RIS309998 bijlage definitief eindrapport SEA
Tekst van het document
Onderzoek naar aanleiding van het faillissement van de Stichting Energie Academie
Eindrapport
65432 – Openbaar 12 september 2021
1
65432 – Openbaar
Onderzoek naar aanleiding van het faillissement van de Stichting Energie Academie
Ronald van der Mark Laurens Vellekoop Giselle Schellekens Vincent Janssen Eleonore Stockmann Kevin Tjoe Ny 12 september 2021
65432 – Openbaar
2
Inhoudsopgave 0.
Samenvattende conclusies en aanbevelingen
3
1.
Inleiding
7
1.1
Aanleiding voor en doel van het onderzoek
7
1.2
Onderzoekswerkzaamheden
7
1.3
Leeswijzer
10
2.
3.
4.
Chronologische reconstructie
12
2.1
Initiatieffase
12
2.2
Uitwerkingsfase
18
2.3
Uitvoeringsfase
33
2.4
Crisisfase
39
2.5
Faillissementsfase
58
Thematische bevindingen
65
3.1
De Stichting Energie Academie
65
3.2
Gemeente
114
3.3
Relatie gemeente – SEA
119
Beantwoording onderzoeksvragen
Bijlage. Protocol omtrent de omgang met aan Berenschot verstrekte informatie
133 175
65432 – Openbaar
3
0. Samenvattende conclusies en aanbevelingen Het doel van het onderzoek was om een zo goed en zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de feiten en omstandigheden die uiteindelijk hebben geleid tot het faillissement van de Stichting Energie Academie (SEA). Wij komen tot de conclusie dat er niet één oorzaak aan te wijzen is voor het faillissement van SEA. Het faillissement heeft vele oorzaken. Dit betekent ook dat er niet één verantwoordelijke is aan te wijzen voor het faillissement. Een groot aantal mensen heeft door zijn of haar handelen bijgedragen aan het faillissement. Verder is het ook niet zo dat in de ene fase alles goed is gegaan en in de ander fase alles fout. In alle fasen die leiden tot het faillissement van SEA bevinden zich oorzaken van dat faillissement. Tot slot is het niet zo dat de schuld voor het faillissement ofwel bij de gemeente ofwel bij SEA zelf, ofwel bij derden ligt. Ook hier geldt dat het handelen van zowel de gemeente, als SEA als derden heeft bijgedragen aan het faillissement van SEA. Overigens zijn wij er van bewust dat vele mensen enorm hun best hebben gedaan de Energieacademie van de grond te krijgen. Bijna iedereen die wij hebben gesproken is enthousiast over het idee om op deze manier mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te krijgen.
Dit gezegde hebbende zijn er wel degelijk een aantal belangrijke oorzaken aan te wijzen die een stevige invloed hebben gehad op het faillissement. Hiernavolgend sommen we deze oorzaken op met daarbij een korte beschrijving. In het rapport zelf en in de beantwoording van de onderzoeksvragen wordt hier meer uitgebreid op ingegaan.
Businesscase (gemeente en Stichting Energie Academie) De businesscase was onvoldoende doordacht en realistisch Dit begint met de doelstellingen op het gebied van uitstroom (900 mensen in drie jaar). Deze waren in onze ogen niet realistisch. Zeker nu het gaat om een beginnende organisatie, die bovendien van plan was klein te starten. Wat hierbij meespeelde was dat de aansluiting tussen de marktvraag en hetgeen de gemeente (Den Haag Werkt) aan kandidaten kon leveren onvoldoende was om aan de doelstellingen te kunnen voldoen. Daarnaast was er nog veel te veel onduidelijkheid over de inkomsten van de Energieacademie (het verdienmodel). Dit verdienmodel berustte grotendeels op aannames en was onvoldoende robuust. Daartegenover stond dat de kosten (veel) te laag zijn ingeschat en begroot. Dit alles maakt dat de businesscase in onze ogen onvoldoende doordacht en realistisch was.
Er waren amper eigen inkomsten Inkomsten van de Energieacademie bestonden vrijwel uitsluitend uit subsidie. Door de Energieacademie is nooit verdiend aan uitplaatsing. Zelfs eind 2020 toen de stichting op omvallen stond waren hier nog geen duidelijke afspraken over gemaakt. Dit terwijl het een van de belangrijke bronnen van inkomsten had moeten zijn. Door dit niet goed te organiseren had de businesscase in onze ogen überhaupt geen kans van slagen. Ook zijn amper andere eigen inkomsten gegenereerd. Het genereren van inkomsten was een absolute noodzaak voor het sluitend makend van de businesscase en daarmee het voortbestaan van SEA.
65432 – Openbaar
4
Het project was te complex voor een beginnende organisatie Ten eerste is het een project dat in samenwerking tussen gemeente en private partijen vorm moet krijgen. Dat is per definitie ingewikkeld. Wie gaat nu precies waarover? Wie is verantwoordelijk? Welke invloed kunnen we nog uitoefenen? Hoe houden we grip? Hoe kunnen we dit het beste financieren? Ten tweede klinkt het concept logisch en simpel maar is het dat uiteraard niet. Bovendien is er in het land wel enige ervaring mee opgedaan maar het is zeker nog geen beproefde methode. Het is dus maar afwachten of het lukt, wat er werkt en wat niet werkt. Ten derde kende het project een ingewikkeld financieringsarrangement. Geld komt uit allerlei potjes met daaraan verbonden vereisten rondom aanbesteding, staatssteun, type kandidaten, verantwoordingsregimes, etc. Daarmee wordt de Energieacademie direct geconfronteerd met een groot aantal formele eisen waaraan het niet bleek te kunnen voldoen. Ten vierde speelde hier nog het verhaal van de EnergieHUB (bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige bedrijvigheid) doorheen. Het was onduidelijk of deze er zou komen, gemeentelijke besluitvorming hierover moest nog plaatsvinden, maar ondertussen speelde de gedachte van een EnergieHUB wel mee bij het maken van beslissingen (zoals het huren van het gebouw). Ten vijfde lag er een enorme doelstelling voor de Energieacademie.
Deze complexiteit en grote ambities, in combinatie met het feit dat sprake was van een startende organisatie die alles nog moest bedenken, organiseren en opzetten, zorgde ervoor dat het primaire proces onvoldoende van de grond kwam, dat de verantwoording niet lukte en dat de organisatie niet stond. Eigenlijk is er achteraf bezien te snel van start gegaan. Wij hebben tenslotte de indruk dat het concept van de Energieacademie (en de EnergieHUB) op een gegeven moment belangrijker werd dan de beleidsdoelstelling die het beoogde te bereiken.
Stichting Energie Academie Gebrek aan zakelijkheid en organisatorisch vermogen In het bijzonder binnen SEA was een gebrek aan zakelijkheid. Een aanzienlijk deel van het geld werd niet conform de begroting uitgegeven. Hierdoor ontstond al snel een gat in de begroting waar vervolgens ook niet op werd geacteerd. Verder is een langjarig huurcontract afgesloten waarmee zowel gemeente als SEA zich committeerden aan de totstandkoming van de EnergieHUB, die kwam er uiteindelijk echter niet. Daarnaast is er een ongunstig contract gesloten met een leerwerkbedrijf, waarbij garanties werden gegeven over het aantal kandidaten dat wordt aangeleverd door SEA, over betalingen en over uitplaatsing. Hoewel de gemeente niet op de hoogte was van alle ongunstige bepalingen was ze in ieder geval wel verantwoordelijk voor de (hoge) trajectprijs die in het contract is opgenomen. De doelstelling noch de subsidie is hierop aangepast. Gesprekken hierover werden pas medio 2020 gevoerd als de Energieacademie al op omvallen staat. Wat naast het gebrek aan zakelijkheid opvalt is dat de organisatie van de Energieacademie simpelweg niet goed van de grond kwam.
Er was geen goede administratie aanwezig, een duidelijke richting en marsroute ontbrak, contracten waren vaag, niet zakelijk en dubbelzinnig, de bedrijfscultuur en onderlinge verhoudingen waren verziekt, er werd niet gecommuniceerd, bestuurders gingen hun eigen gang, er waren kampen binnen de Energieacademie en het primaire proces was rommelig, er werd amper geld binnengehaald en er waren geen afspraken over uitplaatsing gemaakt. Bestuur en raad van toezicht kregen het simpelweg niet voor elkaar om een organisatie op poten te zetten.
Een verziekte sfeer binnen de Energieacademie Al snel was binnen de Energieacademie sprake van een verziekte sfeer. De drie bestuurders konden niet met elkaar door één deur en er ontstonden twee kampen. Over en weer waren beschuldigingen van belangenverstrengeling en niet-integer gedrag. In korte tijd hebben zich tal van incidenten voorgedaan. Bij een deel van deze incidenten was ook een van de leerwerkbedrijven betrokken die met zijn optreden een polariserend
65432 – Openbaar
5
effect had binnen de Energieacademie. Door een aantal incidenten stonden nog voor de officiële opening de verhoudingen op scherp.
Een haperend primair proces Het lukt de Energieacademie niet om het primaire proces op gang te krijgen. Dit had een aantal redenen. Ten eerste meldden zich veel kandidaten en was de capaciteit om al deze kandidaten te spreken beperkt. Ten tweede ontbrak het aan een fatsoenlijk administratiesysteem. Ten derde was het niveau van de kandidaten lager dan verwacht. Ten vierde was er een gebrek aan materialen waardoor opleidingen soms stil kwamen te liggen. Ten vijfde was er ontevredenheid over het niveau van sommige leermeesters. Ten zesde verliep de samenwerking met DHW stroef (zie ook hieronder). Ten zevende was er grote ontevredenheid over de kwaliteit van de Werkfittrajecten.
Relatie gemeente – Stichting Energie Academie Haperende samenwerking tussen de Energieacademie en de gemeente Cruciaal voor het slagen van de Energieacademie is een goede samenwerking tussen Energieacademie en gemeente. De Energieacademie is immers grotendeels afhankelijk van de instroom van kandidaten vanuit DHW. En juist op dit operationele vlak verliep de samenwerking stroef. Bij de Energieacademie was ontevredenheid over het niveau van de kandidaten, terwijl DHW niet te spreken was over de wijze waarop met de kandidaten werd omgegaan. Ook ontbrak een deugdelijke administratie waardoor DHW geen zicht had op wat er met zijn kandidaten gebeurde. De Energieacademie verwachtte op haar beurt weer meer van de gemeentelijke werkbegeleiders. Dit alles had tot gevolg dat maar een zeer beperkt aantal kandidaten (19) vanuit de gemeente een Werkontwikkeltraject (WOT) heeft gevolgd en een fractie daarvan is uitgestroomd naar een baan.
Ontbreken van een strategische dialoog tussen gemeente en SEA Vanaf het moment dat de stichting van start ging, heeft het ontbroken aan een strategische dialoog over het project Energieacademie. Gemeente en Energieacademie zaten namelijk gezamenlijk in dit project. De een kon niet zonder de ander. De gemeente had een groot belang bij het slagen van SEA en SEA had de gemeente nodig om te kunnen slagen. In dat kader is het cruciaal om regelmatig (zeker in het begin!) met elkaar af te stemmen over de koers, zaken waar je tegenaan loopt en eventuele aanpassing van het project. Daarin had direct besproken kunnen worden hoe omgegaan zou worden met het tekort op de begroting vanwege de hogere trajectprijs van Traub Stuc, hoe om te gaan met de effecten van de coronacrisis op doelstelling/subsidie, hoe om te gaan met het feit dat meer Werkfittrajecten nodig lijken te zijn in plaats van Werkontwikkeltrajecten, hoe om te gaan met het feit dat er hogere opstartkosten zijn dan voorzien, hoe om te gaan met het feit dat er nu een pand is gehuurd gericht op de EnergieHUB terwijl gemeentelijke besluitvorming daarover nog plaats moet vinden, etc. Er werd wel over en weer gepraat en gemaild over de thema’s, maar een echte strategische dialoog heeft in onze ogen nooit plaatsgevonden.
Overig COVID-19 Ruim een maand na de officiële opening moest de Energieacademie de deuren alweer sluiten vanwege de coronacrisis. Toen de deuren enkele maanden later weer open gingen stond de Energieacademie financieel gezien al aan de rand van de afgrond. Dit zegt veel over de impact die de coronacrisis heeft gehad op de Energieacademie. Bovendien zorgde de coronacrisis ervoor dat leerlingen hun opleiding niet af konden maken en uitgeplaatst konden worden. Daardoor bleven de verwachte inkomsten uit en lag de operatie stil. Toen de Energieacademie haar deuren opende kon feitelijk opnieuw worden begonnen.
65432 – Openbaar
6
Bovendien slaagden Energieacademie en gemeente er niet in tot afspraken te komen over ‘de aantallen na corona’. De aantallen zoals opgenomen in de subsidiebeschikking waren niet (meer) realistisch maar SEA had de inkomsten van de gemeente nodig om niet ten onder te gaan. Gemeente en SEA kwam hier echter niet uit. Tot slot had SEA een overeenkomst met een leerwerkbedrijf gesloten waarmee het zich dacht te hebben verplicht dit leerwerkbedrijf door te betalen ongeacht de coronacrisis. Ook andere kosten liepen gewoon door terwijl de Energieacademie stillag.
Aanbevelingen Uit bovenstaande conclusies komt naar voren dat er fouten zijn gemaakt. Het concept van de Energieacademie wordt echter door velen nog steeds omarmd. Het probleem zat vooral in de uitwerking en de executie. Het is nu de kunst om niet alles dat te maken heeft met het project te veroordelen, maar te leren van deze fouten en daar als politiek, bestuur en organisatie je voordeel mee te doen. Met het oog op dit leerproces doen we een aantal aanbevelingen die richten zich op drie onderwerpen: governance(relatie), businesscase en toekomstige banenprojecten. Deze aanbevelingen zijn verder uitgewerkt bij de beantwoording van onderzoeksvraag 8.
Governance(relatie) De Energieacademie was verantwoordelijk voor het leveren van een bijdrage aan een belangrijke gemeentelijke beleidsdoelstelling. Het was, mede daardoor, een politiek-bestuurlijk gevoelig traject. Wat daarbij meespeelde was dat het ging om een kwetsbare groep mensen. Verder was de Energieacademie een innovatief concept dat bovendien werd uitgevoerd door een private organisatie. Al deze omstandigheden stellen eisen aan de (governance)relatie. De volgende aanbevelingen zijn gericht op de vormgeving van toekomstige governancerelaties. •
Maak een bewuste keuze ten aanzien van de (juridische) vorm van een project.
•
Wees niet bang om grip te houden, maar doe dit wel op de goede manier.
•
Organiseer een gezamenlijk leerproces
•
Organiseer je interne governance tijdig
•
Investeer in taal en verwachtingen.
Businesscase Betreffende de businesscase doen we enkele aanbevelingen die zich met name richten op het proces van totstandkoming. Zoals eerder aangegeven was de gemeente in de lead bij het opstellen van deze businesscase en is door de gemeente besloten subsidie toe te kennen op basis van deze businesscase. •
Begin klein en bouw uit wat werkt.
•
Toets aannames en projectplan.
Toekomstige banenprojecten De volgende aanbevelingen gaan over toekomstige banenprojecten. Daarvoor gelden overigens vrijwel onverkort de aanbevelingen zoals we die hierboven hebben opgenomen. De eerste aanbeveling heeft specifiek betrekking op het concept van de Energieacademie. •
Begin met een schone lei.
•
De praktijk is weerbarstiger dan beleid en papier.
•
Toets de organisatie waarmee in zee wordt gegaan.
65432 – Openbaar
7
1. Inleiding 1.1 Aanleiding voor en doel van het onderzoek In februari 2020 opende de Stichting Energie Academie officieel haar deuren aan de Kerketuinenweg, met als doel om werkloze jongeren en bijstandsgerechtigden op te leiden tot vakmensen in de energietransitie. In de loop van 2020 ontstonden grote organisatorische en financiële problemen. Uiteindelijk bleek begin dit jaar dat de stichting failliet zou gaan. In februari dit jaar besloten college en raad een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten. Doel van het onderzoek is om een zo goed en zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de feiten en omstandigheden die uiteindelijk hebben geleid tot het faillissement van de Stichting Energie Academie. De burgemeester was de bestuurlijke opdrachtgever van het onderzoek, ambtelijk ondersteund door de gemeentesecretaris. In totaal zijn na een interactief proces met de gemeenteraad aan ons acht hoofdvragen en 89 deelvragen meegegeven. De acht hoofdvragen luiden als volgt: 1.
Geef een reconstructie per fase vanaf het voortraject (inclusief een uitgebreide tijdlijn) van alle relevante momenten van besluitvorming, meldingen, inzichten en interventies.
2.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de faillissementsaanvraag van de SEA?
3.
Zijn er aanwijzingen van niet integer handelen, zoals bijvoorbeeld (de schijn van) belangenverstrengeling, frauduleus handelen, verwijtbaar handelen of bovenmatig uitoefenen van druk? Zo ja, wanneer, door wie en vanuit welke functie?
4.
Zijn de verstrekte gemeentelijke, Europese (EFRO) en andere middelen (subsidie en/of inkomsten) volledig aangewend voor de doelen waarvoor deze beschikbaar zijn gesteld? Met andere woorden, is er sprake geweest van een doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen?
5.
Hoe heeft de gemeente haar rol ingevuld in de diverse fasen van het project (van beginfase tot realisatie en in de faillissementsfase)? Zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau.
6.
Wat is het oordeel over de manier waarop de directie, het bestuur en de RvT van de SEA hun rol hebben ingevuld?
7.
Samenwerking: maak inzichtelijk op welke wijze de samenwerking is verlopen tussen de SEA, Den Haag Werkt (DHW) en andere betrokken samenwerkingspartners?
8.
Welke lessen voor de toekomst kunnen getrokken worden?
1.2 Onderzoekswerkzaamheden Het onderzoek hebben we in drie fasen uitgevoerd:
65432 – Openbaar
8
Fase 1. Opstart: orde, structuur en overzicht In de fase hebben wij de volgende activiteiten uitgevoerd:
Startoverleg Het onderzoek is gestart met een nadere kennismakingsgesprek met de opdrachtgever. Tijdens dit startgesprek zijn de laatste ontwikkelingen doorgesproken en is het plan van aanpak vastgesteld. Ook is er afgesproken dat de opdrachtgever uitsluitend in procesmatige zin bij het onderzoek betrokken zou worden.
Werkbesprekingen met een vertegenwoordiging van de raad In maart en april 2012 hebben wij met een delegatie van raadsleden uitgebreid over het onderzoek gesproken. Doel was om van gedachten te wisselen over onder meer de onderzoeksvragen, de te interviewen personen, de opzet van het financieel/forensisch onderzoek, de te bestuderen documenten etc.. Naar aanleiding van diverse suggesties van raadsleden is de aanpak van het onderzoek verbreed en verdiept.
Opstellen informatieprotocol en toetsingskader In de eerste plaats hebben wij een informatieprotocol opgesteld (zie bijlage 1). In een informatieprotocol leggen wij afspraken vast over hoe door ons wordt omgegaan met informatie die we verzamelen en verwerken. Daarin staan onder meer afspraken over de herleidbaarheid van informatie en de omgang met verslaglegging van de interviews. Dit informatieprotocol is aan elke gesprekspartner verstrekt opdat deze weet wat met de door hem of haar verstrekte informatie wordt gedaan. Dit informatieprotocol is opgenomen in bijlage 1. In de tweede plaats hebben wij een toetsingskader opgesteld. Hiervoor is een overzicht gemaakt van regels, procedures en beleid die in het kader van het onderhavige onderzoek mogelijk van toepassing zouden zijn. Deze hadden betrekking op financiën, toezicht en control, subsidieverlening, integriteit, inkoop, aanbesteding en bezoldiging en bestuurlijke besluitvorming en informatievoorziening. Dit kader is gebruikt bij het beantwoorden van een deel van de onderzoeksvragen. Het is van belang daarbij op te merken dat wij geen uitspraken doen over al dan niet strafbaar handelen van personen. Daarover gaat de rechter.
Eerste analyse documenten De gemeente had als voorbereiding op het onderzoek zeer veel documentatie verzameld in een zogenaamde dataroom. Dit betrof zowel informatie van de gemeente als van de stichting. In totaal zijn circa 7000 documenten, contracten, verslagen, mails, appberichten etc. in de dataroom opgenomen. Deze informatie is aan ons verstrekt en vervolgens door ons bekeken, gerubriceerd en geordend en in eerste aanleg beoordeeld op kwaliteit en volledigheid. Hieruit bleek dat van een deel van de documentatie de status onduidelijk was. Ook ontbrak een deel van de documentatie. Op basis van de eerste informatie zijn wij een chronologisch feitenrelaas gaan opzetten.
Oriënterende interviews Om nader zicht te krijgen op de problematiek hebben wij enkele personen van de gemeente en de stichting gesproken.
Actorenanalyse Op basis van de verstrekte informatie hebben wij alle actoren geïnventariseerd op basis waarvan wij de te interviewen personen geselecteerd hebben.
65432 – Openbaar
9
Postbus Wij hebben een postbus geopend waar betrokkenen in vertrouwen bij ons zaken konden melden over de Energieacademie. Hier is een keer gebruik van gemaakt.
Notitie afronding fase 1 Deze fase hebben wij afgerond met een notitie met eerste resultaten over de analyse van de beschikbare documentatie en een uitwerking van de opzet van de volgende onderzoeksfase. Deze notitie is besproken met de opdrachtgever.
Fase 2. Verdiepend onderzoek In deze fase hebben wij de volgende activiteiten uitgevoerd.
Documentenonderzoek Alle verzamelde documentatie (uiteindelijk ruim 9000 stuks) hebben wij bestudeerd en geordend naar de verschillende onderzoeksvragen. Tijdens het onderzoek ontvingen wij steeds weer nieuwe aanvullende documentatie. Na drie maanden kregen wij ook toegang tot de Dropbox van de stichting hetgeen weer een schat aan nieuwe informatie opleverde. Er is daarom doorlopend geordend en verwerkt in de chronologische reconstructie en thematische feitenrelazen.
Financieel/forensisch onderzoek In dit kader is nader onderzoek gedaan naar de (financiële) administratie van SEA, contracten en overige aangegane verplichtingen. Een deel van de financiële administratie van 2020 was ingevoerd in Exact. Na verloop van tijd hebben wij van het door SEA ingehuurde administratiekantoor de mappen ontvangen van de financiële administratie van heel 2019 en een deel van 2020. Dit (financieel) administratief onderzoek had ook een forensische component: de analyse van bankmutaties en grootboekmutaties van SEA. Hiervoor heeft Berenschot samengewerkt met EBBEN Partners, een forensisch onderzoeksbureau met een specialisatie in financiële fraude en integriteit. De rol van EBBEN bestond uit het analyseren van de financiële mutaties. EBBEN heeft de bankmutaties en grootboekmutaties opgenomen in een database voor data-analyse. Op de financiële mutaties zijn verschillende zoekvragen toegepast die erop gericht zijn om patronen en afwijkingen van patronen te identificeren in de financiële data. De resultaten van de financiële analyses zijn door EBBEN aan Berenschot voorgelegd. Op grond van deze resultaten heeft Berenschot haar vervolgwerkzaamheden vormgegeven. Deze hebben onder meer bestaan uit het verifiëren van de resultaten van de analyses aan de hand van interviews en onderliggende administratieve bescheiden.
Interviews Berenschot heeft uiteindelijk in totaal 57 personen gesproken. De gesprekken vonden – vanwege de richtlijnen van het RIVM – veelal plaats via Teams. We hebben gesprekken gevoerd met (oud-)wethouders, voormalig bestuursleden en toezichthouders van de stichting, voormalig werknemers van de stichting, betrokken leerwerkbedrijven, kwartiermakers en bedrijven, enkele leerlingen en vele betrokken (voormalig) ambtenaren. Met uitzondering van de accountant van de stichting hebben alle voor een interview uitgenodigde personen meegewerkt. Alle interviews zijn voorbereid met het opstellen van een gespreksleidraad. Van alle gesprekken zijn gespreksverslagen gemaakt en ter wederhoor teruggelegd bij de respondenten, waarna deze door Berenschot zijn vastgesteld. De interviews duurden mede als gevolg van de complexiteit in het algemeen veel langer dan verwacht.
65432 – Openbaar
10
In de loop van het onderzoek bleek dat een tweede ronde van diepgaande gesprekken nodig was. Dit was onder meer het gevolg van de grote hoeveelheid nieuwe informatie waarover wij de beschikking kregen (zowel documenten als in de gesprekken). In totaal zijn met dertien personen deze verdiepende gesprekken gevoerd. Bij enkel personen is nog een derde interview afgenomen.
Verificatiegesprekken Naar aanleiding van de gespreksrondes en de bestudering van documentatie was het noodzakelijk met een tiental personen een aantal aanvullende telefonische gesprekken te voeren of schriftelijke vragen te stellen ter verdieping.
Bijeenkomst opdrachtgever In de loop van deze fase heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden met de opdrachtgever. Tijdens deze bijeenkomst hebben we de opdrachtgever op de hoogte gesteld over het verloop van het onderzoek.
Fase 3. Analyse, wederhoor en rapportage Aan de hand van de documentstudie en interviews is alle informatie in samenhang geanalyseerd en hebben wij een eerste conceptrapport opgesteld. Delen van dit rapport zijn onder geheimhouding voorgelegd voor wederhoor aan in totaal dertien betrokken personen. Deze wederhoor vond fysiek plaats op het stadhuis in Den Haag. Alle personen die waren uitgenodigd voor wederhoor hebben gereageerd. Naar aanleiding van de wederhoor de tekst aangescherpt en aangevuld. Vervolgens is het concepteindrapport opgesteld en besproken met de opdrachtgever en daarna gefinaliseerd.
Reflectie op de verkregen documentatie In de loop van het onderzoek bleek dat de documentatie in de dataroom onvolledig was. Met name de administratie van SEA was verre van compleet. Het was een tijdrovende zoektocht om deze informatie enigszins op orde te krijgen. Stapje voor stapje werd de puzzel steeds completer. Wij kwamen er echter ook achter dat met name op financieel gebied en de leerlingenadministratie er verschillende documenten en administraties waren die niet helemaal met elkaar overeenkwamen en waarvan de status niet altijd duidelijk was. Zo troffen wij wel vijf meerjarenbegrotingen aan; van bepaalde werkzaamheden wel vier iets van elkaar verschillende facturen, deels wel voor akkoord ondertekend, deels niet en soms helemaal, soms deels betaald en soms in termijnen betaald. Bij de leerlingenadministraties hebben wij drie respondenten gesproken, die elk vonden dat zij het juiste overzicht hadden; naar ons beeld waren zij geen van alle compleet. Dit betekent dat wij op een aantal punten keuzes hebben moeten maken met als gevolg dat wij niet uitsluiten dat enkele cijfers niet helemaal kloppen. Overigens zal dit de conclusies niet in een ander daglicht stellen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat een chronologische reconstructie. Deze valt grofweg uiteen in vijf fasen. 1.
Initiatieffase. Deze fase betreft de eerst gedachtenvorming over een Energieacademie en loopt van eind 2017 tot maart 2019 het moment dat de Stichting Energie Academie (SEA) werd opgericht.
2.
Uitwerkingsfase. Deze fase loopt vanaf de oprichting van de stichting in maart 2019 tot januari 2020 het moment dat de Werkontwikkeltrajecten van start gingen.
3.
Uitvoeringsfase. Deze fase loopt vanaf het van startgaan van de Werkontwikkeltrajecten in januari 2020 tot aan het moment dat volgens de raad van toezicht SEA in zwaar weer was terechtgekomen (1 april 2020).
4.
Crisisfase. Deze fase vangt aan op 1 april 2020 en duurt tot half december 2020 als de RvT van SEA de gemeente laat weten geen toekomst meer te zien voor SEA.
5.
Faillissementsfase. Deze fase loopt van half december 2020 tot de uitspraak over het faillissement eind maart 2021.
65432 – Openbaar
11
In hoofdstuk 3 staan thematisch de feitelijke bevindingen beschreven, met als doel de onderzoeksvragen goed te kunnen beantwoorden. Dit hebben wij gerangschikt naar de volgende thema’s: 1.
De Stichting Energie Academie - met als thema’s: het primair proces, de governance, de businesscase, financiën en contracten en organisatie en cultuur.
2. 3.
De gemeente - met als thema’s: het college, informatievoorziening Raad en ambtelijke organisatie. Relatie gemeente – Stichting Energie Academie - met als thema’s: de governance relatie, de inhoudelijke relatie, de financiële relatie en overige relaties.
Ten slotte volgt in het laatste hoofdstuk de beantwoording van de onderzoeksvragen. De antwoorden zijn doorgaans een samenvatting van wat in hoofdstuk 2 en 3 is weergegeven. In de beantwoording verwijzen wij daarom veelvuldig naar een paragraaf of hoofdstuk, waarin de beantwoording is opgenomen.
65432 – Openbaar
12
2. Chronologische reconstructie In dit hoofdstuk geven wij een chronologische reconstructie van de gebeurtenissen die hebben geleid tot het faillissement van de SEA. Deze valt grofweg uiteen in vijf fasen. 1.
Initiatieffase. Deze fase betreft de eerst gedachtenvorming over een Energieacademie en loopt van eind 2017 tot maart 2019 het moment dat de Stichting Energie Academie (SEA) werd opgericht.
2.
Uitwerkingsfase. Deze fase loopt vanaf de oprichting van de stichting in maart 2019 tot januari 2020 het moment dat de Werkontwikkeltrajecten van start gingen.
3.
Uitvoeringsfase. Deze fase loopt vanaf het van startgaan van de Werkontwikkeltrajecten in januari 2020 tot aan het moment dat volgens de Raad van toezicht SEA in zwaar weer was terechtgekomen (1 april 2020).
4.
Crisisfase. Deze fase vangt aan op 1 april 2020 en duurt tot half december 2020 als de RvT van SEA de gemeente laat weten geen toekomst meer te zien voor SEA.
5.
Faillissementsfase. Deze fase loopt van half december 2020 tot de uitspraak over het faillissement eind maart 2021.
In dit hoofdstuk geven we voor elk van de fasen de relevante gebeurtenissen weer.
2.1 Initiatieffase De chronologische beschrijving begint bij het moment waarop gestart wordt met het opstellen van het programmaplan Werkgelegenheid uit de energietransitie. In dat programmaplan wordt namelijk voor het eerst gesproken over een leerwerkconcept dat later uitgroeit tot de Energieacademie. Het is eind 2017 als begonnen wordt met het opstellen van dit programmaplan. Het programma bevindt zich op dat moment in de conceptuele fase. Bij het opstellen zijn zowel het programma Energietransitie als Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (SZW) betrokken. Het programmaplan richt zich op potentiële werkgelegenheid voortkomend uit de energietransitie, en ligt daarmee op de scheidslijn van Energietransitie en SZW. Het programmaplan heeft tot doel de mismatch op te lossen tussen de arbeidsmarktvraag en de competenties van mensen in de bijstand. In de loop van 2018 wordt het programmaplan verder uitgewerkt waarna het in april 2018 voor het eerst (oriënterend) wordt besproken in het directieteam van SZW. Vanaf dat moment pakken wij de chronologische beschrijving op.
Bespreking programmaplan Werkgelegenheid uit de energietransitie in DT SZW (24 april 2018) Het concept programmaplan ‘Werkgelegenheid uit de energietransitie 2018-2022’ wordt ‘ter oriëntatie’ besproken in het DT van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (SZW). Er zijn geen beslispunten. Het programmaplan is ingebracht door een directeur binnen SZW. De hoofddoelstelling van het programma is een betere aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van de energietransitie en aanverwante sectoren zoals de circulaire economie en mobiliteit. Het programma is erop gericht de afstand tussen werkgever en werknemer te verkleinen. Door aan beide kanten te enthousiasmeren, ontwikkelen/opleiden en te begeleiden/ontzorgen. In het programmaplan is een leerwerkconcept uitgewerkt dat daarbij moet ondersteunen. Gesproken wordt over een groeimodel waarbij wordt gestart met kleinschalige activiteiten zoals het faciliteren van leermeesters voor de techniekbranche en matchingactiviteiten tussen werkgevers en werkzoekenden. In het plan is het volgende beschreven:
65432 – Openbaar
13
‘Het uiteindelijke doel (‘imagined end’) is een grote hal waarin alles samenkomt. Een fysieke leerwerkomgeving, waarin een Skills Markt Den Haag eveneens gevestigd is, maar ook informatiepunten over de energietransitie ten behoeve van inwoners (VVE-balies en Hou van je Huis pop-up-stores) en verkooppunten van materialen. Ook worden er op circulaire wijze nieuwe producten van reststromen gemaakt die vanuit winkel verkocht worden. Naar dit einddoel wordt stapsgewijs toegewerkt, op basis van projecten en initiatieven in samenwerking met de partners. Via deze stappen wordt het einddoel stap voor stap dichterbij gebracht en gevormd.’ Ook wordt hierin de EnergieHUB genoemd. Daarover wordt aangegeven dat het idee is om op een centrale locatie een EnergieHUB te ontwikkelen: “hét expertisecentrum van duurzame energievoorzieningen en –oplossingen voor de toekomst. Een broedplaats en opleidingscentrum in, voor en door Moerwijk, met tevens een stedelijke en regionale functie”. Na bespreking wordt verdergegaan met de uitwerking van het programmaplan.
Ontmoeting ambtenaar gemeente – de heer Bax (Medio 2018) Er vindt een ontmoeting plaats tussen een ambtenaar die betrokken is bij het opstellen van het programmaplan werkgelegenheid uit de energietransitie en de heer Bax, latere bestuurder van de Stichting Energie Academie. Ze ontmoeten elkaar tijdens een bijeenkomst om te komen tot een aanvraag voor een regiodeal. De heer Bax was als oprichter van de Stichting Made in Moerwijk gevraagd een presentatie te geven over zijn kijk op de problematiek in Zuidwest en advies over de beste aanpak ‘van buiten naar binnen’, dus samen met inwoners en bedrijven in de stad. Made in Moerwijk is erop gericht om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen. Deze stichting had sinds medio 2015 het idee een ambachtscentrum voor circulair afval op te richten toen het hierover in contact raakte met eerdergenoemde ambtenaar die op dat moment met een vergelijkbaar concept bezig is.
Verkennende sessie met de brancheorganisaties in het kader van de Ambachtsacademie (23 juni 2018) In het programmaplan Werkgelegenheid uit de Energietransitie is een project Ambachtsacademie opgenomen. Doel van deze academie is het opzetten van een praktijkleeromgeving ten behoeve van de energietransitie en aanverwante sectoren. In het kader van dit project wordt een verkennende sessie georganiseerd met onder andere Bouwend Nederland, OTIB, Installatiewerk Zuid-Holland, GEJA-groep en ontwikkelaar Stebru. Doel van deze sessie is om te toetsen of er in de branche behoefte is aan een dergelijk concept als een Ambachtsacademie. In de voortgangsrapportage is over deze bijeenkomst opgenomen dat deze partijen graag willen meedenken en dit bij hun achterban willen toetsen zodra er een concreet voorstel ligt.
Start opstellen gecombineerde ESF-EFRO-aanvraag/projectplan (september 2018) De ambtenaren die betrokken zijn bij het opstellen van eerdergenoemd Programmaplan starten met ondersteuning van Deloitte met het opstellen van een gecombineerde ESF-EFRO aanvraag/projectplan ‘gericht op realisatie van het Programmaplan werkgelegenheid uit de energietransitie 2018-2022’. Dit traject leidt uiteindelijk tot het projectplan voor de Energieacademie en de ESF-EFRO-subsidieaanvraag1 die in maart 2019 zal worden ingediend.
EFRO staat voor Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Nederland kent vier nationale uitvoeringsprogramma’s in het kader van EFRO. Eén van die uitvoeringsprogramma’s in die periode is Kansen voor West 2. Dat uitvoeringsprogramma is opgesteld door de colleges van B&W van de G4-gemeenten en colleges van GS van Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht. Middels een EFRO-aanvraag wordt een beroep gedaan op het fonds aansluitend bij de doelstellingen zoals geformuleerd in het uitvoeringsprogramma Kansen voor West 2. 1
65432 – Openbaar
14
Definitief programmaplan Werk en Scholing Energietransitie (25 september 2018) Het programmaplan Werk en Scholing Energietransitie is definitief klaar. In het programmaplan Werk en Scholing Energietransitie staat het leerwerkconcept centraal. Het leerwerkconcept is de basis voor de nieuw te ontwikkelen Ambachtsacademie, aldus het projectplan. ‘In de ambachtsacademie kunnen werkruimten worden ingericht met moderne en ambachtelijke machines en materialen. Hier kunnen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in de veilige omgeving van de eigen wijk in een praktijklokaal de basistechnieken leren onder leiding van een leermeester. Daarna kunnen zij dan op enig moment doorstromen naar een leerwerkplek bij een reguliere werkgever. Dit is een laagdrempelige manier om met nieuwe technieken in aanraking te komen en zo erkende certificaten […] te behalen.’ Verder wordt aangegeven dat men voornemens is voor de ambachtsacademie en leerwerktrajecten een gecombineerde EFRO/ESF-aanvraag in te dienen. EFRO-geld voor zowel de vergoeding van leermeesters en voor de verbouwing/inrichting van het pand. Deze aanvraag wordt gezamenlijk door SZW en DSO voorbereid. ESF-geld is bedoeld voor werkbegeleiders/coaches vanuit het Werk Service Punt (WSP) en jobcarving.
Er wordt volgens het programmaplan gestart met kleinschalige activiteiten zoals het faciliteren van leermeesters voor de techniekbranche en matchingactiviteiten tussen werkgevers en werkzoekenden. Het uiteindelijke doel (‘imagined end’) is een grote hal waarin alles samenkomt. ‘Naar dit einddoel wordt stapsgewijs toegewerkt, op basis van projecten en initiatieven in samenwerking met de partners. Via deze stappen wordt het einddoel stap voor stap dichterbij gebracht en gevormd.’ Over de EnergieHUB is in het projectplan opgenomen dat dit een nog te verkennen project is.
Contact over leerwerkbedrijven (medio oktober 2018) Gelijktijdig met de uitwerking van het projectplan wordt getracht leerwerkbedrijven enthousiast te maken voor de (dan nog) Ambachtsacademie. Daarover is contact tussen de gemeente en de heer Bax. Vanuit de gemeente wordt hem gevraagd zoveel mogelijk leerwerkbedrijven te enthousiasmeren. De namen van Traub Stuc, IWZH en Haagbouw worden daarbij genoemd. Door de heer Bax wordt aangegeven dat hij Traub Stuc en Haagbouw gaat benaderen. Verder geeft hij aan: ‘Als ik een rol kan spelen bij het project dan hoor ik het wel’.
Start werkoffensief +500 (najaar 2018) Kort na de zomer van 2018 start het programma Werkoffensief +500, één van de grote programma’s van het nieuwe college. Dit programma valt onder SZW. Het programma heeft als doel om mensen sneller vanuit de bijstand aan het werk te helpen. Het programmaplan Werk en Scholing in de energietransitie, en daarmee het project Ambachtsacademie/Energieacademie, gaat ook onder het programma werkoffensief +500 vallen. Het project paste namelijk bij de doelstelling van het programma om 500 personen extra met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen.
65432 – Openbaar
15
Externe bijeenkomst concept Energieacademie (14 november 2018) Er vindt een externe stakeholdersessie Energieacademie plaats bij WSP. Deze wordt gehouden in het kader van het opstellen van gecombineerde ESF-EFRO-aanvraag/projectplan. In de uitnodiging wordt aangegeven dat de gemeente Den Haag werkt aan de opzet van een ambachtscentrum en dit graag op wil zetten samen met haar partners. De bijeenkomst is bedoeld om het conceptprojectplan te presenteren en feedback te verzamelen bij werkgevers en potentiële partners. Bij de bijeenkomst zijn circa dertig bedrijven/personen aanwezig waaronder Techneco (P. van Alphen), Traub Stuc, de Beroepentuin, Made in Moerwijk (de heer Bax), Social Solutions, Exasun, ROC Mondriaan, de Einder (de heer van Loenen) en Haagbouw. Ook is de partner van een betrokken gemeenteambtenaar van SZW aanwezig namens de ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter (hij is daar, zo is verklaard, als vervanging van het vaste aanspreekpunt vanuit InnovationQuarter). Aan aanwezigen wordt gevraagd wat ze vinden van het plan. Over de scope van het project wordt door de gemeente tijdens deze bijeenkomst toegelicht dat het gaat om het: 1.
‘inrichten van een Energiehub (bedrijfsverzamelgebouw) voor kleinschalige bedrijvigheid actief in de bouw en techniek (breed) waarmee het vestigingsklimaat van Den Haag wordt versterkt, en
2.
inrichten van een Energieacademie waar de focus ligt op het praktisch opleiden en begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om de mismatch tussen vraag en aanbod in de bouw- en technieksector te kunnen oplossen, en
3.
inrichten van een showroom om de nieuwe technieken in de bouw en techniek te tonen aan particulieren en bedrijven en daarmee de interesse in de bouw, techniek en verduurzaming te bevorderen. Ook worden hier integrale oplossingen geboden voor het energieneutraal maken van panden. De drie onderdelen komen samen op een locatie in Den Haag. De Energiehub, inclusief showroom, en Energieacademie hebben elk een minimale ruimtebehoefte van 3.500 m 2.’
Verder wordt aangegeven dat de gemeente voornemens is de randvoorwaarden voor het plan te organiseren middels twee EFRO-aanvragen betreffende het verstevigen van het vestigingsklimaat en mismatch op de arbeidsmarkt. Door de aanwezigen wordt overwegend positief gereageerd op het idee. Wel worden vragen gesteld over de instroom, begeleiding, coördinatie en doorstroom van kandidaten. Vanuit de gemeente wordt onder andere het verzoek gedaan aan de aanwezigen om aan te geven of ze geïnteresseerd zijn een rol te spelen bij de Energieacademie. Over de vervolgstappen wordt door de gemeente aangegeven dat de mogelijkheid wordt onderzocht in januari 2019 klein te starten: ‘in ieder geval met de eerste werkpakketten (functiecreatie) en wellicht ook met een paar bedrijven op een tijdelijke locatie totdat de Energiehub gereed is.’
65432 – Openbaar
16
Zoektocht gebouw De zoektocht van het pand begon in november 2018. Een ambtenaar van SZW bracht in samenwerking met DSO verschillende opties in beeld. Ook werd gezamenlijk gewerkt aan een Programma van Eisen voor het pand. Uit dit Programma van Eisen komt naar voren dat werd nagedacht over een pand waar er ruimte was voor de gehele EnergieHUB: ruimte voor opleiders, een showroom en kleinschalige bedrijfsruimten. Vanaf januari 2019 passeren verschillende panden de revue, de opties worden binnen de gemeente zowel ambtelijk als bestuurlijk besproken maar geen van deze opties voldoet. Om de zoektocht naar een pand voor de EnergieHUB een nieuwe impuls te geven, wordt in april 2019 een interne projectleider vanuit DSO aangesteld. Deze projectleider heeft als opdracht een of meerdere locatievoorstellen te doen met financieringsvoorstel opdat hier besluitvorming over plaats kan vinden. De eerste stap bestaat uit het opstellen van een Programma van Eisen. De projectleider is net gestart als in april 2019 via een bestuurder van de Stichting Energie Academie (SEA) het pand aan de Kerketuinenweg in beeld komt. Zowel SEA als de betrokken ambtenaren zijn enthousiast over het pand. Hierin kan de Energieacademie en eventueel ook het totaalconcept van de EnergieHUB worden ondergebracht, zo is de gedachte. Bovendien is de prijs goed.
Door het bestuur van SEA wordt vervolgens een huurcontract afgesloten voor tien jaar. De ondertekening van het huurcontract vindt plaats op 26 augustus 2019 door de twee bestuursleden van SEA.
Bespreking programmaplan Werk en Scholing Energietransitie in gezamenlijke wethouderstaf werkoffensief +500 (29 november 2018) Het programmaplan Werk en Scholing Energietransitie wordt voor het eerst oriënterend besproken in de gezamenlijke wethouderstaf werkoffensief +500 met wethouders Guernaoui en Van Alphen. In het voorbereidend memo is het volgende opgenomen over de Ambachtsacademie: ‘Een aantal onderdelen uit de werknemersaanpak komen samen op een fysieke locatie: De Ambachtsacademie. Hier leren mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt onder leiding van een leermeester de basistechnieken. Daarna kunnen zij op enig moment doorstromen naar een leerwerkplek bij een reguliere werkgever. Op deze manier doet het proeflokaal dienst als voorportaal van waaruit enthousiaste deelnemers kunnen doorstromen naar de leerwerktrajecten en speelt het een belangrijke rol in de doorlopende leerlijn. Dit project wordt in samenwerking met werkgevers en partners uit het onderwijs uitgewerkt.
Voor de financiering van de leerwerktrajecten en de ambachtsacademie wordt momenteel een aanvraag geschreven voor het verkrijgen van Europese subsidie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF).’ Door wethouder Guernaoui wordt aangegeven dat het programma Werk en Scholing Energietransitie integraal onderdeel moet zijn van het programma Werkoffensief +500 en uitgewerkt moet worden binnen de kaders van dit programma. Verder geeft de wethouder aan nog onvoldoende zicht te hebben op de ‘Ambachtsacademie’ en daar nader over geïnformeerd te willen worden.
65432 – Openbaar
17
Start kwartiermakersfase (november/december 2018) In december 2018 is een aantal partijen door de gemeente bij elkaar gebracht om het concept van de Energieacademie verder uit te werken. Dit waren de heer Bax en de directeur van Haagbouw. Met hen is begin december een gesprek gevoerd, waar ook Deloitte bij aanwezig was. De managing partner van de Beroepentuin en één van de eigenaren van Social Solutions zijn later op initiatief van de gemeente bij de heren Bax en de directeur van Haagbouw aangesloten. De laatste twee waren voor de gemeente het aanspreekpunt. De Beroepentuin was er door de gemeente bij betrokken, omdat zij al een vergelijkbaar initiatief hadden opgezet in Rotterdam. Haagbouw zat erbij vanuit de expertise als opleider van bouwpersoneel en Social Solutions was erbij betrokken vanuit hun ervaring met het bemiddelen/plaatsen van kandidaten bij werkgevers. De heer Bax opereerde als officieuze kwartiermaker en onderhield intensief contact met de gemeente. De gemeente is bij een deel van deze gesprekken aanwezig en werkt en passant aan een projectvoorstel voor en financiering van de Energieacademie. De gesprekken die eind 2018 incidenteel en in de loop van 2019 structureel worden gevoerd staan in het teken van de doorontwikkeling van het concept van de Energieacademie. Er wordt gesproken over de werkwijze van de Energieacademie en verdienmodellen.
Het idee dat leeft is dat alle partijen een plekje krijgen binnen de Energieacademie. Voor Haagbouw en Beroepentuin gaat het om de opleiding van kandidaten en de detachering/uitplaatsing. Voor Social Solutions gaat het om de begeleiding en detachering/uitplaatsing van kandidaten. Het clubje werkte in de kwartiermakersfase officieel niet in opdracht van de gemeente maar dit werd door enkelen van hen wel zo ervaren. Hoewel de heer Bax trekker was, bepaalde de gemeente volgens deze drie organisaties de koers en wat er moest gebeuren. In het vervolg van dit rapport duiden we dit clubje van vier aan als “De kwartiermakers”. Spreken we over “de kwartiermaker” dan hebben we het over de heer Bax.
Mail aan aanwezigen externe bijeenkomst (21 december 2018) Een ambtenaar van SZW stuurt een mail aan de aanwezigen bij de bijeenkomst op 14 november 2018. Daarin wordt onder andere aangegeven: ‘[de directeur] van Stichting Haagbouw, Donne Bax van Stichting Made in Moerwijk en [één van de eigenaren] van Social Solutions hebben aangegeven in ieder geval de eerste stappen te willen zetten om in januari 2019 al met de Energieacademie te beginnen. Graag horen wij of jullie in willen stappen en samen met ‘[de directeur van Stichting Haagbouw], Donne en [mede eigenaar van Social Solutions] aan de slag willen om zo snel mogelijk al eerste opleidingen te starten. Dit betreft het opleidingsdeel (vakschool) waarbij we voor zoveel mogelijk beroepen trainingen willen bieden die de basis vormen voor doorstroom naar werk of vervolgopleidingen. De EFRO-aanvraag voor inzet van de leermeesters blijft hier parallel aan lopen en wordt ingediend door de gemeente Den Haag in samenwerking met de groep partners die zich vormt samen met ‘[de directeur van Stichting Haagbouw], Donne en [mede eigenaar van Social Solutions]. De EFRO-aanvraag voor het totaalconcept van EnergieHUB incl. bedrijfsruimte en showroom volgt zo snel mogelijk in het nieuwe jaar. De combinatie van het geheel maakt het immers tot een krachtig concept.
Om de aanvraag af te ronden moeten we de volgende stap zetten waarbij we concretiseren wat de inbreng van de partners zal zijn. In dit kader het verzoek om aan de hand van de onderstaande lijst aan te geven wat jullie inbreng zal zijn.’
65432 – Openbaar
18
Idee Energieacademie wordt in gezamenlijke staf werkoffensief +500 besproken (8 februari 2019) De Energieacademie wordt besproken in gezamenlijke staf werkoffensief +500 met wethouders Guernaoui en Van Alphen. Ter voorbereiding is een memo opgesteld met een samenvatting van het totaalconcept, de aanleiding, de eerste resultaten van de Energieacademie en de uitgangspunten. Aan de wethouders wordt gevraagd of ze zich kunnen vinden in de ingeslagen richting en wat ze mee willen geven voor de verdere uitwerking. Over de eerste resultaten wordt in het memo aangegeven dat de Energieacademie momenteel verder wordt uitgewerkt door een tweetal ondernemers (Haagbouw en Made in Moerwijk) die voornemens zijn om gezamenlijk een stichting op te richten om dit vorm te geven. ‘Zij zorgen voor een aanbod van vijf verschillende beroepen en zijn van plan om dit uit te breiden naar circa 20 verschillende beroepen binnen twee jaar. De Energieacademie is daarmee van, voor én door (MKB) bedrijven. Wij maken hier als gemeente gebruik van door bijstandsgerechtigden werkfit te maken, op te leiden en toe te leiden naar werk. Dit gebeurt via de bekende WOT- trajecten van het WSP die gefinancierd worden met de gebruikelijke subsidies voor leerwerkarrangementen.
Met de bedrijven in de Energieacademie worden werkakkoorden gesloten.’ En verder: ‘De Energieacademie is van, voor en door ondernemers; de gemeente faciliteert en zorgt voor de kandidaat begeleiding en coördinatie vanuit het WSP.’ Over de EFRO-aanvraag wordt aangegeven dat deze momenteel wordt geschreven. ‘De EFRO-aanvraag bestaat uit twee delen: het eerste deel is het aanpakken van de mismatch op de arbeidsmarkt. Het tweede deel komt vanuit DSO en gaat over het bevorderen van het vestigingsklimaat: het realiseren van kleinschalige bedrijfsruimten. We streven ernaar om deze twee aanvragen te koppelen en te komen tot één pand waar dit gecombineerd gerealiseerd wordt in het totaalconcept: de EnergieHUB.’ Over deze EnergieHUB wordt verder aangegeven dat dit een concept is waar bedrijfshuisvesting gekoppeld is aan de Energieacademie. Hier wordt volgens het memo momenteel met DSO aan gewerkt. Verder wordt aangegeven dat veertig werkgevers zijn benaderd en ook onderwijsinstellingen (ROC en Haagse Hogeschool) zijn betrokken. Wethouder Guernaoui geeft aan het idee mooi te vinden, maar benadrukt dat het een publiek-private samenwerking dient te worden. Ook moet het volgens hem financieel een ‘goede deal’ zijn. Financieringsmodel en businesscase moeten zorgvuldig en niet te snel worden uitgewerkt. De tijd moet worden genomen voor een zorgvuldig verhaal.
Ook moeten bedrijven aan het initiatief gekoppeld worden. Wethouder Guernaoui geeft mee ook te kijken naar andere vormen van cofinanciering zoals in het kader van het Programma Werkoffensief +500, Regiodeal, RICE en een potje reserve van de gemeente Den Haag. Tot slot geeft hij aan niet per se tegen of voor het totaalconcept (Energiehub) te zijn. Wethouder Van Alphen geeft aan dat het niet gemakkelijk is om een school op te zetten en benadrukt zorgvuldigheid. Er zitten nog een hoop onzekerheden die uitgewerkt moeten worden. Beide wethouders geven aan de EFRO-aanvraag in ‘voorvisie’ te willen voordat de aanvraag wordt ingediend.
2.2 Uitwerkingsfase Oprichting Stichting Energie Academie (20 maart 2019) Stichting Energie Academie wordt in overleg met de gemeente opgericht door de heren Bax en Verstappen. Beiden zijn bestuurslid van de Stichting Made in Moerwijk. Bij de oprichting wordt de heer Bax tot voorzitter benoemd en de heer Verstappen tot secretaris-penningmeester. Beiden kennen elkaar vanuit de Stichting Made in Moerwijk.
65432 – Openbaar
19
In de statuten is opgenomen dat de stichting ten doel heeft om in vier jaar tijd een uitstroom naar werk of naar een Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) van minstens negenhonderd (900) deelnemers te realiseren, waarvan zeshonderd (600) uit de bijstand. De overige deelnemers zijn vroegtijdig schoolverlaters (VSV), nietuitkeringsgerechtigden (NUG) en mensen uit de krimp-naar-groei sectoren. In de statuten is verder onder andere opgenomen dat aan bestuurders geen beloning kan worden toegekend. Verder is opgenomen dat SEA wordt vertegenwoordigd door het bestuur of door twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
Projectplan Energieacademie gereed/Indiening EFRO-aanvraag (20 maart 2019) Op de dag van oprichting dient de Stichting Energie Academie (SEA) de EFRO-aanvraag in. Ten grondslag aan deze aanvraag ligt het projectplan – inclusief doorrekening – dat door de gemeente Den Haag is opgesteld, in samenwerking met Deloitte. Het bestuur van SEA is hier niet bij betrokken geweest maar heeft er wel kennis van genomen. In het plan worden drie uitgangspunten genoemd die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de Energieacademie. 1.
Samenbrengen en inspireren In de Energieacademie komen alle partijen samen en worden werkzoekenden van diverse achtergronden geïntroduceerd in de wereld van techniek en bouw.
2.
Snuffelen en ontdekken. Door een open oriëntatieperiode waaraan iedereen kan deelnemen worden zoveel mogelijk mensen bereikt en geïnspireerd om een baan in de sector na te streven en zich daarin om te scholen.
3.
Activeren en Begeleiden. De Energieacademie biedt op een efficiënte manier begeleiding aan de kandidaten via werkbegeleiders die daar op locatie aanwezig zijn. Ook werkgevers worden ontzorgd en begeleid.
De werkwijze van de Energieacademie is als volgt: ‘Samen met en op verzoek van werkgevers uit de sector worden opleidingen opgezet om de vacatures te kunnen vervullen. Hiertoe worden eerst door middel van functiecreatie taken en opdrachten geïdentificeerd voor kandidaten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Via ‘Open hiring’ worden kandidaten van allerlei achtergronden geworven; zij mogen zonder enige selectie de oriëntatie van twee weken volgen onder begeleiding van leermeesters. Na de oriëntatieperiode kiezen de kandidaten een opleiding in de richting van het beroep dat hen het meest aanspreekt. De opleidingen worden verzorgd door leermeesters uit de deelnemende bedrijven. Er zijn verschillende doorlopende trajecten waarbij mensen op verschillende niveaus kunnen in- en uitstromen. Elke opleiding wordt afgesloten met een praktijkverklaring of mbo-certificaat. Daarna stromen de kandidaten uit naar een betaalde baan, bij voorkeur in combinatie met een vervolgopleiding op mbo niveau 2 (zelfstandig vakman). Werkbegeleiders bieden individuele ondersteuning in de persoonlijke sfeer en kandidaten krijgen –waar nodig- doorlopend begeleiding op een of meer levensgebieden zodat belemmeringen beheersbaar worden en blijven.
De Energieacademie biedt bedrijven de mogelijkheid om kandidaten bezig te zien in hun vakgebied, waardoor ze zich een beter beeld kunnen vormen van hun vaardigheden dan alleen op basis van een profiel op papier. Hiermee wordt de uitstroom naar betaalde banen bevorderd. Werkgevers worden daarbij waar mogelijk gefaciliteerd door financiële compensatie en risicobeperking. […] De hoofddoelstelling van de energieacademie is instroom van 900 nieuwe medewerkers in de sector in drie jaar tijd, van wie er 600 uit een uitkeringssituatie komen. Op termijn wordt een showroom in de Energieacademie ondergebracht waar buurtbewoners, en bedrijven geïnformeerd én geïnspireerd kunnen worden over het verduurzamen van de eigen woning. Ook wordt er een locatie gezocht waar de Energieacademie gekoppeld wordt aan kleinschalige bedrijfsruimte (de Energiehub). […]
65432 – Openbaar
20
Energieacademie Den Haag is een stichting met onbezoldigd hoofdbestuur en een uitvoerende directie. De uitvoerende directie functioneert als het dagelijks bestuur en legt maandelijks verantwoording af aan het hoofdbestuur.
Beoordelingsproces verzoek EFRO-subsidie Op 20 maart 2019 dient SEA de aanvraag voor een EFRO-subsidie in bij de Management Autoriteit Kansen voor West II. De gemeente Den Haag handelt als intermediaire instantie en is daarmee (namens de Management Autoriteit) verantwoordelijk voor het nemen van een besluit over de EFRO-aanvraag. Op 5 april 2019 wordt vervolgens een pitch gegeven over het plan aan de Stedelijke Adviesgroep door een bestuurders van SEA, een ambtenaar van SZW en iemand vanuit Deloitte. De Stedelijke Adviesgroep geeft een positief advies over de aanvraag. Vervolgens wordt een zogenoemde technische toets uitgevoerd. Uit deze technische toets en de definitieve begroting komt een aantal zaken naar voren: •
De eigen inkomsten van de stichting bedragen € 822.000,-. € 280.000,- is afkomstig van werkgevers die een fee van € 500,- per kandidaat betalen. € 80.000,- uit werk naar werktrajecten en € 462.000,- van brancheorganisaties.
•
De inzet van een leermeester is gekoppeld aan diens ureninzet, de opdrachtnemer (leermeester) krijgt van SEA de uren vergoed die de leermeester heeft gemaakt.
•
Om te voldoen aan EFRO-voorwaarden voor een marktconforme prijs dient de stichting aan tenminste drie partijen per branche een offerte te vragen voor de inzet van een leermeester. Dit wordt op 24 juni 2019 door SEA gecommuniceerd aan het programmabureau dat de aanvraag behandelt.
•
De totale EFRO-begroting bedraagt € 1.403.880,-. Daarvan kan maximaal € 665.000,- (47%) bij EFRO worden gedeclareerd.
Na het doorstaan van de technische toets besluit het college op 24 september 2019 een eenmalige EFRObijdrage toe te kennen van maximaal € 665.000,-.
65432 – Openbaar
21
Vervolg kwartiermakersfase (april 2019) Vanaf april 2019 vinden reguliere gesprekken plaats tussen de kwartiermakers gericht op uitwerking van de Energieacademie. Er wordt onder andere contact gelegd met werkgevers, er worden werkakkoorden afgesloten waarin is opgenomen hoeveel kandidaten een werkgever op kan nemen en er wordt contact gelegd met brancheorganisaties. Ook wordt gesproken over het opleidingsaanbod en de partijen die dit kunnen verzorgen. Vanaf dit moment worden drie partijen (Beroepentuin, Haagbouw en Social Solutions) ook door SEA betaald voor hun werkzaamheden. Voor de heer Bax geldt dat hij zijn werkzaamheden onbezoldigd doet.
Gesprekken Ambacht Centrum Verder ontstaat tijdens deze gesprekken het idee voor het Ambacht Centrum. Dit is niet hetzelfde als het Ambacht Centrum dat eerder werd genoemd in het programmaplan van de gemeente, maar een commerciële onderneming die de begeleiding en uitplaatsing/detachering verzorgt in opdracht van de Energieacademie. Een deel van de kwartiermakers zou en rol gaan spelen in dit Ambacht Centrum. Onduidelijk is nog hoe dit precies wordt vormgegeven. Het idee is dat een deel van de inkomsten van dit Ambacht Centrum terugvloeit naar de stichting waardoor de Energieacademie ook zelf de benodigde inkomsten genereert (zie meer uitgebreid paragraaf 3.4.1).
Ambtelijke besluitvorming uitwerken EnergieHUB (3 april 2019) In het eerste kwartaal worden overleggen gevoerd tussen SZW en DSO over de EnergieHUB. Naar aanleiding van die gesprekken wordt het concept van de EnergieHUB door de betrokken ambtenaar van SZW verder uitgewerkt. Op 3 april 2019 wordt dit besproken met de betrokken directeuren vanuit SZW en DSO. De EnergieHUB bestaat uit drie onderdelen: 1.
De Energieacademie/ambachtsacademie.
2.
Kleinschalige bedrijfsruimte voor bedrijven uit de sector bouw en techniek/energietransitie.
3.
Een showroom voor duurzame en innovatieve technieken.
In het voorbereidend memo op het overleg wordt deze directeuren verzocht akkoord te gaan met de geformuleerde uitgangspunten voor de EnergieHUB, om een projectleider aan te stellen voor de uitwerking van concept naar concreet plan, het zoeken van een pand en het ontwerpen van een businesscase en akkoord te gaan met een planning die voorziet in bestuurlijke besluitvorming in het derde kwartaal van 2019. Door de directeuren wordt hierop akkoord gegeven, waarna een gemeentelijke projectleider wordt aangesteld vanuit DSO die medio 2019 aan de slag gaat met de uitwerking van het concept-EnergieHUB.
Bespreking voortgang Energieacademie staf FIS (6 mei 2019) De voortgang van het project Energieacademie wordt besproken met wethouder Guernaoui. Wethouders Guernaoui en Van Alphen hadden afgesproken in hun onderlinge werkverdeling dat eerstgenoemde dit project op zich zou nemen omdat het onder het werkgedeelte van het programma +500 viel. In het begeleidend memo wordt aangegeven dat momenteel het concept van de Energieacademie wordt uitgewerkt tot een projectvoorstel (inclusief begroting). Begin juni komt het volledig uitgewerkte en afgestemde projectvoorstel ter besluitvorming in de staf FIS, aldus het memo. Verder wordt aangegeven dat er een stichting is opgericht met een onbezoldigd hoofdbestuur en een uitvoerende directie. De bedoeling is dat de heer Bax functioneert als het dagelijks bestuur en dat het hoofdbestuur bestaat uit private personen die werkzaam zijn in uiteenlopende sectoren binnen de regio Den Haag. Verderop wordt het volgende aangegeven: