CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310116 Voorstel van de voorbereidingscommissie raadsonderzoek Amare’ (voorstel en afdoening motie RIS 308285)

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek Onderwijs- en Cultuurcomplex (RIS306611)4.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorbereidingscommissie raadsonderzoek Amare

999

Retouradres Postbus 19157, 2500 CD Den Haag

Ons kenmerk RIS310116

Aan de gemeenteraad

Contactpersoon

J.L. van Oeveren Dienst

Griffie Afdeling

Griffie Telefoonnummer

3533131 Datum

28 september 2021 Onderwerp

Raadvoorstel en afdoening motie RIS 308285

Geachte leden van de raad, Op 25 maart 2021 heeft de raad motie RIS308285 aangenomen met als titel ‘Instellen voorbereidingscommissie t.b.v. raadsonderzoek Amare’ luidende Constaterende, dat: • Het Rekenkamer-rapport over Amare een aantal conclusies trekt die vervolgvragen oproepen met betrekking tot de rol van de Raad, het College, de gemeentelijke organisatie, de projectontwikkelaars en de toekomstige huurders die betrokken waren bij de realisatie van Amare Overwegende, dat: • Een raadsonderzoek de mogelijkheid biedt die vragen verder te onderzoeken en daarbij ook de rol van de raad kritisch te evalueren; • een raadsonderzoek eveneens de mogelijkheid biedt tot optimale transparantie over het gelopen proces, de hieruit getrokken lessen en mogelijkheden tot verbetering; • voordat de raad overgaat tot het besluit tot een raadsonderzoek, er eerst een voorbereidingscommissie ingesteld zal worden conform gemeentewet en de verordening op de raadsonderzoekscommissie die vooronderzoek zal doen naar de onderzoeksvragen en welke instrumenten geschikt zijn deze te beantwoorden; • tijdens dit vooronderzoek preciezer geformuleerd zal worden wat de scope en opzet van het raadsonderzoek zal zijn. • dat bij een vooronderzoek kunnen worden betrokken de reeds ingezette verbetermaatregelen door het college in de vorm en van onderzoeken en acties.

Verzoekt de raad: • een voorbereidingscommissie in te stellen met een oneven aantal en ten minste drie leden, ten behoeve van een vooronderzoek door de raad naar Spuikwartier en Amare, conform de Verordening op de raadsonderzoekscommissie, naar project- en contractmanagement, de rol van de gemeentelijke organisatie, de besluitvorming door de raad en het college en de rol van de projectontwikkelaar/het consortium en de toekomstige huurders rondom de aanbesteding en bouw van het OCC, de exploitatie

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 19157 2500 CD Den Haag

T 070 - 3532917 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

van Amare en de ontwikkeling van het Spuikwartier en de voorgeschiedenis daarvan. • Doel van het vooronderzoek is de onderzoeksvragen helder te formuleren en na te gaan wat het juiste instrument is deze te beantwoorden. De voorbereidingscommissie De raad heeft op 20 mei de voorbereidingscommissie raadsonderzoek Amare ingesteld bestaande uit de dames Arp en Vavier, de heren Bos, Dubbelaar, De Graaf, Pluimgraaff en Scheper. Mevrouw Vavier is door de raad als voorzitter van de commissie verkozen, de commissie heeft de heer Dubbelaar als plaatsvervangend voorzitter aangewezen. De plaatsvervangend griffier is secretaris van de commissie. Naast een verantwoording over de uitgevoerde werkzaamheden legt de commissie op grond van de Verordening op de raadsonderzoekscommissies in dit stuk een raadsvoorstel aan u voor. •

• •

•

•

• •

De commissie is de afgelopen tijd 12 keer (in beslotenheid) bijeen geweest, waarvan twee keer digitaal in het zomerreces. De bijeenkomsten van de commissie hebben éénmalig in de Caballerofabriek plaatsgevonden, voorafgaand aan de raadsconferentie, de overige bijeenkomsten vonden in het stadhuis of digitaal plaats. De commissie heeft zich laten informeren door collega-raadsleden uit Amsterdam en Deventer om te leren van hun ervaringen met een raadsenquête. Zoals u is gemeld bij de raadsmededeling van 14 juli jl. (RIS309552) wordt de commissie bij de werkzaamheden ondersteund door het onderzoeksbureau Policy Research Company (PRC) uit Rotterdam. Dit bureau heeft een brede ervaring met de ondersteuning van (voorbereidende) raadsonderzoekscommissies. In het voortgangsbericht van 14 juli heeft de commissie alle fracties uitgenodigd om, indien zij dat wensen, hun visie op het onderwerp van het onderzoek per mail te delen met de commissie. Daarvan is geen gebruik gemaakt. PRC heeft het onderzoek tijdens het zomerreces uitgevoerd. Hierbij zijn alleen documenten betrokken die al door het college aan de raad zijn overgelegd, over de periode januari 2011 tot 1 juli 2021. Deze stukken zijn in het Raadsinformatiesysteem of fysiek bij de griffie voorhanden. PRC heeft in het zomerreces een gesprek gevoerd met de voorzitter van de rekenkamer over de bevindingen uit het rekenkamerrapport.

Een aantal leden van de commissie heeft met een aantal onderzoekers van PRC een werkbezoek aan het Amare-gebouw gebracht op 3o augustus. Het onderzoek van PRC heeft geleid tot een openbaar rapport dat bij dit voorstel is gevoegd.

Op basis van het onderzoek van PRC heeft de commissie twee hoofdvragen, uitgewerkt in deelvragen en detailvragen geformuleerd. De hoofd- en deelvragen zijn hierna opgenomen. Voor de detailvragen verwijzen wij naar het rapport. Deze vragen vormen de basis voor het advies van de commissie aan de raad over het mogelijke vervolgtraject. Financiën De commissie heeft een begroting opgesteld voor de verwachte kosten van het vooronderzoek, ter grootte van € 0,1 mln in 2021. De kosten beslaan voornamelijk de vergoeding voor de werkzaamheden van PRC en de vergoeding van de leden van de commissie en de ambtelijke ondersteuning. De kosten zullen worden verantwoord in de programmarekening onder programma 1.

2/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

Samenvatting van de werkzaamheden van de voorbereidingscommissie De voorbereidingscommissie heeft ten behoeve van de uitvoering van de motie in het kader van een vooronderzoek de volgende vragen beantwoord: 1. Wat zou in aanvulling op het rekenkameronderzoek nader onderzocht moeten worden? 2. Welke vragen moeten worden beantwoord in een verder onderzoek? 3. Wat kan een verder onderzoek Den Haag opleveren? 4. Welke documenten zijn benodigd voor een vervolgonderzoek? 5. Welke aanbevelingen kan de commissie aan de raad doen? 6. Wat is het beslag van een verder onderzoek op de tijd en de middelen van de raad? Wat hield het vooronderzoek in? De commissie heeft PRC de volgende werkzaamheden laten uitvoeren en de voorhanden zijnde bronnen laten analyseren: - Een inventarisatie van de reeds bestaande beleidskaders inzake grote projecten, risicomanagement, cultuur, gebiedsontwikkeling en onderwijs op het project OCC/Amare, conform de opdracht van de motie; - De ontwikkeling van de argumentatie voor het publiek belang dat door middel van het project OCC/Amare behartigd moet worden; - De voorgeschiedenis en ontwikkeling van het Spuikwartier en Amare; - De financiering van het project OCC/Amare alsmede de financiële impact van het project OCC/Amare inclusief de projectwijzigingen voor de gemeente; - De besluitvorming van het project: de totstandkoming van het Programma van Eisen, de

aanbesteding en het contractmanagement; - Het verloop van het bouwproces: het projectmanagement, de projectwijzigingen waaronder de package deal, het bouwproces en de vertraagde oplevering; - De verwachtingen en prognoses aangaande onderhoud en exploitatie; - De verbeterplannen van het college. 1. Wat zou in aanvulling op het rekenkameronderzoek nader onderzocht moeten worden? De rekenkamer voert onderzoek uit naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van beleid (art. 182 Gemeentewet). De rekenkamer Den Haag heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar OCC/Amare (RIS306611). De rekenkamer heeft bij het onderzoek naar OCC/Amare een beperkte periode onderzocht, namelijk vanaf november 2014, waarbij het onderzoek zich met name richtte op de informatievoorziening door het college aan de raad en de financiële aspecten van het project. De raad heeft bij de behandeling van het rekenkameronderzoek geconstateerd dat er beperkingen waren aan het rekenkamer onderzoek en dat er nog vragen zijn die beantwoord moeten worden. Daarop is de hier bovengenoemde motie aangenomen. De voorbereidingscommissie heeft vervolgens conform de motie gekeken wat nader onderzocht zou moeten worden in aanvulling op het rekenkameronderzoek, waarbij het gaat om het zoeken naar antwoorden op vragen die in niet in het rekenkameronderzoek aan de orde zijn gekomen.

De commissie heeft daarbij de volgende onderwerpen geformuleerd: a) De interactie tussen college, ambtelijk apparaat, de cultuurinstellingen, de projectontwikkelaar/het consortium en de raad en hoe deze interactie de totstandkoming van het beleid en de besluitvorming heeft beïnvloed; b) De aanloop naar de aanbesteding en de contractuele relatie met de projectontwikkelaar/het consortium;

3/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

c) De rolverdeling en kwaliteit binnen de ambtelijke organisatie en de keuze van externe adviseurs; d) De manier waarop cultuur en leiderschap binnen de ambtelijke organisatie invloed hebben op de besluitvorming. Daarnaast heeft de voorbereidingscommissie een langere periode onderzocht, te weten vanaf begin 2011. De reden hiervoor is dat begin dat jaar het voorstel van het college inzake Besluitvorming Dansen Muziekcentrum Spuiplein aan de raad is voorgelegd. De commissie is benieuwd naar de rol van de beleidsambities op dit onderwerp door de tijd heen: die zijn niet statisch geweest. Daarom vindt de commissie het van belang te onderzoeken in welke mate deze ambities het verloop van het project hebben bepaald en in hoeverre zij zelf aan verandering onderhevig zijn geweest. De onderzoeksperiode is begrensd op 1 juli 2021, zijnde de datum van oplevering van het gebouw. Ook de rol van actoren is relevant. Als die rol vanaf de fase van eerste planvorming onderzocht wordt, kunnen grote wijzigingen in de argumentatie voor het publiek belang gerelateerd worden aan de actoren die op dat moment actief zijn. De commissie ziet het als meerwaarde om hierop antwoorden te krijgen, ook gelet op het grote belang dat de stad altijd aan dit project heeft gehecht en de discussies die het in de gemeenteraad, bij maatschappelijke organisaties, in de stad en bij het publiek heeft veroorzaakt. 2.

Welke vragen zouden moeten worden beantwoord in een verder onderzoek? In een verder onderzoek zouden naar het oordeel van de commissie twee hoofdvragen beantwoord moeten worden. Deze hoofdvragen zijn beide onderverdeeld in deelvragen en verdiepende vragen. De verdiepende vragen zijn terug te lezen in het rapport dat als bijlage bij dit voorstel is gevoegd. De hoofdvragen staan vast. De deelvragen en de verdiepingsvragen vormen samen geen uitputtende opsomming. Deel- en verdiepingsvragen zouden tijdens het eventuele vervolgonderzoek kunnen worden toegevoegd, gewijzigd of kunnen komen te vervallen. De raad zal daarover dan worden geïnformeerd. Hoofdvraag 1. Hoe past de ontwikkeling van het Spuikwartier en de voorgeschiedenis ervan en de ontwikkeling, de bouw en de exploitatie van OCC /Amare (verder benoemd als project Amare) binnen de beleidskaders van de gemeente Den Haag rond Grote Projecten, Risicomanagement, Cultuur, Onderwijs en Gebiedsontwikkeling en welk publiek belang wordt hiermee gediend? 1.1 Welke impact hebben deze beleidskaders gehad op de ontwikkeling van het Spuikwartier en op het project Amare en omgekeerd; is er impact vast te stellen vanuit de ontwikkeling van het Spuikwartier en vanuit het project Amare op deze beleidskaders en zo ja, welke? Hoofdvraag 2.

Hoe is door het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie het project Amare vormgegeven en aangestuurd, welke rol hebben alle betrokken actoren gespeeld, op welke wijze is de raad geïnformeerd en hoe heeft de raad zijn kaderstellende en controlerende taak ingevuld? 2.1

Hoe zijn in het project Amare de verantwoordelijkheden belegd tussen alle relevante actoren, als daar zijn college, ambtelijke organisatie (betrokken gemeentelijke diensten en topambtenaren), externe adviseurs (o.a. architecten en juridisch adviseurs) projectontwikkelaar/het consortium en verbonden ondernemingen, hoofdhuurder, onderhuurders, raad en maatschappelijk krachtenveld, hoe zijn deze verantwoordelijkheden in

4/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

de praktijk ingevuld, tot welke interactie heeft dit geleid tussen deze actoren en wat was de impact hiervan op: - de kwaliteit van de contractvorming met de projectontwikkelaar/het consortium en met de hoofdhuurder en tussen de hoofdhuurder en de onderhuurders; - de kwaliteit van alle andere formele en informele afspraken tussen actoren; - op de opleveringsdatum; - op de financiën van de gemeente en - op de uiteindelijke outcome van het project Amare, zijnde het gerealiseerde gebouw, de functionaliteit en de toekomstige exploitatie ervan? 2.2

Hoe kan de kwaliteit van de informatie verstrekt aan het college en aan de raad beoordeeld worden gedurende de verschillende fases van het project Amare (ontstaan tot en met exploitatie)?

2.3

Hoe kan de kwaliteit van kennis en kunde binnen de gemeentelijke organisatie en binnen de projectorganisatie van Amare beoordeeld worden en welke rol speelt hierin organisatiecultuur en leiderschap binnen de gemeente (onder meer checks & balances en organisatie van tegenspraak)?

2.4

Hoe kan de rol van de raad beoordeeld worden bij de behandeling van het project Amare (ontstaan tot en met exploitatie) in algemene termen en hoe heeft de raad zijn kaderstellende en controlerende taak ingevuld in het bijzonder?

2.5

Wat is de financiële impact voor de gemeente van het project Amare en welke financiële relaties bestaan met de gebiedsontwikkeling?

2.6

Welke lering kan getrokken worden uit het project Amare over hoe de raad in de toekomst geïnformeerd wil worden rond grote projecten, gebiedsontwikkeling en risicomanagement en welke rol wil de raad in deze spelen inzake besluitvorming?

3. Wat kan een verder onderzoek Den Haag opleveren? In de commissie is nadrukkelijk stil gestaan bij de vraag wat een verder onderzoek de gemeente nog kan opleveren. De commissie heeft zich door PRC laten informeren over de mogelijk in te zetten instrumenten en heeft in een daaropvolgend overleg zonder aanwezigheid van PRC stilgestaan bij de voor- en nadelen van de mogelijke instrumenten. Het is de eerste keer dat een voorbereidingscommissie in Den Haag een dergelijke opdracht heeft gekregen en de commissie voelt de verantwoordelijkheid die op haar schouders ligt. Nu het gebouw er eenmaal staat, is de commissie van mening dat Amare een goede start verdient als multidisciplinair gebouw van de kunsten in onze stad. Er is echter ook een verplichting aan de stad transparant te zijn over de ontwikkelingen en de besluitvorming die tot de bouw van het pand hebben geleid. De stad staat daarnaast de komende jaren voor flinke uitdagingen op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen, in het Central Innovation District, de Binckhorst, Den Haag Zuid West, de mogelijke verplaatsing van de raamprostitutie en de energietransitie. De commissie is dan ook van mening dat een vervolgonderzoek niet alleen zinvol is om inzicht te krijgen in het proces van besluitvorming tot nu toe over OCC/Amare.

De lessons learned die een vervolgonderzoek opleveren kunnen de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie ook

5/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

ondersteunen bij de uitvoering van lopende dossiers met grote (ruimtelijke) projecten. De commissie ziet ook dat een vervolgonderzoek waardevol materiaal voor toekomstige grote (ruimtelijke) projecten waar de stad de komende jaren mee te maken krijgt, kan opleveren. De oogst voor de gemeente uit een vervolgonderzoek zou onder meer kunnen bestaan uit beter zicht op: - De planning en realisatie van grote bouw- en infrastructuurprojecten en de kaders die de raad daarover kan vaststellen; - Het voeren en implementeren van een beleid rond risicomanagement; - De keuze van contractvormen en de gevolgen; - De manier waarop publiek belang wordt geëxpliciteerd en operationeel gemaakt; - De manier waarop de raad zich wil laten informeren door het college en waar en wanneer besluitvorming gewenst is; - De manier waarop cultuurinstellingen en het maatschappelijk krachtenveld worden betrokken bij besluitvorming. 4. Welke documenten zijn benodigd voor een vervolgonderzoek? Uit het rapport van de rekenkamer wordt duidelijk dat de rekenkamer de geheimhouding te respecteren heeft van niet openbare documenten die van het college zijn ontvangen. Deze informatie kan dan ook niet met de raad worden gedeeld of openbaar gemaakt.

Dat leidt ertoe dat de raad een informatieachterstand heeft, die naar het oordeel van de commissie opgeheven zou moeten worden om een compleet beeld te krijgen van het gehele proces van totstandkoming van OCC/Amare.

-

-

Omdat de kern van het hoofdonderzoek de interactie betreft tussen de betrokken actoren en voor de gemeente ook binnen het college, de ambtelijke organisatie en de raad, is het noodzakelijk te beschikken over alle relevante documenten, zoals daar onder meer zijn: contracten met de projectontwikkelaar/het consortium; contracten met de hoofdhuurder en contracten tussen hoofdhuurder en onderhuurders; alle relevante voorbereidende documenten en adviezen die hebben geleid tot deze contracten; formele en informele afspraken tussen betrokken actoren; alle relevante documenten die hebben geleid tot de programma’s van eisen, de aanbesteding, het contractmanagement, het projectmanagement, de projectwijzigingen, de package-deal, de oplevering, de verdeling van onderhoudskosten en de bedrijfsplannen; formele en informele correspondentie tussen de ambtelijke organisatie, de hoofdhuurder en onderhuurders, de projectontwikkelaar/het consortium en andere derde partijen.

5. Welke aanbevelingen kan de commissie aan de raad doen? Inzet vervolginstrument Aangezien het voor Den Haag de eerste keer is dat vooronderzoek naar een mogelijke raadsenquête is uitgevoerd, heeft de commissie uitgebreid stil gestaan bij de opties voor de inzet van een vervolginstrument. In het rapport is in hoofdstuk 8 uitgebreid toegelicht welke instrumenten zouden kunnen worden ingezet. a. Onderzoek door college De commissie adviseert de raad niet om het college een eigen onderzoek te laten doen. Waar het voordeel van een dergelijk onderdeel de redelijk korte duur van het onderzoek kan zijn, is het nadeel van een dergelijk onderzoek naar het oordeel van de commissie dat de vragen die zijn voortgekomen uit het vooronderzoek zich met name richten op de rol van het college, de

6/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

verhouding tussen het college en de raad en de interactie tussen het college en de externe partners. Een onderzoek door het college is dan niet het meest voor de hand liggende instrument. b. Vervolgonderzoek door rekenkamer Een vervolgonderzoek door de rekenkamer wordt ook niet door de commissie geadviseerd. De rekenkamer heeft al een waardevol onderzoek uitgevoerd, dat zich met name heeft gericht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid. Het vooronderzoek heeft echter vragen geformuleerd die een breder onderzoeksterrein omvatten, die naar het oordeel van de commissie beter op een andere wijze kunnen worden onderzocht. c. Raadsonderzoek/raadsenquête Voor de beantwoording van hoofdvraag 1 zou naar het oordeel van de commissie een raadsonderzoek kunnen worden uitgevoerd, waarbij de extra machtsmiddelen van een raadsenquête zoals genoemd in artikel 155a -f Gemeentewet achterwege zouden kunnen blijven. Dit zou inhouden een onderzoek door een commissie, zonder gebruik te maken van openbare verhoren onder ede en verplichte verschijning voor de commissie. De reden hiervoor is dat hoofdvraag 1 met name beleidsmatig van aard is en zich niet richt op het handelen van de diverse actoren bij dit project. Voor hoofdvraag 2 ligt dit naar het oordeel van de commissie anders.

Inzet van het instrument van de raadsenquête leidt vanwege het verplichtende karakter van de medewerking aan het onderzoek tot een betere waarheidsvinding. Documenten worden makkelijker verstrekt en interviews en verhoren kunnen doordringen tot de kern van de zaak. Zo kan op basis van de stukken onvoldoende achterhaald worden op welke wijze de culturele instellingen zijn gekozen om deel uit te maken van Amare. Door middel van interviews is dat wel mogelijk en kunnen zo de afspraken die daaraan ten grondslag liggen helder worden. Het beantwoorden van hoofdvraag 2 vereist inzage in interne ambtelijke notities en stukken die gewisseld zijn tussen de ambtelijke organisatie en de projectontwikkelaar/het consortium, tussen de ambtelijke organisatie en de huurders en tussen de ambtelijke organisatie en externe adviseurs. Dit soort documenten worden in het kader van reguliere onderzoeken zonder de inzet van een enquêtecommissie zelden door het college aan de raad verstrekt, maar moeten worden verstrekt als een raadsenquêtecommissie daarom vraagt. Daarnaast is er ook een vraag geformuleerd over de rol van het maatschappelijk krachtenveld. Om deze rol te kunnen analyseren is met name de reactie van de gemeentelijke organisatie op input uit dit krachtenveld van belang. De invloed van het maatschappelijk krachtenveld moet daarom worden vastgesteld door middel van interviews.

Een raadsenquête met openbare verhoren doet recht aan het belang dat moet worden gehecht aan het maatschappelijk krachtenveld. Verder vindt de commissie het belangrijk antwoorden te krijgen over de gemeentelijke organisatie en de leiderschaps- en organisatiecultuur. Ook dit zijn onderwerpen die door middel van interviews en verhoren met betrokkenen kunnen worden achterhaald. Het voordeel van een enquête is dat betrokkenen open kunnen spreken, zonder dat gevreesd hoeft te worden voor repercussies. Onderzoeksperiode hoofdonderzoek uitbreiden tot start collegeperiode 2006-1 juli 2021 Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het handelen van de verschillende actoren in de totstandkoming van OCC/Amare doet de commissie de aanbeveling de onderzoeksperiode te laten starten bij de eerste planvorming rondom OCC/Amare. De oorspronkelijke ambities zijn vaak bepalend voor het verloop van het project. Dit sluit aan bij de aangenomen motie over het instellen van de voorbereidingscommissie, welke ook onderzoek moet doen naar de ontwikkeling van het Spuikwartier en de voorgeschiedenis daarvan plus de belangrijke keuzes in de eerste fase van planvorming: in 2008 is reeds gekozen voor het laten deelnemen van het KC aan de ontwikkeling van OCC/Amare en is het eerste Programma van Eisen tot stand gekomen.

7/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

Feitelijk adviseert de commissie uitbreiding van de onderzoeksperiode tot de start van de collegeperiode in mei 2006, aangezien in het toen gesloten coalitieakkoord voor het eerst sprake is van mogelijk nieuwe huisvesting van het Nationaal Danstheater en het Residentieorkest. Advies van de voorbereidingscommissie De commissie doet gelet op het hier voorgaande, afgewogen de inzet van de ter beschikking staande instrumenten tegenover de antwoorden waaraan behoefte bestaat, unaniem de aanbeveling aan de raad over te gaan tot het houden van een raadsenquête als bedoeld in artikel 155a-f Gemeentewet, over de periode start collegeperiode 2006 – 1 juli 2021. De voorbereidingscommissie beschouwt motie RIS 308285 hiermee als afgedaan. 6. Wat is het beslag van een verder onderzoek op de tijd en de middelen van de raad? Indien de raad het advies van de commissie overneemt en besluit een raadsenquête te houden, is het van belang de volgende punten in ogenschouw te nemen: a. Aanbesteding onderzoeksbureau t.b.v. ondersteuning bij raadsenquête: gelet op ervaringen uit andere gemeenten met de kosten van het houden van een raadsenquête is het zeer aannemelijk dat moet worden overgegaan tot een Europese aanbesteding. Met een reguliere Europese aanbesteding is, uitgegaan van de krapst denkbare termijnen, een periode van drie maanden gemoeid. b.

Moment van instellen raadsenquêtecommissie: het is goed te realiseren dat indien de raad de nieuwe commissie nog dit jaar installeert, de commissie naar alle waarschijnlijkheid niet voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 gereed zal zijn met de werkzaamheden, alleen al vanwege de duur van de aanbesteding voor het onderzoeksbureau van minimaal drie maanden. Daarmee bestaat de kans dat na de verkiezingen nieuwe leden zullen moeten worden benoemd omdat een aantal leden uit de commissie niet is teruggekeerd in de raad. Het advies is dan ook een enquêtecommissie in te stellen na 16 maart 2022. c. Werkzaamheden voorbereidingscommissie: met het opleveren van het onderzoeksrapport en de aanbevelingen aan de raad is het werk van de voorbereidingscommissie feitelijk ten einde. Als de raad besluit een raadsenquête te houden, is te overwegen de leden van de voorbereidingscommissie te vragen de Europese aanbesteding voor het onderzoeksbureau t.b.v. het hoofdonderzoek in de raadsenquête uit te laten voeren en de commissie daartoe dan ook mandaat te verlenen. De voorbereidingscommissie adviseert de raad hiervoor te kiezen. d. De duur van een raadsenquête: ervaringen uit andere gemeenten leert dat de periode varieert, ren enquêteperiode van 9 tot 12 maanden is niet ongebruikelijk. e.

De kosten van een raadsenquête: ervaring uit andere gemeenten leert dat deze kosten substantieel zijn. Bedragen tussen 0,2 en 1,0 miljoen zijn genoemd. Op grond van artikel 155f Gemeentewet zal het college de door de raad geraamde kosten voor een bepaald jaar in de ontwerp-begroting moeten opnemen. De commissie adviseert de raad het college opdracht te geven ruim te begroten. Gelet op het bovenstaande, inhoudende het advies dat de raad overgaat tot het houden van een raadsenquête Amare, is het voorstel van de leden van de voorbereidingscommissie aan de raad het volgende besluit te nemen:

8/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

De raad van de gemeente Den Haag, Gezien artikel 155a-f Gemeentewet Gezien de Verordening op de raadsonderzoekscommissies, Besluit I. Een raadsenquête in te stellen als bedoeld in artikel 155a-f Gemeentewet ter beantwoording van de vragen zoals die zijn opgesteld door de voorbereidingscommissie over (de voorbereiding van) het Spuikwartier, OCC/Amare en de rol van het college, raad, ambtelijke organisatie, de betrokken culturele instellingen en overige actoren, de wijze waarop de raad is geïnformeerd en hoe de raad zijn kaderstellende en controlerende taak heeft ingevuld; II. De periode van raadsenquête vast te stellen op mei 2006 - 1 juli 2021 III. Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 een commissie in te stellen die de raadsenquête uitvoert; IV. De voorbereidingscommissie op te dragen de aanbestedingsprocedure voor een onderzoeksbureau ten behoeve van de raadsenquête in gang te zetten; V. Het college opdracht te geven middelen in de meerjarenbegroting 2022-2025 op te nemen voor deze raadsenquête. Aldus besloten in de raadsvergadering van

De voorzitter,

De griffier,

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10606412/1