CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309978 Bijlage

Commissie Ruimte 13 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Programmabegroting 2022-2025 (incl. bijstellingen huidig uitvoeringsjaar 2021)9.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meerjarenprognose

Grondexploitaties

2021

Inhoud Samenvatting

3

1. STEDELIJKE ONTWIKKELING

7

3. FINANCIELE STAND GRONDEXPLOITATIES

24

1.1

Inleiding

7

3.1

Inleiding

24

1.2

Trends en ontwikkelingen

7

3.2

Financiële stand grondexploitaties

24

1.3

Samen voor de Stad

10

3.3

Financiële stand verbonden partijen

26

1.4

Voortgang stedelijke ontwikkeling

11

1.5

Conclusie opgave stedelijke ontwikkeling

14

2. GRONDEXPLOITATIEPORTEFEUILLE

4. WEERSTANDSCAPACITEIT GRONDBEDRIJF

29

4.1

Inleiding

29

18

4.2

Werking Reserve Grondbedrijf en risicoanalyse

29

2.1

Inleiding

18

4.3

Benodigde weerstandscapaciteit

31

2.2

Relatie met P&C-cyclus

18

4.4

Aanwezige weerstandscapaciteit

32

2.3

Wet- en regelgeving

19

4.5

Conclusie opgave grondbedrijf

33

2.4

Grondexploitaties

20

2.5

Programma uitgifte woningbouw

20

2.6

Programma uitgifte niet-woningbouw

22

2 | MPG 2021

SAMENVATTING Doelstelling De Meerjarenprognose Grondexploitaties (hierna MPG) van de gemeente Den Haag geeft inzicht in de uitvoering van het Haagse grondbeleid. Daarbij wordt in deze MPG het volledige programma stedelijke ontwikkeling inzichtelijk gemaakt en afgezet tegen de voor­ genomen ambities, met onderscheid tussen stedelijke ontwikkeling onder gemeentelijk regie (actief grondbeleid) en door private partijen (faciliterend grondbeleid). Daarnaast wordt geschetst welke voor­ genomen ontwikkeling in de prioritaire gebieden wordt voorzien. Naast een overzicht van de stedelijke ontwikkeling op ­hoofdlijnen gaat de MPG in op het Haags actief grondbeleid, bestaande uit de gemeentelijke grondexploitaties en grondexploitaties van de verbonden partijen. In het transformatieproces worden deze ­‘bouwgronden in exploitatie’ (BIE) omgevormd naar bouwrijpe grond om (opnieuw) te worden bebouwd. Van de operationele grond­ exploitaties wordt inzicht gegeven in financiën en risico’s door een integrale actualisatie van de begroting, het exploitatiesaldo en de risico­analyse. De MPG geeft invulling aan de BBV-verplichting om tenminste jaarlijks de projectenportefeuille te actualiseren en dient als onderbouwing bij de Programmabegroting.

Op basis van de risicoanalyses wordt bepaald of de aanwezige ­weerstandscapaciteit – in de vorm van de Reserve Grondbedrijf (RGB) – meerjarig van voldoende omvang is om risico’s op grondexploitaties, klusobjecten en verbonden partijen op te kunnen vangen zonder dat het direct effect heeft op de gemeentelijke begroting.

3 | MPG 2021

Voortgang stedelijke ontwikkeling

Financieel resultaat MPG 2021

De gemeente Den Haag heeft hoge ambities voor stedelijke

Het geprognotiseerde resultaat van de totale grondexploitatie­

ontwikkeling­­­­­. De doelstelling is om tot 2040 minstens 50.000

portefeuille is € 167,9 mln. negatief (netto contante waarde

woningen te bouwen inclusief een duurzame inrichting van de

1 januari 2021). Ten opzichte van de MPG 2020 is dit een

openbare buitenruimte. Met de verdichting van de stad worden

verslechtering­­­­­van circa € 7,5 mln. Dit wordt voor een groot deel

kwaliteitsaspecten nog belangrijker doordat de stad intensiever

verklaard door autonome effecten (rente en inflatie) en door

wordt gebruikt en hogere eisen worden gesteld aan de leefomgeving.

tussentijdse­­­­­ winstneming.

Om de gestelde ambities te kunnen realiseren zijn de afgelopen

De verschillen zijn grotendeels al verklaard bij de programma­

jaren veel nieuwe (particuliere) plannen tot stand gekomen.

rekening 2020. In paragraaf 3.2, en in de projectrapportages in de

Meer dan de helft van de op dit moment voorziene plannen bevindt

geheime bijlage, wordt hier uitgebreider op ingegaan.

zich in de initiatief- en definitiefase. De komende jaren zal de nadruk komen te liggen op het daadwerkelijk tot uitvoering brengen van

Kijkend naar de risico’s die binnen de portefeuille worden voorzien

deze complexe binnenstedelijke plannen, welke over het algemeen

is de vijfjaarsprognose dat de RGB van voldoende omvang is om

een lange voorbereidingstijd kennen.

risico’s en structurele afdrachten te kunnen opvangen. De maximaal benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 39 mln. terwijl de

Stedelijke ontwikkeling wordt voor een groot deel gerealiseerd

reserve per 1-1-2021 € 58,5 mln. groot is. Door een jaarlijkse afdracht

middels faciliterend grondbeleid. Dit vraagt om een sturende rol

aan het budgettair kader wordt voor € 17,8 mln. de komende jaren

van de gemeente. Rekening houdend met de complexiteit van

van deze overmaat afgeroomd. Dit bekent dat er naar verwachting

binnen­stedelijk verdichten en het optreden van planuitval en

een surplus in de reserve is van € 1,7 mln.

plan­vertraging­­­­­­­, is het noodzakelijk om nieuwe ontwikkellocaties te blijven toevoegen. Dit kunnen marktinitiatieven zijn maar ook

Voorliggend MPG is opgesteld, voordat de verklaring van de GAD

gemeentelijke initiatieven.

over de Jaarrekening 2020 is beschikbaar. Dit betekent dat eventuele uitkomsten (nog) niet zijn verwerkt.

De grondexploitaties dragen voor een belangrijk deel bij aan de beschikbaarheid van bouwlocaties in de periode 2021-2026. Echter, de huidige grondexploitatieportefeuille (actief grondbeleid) neemt de komende jaren snel in omvang af.

4 | MPG 2021

Leeswijzer De MPG bestaat uit een hoofdrapport en een geheime bijlage. ­Voorliggend hoofd­ rapport is openbaar. Hierin wordt inzicht gegeven in de voortgang van stedelijke ontwikkeling, gemeentelijke gronduitgifte en de benodigde en aanwezige weerstand­scapaciteit van het gemeentelijk grondbedrijf. De bijlage MPG 2021 is geheim. Hierin wordt inzicht geboden in de project­ portefeuille en zijn de projectrapportages opgenomen van de operationele ­grondexploitaties met een resterende omzet van meer dan € 2,5 mln. Dit betreft bij deze MPG 24 gemeentelijke grondexploitaties en de vier verbonden partijen. Deze selectie is op basis van financiele omvang gemaakt en wijkt af van bijvoor­ beeld de lijst van ‘High risk-projecten’.

5 | MPG 2021

STEDELIJKE ONTWIKKELING

1

> Inleiding > Trends en ontwikkelingen > Samen voor de Stad > Voortgang stedelijke ontwikkeling > Conclusie opgave stedelijke ontwikkeling

6 | MPG 2021

1. STEDELIJKE ONTWIKKELING 1.1 Inleiding

1.2 Trends en ontwikkelingen

Gemeente Den Haag heeft grote ambities ten aanzien van haar

Stedelijke ontwikkeling in Den Haag vindt plaats in een nationale en

stedelijke ontwikkeling. Het gemeentelijk grondbeleid biedt

regionale context. Het is daarom van belang om inzicht te hebben

handvaten om hieraan uitvoering te geven. Bij stedelijke ontwikke­

in de economische ontwikkelingen en specifiek die op de vastgoed­

ling gaat het om het volledige scala aan programmering, bestaande

markten. Grondexploitaties zijn gevoelig voor prijsontwikkelingen

uit woningbouw, kantorenontwikkeling, bedrijventerreinen,

met betrekking tot zowel kosten als opbrengsten en worden door­

commerciële voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen.

gerekend op basis van diverse aannames over toekomstige ontwik­

Randvoorwaarde voor het goed functioneren van deze functies is het

kelingen. In deze paragraaf worden daarom de belangrijkste trends

realiseren van een bijbehorend kwalitatief hoogwaardige openbare

en ontwikkelingen met betrekking tot stedelijke ontwikkeling

ruimte.

toegelicht.

Stedelijke ontwikkeling vindt plaats in een bredere context.

Economie

Daarom wordt in dit hoofdstuk allereerst een overzicht gegeven

Het afgelopen jaar kenmerkt zich door een economie die door

van de belangrijkste trends en ontwikkelingen, voor zover deze van

toedoen van de coronacrisis landelijk met 3,7% is gekrompen.

invloed zijn op ruimtelijke ontwikkeling in Den Haag. Hierbij zal

In augustus 2020 voorspelde het CPB echter nog een daling van

worden ingegaan op de ontwikkelingen in vastgoedmarkten,

5%. De economische krimp is grotendeels toe te schrijven aan de

maar ook op de ontwikkelingen in de bouwsector. Vervolgens worden

lagere consumptie door huishoudens. Door toedoen van de tweede

de ambities voor stedelijke programmering toegelicht, welke de

lockdown vanaf half december 2020 heeft deze lagere consumptie

input vormen voor de uitvoering van het grondbeleid. De voortgang

zich voortgezet in 2021.

1

in het programma stedelijke ontwikkeling wordt daarna toegelicht, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen particuliere ontwik­

Hier staat tegenover dat zowel het producentenvertrouwen als het

kelingen (faciliterend grondbeleid) en gemeentelijke ontwikkelingen

consumentenvertrouwen na de dip in maart 2020 een stijgende

(actief grondbeleid). De MPG richt zich in financiële zin primair op

lijn kennen en het producentenvertrouwen inmiddels weer op het

deze gemeentelijke projecten (grondexploitaties en klusobjecten) en

niveau van voor de coronacrisis zit.

projecten waarin de gemeente participeert (via deelnemingen).

7 | MPG 2021

In maart 2021 heeft het CPB aangegeven voor 2021 een groei van

Woningmarkt

2,2% te verwachten en in 2022 een groei van 3,5%. In ­tegenstelling

Den Haag is de afgelopen tien jaar flink gegroeid en deze groei zet

tot eerdere verwachtingen is de werkloosheid vorig jaar minder

gestaag door. Zo telde Den Haag in 2019 ruim 539.000 inwoners en

gestegen. In 2020 was deze 3,8%, voor 2021 wordt 4,4% verwacht en

is dit aantal per 1 januari 2021 gegroeid naar 547.757. De komende

in 2022 4,7%.

jaren groeit de Haagse bevolking naar verwachting verder door

1

naar circa 596.000 in 2030 en circa 625.000 in 2040. Daarbij zal het Voor wat betreft de koopkracht wordt voor 2021 nog een zeer

aandeel eenpersoonshuishoudens flink toenemen, net als het aantal

beperkte groei verwacht, gevolgd door een afname in 2022. Dit met

huishoudens in de sociale doelgroep terwijl daar de wachttijd de

name als gevolg van mindere loonstijgingen door de coronacrisis.

afgelopen jaren al verdubbeld is.

Voor de bouwsector geldt dat de krimp in 2020 zeer beperkt is

De gunstige economische ontwikkeling, de lage hypotheekrente en

geweest, doch dat deze krimp niet per se het gevolg was van corona

de stijgende koopkracht hebben de woningmarkt de laatste jaren

(bron: o.a. Sectorprognose Bouw, ABN-AMRO, 26 feb 2021) doch

opgestuwd naar grote hoogte. Het beschikbare aanbod neemt

meer gerelateerd is aan stikstofproblematiek, PFAS en tekort aan

sterk af (in april 2021 publiceerde de NVM dat het aanbod in de

bouwpersoneel.

afgelopen 25 jaar nog nooit zo laag is geweest) en de stijging van de ­huizenprijzen in 2020 zijn ongekend (NVM april 2021, landelijk 15%

In voornoemde sectorprognose wordt aangegeven dat door de

gestegen en verwacht het komende jaar nog 8-10%). Tegelijk lijken de

krimp er waarschijnlijk een gunstig effect zou zijn op de bouw­

hypotheekrenten niet verder te kunnen dalen en kan een eventuele

kosten. Enerzijds door het feit dat de projecten met eigen personeel

stijging gelijk grote effecten op de woningmarkt hebben.

kunnen worden gebouwd en anderzijds afname materiaalkosten door minder grote vraag. Met name dat tweede argument lijkt

De stijging van de bouwkosten en anderzijds de stijging van de

inmiddels al achterhaald. Afgelopen maanden blijkt er grote krapte

huizenprijzen zal invloed hebben op de betaalbaarheid van woningen.

op de bouwmaterialenmarkt. Zo zijn de prijzen voor hout bijvoor­

Voor instappers op de koopmarkt zal het steeds lastiger worden.

beeld verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. Ook de staalprijzen zijn inmiddels flink opgelopen en de kosten voor isolatiemateriaal.

Deze ontwikkeling kan de financiële haalbaarheid van andere beleids­

Naar verwachting zullen deze stijgingen nog even aanhouden en

ambities verder onder druk zetten, zoals (ruimtelijke) kwaliteit,

daarmee van grote invloed worden bij de financiële haalbaarheid van

­additionele duurzaamheidseisen en/of een minimale omvang van de

plannen en het opstarten van bouwplannen.

woning. Bijzonderheden in het afgelopen jaar zijn dat door Corona expats deels weg zijn gebleven, waardoor in het topsegment de huur­ ontwikkeling beperkt is gebleven. Daarnaast zijn voor de wijzigen in

8 | MPG 2021

de overdrachtsbelasting nog veel woningen door beleggers gekocht,

worden als ontwikkellocatie is daardoor uiterst schaars. Dit betekent

wat ook invloed heeft op de huurmarkt. De impact en een eventueel

dat de toekomstige ontwikkelingen voornamelijk herontwikkeling

inhaaleffect op de woningmarkt zal nog echt moeten blijken.

­­­­ en­­­­­­­­­­­/of sloop-nieuwbouw zullen zijn. Bij privaat eigendom heeft de gemeente minder directe controle op de uitkomsten van de

Commercieel vastgoed

ontwikkeling en is zij afhankelijker van haar publiekrechtelijke

Ondanks de voorspellingen vorig jaar is de commerciële vastgoed­

sturings­middelen en de samenwerking met de eigenaar/ontwik­

markt afgelopen jaar redelijk overeind gebleven (NVM Business,

kelaar. Dit heeft ook gevolgen voor de mate waarin de gemeente

stand van zaken Commercieel vastgoed 2021). Dit was mede

invulling kan geven aan haar wensen middels ruimtelijke ontwik­

te danken aan de uitgebreide steunpakketten van de overheid.

kelingen. De grondexploitaties van de gemeente worden daarbij

Op de winkelmarkt zijn de transactievolumes op peil gebleven.

in de komende 3 tot 4 jaar grotendeels afgerond, waardoor de

De bedrijfsruimtemarkt wist zich, met name door de grote vraag

woningbouw­productie daar af neemt.

1

naar distributie­centra, eveneens staande te houden. De kantoren­ markt heeft daarentegen wel te maken gehad met een ­teruglopende

Het feit dat toekomstige projecten veelal herontwikkeling en/of

vraag en daardoor een dalende afzet van 25%. Deze daling was

sloop-nieuwbouw zullen zijn, legt additionele druk op de finan­

met name in de grotere steden, waaronder Den Haag, zichtbaar en

ciële­haalbaarheid van projecten. De vaak hogere inbrengwaarde

betrof daarbij vooral de grotere transacties. De grote transacties die

en de kosten met betrekking tot slopen en saneren kan betekenen

wel hebben plaatsgevonden in Den Haag waren met name in het

dat bij toekomstige projecten geprioriteerd moet worden tussen

Beatrixkwartier.

verschillende publieke doelen of dat de plannen alleen mogelijk zijn met extra (gemeentelijke) bijdragen. Er komen vanuit het Rijk

Voor 2021 en 2022 wordt door de meeste voorspellers wel een daling

ook middelen beschikbaar voor de woningbouwopgave, echter

op de commerciële markt verwacht. Bij winkelvastgoed zal zich dat

dit vraagt veelal wel co-financiering van de gemeente. Het is

concentreren op stedelijke winkelstraten. Ook een gevolg van de trend

opportuun om als gemeente actiever te opereren om meer grip te

van online winkelen die al voor de coronacrisis zijn entree deed.

krijgen op de gewenste verhoging van de woningbouwproductie en ­specifieke segmenten daarbinnen. De komende maanden zal onder­

Voor kantoren zal de vraag naar A-locaties groot blijven en ligt de

zocht worden waar dit mogelijk is en welke instrumenten verder

focus op bijvoorbeeld duurzaamheid.

ingezet kunnen worden om de gestelde beleidsdoelen te behalen. Bredere toepassing van actief grondbeleid of actieve verwerving van

Beschikbaarheid bouwgrond

grond of vastgoed, zijn daarbij belangrijke denkrichtingen, maar

Den Haag is de meest dichtbevolkte grote stad van Nederland.

dit zal wel ook een aanzienlijke inzet van gemeentelijke middelen

Onbebouwde­­­­­grond binnen de gemeente die mogelijk ingezet kan

vragen.

9 | MPG 2021

1.3 Samen voor de Stad

gesteld dat op specifieke locaties kantorenaanbod dient te worden toegevoegd om tegemoet te komen aan de kwalitatieve tekorten.

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de ­belangrijkste

De voornaamste locaties zijn de IZ en het CID. Het streefbeeld is een

ambities van de gemeente Den Haag op het vlak van stedelijke

toevoeging van meer dan 200.000 m² bruto vloeroppervlak. In de

ontwikkeling. Het totaal van deze ambities vormt namelijk de input

bedrijventerreinenstrategie (RIS 299341) is de ambitie vastgelegd

voor de uitvoering van het grondbeleid. Het grondbeleid gaat over

om binnenstedelijke bedrijventerreinen te vernieuwen middels

de implementatie van alle beleidsambities met een ruimtelijke

intensivering en verduurzaming.

1

component. De ambities van de gemeente Den Haag op het gebied van stedelijke ontwikkeling zijn vastgelegd in het Coalitieakkoord

Grote gebiedsontwikkeling

“Samen voor de stad” uit 2019, waarin wordt aangesloten bij de

Per saldo is de hoofddoelstelling van stedelijke ontwikkeling niet

uitgangspunten van de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS 295016).

het toevoegen van stedelijke functies, maar het verbeteren van het ­functioneren van gebieden. Als het gaat om het realiseren van

Woningbouw

deze kwantitatieve en kwalitatieve opgave, ligt de focus op een

In de Agenda Ruimte voor de Stad is opgenomen dat de ­doelstelling

aantal grote gebiedsontwikkelingen waar een groot deel van de

is om tot 2040 circa 50.000 nieuwe woningen te realiseren.

te ­realiseren opgave terecht moet komen; het Central Innovation

In aanvulling op deze kwantitatieve opgave zijn diverse kwalita­

District (CID), Binckhorst en Zuidwest.

tieve uitgangspunten geformuleerd voor de totstandkoming van aantrekkelijke stedelijke milieus. In de Woonagenda 2020-2023

De complexiteit van binnenstedelijke verdichting in combinatie­

(RIS305711) is het uitgangspunt vastgelegd dat bij nieuwbouw­

met de verschillende gemeentelijke ambities vragen een integrale

projecten minimaal 30% sociale huurwoningen en 20% middeldure

en gebiedsgerichte aanpak. In de Haagse nota hoogbouw

huur­woningen moeten worden gerealiseerd. Ook is de ambitie uit­

Eyeline & Skyline (RIS 298448) zijn de uitgangspunten voor

gesproken om 4.000 woningen per jaar te bouwen en is het streven

verdichting verder uitgewerkt, waarbij de nadruk ligt op slim

om 20% betaalbare koopwoningen toe te voegen.

groeien. Door te i­ nvesteren in integrale gebiedsontwikkelingen wordt niet alleen vastgoed toegevoegd, maar is ook nadrukkelijk

Niet-woningbouw

aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte op ooghoogte.

Naast woningbouw stelt de Agenda Ruimte voor de Stad dat economische functies, zoals kantoren en bedrijven, tot ontwikke­

Een ander belangrijke ambitie uit het Coalitieakkoord is klimaat­

ling moeten komen in de Internationale Zone (IZ) en het Central

neutrale realisatie van nieuwbouw en grootschalige renovatie,

­Innovation District (CID). Voor de kantorenmarkt geldt dat in 2018 de

dus zonder aansluiting op aardgas.

Kantorenstrategie is vastgesteld (RIS 300807), waarin de ambitie is

10 | MPG 2021

1.4 Voortgang stedelijke ontwikkeling

aandacht moeten blijven uitgaan naar het toevoegen van nieuwe plannen voor de middellange termijn.

In deze paragraaf wordt een globaal beeld geschetst van de totale stedelijke programmering en de opbouw daarbinnen, in hoofdstuk 2

Daarnaast is het zo dat bij binnenstedelijk verdichten pas sprake

wordt specifiek ingezoomd op de ontwikkeling van de actieve grond­

is van een netto toename als ook rekening gehouden wordt met

exploitatieportefeuille. Peildatum van de in deze kwantitatieve

eventueel te slopen woningen. In welke mate hier sprake van

analyse gebruikte gegevens is 1-1-2021.

is hangt af van de locatie. Duidelijk is dat, gegeven de ambitie,

1

de opgave groot is.

Woningbouw (totaal) Om invulling te geven aan de woningbouwambities is het belangrijk

18000

dat er voldoende plannen zijn. Het planvormingsproces van initiatief

16000

tot realisatie en oplevering neemt namelijk enkele jaren in beslag.

14000

Toen de woningmarkt na de kredietcrisis weer aantrok werden plannen die al op de plank lagen snel tot uitvoering gebracht. Om ook na 2021 te kunnen blijven voldoen aan de ambitiedoel­ stellingen is het echter noodzakelijk dat planvorming doorgaat en tot uitvoering wordt gebracht.

12000 10000 8000 6000 4000

De huidige planvoorraad (peildatum 1-1-2021) bestaat uit circa 40.000 op te leveren woningen. Het grootste deel van deze plannen bevindt zich nog in de voorfase (initiatief- en definitiefase), zie grafiek 1.1. Ten opzichte van de MPG2020 is de planvoorraad

2000 0

Initiatief/ definitiefase

Ontwikkelfase

Vergunnings- Voorbereidings- Uitvoeringsfase fase fase

Grafiek 1.1 Stedelijke programmering woningbouw naar planfase

gestegen, naast het natuurlijk verloop van projecten, is door nadere uitwerking van projecten in Zuidwest de planvoorraad meer toe­­

Het totaal aan woningbouwplannen (huidige en verwachte plannen)

genomen. Het is inherent aan het planvormingsproces dat een deel

is gecategoriseerd naar initiatiefnemer (zie grafiek 1.2). Voor circa

van de plannen in de voorfase afvallen om redenen als financiële

17% van deze woningbouwplannen vervult de gemeente naar

haalbaarheid, planologische randvoorwaarden of weerstand vanuit

verwachting een actieve rol in de planontwikkeling en realisatie

de omgeving. Vanwege het onvermijdelijke optreden van planuitval

(gemeentelijke grondexploitaties). Daarnaast zijn er enkele samen­

en -vertraging is een grotere plancapaciteit noodzakelijk dan de

werkingsverbanden (PPS) en kleinschalig opdrachtgeverschap (KO),

feitelijke behoefte. Tegen deze achtergrond bezien zal de komende

echter het overgrote deel van de geplande stedelijke ontwikkeling

jaren sturing op de voortgang in de huidige plannen nodig zijn en

voor woningbouw komt voort uit particuliere/markt initiatieven.

11 | MPG 2021

Bij sociale woningbouw, verhuurd door marktpartijen (‘particulier

30000

sociaal’) worden voorwaarden gesteld; en

25000

• Studentenwoningen worden niet meegeteld in de stedelijke ambitie voor de realisatie van 30% sociale woningbouw, maar

20000

studentenwoningen gerealiseerd door toegelaten instellingen als DUWO tellen wel mee voor de eis van 30% sociaal op projectniveau.

15000

Het sociale programma dient wel elders in de stad gecompenseerd

10000

te worden.

5000 0

1

Om het aanbod van woningen in het goedkope en middensegment Grondexploitatie

Particulier

Samenwerking

Grafiek 1.2 Stedelijke programmering woningbouw naar type plan

te laten groeien is in de Woonagenda 2020-2023 (RIS305711) naast de beleidsdoelstelling dat bij nieuwbouwprojecten minimaal 30% sociale- en 20% middeldure huurwoningen1 moeten worden gerealiseerd, het streefbeeld uitgesproken om 20% betaalbare koop

Woningbouw (sociaal en betaalbaar)

te realiseren. Deze percentages worden als uitgangspunt gehanteerd

Het college heeft in het coalitieakkoord ‘Samen voor de Stad’ haar

bij nieuwe grondexploitaties, waardoor er op portefeuilleniveau een

woningbouwambities geformuleerd. Op hoofdlijnen is daarbij de

stijgende lijn zichtbaar is van het aandeel voor deze doelgroepen.

volgende ambitie beschreven: Het aandeel sociale woningbouw in de plannen is toe­genomen • De woningbouwambitie is verhoogd naar 4.000 woningen per jaar;

ten opzichte van vorig jaar. Het lijkt dat het urgentie­programma

• De woningbouwprogrammering gaat uit van het hanteren van een

woningbouw (RIS305713) zijn vruchten af begint te werpen. Zie voor

norm van 30% sociaal en 20% middeldure huur en een streven naar

de cijfermatige rapportage over de woningbouwprogramme­

20% betaalbare koop (30/20/20);

ring de eerste voortgangsrapportage woningbouwprogrammering

• Het primaat voor sociale woningbouw ligt bij de woningcorporaties,

­betaalbare woningbouw (RIS309554).

de zogenaamde toegelaten instellingen (t.i.). (Dit betekent dat sociale woningbouw wordt gebouwd of afgenomen door een woningcorporatie. Pas als woningcorporaties de 30% niet in kunnen vullen, komen andere partijen in beeld.

1 Huurprijzen per maand tot € 752 bij sociaal en € 976 bij middeldure huur (prijspeil 2021).

12 | MPG 2021

Om de gestelde ambities te halen dient bij nieuwe ontwikkelingen

Binnen de huidige planvoorraad is voor ruim 450.000 m² bvo

en plannen in de voorfase sterk gestuurd te worden op het aandeel

aan nieuw te realiseren kantoor vloeroppervlak voorzien.

sociale huurwoningen, maar in combinatie met andere ambities zet

Daarnaast wordt ruim 300.000 m² bvo gerenoveerd, dit betreffen

dit de financiële haalbaarheid ook vaak onder druk.

grotendeels kantoorfuncties waaronder het Binnenhof, ­Bezuidenhoutseweg 67 en het stationspostkantoor. De kantoren

Niet-woningbouw (commercieel)

doelstelling van het toevoegen van 200.000 m² bvo voor de markt

Naast de woningbouwplannen zijn andere functies opgenomen in de

voor 2025 wordt naar verwachting gehaald.

planvoorraad voor stedelijke ontwikkeling. Er wordt een onderscheid

Ook na 2025 blijft toevoeging van kantoorvloeroppervlak een belang­

gemaakt naar kantoren, bedrijven, detailhandel, en overige commer­

rijk aandachtspunt en blijft de ambitie om een ­structurele plan­

ciële voorzieningen waaronder hotel, cultuur, horeca en Leisure.

voorraad van 200.000 m² aan te houden. Een aanzienlijk deel van

1

het kantoorprogramma is gepland rond de grote trein­stations. De structuur­visie CID voorziet in de realisatie van 640.000 m²

500000

kantoren in deze gebieden (CS: 400.000. HS 140.000 en NOI 100.000). Deze metrages hebben betrekking op de gehele looptijd van de

400000

­structuurvisie CID (t/m 2040) en deze metrages zitten nog niet volledig in lopende projecten. Een bijzondere opgave met betrekking tot de kantoorvoorraad is de beschikbaarheid van kantoorruimte rond

300000

CS Oost/Campusboulevard. Op basis van een bestuursovereenkomst wordt hier in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf gezocht

200000

naar de mogelijkheden van een substantiële uitbreiding van de kantoormeters voor het Rijk. Het gaat hierbij om circa 250.000m² bvo

100000

tot 2030. Voor wat betreft de bedrijfsruimte wordt het overgrote deel gerealiseerd in de verbonden partij Harnaschpolder.

0

Bedrijfsruimte Overig

Detailhandel

Kantoren Overig commercieel Renovatie

PPS (samenwerking)

Particulier

Grondexploitatie

Grafiek 1.3 Stedelijke programmering niet-woningbouw (commercieel) naar type plan

13 | MPG 2021

Niet-woningbouw (maatschappelijke voorzieningen)

90000

De gemeente heeft naast haar beleidsdoelstellingen voor

80000

woningbouw en commerciële voorzieningen ook maatschappelijke doel­stellingen. Zoals in grafiek 1.5 is te zien neemt de gemeente een

70000

groot deel van deze opgave op zich middels actieve grond­exploitaties

60000

en samenwerkingsverbanden. Doelstelling is om dit meer in

50000

balans te brengen door publiekrechtelijke instrumenten zoals de

40000

omgevings­visie in te zetten bij faciliterende projecten.

1

Grondexploitatie

Particulier

30000

Overig

20000 10000 0

PPS (samenwerking) Maatschappelijk

Grafiek 1.4 Programmering niet-woningbouw (maatschappelijke voorzieningen)

1.5 Conclusie opgave stedelijke ontwikkeling Momenteel bestaat de planvoorraad uit circa 40.000 op te leveren woningen. Deze bevinden zich momenteel in het planvormings­ proces, van initiatief tot en met realisatie. Het grootste deel bevindt zich in de voorfase (initiatief-/ definitiefase) en een aanzienlijk deel in de ontwerpfase. De komende jaren ligt de nadruk op het daad­ werkelijk tot uitvoering brengen van deze veelal complexe binnen­ stedelijke plannen. Niet-woningbouw concentreert zich wat kantorenontwikkeling betreft sterk op het CID. Bedrijfsruimte ontwikkeling vindt hoofd­ zakelijk plaats in de deelnemingen buiten de stadsgrenzen.

14 | MPG 2021

1 De verschuiving van zowel woningbouw als niet-woningbouw van

de coronacrisis en de daaropvolgende maatregelen. Mogelijk zal

gemeentelijke grondexploitaties naar particuliere ontwikkelingen

gekeken moeten worden of de beoogde branchering haalbaar is,

is een gevolg van een trend naar meer faciliterende gronbeleid van

of dat -in geval van structurele problemen in dit segment- de

het afgelopen decennium. Een kanttekening hierbij is dat particu­

­programmering heroverwogen moet worden.

liere­­­­­ontwikkelaars primair focus leggen op ­renderende locaties. Ontwikkelingen­­­­­ van maatschappelijke voorzieningen zullen groten­ deels vanuit gemeentelijke grondexploitaties worden gerealiseerd­­­­. Een actieve rol voor de gemeente is zeker in de complexe binnen­ stedelijke omgeving nog steeds een vereiste om de kwalitatieve en kwantitatieve ruimtelijke doelstellingen te behalen. De afzet van grond ten behoeve van functies als horeca en Leisure en/of de realisatie van deze functies heeft bijzondere aandacht omdat dit sectoren zijn die onevenredig hard getroffen worden door

15 | MPG 2021

GRONDEXPLOITATIES

2

> Inleiding > Relatie met P&C-cyclus > Wet- en regelgeving > Grondexploitaties > Programma uitgifte woningbouw > Programma uitgifte niet-woningbouw

16 | MPG 2021

2

Infographic: wat is een grondexploitatie?

1

2

3

4

5

Verwerven

Bestemming

Woonrijp maken

Verkopen

Bebouwen

In dit proces worden de

Planologische rand­

Gronden fysiek bouw-

Gronden worden

Het doel is om de grond

gronden verworven

voorwaarden gecreëerd

en woonrijp gemaakt

verkocht

te laten bebouwen

VEN

Bestemmingsplan Gronduitgifte

Vergunningen

RK

V E RW E R

Woonrijp maken

EN

Verdichting

Realisatie

VE

€

OP

€€€

Bouwrijp maken Sloop Aankoop

Transformatieproces

Grondexploitatie Gemeente Den Haag

17 | MPG 2021

2. GRONDEXPLOITATIEPORTEFEUILLE 2.1 Inleiding

bevinden zich g ­ emeentelijke grondexploitaties, klusobjecten en grondexploitaties van verbonden partijen.

2

Grondexploitaties zijn projecten waarmee de gemeente actief sturing geeft aan het realiseren van beleidsambities op het

Klusobjecten zijn gemeentelijke objecten (woning, school, kantoor,

gebied van stedelijke ontwikkeling, vooral waar juist de markt

etc.) die niet meer gebruikt worden voor hun oorspronkelijke

dit niet volledig oppakt. Het voeren van grondexploitaties vraagt

doel en waarin particulieren een plan kunnen realiseren met een

investeringen en brengt risico’s met zich mee. Dit wordt in de MPG

opknap­verplichting. Klusobjecten maken deel uit van de gemeen­

en andere momenten in de Planning en Control cyclus inzichtelijk

telijke vastgoed­portefeuille. Verbonden partijen zijn samen­

gemaakt.

werkingsverbanden waar de gemeente Den Haag risicodragend in de grondexploitatie participeert. Het betreft het Bedrijven­

Grondexploitaties hebben betrekking op gemeentelijke gronden

schap Harnaschpolder, het Industrieschap Plaspoelpolder (IPP),

die zich in een transformatieproces bevinden. In dit proces

de Ontwikkelings­combinatie Wateringse Veld (OCWV) en de Grond­

worden de gronden verworven, planologische randvoorwaarden

exploitatiemaatschappij Vroondaal.

gecreëerd, gronden fysiek bouw- en woonrijp gemaakt en worden gronden verkocht. Het doel is om uiteindelijk de grond (opnieuw)

2.2 Relatie met P&C-cyclus

te laten bebouwen. De daadwerkelijke realisatie van vastgoed valt nadrukkelijk niet onder een grondexploitatie en wordt vrijwel altijd

Twee keer per jaar worden de grondexploitaties geactualiseerd als

door marktpartijen uitgevoerd.

onderdeel van de Planning & Control cyclus. Bij de Programma­ rekening wordt de verantwoording over grondexploitaties

Programmatisch wordt met het uitgeven van bouwrijpe grond

aan­geboden en met de begroting wordt de MPG opgesteld.

bij­gedragen aan het realiseren van woningen, maatschappelijke

In de Programma­rekening wordt vooral teruggekeken op het

functies, commerciële functies zoals kantoren, bedrijven en detail­

vorige boekjaar en wordt het verloop op portefeuilleniveau

handel en parkeren. Naast deze kwantitatieve opgave is het doel

verantwoord. In de MPG wordt bij de begroting vooruit­gekeken

van grondexploitaties een kwalitatieve verbetering te realiseren

op de ontwikkelingen in de projecten en worden de risico’s

in de stedelijke kwaliteit. In dit hoofdstuk wordt een overzicht

voor toekomstige kosten en uitgaven in beeld gebracht. Met de

gepresenteerd van de portefeuille grondexploitaties en het daarin

actualisatie bij de MPG wordt in detail over de standen en mutaties

opgenomen bouwprogramma. In de portefeuille grond­exploitaties

van individuele grond­exploitaties gerapporteerd.

18 | MPG 2021

De projectrapportages in deze MPG zijn gebaseerd op de geactuali­

• De toegestane toe te rekenen rente aan grondexploitaties moet

seerde operationele grondexploitaties zoals deze ook als input

worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het

dienen voor de begroting 2022-2025. De MPG wordt vastgesteld door

vreemd vermogen;

het college en gelijktijdig met de Programmabegroting 2022-2025 aangeboden aan de gemeenteraad.

2.3 Wet- en regelgeving

• Het treffen van een afboeking of een voorziening gebeurt bij een negatief grondexploitatiesaldo direct ter grootte van dit

2

volledige saldo.

Verordening beheersregels grondexploitaties Voor grondexploitaties gelden wettelijke kaders en gemeentelijke

In de ‘Verordening Beheersregels Grondexploitaties en Strategisch

richtlijnen. De belangrijkste financiele spelregels voor grond­

bezit gemeente Den Haag 2018’ (RIS 298629) heeft de gemeente

exploitaties zijn vastgelegd in het Besluit begroting en

Den Haag afspraken over grondexploitaties tussen college en

verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de ‘Verordening

raad vastgelegd. Het doel van de beheersregels is het vastleggen

beheersregels grondexploitaties en strategisch bezit 2018’.

van regels waarmee zorg wordt gedragen voor de tijdige en juiste bestuurlijke informatievoorziening over grondexploitatieprojecten

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

en de beheersing van deze projecten.

Het BBV schrijft de belangrijkste verslagleggingsregels van grond­

De belangrijke beheersregels in relatie tot grondexploitaties zijn:

exploitaties voor waar overheden zich aan dienen te houden.

• Bij vaststelling van een nieuwe grondexploitatie vindt altijd een

De belangrijkste regels zijn:

risicoanalyse plaats en worden middelen aan de Reserve Grond­ bedrijf (RGB) gedoteerd ter hoogte van de impact van het risico.

• Het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) is het raads­ besluit met de vaststelling van de grondexploitatie;

• Bij het optreden van risico’s binnen de gestelde plankaders vangt de RGB de verslechtering van het saldo via een dotatie aan de Voor­

• De looptijd van een grondexploitatie is maximaal 10 jaar;

ziening Negatieve Plannen (VNP) op. Bij een verbetering van het

• Een grondexploitatie wordt minimaal jaarlijks geactualiseerd;

saldo vindt er een dotatie plaats aan de RGB vanuit de VNP.

• De kosten die aan grondexploitaties kunnen worden toegerekend vallen onder de kostensoortenlijst cf. artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); • Deze kosten worden gemaakt binnen en ten behoeve van het

• Risico’s van plannen met een voordelig saldo gaan eerst ten laste van dit positieve saldo. • Verslechteringen in plansaldo als gevolg van een plankader­ wijziging (herziening) worden niet met de RGB verrekend. In het

exploitatiegebied of worden toegerekend op basis van de criteria

besluit tot herziening dient een andere dekkingsbron te worden

profijt-toerekenbaarheid-proportionaliteit;

opgenomen (algemene middelen, subsidies, e.d.).

19 | MPG 2021

2.4 Grondexploitaties

2.5 Programma uitgifte woningbouw

De MPG 2021 geeft inzicht in de financiële vooruitzichten van

In de periode 2021 tot en met 2028 zijn voor bijna 4.150 woningen

de totale grondexploitatieportefeuille. Deze bestaat medio 2021

gronduitgiftes geprognosticeerd binnen de huidige portefeuille

uit 41 operationele grondexploitaties en de grondexploitaties

grondexploitaties. Binnen de grondexploitaties van de verbonden

van vier verbonden partijen. Een belangrijke doelstelling van de

partijen resteren nog circa 1.150 woningen. In totaal worden

gemeentelijke grondexploitatie-portefeuille is de bijdrage aan

daarmee uiteindelijk 5.300 woningen gerealiseerd (veelal ligt er

het toevoegen van stedelijk programma. Tegelijkertijd is dit een

één tot twee jaar tussen gronduitgifte en oplevering van de woning).

belangrijke kostendrager voor het toevoegen van kwaliteit aan de

In grafiek 2.1 zijn de uitgiftes per jaar weergegeven.

2

stad, zoals openbare ruimte en andere voorzieningen. 2000

De grondexploitaties in de prioritaire gebieden Binckhorst en CID

1800

leveren hieraan een belangrijke bijdrage. Zo springt Binckhorst eruit

1600

in het woningbouwprogramma en voert het CID de boventoon als het gaat om commercieel vastgoed. Samen met Zuidwest worden in deze gebieden tezamen 50% van de kosten van de totale grond­ exploitatieportefeuille in een betere en gezonde leefomgeving ­geïnvesteerd. Naast deze gebieden dragen ook andere belangrijke grondexploitaties bij aan de stedelijke kwaliteit, zoals Den Haag Nieuw Centraal, Scheveningen Haven en Vroondaal. In de geheime bijlage is voor de grotere grondexploitaties (resterende omzet >€ 2,5 mln.) een projectrapportage opgenomen.

1400 1200 1000 800 600 400 200 0

2021

2022

2023

2024

Gemeentelijke grondexploitaties

2025

2026

2027

2028

PPS (Vroondaal en OCWV)

Grafiek 2.1 Verwachte gronduitgifte woningbouw per jaar (aantal woningen)

In deze rapportages is een beschrijving opgenomen van het programma, het exploitatiesaldo, de risico’s en de kansen.

In de periode 2021-2022 wordt naar verwachting meer dan 60% van de grondposities voor woningbouwprogramma in grondexploitaties uitgegeven. Dit betekent dat met de huidige gemeentelijke projecten voor de periode vanaf 2023 nog maar beperkt woningbouw wordt gerealiseerd.

20 | MPG 2021

Ombuigen van deze dalende trend door het toevoegen van nieuwe

Prioritaire gebieden

grondexploitaties ligt voor de hand om de verhoogde ambities ten

Overige stad

aanzien van woningbouwproductie en specifieke segmenten daar­

21%

binnen meer kans van slagen te geven. Ook ligt dit in het verlengde

Vroondaal en OCWV (PPS)

van de Nota Grondbeleid (RIS302035) waarin er ruimte wordt

2

geboden voor een actievere aanpak. 54%

Grafiek 2.2 geeft weer dat het grootste deel van het woningbouw­ programma in grondexploitaties wordt gerealiseerd in de prio­

25%

ritaire gebieden CID, Binckhorst en Zuidwest. De bijdrage aan de woningbouwproductie vanuit grondexploitaties in de overige delen van de stad en de bijdrage vanuit de verbonden partijen Vroondaal en Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld loopt de komende jaren terug. Deze verdeling geeft de focus op en het belang van de

Grafiek 2.2 Locatie woningbouwprogramma

prioritaire gebieden weer voor de programmatische voortgang van de portefeuille grondexploitaties.

Grafiek 2.3 geeft inzicht in de opbouw van het resterende te realiseren woningbouwprogramma naar segment 2 binnen de

In het collegeakkoord en vanuit de Woonagenda (RIS305711) is de

huidige actieve portefeuille. Gezien de vastgestelde kaders en

ambitie vastgelegd dat minimaal 30% van de nieuwbouw­woningen

contractuele afspraken is er in de bestaande portefeuille nauwe­

in de stad in het sociale segment vallen, gemiddeld 1.200 per

lijks flexibiliteit om programmatisch aanpassingen door te voeren.

jaar. Een deel van deze opgave wordt ingevuld vanuit de grond­

Nieuwe projecten dienen aan de huidige beleidsdoelstellingen

exploitaties, klusobjecten en verbonden partijen.

te voldoen, het effect hiervan wordt pas op middellange termijn zichtbaar.

2 Per 2021: Sociaal (Toegelaten Instelling) en Goedkoop < € 752 of < € 203.000, Middelduur € 752 - € 976 of € 203.000 - € 325.000, Duur/extra duur > € 976 of > € 325.000.

21 | MPG 2021

Sociaal

­grondexploitatie van de deelneming Harnaschpolder. Ruim 90% van het nog uit te geven programma wordt naar verwachting in de

Goedkoop

15%

Middelduur 7% Duur en extra duur

periode 2021–2023 uitgegeven. Net als bij woningbouw, is te zien dat op korte termijn daarmee de realisatie sterk terugloopt.

2

120000 100000

58% 20%

80000 60000 40000 20000

Grafiek 2.3 Prijsklasse woningbouw in grondexploitaties, klusobjecten en verbonden partijen.

2.6 Programma uitgifte niet-woningbouw Hoewel het zwaartepunt binnen de gemeentelijke grond­exploitaties

0

2021

Bedrijven (bvo)

2022

2023

2024

Bedrijven (kavels)

2025 Kantoren

2026

2027

Detailhandel

2028 Overig

Grafiek 2.4 Verwachte gronduitgifte niet-woningbouw in grondexploitaties en verbonden partijen.

bij woningbouw ligt, worden tevens gronden uitgegeven voor bedrijven, kantoren, detailhandel, overige commerciële voor­ zieningen en maatschappelijke functies. Onder overig commer­ cieel vallen de functies die niet onder een van de andere categorieën horen, zoals horeca, hotel, bioscoop, theater, casino en andere leisure functies. In de grondexploitatieprojecten is voor 345.000 m² uitgifte aan niet-woningbouw opgenomen voor commerciële functies en ruim 3.500 m² aan maatschappelijke functies. Het merendeel van dit programma betreft het programma bedrijven binnen de

22 | MPG 2021

FINANCIEN EN RISICO’S GRONDEXPLOITATIES

3

> Inleiding > Financiële stand grondexploitaties > Financiële stand verbonden partijen

23 | MPG 2021

3. FINANCIELE STAND GRONDEXPLOITATIES 3.1 Inleiding

In onderstaande tabel zijn de gehanteerde parameters in deze MPG weergegeven.

In dit hoofdstuk wordt in hoofdlijnen ingegaan op de financiële

Parameters

2021

2022

2023

2024

2025 e.v.

Kostenontwikkeling

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

Opbrengstenontwikkeling

1,0%

1,0%

1,0%

1,0%

1,0%

Rente

1,0%

1,0%

1,0%

1,0%

1,0%

geheime bijlage MPG 2021 zijn projectrapportages opgenomen van

Discontovoet

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

grondexploitaties met een omzet groter dan € 2,5 mln. (24 in totaal)

Tabel 3.1 Gehanteerde parameters in MPG 2021

ontwikkeling van de gemeentelijke grondexploitaties en de grond­ exploitaties van verbonden partijen. Tevens wordt een totaalbeeld geschetst van de risico’s die verbonden zijn aan deze projecten. In de

3

en van de vier verbonden partijen. De projectrapportages bestaan uit een projectbeschrijving, een programmaoverzicht, de exploitatie­

De parameters voor kostenstijging van de grondproductiekosten

berekening, een risicoanalyse, een verschillenanalyse en een toe­­

(2% per jaar) en opbrengstenstijging (1%) zijn ten opzichte van vorig

lichting van (mogelijke) plankaderwijzigingen.

jaar ongewijzigd. Vooralsnog lijkt het niet noodzakelijk om t.a.v.

3.2 Financiële stand grondexploitaties

de kostenontwikkeling van de grondproductiekosten uit te gaan van een (structureel) hogere kostenontwikkeling. Vanuit het voorzichtig­ heidsprincipe wordt ook al rekening gehouden met een hogere

Parameters

kostenstijging dan opbrengstenstijging.

Het netto contante waarde saldo (NCW) geeft aan welk bedrag nodig is om alle grondexploitaties op grond van de meest actuele inzichten

De rente is door gewijzigde samenstelling van de gemeentelijke

te kunnen realiseren op basis van het prijspeil 1-1-2021. Bij verande­

leningenportefeuille per 1-1-2021 gedaald van 1,3% naar 1,0%.

ring van inzicht wijzigt de NCW, zoals bij elke actualisatie. Kosten en

De discontovoet voor het bepalen van de netto contante waarde is

opbrengsten worden in tijd uitgezet en staan daarbij onder invloed

door de BBV voorgeschreven op 2,0%.

van rente en inflatie, ook wel parameters genoemd. Grondexploitaties van verbonden partijen kennen hun eigen para­ meters. Parameters in een project kunnen afwijken op basis van afspraken met betrokken partijen.

24 | MPG 2021

Stand en ontwikkeling saldo bij MPG 2021

Het totale saldo van de portefeuille is met € 7,5 mln. verslechterd t.o.v.

In onderstaande tabel is het saldo van de totale portefeuille van

de MPG 2020. Bij de programmarekening 2020 was sprake van een

de MPG 2021 weergegeven. De portefeuille bestaat uit 41 grond­­­­­­­­­­­

verslechtering van € 8,6 mln. t.o.v. de MPG 2020. Na 1 januari 2021 is

exploi­taties met een totaal verwacht netto contante waarde saldo

door verschillende kleinere wijzigingen het resultaat weer verbeterd

van € 167,9 mln. negatief. Ten opzichte van het MPG 2020 zijn

met circa € 1,1 mln., waardoor er per saldo t.o.v. de MPG 2020 een

6 grond­exploitaties afgesloten, is er één nieuwe grondexploitatie

verslechtering is van € 7,5 mln.

3

opgenomen (Cornelie van Zanten) en worden de grondexploitaties Norfolk en Noordelijk Havenhoofd afzonderlijk gepresenteerd.

Bij de programmarekening 2020 is de verslechtering al toe­ge­

Per saldo is het aantal grondexploitaties met 4 gedaald.

licht, maar dit komt voort uit het toevoegen van een nieuwe grond­ exploitatie met een negatief saldo, een aantal herzieningen met

Het saldo van € 167,9 mln. negatief, is de som van 8 grondexploitaties

negatieve consequenties en autonome financiele effecten (inflatie

met een positief saldo (€ 5,8 mln.) en 33 grondexploitaties met een

en rente).

negatief saldo (€ 173,7 mln.). Het saldo van de negatieve grond­ exploitaties is conform de BBV afgedekt in de VNP. Het saldo van de

Het afgelopen jaar zijn 6 grondexploitaties afgesloten omdat deze

positieve grondexploitaties komt naar gelang de voortgang van het

waren afgerond en 3 partieel afgesloten in verband met de laatste

project beschikbaar en wordt toegevoegd aan de RGB.

administratieve handelingen.

MPG 2020

MPG 2021

TOTAALOVERZICH SALDI GRONDEXPLOITATIES MPG 2021

#

NCW

#

NCW

Grondexploitaties met negatief saldo

38

-167.500.000

33

-173.700.000

Grondexploitaties met positief saldo

7

7.100.000

8

5.800.000

Totaal

45

-160.400.000

41

-167.900.000

Tabel 3.2 Verwacht saldo MPG 2021

In onderstaande tabel zijn de totale verwachte lasten en baten per jaar weergegeven (inclusief indexatie, exclusief rente). In totaal wordt er de komende jaren naar verwachting nog voor € 257 mln. geïnvesteerd (exclusief rentekosten). Grootste aandeel daarin zijn de inrichtingskosten openbare ruimte, waar nog voor circa € 140 mln. geïnvesteerd wordt. De komende jaren zijn er voor circa € 226 mln. aan opbrengsten geprognosticeerd, waarbij het grootste deel uit grondopbrengsten t.b.v. woningbouw bestaan. Voor in de jaren 2021 en 2022 zijn veel uitgiftes voorzien.

25 | MPG 2021

2021-2029

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verwerving

11.391.000

6.511.000

2.181.000

1.353.000

549.000

675.000

122.000

Bouwgrondproductie kosten

18.178.000

5.337.000

7.738.000

2.098.000

708.000

488.000

368.000

Inrichtingskosten openbare ruimte

140.136.000

36.786.000

31.292.000

23.234.000

20.006.000

10.984.000

8.502.000

Overige kosten

60.064.000

21.804.000

8.373.000

6.632.000

17.082.000

3.369.000

2.150.000

2027

2028

2029

-

-

-

1.151.000

290.000

-

7.785.000

302.000

1.245.000

334.000

320.000

-

Plankosten

27.204.000

9.241.000

5.610.000

4.872.000

2.997.000

2.125.000

1.028.000

796.000

306.000

229.000

TOTAAL KOSTEN

256.973.000

79.679.000

55.194.000

38.189.000

41.342.000

17.641.000

12.169.000

10.066.000

1.218.000

1.474.000

Woningbouw

191.517.000

58.985.000

30.971.000

23.425.000

13.227.000

44.444.000

6.155.000

7.619.000

6.691.000

-

Niet-woningbouw

28.812.000

5.000.000

1.665.000

762.000

2.459.000

3.795.000

911.000

2.381.000

10.479.000

1.360.000

Overige opbrengsten

6.060.000

5.862.000

-

-

-

198.000

-

-

-

-

TOTAAL OPBRENGSTEN

226.389.000

69.847.000

32.636.000

24.188.000

15.686.000

48.437.000

7.067.000

10.000.000

17.170.000

1.360.000

3

(Als gevolg van indexatie wijken op onderdelen bovenstaande bedragen af van de cijfers in de begroting) Tabel 3.3 Kasstroom MPG 2021

3.3 Financiële stand verbonden partijen

In tabel 3.1 zijn alle cijfers verband houdend met deze verbonden partijen samengevat. Het totaal aan nog te verwachten kosten is geraamd op € 99 mln. en het totaal aan nog te verwachten

De gemeente Den Haag participeert in vier samenwerkings­

opbrengsten­­­­­op € 261 mln. Het verwachte exploitatieresultaat van

verbanden met een grondexploitatie om samen invulling

de vier grondexploitaties op netto contante waarde 1 januari 2021

te geven aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelen.

bedraagt € 9,2 mln. nadelig. Het Haags deel van het saldo van de

Zo worden bijvoorbeeld bij het Bedrijvenschap Harnaschpolder

verbonden partijen is € 7,7 mln. nadelig.

en het Industrie­schap Plaspoelpolder (IPP) samen met de

Boekwaarde

gemeenten Midden Delfland respectievelijk Rijswijk bedrijfs­ terreinen ontwikkeld­­­­­ en geëxploiteerd. Vanuit de Grondexploitatie­

Nogte verwachten Kosten

Opbrengsten

Saldo NCW Haagsdeel

OCWV

€    2,2

€ 18,3

€   22,3

€   5,5

€   2,8

Harnaschpolder

€   -51,3

€ 13,4

€   54,0

€ -8,8

€ -7,5

Wateringse Veld (OCWV) wordt bijgedragen aan de beleids­

IPP

€   -13,0

€   0,7

€   7,4

€ -6,3

€ -3,2

doelstellingen op het gebied van woningbouw.

Vroondaal

€ -102,3

€ 66,5

€ 177,7

€   0,4

€   0,2

TOTAAL

€ -164,4

€ 98,9

€ 261,4

€ -9,2

€ -7,7

maatschappij Vroondaal en de Ontwikkelingscombinatie

De verdeling van zeggenschap, exploitatieresultaat en risico’s

Tabel 3.4 Omzet en saldo verbonden partijen (in mln.)

verschilt per samenwerkingsverband. Jaarlijks vindt per verbonden partij een actualisatie van de grondexploitatie plaats.

26 | MPG 2021

Bij iedere verbonden partij wordt een gedegen risicomanagement gevoerd waarin risicoanalyse en het treffen van beheersmaat­ regelen centraal staan. Voor het IPP geldt dat de opgebouwde algemene reservepositie binnen het IPP van voldoende omvang is om de verwachte risico’s af te kunnen dekken. Hetzelfde geldt voor

3

de Ontwikkelingscombinatie Wateringse Veld (OCWV) waar in de grondexploitatiebegroting zelf een risicoreservering is opgenomen. Voor Vroondaal en Harnaschpolder zijn, gezien de omvang van deze projecten en de bijbehorende risico’s, in de MPG aanvullende risico’s opgenomen.

27 | MPG 2021

WEERSTANDSCAPACITEIT GRONDBEDRIJF

4

> Inleiding > Werking Reserve Grondbedrijf en risicoanalyse > Benodigde weerstandscapaciteit > Aanwezige weerstandscapaciteit > Conclusie opgave grondbedrijf

28 | MPG 2021

4. WEERSTANDSCAPACITEIT GRONDBEDRIJF 4.1 Inleiding

Naast deze incidentele onttrekkingen is tevens sprake van structurele jaarlijkse afdrachten die exact begroot kunnen worden.

4

Het verwerven van grondposities en het tot ontwikkeling brengen van grondposities brengt risico’s met zich mee. Het doel van de

Projectrisico’s en -kansen

Reserve Grondbedrijf (RGB) is het opvangen van de financiële risico’s

De projectrisico’s worden ingeschat middels een ­vermenigvuldiging

die op kunnen treden binnen de grondexploitaties zodat de gemeen­

van omvang van risico’s met de kans van optreden. Het resultaat

telijke begroting niet direct beïnvloed wordt. De RGB is daarmee een

leidt tot een impact van het risico op het geraamde exploitatie­saldo

belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit.

waarvoor geld wordt gereserveerd in de RGB. Naast de risico’s worden voor zover mogelijk ook beheersmaatregelen benoemd. Deze kunnen

Op basis van de uitkomsten van een risicoanalyse is de benodigde

tot doel hebben om de omvang van het risico te beperken, de kans

weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit

van optreden van het risico te minimaliseren, of het risico te

geeft aan wat de omvang van de RGB moet zijn. Dit wordt vervol­

vermijden.

gens vergeleken met de verwachte ontwikkeling van de aanwezige weerstandscapaciteit.

4.2 Werking Reserve Grondbedrijf en risicoanalyse

De gedefinieerde kansen zijn allen projectafhankelijk. Voorbeelden van kansen zijn een hogere grondprijs dan waar in de grond­ exploitatie rekening mee werd gehouden, extra inkomsten uit tijdelijke verhuur, lagere civieltechnische kosten of het ontvangen van een subsidie waar nog geen zekerheid over bestond.

Conform de Verordening Grondexploitaties wordt de hoogte van de RGB in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit in een

Marktrisico’s

meerjarig perspectief bezien. Het benodigd weerstandsvermogen

Voor grondexploitaties zijn de belangrijkste marktrisico’s het

wordt dan ook bepaald over een vijfjaarsprognose.

optreden van grondprijsdaling (als gevolg van dalende vastgoed­ prijzen/ stijgende bouwkosten) en het risico op planvertraging.

Hierbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de prognose

Om het marktrisico van grondprijsdaling in te schatten is een

van risico’s en verslechteringen op operationele grondexploitaties,

analyse gemaakt van mogelijke ontwikkeling van de vastgoedmarkt,

klusobject-exploitaties, exploitaties van Haagse verbonden partijen

waarbij een onderscheid gemaakt wordt naar sociale woningbouw,

en de verrekening van exploitatiesaldi van af te sluiten exploitaties.

middeldure woningbouw, vrije sector woningbouw en niet-woning­

29 | MPG 2021

bouw. Tevens wordt rekening gehouden met het jaar waarin uitgifte

Hoewel in Den Haag onderliggend sprake is van een robuuste vraag

wordt verwacht. Het uitgangspunt hierbij is dat meer zekerheid

naar woningen is het een reëel scenario dat grondprijzen op termijn

bestaat over gronduitgiftes op kortere termijn dan over grond­

zouden kunnen dalen, zeker omdat sprake is van hefboomwerking

uitgiftes verder in de toekomst.

waardoor zelfs relatief kleine prijsdalingen sterk doorwerkt in de grondprijs.

4

De belangrijkste reden voor deze benadering is dat grondexploitaties veelal een lange doorlooptijd kennen en waarin zowel perioden van

Bij sociale woningbouw is bewust geen risico aangehouden

economische voorspoed als krimp kunnen voorkomen. Juist omdat

voor grondprijsdaling vanwege de genormeerde grondprijzen.

grondprijzen over lange tijd zijn gestegen neemt het risico op prijs­

Vanwege de grote onzekerheden is in deze analyse verder geen

daling toe ten opzichte van actuele ramingen.

onderscheid gemaakt naar de verschillende marktsegmenten. Wel heeft de prijsdaling in absolute zin natuurlijk een grotere impact

Daarnaast is er nog veel onzekerheid over de uiteindelijke impact

in de hogere segmenten.

van corona, maar wordt steeds duidelijker dat de gevolgen nog jaren gevoeld gaan worden. De mate van risico naar segment3 en periode

Naast het prijsrisico is ook het risico op planvertraging ­inzichtelijk

is uiteengezet in onderstaand tabel.

gemaakt. Daarbij is ook gekeken naar wat de effecten zouden kunnen zijn kijkend naar de crisis vanaf 2009, waarbij de markt meerjarig stil lag voordat grondverkoop weer op gang kwam.

2021

2022 t/m 2024

2025 t/m 2028

Sociaal/Goedkoop

geen

geen

geen

Middelduur

geen

midden

hoog

Vrije sector

geen

midden

hoog

vertragen. Bij vertraging verslechtert het plansaldo met name door

Niet-woningbouw

geen

midden

hoog

vlot te trekken of zelfs helemaal te herzien.

Ondanks de sterke marktvraag zien we projecten vertragen door de complexiteit van het binnenstedelijk bouwen en alle ambities daarbij. Ook zien we dat als indirect gevolg van corona soms schaarste ontstaat aan materieel en materialen waardoor projecten hogere plankosten omdat extra inzet benodigd is om plannen weer

Tabel 4.1 Uitgangspunten analyse marktrisico grondprijsdaling

3 Sociaal/Goedkoop < € 752 / < € 203.000, Middelduur € 752 - € 976 of € 203.000 - € 325.000

30 | MPG 2021

4.3 Benodigde weerstandscapaciteit

risico’s zijn hierbij inrichtingskosten openbare ruimte, gronduitgifte, plankosten en overige kosten. In de bijlage van deze MPG zijn per

In onderstaande tabel is de benodigde weerstandscapaciteit voor het

project de risico’s en de verschillen t.o.v. de MPG 2020 toegelicht.

Grondbedrijf op basis van de MPG 2021 weergegeven. Tevens zijn de relevante verschillen t.o.v. de MPG 2020 weergegeven. Benodigde weerstandscapaciteit Grondbedrijf

Daarnaast is in samenhang met deze projecten overkoepelend rekening gehouden met risico’s op hogere plankosten en juridisch/

MPG 2020

MPG 2021

Projectrisico’s

-22,7

-22,3

Marktrisico’s

-14,5

-13,6

Risico’s deelnemingen

-3,2

-7,3

Subtotaal

-40,3

-43,2

De risico’s zijn per saldo licht afgenomen t.o.v. de MPG 2020. Een deel

-

-2,0

van de risico’s zijn vervallen dan wel opgetreden (en daarmee

Algemene kosten / resultaat KO

-2,4

-2,4

verwerkt in de grondexploitatie zelf). Daarnaast zijn er ook nieuwe

Toekomstige dotaties / winstneming

8,6

7,5

Saldo verrekening VNP (obv MPG 2021)

n.v.t.

1,0

risico’s toegevoegd.

TOTAAL

-34,1

-39,0

3,3

3,1

-30,8

-35,9

Bestemmingsreserve

Projectkansen TOTAAL inclusief kansen Tabel 4.2 Benodigde weerstandscapaciteit (€ mln.)

4

contractuele risico’s (€ 2,0 mln.) en met mogelijk beperkingen en/of extra kosten als gevolg van Stikstof of PFAS (€ 2,0 mln.).

Marktrisico’s De resterende marktrisico’s zijn t.o.v. de MPG 2020 als gevolg van voortgang in de projecten afgenomen. In totaal gaat het om € 13,6 mln. waarbij rekening wordt gehouden met een grondprijs­ daling over de grondexploitatieportefeuille van afgerond € 8,9 mln.

De totaal benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 39 mln. om de

en een vertragingsrisico (bestaande uit voornamelijk extra plan­

komende jaren de risico’s op te kunnen vangen. Ten opzichte van de

kosten) van € 4,7 mln.

MPG 2020 is de benodigde weerstandscapaciteit met circa € 5 mln. gestegen. Een groot deel van deze verschillen zijn bij de Programma­

Risico’s deelnemingen

rekening 2020 al verwerkt en verantwoord, maar worden hierna

De risico’s in de deelnemingen zijn per saldo toegenomen. Dit is

nogmaals benoemd.

voor € 2,2 mln. veroorzaakt door de deelneming Harnaschpolder, waar anderzijds een overheveling aan middelen vanuit een

Projectrisico’s

opgeheven reserve aan de RGB tegenover staat (waarover bij de

In totaal is er voor € 22,3 mln. aan projectrisico’s gedefinieerd, hoofd­

PR 2020 is gerapporteerd).

zakelijk bestaande uit € 18,3 mln. risico’s die binnen de operationele grondexploitaties en klusobjecten zijn vastgelegd. De voornaamste

31 | MPG 2021

Ten aanzien van de deelneming Vroondaal geldt dat de grondex­

Projectkansen

ploitatie 2021 nog vastgesteld dient te worden. Als gevolg van het

In een aantal projecten is ook sprake van kansen. Binnen de

opvangen van hogere financieringslasten wordt de grondexploitatie

MPG 2021 zijn in totaal voor € 3,1 mln. aan kansen voorzien. Het gaat

op onderdelen geoptimaliseerd. Ondanks deze optimalisatieslag zal

hier met name om kansen in de categorieën inrichtingskosten

het resultaat van grondexploitatie 2021 naar verwachting negatiever

openbare ruimte, subsidies en overige opbrengsten.

4

zijn. De gemeente heeft vooruitlopend op de besluitvorming het risico­profiel voor Vroondaal verhoogd.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald in een band­ breedte, waarbij de projectkansen niet worden meegenomen.

Bestemmingsreserve

De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt daarmee tussen de

Bij de Programmarekening 2020 zijn reeds middelen aan de RGB

€ 35,9 (minimaal) en € 39 mln. (maximaal).

toegewezen t.b.v. de nog vast te stellen grondexploitatie Twickel­ straat en een actualisatie bij Den Haag Nieuw Centraal. Tot besluit­

4.4 Aanwezige weerstandscapaciteit

vorming over deze projecten, staan deze middelen gereserveerd in de RGB.

In onderstaande tabel is de huidige reserve afgezet tegen de benodigde reserve.

Dotaties aan de RGB / Winstneming In de komende jaren worden grondexploitaties afgesloten, wordt

SALDO BESCHIKBAAR- BENODIGD RGB

(x €mln.)

STAND RGB (1-1-2021)

58,5

Maximaal benodigde reserve

-39,0

aan de RGB voorzien. In de huidige prognose zal dit in totaal tot

Afdracht huidig budgettair kader (2021-2025)

-17,8

een dotatie van € 7,5 mln. leiden. Dit bedrag ligt lager dan bij de

SALDO 2026 NA AFDRACHT BUDGETTAIR KADER

1,7

Projectkansen

3,1

SALDO 2026 BIJ OPTREDEN KANSEN

4,9

er (tussentijds) winstgenomen en worden diverse overige dotaties

MPG 2020, en is te verklaren doordat er in 2020 winst is genomen en reeds toegevoegd is aan de RGB.

Tabel 4.3 Confrontatie benodigde en beschikbare reserve (€ mln.)

Saldo verrekening VNP Op basis van de herijkte grondexploitaties is in hoofdstuk 3 aan­­

De beschikbare reserve bedraagt per 1-1-2021 € 58,5 mln. Op basis

gegeven dat er € 1,0 mln. aan eerder getroffen verliesvoorziening vrij

van de analyse naar de benodigde weerstandscapaciteit is er

kan vallen. Deze vrijval komt ten gunste van de RGB en kan daarmee

€ 39,0 mln. benodigd. De huidige reserve is daarmee voldoende om

als dekking dienen voor de resterende risico’s.

de resterende risico’s op te kunnen vangen.

32 | MPG 2021

Via het budgettair kader wordt echter jaarlijks een deel van

beschikbare ruimte in de reserve van € 3,1 mln. (vandaar dat de

deze ruimte afgeroomd. Uitgaande van deze afdrachten over de

minimaal benodigde lijn in de grafiek onder 0 komt).

periode 2021 t/m 2025 van in totaal circa € 17,8 mln. resteert er daarmee nog circa € 1,7 mln. ruimte, die op basis van de huidige

De grafiek is iets anders weergegeven dan in de MPG’s van de

plannen en inzichten niet benodigd is.

afgelopen jaren. In de stand RGB en benodigde weerstands­capaciteit

4

is de jaarlijkse afdracht aan het budgettair kader (en een aantal 60

andere afdrachten) meegenomen.

€ 58,5

4.5 Conclusie opgave grondbedrijf

50

Het nog te realiseren programma (zowel woningbouw als niet-­

€ 40,0

40

woningbouw) in de huidige portefeuille grondexploitaties droogt de komende jaren snel op. Vanaf 2023 voegen de huidige gemeentelijke

30

grondexploitaties nog maar zeer beperkt bij aan het bereiken van de

€ 25,0

(ruimtelijke) beleidsdoelstellingen. Zonder het toevoegen van nieuwe € 17,1

20

grondexploitaties wordt de ruimtelijke opgave en het halen van de beleidsdoelstellingen (nog) meer afhankelijk van derden.

€ 10,1 10

€ 1,7 0

2021

2022

Stand RGB per 1-1

2023

2024

Minimaal benodigd weerstandscapaciteit 1-1

2025

2026

€ 0,0 € -3,1

Maximaal benodigd weerstandscapaciteit 1-1

Grafiek 4.1 Ontwikkeling weerstandscapaciteit 2021-2026

Het college komt dit jaar met een notitie richting de raad over de mogelijkheden om als gemeente actiever gebieden tot ontwikke­ ling te brengen. Dit vraagt echter ook veelal financiële middelen van de gemeente en/of co-financiering van het Rijk. Op kleinere schaal bieden expirerende erfpachtcontracten ook de mogelijkheid om als gemeente ontwikkelingen op gang te brengen of inzet van overige bestaande vastgoed- of grondposities van de gemeente.

In grafiek 4.1 is de stand van de RGB afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. Te zien is dat door het jaarlijks afromen van

De huidige reserve van het grondbedrijf is op dit moment van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10607356/1