RIS309993 Bijlage Ambitiedocument Omgevingsvisie def
Tekst van het document
De ontwikkeling van de fysieke stad en de gezondheid van Haagse inwoners
culturele organisaties blijft achter waardoor deze organisaties moeilijk het
zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo leidt toenemend autoverkeer tot
hoofd boven water kunnen houden, primair onderwijs in deze wijken hebben
meer uitstoot van schadelijke stoffen en geluidsoverlast. En dat leidt tot meer
te maken met collectieve leerachterstanden et cetera. De ambitie is om deze
gezondheidsklachten, die bovendien niet gelijk verdeeld is: een inwoner van de
kwetsbare wijken veerkrachtiger te maken in de toekomst.
Vaillantlaan heeft gemiddeld minder gezonde levensjaren dan een bewoner aan zee. Een fysieke stad die zich meer richt op de wandelaar, fietser, openbaar
Fysieke ingrepen in deze wijken kunnen bijdragen aan het veerkrachtiger
vervoer en deelauto’s, leidt tot vermindering van gezondheidsklachten bij haar
maken van kwetsbare wijken. Zo kan een evenwichtige woningopbouw in
inwoners. Verder draagt een prettige, toegankelijke, groene leefomgeving bij
de stad (dus een gebalanceerde verdeling van sociale woningbouw en koop
aan het welzijn van Haagse inwoners en nodigt het uit tot meer beweging,
woningen) leiden tot een vermindering van concentraties van kwetsbare
sport en ontmoeting. Ook kan een groene leefomgeving bijdragen aan een
inwoners. En draagt een openbare ruimte die tot verblijven en ontmoeten
klimaatbestendige stad en het verminderen van hittestress.
uitnodigt bij aan vermindering van overlast en de opbouw van sociale cohesie. Ook een goede infrastructurele verbinding tussen kwetsbare wijken en de
Binnen dit onderzoeksthema staat de vraag centraal hoe in Den Haag de
rest van de stad kan bijdragen aan de veerkracht van kwetsbare wijken. Op die
gezondheid van haar inwoners vergroot kan worden door ingrepen in de
manier kunnen inwoners in kwetsbare wijken bijvoorbeeld makkelijker naar
fysieke leefomgeving.
hun werk gaan elders de stad.
27 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Resultaat uit dit onderzoeksthema:
ontwikkelingen aan te passen en de kansen te benutten die deze met zich
• Inzicht in fysieke ingrepen die (kunnen) bijdragen aan het
meebrengen. We zien daarbij drie onderzoeksvragen.
veerkrachtiger maken van kwetsbare wijken Ordening in schaarse ruimte We verwachten dat de verschillende sociale en duurzaamheidstransities van Verdichting & de druk op de (openbare) ruimte
(grote) invloed zijn op de manier waarop we de stad ontwikkelen, inrichten
De druk op de buitenruimte zal de komende decennia fors toenemen, door
en beheren. Hoewel er ook ruimte vrij kan komen, is het aannemelijk dat
de groei van het aantal inwoners. Meer mensen betekent een toename van
de ruimte schaarser gaat worden. Dit geldt zeker voor Den Haag. We doen
voorzieningenin de openbare ruimte, fiets- en loopstromen, behoefte aan
uitspraken over de stad binnen de gemeentegrenzen, met aandacht voor onder
extra ruimte voor water, groen, ontmoeting en recreatie. Een kwalitatieve
meer de kustzone en de A4/Vlietzone.
hoogwaardige buitenruimte is essentieel, waarbij verschillende gebruiks functies elkaar versterken in plaats van beconcurreren.
We zoeken naar inzicht in ruimtevraag van transities in verschillende delen van de stad en laten zien waar de complexiteit het meest toeneemt. Er zijn duide-
Dit alles vraagt om een strategische benutting van de ruimte en herbezinning
lijke plekken aan te wijzen waar deze transities elkaar ‘tegenwerken’ bij gebrek
op inrichtingsprincipes. Wij vinden het belangrijk dat er een brede visie komt
aan coördinatie. Wij streven ernaar om met name in deze gebieden regie te
die niet alleen gaat over verdichting maar ook over groen en daarbij recreatieve
pakken waarbij we verschillende instrumenten om juist te kunnen kijken naar
en publieke voorzieningen, winkelgebieden, pleinen en stadsstraten verenigt.
koppelkansen tussen verschillende ruimtevragers. Instrumenten zoals data
Kortom; hoe geven we plekken vorm zodat de leefbaarheid en sociale cohesie in
integratie, scenarioplanning, meervoudig ruimtegebruik, multifunctionele
Den Haag opbloeien. We bouwen daarbij voort op de ‘Visie op het toekomstig
assets en slimmer assetmanagement kunnen daarvoor worden ingezet.
beheer van de stad’ uit 2017. Daarnaast vraagt de impact van transities op de fysieke leefomgeving om een continue dialoog. In de uitvoering komen relevante belangen en perspectieven Resultaat uit dit onderzoeksthema:
tot hun recht. Dat is ook de plek waar goede ideeën en innovaties binnen een
• Zicht op hoe we de buitenruimte zó ontwerpen en in standhouden
transitie tot stand komen.
dat verschillende functies elkaar bekrachtigen en gedrag- en gebruikspatronen stimuleren die de leefbaarheid en sociale cohesie vergroten. Resultaat uit dit onderzoeksthema: • Inzicht in de gebieden waar we koppelkansen zien tussen meerdere transities en gebieden waar transities elkaar (in de toekomst) gaan
6.2 Stad in Transitie
tegenwerken • Overzicht van (gebiedsgerichte) maatregelen om koppelkansen tussen
Het onderzoeksthema ‘Stad in Transitie’ zoomt in op de grote fysieke
transities te creëren
opgaven in de stad en gebruikt deze om de stad veerkrachtig aan mondiale
28 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
3D en 4D benadering van transities
schatten en beschermde stadsgezichten heeft dit ook geleid tot waardevolle
De veranderende wereld vraagt een andere manier van kijken naar de open-
groene, blauwe, en grijze infrastructuur die we willen behouden of willen
bare ruimte. Nederlandse steden, en zeker ook Den Haag, zijn internationaal
benutten op een andere manier.
gezien sterk in het inrichten en beheren van de openbare ruimte op het maaiveld. De huidige transities zijn gericht op deze tweedimensionale blik.
Eerdere stedelijke transities hebben geleid tot schadelijke effecten.
Verdichting gaat bijvoorbeeld gepaard met een druk op de ondergrond en een
Denk bijvoorbeeld hoe autowegen en sloop in de 20ste eeuw Den Haag naast
toename van hoogbouw.
modernisering, ook tot fikse schade aan de stad leidde. In de omgevingsvisie willen we expliciet aandacht schenken aan mogelijke effecten van bepaalde
De energietransitie, digitalisering, de behoefte aan een gezonde, biodiverse
transities. Daarbij horen ook sociale transities. Zo is Nederland een migratie
bodem en de toename van ondergrondse restafvalcontainers en garages
samenleving aan het worden, met een andere stedelijke dynamiek tot gevolg
laten zien dat we steeds intensiever de ondergrond benutten. De toenemende
en een grotere diversiteit aan behoeften en daarmee eisen aan de fysieke leef-
waarde van boomkronen, het belang van schone lucht voor de gezondheid,
omgeving. Tegelijkertijd is het behoud van een stedelijke identiteit, ruimtelijk
de eisen en problemen van hoogbouw, en de verschijning van drone-
en sociaal, belangrijk.
technologie in het luchtruim zijn andere ontwikkelingen die met de verschillende transities te maken hebben en van invloed zijn op bestaande concepten
Veel van de infrastructuur die we de komende decennia moeten vervangen is
van inrichten en beheer.
goed aan te passen aan de huidige transitieopgaven. Een stad gericht op voetgangers en fietsers bestond bijvoorbeeld al voordat de auto was uitgevonden.
De factor tijd wordt hierin steeds belangrijker. Met een druk op de ruimte is
Andere infrastructuur zal worden uitgefaseerd. We zien mogelijkheden voor
het van belang om toekomstbestendig en flexibel te plannen, met methodes
meervoudig functiegebruik zoals daken, spoorwegemplacementen, geluids-
die kunnen omgaan met onzekerheid. Nieuwe digitale visualisatie technieken
schermen en parkeerterreinen voor de energietransitie. De nog onzekere
maken mogelijk om naar deze driedimensionale stad te kijken, en bieden
effecten van vergaande digitalisering op hoe we wonen en werken vraagt ook
integrale scenario’s om (bestuurlijke) afwegingen te maken.
om een creatieve benutting van bestaande en nieuwe bouw, ook om de leefbaarheid te garanderen. En de landgoederen, bossen, duingebieden en parken bieden kansen voor klimaatadaptatie en het vergroten van biodiversiteit.
Resultaat uit dit onderzoeksthema: • Een inhoudelijke en procesmatige strategie om tot een drie dimensionale ontwikkeling en beheer van de stad te komen.
Resultaat uit dit onderzoeksthema: • Inzicht in de vraag hoe we de bestaande optimaal kunnen/willen benutten voor de verschillende transities, waarbij we schade aan
Behoud versus verandering
waardevolle plekken en infrastructuur voorkomen.
Transitiedenken wekt de indruk dat alles verandert en op de schop gaat.
• Koppelen van de vervangingsopgave van infrastructuur aan het
Dat is een misvatting: de stad past zich immers aan om toekomstbestendig te
bevorderen van de verschillende transities.
blijven en dat betekent ook juist behoud, hergebruik en revitalisering van de bestaande stad. Den Haag is een stad met een rijke historie en naast cultuur-
29 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
6.3 Stad in de Regio Het onderzoeksthema ‘Stad en de regio’ legt de relaties tussen Den Haag en haar regio en ‘integreert’ daarbij verschillende ruimtelijke systemen. Den Haag ziet zichzelf namelijk als onderdeel van een samenhangende regio. Deze stads overstijgende blik is ook nodig, omdat Den Haag meer en meer onderdeel uitmaakt van een uitdijende stedelijke regio, waarbij ook de (maatschappelijke) vraagstukken in de fysieke leefomgeving reiken tot over de grenzen van de stad. Te denken valt aan omgevingsveiligheid, de wateropgave, de regionale huisvestingsopgave, Natura 2000 gebieden en de stikstof problematiek, afstemming over kantorenlocaties en bedrijventerreinen, spreiding van maatschappelijke en culturele voorzieningen en regionale bereikbaarheid. Deze wederzijdse afhankelijkheden binnen een daily urban system vragen om het intensiveren van de samenwerking en coördinatie met de regio. De eerste omgevingsvisie voor Den Haag omvat een visie voor de stad zélf en biedt daarnaast een basis voor samenwerking met omliggende gemeenten, de regio, provincie en Rijk. Specifiek richten we onze samenwerking op de buurgemeenten, inclusief Leiden, Delft en Zoetermeer. Dat is namelijk het schaalniveau wat in feite één samenhangend stedelijk gebied vormt.
vanuit de analyse van ruimte voor wonen in de stad en de regionale vraag. Compacte woonvormen in een stedelijke setting nabij concentraties
Een regionale omgevingsvisie is op dit moment niet een gewenste en haalbare
van s tedelijke voorzieningen en OV staat daarbij centraal. De regionale
ambitie. Wel zal de omgevingsvisie een samenwerkingsstrategie bevatten die
nieuwbouwbehoefte aan groen-stedelijke milieus zal vooral buiten Den Haag
regionaal afgestemde doelen beschrijft, zodat er aan verschillende overleg
gerealiseerd moeten worden.
tafels een consistent, integraal beleid wordt gevoerd. Den Haag maakt regionaal afspraken over woningbouwprogrammering We beginnen met het gezamenlijk oppakken van een aantal onderwerpen met
met aandacht voor zowel de totale woningvoorraadontwikkeling als voor de
onze regiopartners.
ontwikkeling van betaalbare woningvoorraad, zoals sociale huurwoningen. Hierbij wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van goedkope
Woningbouwprogrammering
woningen over de verschillende regiogemeenten.
Wij richten ons op de ontwikkeling van hoofdzakelijk stedelijk en centrumstedelijk wonen binnen Den Haag. Deze focus is een logische keuze bezien
30 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Den Haag werkt hierbij niet alleen samen met de regio, maar ook met de
Deze mobiliteitsverkenning(en) vormen belangrijke input voor de planMER.
Provincie Zuid-Holland en het Rijk, die zowel een faciliterende als een sturende
Aangezien de omgevingsvisie de Haagse Nota Mobiliteit vervangt, moeten ook
rol spelen bij het realiseren van voldoende woningen en een evenwichtige
de netwerken van voetganger, fiets, openbaar vervoer, auto, ketens & knoop-
verdeling van goedkope woningen.
punten een plek krijgen, die veelal gemeentegrens overstijgend zijn.
Economische versterking
Naast regionale verkenningen rondom mobiliteitsnetwerken is de (concretere)
Op economisch vlak werkt Den Haag samen met het Rijk, provincie, economic
Schaalsprong OV van belang voor de bereikbaarheid van Den Haag en haar
boards en het bedrijfsleven aan de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie
regio. Binnen het gebiedsprogramma (Rijk-regio) Mobiliteit & Verstedelijking
(REOS), gericht op de versterking van de Nederlandse economische top
(MoVe), werken wij aan een schaalsprong OV gericht op het beter verbinden
locaties, waaronder het CID. Daarnaast werken wij met Delft, Leiden en
van de Scheveningse kust/Internationale Zone en Den Haag Zuidwest/
Zoetermeer binnen de Kennisregio aan Zee aan een gezamenlijke ontwikkel
Westland met de regio. Met deze schaalsprong is het mogelijk verschillende
agenda voor (een op natuur-gebaseerde) ruimtelijk én sociaaleconomische
arbeidsmarkten met elkaar te verbinden en creëren we draagvlak voor verdere
structuurversterking.
stedelijke verdichting. Door de investeringen in de schaalsprong proberen we tegelijkertijd de automobiliteit terug te dringen waardoor gezonde vormen
Naast economische toplocaties is er ook afstemming nodig over mogelijke
van mobiliteit aan terrein kunnen winnen (lopen en fietsen) en de stedelijke
transformatie van bedrijventerreinen in de regio. Afstemming en gezamenlijk
leefomgevingskwaliteiten versterkt worden.
onderzoek blijft nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte voor bedrijvigheid blijft. Concrete afspraken maken we hier bijvoorbeeld over in de
Dit is nadrukkelijk niet alleen een opgave voor Den Haag. Het is ook een
zogenoemde ‘woon-werkakkoorden’.
opgave van de regio. We hebben ook op andere schaalniveaus te maken met bereikbaarheidsplannen en verkeer zoals de landelijke plannen voor weg en
Nationaal Park Hollandse Duinen
spoor (toekomstbeeld OV) en het uitvoeringsprogramma bereikbaarheid van
De provincie, Staatsbosbeheer, kustgemeenten en duinwaterbedrijf DUNEA
de MRDH.
ontwikkelen gezamenlijk het Nationaal Park Hollandse Duinen. Het duinlandschap is onderdeel van de identiteit van Den Haag. Het kent een grote
Naast de schaalsprong OV zetten we ook in op andere manieren van reizen.
biodiversiteit en is het waterreservoir voor onze stad. Daarnaast wordt de
Het zogenoemde ketenreizen krijgt daarbij aandacht, bijvoorbeeld de
recreatieve functie steeds belangrijker en draagt bij aan een gezonde leef
koppeling tussen auto en openbaar vervoer, openbaar vervoer en fiets etc.
omgeving. De kust en de zee vormen samen een cruciale vestigingsvoorwaarde
Knooppunten aan de randen van de stad (of stedelijk gebied) vervullen daarin
voor Den Haag.
een essentiële rol omdat wij dit zien als onderdeel van de mobiliteit van de toekomst.
Mobiliteit Verkenningen naar de mobiliteitsnetwerken van de toekomst krijgt een belangrijke plek binnen het onderzoeksthema ‘Stad in de regio’. Dat gaat niet alleen om infrastructuur, maar juist om de verwevenheid met andere opgaven zoals verdichting, openbare ruimte, mobiliteitstransitie en de milieuconsequenties.
31 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
7
Sturingsfilosofie
De omgevingsvisie is het overkoepelende kader op hoofdlijnen voor de ontwikkeling, beheer, gebruik en bescherming van de fysieke leefomgeving van Den Haag. Hoe de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie straks worden bereikt is een organisch proces. Uiteindelijk zullen de ambities en keuzes uit de omgevingsvisie juridisch worden geborgd in het Omgevingsplan. Met het Omgevingsplan wordt concreet uitvoering gegeven aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid.
7.1 Samenhang instrumentarium Omgevingswet De omgevingsvisie is een onderdeel van de beleidscyclus van de gemeente. De omgevingsvisie is een flexibel document, beschrijft de richtinggevende kaders en legt daarmee niet alles tot in detail vast. De kern van de Haagse omgevingsvisie bevat een integraal inspiratie- en afwegingskader. Daarnaast willen we ook een uitvoeringsparagraaf opnemen die inzicht geeft in de realisatie van de visie. De uitvoering van ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie werkt door in de andere (beleids)producten onder de Omgevingswet. We werken gelijktijdig aan deze andere instrumenten. Bij het opstellen van de omgevingsvisie geven we specifieke invulling aan de ambities en doelstellingen die gaan landen in de verschillende instrumenten, specifiek Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan.
32 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
In onderstaande afbeelding is een ‘was-wordt’ weergave te zien. Aan de linker-
De omgevingsvisie lijkt daarmee min of meer op een structuurvisie uit de Wet
kant is huidig beleid en regelgeving weergegeven (niet uitputtend!) en de
ruimtelijke ordening, maar wijkt tegelijkertijd (sterk) af omdat onderwerpen
nieuwe situatie onder de Omgevingswet, aan de rechterkant. De samenhang
als duurzaamheid en gezondheid ook worden betrokken. Daarnaast is een
tussen omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en de
omgevingsvisie niet alleen gericht op ontwikkelen, maar ook op het beheren
omgevingsvergunningen is daarop goed te zien.
van de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Dat betekent een complexere belangenafweging en motivatieplicht.
Afbeelding: overgang van huidige wet- en regelgeving naar Omgevingswet
33 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Vanwege de focus op bestaand gebied zal de gemeente in beginsel een mix van
Met betrekking tot de uitvoering van de omgevingsvisie – en daarmee de
organische ontwikkeling en uitnodigingsplanologie toepassen. Dit betekent
sturingsfilosofie – stellen wij voor de volgende onderwerpen verder uit
bijvoorbeeld dat de gemeente niet zelf aan de slag gaat met een gebied of
te werken:
activiteit, maar er wel voor zorgt dat de randvoorwaarden op orde zijn waaraan toekomstige initiatieven van derden kunnen voldoen. Het grondbeleid en het omgevingsbeleid brengen we in samenhang met elkaar.
• Een helder antwoord op de vraag hoe de omgevingsvisie zal doorwerken in de beleidscyclus en hoe moet worden omgegaan met de ontwikkeling van nieuw (sectoraal en integraal) beleid
De randvoorwaarden worden – in de geest van de Omgevingswet – samen met inwoners en andere belanghebbenden opgesteld. Vervolgens kan de gemeente in meer of mindere mate actief aan de slag gaan om partijen te vinden die bereid zijn om samen een gebied te ontwikkelen.
• Een overzicht van de verschillende ontwikkel- en beheergebieden van Den Haag met daarbij een rolopvatting van de gemeente • Het benoemen van omgevingsprogramma’s die concretere uitwerkingen bevatten voor specifieke gebieden of thema’s • Het toepassen van kostenverhaal. Deze regeling is onder de Omgevingswet ook geschikt gemaakt bij organische ontwikkeling en uitnodigingsplanologie • Inzichtelijk maken welke bestuurlijke afwegingsruimte er nodig is om gebiedsspecifieke doelstellingen te bereiken, door te werken met salderen en compenseren.
7.2 Rollen en taken gemeenteraad Vanuit haar kaderstellende rol stelt de raad de omgevingsvisie vast op voorspraak van het college. Het college zorgt voor de totstandkoming van de visie op basis van het proces zoals beschreven in dit ambitiedocument. Raadsleden worden over de totstandkoming van de visie tussentijds geïnformeerd. Het Koersdocument, waarin de ‘keuze uit toekomstbeelden’ (in welk Den Haag van 2050 willen we wonen?) wordt gemaakt en onderbouwd, wordt door de raad vastgesteld en vormt de basis van de uiteindelijke visie. Besluitvorming over deze mijlpaal is voorzien na de gemeenteraads verkiezingen van 2022 (na installatie van het college 2022-2026). De omgevingsvisie is onderdeel van de beleidscyclus in het ruimtelijk-fysieke domein en vraagt daarom tussentijdse actualisatie. Met welke regelmaat dit gaat plaatsvinden, zal uiteindelijk in de omgevingsvisie worden beschreven.
34 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
De omgevingsvisie omvat de hoofdlijnen van het beleid dat in verschillende
7.3 Rollen en taken college van B&W
programma’s van de programmabegroting wordt uitgewerkt. In tenminste de programma’s (in de programmabegroting) Stedelijke ontwikkeling,
In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van
Buitenruimte, Mobiliteit en Duurzaamheid, milieu en energietransitie
B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. Het college
wordt beschreven hoe de doelstellingen van de omgevingsvisie doorwerken.
is verantwoordelijk voor de uitvoering van de door de raad vastgestelde
Bewaking van de kaders van de omgevingsvisie vindt plaats in het kader van
ambities en doelstellingen (in de omgevingsvisie en het Omgevingsplan).
de reguliere planning & control cyclus. Onderdeel van de beleidscyclus is
Wel krijgt het college van B&W meer bevoegdheden bij de uitvoering van het
monitoring en evaluatie. In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe hier vorm
beleid en is de gemeenteraad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het
aan wordt gegeven.
toezicht op het beleidsproces.
Op deze wijze kan de raad vanuit haar controlerende rol bewaken of de
Het college van B&W is en blijft bevoegd gezag voor het afgeven van
beoogde doelen van de omgevingsvisie gehaald worden.
omgevingsvergunningen en toetst aanvragen voor initiatieven en ruimtelijke ontwikkelingen aan het Omgevingsplan. Voor aanvragen
De gedachte achter de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoorde-
omgevingsvergunning die in strijd zijn met het Omgevingsplan is straks
lijkheid van stad en inwoners voor de fysieke leefomgeving. Hiertoe worden
na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen instemming van
kaders opgesteld op welke wijze de gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt
de gemeenteraad nodig, behoudens tevoren door de raad aangegeven
ingevuld. Participatie is hier het kernwoord. De raad controleert de uitvoering
gevallen. Daarnaast is het college het bevoegd gezag voor het opstellen van
van de participatie, zoals beschreven in dit ambitiedocument en vervult
omgevingsprogramma’s.
hiermee haar volksvertegenwoordigende rol. Daarnaast worden raadsleden actief geïnformeerd over de participatiemomenten gekoppeld aan de totstand-
Het omgevingsprogramma is een beleidsdocument. Daarom kan er geen
koming van de omgevingsvisie. Het college doet verslag van de participatie
bezwaar of beroep worden ingesteld. Bij de vaststelling ervan moet wel worden
bij het voorstel tot vaststelling van de omgevingsvisie (motiveringsvereiste
beschreven hoe de participatie is verlopen en wat er met de uitkomsten
art. 10.7 Omgevingsbesluit). In de Omgevingsvisie wordt de visie op partici-
daarvan is gedaan. Daarna volgt de zienwijzenprocedure van afdeling 3.4 van
patie in de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen beschreven.
de Algemene wet bestuursrecht voor het ontwerp-omgevingsprogramma. Of en hoe de gemeente Den Haag vrijwillige omgevingsprogramma’s gaat inzetten naast de verplichte omgevingsprogramma’s (voor geluid en lucht kwaliteit) is onderwerp van onderzoek.
35 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
8
Participatie De integrale benadering vanuit de Omgevingswet gaat hand in hand met participatie. Het doel van het participatietraject is dan ook om te komen tot een gezamenlijk gedragen omgevingsvisie voor Den Haag. De totstandkoming van de omgevingsvisie is een proces waarin we vanaf de start belanghebbenden en geïnteresseerden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere overheden en ketenpartners) aan tafel hebben. Zo komen belangen, meningen en creatieve ideeën op tijd in beeld. Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen het te voeren participatieproces met daarbij gestelde ambities. Daarmee geldt dit hoofdstuk als het startdocument op grond van de Inspraak- en Participatieverordening Den Haag.
8.1 De Inspraak- en participatieverordening Den Haag Naast de uitgangspunten voor participatie volgens de Omgevingswet, betrekken we ook een aantal andere kaders. In de Inspraak- en participatieverordening uit 2012 wordt participatie gedefinieerdals “het op interactieve wijze betrekken van belanghebbenden en/ of belangstellenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, in de vorm van raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen”. Deze inspraak-en participatieverordening wordt op dit moment herzien. Hierdoor loopt de ontwikkeling van het participatiebeleid met betrekking tot de Omgevingswet in Den Haag parallel aan de ontwikkeling van het algemene participatiebeleid van Den Haag. Deze twee trajecten voeden elkaar.
36 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
8.2 Haags Participatiekompas
8.3 Doelgroep van participatie
Het Haagse Participatiekompas dient als evaluatiekader voor het benoemen en
Van belang is de notie dat onder “participatie” een brede doelgroep aan belang
toetsen van de kwaliteit van participatie. Het kompas kent 6 basisprincipes -
hebbenden, professioneel en niet professioneel betrokken partijen gevat wordt.
richtingaanwijzers – voor participatie. De basisprincipes worden gebruikt in de herziening van de Inspraak- en Participatieverordening. Voor het proces van
Initiatiefnemers
totstandkoming van de omgevingsvisie leggen we de nadruk op dat belangen
Zowel kleine als grote initiatieven in de stad kunnen bijdragen aan de doelen
worden samengebracht en we de kwaliteit van interactie bevorderen. Verder
en opgaven waar Den Haag voor staat. Mensen maken immers de stad.
streven we naar een maximale betrokkenheid van de deelnemers. Dat doen we
De omgevingsvisie van Den Haag is straks dan ook een uitnodiging aan
door te zorgen dat er ruimte is voor deelnemers om invloed te hebben op de
iedereen om met creatieve ideeën en oplossingen te komen. In Den Haag zijn
uiteindelijke uitkomsten en door openheid te bieden over het proces en de
veel kundige partijen die op basis van wetenschappelijke of praktische kennis
beslissingen. Een prettig verlopen participatieproces versterkt de onderlinge
en op basis van investeringsvermogen hun bijdrage kunnen leveren aan een
relaties en maakt iedereen slimmer. Daarom geven we aandacht aan wat
mooie stad.
deelnemerssamen leren en borgen opgedane kennis, ervaringen en resultaten om de kwaliteit van participatietrajecten te vergroten (zie afbeelding).
Inwoners en ondernemers van Den Haag De ambities en doelstellingen in de omgevingsvisie kunnen alleen worden bereikt met de inwoners en ondernemers van Den Haag. Wij stimuleren dan ook dat de inwoners van Den Haag een bijdrage leveren aan de op te stellen toekomstbeelden voor de stad. Om de uitvoeringskracht van het uiteindelijk gewenste toekomstbeeld te vergroten, willen we eigenaarschap en zeggenschap in buurten stimuleren. Wij spelen in op deze ambitie door de omgevingsvisie inclusief en participatief tot stand te laten komen. Ketenpartners Den Haag werkt op verschillende schaalniveaus (regionaal, provinciaal, nationaal en internationaal) aan verschillende doelen met verschillende ketenpartners. Onder ketenpartners verstaan we medeoverheden (buurgemeenten, provincie en Rijk, waterschap), samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld MRDH, REOS, Verstedelijkingsalliantie) en uitvoerings- en adviesorganisaties (Omgevingsdienst, GGD, Veiligheidsregio, Dunea, Staatsbosbeheer). Voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluit vorming, vergunningsverlening, regelgeving, uitvoering en handhaving is
Afbeelding: Haags Participatiekompas met 6 basisprincipes
nauwe en vroegtijdige samenwerking met deze partijen noodzakelijk.
37 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
8.4 Niveau van participatie voor de toekomstbeelden
wijkorganisaties worden uitgenodigd om te coproduceren bij het opstellen van toekomstbeelden.
Het ingezette participatieniveau is maatwerk en afhankelijk van de fase en het product van de Omgevingsvisie. Bij het participatief ontwikkelen van de
Zoals in de participatieverordening (2012) wordt geëist, moet de gemeente bij
toekomstbeelden van de omgevingsvisie focussen we op maximale betrokken-
het afwijken van een advies wel een onderbouwde motivatie gebruiken. In het
heid van de deelnemers.
participatieverslag wordt verantwoord hoe de inbreng heeft meegewogen bij het opstellen van de omgevingsvisie.
Ambitie mate van invloed stakeholders Omgevingsvisie Den Haag
We maken we onderscheid tussen verschillende deelnemers (zie onderstaande afbeelding). Bij elke groep staat het soort participatie aangegeven met een bol in het schema. Elk van de groepen deelnemers wordt geraadpleegd en geïnformeerd. Bedrijven en organisaties worden gevraagd om advies. Bewoners en
Bewoners, alle leeftijden
Professionals Bewoners- en wijkorganisaties Belangenorganisaties
Bedrijven & organisaties Ketenpartners en andere overheden
Vraag van de gemeente
[informeren]
raadplegen
adviseren
coproduceren
meebeslissen
Rol deelnemer
[aanhoren]
mening geven
meedenken
meewerken
meebeslissen
De gemeente kan anders besluiten dan de voorkeur van de betrokkenen die geraadpleegd zijn.
Als er van het advies wordt afgeweken moet dit goed worden gemotiveerd.
In gezamenlijk overleg ontwikkelen gemeente en deelnemers oplossingen voor (onderdelen van) het plan. De gemeente is kadersteller vooraf en toetser achteraf.
De keuze wordt altijd gevolgd. Ook hier kunnen kaders vastgesteld zijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden.
Wat doet de gemeente
Afbeelding: ambitie mate van invloed stakeholders toekomstbeelden omgevingsvisie Den Haag
38 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
8.5 Het participatieproces van de Omgevingsvisie in drie deelproducten
8.6 Benutten van afgeronde en lopende trajecten Naast het organiseren van participatietrajecten in het kader van de
De omgevingsvisie Den Haag zal door middel van drie deelresultaten
omgevingsvisie zijn er ook vele andere Haagse participatietrajecten die
(deels) participatief tot stand gaan komen. Het gaat om de ‘Staat van
inmiddels afgerond zijn, momenteel worden uitgevoerd of gepland staan.
de leefomgeving’ en de beschrijving van de opgaven, de op te stellen
Uit deze trajecten wordt op verschillende schaalniveaus en bij verschillende
Toekomstbeelden voor 2050 en de omgevingsvisie zelf. Deze deelproducten
doelgroepen veel opgehaald. Deze waardevolle informatie willen we zoveel
bouwen op elkaar voort en representeren ieder een fase in het participatieve
mogelijk gebruiken voor de omgevingsvisie.
ontwikkelproces van de omgevingsvisie. Bij toekomstige trajecten kan er voor de omgevingsvisie aangehaakt worden, Staat van de Leefomgeving, beschrijving van de opgaven - Informeren en in
door bijvoorbeeld een vraag of onderwerp toe te voegen bij relevante
kaart brengen
workshops of stadsgesprekken. Daarnaast zullen specifiek omgevingsvisie
De Staat van de leefomgeving wordt op basis van algemeen aanvaarde criteria
gerelateerde trajecten opgezet worden om voldoende input binnen te halen op
en indicatoren zoals beschreven in de monitor Brede Welvaart, beschreven voor
onderwerpen en bij doelgroepen die in andere trajecten in mindere mate zijn
de stad Den Haag en uitgewerkt naar deelgebieden (Stadsdelen/Wijken).
langsgekomen. Zo maken we gebruik van wat de stad al heeft gegeven, haken we in op relevante trajecten en vullen we aan met eigen initiatieven.
Toekomstbeelden – Co-ontwerpen Door het opstellen van toekomstbeelden worden mogelijke toekomsten
8.7 Communicatie
verkend samen met de stad. De verschillende toekomstbeelden worden gebruikt als gespreksvoorwerp en samengevoegd in het meest gewenste toekomstbeeld, de omgevingsvisie Den Haag.
Eenduidige en heldere communicatie ligt aan de basis van het proces van totstandkoming van de visie. Er zal gebruik gemaakt worden van online en
Omgevingsvisie Den Haag – Bundelen en vaststellen
offline communicatiemiddelen onder het motto:
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 start het opstellen van de visie zelf op basis van het dan meest gewenste toekomstbeeld. Voor de omgevingsvisie is een formele zienswijzeprocedure vereist, alvorens de raad deze vaststelt. De participatieprocessen worden op maat ontwikkeld. Zo verschilt de mate
“Denk mee over de toekomst. Samen maken we de stad.”
van invloed die een deelnemer aan het proces heeft per stakeholder, fase in het proces en het deelproduct. In de bijlage is hiervan een verdieping weergegeven.
39 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
9
PlanMER omgevingsvisie
In de omgevingsvisie schetsen we een inspirerend toekomstbeeld voor de gemeente, met als inzet om met de stad aan dit gezamenlijk gewenste toekomstbeeld te gaan werken. Dit betekent dat we de omgevingsvisie als kaderstellend document zien, waarmee we richting geven aan beslissingen die we in het fysiek domein gaan nemen. Gezien de verwachte opgaven die er liggen en de wijze waarop we daarbij belangen gaan afwegen, kan een milieueffectrapportage niet ontbreken. Het doel van de milieueffectrapportage is om de effecten van gemaakte en te maken keuzes in beeld te brengen zodat milieubelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Dit draagt bij aan transparante besluit vorming. In het kader van de omgevingsvisie spreken we liever over omgevings effecten en een Omgevingseffectrapport (hierna: OER). We sluiten hiermee aan bij de bredere kijk van de Omgevingswet op de fysieke leefomgeving. Het gaat dus niet alleen om geluid, luchtkwaliteit, water, maar ook bijvoorbeeld om gezondheid, cultuurhistorie, klimaat en grondstoffengebruik.
9.1 Sociale effectrapportage Integraal kijken naar de fysieke leefomgeving betekent eigenlijk ook dat er inzicht nodig is in sociale effecten van beoogde maatregelen. In sommige landen is daarom naast een milieueffectrapportage ook een sociale effect rapportage vereist.
40 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
We onderzoeken hoe en welke sociale effecten meegewogen kunnen worden
5. We leggen de basis voor de monitoring en evaluatie, door een staat van de
in het OER. Daarvoor is nog nadere studie nodig voor het antwoord op vragen
leefomgeving als startpunt neer te zetten. We beschrijven in de omgevings-
zoals: wat zijn sociale effecten, wanneer kunnen we die het beste in beeld
visie welke instrumenten we kunnen benutten voor het bereiken van de
krijgen, hoe onderzoeken we dat en krijgen we daar goed zicht op. We onder-
doelstellingen.
zoeken de mogelijkheden op dit moment samen met actieve bewoners organisaties. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) zullen we hier
Aan de MER-procedure zijn enkele formele stappen verbonden. De eerste
dieper op ingaan.
stap is het ter inzage leggen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Hierover kunnen zienswijzen worden ingediend. We zorgen voor een slim
9.2 Omgevingseffectrapportage (OER) als ondersteuning bij planproces
proces waarin de staat van de leefomgeving en de NRD onderwerp zijn van de participatie voordat de NRD formeel ter inzage wordt gelegd.
Alle informatie die voor de m.e.r. nodig is, is ook voor het opstellen van de omgevingsvisie nodig. Het ligt daarom voor de hand dat het opstellen van de visie gelijk loopt met het opstellen van het OER. Wij hanteren bij het vervlechten van de twee processen de volgende kwalitatieve uitgangspunten: 1. We zetten een stip op de horizon: we werken aan een toekomstbeeld voor de stad, een gewenste toekomst voor de stad en haar inwoners. 2. We zijn concreet: we maken ambities en doelstellingen zo concreet mogelijk, zodat we inzicht krijgen in haalbaarheid, kansen en bedreigingen. 3. We brengen verschillende routes in kaart: we onderzoeken op welke wijze en met welke maatregelen we de gewenste toekomst een meest waarschijnlijke toekomst kunnen laten zijn. Daarbij beschrijven we ook wat de gemeente zelf kan doen, maar ook wat rollen en verantwoordelijkheden zijn van partners in en om de stad, inwoners en ondernemers. 4. In de omgevingseffectrapportage toetsen we of met de maatregelen de doelen en ambities bereikt kunnen worden, waar nodig stellen we doelen en ambities bij zodat we tot een realistische maar wel ambitieuze omgevingsvisie komen. Afbeelding: Stappen in de omgevingsvisie en m.e.r. (Uit: Praktijkproef Afwegingskader omgevingsvisie, VNG)
41 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
9.3 Monitoring van de Staat van de Leefomgeving Door de staat van de fysieke leefomgeving te monitoren, kunnen we in de gaten houden of de ontwikkelingen passen bij de gewenste richting van de stad. Monitoringsgegevens bieden inzicht in de haalbaarheid van de beleidsdoelen. Als blijkt dat de haalbaarheid van een beleidsdoel of de ontwikkeling van de stad in het gedrang komt, dan kan een aanpassing van de omgevingsvisie of een omgevingsprogramma nodig zijn. Wanneer er uitwerking in thematisch of gebiedsgericht beleid voor de fysieke leefomgeving noodzakelijk blijkt, kijken we altijd naar de gehele beleidscyclus van de Omgevingswet. De hoofdlijnen van beleidswijzigingen zoals opgaven, ambities of doelstellingen worden verwerkt in de omgevingsvisie. In het te nemen besluit zal vervolgens worden aangegeven wat het effect is van de voorgenomen (beleids-) wijziging op het samenhangende verhaal. Op deze manier blijft de omgevingsvisie elke dag vers en integraal. We streven naar een zo efficiënt mogelijke werkwijze bij het (partieel) aanpassen van de omgevingsvisie. Deze werkwijze (inclusief frequentie van actualisatie), waarbij we burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en ketenpartners betrekken, wordt verder in de omgevingsvisie uitgewerkt.
Daarmee wordt de omgevingsvisie een continu proces en een nieuwe werkwijze voor de beleidsontwikkeling in het ruimtelijk-fysieke domein.
42 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Samenvatting
Voorop staat dat Den Haag op veel beleidsterreinen waar het gaat om de fysieke leefomgeving over actueel beleid beschikt en goed inzicht heeft in de kansen voor verdere verbetering van de leefomgeving. Tegelijkertijd is daardoor ook langzamerhand inzicht ontstaan waar dilemma’s liggen en keuzes nodig zijn om een toekomstbestendige en veerkrachtige stad te zijn en te blijven. Als doelstelling van de omgevingsvisie dragen we uit dat deze bijdraagt aan een toekomstgericht bestuur. Daarbij vertelt de omgevingsvisie een inspirerend en eerlijk verhaal dat gedragen wordt door de stad. Ambities We onderzoeken samen met de stad de haalbaarheid en de wijze waarop we de volgende ambities gaan realiseren: • Een rechtvaardig en inclusief Den Haag • Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag • Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag • Een economisch vitaal Den Haag • Een gezond en veilig Den Haag • Een duurzaam bereikbaar Den Haag Daarbij verbinden we het sociale en het ruimtelijke domein om zo te werken aan een duurzame en veerkrachtige, leefbare stad.
43 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Proces totstandkoming omgevingsvisie
De grote opgaven in het beheer van de stad, zoals de vervangingsopgave van
Het ambitiedocument schetst het volgende proces: allereerst maken we
infrastructuur (bruggen, viaducten) en het in stand houden van cultureel
de balans op hoe de stad er op dit moment voor staat in de Staat van de
erfgoed maken deel uit van de afwegingen.
leefomgeving. We brengen in kaart waar de grootste opgaven liggen, vanuit nationaal, provinciaal en regionaal beleid en ons eigen actuele
Dit alles tegen het licht van een aantal ontwikkelingen op het gebied van
beleid. Vervolgens zullen we door middel van het uitwerken van toekomst-
bevolkingsdynamiek en -groei, klimaatverandering en de daarmee gepaard
beelden op stedelijk en stadsdeelniveau nagaan welke keuzes er mogelijk
gaande noodzaak tot het uitfaseren van fossiele brandstoffen en verdergaande
en nodig zijn om onze ambities te bereiken. We gaan hierover in gesprek
technologisering en digitalisering van de samenleving.
met onze partners in de stad en de regio, zoals het Hoogheemraadschap, de Veiligheidsregio en buurgemeenten. En uiteraard gaan we in gesprek
Van omgevingsvisie naar uitvoering
met inwoners, bedrijven, instellingen en initiatiefnemers. Bij de participatie
De omgevingsvisie is het juridisch-planologisch kader dat ten grondslag ligt
letten we er op dat we uitkomsten van eerdere trajecten benutten, zoals
aan het omgevingsplan. Komend halfjaar onderzoeken we hoe we in Den Haag
bijvoorbeeld over het mobiliteitstransitiebeleid, en aansluiten bij processen
met de instrumenten van de Omgevingswet in samenhang het beste kunnen
die al lopen, zoals de wijkagenda’s. Het ambitiedocument is tevens het formele
werken.
startdocument voor de participatie zoals voorgeschreven in de Inspraak- en participatieverordening.
Daarnaast is een inspirerende omgevingsvisie bij uitstek geschikt om te benutten in gesprekken met de provincie, het rijk en Europa.
De uitkomsten uit dit proces leggen we vast in een koersdocument. Daarna schrijven we de omgevingsvisie.
Samenwerking in de regio De eerste omgevingsvisie voor Den Haag omvat een visie voor de stad zélf en
Inhoudelijke opgaven
biedt daarnaast een basis voor samenwerking met omliggende gemeenten,
In het onderzoekstraject tot en met maart 2022 komen onder andere de
de regio (waaronder de MRDH), provincie en Rijk. Specifiek richten we ons op
volgende inhoudelijke vraagstukken aan bod: een beeld scheppen van de
samenwerking met de buurgemeenten, inclusief Leiden, Delft en Zoetermeer.
mogelijkheden hoe we voldoende maatschappelijke voorzieningen borgen
Dat is het schaalniveau wat in feite één samenhangend stedelijk gebied vormt.
in relatie tot de woningbouwopgave, hoe we zorgdragen voor de regie op de
De omgevingsvisie zal ook de regionaal afgestemde doelen beschrijven.
ondergrond, essentieel voor een leefbare stad van de toekomst, hoe we de luchtkwaliteit kunnen verbeteren en tegelijk werken aan de bereikbaarheid van de stad, hoe we ruimte geven aan de vestiging van bedrijven en het bouwen van nieuwe woningen en tegelijk de stikstofbelasting op het duin gebied omlaag brengen, waar we investeren in kwetsbare wijken, hoe we werken aan een gezonde stad, hoe we borgen dat onze stad beschermd blijft tegen de zee, en hoe we de klimaatverandering opvangen.
44 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Bijlagen Rolverdeling tussen raad en college (handreiking VNG 2017)
Niet alleen bij het ontwikkelen van een visie op de fysieke leefomgeving, maar ook bij het oppakken van initiatieven en het zoeken van draagvlak
De gemeenteraad stelt de kaders en het strategisch beleid van de gemeente
daarvoor bij belanghebbenden en andere betrokkenen. Dat past bij de
vast en toetst en controleert of het college van B&W het beleid volgens
algemene maatschappelijke trend naar meer zelfredzaamheid van inwoners
afspraak en naar tevredenheid heeft uitgevoerd. Met het bestaand raads
en een stimulerende, faciliterende en uitnodigende overheid. Van de
instrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/
gemeenteraad wordt verwacht dat hij welwillend staat tegenover initiatieven
mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de
en daarvoor ruimte geeft. Omdat het gaat om zowel de ontwikkeling en de
actieve informatieplicht van het college van B&W) houdt de gemeenteraad
inrichting, als om de bescherming en het behoud van de leefomgeving moet de
zoals gebruikelijk gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan
gemeenteraad telkens alle belangen binnen de gemeenschap bezien, afwegen
de pols en stuurt in de gewenste ontwikkelrichting.
en waar nodig beschermen. De gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid om ruimte te bieden aan initiatieven, en tegelijkertijd om op te komen voor de
De gemeenteraad adviseert dan het college van B&W (artikel 16, lid 15
belangen van betrokkenen en mogelijke tegenstanders.
Omgevingswet). De belangrijkste instrumenten voor gemeenten in het kader van de De gemeenteraad geeft als volksvertegenwoordiger een stem aan opvattingen
Omgevingswet zijn de omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De omgevings
die in de gemeenschap leven. Vervolgens weegt hij alle belangen mee om te
visie omvat de integrale en lange termijn strategische visie voor het gehele
komen tot keuzes en besluiten.
grondgebied van de gemeente. Het omvat alle aspecten en ambities voor de fysieke leefomgeving. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast.
Dat het (vaak) interne proces van visievorming/kaderstelling en controle/
De omgevingsvisie bevat geen bindende werking voor inwoners, wel voor de
verantwoording op gespannen voet kan staan met de verbinding van de
gemeenteraad en het college van B&W. Afwijken van in de visie vastgelegde
gemeenteraad met de gemeenschap is ook niet nieuw. Het vraagt van de
kader kan alleen mits inhoudelijk goed onderbouwd. De omgevingsvisie vormt
gemeenteraad om politiek-bestuurlijke sensitiviteit en evenwichtskunst.
het uitgangspunt voor het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan kan worden
Nieuw in het kader van de Omgevingswet is dat ook van inwoners sterke
gezien als de opvolger van de huidige bestemmingsplannen en diverse ver
betrokkenheid en eigen initiatief worden verwacht bij de fysieke leefomgeving.
ordeningen. Het Omgevingsplan is breder en integraler dan een bestemmingsplan en bevat alle regels voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
45 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Procesontwerp participatie bij de drie deelproducten
Ook het Omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Het is in digitale vorm en is bindend voor inwoners, bedrijven en andere overheden. Het Omgevingsplan bevat het beoordelingskader voor aanvragen omgevings-
De globale planning voor het participatief ontwikkelen van de Staat van de
vergunning. Een Omgevingsplan wordt in beginsel voor onbepaalde tijd door
Leefomgeving, de toekomstbeelden en de uiteindelijke omgevingsvisie ziet er
de gemeenteraad vastgesteld. Op onderdelen wordt het plan geactualiseerd op
als volgt uit.
de momenten waarop dat nodig is. De Omgevingsvisie bevat de uitgangspunten voor het Omgevingsplan. In de transitiefase wordt het Omgevingsplan steeds meer in overeenstemming met de omgevingsvisie gebracht. Het eerste Omgevingsplan van rechtswege (per 1 juli 2022) is nog niet gebaseerd op de omgevingsvisie Den Haag.
Fase van participatie/Deelproduct
1: informeren (2021)
2: in kaart brengen (2021)
3: co-ontwerpen (2021)
4: bundelen (2022)
5: vaststellen (2023)
6: continueren (2024)
1. Staat van de stad + beschrijving opgaven
2. Toekomstbeelden (verbeelden mogelijke toekomsten)
3. Omgevingsvisie (synthese toekomstbeelden / het beleidsstuk)
46 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
De procesontwerpen zelf worden op maat ontwikkeld. Zo verschilt de mate van invloed die een deelnemer aan het proces heeft per stakeholder, fase in het proces en het deelproduct.
Hoogste mate van invloed in het proces
1. Staat van de stad (2021)
2. Toekomstbeelden (2021-2022)
3. Omgevingsvisie (na 2022)
co-produceren
informeren
co-produceren raadplegen
raadplegen formele inspraak (zienswijze)
co-produceren
raadplegen
co-produceren raadplegen
adviseren formele inspraak (zienswijze)
Bedrijven en organisaties
co-produceren
raadplegen
co-produceren adviseren
adviseren formele inspraak (zienswijze)
Ketenpartners & andere overheden
co-produceren
raadplegen
co-produceren adviseren
co-produceren formele inspraak (zienswijze)
Alle deelnemers
informeren
informeren
informeren
informeren
Bewoners, alle leeftijden Professionals, Bewoners-en wijkorganisaties, Belangenorganisaties
47 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag, besluit college van B&W RIS309993 Vormgeving Dienst Bedrijfsvoering Multimedia Fotografie gemeente Den Haag, VNG, rijksoverheid, CBS Fotoverantwoording: alle foto’s gemeente Den Haag tenzij anders vermeld Nadere informatie: omgevingsvisie@denhaag.nl September 2021 Aan de inhoud van de teksten en afbeeldingen en schema’s is veel zorg besteed. Toch kan het zo zijn dat informatie onvolledig of niet helemaal correct wordt weergegeven. Bij samenstelling van dit document hebben we ons best gedaan om alle rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen. Wanneer u meent dat u hier vermeld zou moeten worden, verzoeken wij u contact op te nemen via het hierboven aangegeven mailadres.
48 | OMGEVINGSVISIE DEN HAAG 2050
< INHOUD