RIS310077 Eerste voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2021
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Kavita Parbhudayal Wethouder van Zorg, Jeugd en Volksgezondheid
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Aan de voorzitters van de Rekeningencommissie en commissie Samenleving
Ons kenmerk
OCW/155989 RIS310077 Contactpersoon
M. Kersbergen Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Datum
Telefoonnummer
28 september 2021
14070 E-mailadres
martijn.kersbergen@denhaag.nl
Onderwerp
Eerste voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2021
Geachte voorzitters, Inleiding In de afgelopen jaren zijn de kosten voor Wmo en jeugdhulp opgelopen. In de begroting 2020 zijn oplossingen voorgesteld om de meerkosten terug te dringen langs vijf verschillende verbeterlijnen. Het uitgangspunt daarbij is dat iedereen passende zorg en ondersteuning krijgt en dat we vooral met gezond verstand kritisch kijken naar wat nu echt nodig is. In de op 11 februari 2020 door uw raad aangenomen motie ‘Nadere onderbouwing bezuinigingen Zorg en Jeugd’ (RIS304269) is gevraagd om de raad driemaandelijks over de voortgang van de vijf verbeterlijnen te berichten. In de afgelopen jaren is met name vooruitgang geboekt bij het in evenwicht brengen van de uitgaven met de begroting op de Wmo. In uw vergadering van 24 maart 2021 is besloten om de frequentie van de rapportage terug te brengen naar 2 keer per jaar. Deze rapportage gaat over het eerste halfjaar. Zoals gevraagd maken we de indicatoren nog steeds per kwartaal inzichtelijk. In deze rapportage gaan we op uw verzoek wat uitgebreider in op de duiding en de wereld achter de cijfers. Context De gemeente is er voor alle inwoners van Den Haag die zorg en ondersteuning nodig hebben op het gebied van de Wmo en jeugdhulp. Iedereen in Den Haag verdient goede en betaalbare zorg. Jong of oud, rijk of arm, gezond of ziek: iedere Hagenaar kan rekenen op de zorg of ondersteuning die zij of hij nodig heeft.
Dit hebben we vastgelegd in het coalitieakkoord en dit is en blijft het uitgangspunt van het college. In eerdere rapportages is aangegeven dat we op koers liggen op voor Wmo. Zoals u in de programmarekening 2020 (RIS308436) heeft kunnen zien is het resultaat op de Wmo in evenwicht gebracht met de begroting. Daarbij is nog wel onzeker in welke mate corona invloed heeft gehad op het resultaat. Ook in 2021 vertekent dat mogelijk het beeld. Op de jeugdhulp blijft de situatie complex doordat de gemeente meer afhankelijk is van ketenpartners. Zo doen we slechts 30% van de verwijzingen naar jeugdhulp zelf. De sturingsmogelijkheden om de instroom te beperken en jeugdigen een passende, adequate en doelmatigere voorziening te bieden zijn daarom duidelijk minder groot dan bij de Wmo. Daar komt bij dat regionaal wordt ingekocht, waardoor complexe samenwerkingsverbanden ontstaan. Zie ook de regiovisie Jeugd (RIS309034).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Extra geld voor jeugdhulp Op 22 april 2021 heeft de staatssecretaris van VWS een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de afspraken VNG-Rijk aanpak problematiek jeugdzorg. Een bedrag van € 493 mln. wordt uitgekeerd via het gemeentefonds. Het aandeel voor Den Haag bedraagt € 16,7 mln. Het resterende bedrag van landelijk € 120 mln. wordt verdeeld via een specifieke uitkering. Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. Het gaat hier bijvoorbeeld om extra (tijdelijke) crisiscapaciteit, beter passend maken van accommodaties, e.d. Door de rijksoverheid is onderzoek gedaan naar het structureel benodigd budget voor de jeugdhulp. Uit een AEF rapport is gebleken dat gemeenten landelijk €1,7 mld. te kort komen voor de uitvoering van de jeugdhulp. Inmiddels heeft een arbitragecommissie uitspraak gedaan over de discussie tussen Rijk en VNG. Uit de uitspraak blijkt dat gemeenten in de komende jaren inderdaad meer middelen nodig hebben. Voor 2022 is het aandeel voor Den Haag € 61,3 mln. Deze extra middelen worden naar verwachting daarna jaarlijks toegekend en afgebouwd tot € 30 mln. in 2028. Tegelijkertijd komt er een gezamenlijke hervormingsagenda met VNG en Rijk om de hulp te verbeteren en het stelsel beheersbaar te maken. Het is nog onduidelijk welke investeringen hiermee gemoeid zijn.
Daarnaast zal over structureel extra budget vanaf 2023 het nieuwe kabinet nog moeten beslissen. Uitgangspunt is dat de extra rijksmiddelen voor 2022 afdoende zijn voor het oplossen van de financiële problematiek rondom jeugd in 2022. Er is nog geen structurele oplossing vanuit het Rijk. De uitspraak van de arbitragecommissie wordt gezien als zwaarwegend advies, maar het nieuwe kabinet moet zich daarover buigen. Het advies van de arbitragecommissie voor extra budget is aflopend van € 1,9 mld. in 2022 tot structureel € 0,8 mld. in 2028. Daarbij is het bedrag van € 0,8 mld. ook nog niet zeker. Dit kan lager worden omdat extra maatregelen met budgettaire effecten nog als PM-post zijn opgenomen in het rapport van de arbitragecommissie. De extra middelen moeten deels worden geïnvesteerd om uitvoering te kunnen geven aan de afgesproken maatregelen die moeten leiden tot lagere uitgaven en voor het oplossen van bestaande knelpunten. Het Rijk en de VNG zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering van de Hervormingsagenda jeugd. Dat gaat o.a. om investeringen in de praktijkondersteuner JeugdGGZ, de aanpak van wachtlijsten, de verlaging van caseloads bij de gecertificeerde instellingen. Het proces om te komen tot een hervormingsagenda waarmee de jeugdhulp ook op termijn betaalbaar moet worden, is nog maar net gestart.
Aanvullende voorstellen worden door Rijk en VNG uitgewerkt. Als de € 0,8 mld. voor 2028 al komt dan betekent dit naar schatting € 30 mln. voor Den Haag. Dat is minder dan het huidige tekort van € 35 mln. structureel. Het is nog onzeker in hoeverre maatregelen, die moeten leiden tot lagere uitgaven, de € 35 mln. naar beneden zullen brengen. We zullen onverminderd hard moeten blijven werken aan de kostenbeheersing om op termijn een stelsel te hebben dat goede en betaalbare jeugdhulp borgt. Vijf verbeterlijnen Per verbeterlijn lichten we toe welke ontwikkeling zichtbaar is in de indicatoren en welke acties zijn ingezet. De indicatoren zijn weliswaar toegerekend aan een verbeterlijn, maar moeten in samenhang worden bezien. De verbeterlijnen kennen een zekere mate van overlap en daarmee de indicatoren ook.
2/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
A. Aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik (bijdrage aan taakstelling in 2023 € 3,0 mln.) Zorggeld moet naar de zorg gaan. We zetten stevig in op de aanpak van misbruik en oneigenlijk gebruik van zorggeld. Samenwerking in de zorgketen is de basis van onze aanpak. Deze aanpak wordt uitgevoerd door het team Misbruik en Oneigenlijk gebruik. Het team bestaat uit circa 10 fte. Hieronder is het verloop van de indicatoren in de afgelopen periode inzichtelijk gemaakt: A. Aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik
1-1-2019 tm 31-122019
1-1 tm 3112
Aantal binnengekomen bruikbare signalen
53
86
15
11
Aantal afgeronde bruikbare signalen met (financiële) besparing
25
14
4
8
Aantal afgeronde bruikbare signalen zonder directe (financiële) besparing
3
20
10
3
Q1 2021
Q2 2021
In uw vergadering van 24 maart 2021 heeft u gevraagd om ook inzichtelijk te maken waar de meldingen vandaan komen. Voor de verslagperiode van deze rapportage ging het om de volgende bronnen: Bronnen van binnengekomen bruikbare signalen
Q1 2021
Q2 2021
Eigen medewerkers
8
2
Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ)
3
2
SVB
2
3
Overige
2
4
Meerdere signalen kunnen betrekking hebben op één zorgaanbieder. De belangrijkste financiële resultaten in het eerste halfjaar waren: • Blokkeren zorgaanbieders: tot en met juni 2021 hebben we in totaal 11 (PGB) zorgaanbieders geblokkeerd vanwege onrechtmatigheden. Dit betekent dat budgethouders geen declaraties meer kunnen indienen voor deze zorgaanbieders. Budgethouders die ondersteuning nodig hebben kunnen ervoor kiezen om de zorg voort te zetten met zorg in natura of met PGB een andere aanbieder te contracteren. • In het eerste halfjaar 2021 is een bedrag van ca € 100.000 geblokkeerd bij de SVB. Hiermee is voorkomen dat er zorggelden verder worden verspild en/of uitgegeven aan malafide zorgaanbieders. Het betreft hier in totaal 40 betrokken budgethouders. • In deze periode is er PGB-budget van ca € 880.000 beëindigd bij de SVB, omdat om diverse redenen niet langer recht bestond op de voorziening. Het betreft hier in totaal 146 betrokken budgethouders. • In het eerste halfjaar 2021 is een bedrag van ca € 7.000 aan vorderingen ingesteld, omdat gebleken is dat deze niet rechtmatig zijn uitbetaald. Het betreft hier in totaal 3 betrokken budgethouders. We zijn begonnen om PGB-management vorm te geven, waarbij PGB-aanbieders rechtstreeks door de gemeente getoetst kunnen worden op de vereiste kwaliteitscriteria.
Dit doen we op basis van het feit dat in de verordening is opgenomen dat PGB-aanbieders aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen als ZIN-aanbieders.
3/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
B.
Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod (bijdrage aan taakstelling € 10,0 mln. in 2023)
Bij deze verbeterlijn gaat het om de voordelen die we kunnen halen bij de inkoop van de maatwerkarrangementen (mwa) en de gespecialiseerde jeugdhulp. Wmo De belangrijkste maatregel is de invoering van het nieuwe contract voor de maatwerkarrangementen per 1-1-2020. In eerdere rapportages is toegelicht dat de belangrijkste verbeteringen waren het ontdubbelen van dubbele financiering en het scherper afbakenen van resultaatgebieden. In onderstaande grafiek wordt het verloop van het gemiddeld aantal afgegeven indicaties en gemiddelde prijzen getoond van zowel de voorzieningen uit het oude als het nieuwe contract. In de bijlage kunt u de bijbehorende precieze aantallen nalezen. De indicatoren geven de aantallen indicaties en de gemiddelde prijzen weer per perceel1. In elk resultaatgebied kunnen verschillende zorgintensiteiten worden geleverd. De gemiddelde intensiteit in een resultaatgebied bepaalt de ‘gemiddelde’ prijs. Als er gemiddeld genomen een lagere zorgintensiteit geleverd wordt, wordt de gemiddelde prijs lager en vice versa.
1
Perceel 1=resultaatgebied Voeren van een Huishouden, Perceel 2 Begeleiding, bestaat uit de resultaatgebieden Sociaal en Persoonlijk
Functioneren, Zelfzorg en gezondheid, Financiën, Wonen en Bereik- en beschikbaarheid; Perceel 3=resultaatgebied dagbesteding.
4/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
U heeft ook gevraagd om het aantal klanten in beeld te brengen: Aantal unieke klanten
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
1-1 tm 30-04 2020
1-5 tm 30-06 2020
1-7 tm 31-12 2020
Q1 2021
Q2 2021
Voeren huishouding
12.632
13.063
13.314
13.447
13.390
13.354
13.463
13.337
13.292
Dagbesteding
2.226
2.262
2.244
2.150
1.841
1.698
1.751
1.496
1.475
Begeleiding (klanten)
9.505
9.598
9.353
8.750
7.475
7.037
7.247
7.415
7.042
In de bovenstaande grafieken ziet u de ontwikkeling van het aantal indicaties van de verschillende soorten voorzieningen die we in de maatwerkarrangementen onderscheiden. Voor het voeren van een huishouding en dagbesteding geldt dat een burger slechts één indicatie kan hebben. Voor begeleiding kan een burger meerdere indicaties hebben. In de grafiek ernaast ziet u de gemiddelde prijs. Deze kan fluctueren, bijvoorbeeld door veranderingen in het contract (zoals indexatie) of door een andere mix van zorgintensiteiten. We zullen vanaf deze rapportage telkens de cijfers van eerdere kwartalen bijwerken. Dit geeft een beter beeld van de werkelijke trend. Cliënten met een aflopende indicatie doen afhankelijk van hun ondersteuningsbehoefte wel of niet een melding voor herindicatie. We laten het aan de zorgaanbieders over om op basis van hun professionele inschatting de ondersteuning door te leveren als zij denken dat dat nodig is. Tegelijkertijd wordt beoordeeld of de indicatie wordt verlengd. Voor deze doorlevering wordt dan met terugwerkende kracht een beschikking gemaakt. Dat is naar verwachting de reden dat het aantal indicaties voor met name begeleiding in Q2 lager is. We verwachten dat deze uiteindelijk op het niveau van Q1 2021 uit zal komen. Daarmee blijft het aantal klanten dat zorg ontvangt in 2021 stabiel. Ook de gemiddelde prijzen blijven naar verwachting stabiel.
Bij de prijzen en aantallen voor dagbesteding speelt nog een bijzonderheid. De daling van het aantal indicaties voor dagbesteding in het eerste kwartaal van 2021 wordt deels verklaard door administratieve achterstanden. Ten eerste wordt voor de eerste 3 maanden dagbesteding voor nieuwe cliënten de nieuw ingevoerde intensiteit ‘Start’ ingezet, die vanwege ICT-problematiek nog niet in alle gevallen beschikt kon worden (dit gebeurt dan met terugwerkende kracht alsnog). Daarnaast is, mede door het nieuwe automatiseringssysteem, het klantenbestand geschoond voor klanten die geen zorg (meer) ontvangen en toch werden meegeteld. Verder heeft corona ook als effect dat er minder gebruik is gemaakt van dagbesteding. Jeugdhulp De inkoopprocedure 2021 e.v. is afgerond en de nieuwe contracten zijn per 1 januari 2021 van kracht. Vanaf 2021 wordt gewerkt met nieuwe overeenkomsten. We werken per 2021 o.a. met (regionale) kostenbeheersingsinstrumenten als de bestedingsruimte en het richtinggevend kader. De bestedingsruimte is een raming van de maximale omzet per kalenderjaar die door de gemeente wordt toegekend aan een jeugdhulpaanbieder. In het richtinggevend kader is de inzet (aantal uren/looptijd) bij gemiddelde problematiek van de jeugdige opgenomen.
Het kader is richtinggevend, omdat het niet dwingend is en er in overleg met de gemeenten en op basis van de problematiek van het kind/gezin van afgeweken kan worden. Deze instrumenten zullen in de loop van 2021 verder geëvalueerd en aangepast worden door lering uit de praktijk. Daarnaast worden, als onderdeel van het ‘Haags toekomstperspectief Jeugd en gezinshulp’ (RIS309034) integrale gezinsgerichte arrangementen ontwikkeld met als doel de hulpvraag, die vaak samenhangt met andere problemen binnen het gezin, integraal met andere domeinen zoals wonen, onderwijs, armoedebeleid en schuldhulpverlening efficiënt en effectief aan te pakken. In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het aantal jeugdigen en het aantal lopende voorzieningen weergegeven:
5/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
B. Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod (Jeugd)
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
1-1 tm 30-04 2020
Q4 2019
1-5 tm 31-8 2020
1-9 tm 31-12 2020
Q1 2021
Q2 2021
Aantal jeugdigen
8.631
8.825
8.667
8.699
9.289
9.145
9.408
8.673
8.572
Lopende voorzieningen
13.920
14.638
14.622
14.572
16.194
16.079
16.358
15.344
16.653
Q1 2021
Q2 2021
3.954
3.636
* Bron: Zorgned declaratie bestand 2017 t/m 2020 & (nieuwe) declaratiebestand 2021; peildatum 18-08-2021 B. Doelmatig en doeltreffend zorgaanbod (Jeugd) Gemiddelde kosten per jeugdige
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
3.662
3.419
3.323
3.564
1-1 tm 30-04 2020 4.733
1-5 tm 31-8 2020 4.727
1-9 tm 31-12 2020 4.714
* Bron: Initi8, Regioverkenner; peildatum: 18-08-2021 Bovengenoemde cijfers zullen elke rapportage worden bijgewerkt voor het lopende jaar. Doordat declaraties nog later binnen kunnen komen en de gemeente slechts over een deel van de verwijzingen naar jeugdhulp gaat is het onvermijdelijk dat de cijfers nog met terugwerkende kracht worden aangepast. Volgens de contractvoorwaarden geldt vanaf 1 januari 2021 een declaratietermijn van maximaal 6 maanden. Voor wat betreft de gemiddelde kosten per jeugdige mag er nog niet gesproken over een trendbreuk. Als gevolg van achterstanden in declaraties in het eerste half jaar 2020 is dit lager dan verwacht mag worden. In de volgende rapportage volgt hier een update en meer uitgebreide toelichting. In bijlage 2 vindt u informatie over de tijdigheid van declaraties bij jeugdhulp. In de tweede helft van 2020 is een stijgende lijn ingezet. Sinds de vorige rapportage hebben we verder ingezet op de volgende maatregelen: •
Het doorlopend intensief sturen op aanbieders zodat deze binnen hun bestedingsruimte blijven. Dat dwingt jeugdhulpaanbieders kritisch te kijken naar de duur van hun trajecten, de inzet van de uren daarin en een goede triage aan de voorkant te maken. Ook willen we dat ze op basis daarvan codes gebruiken met een lager tarief en doelen voor de jeugdige bijstellen zodat deze haalbaar worden,
•
We monitoren de voortgang door structureel te kijken naar het aantal toeleidingen per aanbieder en wat ze bij ons declareren. Loopt dit uit de pas met de bestedingsruimte dan spreken wij aanbieders daarop aan. Benchmarken van aanbieders met snel stijgende omzet ten opzichte van andere aanbieders met kinderen met een vergelijkbare problematiek. Dit leidt tot gebruik van lichtere, passende productcodes, tot lagere intensiteit en eerder afschalen. Implementatie van beslisbomen, waarmee gezinscoaches en T-team, afhankelijk van de problematiek de juiste hulp (voorliggend veld, eerste of tweedelijns) kunnen inzetten. Hiermee kan ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’ nog beter in de praktijk worden toegepast. Voorafgaand aan de inzet van tweedelijns hulp toetst het T-team of de door aanbieders aangevraagde duur en intensiteit past binnen de afgesproken normen.
•
•
•
6/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Daarnaast zijn we gaan samenwerken met de gecertificeerde instellingen (GI's) met betrekking tot hun verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp, en hebben we inmiddels met een aantal aanbieders die voornamelijk huisarts verwijzingen hebben, afgesproken dat zij over nieuwe toeleidingen afstemmen met het T-team. Tenslotte is de eerste herzieningsronde met aanbieders gestart. Deze eerste herzieningsronde behelst: • Aanpassing van een aantal tarieven; • Aanscherping van een aantal productomschrijvingen, om zgn. upcoding tegen te kunnen gaan (het hanteren van duurdere productcodes dan passend is bij de problematiek van het kind of gezin); • Aanscherping van de clausule over winstmaximalisatie (concretisering van ‘winstmaximalisatie is ongepast’ naar: er is maximaal een toevoeging aan weerstandsvermogen/buffer van 5% toegestaan; Van positieve resultaten daarboven moet aangetoond worden dat deze worden aangewend ten behoeve van de jeugdhulp); • De mogelijkheid om een zgn. VOG-RP op te vragen, zodat we de integriteit van bestuurders kunnen toetsen. De condities uit de herzieningsronde worden van kracht per 1 januari 2022. C. Preventieve inzet/verbeterde indicatiestelling (bijdrage aan taakstelling € 3,0 mln. in 2023) Haags ontmoeten Haags Ontmoeten organiseerde op 42 locaties ondersteuning en ontmoeting. De angst voor corona heerst nog onder de deelnemers.
Echter, komen steeds meer deelnemers en mantelzorgers weer structureel naar de locaties van Haags Ontmoeten. De deelnemers die nog niet durven te komen ondersteunen we op alternatieve manieren. In Q1 bleek dat verschillende locaties niet altijd eenduidig het aantal bezoekers registreerden. In Q1 van 2021 zijn daarom afspraken gemaakt over het eenduidig meten van het aantal bezoekers. In Q2 waren er 1.640 unieke deelnemers en 325 unieke mantelzorgers. Dit cijfer is dus niet direct vergelijkbaar met eerder gepresenteerde cijfers. In Q3 wordt gestart met een breed onderzoek naar onder andere de effectiviteit, efficiëntie en organisatiestructuur van Haags Ontmoeten. Resultaten uit het onderzoek zullen gebruikt worden voor een verbeterslag van Haags Ontmoeten. Daarnaast wordt in de begroting 2022-2025 voorgesteld om extra te investering in het Haags Ontmoeten. Overige activiteiten De belangrijkste overige activiteiten rondom kostenbeheersing zijn de volgende:
• •
Naar aanleiding van de checklist Wlz hebben 4 gezinscoaches met Wlz expertise sinds januari 2021 voor 21 jeugdigen een Wlz aanvraag gedaan. Daarvan zijn er vier toegekend. De overige aanvragen lopen nog. De leidraad Jeugdhulp is in 2020 opgesteld en wordt in 2021 doorontwikkeld op basis van actuele ontwikkelingen en ervaringen. De leidraad bevat uitgangspunten rond diverse aspecten vanuit kostenbeheersingsperspectief, met aandacht voor maatwerk. Gezinscoaches en teammanagers kunnen de leidraad gebruiken bij de voorbereiding en tijdens het gesprek met de jeugdige en/of het gezin, gedurende het onderzoek en bij de (over)weging en besluitvormingsfase. De publieksversie van de leidraad wordt in het najaar van 2021 gepubliceerd.
7/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
D. Kwaliteitsverbeteringen en synergie JMO (bijdrage aan taakstelling € 5,0 mln. in 2023) Onder dit blokje vielen 3 onderwerpen: 1. Vergroten inzicht in clientstromen & betere ketensamenwerking; 2. Efficiëntere programma-uitvoering (Socrates) 3. Eerdere maatregelen waarover aan de Rekeningencommissie gerapporteerd is. In de vorige rapportage is aangegeven dat het onderdeel efficiëntere programma-uitvoering Socrates is afgerond. In deze en komende rapportages wordt over dit onderwerp daarom niet meer gerapporteerd. Ad 1 Vergroten inzicht in cliëntstromen & betere ketensamenwerking De doorbraakaanpak die we met SOHOS hebben ontwikkeld, hebben we in 2020 en 2021 voortgezet met twee projecten: het Doorbraaklab en het ontwikkelen van een leeratelier maatwerk®ie (samen met de Hogescholen Den Haag en Leiden en de diensten OCW en SZW en het Zorg&Veiligheidshuis). In het Doorbraaklab worden doorbraken gerealiseerd bij multiproblematiek van burgers. Dit zorgt ervoor dat de burger beter geholpen wordt én levert besparingen op. Dit zijn besparingen op de WMO, Jeugdwet, ZVW en PW. De baten komen ten goede aan het sociaal domein en vallen dus breder dan alleen bij de Gemeente. Het Doorbraaklab wordt nu structureel geïmplementeerd en verbreed in het programma Maatwerk en regie. Daarin werken SZW en OCW domeinoverstijgend samen en zoeken de verbinding met andere diensten en partners.
Het doel is dat huishoudens in één keer goed worden geholpen. Ad 3 Eerdere maatregelen waarover aan de RC is gerapporteerd Met de inzet van een POH-JGGZ kan de vraagverheldering en triage verbeteren. Een POH JGGZ ondersteunt de huisarts in het achterhalen en verhelderen van de vraag van de jeugdige en/of diens ouders. Vaak kan door de POH-JGGZ zelf en/of in samenwerking met het CJG passende dienstverlening worden geboden, die goed aansluit op de behoefte van de ouders/ verzorgers en jeugdigen. Dit uiteraard in nauwe samenspraak met de huisarts. In onderstaande grafiek wordt weergegeven in hoeveel gevallen doorverwijzing naar ingekochte jeugdhulp niet nodig bleek:
Pilot POH 60,0% 55,0% 50,0% 45,0% 40,0% 35,0%
% dat niet wordt doorverwezen naar ingekochte Jeugdhulp (POHJeugd)
30,0%
* Noot: percentage geeft het cumulatieve afbuigingspercentage weer vanaf het begin van de pilot.
Vanaf 1 februari 2021 is de pilot POH JGGZ uitgebreid in het Centrum (Schildersbuurt). Vanaf 1 april is Escamp hierbij gekomen (Wateringse Veld, Leyenburg).
8/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Vanaf 1 juli heeft de laatste uitbreiding voor dit jaar plaatsgevonden in Bouwlust en Vrederust. Op 1 juli hebben de POH JGGZ-ers in totaal 712 jeugdigen/gezinnen gesproken. Van de 519 afgesloten trajecten is 53,9% niet verwezen naar de ingekochte jeugdhulp. Van deze casuïstiek is 43% begeleid door de POHJGGZ zelf zonder dat verdere verwijzing hoeft plaats te vinden. De overige 10% heeft de POH JGGZ verwezen naar vrij toegankelijke jeugdhulp van de jeugdteams, naar de JGZ of ander voorliggend preventief aanbod. Het afbuigingspercentage van de gehele pilot POH-JGGZ van 53,9% is een effect van de uitbreiding. Het gemiddelde afbuigingspercentage in het Centrum en Escamp is vooralsnog 43%. E. Zorg- en beleidsvernieuwing (bijdrage aan taakstelling € 3,6 mln. in 2023) Deze verbeterlijn gaat over het vernieuwen van de zorg en het realiseren van vernieuwend beleid om adequate zorg en ondersteuning bieden, tegen lagere kosten. In de grafiek hieronder wordt gemeten hoe de gemiddelde kosten zich ontwikkelen. Enerzijds worden die beïnvloed door prijsstijgingen en inflatie, anderzijds door vernieuwingen in het beleid. Het gemiddelde zegt iets over hoe deze effecten uitmiddelen. In onderstaande grafiek wordt de voortgang op de huidige indicatoren in beeld gebracht:
In eerdere rapportages is ook gerapporteerd over het aantal no shows. Het aantal no shows is in verband met corona nog steeds niet representatief en niet vergelijkbaar met andere jaren. Daarom is deze niet opgenomen in de grafiek. Aantal voorzieningen
Q1 2019
Q2 2019
Q3 2019
Q4 2019
Vervoersvoorzieningen
10.250
10.391
10.643 10.306
Woonvoorzieningen
507
585
599
Woningaanpassingen
162
258
245
Q1 2020
Q2 2021
Q2 2020
1-7 tm 31-12
Q1 2021
10.342
10.278
9.748
9.588
9.525
545
524
523
478
488
577
155
142
143
76
48
57
Sinds eind 2019 wordt nadrukkelijker gekeken naar welke woningaanpassing passend is bij een klant. Het aantal woningaanpassingen is in de tweede helft van 2020 gedaald. Deze trend heeft zich doorgezet in 2021. U kan hier bijvoorbeeld denken aan trapliften en vergoedingen voor het doen van woningaanpassingen.
9/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Naast het feit dat we sinds 2019 nadrukkelijker kijken naar de passendheid van de woningaanpassing, werkt hier vermoedelijk ook een corona-effect in door. Doordat het enige tijd duurt voordat woningaanpassing daadwerkelijk wordt geïnstalleerd en gefactureerd, is het coronaeffect nu pas zichtbaar. Verder is er een praktijk ontstaan dat voor aanpassen van gemeenschappelijke ruimten (toegang, hal, lift, galerij) in wooncomplexen door wooncorporaties automatisch werd doorverwezen naar de gemeente. De woningeigenaar is echter eerst verantwoordelijk dat de gemeenschappelijke ruimten voor alle huurders in het dagelijks gebruik geschikt is. Uiteraard blijft de gemeente aanspreekbaar en verantwoordelijk voor het verstrekken van woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten voor zover die bedoeld zijn voor individueel gebruik. Bijvoorbeeld: een traplift in een Haagse portiek of een verhoging bij de voordeur naar de eigen woning. Tot slot is ook gebleken dat het mogelijk is om een (grote) woningaanpassing te voorkomen door vaker het sociaal netwerk van cliënten te betrekken of een verhuisadvies te geven. De woonvoorzieningen blijven relatief stabiel. Hier moet gedacht worden aan kleine voorzieningen als papegaaien en douchesteunen. Op dit moment is nog niet duidelijk waardoor dit wordt veroorzaakt en in hoeverre hier sprake is van een structurele verhoging.
We kijken ook naar een betere afbakening tussen Wlz en Wmo en jeugdhulp. Nu ontvangen inwoners soms een Wmo-voorziening, terwijl de zorg soms beter passend is in de Wlz. Samenloop is mogelijk omdat er bijvoorbeeld vanuit de Wlz nog geen ondersteuning kan worden geboden en de Wmovoorzieningen ter ondersteuning nog noodzakelijk zijn of omdat bepaalde voorzieningen niet voor Wlz in aanmerking komen. We zijn bezig om deze check in de reguliere werkprocessen in te richten, zodat we hier in het vervolg direct op kunnen acteren. Daarnaast zijn we bezig met het nagaan van alle lopende dubbele indicaties, samen met CZ. Op dit moment loopt een pilot bij één wijkteam. Gezond en Gelukkig Den Haag (GGDH) is nog steeds zeer actief met concrete activiteiten om de juiste zorg op de juiste plek te leveren door de schotten tussen de verschillende zorgwetten te doorbreken. Dit leidt uiteindelijk tot lagere kosten. Twee brede digitale bijeenkomsten hebben plaatsgevonden op 16 maart (transitie in denken van ziekte naar gezondheid) en op 15 juni (verbinding sociaal en medisch domein in de wijk). Bij beide bijeenkomsten waren zo'n dertig Haagse organisaties aanwezig. GGDH wordt benut als startpunt voor de alliantie Gezondheid en Vitaliteit voor het integraal programma Zuidwest.
Daarmee wordt het gedachtegoed van GGDH en het bestaande netwerk van sociaal maatschappelijke partners goed benut voor de benodigde ontwikkeling in Zuidwest. De eerste stappen zijn gezet met de start van de preventiecoalitie. Een voorbeeld is een actieonderzoek naar nieuwe interventies (bijvoorbeeld op het gebied van bewegen, voeding en mentale gezondheid) die nadrukkelijk samen met de inwoners van Moerwijk worden ontwikkeld. De gemeente is met de drie huisartsenkoepels in gesprek hoe de afstemming tussen professionals in het sociaal en medisch domein in de wijken kan worden vormgegeven, of geborgd (in de wijken waar het al loopt). Binnen GGDH wordt nu een coalitie technologie gevormd, waarmee gezamenlijk gaat worden ingezet op toekomstige technologische innovaties die ertoe leiden dat we de zorg en ondersteuning slimmer, betaalbaarder en meer preventief kunnen organiseren. Een eerste voorbeeld hiervan is de casus rondom het voorkomen van heupfracturen bij het vallen, door middel van een innovatieve heupairbag met sensoren. In samenwerking met LUMC Campus is de potentiële kostenbesparing in beeld gebracht en de volgende stap is het uitwerken van de benodigde inzet voor eventuele implementatie van deze technologische innovatie voor thuiswonende Hagenaars. Financieel resultaat 2021 De verbeterlijnen als geheel moeten uiteindelijk zorgen voor een beperking van de kosten.
De effecten kunnen niet per verbeterlijn worden gekwantificeerd, omdat de verbeterlijnen nauw met elkaar samenhangen en de effecten van de ingezette acties in veel gevallen niet één op één zijn toe te rekenen.
10/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Net als in 2020 wordt meer dan de helft van de taakstelling van € 24,6 mln. gerealiseerd op de Wmo. Mede door de ingezette verbeterlijnen kan de Wmo inmiddels binnen de financiële kaders uitgevoerd worden. Nog onzeker is welk deel van de kostenbesparing structureel is en welk deel een incidenteel corona-effect. Dit blijven we monitoren. Voor de jeugdhulp blijft de situatie complex, zoals in het AEFrapport van december 2020 (zie paragraaf Balans jeugdhulp) ook is verwoord, en kan de beoogde taakstelling niet worden gerealiseerd. Zoals genoemd zijn door het Rijk voor 2022 aanvullende rijksmiddelen toegekend, die bedoeld zijn om tekorten te dekken en om te investeren in een hervormingsagenda die er onder meer toe moeten leiden dat de kostenontwikkeling wordt omgebogen. Bij het blokje jeugdhulp is aangegeven welke beheersmaatregelen in 2022 worden benut om het tekort terug te dringen. Ik hecht eraan om besparingen zorgvuldig uit te voeren. Conclusie In deze rapportage is ingegaan op de financiële prognose voor Wmo en jeugdhulp en op de belangrijkste inhoudelijke voortgang op de verbeterlijnen. Uit de rapportage komt hetzelfde beeld naar voren als in de rapportage voor het derde kwartaal. Voor de Wmo liggen we op schema om de verbeterlijnen te realiseren. Op dit moment verwachten we dat dit ook uit de financiële cijfers blijken.
Onzeker is nog in hoeverre er nog een ‘inhaaleffect’ door corona zal ontstaan. De komende maanden zullen hier meer inzicht in geven. Voor de jeugdhulp blijft de situatie complexer doordat de gemeente meer afhankelijk is van ketenpartners. Zo doen we slechts 30% van de verwijzingen naar jeugdhulp zelf. De sturingsmogelijkheden om jeugdigen een passende, adequate en doelmatigere voorziening te bieden zijn daarom minder groot dan bij de Wmo. Daar komt bij dat regionaal wordt ingekocht, waardoor complexe samenwerkingsverbanden ontstaan. Dit alles zorgt ervoor dat bijsturen de nodige tijd en inspanning kost. Verder is er vanuit preventie ook voldoende aandacht voor de jeugd(hulp). Wat daarvoor allemaal gebeurt, is terug te lezen in het actieprogramma Preventie, Volksgezondheidsbeleid Den Haag 2020 – 2023 (RIS309230). In 2021 heeft het Rijk extra middelen ter beschikking gesteld. Ook met deze middelen blijft het een uitdaging om de financiële problematiek bij de jeugdzorg het hoofd te bieden. In 2022 ontstaat een ander verhaal. Dan komen er incidentele middelen beschikbaar die naar verwachting op Jeugdhulp voor verlichting zullen zorgen. Daarmee zijn we nog niet klaar. Deze middelen moeten mede gebruikt worden om de jeugdhulp te verbeteren én om de beheersbaarheid van het stelsel te vergroten.
In de 8-maandsrapportage zullen de inspanningen die gepleegd zijn, financieel worden vertaald. In de volgende rapportage zullen we dieper in gaan op het effect van de kostenbeheersing op Wmo en Jeugd, mede in relatie tot de extra middelen. Met vriendelijke groet, Kavita Parbhudayal
11/13
Bijlage 1: Overzicht van de indicatoren per verbeterlijn A. Aanpak misbruik en oneigenlijk gebruik
Q4 2 01 9
1 -1 tm 3 0-04
1 -1 tm 3 1 -8
tm Q2 2 02 1
1 -1 tm 3 1 - tm Q1 2 02 1 12
11
15
86
64
38
30
10
5
8
Aantal binnengekom en bruikbare signalen
Q3 2 01 9
Q2 2 01 9
Q1 2 01 9
060
Aantal afgeronde bruikbare signalen m et 8 4 14 12 10 7 12 4 2 (financiële) besparing Aantal afgeronde bruikbare signalen zonder directe 3 10 20 12 12 2 1 0 0 (financiële) besparing 1 -5 tm 3 0- 1 -7 tm 3 1 1 -1 tm B. Doelmat ig en doelt reffend zorgaanbod Q2 2 02 1 Q1 2 02 1 Q1 2 01 9 Q2 2 01 9 Q3 2 01 9 Q4 2 01 9 12 06 3 0-04 (Wmo) 1 3 .2 92
Voeren huishouding
1 2 .63 2
1 3 .063
1 3 .3 1 4
1 3 .447
1 3 .3 90
1 3 .3 54
1 3 .463
1 3 .3 3 7
Dagbesteding
2 .2 2 6
2 .2 62
2 .2 44
2 .1 50
1 .841
1 .698
1 .7 51
1 .496
1 .47 5
Begeleiding (indicaties)
9.505
9.598
9.3 53
8.7 50
7 .47 5
7 .03 7
7 .2 47
7 .41 5
7 .042
Begeleiding (klanten) B. Doelmat ig en doelt reffend zorgaanbod (Jeugd)
6.7 84 Q1
5.801 6.02 6 5.91 4 5.809 5.906 6.7 53 7 .008 6.97 4 1 -5 tm 3 1 - 1 -9 tm 3 01 -1 tm Q4 Q3 Q2 Q2 2 02 1 Q1 2 02 1 2 01 9 11 08 3 0-04 2 01 9 2 01 9 2 01 9
Aantal jeugdigen
8.63 1
8.82 5
8.667
8.699
9.2 89
9.1 45
9.408
8.67 3
8.57 2
Lopende v oorzieningen
1 3 .92 0
1 4.63 8
1 4.62 2
1 4.57 2
1 6.1 94
1 6.07 9
1 6.3 58
1 5.3 44
1 6.653
Q1 2 01 9
Q2 2 01 9
Q3 2 01 9
Q4 2 01 9
1 -1 tm 3 0-04
1 -5 tm 3 006
gem . Q3 tm Q4
Q1 2 02 1
-
-
-
-
-
-
-
-
C. Prevent ieve inzet /verbet erde indicat iest elling aantal unieke bezoekers ouderen (stedelijk) Haags Ontm oeten
D. Kwalit eit sverbet eringen en sy nergie JMO
Q1 2 01 9 Q2 2 01 9 Q3 2 01 9 Q4 2 01 9
% dat niet wordt doorv erwezen naar ingekochte Jeugdhulp (POH-Jeugd)
-
E. Zorg- en beleidsvernieuwing
Q1 2 01 9
52 ,0%
55,0% -
Q2 2 01 9
Q3 2 01 9
1 -5 tm 3 0-06
53 ,6%
50,2 % 1 -1 tm 3 004
1 -5 tm 3 0-06
1 640
1 -7 tm 3 1 -1 2
Q1 2 02 1
Q2 2 02 1
55,9%
54,3 %
55,3 %
1 -7 tm 3 1 Q1 2 02 1 12
Q2 2 02 1
€3 .57 8 €3 .7 86
€3 .694
€3 .43 3
€3 .2 1 2
€3 .3 7 1
€42 8
€443
€42 2
€3 64
€490
€7 2 9
€2 .1 04
€1 .453
€1 .585
€1 .405
€654
€2 7 1
€3 65
1 0.3 91
1 0.643
1 0.3 06
1 0.3 42
1 0.2 7 8
9.7 48
9.588
9.52 5 57 7
€3 .601
€3 .7 3 5
€3 .7 1 8
woonv oorziening gem kosten per periode
€469
€7 1 1
€52 3
woningaanpassing gem kosten per periode
€1 .440
€1 .83 7
aantal v erv oersv oorziening
1 0.2 50
v erv oersv oorziening gem kosten per periode
Q4 2 01 9
1 -1 tm 3 004
Q2 2 02 1
aantal woonv oorziening
507
585
599
545
52 4
52 3
47 8
488
aantal woningaanpassing
1 62
2 58
2 45
1 55
1 42
1 43
76
48
6.7 83
8.855
8.007
8.463 -
Aantal no shows bij collectief v erv oer (AV07 0)
-
-
-
57 -
12/13
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/155989
Bijlage 2: Indicatoren waar voorheen over werd gerapporteerd
130% 120% 110% 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
% van de prognose binnen een maand gedeclareerd
Bron 2019-2020: Schatting per 1-1-2021, ontvangen 13 januari 2021. Bron 2021: Schatting per 02-08-2021, ontvangen 17 augustus 2021
Percentage tijdig aangeleverde VOT's 2019 - 2020 - 2021 100,0% 80,0% 60,0% 40,0% 20,0% 0,0% Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
2019
Jun 2020
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
2021
Bron: Initi8, https://ctrl8.services.initi8.nl/#/views/DetailsVOTToewijzingDeclaraties/VOTs?:iid=1, 24 augustus 2021
13/13