RIS310093 bijlage
Tekst van het document
Investeringskader Lokaal Initiatievenfonds Schone Energie (LISE) Versie 15 april 2021
Inhoudsopgave
1.
ACHTERGROND ............................................................................................................... 3
2.
DOEL EN DOELGROEP ..................................................................................................... 4
3.
PROJECTIDENTIFICATIE ................................................................................................... 6
4.
BEOORDELINGSCRITERIA................................................................................................ 6
5.
MATE VAN REVOLVERENDHEID...................................................................................... 7
6.
INSTRUMENTEN EN FINANCIERINGSCONDITIES ............................................................ 7
7.
STAATSSTEUN ................................................................................................................... 9
8.
OMVANG EN LOOPTIJD VAN HET FONDS .................................................................... 9
9.
TUSSENTIJDSE EVALUATIE .............................................................................................. 10
2
1. Achtergrond De gemeente Den Haag heeft in 2013 de stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (HEID) opgericht. HEID is voor de gemeente Den Haag het portaal naar revolverende financiering. Stichting HEID organiseert en faciliteert investeringen in de duurzame, geïntegreerde stedelijke ontwikkeling van Den Haag en ontvangt indien de projecten gaan renderen (een deel) van de investering terug om opnieuw te investeren. De investeringen van stichting HEID richten zich op het domein van maatschappelijke uitdagingen waar de overheid iets wil bereiken, de markt (nog) niet acteert en subsidie niet het juiste instrument is. Het gaat dus om complementaire investeringen naast bestaande publieke en private initiatieven. In aansluiting op het stedelijke beleid richt HEID zich op de thema’s: Energietransitie Stedelijke ontwikkeling MKB stimulering en innovatie Het Stedelijk Energieplan (2020) is een ambitiedocument met een lange termijn visie op de Haagse energietransitie. In dit plan worden de belangrijkste ingrediënten van de Haagse strategie beschreven om de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten. Het Stedelijk Energieplan (SEP) geeft richting aan de middellange termijn en bevat concrete acties voor de korte termijn. Een belangrijk knelpunt bij de energietransitie is de ontwikkeling en uitrol van nieuwe energietransitieprojecten op wijkniveau.
Het gaat daarbij om projecten waar inwoners, lokale ondernemers en organisaties actief bij betrokken zijn. In de praktijk blijkt dat veel van deze wijkinitiatieven moeite hebben om echt op gang te komen. Er wordt veel overlegd, voorgelicht en onderzocht, maar het gewenste volume en de snelheid van realisatie blijft achter. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo is kennis en ervaring versnipperd aanwezig. Ook is het voor lokale wijkinitiatieven vaak lastig om financieel vlot en zelfstandig door hun projectontwikkelfase te komen. Banken bijvoorbeeld stellen zich in deze risicovolle fase van projectontwikkeling zeer terughoudend op. Subsidiemogelijkheden zijn vaak alleen beschikbaar voor ondersteuning van de eerste initiatieffase.
3
Stichting HEID heeft in opdracht van gemeente Den Haag (principebesluit 14 juli 2020) een nieuw revolverend fonds voorbereid – het ‘Lokaal Initiatievenfonds Schone Energie’ (LISE). Dit nieuw op te richten fonds richt zich juist op deze lacune. LISE heeft tot doel een versnelling in de beweging op gang te brengen, met als concreet resultaat meer financierbare investeringsplannen, die vervolgens opgepakt kunnen worden door bijvoorbeeld het Energiefonds Den Haag of het VvEfonds. Dit document positioneert LISE in de context van de investeringsstrategie van Stichting HEID en geeft de strategische kaders, waaraan de fondsmanager van LISE moet voldoen bij het uitvoeren van zijn taken en verantwoordelijkheden. Dit investeringskader betreft een concept. Zij zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan het college van B&W van de gemeente Den Haag. Bij positieve besluitvorming dient de fondsmanager mede op basis van dit investeringskader op te stellen: De investeringsstrategie van LISE De LISE-fondsdocumentatie (in het bijzonder het fondsreglement, het investeringsreglement en het interne procedurehandboek) Voordat LISE wordt opengesteld krijgt Stichting HEID gelegenheid deze documenten in te zien en te toetsen aan het investeringskader. Het investeringscomité van LISE zal de investeringsstrategie vaststellen.
2. Doel en doelgroep Bewoners nemen steeds vaker zelf het initiatief voor de verduurzaming van de energievoorziening van hun eigen huis, de VvE, de eigen buurt, straat, scholen, kerken, wijkcentra of (sport)verenigingen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de Vogelwijk met de bewonersgroep Vogelwijk Energie(k) en bij de Groene Mient. Ook zijn er tal van organisaties die meehelpen met het realiseren van de energietransitie zoals Stichting Duurzaam Den Haag, Stichting Aardewerk en 070Energiek. Den Haag ondersteunt de energietransitie op wijkniveau op verschillende wijzen. Er zijn bijvoorbeeld diverse subsidieregelingen gericht op het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van energie.
4
Zo is er een subsidieregeling voor het aanleggen van dak- en vloerisolatie en voor het laten opstellen van een meerjarig duurzaam onderhoudsplan voor VvE’s. Met de ‘Energie uit de Wijk Challenge’ is een intensievere vorm van ondersteuning opgezet die groepen inwoners ondersteunt bij plannen die zorgen voor een snellere overstap naar schone energie. Daarnaast versterkt de gemeente Den Haag vouchers voor kansrijke projectinitiatieven.
www.energieuitdewijk.denhaag.nl/initiatieven
Vanuit de ambitie van de gemeente Den Haag zoals verwoord in het Stedelijk Energieplan (zie ‘Achtergrond’) en de daarin geschetste breedte van de energietransitie-aanpak – is het essentieel dat er onder bewoners een zo breed mogelijk draagvlak voor energietransitie ontstaat. En juist lokale wijkinitiatieven spelen daarbij een centrale rol. Lokale wijkinitiatieven worden op verschillende wijze gestimuleerd. Naast het zojuist genoemde brede palet aan (financieel-) ondersteunende initiatieven is er een fijnmazige ondersteunende infrastructuur op stads- en wijkniveau gerealiseerd, in de vorm van wijkloketten. LISE heeft tot doel om Haagse, wijkgerichte projectideeën en businesscases gericht op energiebesparing en/ of duurzame opwek en/of het beter verdelen van de energievraag (voorkomen van piekbelasting, micro-grids, rechtstreeks gebruik gelijkstroom, etc) zodanig op te werken dat zij investeringsgereed (financierbaar) zijn. LISE stimuleert vanuit een wijkgerichte, ‘van onderop’ benaderingswijze de ontwikkeling van een ‘pijplijn’ van investeringsprojecten. Deze investeringsprojecten hebben vooral tot doel om een bijzondere bijdrage te leveren aan het maatschappelijk rendement. LISE opereert daarbij in aanvulling op de bestaande (financiële) ondersteuningsfaciliteiten en in nauwe afstemming en samenwerking met de al bestaande ondersteunende infrastructuur op stads- en wijkniveau.
Met meer financierbare businesscases kunnen de investeringsfondsen, zoals Energiefonds Den Haag (ED) en het VvE fonds, meer slagkracht krijgen. Om echt resultaat te kunnen boeken moet een investeringsfonds immers de beschikking hebben over een goed gevulde, inhoudelijk gevarieerde projectenportfolio met financierbare businesscases, die bijdragen aan de realisatie van de investeringsstrategie van het desbetreffende investeringsfonds. En een goed ontwikkelde projectenportfolio is extra relevant vanwege het grote maatschappelijke belang van energietransitie in combinatie met het voornemen van de gemeente Den Haag om het volume van bestaande investeringsfondsen verder op te schalen en/ of nieuwe ‘slimme1’ financieringsinstrumenten in het leven te roepen. LISE kent als doelgroep de (verenigde) wijkbewoners, het lokale MKB, (sport)verenigingen, VvE’s en ondernemers uit de gemeente Den Haag die wijkinitiatieven willen ontplooien gericht op
1
Ingericht met het oogmerk om de publiek-private multiplier een extra impuls te geven.
5
investeringen in energiebesparing en/of duurzame opwek en/of het beter verdelen van de energievraag (voorkomen van piekbelasting, micro-grids, rechtstreeks gebruik gelijkstroom, etc) 2.
3. Projectidentificatie Welke projectinitiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning door LISE en welke niet3? Type projecten Op welk type (ontwikkel)projecten van welke initiatiefnemers richt het fonds zich? De belangrijkste eisen zijn dat: Er sprake is van een lokaal, initiatief (project) vanuit de wijk; Het initiatief (project) gericht is op energiebesparing en/of energieopwekking en/of het beter verdelen van de energievraag (voorkomen van piekbelasting, micro-grids, rechtstreeks gebruik van gelijkstroom, etc) of op een combinatie daarvan in de wijk; Het initiatief (project) bijdraagt aan de energietransitiedoelstellingen van de stad. Voorbeelden van initiatieven/ projecten die zich kwalificeren zijn het gezamenlijk isoleren van huizen of appartementen, het energiezuinig maken van een sportkantine, het gezamenlijk aanleggen van zonnedaken of – iets groter – het aanleggen van een warmtenet in een wijk. Positionering ten opzichte van Nationaal Ontwikkelfonds LISE opereert ten aanzien van projecten gericht op de opwek van zonne- of windenergie complementair aan het Nationaal Ontwikkelfonds dat in 2021 van start gaat. Dit landelijke fonds is gericht op grote opwekprojecten en alleen toegankelijk voor energiecoöperaties.
LISE jaagt ook kleinere projecten aan, kent een bredere inhoudelijke focus dan alleen opwek en richt zich op een bredere doelgroep dan alleen energiecoöperaties. Pas indien een Haags ontwikkelproject gericht op opwek niet kan worden ondersteund vanuit het Nationaal Ontwikkelfonds komt LISE in beeld.
4. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van een aanvraag voor een ontwikkellening neemt de fondsmanager de volgende kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingscriteria in acht4: Beoordeling initiatiefnemers o Woonachtig en/of gevestigd in de gemeente Den Haag; o Initiatiefnemer(s) voldoende serieus en capabel5. Beoordeling projectinitiatief o Draagt bij aan energietransitiedoelstellingen van gemeente Den Haag; 2
Natuurlijke personen / individuele burgers vallen niet onder de doelgroep. Zij kunnen zich verenigen om als rechtspersoon toch in aanmerking te komen voor een financiering vanuit het fonds. De meest voor de hand liggende vorm is een vereniging of coöperatie, maar ook een (besloten) vennootschap of bijvoorbeeld een stichting komt in aanmerking. 3 Dit is met name een intern onderscheid; naar de markt en de verschillende initiatiefnemers van projecten zal zoveel mogelijk sprake zijn van één gezicht en één loket. 4 In de door de fondsmanager op te stellen investeringsstrategie en fondsdocumentatie nader te concretiseren 5 Inclusief BIBOP, niet in surseance van betaling, etc
6
o o o
Reëel perspectief op ontwikkeling initiatief tot financierbare businesscase (inschatting potentie verdienvermogen); Redelijkheid verhouding gevraagde ondersteuning (in de vorm van een lening) ten opzichte van de bijdrage aan de maatschappelijke doelstelling van LISE; Te realiseren in Den Haag.
5. Mate van revolverendheid Het uitgangspunt bij door het fonds verstrekte financiering is dat deze revolverend is; er is geen sprake van een gift (subsidie), maar van een lening. Bij terugbetaling kunnen deze middelen nogmaals worden uitgeleend en zijn daarmee – dus – revolverend. Maar, niet uit het oog moet worden verloren dat juist het type initiatieven/ projecten waar LISE zich op richt relatief hoge risico’s kent. Dat is in zekere zin ook het bestaansrecht van het fonds; reguliere financiers (bijvoorbeeld banken) zullen niet snel geneigd zijn een lokaal – veelal door burgers geïnitieerd – en nog onzeker initiatief reeds in de ontwikkelfase te financieren. Met een substantieel percentage kwijtschelding/ niet-inbaarheid van de uitgeleende gelden zal daarom rekening moeten worden gehouden. Uitgegaan wordt van gemiddeld 30 - 40%. Aflossing van door LISE verstrekte leningen Door LISE verstrekte leningen dienen aan het einde van de ontwikkelfase van het initiatief – dus daar waar de realisatiefase aanvangt - te worden afgelost uit de dekking van de realisatiefase. Kwijtschelding Van kwijtschelding van de lening kan sprake zijn in geval zich omstandigheden voordoen waardoor de initiatiefnemer - naar oordeel van de fondsmanager volgens tevoren bepaalde criteria redelijkerwijs niet in staat is de lening terug te betalen. Er is dan geen sprake van verwijtbaar gedrag.
Betaalachterstanden/ oninbaarheid wegens verzuim In sommige situaties is er sprake van ongewenste betaalachterstanden of oninbaarheid (‘default’). Dit is pas aan de orde bij tussentijdse problemen – indien de leningnemer bijvoorbeeld niet in staat blijkt het onderzoek daadwerkelijk tot een goed einde te brengen. Of in het uitzonderlijke geval dat er overeenstemming over de financiering wordt gerealiseerd (met inbegrip van herfinanciering van de LISE-lening), maar de initiatiefnemer vervolgens toch weigert terug te betalen.
6. Instrumenten en financieringscondities LISE verstrekt leningen (in het vervolg ‘ontwikkellening’) aan eindbegunstigden in de vorm van een directe geldlening of in de vorm van een voucher in combinatie met een projectdepot. Een ontwikkellening Een ontwikkellening is renteloos en kan onder meer worden verstrekt voor onderzoeksactiviteiten (zoals bodemonderzoek), ontwikkelingsactiviteiten en/of milieustudies (niet limitatieve opsomming). Het betreft alle vormen van ondersteuning die naar het oordeel van
7
de fondsmanager noodzakelijk zijn om de businesscase financierbaar te maken. De minimale omvang van de ontwikkellening bedraagt €5.000,-- (excl. BTW). De aanvrager dient zelf minimaal 30% uit eigen middelen te financieren, in de vorm van eigen of vreemd vermogen. Deze eigen bijdrage kan ook bestaan uit inzet van vrijwillige uren. Over een ontwikkellening moet aan het einde van de ontwikkelfase van het initiatief - na het realiseren van een langlopende projectfinanciering voor de feitelijke realisatie - een vaste risico opslag van 10% worden betaald. In de door de fondsmanager nog op te stellen fondsdocumentatie zullen de exacte leningcondities worden vastgelegd, waaronder te hanteren looptijden en aflossingscondities. Alvorens de lening wordt verstrekt zal de fondsmanager zich vergewissen van de onafhankelijkheid en professionaliteit van de ondersteuning die de aanvrager wil inschakelen. Voor de doelgroep wordt het fonds zo toegankelijk mogelijk ingericht. Het volledige aanvraagproces voor een lening uit het fonds – waarbij met name de fondsmanager acteert schetsen we als volgt:
8
Initiatiefnemers melden zich via de gebruikelijke kanalen bij gemeente Den Haag en worden vervolgens stapsgewijs verder geholpen in het traject richting financiering van hun lokale initiatief bij – bijvoorbeeld - het fonds dat daartoe het beste past. De fondsmanager van dat fonds zal daarvoor een overeenkomst sluiten met gemeente Den Haag voor optimale samenwerking (achter het loket) waardoor de drempel voor wijkinitiatieven zo laag mogelijk gehouden kan worden.
7. Staatssteun Het fondskapitaal voor LISE wordt door gemeente Den Haag aan Stichting HEID beschikt op basis van een subsidieaanvraag. Stichting HEID stelt vervolgens het fondskapitaal aan de fondsmanager beschikbaar in de vorm van een lening. In deze publieke financiering is staatssteun aan de orde. De EU staatssteun regels en procedures stellen belangrijke kaders aan het beleid van overheden. In de EU geldt een algemeen verbod op staatssteun, gecombineerd met uitzonderingsclausules uit het EU Verdrag en secundaire wetgeving. Zodra overheden investering- of exploitatieverliezen gaan dekken of risicofinanciering aanbieden, is al vaak sprake van staatssteun. Dat is op zich niet erg, het is legitiem als staatssteun marktfalen aanpakt en er zijn verschillende manieren om deze staatssteun rechtmatig te verstrekken. In een externe staatssteuntoets door Lysias Advies is onderzocht op welke wijze in LISE staatssteun wordt verleend en hoe daarmee omgegaan dient te worden in het licht van de Europese wet- en regelgeving. In deze toets zitten veel parallellen met het Nationaal Ontwikkelfonds voor Energiecoöperaties, dat gelijktijdig in ontwikkeling is. Dit landelijke fonds richt zich uitsluitend op coöperaties en op opwekprojecten.
Het Haagse fonds heeft een bredere doelgroep, bijvoorbeeld ook Verenigingen van Eigenaren (VvE’s), sportclubs, kerken, scholen, wijkcentra en lokale ondernemers. En een breder doel: niet alleen opwek, maar ook besparing, warmte en andere klimaatinitiatieven. Uit staatssteunoptiek echter trekken beide fondsen (die elkaar aanvullen en versterken) vrij gelijk op. Deze route is ook bevestigd door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de vijf betrokken provincies. Het centrale staatssteunadvies is om artikel 49 AGVV (voor milieustudies) te gebruiken om de inzet van het fondskapitaal rechtmatig op te zetten. Voor de financiering van (subsidie aan) het fondsmanagement is geen staatssteun aan de orde, want dit betreft een marktconforme vergoeding. Kort samengevat kunnen de voorziene kredieten aldus ‘staatssteunproof’ worden verleend.
8. Omvang en looptijd van het fonds LISE zal in de vorm van een pilot van start gaan. Stichting HEID verstrekt de fondsmanager van LISE een renteloze lening ten behoeve van de ontwikkelleningen van € 0,5 miljoen, minus de kosten van het beheer en management van het fonds.
9
Dit bedrag wordt vanwege de gemeente Den Haag op basis van een subsidiebeschikking aan stichting HEID versterkt. De lening ten behoeve de pilotfase wordt beschikbaar gesteld, na ondertekening van de leningovereenkomst tussen Stichting HEID en de fondsmanager Op basis van een positieve evaluatie van de pilotfase zal de gemeenteraad worden verzocht maximaal €2,5 miljoen (minus de kosten van het beheer en management van het LISE) ter beschikking te stellen ten behoeve van de ontwikkelleningen. Deze lening zal door stichting HEID op basis van een (jaar)tranchesystematiek beschikbaar worden gesteld: Eerste tranche: bedraagt 25% van het beschikbaar fondsvermogen; Tweede en volgende tranches: jaarlijks voorschotverzoek op basis van jaarbegrotingen. In geval in een specifiek jaar een tussentijdse evaluatie aan de orde is, is een positief evaluatieresultaat noodzakelijk. LISE wordt opgericht door de fondsmanager. Het fonds wordt beëindigd op 31 december 2039 of: Een eerder door stichting HEID en de fondsmanager overeen te komen datum in het kader van een tussentijdse evaluatie (zie 9 – Tussentijdse evaluatie); Op de datum waartegen stichting HEID de leningovereenkomst met een opzegtermijn van minimaal zes maanden opzegt. Eventuele opzegging vindt niet eerder plaats dan 1 juni 2023; Het fondsvermogen is afgenomen tot 10% van het initieel fondsvermogen.
9. Tussentijdse evaluatie Stichting HEID ziet het eerste jaar als een proefjaar, na afloop waarvan een eerste tussentijdse evaluatie wordt uitgevoerd. Aansluitend worden tussentijdse evaluaties uitgevoerd. De frequentie daarvan kan worden vastgesteld door de gemeente Den Haag. Dit zal worden vastgelegd in het subsidiebesluit. Een tussentijdse evaluatie kan aanleiding zijn de investeringsstrategie tussentijds – en in overleg met de fondsmanager – aan te passen.
10