CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS310115 Bijlage

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededing: Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders (RIS310115)7.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 12 oktober 2021

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

1/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Inhoudsopgave

1 Inleiding

3

2 De vraag & het huidige aanbod

4

2.1 2.2

Huidig aanbod Tekort

3 Aanpak van het tekort

5 6

7

3.1 3.2 3.3 3.4

Uitgangspunten Participatie en communicatie Realiseren van lopende afspraken en projecten Aanvullende projecten en ideeën

7 10 12 13

3.4.1

‘Groene’ projecten

14

3.4.2

‘Oranje’ projecten

16

3.5 3.6

‘Out of the box’ oplossingen Randvoorwaarden voor succes

17 19

3.6.1

Coalitie met de stad

19

3.6.2

Beeldvorming over doelgroepen

19

3.6.3

Rolneming gemeente

19

3.6.4

Financiën

20

4 De restopgave

22

5 Conclusie

23

2/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

1 Inleiding Veel mensen hebben het moeilijk op de Haagse woningmarkt. Met name in het betaalbare segment moeten inwoners lang zoeken naar – of wachten op – een woning. Er wordt met man en macht gewerkt om het tekort aan woningen in te lopen. Het college pleegt extra inzet op de huisvesting van zorgdoelgroepen en statushouders (RIS308570). Door een stapeling aan rijksregelgeving en -beleid is het tekort aan huisvesting voor deze groepen enorm opgelopen de afgelopen tijd. Dit komt onder andere door de verdubbeling van de taakstelling statushouders, de extramuralisering van de GGZ en decentralisatie van beschermd wonen. Ook hebben we te maken met een toename van dak- en thuisloosheid de afgelopen jaren. In combinatie met een beperkte sturing vanuit het Rijk op de woningmarkt en bouwopgave, heeft dit ertoe geleid dat de huisvestingsopgave van zorgdoelgroepen en statushouders niet meer op een reguliere manier opgevangen kan worden. De gemeente neemt nu haar verantwoordelijkheid om dit huisvestingstekort op een evenwichtige en verantwoorde manier in te lopen. Dat kan niet in één keer. Wel kunnen we nu een stevige eerste stap zetten door de strategische koers met een aantal locaties in Den Haag te presenteren waar we op korte termijn vrij kleinschalig voor deze doelgroepen woonplekken willen realiseren.

Tegelijk kijken we door naar de volgende stap: wat moet er de komende jaren gebeuren om het tekort verder in te lopen en de projectenportefeuille duurzaam te vullen. Daarbij kijken we voor de zorgdoelgroepen ook nadrukkelijk naar de regiogemeenten, aangezien de voorzieningen waar deze cliënten zich nu bevinden, met name in Den Haag liggen, maar een regionale functie hebben. Over dit alles willen we nadrukkelijk in gesprek met de stad. Om bewoners tijdig te informeren over bouwplannen en de strategie die er achter zit, maar vooral ook om zorgen en ideeën op te halen over hoe we de projecten precies gaan vormgeven, en of er nog kansen onbenut zijn. Met dit Doorbraakplan geven we invulling aan de constatering uit de laatste voortgangsbrief (RIS306937) dat de huisvesting voor zorgdoelgroepen een impuls nodig heeft. Tegelijk geven we invulling aan de nadrukkelijke wens om participatie serieus te nemen. Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan het toevoegen van woningen voor zorgdoelgroepen en statushouders, maar het is tot nu toe nog niet genoeg. We vragen nu aan de hele stad om nieuwe bewoners op te nemen in de buurten en wijken. In het doorbraakplan is opgenomen op welke plekken we de komende periode huisvesting toevoegen. Er blijven ook locaties bijkomen, er zullen in de stad ongetwijfeld ook ideeën zijn om nog extra locaties bovenop het doorbraakplan toe te voegen.

De nieuwe bewoners zijn zoals u en wij, alleen hebben ze tegenslag gekend in het leven en hebben ze een woning nodig om weer vooruit te kunnen kijken in het leven. Het toevoegen van huisvesting in de stad doen we zorgvuldig, over de randvoorwaarden gaan we met de omgeving in gesprek. Het probleem vraagt van ons dat we openstaan voor plannen die we tot nu toe niet voor mogelijk hielden of die misschien spannend of moeilijk zijn. Immers, in heilige huisjes kan je niet wonen. Martijn Balster Wethouder Wonen, Wijken en Welzijn Kavita Parbhudayal Wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid Arjen Kapteijns Wethouder Sociale Zaken en Werk

3/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

2 De vraag & het huidige aanbod Onder zorgdoelgroepen verstaan we cliënten die uitstromen uit een intramurale setting naar een onzelfstandige of zelfstandige woning, waarvoor zij huur betalen en eventuele ondersteuning ambulant ontvangen. Deze cliënten zijn klaar voor een volgende stap, namelijk een eigen woonplek, met alle verantwoordelijkheden die daar bij komen kijken. Soms krijgen ze daarbij nog wel begeleiding. Onder statushouders verstaan we erkende vluchtelingen. Zij hebben in Nederland een asielaanvraag gedaan en een verblijfsvergunning gekregen. Doorgaans hebben statushouders een verblijfsvergunning voor 5 jaar met mogelijkheid tot verlenging. Zorgdoelgroepen en statushouders worden tot nu toe vooral gehuisvest in sociale huurwoningen van woningcorporaties, hier zijn convenanten voor gesloten (zie par. 2.1). Naast (convenant)woningen van woningcorporaties hebben we, als het echt niet anders kon, de afgelopen tijd gewerkt met tijdelijke en/of dure oplossingen, zoals opvang in hotels. Tegelijkertijd zijn de aantallen benodigde woningen de afgelopen jaren opgelopen: meer mensen raakten dakloos en steeds minder mensen vinden via de reguliere weg c.q. op eigen kracht een woning. Naar schatting is de vraag in 2021 ca. 1.770 – 1.920 woonplekken, ca. 1.370 voor zorgdoelgroepen en ca. 400 – 550 voor statushouders.

In de brief ‘Extra inzet huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders’ (RIS308570) zijn deze cijfers verder uiteengezet en de doelgroepen toegelicht. Als er geen extra woningen beschikbaar komen, dan blijven mensen onnodig lang zitten in een zorgof opvangsetting. Hierdoor kunnen mensen geen start maken met herstel of (re)integratie, waardoor problemen kunnen ontstaan of verergeren. Dit leidt niet alleen op individueel niveau tot schrijnende situaties, maar leidt ook tot hoge (maatschappelijke) kosten. Bovendien zorgt het gebrek aan uitstroommogelijkheden voor onvoldoende ruimte voor instromers in zorginstellingen, waardoor wachtlijsten oplopen. Kostenplaatje uitstroom uit Wmo of jeugdwet De inschatting is dat in Den Haag ca. 2/3e van het totaal aantal cliënten dat kan of wil uitstromen naar een woning, op dit moment in gemeentelijke voorzieningen verblijft (Wmo of Jeugdwet). Als de cliënten uit de gemeentelijke voorzieningen kunnen uitstromen, scheelt dat veel geld. Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat het ambulantiseren van mensen die gebruik maken van residentiële jeugdhulp, beschermd wonen of maatschappelijke opvang per casus na 10 jaar een potentiële besparing kan opleveren van resp. 362.000, 125.000 en 64.000 euro (zie onderstaande tabel). Op korte termijn zijn er maatschappelijke baten: mensen op zowel de wachtlijst voor instroom als uitstroom worden geholpen.

De financiële baten van uitstroom worden pas later zichtbaar, omdat er bij uitstroom kosten voor bijvoorbeeld een uitkering, hulp en begeleiding gemaakt moeten worden. Bij het daadwerkelijk realiseren van deze baten is een belangrijke factor of een plek weer ingevuld wordt vanuit een wachtlijst of niet.

4/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Ambulantiseringscasus

Residentiële jeugdhulp

Potentiële baten na 10 jaar per casus (cumulatief) 362.000 euro

Beschermd Wonen

125.000 euro

Maatschappelijke Opvang

64.000 euro

Belangrijke factoren bij berekenen baten

• Relatief dure voorziening • Ondersteuningsintensiteit na ambulantisering is eerst hoog en kan daarna relatief snel afgebouwd worden. • Relatief dure voorziening • De meeste ondersteunende voorzieningen blijven lang nodig • Relatief goedkope voorziening • Ondersteuningsintensiteit na ambulantisering is eerst hoog en kan daarna relatief langzaam afgebouwd worden

Tabel 1 Potentiële baten het ambulantiseren van een verblijf in instelling of opvang. Bewerking rapport Berenschot 2019

Niet-gemeentelijke voorzieningen Circa een derde van de cliënten verblijft in voorzieningen die niet door de gemeente bekostigd worden. Het gaat om GGZ en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking (bekostigd uit de Wlz en onder regie van het zorgkantoor) en om cliënten die uit detentie afkomstig zijn en een forensische indicatie hebben. Ook daar geldt dat zonder uitstroom onnodig dure plekken worden bezet. Begeleidingskosten statushouders Een belangrijk aandachtspunt bij statushouders is dat zij na huisvesting begeleiding nodig hebben. Dit betreft met name de maatschappelijke begeleidingstrajecten die worden ingekocht door de gemeente om statushouders op weg te helpen met o.a. inburgering. Daarnaast is het bij onzelfstandige groepslocaties gewenst dat statushouders woonbegeleiding krijgen. Het is belangrijk om bij de realisatie van woningen voor statushouders rekening te houden met de organisatie en kosten van deze vormen van begeleiding.

2.1 Huidig aanbod De gemeente heeft met woningcorporaties en zorgaanbieders een convenant gesloten voor het beschikbaar stellen van 313 woningen per jaar voor zorgdoelgroepen (RIS303538). Omdat er ook andere bemiddelingen op grond van zorg-gerelateerde redenen worden gedaan naast de convenantafspraken, gaan we uit van 330 woningen per jaar voor de zorgdoelgroepen. Tegelijk is er een afspraak met woningcorporaties en huurdersorganisaties dat maximaal 30% van de verhuurde woningen per jaar verhuurd wordt aan niet-reguliere groepen (RIS303208). Gebaseerd op verwachting van in totaal 3.700 verhuringen in de corporatievoorraad in 2021, komt dit neer op 1.110 niet-reguliere verhuringen. Hieronder vallen naast de 330 woningen voor zorgdoelgroepen ook lokaal/regionaal maatwerk, urgenties en statushouders. Voor statushouders blijven naar verwachting circa 235 woningen over na aftrek van de overige posten. Het aantal voor statushouders kan hoger of lager uitvallen.

5/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

2.2 Tekort Naar schatting komen we in 2021 zo’n 1.205 tot 1.355 woonplekken tekort. Zo’n 1.040 voor zorgdoelgroepen, en zo’n 165 tot 315 voor statushouders. In Figuur 1 worden deze aantallen toegelicht. De figuur heeft alleen betrekking op vraag, aanbod en tekort voor het jaar 2021. Maar ook in 2022 en verder zijn er meer woningen nodig dan beschikbaar. Voor uitstroom van zorgdoelgroepen zijn er naar schatting jaarlijks 750 tot 1.000 woningen nodig. Voor statushouders is het aantal voor 2022 nog onbekend; dit is afhankelijk van de taakstelling. We verwachten een lichte daling ten opzichte van 2021. Figuur 1. Overzicht huisvestingsopgave zorgdoelgroepen en statushouders 2021

6/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

3 Aanpak van het tekort Na aftrek van de woonplekken in de corporatievoorraad blijft er in 2021 een tekort over van circa 1.205 tot 1.355 woonplekken voor zorgdoelgroepen en statushouders. De afgelopen jaren is er al hard gewerkt aan het realiseren van extra woonplekken voor zorgdoelgroepen en statushouders. Helaas komen we hiermee bij lange na niet tot de benodigde aantallen woonplekken. Om tot een doorbraak te komen, volgen we de volgende strategische koers: 3.1 We stellen uitgangspunten vast voor projecten om extra woonplekken te realiseren; 3.2 We stellen een communicatie- en participatieplan op; 3.3 We realiseren lopende afspraken en projecten; 3.4 We inventariseren en realiseren aanvullende fysiek-ruimtelijke projecten en ideeën; 3.5 We plegen strategische inzet op innovatieve ‘out of the box’ oplossingen zijnde niet-fysieke projecten; 3.6 We creëren randvoorwaarden voor succes. Hierbij zien we de onderdelen 3.1, 3.3 en 3.4.1 nadrukkelijk als de eerste concrete stappen van de extra impuls die we op korte termijn kunnen realiseren. De andere onderdelen zien we als de bouwstenen van de duurzame tweede stap die Den Haag in de jaren vanaf 2022 moet gaan zetten.

3.1 Uitgangspunten Bij het inventariseren en realiseren van projecten gaan we uit van de volgende uitgangspunten. Ieder project moet in principe aan deze uitgangspunten voldoen. Afwijkingen moeten beargumenteerd worden. • Woonoplossingen zijn het liefst structureel, maar tijdelijk kan ook. Structurele woonoplossingen bieden bewoners vastigheid en perspectief, ze kunnen blijven wonen zo lang ze dat zelf willen. De nood is echter hoog en veel locaties zijn alleen tijdelijk beschikbaar. Daarom accepteren we – bij gebrek aan snelle structurele oplossingen – ook tijdelijke woonoplossingen. Ook tijdelijke oplossingen moeten voldoen aan de richtlijnen hieronder. We gaan uit van drie tot tien jaar, maar met het oog op het maken van een reële businesscase heeft tien jaar de voorkeur. Het is noodzakelijk om voor tijdelijke locaties een doorstroomplan op te stellen. Zo borgen we dat de bewoners duidelijkheid hebben en dat de gemeente na afloop van de tijdelijke situatie niet opnieuw voor een vergelijkbare opgave komt te staan. • Zoveel mogelijk spreiden over de stad. Tot nu toe wonen de zorgdoelgroepen en statushouders veelal in de traditionele corporatiewijken. Het aanvullen van de voorraad voor bijzondere doelgroepen wordt daarom vooral buiten de corporatievoorraad gezocht, met het oog op een grotere spreiding over de stad. Het streven is dat de hele stad meedoet.

Figuur 2 geeft een overzicht van de huidige locaties van slaap- en woonvoorzieningen en inlooplocaties voor zorgdoelgroepen. Figuur 3 geeft een overzicht van de spreiding van woningen voor statushouders. Figuur 4 geeft een kaartbeeld van de spreiding van kwetsbare bewoners in de verschillende buurten. Deze kaarten geven vanuit verschillende invalshoeken hetzelfde bekende beeld weer: namelijk dat kwetsbare bewoners en functies niet evenredig verdeeld zijn over de stad. Bij het zoeken naar nieuwe locaties gaan we uit van een omgeving die positief bijdraagt aan de volgende stap in het leven van de cliënten of statushouders. Daarbij kijken we onder andere naar de al aanwezige kwetsbare functies of groepen.

7/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Figuur 2. Huidige slaap- en woonvoorzieningen (paars) en inlooplocaties (roze) voor zorgdoelgroepen

Figuur 3. Spreiding woonlocaties statushouders

8/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Figuur 4. Spreiding kwetsbare bewoners (bron: In.Fact en Circusvis, RIS309055, cirkels hebben voor het doorbraakplan geen betekenis)

•

•

•

Kleinschalige locaties. Net als voor ieder ander is voor deze doelgroepen een herkenbare woonplek met een behapbare menselijke maat belangrijk. Kleinschalige projecten, met maximaal 30 woonplekken voor een van deze groepen, voorzien hier doorgaans makkelijker in dan grotere complexen. Bij grotere locaties is extra aandacht voor groepsdynamiek nodig en verdient het aanbeveling een mix met andere groepen te realiseren, waarbij de grotere schaal dan ook nieuwe kansen biedt om aanvullend programma te organiseren, voor de bewoners zelf of (bij voorkeur) ook aansluitend op wensen uit de buurt. Beperkt gedeelde woningen. Bij onzelfstandig wonen huisvesten we niet meer dan 6 personen per woning. Zo wordt de leefbaarheid van groepslocaties gewaarborgd. Voor groepslocaties voor statushouders geldt dat woonbegeleiding nodig is om participatie en (re)integratie te bevorderen. ‘Maatschappelijke begeleiding’ kan woonbegeleiding niet vervangen. Mix. We mixen doelgroepen waarbij we uitgaan van een ‘standaard’ verdeling van maximaal 50% bewoners die begeleiding of extra hulp nodig hebben en minimaal 50% bewoners die zelfstandig woonvaardig zijn. Het mixen van doelgroepen heeft zich voor grotere projecten

9/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

•

bewezen, in kleinere projecten zal het niet altijd nodig of wenselijk zijn. Daarnaast mixen we, waar mogelijk, ook met andere functies, bijvoorbeeld broedplaatsen, bedrijvigheid en sportvoorzieningen. Begeleiding. Bij statushouders komt huisvesting niet alleen. Voor elke gehuisveste statushouder wordt maatschappelijke begeleiding ingekocht, bijvoorbeeld bij VluchtelingenWerk. Daarnaast hebben we in eerdere huisvestingsprojecten met onzelfstandige huisvesting van statushouders geleerd dat ook woonbegeleiding gewenst is. Bij het extra huisvesten van statushouders en zorgdoelgroepen zetten we erop in dat er voldoende en adequate (zorg)begeleiding is. Een deel van de zorgdoelgroepen heeft een individuele indicatie, meestal gaat het om Wmo-begeleiding. Soms is dit niet (meer) nodig en functioneert iemand volledig zelfstandig. Er wordt per project bekeken wat er verder collectief nodig is, bijvoorbeeld een huismeester(plus) of een aanspreekpunt voor bewoners. De huisvesting en begeleiding van zorgdoelgroepen en statushouders wordt waar mogelijk integraal opgepakt.

3.2 Participatie en communicatie Den Haag neemt haar verantwoordelijkheid De gemeente neemt met dit doorbraakplan haar (wettelijke) verantwoordelijkheid om zorgdoelgroepen en statushouders te huisvesten. Bij deze verantwoordelijkheid hoort dat de gemeente locaties aanwijst en de samenwerking met particuliere initiatiefnemers opzoekt. Veel inwoners zullen vragen of zorgen hebben over de plannen, zeker als het gaat over locaties in de eigen wijk of buurt. Het brede sentiment is dat extra huisvesting zorgt voor extra drukte op straat en de invloed op de leefbaarheid. Daarom is het van het grootste belang om met de stad, en alle bewonersen belangenorganisaties in het bijzonder, tijdig en zorgvuldig in gesprek te gaan over het doorbraakplan en over de projecten die er onderdeel van zijn. Dialoog over de strategische koers Bovenstaande houdt ten eerste in dat we de bewoners- en belangenorganisaties tijdig en duidelijk informeren over de wettelijke verantwoordelijkheid, de uitdagingen en de strategische koers die de gemeente nu kiest. Belangrijke gespreksonderwerpen zijn de keuze voor spreiding over de hele stad, de keuze voor kleinschaligheid en de keuze van specifieke locaties.

Doel is dat de bewoners- en belangenorganisaties inzicht krijgen in de nut en noodzaak, begrip hebben voor de strategische koers en mee kunnen denken over hoe we de buurt en omgeving zo goed mogelijk kunnen betrekken bij plannen. Dit doen we niet één keer, maar door de dialoog te blijven voeren. De volgende vragen en gespreksonderwerpen zijn hierbij helpend: • Hoe kan de gemeente, met een eventuele initiatiefnemer, zorgen voor de juiste communicatie en begeleiding op locatie om zorgen over veiligheid en overlast zo veel mogelijk weg te nemen? • Hoe willen bewoners- en belangenorganisaties betrokken worden bij de voorgenomen projecten die zich in hun buurt bevinden? • Welke kansen zien bewoners- en belangenorganisaties zelf in hun buurt of wijk om extra woonplekken voor de genoemde groepen toe te voegen, bijvoorbeeld in leegstaande panden of op plekken die nog niet goed genoeg in beeld zijn? Projectcommunicatie: persoonlijk en op maat Met omwonenden van projecten gaan we het persoonlijke gesprek aan, zodat we per stadsdeel en wijk kunnen ophalen welke kansen en risico's bewoners zien en we de projectcommunicatie en participatie op maat kunnen vormgeven, op het moment dat het college concrete locaties naar buiten

10/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

brengt. De gemeente neemt voor alle projecten van het Doorbraakplan de regie op de communicatie met de omgeving. Als het gaat om particuliere initiatieven zorgt de gemeente dat hierover afspraken met de initiatiefnemer zijn. Afhankelijk van de behoefte van omwonenden, de omvang en aard van het project en de fase waarin het project zich bevindt, gaan we maatwerk leveren om de participatie vorm te geven. Daarvoor zal met name nog ruimte zijn in de projecten die wat minder ver gevorderd zijn (de 'oranje' projecten vanaf paragraaf 3.4). We informeren omwonenden van alle projecten over de (al dan niet al lopende) ruimtelijke procedures. Daarnaast organiseren we het gesprek over hoe wensen vanuit de buurt ingepast kunnen worden in het plan en over de voorwaarden waaronder de huisvesting kan plaatsvinden. Er kunnen afspraken gemaakt worden over het toezicht en/of beheer, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een huismeester of een aanspreekpunt bij calamiteiten. Lessons learned In 2016 was er een grote toename van statushouders. Om aan de huisvestingsvraag voor deze doelgroep te voldoen, is toen een aantal groepslocaties geopend, zoals de Jupiterkade, Pompstationsweg, Scheveningseweg, Koolwitjelaan en het SoZa-gebouw aan de Anna van Hannoverstraat.

De ervaringen die we hebben opgedaan met (de communicatie rondom) deze projecten nemen we mee als lessons learned bij de projecten uit dit doorbraakplan. Zo is gebleken dat het opleggen van (grote) locaties vaak in eerste instantie op weerstand stuit, maar dat buurtbewoners vaak erg betrokken zijn wanneer zij nut en noodzaak inzien van het project (bijvoorbeeld door vrijwillig hulp en ondersteuning te bieden aan de statushouders). In de communicatie- en participatiestrategie van het doorbraakplan kiezen we er daarom voor om eerst het gesprek met bewoners aan te gaan over het doorbraakplan in brede zin en vervolgens per locatie maatwerk te bieden. Wat betreft de inhoudelijke vormgeving van de projecten, hebben we gezien dat kleinschaligheid, een mix van doelgroepen en inzet van voldoende begeleiding belangrijke randvoorwaarden zijn voor draagvlak in de omgeving. Daarom hebben we dit opgenomen in de uitgangspunten van dit doorbraakplan.

Ervaringen met participatie We hebben in Den Haag de nodige ervaring met voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen, zoals Den Haag Onder Dak 1 en 2 (2007-2009 / 2011-2014) en de winterkoudelocaties in de Twickelstraat (2019) en Lozerhof (2020) en voorzieningen voor dak- en thuislozen aan de Sportlaan (2018) en Schenkweg (2019). Ook rond woningbouwprojecten voor bijzondere doelgroepen hebben we ervaring opgedaan zoals voor statushouders in 2016, een aantal huisvestingsprojecten voor arbeidsmigranten en meest recent, de projecten aan de Henri Faasdreef en het Willem Dreeshuis. We nemen uit deze ervaringen mee dat we ten alle tijden als gemeente de regie voeren op het communicatieen participatieproces van dit type projecten. Daarnaast hebben we gezien hoe belangrijk het is de verantwoordelijkheden van college en raad te scheiden: het college kiest locaties, werkt deze op hoofdlijnen uit, zorgt voor participatie en realiseert; de raad stelt het kader en toetst. Ook weten we wat de toegevoegde waarde is van het betrekken van de omgeving vanaf het begin bij alle plannen en het zo snel mogelijk organiseren van een kennismaking met de toekomstige bewoners zelf. Bij de projecten voor statushouders, maar ook bijvoorbeeld bij het project Sportlaan, hebben we gezien dat de komst van deze bewoners ook een positieve impuls voor buurten van betekenen.

En als laatste is duidelijk dat het in sommige gevallen nodig is om te investeren in een beheercommissie, waar onder leiding van een onafhankelijk voorzitter het gesprek tussen de omgeving en de locatie gevoerd wordt.

11/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

3.3 Realiseren van lopende afspraken en projecten Er lopen al verschillende projecten die bijdragen aan het terugdringen van het tekort aan huisvesting voor zorgdoelgroepen en statushouders. Een deel hiervan kan dit jaar (2021) nog opgeleverd worden, of is al in gebruik. Deze lopende projecten voegen in 2021 bijna 500 woonplekken toe. Een deel hiervan is tijdelijk en betreft een grote locatie. Hiermee organiseren we de tijd om te werken aan meer structurele woonruimte. Omwonenden van deze projecten zijn inmiddels geïnformeerd. De initiatiefnemer blijft met hen in gesprek, onder andere over de wensen ten aanzien van een beheercommissie en de onderwerpen die daar besproken moeten worden. De gemeente houdt bij alle projecten, ook waar het een particulier initiatief betreft, vinger aan de pols. Willem Dreeshuis, 60 woonplekken (Segbroek) Het Willem Dreeshuis is een voormalig verzorgingstehuis in eigendom van Vestia. Het Willem Dreeshuis wordt tijdelijk ingezet als locatie voor de maatschappelijke opvang en zal eind 2021/begin 2022 omgevormd worden naar een woon-/werkgebouw met 119 woningen waarvan 60 voor uitstromers uit de maatschappelijke opvang (RIS308570). Zij zijn reeds ingehuisd.

Planfase: Uitvoering Planning oplevering: eerste fase (maatschappelijke opvang) reeds opgeleverd Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: gemeente Hotel Badhuisweg 1, 15 woonplekken (Scheveningen) De eigenaar van het hotel heeft een contract gesloten met de gemeente om gedurende twee jaar studerende en werkende jongeren te huisvesten die uitstromen uit de maatschappelijke opvang. Voor het tijdelijk gebruik van het hotel als woning voor een periode van 2 jaar is een omgevingsvergunning aangevraagd. Het pand is tot begin dit jaar gebruikt voor de huisvesting van ex-verslaafden. In Scheveningen zijn nu relatief weinig doelgroepen gehuisvest, dus dit project draagt bij aan de spreiding van de doelgroep over de stad. Planning is dat nog in september de bewoners kunnen inhuizen. Planfase: Uitvoering Planning oplevering: oktober 2021 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier Loosduinsehof/Glenn Millerhof, 14 woonplekken (Loosduinen) Dit gaat om de verbouw van een zorgcomplex waar een mix aan zorgdoelgroepen in komt in samenwerking met Anton Constandse. Er zijn 14 woonplekken voor uitstromers uit intramuraal beschermd wonen. Oplevering is gepland in november. Planfase: Uitvoering Planning oplevering: november 2021 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier

12/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Stadsklooster Westeinde, 6 woonplekken (Centrum) Het klooster wordt in opdracht van het Leger des Heils verbouwd voor een mix van maatschappelijke opvang en uitstroomplekken. Er worden 6 wooneenheden voor jongeren gerealiseerd. Deze woningen worden volgens planning in januari 2022 opgeleverd. Planfase: Vergunning Planning oplevering: januari 2022 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier Henri Faasdreef, 70 woonplekken (Leidschenveen-Ypenburg) Op een braakliggende locatie aan de Henri Faasdreef worden, in afwachting op een permanente ontwikkeling, tijdelijke (voor drie jaar) woonunits geplaats voor uitstromers uit de maatschappelijke opvang (RIS308710). Deze flexwoningen kunnen na het gebruik op de Henri Faasdreef op een andere locatie in Den Haag of in de regio ingezet worden. Vanwege technische omstandigheden is de investering € 1,5 mln. hoger dan eerder vastgesteld in de Raad. Dit kan echter worden opgevangen binnen de lopende exploitatie. Planfase: Uitvoering Planning oplevering: maart 2022 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: gemeente Urgentieprogramma betaalbare woningbouw In 2020 is gestart met het urgentieprogramma betaalbare woningbouw (RIS305713). Doel is om het aantal en aandeel betaalbare woningen in nieuwbouw te vergroten. Voor de zomer is de raad geïnformeerd over de voortgang van het urgentieprogramma (RIS309554).

Tot nu toe worden zorgdoelgroepen en statushouders vooral in de bestaande corporatiewijken gehuisvest. We zetten in op een aandeel voor zorgdoelgroepen of statushouders bij alle sociale woningbouwprojecten uit het urgentieprogramma. Zo zorgen we voor een grotere spreiding over de stad. Regio, 300 woonplekken Veel van de voorzieningen (met name BW/MO) staan in Den Haag en Delft als centrumgemeenten. Deze hebben een functie voor de hele regio. We hebben afspraken gemaakt met de buurgemeenten om de uitstroom meer regionaal te verdelen en uitstromers te huisvesten in de gemeente van herkomst. We gaan op dit moment uit van 300 woonplekken per jaar die door regiogemeenten zouden moeten worden opgevangen.

3.4 Aanvullende projecten en ideeën Na het realiseren van de afspraken die nu al lopen en de projecten die we in hebben gezet, houden we in 2021 een tekort over van ongeveer 750 tot 900 woonplekken. Hierbij hebben we eerst naar fysiekruimtelijke projecten gekeken. Er is een inventarisatie gemaakt van locaties, zowel gebouwen als grond, waar woonplekken voor zorgdoelgroepen en/of statushouders gerealiseerd kunnen worden. Deze projecten kunnen bijdragen aan de uitgangspunten van spreiding en kleinschaligheid. Zonder deze projecten zullen steeds opnieuw (grootschalige) noodgrepen noodzakelijk blijven. Daarmee is deze lijst niet vrijblijvend. Op basis van de uitgangspunten uit paragraaf 3.1 is een inventarisatie uitgevoerd in de hele stad. Een aantal projecten waren al in voorbereiding en zijn in een verder gevorderd stadium. Andere projecten

13/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

zijn nog in de onderzoeksfase. Ook kunnen er nog locaties bij deze inventarisatie komen. Hierover zullen de Raad en de stad regelmatig worden geïnformeerd. We maken hieronder een onderscheid tussen ‘groene’ projecten (paragraaf 3.4.1), waarvan we verwachten dat deze haalbaar zijn; en ‘oranje’ projecten (paragraaf 3.4.2), waarvan de realisatie om verschillende redenen minder zeker is. Dit kan zijn door de fase waarin het project zich bevindt of doordat het project technisch of financieel nog niet rond is. Voor de meeste van deze projecten moet de participatie nog starten en is nog niet precies bepaald welke doelgroepen (zorgdoelgroep of statushouders) er geplaatst gaan worden. Omwonenden zal gevraagd worden wat zij nodig hebben om de locaties tot een succes te maken en welke randvoorwaarden zij willen meegeven. De projecten zijn op volgorde van de planning gerangschikt. Tijdelijke projecten kunnen op kortere termijn gerealiseerd worden. Deze staan daardoor vooraan. De projecten met permanente woningen kunnen pas na 2021 gerealiseerd worden. Toch moet ook naar deze projecten gekeken worden, omdat het tekort zal blijven bestaan tot grootschalige nieuwbouw verlichting zal bieden. In principe zijn of worden alle projecten uit het Doorbraakplan ter akkoord voorgelegd aan de Veiligheidsdriehoek.

Voor de grotere projecten uit dit Doorbraakplan, of projecten die al meer concreet zijn, is er op een eerder moment al positief geadviseerd door de Driehoek. Het gaat om het Willem Dreeshuis, Parnassia Rosenburg, Henri Faasdreef en de Steenwijklaan. Voor kleinere projecten uit dit Doorbraakplan is afgesproken dat de Driehoek deze alleen ter informatie ontvangt, tenzij er een grote impact verwacht wordt van het project. Hiermee houdt de Driehoek overzicht over het totaal aan kleine en grote woonprojecten voor zorgdoelgroepen. De andere grotere projecten worden aan de Driehoek voorgelegd op het moment dat ze hiervoor ver genoeg zijn uitgewerkt. Uitgangspunt is dat met de juiste beheersmaatregelen, goede informatie, selectie van de bewoners en beperkte omvang projecten op een positief Driehoekadvies kunnen rekenen. 3.4.1 ‘Groene’ projecten Voormalig kinderdagverblijf (Jaap Edenweg 9), ±15 woonplekken (Escamp) Aan de Jaap Edenweg staat een voormalig kinderdagverblijf in portefeuille van de gemeente. Er wordt een plan onderzocht waarbij het kinderdagverblijf wordt gesloopt en er tijdelijke woningen met een mix aan bewoners (waaronder specifieke doelgroepen) worden geplaatst voor een periode van 10 jaar. Met tijdelijke woningen wordt de locatie op korte termijn benut voor de doelgroep, terwijl er op lange termijn ruimte blijft voor het versterken van de groenstructuur.

Planfase: Planvorming Planning oplevering: Q2 2022 Financiële dekking: geen knelpunten voorzien Initiatiefnemer: gemeente

14/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Loosduinsekade 725, ±25 woonplekken (Escamp) Het betreft een pand in eigendom van de gemeente dat gesloopt moet worden. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid van tijdelijke woningen voor een mix aan bewoners op deze plek. Uitgangspunt is dat de bomen behouden blijven. Met tijdelijke woningen kan de locatie op korte termijn benut worden voor de doelgroep. Planfase: Planvorming Planning oplevering: Q2 2022 Financiële dekking: geen knelpunten voorzien Initiatiefnemer: gemeente Ons Eibernest, 4 woonplekken (Escamp) Op initiatief van Devjo bouwen jongeren die dakloos of thuisloos zijn met subsidie vanuit de gemeente (VWS-middelen) tiny houses die rondom sportvelden geplaatst worden. De bewoners werken vervolgens bij de sportclub. Dit project voegt waarde toe voor de sportclub en de bewoners krijgen naast huisvesting ook de kans om mee te doen in de samenleving. Planfase: Vergunningverlening Planning oplevering: eind 2021 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier Medemblikstraat, 2 woonplekken (Escamp) Het betreft een gebouw van een particuliere verhuurder waarin voor een periode van 5 jaar tijdelijke woningen voor jongeren zijn gerealiseerd. Er zijn op dit moment twee kamers beschikbaar voor de doelgroep.

Planfase: Uitvoering Planning oplevering: 2022 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier Parnassia Rosenburg, 140 woonplekken (onder voorbehoud) (Loosduinen) Als gevolg van de extramuralisering in de zorg oriënteert Parnassia zich op haar vastgoed in dit gebied. In 2019 is er een Planuitwerkingskader vastgesteld (RIS304206) waarin extra woonplekken mogelijk worden. De gemeente en Parnassia zijn met elkaar in overleg over de verdere programmatische invulling van deze locatie. Arcade is als partner aangesloten. Planfase: Planvorming Planning oplevering: 2022/2023 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: particulier Steenwijklaan 40, 20-25 woningen (Escamp) Aan de Steenwijklaan 40 is een ontwikkeling van een woongebouw met onder andere woningen voor zorgdoelgroepen in samenwerking met Arcade en het Leger des Heils gepland. Dit is onderdeel van het Urgentieprogramma betaalbare woningbouw. De Nota van Uitgangspunten wordt naar verwachting gelijk met het doorbraakplan vastgesteld.

15/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Planfase: Planvorming Planning oplevering: 2023 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: gemeente 3.4.2

‘Oranje’ projecten

De onderstaande projecten moeten nog verder uitgewerkt worden en/of onderzocht worden op haalbaarheid. Deze projecten komen in een latere fase terug in het College en/of de Raad. Hier is dan ook nog meer ruimte voor bewonersinspraak ten opzichte van de lopende en groene projecten. De ‘oranje’ projecten zijn hard nodig om meer spreiding in de stad te realiseren en het tekort aan woonplekken verder terug te dringen. Rederijkerstraat/Van Ruysbroekstraat (Van Ruysbroekstraat 1), ±25 woonplekken (Escamp) Het gaat om een braakliggend terrein met mogelijkheden voor tijdelijke woningen van 10 jaar. Het stuk grond is in gemeentelijk eigendom. Er wordt momenteel een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door de gemeente. Het plan is om te starten met 50 woningen voor een mix aan bewoners. Daarna vindt een evaluatie plaats, waarna, mits positief geëvalueerd, meer units geplaatst kunnen worden. Met tijdelijke woningen wordt de locatie op korte termijn benut voor de doelgroep terwijl er op lange termijn ruimte blijft voor andere functies. Planfase: Planvorming Planning oplevering: Q2 2022 Financiële dekking: geregeld Initiatiefnemer: gemeente Ketelstraat 21, 8 woningen (Laak) De Ketelstraat 21 is een oud schoolgebouw in stadsdeel Laak, dat in eigendom is van de gemeente. Het pand wordt momenteel als uitgiftepunt van de Voedselbank gebruikt en er is een coronatestlocatie van de GGD gevestigd.

Bewoners van de buurt zijn erg begaan met de toekomst van het pand en willen het graag met maatschappelijke functie behouden voor de wijk. Er wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een renovatie te combineren met het toevoegen van woningen voor zorgdoelgroepen. Planfase: Planvorming Planning oplevering: eind 2023 Financiële dekking: nog niet geregeld Initiatiefnemer: gemeente Spaarwaterstraat / Van Hoogstratenschool, ±30 woningen (Haagse Hout) Deze schoollocatie aan de Spaarwaterstraat is onderdeel van het urgentieprogramma, er loopt een scenario-onderzoek naar verschillende mogelijkheden van nieuwbouw voor de school en kinderdagverblijf waarbij sociale zorgwoningen voor lerende (zorg)jongeren en betaalbare koopwoningen worden toegevoegd. In Haagse Hout zijn nu relatief weinig zorgdoelgroepen gehuisvest, dus dit project draagt bij aan spreiding van de doelgroep over de stad.

16/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Planfase: Planvorming Planning oplevering: 2025 Financiële dekking: nog niet geregeld Initiatiefnemer: gemeente

Figuur 5. Overzicht van lopende (blauwe), groene en oranje projecten.

3.5 ‘Out of the box’ oplossingen Naast fysiek-ruimtelijke projecten zijn er kansen die misschien niet meteen op de kaart aan te wijzen zijn, maar wel (indirect) kunnen bijdragen in het terugdringen van het tekort aan woonplekken voor zorgdoelgroepen en statushouders. Woonruimte in zorgvastgoed Leegstaand of leegkomend (denk aan locaties van HWW zorg) zorgvastgoed kan (al dan niet tijdelijk) getransformeerd worden tot woonruimte. Door verdergaande ambulantisering hebben zorgaanbieders een toegenomen opgave om hun vastgoedportefeuille te herzien. Dit is in potentie een kansrijke optie in de zoektocht naar woonruimte voor de doelgroepen van het doorbraakplan, waarbij we rekening moeten houden met de strenge regels rondom transformatie van zorgvastgoed. Het gebruik van het Willem Dreeshuis voor zorgdoelgroepen is een voorbeeld van gebruik van zorgvastgoed. We willen dat zorgaanbieders en corporaties gaan samenwerken om dit vastgoed te behouden en beter te benutten voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen. Hiertoe willen we toewerken naar een gezamenlijke woonzorginvesteringsagenda. De insteek is dat de gemeente mee

17/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

wil werken aan de realisatie van nieuwe locaties voor deze aanbieders, onder voorwaarde dat de oude locaties beschikbaar komen voor doelgroepen. Het bouwen rond sportvelden Er liggen kansen om woonplekken te realiseren daar waar sportcomplexen vernieuwd worden, nieuwe kantines gerealiseerd worden, etc. Zeker als er een combinatie wordt gemaakt met de inzet van de toekomstige bewoners als vrijwilliger voor de sportclub of beheer van de accommodatie. Een voorbeeld hiervan is Devjo (3.4.1). In de uitwerking van de meerjarenvisie Sportaccommodaties/ huisvesting wordt per locatie verkend of combinaties met woonruimte mogelijk is en hoe dit binnen bestaande wet- en regelgeving kan worden ingepast. Verkenning Vlietzone Momenteel wordt gewerkt aan een visie voor het permanente gebruik van de Vlietzone. In dit gebied komen veel ruimteclaims bij elkaar. In de verkenning naar een (tijdelijke) invulling nemen we de huisvesting van de doelgroepen uit dit programma mee. Afspraken over convenantwoningen Met de woningcorporaties en huurdersorganisaties is afgesproken om jaarlijks niet meer dan 30% van de verhuurde woningen te verhuren aan niet-reguliere doelgroepen (RIS303208). Dit is ook de aanleiding om buiten de corporatievoorraad naar alternatieven te zoeken.

We hebben ook een convenant met de woningcorporaties voor 313 woningen voor zorgdoelgroepen per jaar, die woningen vallen binnen de genoemde 30%. In 2021 zoeken we met woningcorporaties naar 100 extra woningen in nieuwbouwcomplexen. Bij een stijgende nieuwbouw (wat we de komende jaren verwachten) blijft het aantal voor zorgdoelgroepen gelijk maar zal het aandeel op het totaal kleiner worden. We stellen de corporaties en huurdersverenigingen voor om de convenantwoningen mee te laten stijgen met de mutaties. Dit kunnen we doen door een aandeel in plaats van aantal af te spreken. Faciliteren van particuliere initiatieven Om een deel van de opgave te vullen, benaderen we particuliere initiatiefnemers in de stad. Via onder andere de Haagse Tafel en de Stichting Wonen in Den Haag wordt initiatiefnemers gevraagd naar hun perspectief op de kansen en oplossingen voor deze opgave. Hen wordt gevraagd of ze mogelijkheden zien voor het huisvesten van zorgdoelgroepen en statushouders in hun (lopende) projecten, in hun bestaande vastgoed of in een tijdelijke situatie voor herontwikkeling. Ook gaan we met initiatiefnemers in gesprek over wat ervoor nodig is om met dit vraagstuk aan de slag te gaan en hoe de gemeente dit kan faciliteren.

Voorkomen van instroom Er zijn meerdere ideeën voor maatregelen die kunnen helpen om het uitstroomprobleem aan het einde van de keten, eerder in de keten te voorkomen. Het gaat dan met name om het voorkomen van dakloosheid. Er is al een stevig programma met woningcorporaties om huisuitzettingen te voorkomen. Uitbreiding naar de particuliere sector is denkbaar, maar niet eenvoudig. Een concrete doelgroep die veel baat zal hebben bij preventieve maatregelen is de doelgroep die uit detentie komt en geen woning heeft. Jaarlijks kent Den Haag circa 1.500 gedetineerden, waarvan een deel dakloos raakt wanneer ze weer uitstromen. We onderzoeken wanneer het doorbetalen van de woonlasten voor deze doelgroep optimaal bijdraagt aan het voorkomen van dakloosheid. Een andere preventieve maatregel is om de uitstroom meer en eerder onderdeel te maken van het hele begeleidingstraject van zorgdoelgroepen. Dit willen we steviger verankeren in de contracten met aanbieders, waarbij met name in de jeugdhulp de nodige winst te behalen lijkt.

18/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

Lobby De huisvesting voor statushouders en zorgdoelgroepen is niet alleen een Haags probleem. In veel centrumgemeenten met zorginstellingen leidt het gebrek aan uitstroommogelijkheden, in combinatie met de hoge taakstelling huisvesting statushouders, tot een opgave om extra (tijdelijke) woonplekken te realiseren. Kwetsbare aandachtsgroepen concurreren met elkaar om schaarse woonruimte. We hebben het Rijk gevraagd regie te nemen op het huisvesten van aandachtsgroepen en te zorgen voor een betere spreiding van betaalbare woningen, aandachtsgroepen en middelen over het land. Gemeenten, Rijk en Aedes stellen in de interbestuurlijke werkgroep ‘Huisvesting aandachtsgroepen’ een gezamenlijk noodplan op hoe dit probleem aan te pakken1. Hoewel dit niet direct nieuwe woningen oplevert, maakt het de kans wel groter en zou het onderdeel kunnen zijn van een robuuste oplossing voor de lange termijn.

3.6 Randvoorwaarden voor succes Om dit doorbraakplan ook daadwerkelijk tot uitvoering te kunnen brengen zijn een aantal project te doen slagen, zijn de randvoorwaarden van essentieel belang. 3.6.1 Coalitie met de stad De gemeente neemt met dit plan de regie op de opgave, maar heeft alle hulp nodig om alle ideeën verder te brengen en projecten daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen. De gemeente vraagt gebruik te mogen maken van de kennis, skills en energie van de stad: • Actief benutten ‘best practices’. • Uitnodigen van vastgoedpartijen om te komen met voorstellen op deze specifieke opgave binnen reeds ingezette verbanden (zoals de Haagse Tafel). • Initiëren en faciliteren van nieuwe realisatiecoalities rondom specifieke concepten, zoals de Urban Mix. 3.6.2 Beeldvorming over doelgroepen De woorden ‘zorgdoelgroepen’ en ‘statushouders’ maken de groepen voor wie we nu woonplekken realiseren abstract, maar het zijn gewoon mensen. Het zijn Hagenaars en Hagenezen, sommigen al hun hele leven en sommigen zijn nieuw in onze stad en staan klaar om hun bijdrage aan de stad te leveren. We zien dat het realiseren van nieuwe projecten veel losmaakt in de buurten en in de stad. Er komt veel positieve energie vrij maar er zijn ook mensen die zich zorgen maken of angstig zijn. De mensen voor wie we nu woonplekken realiseren zijn gewone, reguliere huurders.

Ze hebben tegenslag gekend in het leven en een woning nodig om weer vooruit te kunnen. Zo moeten we deze bewoners ook behandelen, het zijn gewone inwoners in de stad die een steuntje in de rug kunnen gebruiken om hun leven op de rit te krijgen. Bij een deel is een woning voldoende om dit te bewerkstelligen, anderen krijgen begeleiding voor zolang dat nodig is. 3.6.3 Rolneming gemeente Idealiter zijn het de corporaties die de woningen voor deze doelgroepen in bezit hebben en exploiteren (regulier arrangement). Echter is zoals bekend de huidige woonvoorraad en investeringscapaciteit van de Haagse corporaties onvoldoende om de inhaalslag in huisvestingsbehoefte voor zorgdoelgroepen en statushouders volledig op zich te nemen. Het is ook 1

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/07/08/een-thuis-voor-iedereen

19/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

niet zondermeer zo dat marktpartijen de aankoop en exploitatie van dit vastgoed op zich zullen nemen. Dat betekent dat als de gemeente de huisvesting van deze doelgroep wil borgen, zij een grotere rol moeten aannemen dan zij gewend is. Dat betekent onder andere dat we ons inspannen om de onrendabele top of andere onzekerheden op het vastgoed weg te nemen (waar voorheen veelal corporaties een deel van de onrendabele top op zich namen). Hiervoor spreken we ook met (charitatieve) vermogensfondsen. We onderzoeken de mogelijkheid van een speciaal op te richten fonds (kan gemeentelijk zijn maar ook extern of een combinatie) waar het vastgoed en de exploitatie in worden ondergebracht. Daarnaast is en blijft de gemeente natuurlijk een belangrijke partner als het gaat om het maken van afspraken over begeleiding. 3.6.4 Financiën Geen enkele woonplek voor een zorgdoelgroep of statushouder is van zichzelf rendabel. In de meeste gevallen zal de gemeente een deel van het tekort voor haar rekening moeten nemen. Het tekort wordt ingeschat op circa €20.000 tot €30.000 per plek en kan soms vele malen hoger zijn (denk aan ordegrootte €60.000 per structurele woning op binnenstedelijke locaties zoals het CID). Voor onrendabele toppen van de projecten zijn verschillende dekkingsbronnen/incidentele middelen beschikbaar: VWS, BZK, coronaherstelplan en Eneco-gelden.

Voor de 'groene’ projecten is voldoende dekking aanwezig. We zien dat verschillende dekkingsbronnen geoormerkt zijn voor verschillende doelgroepen en dat we derhalve rekening moeten houden met uitputting van de bronnen afhankelijk van de keuzes die per locatie gemaakt worden. Dit doorbraakplan bevat geen voorstel de verdeling van bovengenoemde incidentele middelen. Per uitwerking van een project wordt een financiële paragraaf toegevoegd en waar nodig voor besluitvorming voorgelegd aan de Raad. Onderzoekskosten en apparaatskosten worden gedekt uit de reguliere programma’s 8 en 13. Het sociaaleconomisch herstelplan corona (“Samen solidair en sterker uit de Crisis”) Interventielijn ‘Kwetsbare inwoners sociaal en vitaal’ (€4,84 miljoen euro, waarvan 1 miljoen voor extra woningen voor kwetsbare groepen 2021 en 2022). Deze kan breed ingezet worden voor realisatie van het Doorbraakplan. BZK-middelen Het ministerie van BZK heeft eind 2020 een specifieke uitkering ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare groepen uitgekeerd aan de gemeente Den Haag. De bijdrage bedraagt ongeveer € 4,1 miljoen euro. De kwetsbare groepen zijn gedefinieerd als arbeidsmigranten, dak- en thuislozen en overige spoedzoekers.

VWS-middelen Het betreft VWS-middelen die specifiek aangewend kunnen worden voor het bestrijden van dak- en thuisloosheid in Den Haag en de regio, dus de woonopgave van cliënten van de maatschappelijke opvang en het daklozenloket, waaronder jongeren en gezinnen. Van de € 16,2 miljoen euro is € 7,259 miljoen euro bestemd voor de realisatie van uitstroomwoningen. Eneco-middelen In het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ (RIS304121) is € 50 miljoen euro vanuit de Enecomiddelen gereserveerd voor een extra impuls voor betaalbaar wonen voor sociale woningbouw en starterswoningen. Deze middelen worden ingezet om extra betaalbare woningen te realiseren. Hier

20/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

kunnen deels ook betaalbare woningen mee worden ondersteund die zijn bedoeld voor zorgdoelgroepen en statushouders.

21/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

4 De restopgave Het terugdringen van het tekort aan woningen gaat project voor project. Er is en komt steeds opnieuw weer zicht op aanvullende projecten. Gezien wat er nu aan projecten in beeld is, is het niet realistisch om de totale invulling van de huisvestingsvraag op korte termijn te verwachten. Als alle projecten worden uitgevoerd, zal er nog steeds een restopgave van 466 tot 621 woonplekken overblijven (zie paragraaf 3.4.1 en 3.4.2). Voor de restopgave moeten we accepteren dat mensen langer in een instelling blijven met alle maatschappelijke en financiële kosten die daarbij horen en de toename van wachtlijsten. Verder zal Den Haag naar verwachting haar taakstelling op het gebied van statushouders niet kunnen realiseren in 2021. Dat betekent dat deze achterstand wordt opgeteld bij de taakstelling voor 2022. Voor de projecten die wel gerealiseerd worden, is het dus zeer belangrijk dat er per project slim gekeken wordt naar de doelgroep die daar bediend wordt (past deze in de wijk/ bij deze locatie?), naar de prioritering tussen doelgroepen en naar de balans tussen de doelgroepen. Wat betreft de prioritering valt al te zeggen dat de eerste prioriteit ligt bij het oplossen van het tekort aan uitstroomplekken voor de maatschappelijke opvang, zodat er meer lucht komt in de keten en wachtlijsten voor maatschappelijke opvang (en dus dakloosheid) kunnen verminderen.

Daarbij is specifieke aandacht voor de positie van dak- en thuisloze jongeren, waarbij het actieprogramma uitgaat van 350 woonplekken voor deze groep in 2021. Voor groepen zoals beschermd wonen, GGZ en detentie geldt dat hun huisvestingsbehoefte niet minder urgent is, maar echt vraagt om maatwerkprojecten en zich minder leent voor tijdelijkheid en grootschaligheid. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het toevoegen van 3-5 cliënten van deze doelgroepen aan andere woonprojecten/in de bestaande voorraad, of aan een grootschaliger project zoals Parnassia dat op haar eigen terrein aan de Alberdastraat realiseert.

22/23

Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders 2021

5 Conclusie Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan de huisvesting van zorgdoelgroepen en statushouders. Daar waar de taakstelling voor statushouders wel is gehaald, is de achterstand in de huisvesting van zorgdoelgroepen opgelopen. Omdat er in 2021 een hogere taakstelling voor de huisvesting van statushouders is (ten opzichte van voorgaande jaren) naast de achterstand in huisvesting van zorgdoelgroepen ontstaat er een steeds groter probleem. Om de huisvestingsopgave voor zorgdoelgroepen en statushouders in te kunnen vullen, zijn doorbraken nodig. Doorbraken die soms om moeilijke keuzes zullen vragen en ‘heilige huisjes’ ter discussie stellen, maar wel de kansrijkheid en daadwerkelijke realisatie van woonplekken voor zorgdoelgroepen en statushouders verhogen. In dit doorbraakplan stellen we de uitgangspunten vast waarlangs we werken bij het realiseren van woonplekken voor zorgdoelgroepen en statushouders. Er loopt een aantal projecten om het tekort naar beneden te brengen en er is een aantal projecten geïdentificeerd om nog in 2021 te realiseren. Het is noodzakelijk om snel meer huisvesting te realiseren voor deze doelgroepen – anders wordt de opgave alleen maar groter. Volledige consensus is utopisch bij dit soort opgaven. Als volledige consensus de randvoorwaarde is, gaat de opgave niet ingevuld worden.

Een doorbraak ligt in het kíezen voor een programma en eraan vast houden. Hierbij moet leidend zijn waar snel een verschil gemaakt kan worden. Ondanks dat het doorbraakplan een ambitieus pakket aan mogelijkheden is om het tekort van 2021 in te lopen, is het niet voldoende om het tekort op te lossen. Dit betekent dat er een restopgave overblijft die doorschuift naar 2022. Wel zijn er al projecten in beeld die bij kunnen dragen aan het oplossen van die restopgave. In de tussentijd prioriteren we in de huisvesting van de doelgroepen waarbij uitstroom uit de MO het hoogst is geprioriteerd.

23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660398/1