RIS309988 Stand van zaken implementatie Omgevingsrecht
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10120329 RIS309988 -
Aan de voorzitters van de commissies Ruimte en Leefomgeving
Contactpersoon
Eveline Vos Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Juridische Planvorming en Omgevingsrecht Telefoonnummer Datum
14070
20 september 2021
E-mailadres
Onderwerp
Eveline.Vos@denhaag.nl
Stand van zaken implementatie Omgevingswet
Geachte voorzitters, Vorig jaar november (RIS306985) heb ik u de laatste stand van zaken gemeld over de invoering van de Omgevingswet. Daarna zijn er begin dit jaar twee werkbijeenkomsten van uw raad geweest, over het bindend advies (6 januari 2021) en over de bruidsschat (11 maart 2021). Daarbij is toegezegd om u te informeren over de wijze waarop de invoering zal plaatsvinden. In deze brief wordt hierop nader ingegaan door de invoeringsstrategie van de gemeente Den Haag te beschrijven. Daarnaast vindt u een overzicht van de nog te nemen besluiten voor- en na de inwerkingtreding van de wet, tevens gevisualiseerd in een routekaart. Ten slotte vindt u een overzicht over de huidige stand van zaken van de implementatie. In een aparte brief, van bestemmingsplan naar omgevingsplan, vindt u informatie over het traject van het opstellen van het nieuwe omgevingsplan en de omgevingsplanregels van rijkswege (de Bruidsschat) naar het omgevingsplan. Eind mei is bekend geworden dat de wet niet op 1 januari 2022 in werking zal treden, maar dat er uitstel is tot 1 juli 2022. Dit uitstel is nodig omdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet nog niet is opgeleverd. Met het uitstel behouden de gemeenten de tijd om hun softwarepakketten en de benodigde processen goed in te regelen en is er tijd om de gemeentelijke ambtenaren in te werken met de nieuwe software (landelijk en lokaal).
Dit uitstel zal voor de gemeentelijke planning nauwelijks consequenties hebben. We zullen de extra tijd vooral gebruiken voor het inwerken en oplossen van de kinderziektes. Met het uitstel voor de Omgevingswet zal ook de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen worden uitgesteld.
1.
Stand van zaken invoering Omgevingswet landelijk
Het gebruik van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) staat bij de Omgevingswet centraal. Met dit stelsel kunnen burgers vergunningen aanvragen en bijhouden hoever deze in procedure zijn, kan men de juridisch vastgestelde omgevingsplannen bekijken en kan men de data die de overheid gebruikt inzien. Dit stelsel, de landelijke voorziening van het DSO (DSO-LV), is in ontwikkeling bij het Rijk. De gemeentelijke overheden sluiten aan op deze voorziening en hebben hiervoor zelf afspraken gemaakt met softwareleveranciers.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Vorig jaar is besloten om de invoering van de Omgevingswet met een jaar uit te stellen vanwege de stevige implementatieopgave bij met name het DSO. De minimale eisen, o.a. bijvoorbeeld de dienstverlening aan de burger welke niet achteruit mag gaan, zijn door vertraging in de ontwikkeling van het DSO nog niet gehaald. Bij dit uitstel zijn tussen Rijk en VNG-afspraken gemaakt over wanneer het DSO wel gereed zou zijn, zodanig dat er voor de gemeenten nog tijd zou zijn voor het aanpassen van hun software op de landelijke voorziening, het inregelen van procedures en het trainen van medewerkers. Begin dit jaar hebben we geconstateerd dat er belangrijke deadlines wat betreft het DSO niet zijn gehaald. Zoals het er naar uit ziet, vindt de oplevering pas in het 3e of 4e kwartaal van dit jaar plaats. Daarmee bleef er voor de gemeenten te weinig tijd over om te zorgen voor een vloeiende overgang. Vanuit de gemeente, de G6 en de VNG is de afgelopen periode de zorg richting het ministerie uitgesproken over de vertraging en de invloed die dit kan hebben op het realiseren van (woning-) bouwprogramma’s en het verlenen van vergunningen. Gezamenlijk is geconstateerd dat de datum verschoven dient te worden naar 1 juli 2022, waarbij dan wel wordt verwacht dat het DSO-LV in oktober van dit jaar, 2021, gereed zal zijn.
Hiervoor wordt de huidige samenwerking tussen Rijk, softwareleveranciers en gemeenten verder geïntensiveerd. Ook wordt gekeken of tijdelijke maatregelen het halen van de planning kunnen bespoedigen.
2. Financiën Naast de zorgen over het DSO, zijn er ook zorgen over de financiën. Door het Rijk is een onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de implementatie en de structurele kosten voor alle overheden (gemeenten, provincie en waterschappen). Het landelijke beeld is dat de invoeringskosten van gemeenten fluctueren tussen € 1,4 en € 2,1 miljard totaal. Voor de gemeente Den Haag hebben we voor de periode 2016 -2021 een bedrag aan invoeringskosten uitgegeven van € 11,7 mln. Voor de jaren 2022-2023 wordt nog een bedrag van € 4,75 mln. verwacht. De structurele effecten zijn afhankelijk van (beleids)keuzes die gemeenten gaan maken. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om het omgevingsplan zo in te steken dat er nog veel leges opbrengsten binnen komen door weinig bouwactiviteiten vergunningsvrij te verklaren of door ruime opstelling van het omgevingsplan waardoor de kosten voor herzieningen en onderzoekskosten beperkt blijven. De bandbreedte van de structurele effecten is volgens het rapport tussen € 34 miljoen nadelig en € 168 miljoen positief. De terugverdientijd van de invoeringskosten fluctueert van 6 tot 19 jaar en in het meest negatieve scenario is er helemaal geen sprake van een terugverdientijd. Er bestaat dus een flinke bandbreedte waarbinnen deze effecten zich kunnen bevinden.
Bij de doorrekening is geen rekening gehouden met de gevolgen van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB), die naar verwachting in 2022/2023 in werking treedt. De invoering van de wet brengt met zich mee dat de gemeente minder (kleine) bouwvergunningen gaat verlenen. De bouwtechnische toets, die centraal staat in de vergunningverlening, verschuift voor een belangrijk deel naar de markt. De gemeente heeft dus geen preventieve toets meer, maar houdt wel de rol als toezichthouder op de naleving van het Bouwbesluit. Omdat er voor een deel van de bouwaanvragen die onder de WKB gaan vallen geen leges meer geheven kunnen worden, zal de toezichthoudende taak uit de algemene middelen gefinancierd moeten worden. Hiervoor is door BZK en VNG het artikel 2-onderzoek Financiële-verhoudingswet gestart. In de loop van de zomer worden daar de eerste resultaten van verwacht. De invoeringskosten en structurele effecten moeten volgens de bestuurlijke afspraken met elkaar in verhouding staan: de structurele effecten van de stelselwijziging zouden zó moeten zijn dat de investeringen op termijn kunnen worden terugverdiend. Echter op het moment dat de financiën niet leidend worden gemaakt voor de inrichting van de stad, zal de terugverdientijd niet plaatsvinden.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
3. Invoeringsstrategie voor Den Haag De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om op een andere manier aan te geven wat er in delen van de stad kan gebeuren. Voorbeeld hiervan is het omgevingsplan voor de Binckhorst waar de manier van bestemmen zorgt voor een andere manier van werken/organiseren/besluiten dan in traditionele bestemmingsplannen. Het invoeren van de wet heeft dan ook twee kanten: de technische en de inhoudelijke implementatie. Zoals ook in eerdere rapportages al is gemeld, heeft het college ervoor gekozen om de implementatie van de wet beleidsneutraal uit te voeren en te focussen op de technische implementatie op moment van inwerkingtreden van de wet. Hierdoor is de gemeente minder kwetsbaar bij eventuele vertragingen bij het inwerkingtreden van de wet en kan er beter worden ingespeeld op ontwikkelingen die de wet nog maakt. De wet geeft zelf een overgangsperiode/transitieperiode tot eind 2029 aan. Pas op die datum zullen alle onderdelen van het planologisch-juridisch kader omgezet zijn naar de Omgevingswet. Voor de implementatie van de wet zijn er dan ook twee perioden te onderscheiden: de periode voordat de wet in werking treedt en een transitieperiode die tot aan eind 2029 loopt. De periode voor inwerkingtreden In deze periode ligt de focus op alle activiteiten om in de gemeente Den Haag de Omgevingswet adequaat uit te kunnen voeren.
Doel van deze periode is het realiseren van de ‘must haves’ zodat de gemeente Den Haag op het moment van inwerkingtreden aan de eisen van de Omgevingswet voldoet. De focus ligt in deze periode vooral op het Vergunningen, Toezicht en Handhaving deel (VTH), het voorbereiden op het maken van een omgevingsplan en het aanschaffen en inregelen van nieuwe software en de aansluiting van de lokale systemen op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Nog te nemen besluiten voor inwerkingtreding Vanwege nieuwe of gewijzigde wettelijke instrumentarium is het noodzakelijk dat, voordat de Omgevingswet in werking treedt, er een aantal bestuurlijke besluiten genomen worden. Dat zijn de volgende besluiten: • •
• •
Raadsbesluit over het adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten ter vervanging van de Verklaring van geen bedenkingen (DSO.138357). Raadsbesluit over participatiebeleid Omgevingswet. Gevraagd wordt besluitvorming over het participatiebeleid en het aanpassen van de inspraakverordening. Daarnaast wordt uw inbreng ook gevraagd wat betreft participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Raadbesluit ten behoeve van het instellen van een adviescommissie die minimaal tot taak heeft te adviseren over omgevingsvergunningen voor rijksmonumenten. Raadsbesluit over aanpassing legesverordening.
Voor de eerste twee onderwerpen is een tweetal commissiebrieven beschikbaar. Het voorstel voor het instellen van een adviescommissie wordt in het derde kwartaal verwacht, het aanpassen van de legesverordening wordt in het vierde kwartaal aangeboden. Nu de invoeringsdatum halverwege het jaar is afgesproken, geldt deze legesverordening voor het eerste half jaar van 2022. In het tweede kwartaal van 2022 wordt nog een aangepaste legesverordening aangeboden.
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Wijze van behandelen Voor eenieder is de wet en al zijn consequenties in meer en mindere mate nieuwe materie. Het heeft dan ook de voorkeur om hier zorgvuldig mee om te gaan. Voorgesteld wordt om net als de eerdere werkwijze, dit te doen met allereerst het aanbieden van een commissiebrief, daarna een werkbespreking te houden en vervolgens het stuk als raadsvoorstel aan te bieden. De transitieperiode De transitieperiode loopt tot en met 2029. In deze periode vinden de inhoudelijke afwegingen plaats over de omgevingsvisie, het opstellen van het definitieve omgevingsplan, het dienstverleningsniveau, de participatie en wijze van uitvoering van de visie. In deze periode dient de gemeente (uiterlijk eind 2024) een omgevingsvisie te hebben gerealiseerd waarin de gemeente haar integrale lange termijnambitie vastlegt. Op basis hiervan wordt dan ook de omzetting van het tijdelijke omgevingsplan naar een definitieve variant gerealiseerd (een toelichting hierop vindt u in de brief ‘Omgevingswet: van bestemmingsplan naar omgevingsplan’, kenmerk DSO.10126661, RIS309060). Onderwerpen na inwerkingtreding Na de inwerkingtreding, de periode van 1 juli 2022 tot en met 2029, worden de volgende onderdelen opgepakt: •
•
•
•
•
Ambitieniveau: De ambitie van de gemeente m.b.t. de Omgevingswet speelt een belangrijke rol in hoe de wet wordt uitgevoerd binnen de organisatie. Dit hangt nauw samen met de inhoudelijke afwegingen over de inrichting van de stad. De mate waarin een andere manier van werken noodzakelijk is onder de Omgevingswet is sterk afhankelijk van de ambitie en de manier waarop we nu al werken. Er kan bijvoorbeeld globaler bestemd worden en voor meer vergunningsvrij worden gekozen. Participatie: Na het vaststellen van het beleid rondom participatie worden de instrumenten en de werkwijze verder uitgewerkt. Daarbij wordt de transitieperiode gebruikt om samen met bewoners te leren hoe gezamenlijk te komen tot een goede manier van participatie. Omgevingsvisie: De ambitie van de gemeente wordt vertaald in de omgevingsvisie. Deze dient uiterlijk 2024 te worden vastgesteld. De omgevingsvisie biedt het kader voor beleidsdocumenten en omgevingsplannen die betrekking hebben op het ontwikkelen, verbeteren en in stand houden van de fysieke leefomgeving. Programma’s: In de omgevingsvisie worden doelen en onderwerpen benoemd die verder geconcretiseerd (kunnen) worden in een programma. Naast de wettelijke verplichte programma’s (programma geluid, deze gaat bij inwerkingtreding in) heeft de gemeente de vrijheid om te werken met vrijwillige programma’s.
In deze laatste categorie laat de gemeente zien welke doelen belangrijk zijn om binnen een bepaalde termijn te behalen. Omgevingsplan: Op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet vormen alle bestemmingsplannen samen met de bruidsschat het tijdelijke omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan wordt in de transitieperiode omgebouwd tot een omgevingsplan conform de vereisten uit de Omgevingswet. Ook het uniformeren van bestaand beleid, het inpassen van nieuw beleid (zonder tegenstrijdigheden tussen oud en nieuw) en het opnemen van de bruidsschatregels
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
•
(regels die gedecentraliseerd worden door het Rijk) vallen hieronder. Uiterlijk in 2029 dient de gemeente het omgevingsplan nieuwe stijl, gebaseerd op de nieuwe regelgeving, af te hebben. Deze omzetting vindt zowel gebieds- als themagewijs plaats. Wat betreft de gebieden worden eerst de wijken buiten het centrum opgepakt. Voor de gebieden met de meeste ontwikkelingen zijn bestemmingsplannen in voorbereiding. Er is daarom geen noodzaak om daar direct een omgevingsplan te gaan voorbereiden. Daarnaast zijn wijken met grote gebiedsontwikkelingen gelijk complex. In de bestaande stad kunnen we ervaring op doen voor het maken van een omgevingsplan. Monitoring en evaluatie: Door de introductie van nieuwe (typen van) regels in het omgevingsplan heeft de Omgevingswet op uiteenlopende wijzen consequenties voor de monitoring. Dit kan leiden tot aanpassingen van de organisatie, processen en systemen. Vanaf medio 2022 wordt hiermee aan de slag gegaan.
Voor de hierboven beschreven punten waarop besluitvorming al bekend is, zijn verwerkt in de routekaart (zie bijlage 2). In deze routekaart wordt aangegeven wanneer welke besluiten wanneer verwacht kunnen worden. 4. Stand van zaken implementatie Informatievoorziening en aansluiten op het DSO De gemeente heeft voor de verschillende werkprocessen verschillende softwarepakketten van verschillende leveranciers. De systemen voor het onderhouden van het Omgevingsplan, voor het opstellen van Toepasbare Regels en voor het ontvangen en afhandelen van vergunningsaanvragen en meldingen zijn aangeschaft, geïnstalleerd en gekoppeld aan het DSO-LV. De applicaties worden nu getest enerzijds om ze in te passen in de Haagse ICT-infrastructuur en anderzijds om te waarborgen dat de eindgebruikers systemen geleverd krijgen die aan hun wensen voldoen. Tot nu toe verloopt het testen moeizaam, mede doordat het Rijk (DSO-LV) en de softwareleveranciers (voor de lokale applicaties) nog niet klaar zijn. Er wordt getest met producten die nog niet de volledige, stabiele functionaliteit bevatten. Hierdoor lopen de testwerkzaamheden uit, zoals ook het geval is bij andere gemeenten. De uitloop heeft consequenties voor de landing van de applicaties in de organisatie. Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) Het onderdeel VTH kent bij inwerkingtreding van de wet diverse inhoudelijke wijzigingen.
Zo is onder de Omgevingswet de reguliere procedure het uitgangspunt en de uitgebreide procedure de uitzondering. Het werkproces wordt hierop aangepast en ingericht. De beslistermijn voor de reguliere procedure is 8 weken (plus eenmalige verlenging van 6 weken). De uitgebreide procedure van 26 weken wordt een uitzondering. Dit brengt met zich mee dat plannen waar onder de WABO de langere afhandelingstermijn van 26 weken op van toepassing is, straks in vrijwel alle gevallen sneller afgehandeld moeten worden. Om deze snellere afhandeling te realiseren wordt het vooroverleg met de initiatiefnemer belangrijker. In dit vooroverleg kunnen plannen en de aanvraag van de initiatiefnemers in concept doorgenomen worden. Een onderwerp als participatie met de omgeving krijgt ook een plek in dit overleg. Daarnaast wordt de huidige verklaring van geen bedenkingen onder de Omgevingswet vervangen door bindend advies van de raad. De werkzaamheden om bovenstaande wijzigingen te borgen in de organisatie zijn in volle gang. Een voorstel m.b.t. het bindend advies is in voorbereiding en wordt op korte termijn in procedure gebracht.
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Op het gebied van toezicht en handhaving wordt onderzocht in welke mate dit proces meer integraal kan worden ingericht. Door middel van de ‘naleeftafel’ wordt de naleving van regelgeving door de verschillende uitvoeringsorganisaties op elkaar afgestemd. De komende maanden wordt hiermee een start gemaakt. Omgevingsplan (inclusief bruidsschat) Ambtelijk is gestart met een pilot om te oefenen voor het opstellen van een omgevingsplan. Door met het opstellen van een nu nog fictief omgevingsplan aan de slag te gaan, wordt er zowel inhoudelijk als procedureel ontdekt wat er bij komt kijken. Dit vraagt namelijk fundamenteel andere en aanvullende vakkennis van de juristen die zich nu bezighouden met bestemmingsplannen. Er is nieuwe software aangeschaft voor het opstellen en wijzigen van het omgevingsplan. Implementatie hiervan is in volle gang. De inventarisatie en analyse van de bruidsschat en de instructieregels van Rijk en provincie loopt. Daarnaast bereiden wij ons voor op het (tijdelijk) werken met twee wettelijke regimes, de Wro/Wabo en de Omgevingswet (een toelichting hierop vindt u in de brief ‘Omgevingswet: van bestemmingsplan naar omgevingsplan’, kenmerk DSO.10126661, RIS309060). Omgevingsvisie Na de bespreking van de startnotitie in de commissie ruimte (13 januari 2021) is gestart met het maken van het ambitiedocument.
Hierin wordt de onderzoeksagenda en het werkproces beschreven en is opgenomen wat de diepgang en reikwijdte van de omgevingsvisie Den Haag op hoofdlijnen wordt. Ook is dit het startdocument voor de participatie conform de Inspraak- en participatieverordening. Na besluitvorming (voor het zomerreces) over het ambitiedocument wordt dit vertaald in de formele notitie reikwijdte en detailniveau. Het accent van onderzoek en participatie ligt in het tweede halfjaar van 2021. Eén en ander onder voorbehoud van het verkrijgen van voldoende financiële middelen. Een voorstel voor de benodigde middelen maakt deel uit van de besluitvorming over het ambitiedocument. Participatie (Haags samenspel) Per kerninstrument van de Omgevingswet is uiteengezet welke stappen genomen moeten worden om te komen tot de participatie zoals de Omgevingswet beoogt. Deze stappen zijn uitgewerkt in een roadmap. De roadmap geeft een overzicht van wat we het komende jaar (en daarna) gaan doen, wanneer we dat gaan doen, wat we opleveren en welke beslismomenten er komen. Daarnaast is er samen met Haags Samenspel gewerkt aan een participatiekompas. Vanuit het kompas wordt de leidraad voor participatie opgesteld. Deze leidraad gaat uiteindelijk onderdeel uitmaken van de nieuwe Participatieverordening Den Haag, zoals toegelicht in de werkbespreking van afgelopen maart.
In de leidraad wordt onder meer ingegaan op de algemene uitgangspunten, de doelgroepen en stakeholders, de uitvoering per kerninstrument, de benodigde digitale omgeving en monitoring en evaluatie. De planning is om een concept leidraad voor het onderdeel omgevingsvergunningen voor de zomer op te leveren. Voor het omgevingsplan volgt een concept in het derde kwartaal. Leer- en ontwikkeltraject Om de organisatie voor te bereiden op de Omgevingswet wordt er een leer-en ontwikkeltraject opgezet. Na een verkennende fase, waarin het voeren van gesprekken binnen de organisatie een belangrijk onderdeel vormde, ligt er nu een plan welke aanstuurt op cursussen na de zomer. Naast dat de cursussen zich focussen op de algemene kennis rondom de Omgevingswet, zullen er ook verdiepende cursussen worden aangeboden. Het leer-en ontwikkeltraject stopt niet op het moment van inwerkingtreding van de wet, ook na inwerkingtreding worden er cursussen aangeboden.
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Omgevingsplan Binckhorst Verder gaan de werkzaamheden m.b.t. het omgevingsplan Binckhorst (waarmee wordt vooruit gelopen op het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) gestaag door. Focus hierbij ligt op de doorontwikkeling van de methodiek en het wennen aan de nieuwe manier van werken en het anders denken. Recent heeft een zitting bij de Raad van State plaatsgevonden. Op de uitspraak is het echter nog even wachten. Op basis van de zitting zijn alvast enkele lessen te leren. Zo is naar voren gekomen dat de gemeente de rechten van bestaande bedrijven en de rechtszekerheid scherp voor ogen moet houden. Ook de vindbaarheid en toegankelijkheid van informatie m.b.t. het omgevingsplan bleek tijdens de zitting een aandachtspunt. Na de zomer wordt een tussenbericht op hoofdlijnen gestuurd van de tot nu toe uitgevoerde evaluatie omgevingsplan Binckhorst. In de eindevaluatie wordt ook de uitspraak van de Raad van State betrokken. Deze wordt in het najaar verwacht. 5. Tot slot Nu de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt wederom is verschoven, gaan we deze ‘extra’ tijd vooral inzetten om ervoor te zorgen dat iedereen binnen de gemeentelijke organisatie weet wat hij of zij moet doen als de wet van kracht is. Ondertussen nemen we ook zoveel mogelijk de burgers en private partijen mee in de veranderende regels rondom de fysieke leefomgeving. Met vriendelijke groet, Anne Mulder
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Bijlage 1: Voor te leggen voorstellen De volgende onderdelen worden aan de raad voorgelegd: Onderdelen met een * behoeven een werksessie met de raad alvorens een voorstel wordt voorgelegd. Omgevingsvisie* 1. Besluitvorming over de Omgevingsvisie (verplicht uiterlijk 1-1-2024) Gemeenten moeten uiterlijk op 1 januari 2024 een door de raad vastgestelde omgevingsvisie hebben. 2.
Besluitvorming over de planMER Voor de omgevingsvisie wordt een milieueffectrapportage (mer) opgesteld. Dit is verplicht, omdat de omgevingsvisie een kader gaat bieden voor mer-plichtige activiteiten. Als eerst stap in de planMER wordt een notitie van reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld. Voor deze NRD wordt een zienswijzeprocedure gevolgd. De planMER moet door de raad vastgesteld worden. De planning hiervoor loopt parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie.
Omgevingsplan 3. Besluitvorming over omgevingsplan en opname rijksregels (bruidsschat) Alle gemeenten moeten uiterlijk 1-1-2029 een gemeente dekkend omgevingsplan hebben. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet is er dus een aantal jaren de tijd om hiernaar toe te groeien. Het omgevingsplan is een nieuwe planvorm waarin alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden vastgelegd. Het gaat om regels die nu in bestemmingsplannen, lokale verordeningen en rijksregels die naar de gemeenten komen (bruidsschat) zijn opgenomen Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet worden zo’n 600 regels vanuit het Rijk overgedragen aan de gemeenten. Gemeenten kunnen vervolgens zelf bepalen wat ze met deze regels willen doen: overnemen, schrappen of aanpassen. Zolang gemeenten hierover geen besluit hebben genomen blijven de regels van kracht (overgangsrecht). Vanaf 1-1-2029 vervalt de bruidsschat, omdat er dan een gemeente dekkend omgevingsplan moet zijn. Een toelichting op de werkwijze vindt u in de brief ‘Omgevingswet: van bestemmingsplan naar Omgevingsplan, kenmerk DSO.10126661, RIS309060). Omgevingsprogramma* 4. Besluitvorming omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen om de doelen en ambities uit de omgevingsvisie verder uit te werken voor de ontwikkeling, het beheer, behoud en bescherming van de fysieke leefomgeving.
Daarnaast wordt een programma vastgesteld om te voldoen aan omgevingswaarden of aan andere doelen voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet formuleert een aantal wettelijk verplichte programma’s, waarvan er tenminste één voor gemeente Den Haag van toepassing is: het actieplan geluid. Overige programma’s zijn in beginsel geen verplichting. Bij de operationalisering van beleidsdoelen uit een omgevingsvisie kunnen programma’s volgen, welke dus ook na inwerkingtreding worden vastgesteld.
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
Omgevingsplaninitiatieven en –activiteiten (inclusief omgevingsvergunning) 5. Besluitvorming aanpassen leges(verordening) Gemeenten moeten vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet de leges(verordening) aangepast hebben. Dit betreft twee onderdelen: a) aanpassing vanuit wettelijke eisen b) aanpassingen vanuit keuzes die samenhangen met de gemeentelijke filosofie op regulering 6.
Besluitvorming adviesrecht raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten * In de huidige situatie kan het college een vergunning afgeven voor afwijkingen van een bestemmingsplan, waarvoor de bevoegdheid niet in het bestemmingsplan zelf staat maar in de wet. Nu is de raad hierbij betrokken via de verklaring van geen bedenkingen. In de toekomst kan de raad gevallen aanwijzen van ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’, waarvoor de raad adviesrecht krijgt. Dit is een bindend adviesrecht.
Commissie(s) 7. Besluitvorming over de (gemeentelijke) adviescommissie De wet verplicht het instellen van een (gemeentelijke) adviescommissie voor vergunningaanvragen voor rijksmonumenten. Deze commissie moet voor inwerkingtreding van de wet aangesteld zijn. De wet kent géén overgangsrecht voor de huidige welstandscommissie en monumentencommissie. Zonder verdere actie zou de betekenen dat (de taken van de) welstandcommissie en monumentencommissie komen te vervallen. De wet kent de mogelijkheid om de verplichte gemeentelijke adviescommissie een uitgebreidere adviesrol te geven dan alleen de toetsing van vergunningaanvragen voor rijksmonumenten. De taken van de huidige welstandscommissie en de huidige monumentencommissie worden hierin meegenomen. Participatie 8. Besluitvorming over het participatiebeleid en het aanpassen van de inspraakverordening De Omgevingswet gaat ervan uit dat inwoners, ondernemers en belanghebbenden vooraf betrokken worden bij de ontwikkeling van beleid en de uitvoering van projecten. Bij de besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer over de Invoeringswet Omgevingswet in februari 2020 is een motie ingediend om participatie nog steviger te verankeren in de wet. Hoe dat juridisch vertaald gaat worden, is landelijk nog in onderzoek. De gemeente Den Haag vindt het belangrijk dat burgers zich betrokken voelen bij wat er speelt in de stad.
De Haagse inspraak- en participatieverordening wordt nu herzien, verwacht wordt dat deze in het 1ste kwartaal van 2022 aan de raad kan worden voorgelegd ter besluitvorming. Voor de participatie onder de Omgevingswet wordt samen met Haags Samenspel een leidraad opgesteld. 9.
Besluitvorming over participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie bij initiatieven (ook van derden) is verplicht bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit indien de raad heeft besloten dat bij dat type activiteit een participatieverplichting geldt. De raad kan daarbij tevens op hoofdlijnen aangeven waaraan deze participatie moet voldoen. Daarbij ligt de nadruk op de kwaliteit van het participatieproces, niet op de uitkomst. De raad moet, indien zij dit wenst, wel een besluit nemen voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zij deze verplichting op wil leggen.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10120329
BIJLAGE 2. ROUTEKAART (In geval digitale versie: inzoomen om leesbaarheid te vergroten)
10/10