkt dat in de gehele groenstrook een ‘zwak baksteenhoudende laag’ op circa 1 meter diepte aanwezig is. Deze laag is zeer waarschijnlijk de aangetroffen belemmering om dieper te boren.

Bij boom 4 is geen steen-/betonlaag aangetroffen. Hier is tot 110 cm diep geboord. Het profiel bestaat tot 70 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand. Tussen 70 en 110 cm beneden maaiveld bevindt zich humusarm zand, met incidenteel kleidelen tussen het zand. Tot 110 cm beneden maaiveld is levende beworteling aangetroffen. Het grondwater is op 95 cm beneden maaiveld waargenomen. Dit is aanzienlijk hoger dan tijdens het onderzoek in augustus 2019. De verklaring daarvoor is dat het in augustus 2019 extreem droog was, waardoor de grondwaterstand gezakt was. Momenteel is er een neerslagoverschot, waardoor de grondwaterstand gestegen is. De grondwaterstand vertoont fluctuaties.

2 van 6 Moerweg, Den Haag

CONCLUSIE De gehele groenstrook, vanaf de rijbaan tot aan de singel, is doorworteld. De insteek van de bouwkuip bevindt zich op circa een derde deel van de groenstrook, gemeten vanaf de singelzijde. De insteek bevindt zich op het laagste gedeelte van de groenstrook. Vanwege deze relatief lage ligging is de verwachting dat circa 20 procent van de totale beworteling van de bomen verwijderd zal worden. Dit is niet levensbedreigend voor de bomen; de bomen zullen dit overleven. Ook zal, doordat (ruim) buiten de stabiliteitskluit wordt gegraven, de actuele stabiliteit niet in gevaar komen. Wel zullen de bomen gevoeliger worden voor (extreme) droogte en minder voeding kunnen opnemen. Een afname van de conditie wordt verwacht doordat de bomen minder voeding kunnen opnemen. Een boom met een verminderde conditie is vatbaarder voor ziekten en/of aantastingen. Doordat (ruim) buiten de stabiliteitskluit gewerkt wordt, en daardoor relatief dunne wortels zullen worden afgezet, is de kans klein dat houtrotveroorzakende schimmels zich in beschadigde wortels gaan ontwikkelen. Ook op langere termijn worden geen stabiliteitsproblemen verwacht. Of de conditie zich zal herstellen na afloop van de werkzaamheden is sterk afhankelijk van welk medium boven op de leiding wordt teruggebracht.

In het geval er een voedselrijke, voor bomen geschikte grond (bijvoorbeeld een bomengrond) wordt teruggebracht, dan zal de conditie op termijn weer herstellen. De bomen zullen in een dergelijk medium nieuwe wortels vormen en voldoende vocht en voeding kunnen opnemen om daarmee de conditie te kunnen herstellen. Doorgaans is wortelgroei bij een leiding ongewenst, daarom wordt vaak rondom een leiding humusarm zand teruggebracht. Dit is voor wortelgroei niet of nauwelijks geschikt. De afname van het wortelvolume is dan permanent en de conditie zal zich in dat geval niet herstellen. Bij een permanente conditievermindering neemt de toekomstverwachting voor de bomen af, ten opzichte van een situatie waarin geen werkzaamheden plaatsvinden. In het geval het verlies aan groeiruimte met een geschikt groeimedium gecompenseerd wordt, verandert de toekomstverwachting niet. De actuele toekomstverwachting is recent enigszins verbeterd door een uitbreiding van de groeiplaats. Bij beiden bomen zijn 5 parkeervakken omgevormd tot gazon. Een aandachtspunt bij wortelverlies is de vochtvoorziening van de bomen. Het wortelverlies wordt toegebracht op de plek met de hoogste grondwaterstand. De bomen nemen hier veel vocht op. Voor de aanleg van de leiding is het noodzakelijk om door middel van bronbemaling de grondwaterstand tijdelijk te verlagen.

Als dit in het groeiseizoen (mei tot oktober) in een periode met neerslagtekort (droogte) gebeurt, kunnen de bomen droogteschade oplopen. Tussen maaiveld en de onderste gesteltakken is relatief veel werkruimte. De onderste takken beginnen op circa 3,5 tot 5 meter hoogte. Het is overigens niet mogelijk deze bovengrondse werkruimte te vergroten: de onderste gesteltakken zijn dusdanig dik dat ze niet zonder gevolgen (inrotting) verwijderd kunnen worden. Ook zijn vrijwel alle zijtakken al verwijderd, de bovengrondse vrije ruimte kan niet vergroot worden door ‘tak op tak’ (verwijderen van zijtakken) te snoeien. De bouwkuip beslaat vrijwel de gehele zone tussen de singel en de insteek van de bouwkuip aan de zijde van de bomen. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden in en rondom de bouwkuip zal rekening gehouden worden met de beschikbare bovengrondse ruimte onder de kroonprojectie. Dit om schade aan de kroon te voorkomen.

3 van 6 Moerweg, Den Haag

ADVIES UITVOERING AANLEG WARMTELEIDING Hieronder volgen adviezen om de (mogelijke) effecten van de voorgenomen werkzaamheden (volgens tekening ‘LDM-T-402-RK-67 – Concept’) zo veel mogelijk te minimaliseren of te voorkomen.  

 

Voer de werkzaamheden niet in het groeiseizoen uit (niet tussen mei en oktober). Buiten deze periode is de boom in (winter)rust en verdampt dan geen vocht. Eventuele bronbemaling veroorzaakt in deze periode geen droogteschade. Het Handboek Bomen, een uitgave van het Norminstituut Bomen, geeft in hoofdstuk 2 veel kwaliteitseisen over het werken rond bomen. Een samenvatting van deze kwaliteitseisen is terug te lezen op de bomenposter ‘Werken rond bomen’. Deze poster is in bijlage D opgenomen. Geadviseerd wordt de hierop weergeven eisen op te volgen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de opslag van machines/materialen en vrijkomende grond buiten de bouwkuip en onder de kroonprojectie. Hiervoor is, zodra de sleuf gegraven wordt, onvoldoende ruimte beschikbaar. Een mogelijke oplossing is om werk-/opslagruimte op de singel te creëren (via pontons, tijdelijke brug, duwbakken of iets dergelijks). Geadviseerd wordt om zo lang mogelijke, aaneengesloten leidinglengtes te gebruiken. Deze moeten zo aangebracht worden dat de koppelingen (moffen) zo ver mogelijk bij de bomen vandaan komen te liggen. Zo wordt de kans op beschadigingen door ingroeiende wortels zo veel mogelijk beperkt en daarmee de noodzaak van opnieuw opgraven (wat nieuwe wortelschade zou veroorzaken). De bomen kunnen vooraf gesnoeid worden (kroon rondom innemen met 20 procent kroonvolume).

Hierdoor ontstaat een beter evenwicht tussen het (toekomstige) wortelen kroonvolume. Breng rondom en op de leiding een voor bomen zo optimaal mogelijk groeimedium aan, bij voorkeur bomengrond. De bomen kunnen op die manier snel het wortelverlies gaan compenseren. Hiermee wordt voorkomen dat de omvang van de groeiplaats permanent verkleind wordt. Het is niet wenselijk rondom de moffen bomengrond aan te brengen. Dit omdat wortels dan in de richting van de moffen worden gelokt, en kunnen ingroeien in de moffen. Hierdoor kan schade aan de leiding ontstaan met als gevolg schade aan wortels bij reparatiewerkzaamheden. Geadviseerd wordt om een meter rondom de moffen alleen humusarm (eventueel zout) zand aan te brengen. Dit is voor wortelgroei niet geschikt, de kans op ingroei bij de moffen wordt daarmee geminimaliseerd.

In het geval wortels geweerd worden op de leiding, en er dus geen optimaal groeimedium boven de leiding aangebracht wordt, dient het wortelverlies op een andere manier gecompenseerd te worden. In dat geval kan aan de gehandhaafde beworteling een anorganische bemestingsgift worden gegeven. De boom kan benodigde voeding vanuit de meststof opnemen en zo het wortelverlies compenseren. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat de werkzaamheden pas worden uitgevoerd vanaf het 4e kwartaal van 2021. Een optie zou zijn in de tijd die er nog is de bomen voor te bereiden op de werkzaamheden. Een gedeelte van het wortelverlies zou dan nu al kunnen worden toegebracht, het andere deel tijdens de aanleg van de leiding. Echter raden wij dit af. In ons advies noemen wij al diverse mogelijkheden om de effecten van het wortelverlies op te heffen. Daarbij blijkt dat bij voorbereiding alle beworteling, dus ook beworteling die tijdens aanleg van de leiding alsnog verwijderd wordt, extra hard gaat groeien. Het wortelverlies in de 2e fase tijdens de aanleg van de leiding zal daardoor groter zijn dan in de 1ste fase, en het effect van het voorbereiden is dan ook minimaal.

4 van 6 Moerweg, Den Haag

ADVIES DUURZAAM INSTANDHOUDEN BOMEN Om de bomen na afronding van de werkzaamheden duurzaam in stand te houden, is het wenselijk om het maaiveld onder de bomen anders in te richten. Het huidige gazon wordt intensief gemaaid en al het blad wordt verwijderd. Deze maatregelen zijn ongunstig voor de bodem en het bodemleven en daarmee ook ongunstig voor de bomen. Door een mulchlaag aan te brengen en afvallend blad te laten liggen, zal de bodem minder verdicht worden, meer voeding bevatten (de kringloop van vallend blad wordt hersteld) en een beter bodemleven krijgen.

BIJLAGEN Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D:

Tracé-ontwerp ‘LDM-T-402-RK-67 – Concept’ Foto-overzicht Overzichtstekening met boomnummering Bomenposter ‘Werken rond bomen’

5 van 6 Moerweg, Den Haag

(separaat) (separaat) (separaat)

BIJLAGE C OVERZICHTSTEKENING Locatie Moerweg

4

3

0

Onderzoeksboom met nummer

6 van 6 Moerweg, Den Haag

A

B

C

E

D

F

G

H

1

1

ROUTEKAART 68 ROUTEKAART 67

3D-90°

3D-90°

3D-90°

3D-90°

2

2

bk

ka s t

bk

k a s t

bk

ka s t

k a s t

BOVENAANZICHT - SCHAAL 1:200

3

3

4

A

B

C

D

E

F

G

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

BIJLAGE A FOTO-OVERZICHT Project Datum

: Aanvullend bewortelingsonderzoek, 2 vleugelnoten, Moerweg Den Haag : 13 januari 2020

Nabij de bomen zijn parkeerplaatsen omgevormd naar gazon.

Opdruk van de asfaltverharding.

Wortelopslag nabij de Singel.

1 van 2 Moerweg, Den Haag

Profielboring bij boom 3.

Zeer intensieve beworteling.

Overzicht van de profielsleuf bij boom 4.

Detail van de profielsleuf bij boom 4.

2 van 2 Moerweg, Den Haag

BOMENPOSTER

WERKEN ROND BOMEN OPSLAG, PARKEREN EN TRANSPORT

Opslag Opslag parkeren parkeren en en transport transport

KWETSBARE BOOMZONE ! Kwetsbare boomzone = Kroonprojectie + 1,5 meter

!

NIET NIET TOEGESTAAN TOEGESTAAN

1,5M

1,5M

1,5M

NIET TOEGESTAAN

1,5M

FYSIEKE AFSCHERMING FYSIEKE AFSCHERMING

!!

BRONBEMALING EN VERANDERINGEN IN GRONDWATERSTAND

GWST GWST

RANDRANDVOORWAARDEN VOORWAARDEN

GWST

MINIMALE GRAAFAFSTAND

MARKEER!

STAM

! RANDVOORWAARDEN

MIN. 2M GESLOTEN DAMWAND

Als uitgangspunt wordt de fysieke afscherming, zie RANDVOORWAARDEN punt 1, rond de boom geplaatst tot buiten de kwetsbare boomzone.

GWST

Voor opslag, parkeren en transport gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld het plaatsen van drukverdelende rijplaten.

! Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de KWETSBARE BOOMZONE alleen toegestaan MET TOESTEMMING (goedgekeurd Werkplan).

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!

RANDVOORWAARDEN EN EISEN

GRAVEN, OPHOGEN Graven, ophogen en ANDERE BODEM Graven,EN ophogen en andere andere bodembewerkingen bodembewerkingen BEWERKINGEN NIET NIET NIET TOEGESTAAN TOEGESTAAN TOEGESTAAN

ONDERGRONDS KWETSBARE ZONE KWETSBARE KWETSBARE ZONE ZONE RANDRAND!! RANDVOORWAARDEN VOORWAARDEN VOORWAARDEN

1 Plaats een niet-verplaatsbare fysieke afscherming rond de boom (minimaal 2 m hoog) en markeer deze met de weerbestendige poster ‘Kwetsbare boomzone’. 2 Binnen elke kwetsbare boomzone zijn (tot 1,5 m buiten de kroonprojectie) de uitvoering van werkzaamheden en de opslag van materiaal en het rijden of parkeren van materieel en voertuigen alleen toegestaan met toestemming via een door de opdrachtgever of directie goedgekeurd Werkplan. 3 Binnen elke kwetsbare boomzone gelden randvoorwaarden die uitgewerkt moeten zijn in het goedgekeurde WerkBOVENGRONDS plan. Deze randvoorwaarden worden in de regel opgesteld aan de hand van een Bomen Effect Analyse (BEA). 4 Het Werkplan vermeldt gedetailleerd (per boom) wanneer, op welke wijze, volgens welke randvoorwaarden en met welk materieel en welke hulpmiddelen werkzaamheden binnen de 1,5M uitgevoerd. kwetsbare1,5M boomzone mogen en moeten worden 5 Werkzaamheden mogen de duurzame instandhouding van de boom nooit in gevaar brengen. 6 Graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zijn uitsluitend toegestaan met toestemming via het goedgekeurde Werkplan, zie hierboven punt 2.

Voor bronbemalingen en veranderingen in de grondwaterstand gelden zowel binnen als buiten de kwetsbare boomzone randvoorwaarden. Bijvoorbeeld het toepassen van een gesloten bronbemaling.

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan! Vloeistoffen en gassen

VLOEISTOFFEN EN GASSEN NIET TOEGESTAAN

Vloeistoffen en gassen GIF/ZUUR/ CEMENT

Bodemvreemde gassen en vloeistoffen kunnen grote schade veroorzaken aan de groeiplaats NIET van een boom. TOEGESTAAN Snoeiwerkzaamheden Houd gassen en vloeistoffen, maar ook cementmolens en (water)afvoeren, op grote GIF/ZUUR/boomzone! afstand van de kwetsbare CEMENT

RANDRAND!! RANDVOORWAARDEN VOORWAARDEN VOORWAARDEN

BODEMBODEMBODEMBESCHERMING BESCHERMING BESCHERMING

GESTUURD GESTUURD GESTUURD BOREN BOREN BOREN

Voor graven, ophogen en bodembewerking gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld minimale graafafstanden en wortelbescherming.

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan! Kabelgoten, mantelbuizen en gestuurd boren bieden soms een goed alternatief. Let bij grond- en graafwerkzaamheden ook op kabels en leidingen (KLIC-melding, WION).

LEIDRAAD MINIMALE GRAAFAFSTANDEN Stam

Minimale graafafstand vanuit het hart van de stamvoet

Eenzijdige wortelontwikkeling of scheefstaande boom (trekzijde)

20 cm 40 cm 60 cm 80 cm 100 cm 150 cm

> 1,25 m > 1,50 m > 1,75 m > 2,25 m > 2,50 m > 3,50 m

2,0 m 2,5 m 3,0 m 3,5 m 4,0 m 5,0 m

HANDBOEK BOMEN Voor een juiste uitwerking van een goedgekeurd Werkplan en de eisen en randvoorwaarden voor werkzaamheden rond bomen wordt verwezen naar het Handboek Bomen | H2 | Werken rond bomen.

NIET TOEGESTAAN

SNOEI ! Snoeiwerkzaamheden WERKZAAMHEDEN RANDVOORWAARDEN

NIET TOEGESTAAN

! RANDVOORWAARDEN Het snoeien van bomen is alleen toegestaan met toestemming van de opdrachtgever of directie, ook wanneer er enkel sprake is van een gebroken of beschadigde tak. Voor het snoeien van bomen gelden de eisen van het Handboek Bomen | H8 | Snoeien bomen.

Deze uitgave van Stadswerk is tot stand gekomen dankzij:

Kijk voor meer info op www.norminstituutbomen.nl NB0518_Poster_WerkenRondBomen_2018.indd 1

03-09-18 15:59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728868/1