CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309878 bijlage 1a

Algemene Raadscommissie 11 mei 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Waldeck 202139.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Waldeck 2021 Ontwerp

Waldeck 2021

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur

11 11 11 12 13 23

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Wonen 3.8 Economie 3.9 Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg 3.10 Cultuur en ontspanning 3.11 Sport en recreatie 3.12 Duurzaamheids- en milieubeleid 3.13 Overig sectoraal beleid

25 25 25 30 32 37 42 47 49 55 56 57 58 60

Hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurbescherming 4.7 Bodem 4.8 Windhinder en bezonning

61 61 61 63 66 67 67 71 73

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Ontwikkelingen 5.4 Duurzaamheid 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.6 Toelichting op de regels

75 75 75 75 79 79 84

Hoofdstuk 6

89

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak 7.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg

91 91

2

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Monumentale bomen (lijst) Bijlage 2 Monumentale bomen (kaart)

97 98 107

3

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

4

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Toelichting

5

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

6

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Hoofdstuk 1

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan "Waldeck 2021" van de gemeente Den Haag vormt het planologisch-juridisch bindende kader voor het toelaatbaar ruimtelijk gebruik van de gronden binnen het plangebied, dat is vastgelegd op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan ligt in het stadsdeel Loosduinen in het zuidwesten van het Haagse stedelijk gebied. Het wordt grofweg begrensd door de Ockenburghstraat, de Laan van Meerdervoort, de noordelijke en westelijke waterlopen van Nieuw-Waldeck en de Lisztstraat en de Symfoniestraat.

1.1

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De directe aanleiding tot het opstellen van dit bestemmingsplan is dat het geldende bestemmingsplan, dat dateert uit 2009, niet aan de thans geldende eisen met betrekking tot digitale raadpleging voldoet. Zo is het niet mogelijk op ruimtelijkeplannen.nl op perceelsniveau gedetailleerde informatie op te vragen. Deze herziening biedt tevens de mogelijkheid om in de afgelopen jaren ontstane veranderde of nieuwe inzichten een juridisch kader te geven. Daarnaast worden in dit bestemmingsplan zowel gebruiks- als bouwwijzigingen meegenomen, waaraan in de achterliggende jaren, veelal met buitenplanse vrijstelling medewerking is verleend. Voorts is het wenselijk een geactualiseerde regeling, met betrekking tot de mogelijkheden tot realisering van dakopbouwen op te nemen.

1.2

Doel van het bestemmingsplan

De verschillende woonbuurten in het plangebied zijn in grote lijnen kwalitatief in orde. Waldeck is een wijk met een hoge dichtheid. De kwaliteit van de directe leefomgeving is in opzet goed te noemen en functioneel gezien zijn er weinig problemen in de wijk. Waldeck wordt gekenmerkt door een kwalitatief hoogwaardige groene ruimte en een ruimtelijk sterk samenhangende hoofdopzet. Gezien de goede ruimtelijke opzet en aanvaardbare kwaliteit die op dit moment in de wijk aanwezig is, wordt er door de gemeente Den Haag de voorkeur aan gegeven om voor deze gebieden een op consolidatie gerichte bestemmingsregeling toe te passen. Door de contour van de bouwblokken vast te leggen wordt het openbaar gebied helder gedefinieerd en kan de ruimtelijke kwaliteit daarvan worden gewaarborgd. Ten aanzien van niet-woonfuncties wordt een meer flexibele regeling toegepast, waarin veelal niet het bouwblok, maar het bebouwingspercentage met bouwhoogte wordt geregeld. Eventueel in de toekomst gewenste of noodzakelijke ontwikkelingen blijven daardoor mogelijk. De karakteristieke waarden van de wijk qua beeld, bebouwing en functies worden bij dit bestemmingsplan als uitgangspunt genomen. Hierbij is een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van de buurten enerzijds en de woonwensen en gebruiksvrijheden van de bewoners en gebruikers anderzijds.

Het doel van bestemmingsplan Waldeck 2021 is: 1. het vastleggen van de bestaande ruimtelijke structuur in een juridisch-planologisch kader; 2. het actualiseren van verbeelding, toelichting en bestemmingsregels, conform de nu geldende standaarden en inzichten. Hierbij wordt voldaan aan de thans geldende Standaard Voorschriften Bestemmingsplan Bepalingen (SVBP), waardoor het ook op perceelsniveau digitaal raadpleegbaar is op de landelijke site ruimtelijkeplannen.nl Het bestemmingsplan biedt de planologisch-juridische basis voor handhaving van de ruimtelijke situatie zoals die nu is, het beheer ervan in de toekomst en eventuele nieuwe ontwikkelingen.

7

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

1.3

Begrenzing van het plangebied

Het plangebied waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld, beslaat een deel van het zuidwestelijk grondgebied van de gemeente Den Haag. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Ockenburghstraat, aan de noordzijde door de Laan van Meerdervoort, aan de oostzijde door de Catharina van Rennesstraat en het Pauline de Haan Manifargespad en aan de zuidzijde door de Lisztstraat en de Symfoniestraat. Voorts is de locatie van de huidige Ontmoetingskerk buiten het plan gelaten, omdat daarvoor een afzonderlijke uitgebreide Wabo-procedure zal worden gevoerd. Het plangebied bestaat uit een aantal woonbuurten, dat gerealiseerd is op grond van het Uitbreidingsplan Waldeck 1956 en een vooroorlogs, westelijk deel, dat gerealiseerd is als uitbreiding van Loosduinen.

ligging plangebied

1.4

Geldende planologische regelingen

1.4.1

Vigerend bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Waldeck 2021 vervangt het volgende bestemmingsplan: bestemmingsplan Waldeck 1.4.2

vastgesteld 28 september 2009

goedgekeurd 19 januari 2010

onherroepelijk 30 maart 2010

Parapluherzieningen

Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag parapluherzieningen die op het gehele gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: 1. Parapluherziening Archeologie. De parapluherziening heeft betrekking op gebieden met een vastgestelde archeologische waarde of archeologische verwachting. In dit plan is ter bescherming van archeologische waardevolle gebieden de dubbelbestemming ‘Waarde (archeologie)’ toegevoegd en zijn regels opgenomen die het mogelijk maken voorwaarden met betrekking tot archeologie te verbinden aan bouwvergunning.

8

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2. Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld 20 september 2018) . Dit bestemmingsplan regelt, dat overal in de stad bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik dezelfde eisen voor het (fiets)parkeren kunnen worden gesteld. 3. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten (vastgesteld 20 december 2018). Dit bestemmingsplan regelt, dat functies, waarvan de vestiging op een bedrijfsterrein niet gewenst, daarvan ook daadwerkelijk worden uitgesloten

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 Inleiding is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied Waldeck 2021 aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd, omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk Beschrijving van de bestaande situatie de huidige situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en Regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 5 Planbeschrijving, is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid voor de bestaande situatie. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.

9

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

10

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de bestaande situatie

Inleiding

Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het plangebied beschreven.

2.2

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied bestaat uit een stedelijk woongebied met verschillende gezichten. Het onderscheid in opzet en karakteristiek van de woongebieden is enerzijds het gevolg van hun ligging binnen het westelijk deel van Den Haag en hangt anderzijds samen met de perioden waarin de buurten ontworpen en gebouwd zijn. Er kunnen twee deelgebieden onderscheiden worden, met elk een eigen kenmerkende stedenbouwkundige verkaveling, architectuur en openbare ruimte: het deel van Waldeck dat gerealiseerd is op grond van het uitbreidingsplan Waldeck 1956 en de vooroorlogse, westelijke uitbreiding van Loosduinen. De bebouwing van Den Haag naderde rond de overgang van de negentiende- naar de twintigste eeuw de gemeentegrens van Loosduinen, hetgeen er toe leidde dat in 1902 grondgebied werd geannexeerd om Den Haag aan bouwgrond te helpen. In 1923 werd Loosduinen bij de gemeente Den Haag gevoegd. Als gevolg van deze annexatie moest het Uitbreidingsplan voor Den Haag van Berlage worden aangepast. De ontwikkeling van de wijk Waldeck als geheel valt uiteen in vier fasen. De eerste ontwikkeling was die langs de Oude Haagweg en de aangrenzende Tuinenbuurt. De tweede fase bestond uit de bebouwing ten zuiden van de Laan van Meerdervoort, behorend tot het deel van het Plan West dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog tot stand werd gebracht.

Langs de Laan van Meerdervoort en de Ockenburghstraat werd als derde fase het plan Waldeck gerealiseerd. De vierde en laatste fase was die van de ontwikkeling van Nieuw Waldeck. In dit bestemmingsplan is van de wijk Waldeck alleen het deel van de wijk opgenomen dat is voortgekomen uit de derde ontwikkelingsfase, gebaseerd op het uitbreidingsplan Waldeck 1956. In het Plan West van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting uit 1927 werd een aantal deelontwerpen voor het westelijk stadsdeel samengevoegd. Voor Waldeck was een aaneengesloten woonwijk in samenhang met de wijk Bohemen gepland. De tuinders op Waldeck verzetten zich echter van meet af aan tegen het bebouwen van hun tuinbouwterreinen. In Waldeck is daarom alleen het noordelijk deel in de jaren 1935-1940 volgens het Plan West gerealiseerd. Het verzet tegen bebouwing van het tuinbouwgebied nam na de presentatie van het Conceptstructuurplan voor Groot 's-Gravenhage van W.M. Dudok in 1949 - Waldeck viel in de categorie 'uitbreiding woongebied' - alleen maar toe. Na langdurige onderhandelingen werd in 1956 besloten het tuindersgebied nog dertig jaar ongemoeid te laten. Van 1961 tot 1967 kwam de noordwestrand van Waldeck (nu het noordelijke en oostelijke deel van het bestemmingsplan 'Waldeck') tot stand.

Dit deel van Waldeck wordt in tweeën gedeeld door een groenstrook met een brede singel langs de Beethovenlaan (het Beethovenplantsoen). Direct ten noorden van deze singel ligt een winkelplein (het Alphons Diepenbrockhof). De woonbebouwing is daaromheen gelegen in een stroken- en stempelverkaveling. Aan de noordwestzijde wordt dit gebied beschut door een als windscherm fungerende gebogen flatstrook. Aan de Laan van Meerdervoort ligt tegenover het park Meer en Bosch een gebied met een plantsoen, een kerk en scholen. Ten zuiden van het Beethovenplantsoen is de flatbebouwing grotendeels rond een grote driehoekige speelplaats gesitueerd. Voor de kom van Loosduinen werd in 1927 door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting een uitbreidingsplan gemaakt. De bouwactiviteiten nabij de dorpskern van Loosduinen hadden vooralsnog een uitgesproken kleinschalig karakter. In 1926/1927 verrees het buurtje in de driehoek die wordt begrensd door de Ockenburghstraat, de Symfoniestraat, de Pisuissestraat en de Nocturnestraat naar het ontwerp van de architecten Z. Gulden en H. Geldmaker voor de Woningbouwvereniging Ons Huis Loosduinen. Een ander deel van dit buurtje werd bebouwd in 1928/1929 door de architecten D. Oostbroek, L. Cussel en J.N. Munnik.

11

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.3

Cultureel erfgoed

Cultureel erfgoed omvat sporen, objecten en patronen/structuren die, zichtbaar of niet zichtbaar, onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. Het omvat zowel het archeologisch, historisch-(steden)-bouwkundig als het historisch-landschappelijk erfgoed. In deze paragraaf staat een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. 2.3.1

Cultuurhistorische waarden

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Binnen het plangebied is onderzoek verricht naar de cultuurhistorische waarden; hierbij is het volgende aangetroffen: 2.3.1.1 Gebouwde monumenten In Waldeck is het volgende gebouw aangewezen als gemeentelijk monument ingevolge artikel 3 van de Monumentenverordening Den Haag 2010: Adres Aaltje Noordewierstraat 4

Beschrijving Pastoor van Arskerk uit 1968-1969 naar een ontwerp uit 1966 met invloeden van het structuralisme van de architect A.E. van Eyck. Uitgebreide beschrijving in monumentenregister

Pastoor van Arskerk

12

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.3.1.2 Beplanting Binnen het plangebied staan geen monumentale bomen/beplanting. 2.3.1.3 Beschermd stadsgezicht Het plangebied van het bestemmingsplan Waldeck 2021 is niet aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. 2.3.2

Archeologie

Het bestemmingsplangebied ligt volgens de Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk in het strandwallenlandschap van Den Haag. Alleen een smalle strook in het zuidelijk deel, ter hoogte van de Melodiestraat en de Van Anrooijstraat ligt in een met veen gevulde strandvlakte. Dit landschap heeft zijn vorm gekregen vanaf ca. 5000 v. Chr. door het ontstaan van zandruggen parallel aan de kustlijn. Door vorming van steeds nieuwe strandwallen werd de kustlijn langzamerhand naar het westen toe verlegd. Strandwallen hebben in zijn algemeenheid een hoge archeologische verwachting. Deze hoger gelegen zandruggen waren al vrij snel na hun ontstaan bewoonbaar en ook heel aantrekkelijk voor onze verre voorouders. Op die plekken zijn in Den Haag dan ook vaak sporen van nederzettingen aangetroffen. Resten van deze bewoning kunnen teruggaan tot in de vroege prehistorie, terwijl er ook in de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen volop op strandwallen gewoond is. In het bestemmingsplangebied zijn op meerdere plaatsen bewoningsresten teruggevonden. Aan weerszijden van de Laan van Meerdervoort, vanaf Meer en Bosch tot aan de Ockenburghstraat, zijn tijdens verschillende bouw- en aanlegwerkzaamheden vondsten gedaan uit de prehistorie en Romeinse tijd.

Bij de aanleg van de hoogbouw in de Landréstraat, de “Chinese Muur”, in de jaren zestig van de vorige eeuw is een klein archeologisch onderzoek uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam. Daarbij kwamen o.a. vondsten uit de Midden Bronstijd (1500 v.Chr.) voor de dag. Dit deel van Waldeck ligt ruim boven de 2 meter +NAP waardoor archeologische waarden in de bodem bewaard zijn gebleven. Dat geldt niet voor het overige deel van het plangebied, waar de duingronden in de 19de eeuw zijn afgezand voor de tuinbouw. De kans dat archeologische sporen daar nog bewaard zijn is uitermate klein. Bovenstaande houdt in dat er voor een deel van het bestemmingsplangebied een archeologische verwachting geldt. Op de verbeelding is dit vertaald in een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'.

2.4

Ruimtelijke structuur

2.4.1

Stedenbouwkundige structuur

Binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan Waldeck bevinden zich een typische jaren '60 woonwijk met winkelcentrum, een nieuwbouwcluster en een jaren '30 woonbuurt aan de zuidwestzijde. 2.4.1.1 Waldeck, een typische jaren '60 woonwijk De jaren '60 wijk Waldeck is gelegen binnen het grootste deel van het bestemmingsplan Waldeck. Zoals de meeste wijken uit deze tijd, is ze opgebouwd vanuit de principes van het 'functionalismedenken', afkomstig uit de zogenaamde CIAM-beweging (Congrès Internationaux d'Architecture Moderne). Hieronder zijn de typische kenmerken hiervan beschreven Strookverkaveling volgens de principes licht, lucht en ruimte De stedenbouwkundige opzet van de wijk vertrekt vanuit de principes van licht, lucht en ruimte . Hierin maakt de toepassing van gesloten bouwblokken, zoals bij vooroorlogse stedenbouw, plaats voor stempels met strokenbouw. Binnen Waldeck is hierin de portiekflat de meest voorkomende woontypologie. Daarnaast komen er binnen Waldeck ook eengezinswoningen, urban villa's en galerijflats voor. Een noord-zuid oriëntatie is voor de bouwstroken van de portiekflats, vanwege de optimale bezonning van de voor- en achtergevel en de open ruimte, binnen de wijk veelvoorkomend. Aan de voorzijde van de flatgebouwen wordt de open ruimte hoofdzakelijk gebruikt voor groen en aan de

13

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

achterzijde voor parkeren. Het voor- en achtergebied zijn hierbij vaak in collectief beheer en behoren niet tot de openbare ruimte. De aanwezigheid van groen rondom de bouwblokken geeft de wijk een vriendelijk karakter. Woongebouwen langs doorlopende wegen en groenstructuren (meer licht, lucht en ruimte) kennen een grotere bouwhoogte dan de bebouwing langs fijnmazigere structuren. Binnen Waldeck geldt dit voor de bebouwing langs Aaltje Noordewierstraat, de Ockenburghstraat, Laan van Meerdervoort, Mozartlaan en de groenstrook aan de Beethovenlaan. Functiescheiding De functies in een stad (wonen, werken en recreatie) werden in de jaren '60 strikt gescheiden. Waldeck is hierdoor een duidelijke woonwijk met in het hart een centrumgebied. In dit centrumgebied bevindt zich een clustering van winkels en voorzieningen (zorggebouwen, scholen en kerken). Deze winkels en voorzieningen zijn vanuit de hele wijk op loopafstand gelegen.

2.4.1.2 Nieuwbouwcluster uit 2007 Binnen Waldeck bevindt tussen de Pisuissestraat, de Aaltje Noordewierstraat en de Louis Davidsstraat een nieuwbouwcluster, die in 2007 gerealiseerd is . De opzet van dit buurtje is sterk gerelateerd aan de planmatige structuur van Waldeck. Het grootste deel van de bebouwing ligt evenwijdig aan de strookverkaveling aan de Pisuissestraat en bestaat uit patiowoningen. De oostzijde van dit buurtje vormt hierop een uitzondering. Hier is de bebouwde massa geplaatst in een curve en bestaat ze enkel uit eengezinswoningen. 2.4.1.3 Een Jaren '30 woonbuurt aan de zuidwestzijde De driehoekig-vormgegeven buurt aan de zuidwestzijde, begrensd door de Symfoniestraat, de Pisuissestraat, De Nocturnestraat en de Ockenburghstraat, wordt gekenmerkt door een jaren '30 verkaveling met gesloten/halfopen bouwblokken en uniforme straatwanden (geen pandsgewijs gevelbeeld). Binnen de wijk bestaat het overgrote deel van de bebouwing uit twee lagen en een kap. Ter hoogte van de Fanfarestraat, de Serenadestraat,de Preludestraat en de oostzijde van de Fugastraat is de bebouwing daarentegen lager met twee lagen en een plat dak en aan de oostelijke rand van de wijk (de Pisuissestraat) is de bebouwing wéér wat hoger met drie lagen en een kap.

14

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.4.2

Architectuur

De wijk Waldeck kenmerkt zich door architectuur van de late wederopbouwperiode. Hierbij is de architectuur functioneel van aard en wordt deze bepaald door een elementaire geometrie, met een horizontale geleding en (gewapend) beton, staal, hout en glas als voornaamste bouwmaterialen. Evenals de decennia ervoor werd stevig ingezet op serieproductie en prefabricage om bouwkosten te reduceren. Toch betekende de keuze hiervoor zeker geen lage architectonische kwaliteit. In Waldeck is de architectuur, zeker in relatie tot eerdere wederopbouwwijken in Den Haag, van een opvallend hoge kwaliteit. Hieronder is de aanwezige karakteristieke architectuur nader beschreven: Het meest prominente voorbeeld van een wederopbouwarchitectuur in Waldeck is de zogenaamde 'Chinese Muur' van de architecten F. Ottenhof en J. Wils. De gele verblendsteen, de blauwe accenten, de grote vensters en de bijzondere dakopbouw geven de wand een aangename uitstraling. De eengezinswoningen ten noorden van het Beethovenplantsoen aan de Aaltje Noordewierstraat vormen niet alleen door hun situering een hoogwaardig woonmilieu, maar ook de vormgeving en detaillering is zorgvuldig ontworpen en uitgevoerd. De woningen vormen een strook, maar springen ten opzichte van elkaar iets naar voren. Hierdoor wordt de privacy van de, op de garage gesitueerde balkons, gewaarborgd.

De zes flatgebouwen ten zuiden van het Beethovenplantsoen, aan de Louis Davidsstraat, hebben een kenmerkende verkaveling haaks op het plantsoen. De gemeenschappelijke tuinen tussen de flatgebouwen lopen naadloos over in het Beethovenplantsoen, dat op zijn beurt weer aansluit op het landgoed Ockenburgh. Deze hiërarchische opbouw, waarin het groen van de directe woonomgeving trapsgewijs is verbonden met het recreatiegroen aan de rand van de stad en tegelijkertijd elke zijde van de flatgebouwen is voorzien van genoeg zonlicht is kenmerkend voor de wederopbouwperiode. De flats vormen samen met de bajonetvormige vijverpartij en beplanting van het Beethovenplantsoen een authentiek wederopbouwdecor. De drie stroken eengezinswoningen gelegen aan de Landréstraat, de Julius Röntgenstraat en de Mozartlaan zijn een goed voorbeeld van de in de wijk nagestreefde kwaliteit. Voor de overwegend glazen gevel, met balkons op de erkers, bevinden zich kolommen van grijs, geglazuurde baksteen en gebakken tegels met dierenfiguren (ieder huis een ander) midden in de gevel. Een architectonisch hoogstandje en beschermd monument is de Pastoor van Arskerk in het plantsoen langs de Aaltje Noordewierstraat gelegen (1966, A. van Eyck). De Ontmoetingskerk (1969, G. Drexhage) is een van de meest abstracte kerkgebouwen uit de jaren '60.

Deze kerk is echter niet meer in gebruik en voor de locatie is een bouwplan ontwikkeld dat erin voorziet dat de kerk gesloopt wordt en een appartementengebouw wordt gerealiseerd. Tot slot zijn er ook in de jaren '70 en '80 nog interessante gebouwen opgeleverd. De bebouwing tussen de Mozartlaan, Catherina van Rennesstraat en de Aaltje Noordewierstraat is volgens het uitbreidingsplan uit 1965 opgezet, maar veel later tot stand gekomen. De vier hoge woongebouwen langs de Mozartlaan en de vijf lagere urban villa's zijn van het bureau Zanstra, Gmelig Meyling en De Clercq Zubli. De urban villa's zijn karakteristiek voor de jaren '70 door het gebruik van prefab beton, lichtgele gevelklinkers, hardhouten kozijnen, stalen balkonhekken en de onsubtiele consoles onder de dakoverstekken. Tot slot ligt er een karakteristiek jaren '80 woongebouw aan de Nocturnestraat (1989, Bolhuis, Lambeck, Ten Holt). De jaren '30 woonbuurt aan de zuidwestzijde kenmerkt zich door een eenvoudige jaren '30 baksteenarchitectuur, zonder uitgesproken stijlkenmerken. De vormgeving in de architectuur is aanzienlijk soberder dan in andere Haagse stadwijken van de zelfde tijd. Het typische karakter van de Nieuwe Haagse School architectuur, met haar kubistische vorm, brede vensters, erkers en veel hoorizontaliteit, komt hier niet nadrukkelijk naar voren.

15

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.4.3

Openbare ruimte en groen

Waldeck is een zeer groene wijk. In vrijwel elke straat komt groen voor. Vaak bevindt dit groen zich in (private) plantsoenen, rondom de strokenbouw. Het Beethovenplantsoen is de openbare groenader van de wijk en zorgt voor een verbinding met het landgoed Ockenburg. Een singel met bajonetverspringingen loopt door deze groenstrook heen. In het noorden van de wijk ter hoogte van het Wijndaelerplantsoen wordt het groen van het voormalig landgoed Meer en Bos de wijk ingetrokken. Dit vormt een onderdeel van het structuurgroen (groen- en waterstructuur) op stadsniveau. Daarnaast betreft het structuurgroen onder andere de gebieden tussen de woongebouwen van de Louis Davidsstraat en de Pisuissestraat. Er is, als gevolg van de oorspronkelijke functie als tuinbouwgebied, veel water overgebleven binnen de wijk. Dit bevindt zich met name aan de oostgrens van de wijk. Het zuidelijk - jaren 30 - gedeelte binnen de bestemmingsplangrenzen van dit bestemmingsplan, kenmerkt zich door stevigere straatwanden, een minder weidse openbare ruimte en aanzienlijk minder groen. Het Cantateplein vormt hierop een uitzondering. In het plangebied komen de volgende groentypen voor: Buurt- en wijkgroen: hiertoe behoren alle openbare groenvoorzieningen die een functie hebben op wijk- en buurtniveau.

Gezien de ligging en functie hebben deze groenvoorzieningen een belangrijke invloed op de belevingswaarde van de buurt of wijk. Bewoners hebben veelal een sterke emotionele binding met dit groen en tonen dikwijls hun grote betrokkenheid. Privaat groen met openbaar karakter: Deze ruimte bevindt zich rondom vrijwel alle flatgebouwen en is eveneens belangrijk voor het groene karakter van de wijk. Straatbomen: dit zijn bomen die zich binnen het wegprofiel bevinden of een duidelijke functie hebben in de begeleiding van wegen. De straatbomen leveren onbetwist een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het woon-, werk- en leefmilieu en de belevingswaarde van de stad als geheel. Waterlopen: zorgen voor waterberging, afvoer van overtollig water en aanvoer van water. Natuurlijke aspecten krijgen steeds meer aandacht. Begroeiing van oevers en kademuren wordt gestimuleerd. 2.4.4

Verkeer en infrastructuur

Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de “Haagse Nota Mobiliteit” (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. In 2019 is door het college van burgemeester en wethouders de Mobiliteitstransitiebrief gepresenteerd als een vervolg op de Haagse Nota Mobiliteit. Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de HNM werd verwacht. Het verkeer wordt drukker en er is steeds minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet er anders worden gekeken naar en omgegaan worden met mobiliteit.

De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem zodat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. Bovendien moet het mobiliteitssysteem duurzaam zijn en een natuurlijk onderdeel vormen van een aantrekkelijke stad waar het fijn wonen, werken, winkelen, leren en recreëren is. In de Mobiliteitstransitiebrief heeft het college 6 uitgangspunten geformuleerd waaraan de mobiliteit in 2040 moet voldoen, te weten: 1.

Veilig: met de ambitie van 0 verkeersslachtoffers per jaar

2.

Efficiënt: in gebruik van ruimte en infrastructuur

3.

Schoon: zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities

4.

Op maat: waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken

5.

Betaalbaar: betaalbare mobiliteitsoplossingen voor zowel reiziger als overheid

16

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

6.

Verbonden: met de regio en andere metropoolregio's in binnen- en buitenland

De mobiliteitstransitie gaat inzetten op een systeemverschuiving op drie niveaus: De ruimte voor infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit; De verschillende mobiliteitsoplossingen worden meer integraal en van deur-tot-deur georganiseerd zodat, ondersteund door digitale technologie, reisgemak en –comfort worden verhoogd; Een verandering in reisgedrag wordt gestimuleerd, door de mobiliteitsbehoefte van reizigers centraal te stellen en hen vervolgens te verleiden tot veilige, efficiënte en schone keuzes. 2.4.4.1 Gemotoriseerd verkeer Het gemotoriseerde verkeer dient zo veel als mogelijk geordend en geconcentreerd te worden op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen. Goed functionerende hoofdwegen zorgen ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken vermindert. De afbeelding verbeeldt de 'Hoofdstructuur wegverkeer” uit de Haagse Nota Mobiliteit. De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad, vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De vormgeving en inpassing van hoofdwegen zijn overeenkomstig de vigerende leefbaarheidseisen en milieunormen.

In de woonwijken is doorgaand autoverkeer ongewenst. De wijkontsluitingswegen transformeren daarom naar verloop van tijd steeds meer naar een inrichting als “stadslaan”: wegen met een minder dominante positie voor autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting overeenkomstig 30km/h-zones. De “Nota Straten, Wegen en Lanen (SWL)” (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat inrichtingsvoorschriften voor de wegen in de gemeente. Deze nota schrijft de functionele eisen voor van de wegenstructuur, gebaseerd op een duidelijke hiërarchie en de ambitie om voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten te garanderen. De wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad. Het plangebied wordt door hoofdverkeerswegen als de Laan van Meerdervoort en de Oude Haagweg/Listzstraat/Pisuissestraat ontsloten. Deze laatste drie sluiten aan op de Ockenburghstraat-Lozerlaan die via de N211 een directe aansluiting op de A4 heeft. De woonbuurten in Waldeck worden vanaf de randen op vier plaatsen ontsloten voor autoverkeer. Doorgaand verkeer in de wijk wordt zodoende geweerd. Drie van de vier woonbuurten van Waldeck worden ontsloten via erftoegangswegen op de hoofdverkeerswegen.

Hierin wordt uitgegaan van een maximum snelheid van vijftig kilometer per uur op de ontsluitingswegen en dertig kilometer per uur op de verblijfsstraten.

17

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Ontsluitingsstructuur Waldeck

2.4.4.2 Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer. Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations. Dienstregeling en lijnvoering van tram en bus worden jaarlijks vastgesteld door de Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer.

Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations. Dienstregeling en lijnvoering van tram en bus worden jaarlijks vastgesteld door de Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

18

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Streefbeeld openbaar vervoernetwerk

RandstadRail 3 rijdt vanaf de Laan van Meerdervoort via de Aaltje Noordewierstraat, Beethovenlaan en Pisuissestraat door Waldeck, met eindpunt op het Arnold Spoelplain. Bus 26 tijdt via de Ockenburghstraat, Pisuissestraat en Lisztsttraat door Waldeck. Bus 31 rijdt langs Waldeck via de Symfoniestraat en Lisztstraat. Daarnaast rijden op een grotere afstand tot het plangebied nog Tram 2 en Bus 21. 2.4.4.3 Langzaam verkeer Er is in Den Haag een herkenbaar stelsel van (hoofd)fietsroutes. In Waldeck is een aantal wegen opgenomen als hoofdfietsroute en een aantal wegen als secundaire fietsroute. Deze fietsroutes sluiten buiten de wijk aan op fietsroutes richting belangrijke bestemmingen in Den Haag. De fietsroutes zijn geschikt gemaakt voor het fietsverkeer; soms door fietsstroken langs de doorgaande wegen of door vrijliggende fietspaden. De fietsroutes binnen Waldeck zijn: Een hoofdfietsroute van noord naar zuid via de Groen van Prinstererlaan; Een secundaire fietsroute van noord naar zuid via het Pauline de Haan- Manifargespad Een secundaire fietsroute van oost naar west dwars door Waldeck via de groenzone. De fietsroutes van noord naar zuid verbinden Waldeck met het duingebied Kijkduin en met Houtwijk. De fietsroutes van oost naar west maken onderdeel uit van de doorgaande fietsroute van Ockenburgh in de richting van het centrum van Den Haag.

19

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.4.4.4 Parkeren De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Nota Parkeernormen Den Haag” (Rv 139 - 2011; RIS 181571) en is in 2016 op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd en aangevuld (Rv21: RIS 291425_160223). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren.

In de gebruiksregels van de voorschriften is het verder mogelijk om de parkeernormen en/of het toepassingskader te wijzigen indien daar aanleiding toe bestaat en er een bestuurlijk besluit aan ten grondslag ligt. Mede vanwege de ligging van Waldeck, aan de rand van de stad is het autobezit relatief hoog. Parkeren is daarmee een aandachtspunt. Bij aanvragen voor een uitrit (alleen mogelijk bij erftoegangswegen) wordt beoordeeld of bij het toestaan van een uitrit de parkeercapaciteit op de openbare weg voldoende blijft voor het parkeren door bezoekers. Voor nieuw- of verbouwplannen geldt de voorwaarde dat op eigen terrein parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd. Dit beleid en het bijbehorende toetsingskader zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen Den Haag (RIS 181571). Op 3 maart 2016 is een aanpassing van het parkeerbeleid vastgesteld door de raad. Deze aanpassing van het beleid houdt in dat er bij uitbreiding van het vloeroppervlak van bestaande woningen geen parkeertoets meer hoeft plaats te vinden. Dit betekent dat het toevoegen van dakopbouwen niet leidt tot een hogere parkeerdruk of parkeereis en zijn deze bij recht mogelijk gemaakt De parkeerdruk in de woonstraten is hoog in het oosten en relatief lager in het westen van Waldeck. Door de hoge parkeerdruk wordt er ook geparkeerd op de stoepen.

Dit geeft vooral in smalle straten problemen wanneer de auto's in de woonstraten aan beide zijden van de straat geparkeerd worden. Met name in de avonduren zorgt dit voor parkeerproblemen en een overmaat aan auto's in de straten. Bij nieuw- of verbouwplannen streeft de gemeente dan ook zoveel mogelijk naar parkeervoorzieningen op eigen terrein. Hierbij worden ook gebouwde parkeervoorzieningen, hoofdzakelijk onder de woningen op maaiveld, ingezet ter bevordering van het gewenste woonmilieu. Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” (RIS 294386).

Fietspark eernormen De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest.

20

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie).

Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen kan worden bewaakt.

Streefbeeld fiets

2.4.5

Groen

Het groen in Waldeck is zeer belangrijk voor de beleving van de wijk. In bijna elke straat staan bomen, de strokenbouw wordt omgeven door plantsoenen en veel eengezinswoningen bezitten voor- en achtertuinen. In het noordelijke gedeelte van de wijk zijn alle tuinen en plantsoenen omgeven door goed onderhouden heggen of mooi gemetselde erfafscheidingen. Het zuidelijke deel heeft geen heggen, maar wel goed verzorgde, eenvoudige hekjes om de plantsoenen. Het Beethovenplantsoen is de groene ader van de wijk en zorgt voor een verbinding met het landgoed Ockenburg. Een singel loopt met bajonetverspringingen door de groenstrook heen. In het noorden wordt het groen van het voormalig landgoed Meer en Bos de wijk ingetrokken met de aanleg van het Wijndaelerplantsoen. Dit vormt een onderdeel van de groen- en waterstructuur (structuurgroen) op stadsniveau. Vanuit de oorspronkelijke functie als tuinbouwgebied is veel water overgebleven, met name aan de

21

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

oostkant van de wijk. Verspreid in de wijken komen kleinere groen- en waterelementen (buurtgroen) voor die de verbinding vormen van de woonomgeving met het structuurgroen. Het structuurgroen betreft onder andere de gebieden tussen de woongebouwen van de Louis Davidsstraat, de Pisuissestraat en het Cantateplein. In het plangebied komen de volgende groentypen voor: Buurt- en wijkgroen: hiertoe behoren alle openbare groenvoorzieningen die een functie hebben op wijk- en buurtniveau. Gezien de ligging en functie hebben deze groenvoorzieningen een belangrijke invloed op de belevingswaarde van de buurt of wijk. Bewoners hebben veelal een sterke emotionele binding met dit groen en tonen dikwijls hun grote betrokkenheid. Straatbomen: dit zijn bomen die zich binnen het wegprofiel bevinden of een duidelijke functie hebben in de begeleiding van wegen. De straatbomen leveren onbetwist een zeer belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het woon-, werk- en leefmilieu en de belevingswaarde van de stad als geheel. Waterlopen: zorgen voor waterberging, afvoer van overtollig water en aanvoer van water. Natuurlijke aspecten krijgen steeds meer aandacht. Begroeiing van oevers en kademuren wordt gestimuleerd. 2.4.6

Water

Het plangebied Waldeck 2021 is bestaand stedelijk gebied (onderdeel wijk Loosduinen), dat deel uitmaakt van het boezemgebied. De watergangen in Loosduinen staan in open verbinding met de boezem en hebben een gelijk oppervlaktewaterpeil als hetboezempeil. Er vindt dan ook een goede doorspoeling plaats. De watergangen kennen geen peilfluctuatie. In Loosduinen zijn veel watergangen begrensd door groene elementen en/of natuurvriendelijke oevers. Er zijn geen waterkeringen aanwezig. 2.4.7

Bodem

Het plangebied is in gebruik geweest bij agrarische bedrijven. In de 17e eeuw zijn er naast boerderijen ook buitenplaatsen gebouwd. Verder waren er tot de jaren '80 van de 19e eeuw veel tuinbouwbedrijven gevestigd. In Waldeck en in de directe omgeving hebben, naast tuinbouwbedrijven, slechts enkele bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vestiging gehad. Het gaat hierbij om een drukkerij en een chemische wasserij. Verder hebben bij woongebouwen in de wijk ondergrondse huisbrandolietanks gelegen. Een beperkt aantal woongebouwen wordt nog verwarmd met huisbrandolie; de tanks zijn hier dan ook nog aanwezig. In Waldeck en in de directe omgeving zijn bodemonderzoeken uitgevoerd in verband met aangetroffen verontreinigingen, herinrichting en/of bouwplannen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van meerdere gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Hiervan is sprake bij een gemiddelde overschrijding van de interventiewaarde in meer dan 25 m3 vaste bodem en/of 100 m3 grondwater (bodemvolume) of bij een overschrijding van de norm voor asbest van 100 mg/kg.ds. Enkele zijn (deels) gesneerd waarbij er soms restverontreiniging is achtergebleven waardoor er gebruiksbeperkingen zijn. Op een aantal locaties is de bodem verontreinigd met minerale olie ten gevolge van lekkage van de ondergrondse olietanks.

Tijdens het verwijderen van de tanks zijn deze verontreinigingen veelal gesaneerd. Tevens is ter plaatse van de chemische wasserij aan het Alphons Diepenbrockhof 82 een bodemverontreiniging met oplosmiddelen geconstateerd. Hier is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.Ter plaatse van de Pisuissetraat (binnenterrein Pisuissestraat / Aaltje Noordewierstraat / Louis Davidsstraat) is een grondwaterverontreiniging met arseen aangetroffen. Deze verontreiniging is vermoedelijk ontstaan ten gevolge van de tuinbouwactiviteiten uit het verleden. Voor dit geval van ernstige bodemverontreiniging is een saneringsplan uitgevoerd. Er is een beperkte restverontreiniging in het grondwater achtergebleven. Er gelden gebruiksbeperkingen m.b.t. de restverontreiniging met arseen in het grondwater. Zeer plaatselijk worden in het gebied sterk verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond aangetroffen. Uit de bodemkwaliteitskaart gemeente Den Haag blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-maaiveld) in het plangebied gemiddeld licht verontreinigd is met lood zink en PAK (teerachtige stoffen). In de diepere bodemlagen worden geen verontreinigingen meer aangetoond. Op nog niet alle verdachte deellocaties in het plangebied heeft bodemonderzoek plaatsgevonden.

22

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Het plangebied is niet gelegen in een drinkswaterbeschermingsgebied. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaats zal vinden en waar nog geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. Naast het feit dat nog niet overal bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zijn er locaties waar het uitgevoerde bodemonderzoek verouderd is (ouder dan vijf jaar). Indien op deze locaties herinrichting en/of nieuwbouw zal plaatsvinden, zullen de bodemonderzoeken geactualiseerd moeten worden. 2.4.8

Kabels en leidingen

Binnen het plangebied zijn een gas, riool- en waterleiding (Ockenburgstraat) aanwezig, welke via dubbelbestemmingen beschermd worden.

2.5

Functionele structuur

2.5.1

Bedrijven

Binnen het plangebied is geen solitaire bedrijvigheid die de bestemming Bedrijf krijgt. Tevens zijn er geen bedrijventerreinen aanwezig binnen het plangebied. Wel is een bescheiden bedrijfspand aanwezig op een perceel met een maatschappelijke bestemming nabij de Cornelie van Zantenstraat, het Pauline de Haan Manifarcepad en het Aaltje Noordewierpad. 2.5.2

Cultuur en Ontspanning

Den Haag streeft met de Leisurenota Den Haag 2005-2010 (Cb - 2005; RIS 127846) naar een optimaal en onderscheidend voorzieningenpakket in het leisuredomein (voorzieningen waarvoor betaald moet worden), zowel op stedelijk als nationaal en zelfs internationaal niveau. Het leisurebeleid van de gemeente Den Haag is gericht op actief accountmanagement richting het bestaande aanbod en richting initiatiefnemers met een vestigingsvraag, het actief benaderen van potentiële exploitanten, het zoeken van een locatie en het wegnemen van belemmeringen bij het tot uitvoering brengen van de ideeën. In het bestemmingsplan Waldeck 2021 komen geen leisurevoorzieningen voor en het wordt om die reden verder niet beschreven. 2.5.3

Detailhandel

Waldeck kent een grote diversiteit in detailhandel. De voornaamste locatie van detailhandel is het centraal gelegen wijkwinkelcentrum Alphons Diepenbrockhof (winkelvloeroppervlak van circa 4.662 m2). Het winkelcentrum bestaat uit een centraal plein, met in vier richtingen winkelstraatjes. Het centrum bevat naast winkels ook andere voorzieningen zoals horeca, een bank, een apotheek en een postkantoor. In de overige straten komen nauwelijks detailhandelvoorzieningen voor. Een uitzondering vormt een schoenmaker aan de Pisuissestraat 5 en een bakker aan de Ockenburghstraat 118. Het gemeentelijk beleid voor deze buurt gaat uit van minimaal het behoud van de winkelconcentraties die tot de hoofdwinkelstructuur worden gerekend. Hiertoe behoort de winkellocatie Alphons Diepenbrockhof. Uitbreiding van het aantal winkellocaties is geen uitgangspunt. Daarnaast zijn enkele kiosken aanwezig, zij hebben een nadere aanduiding gekregen. 2.5.4

Dienstverlening

In het pand Aaltje Noordewierstraat 401 is het politiebureau Loosduinen gevestigd. 2.5.5

Horeca

Binnen de hoofdwinkelstructuur is maximaal 30% lichte horeca toegestaan. Dit is winkelondersteunende horeca, zoals Thais restaurant Siem, Alphons Diepenbrockhof 74.

23

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

2.5.6

Kantoren

In het plangebied bevinden zich geen zelfstandige kantoren. 2.5.7

Maatschappelijk

2.5.7.1 Onderwijs In het plangebied van “Waldeck” bevinden zich twee onderwijsvoorzieningen. Het gaat hierbij om: Openbare Basisschool De Kleine Keizer, Alphons Diepenbrockhof 79; Voortgezet onderwijs Maris College Kijkduin, Landréstraat 150. Bij de openbare basisschool De Kleine Keizer is tevens peuterspeelzaal Kleine Wereld gevestigd. Aan de Cornelie van Zantenstraat 234 is nu nog Kindercentrum Sesamstraat do+bso gevestigd. 2.5.7.2 Welzijn en maatschappelijk In het plangebied bevindt zich een aantal woon- en zorg voorzieningen in de vorm van woonzorgcomplexen, wooncomplexen voor seniorenhuisvesting en overige aangepaste woonvormen voor ouderen. Het gaat hierbij om de volgende complexen: 1. Woonzorgcentrum Tabitha, Mozartlaan 280; 2. Humanistisch Wooncentrum Simon Carmiggelt, Nocturnestraat 4 t/m 218; 3. Serviceflat Dekkershage, Aaltje Noordewierstraat 12. Er zijn twee kerken aanwezig binnen het plangebied: 1. Pastoor van Arskerk aan het Wijndaelerplantsoen; 2. Ontmoetingskerk aan de Louis Davidsstraat (gesloten en wordt op korte termijn gesloopt en herontwikkeld tot een appartementengebouw ). 2.5.8

Sport en recreatie

Binnen het plangebied bevinden zich geen sportvelden of recreatieterreinen. Wel bevinden zich diverse sportscholen (fitness, dans e.d.). 2.5.9

Wonen

2.5.9.1 Woningen Voor het overgrote deel kan Waldeck worden getypeerd als een woongebied met een grote diversiteit aan woonmilieus en woningtypen. Met betrekking tot de woonmilieus kan er een tweedeling worden gemaakt in tuinstedelijk wonen in de vooroorlogse zuidwesthoek van het plangebied en de open blok- en strokenverkaveling van het naoorlogse deel van Waldeck. De in het plangebied voorkomende woningtypen zijn onder te verdelen in: grondgebonden eengezinswoningen, beneden-bovenwoningen, portiek-etagewoningen en galerijflats. Het woningaanbod is daarmee zeer divers en wordt in zowel de koop- als de huursector gevonden. 2.5.9.2 Woonschepen In het plangebied zijn geen woonschepen aanwezig en ook niet toegestaan 2.5.9.3 Woonwagens In het plangebied zijn geen woonwagens aanwezig en ook niet toegestaan.

24

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

Het bestemmingsplan Waldeck 2021 vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is weer. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal-, regionaal-, gemeentelijk niveau. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteen gezet. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de Regels en op de Verbeelding wordt beschreven in hoofdstuk 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Ministerie van Infrastructuur en Ruimte van kracht geworden. De structuurvisie vervangt verschillende nota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. De visie schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt is de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over te laten aan gemeenten en provincies (decentraal, tenzij), minder nationale belangen te benoemen, en eenvoudigere regelgeving toe te passen. De nationale belangen die worden benoemd betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Ladder voor duurzame verstedelijk ing De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt door de Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De structuurvisie raakt geen van de belangen die in het bestemmingsplan Waldeck 2021 worden afgewogen. Het bestemmingsplan is conserverend van aard, er zijn geen nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maken. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in

25

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Volgens het Barro zijn er in het bestemmingsplan Waldeck 2021 geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. 3.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.

Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Toetsing Het bestemmingsplan Waldeck 2021 betreft een conserverend plan en is in overeenstemming met het provinciale beleid zoals verwoord in de Provinciale Structuurvisie en Verordening. Voor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking.

26

bestemmingsplan Waldeck 2021 (ontwerp)

3.2.3

Regionaal beleid

De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) neemt taken over van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's. De Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit en de Agenda Economisch Vestigingsklimaat De metropoolregio zet zich in voor: 1. 2. 3. 4.

Verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; Economische vernieuwing; Transitie naar toonaangevende duurzaamheid; Attractiviteit van de regio.

Het Stadsgewest Haaglanden heeft per 1-1-2015 zijn werkzaamheden beëindigd. De beleidsterreinen Verkeer en Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat worden in MRDH-verband gecontinueerd. Het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP)(vastgesteld in 2008 door het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden) blijft voor de overige beleidsterreinen vooralsnog van kracht; het is een integraal plan voor: de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden; het kader voor het regionale beleid op het gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie; lokale plannen, zoals bestemmingsplannen. Het RSP kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen. Voor Den Haag /dit bestemmingsplan hebben vooral de volgende regionale prioriteiten hun doorwerking gekregen: het faciliteren van internationale bedrijven en instellingen in de Internationale Zone en in het bijzonder het World Forum in Den Haag; intensief ruimtegebruik van stedelijke wijken. Voor de verschillende beleidssectoren worden de gemeentelijke programma's gemonitord en periodiek binnen het samenwerkingsverband op elkaar afgestemd. Dit geldt men name voor kantoren, bedrijventerreinen, leisurevoorzieningen en detailhandel. Het bestemmingsplan Waldeck 2021 is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10617109/1