RIS309866 Bijlage 1
Tekst van het document
Het verbeterde station, stationsentree en het omgevingsdomein krijgen een hoogwaardige uitstraling die past bij de (inter)nationale en stedelijke betekenis van het knooppunt Den Haag Laan van NOI en die kan concurreren met andere (inter)nationale locaties. Het station wordt een toegangspoort met allure voor zowel Voorburg als het CID in Den Haag, wat tot uitdrukking komt in twee zichtbare voorkanten die je welkom heten in het CID en Den Haag, en Leidschendam-Voorburg.
Deze ambitie is richtinggevend bij de nieuwe stedenbouwkundige uitgangspunten voor de herontwikkeling van de Soza-kavel. De upgrade van het station wordt gecombineerd met een stationshal, goede fietsenstallingsvoorzieningen, en een mix van functies en voorzieningen in en rondom het omgevingsdomein die bijdraagt aan het stedelijke karakter en levendigheid op straat. Nieuwe en verbeterde bestaande onderdoorgangen voor langzaam verkeer (LV) zorgen voor een betere verbinding tussen beide zijden van het spoor. De overstap vanuit station naar tram en bus langs de Laan van Nieuw Oost-Indië wordt verbeterd door herpositionering van de haltes en de calamiteitenhalte in samenhang met het nieuwe station en zijn entree. Stationscampus Laan van NOI De zones aan weerszijden van het spoor worden ontwikkeld tot één campusgebied met als hart het station. Dit gebied wordt primair ingericht voor de fietser en de voetganger. De Voorburgse en Haagse zijde worden beter met elkaar verbonden door het gebruikscomfort en belevingswaarde van de bestaande onderdoorgangen te verbeteren (sociale veiligheid, verbreden, kwaliteit inrichting openbare ruimte). De stadscampus draait om interactie en ontmoeting. Zowel in de buitenruimte als binnen de gebouwen zijn er ontmoetingsfaciliteiten.
Gemeenschappelijke voorzieningen zoals horeca of vergaderruimtes worden daarom op centrale plekken georganiseerd zodat studenten en werknemers van verschillende bedrijven en organisaties elkaar ontmoeten, maar er ook interactie met bewoners is. Deze plekken liggen langs de drukst bezochte plekken en belangrijkste (loop)routes door de campus, zoals die langs de Wilhelmina van Pruisenweg richting het Beatrixkwartier. De gebouwen openen zich naar hun omgeving en het publieke domein en semi-private (collectieve) ruimten worden met elkaar verbonden. De aanwezige typologie van groene hoven en collectieve binnenstraten krijgt bij nieuwe ontwikkelingen een eigentijdse interpretatie.
(Cyber)security en ICT-Tech als economische pijlers Binnen het CID onderscheidt het gebied rond station Den Haag Laan van NOI zich door bedrijven in de ICT-Tech en (cyber-)security sector. Het knooppunt is hierin cruciaal voor de doorontwikkeling naar een vooraanstaande campus en het hart van de Europese veiligheidscluster. De bestaande cluster wordt uitgebreid met ruimte voor nieuwe high-end instellingen, hoofdkantoren (al dan niet single tenant), startups, scale-ups en hieraan gerelateerd onderwijs op middelbaar en hoger niveau, die een ecosysteem vormen. De kantoren zijn onderdeel van een sterke functiemix met onder andere (verblijfs-)voorzieningen en wonen. Informele en formele ontmoetingsplekken bieden ruimte voor het delen van kennis om tot groei van innovatie, economie en werkgelegenheid te leiden. Ontwikkelruimte wordt gevonden door de bestaande kantorenzone aan de noordzijde (Haagse zijde) te transformeren en te verdichten maar ook door de zone aan de zuidzijde (Voorburgse zijde) van het spoor te ontwikkelen, beter te verbinden en daarmee onderdeel van de nieuwe ICT - Security Campus te maken. Ook in het aangrenzende Beatrixkwartier, dat meer gericht is op de zakelijke (kantoren-)markt, wordt gestuurd op een mix van functies. Leefbaar en groen De stationsomgeving van Den Haag Laan van NOI is een belangrijke verdichtingslocatie.
Uitgangspunt voor de ontwikkelingen binnen het gebied is een evenwichtig programma van wonen, werken en voorzieningen. Goede oplossingen voor onder andere mobiliteit & parkeren (gerelateerd aan OV-georiënteerd bouwen), kwaliteitsverbetering van openbare ruimte, toevoegen van groen en invloed op bezonning en wind zijn hier ook onderdeel van. De gemeente heeft oog voor de leefbaarheidseffecten van de verdichtingsopgave rondom het station. Daarbij gaat het zowel om effecten in het gebied zelf als voor de omringende wijken.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
23
Uitgangspunt is dat de beoogde ontwikkelingen door bijv. het toevoegen van voorzieningen en werkgelegenheid bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid in de aangrenzende buurten. De campus ontleent een groot deel van zijn groene kwaliteit aan de twee groene verbindingen, die het gebied inkaderen: de groene ecologische Schenkzone en de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat. Deze groene dragers zijn van betekenis op stedelijk niveau. Binnen de campus wordt de overmaat aan verharding verwijderd en ingezet om het al aanwezige groene karakter het gebied in te brengen en te verbinden met nieuw gebruiksgroen voor bewegen en spelen, rust, waterberging en verkoeling op openbaar en privé terrein, bijvoorbeeld in de vorm van pocket parks (kleinschalige, groene parkjes die functioneren als ontmoetingsplek en rustpunt), hoven, groene daktuinen en vergroening van straatprofielen. Ook het omgevingsdomein van het station krijgt een stedelijke maar groene uitstraling. De combinatie met levendige plinten, hogere dichtheden en een grote functiemix zorgt ervoor dat de buitenruimte aantrekkelijk en veilig is voor ontmoeten, bewegen en verblijven.
Sfeerimpressie station en omgevingsdomein (bron: ICT - Security Campus. Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI; d.d. december 2018)
24
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
Verdichten rondom het station De stadscampus Laan van NOI biedt ruimte aan hoogbouw in de directe omgeving van het station. Uitgangspunt daarbij is dat deze hoogbouw bijdraagt aan het realiseren van een aantrekkelijk hoogstedelijk milieu rond het station. Daarbij gelden de principes van de ‘Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline’. Goed ingepaste hoogbouw met levendige plinten en veel aandacht voor vergroening en verduurzaming van de omgeving. Hoogbouw is onderdeel van een samengesteld bouwblok bestaande uit een stedelijke laag met levendige plint en daarboven torens. De stedelijke laag is bepalend voor de beleving omdat hier het contact wordt gemaakt tussen binnen en buiten. Het gevoel van de aanwezigheid van andere mensen binnenin het gebouw en het licht dat door de ramen naar buiten schijnt, dragen bij aan een prettige, geborgen sfeer op straat. Het ontwerp van de gevel en de functie in de plint zijn hierin ondersteunend.
De hoogbouwcluster bij het station heeft een evenwichtige hoogteopbouw, die in principe moet voldoen aan het gemeentelijk beleid voor bezonning en wind. De aangrenzende woonbuurten in Den Haag en Voorburg vragen om een zorgvuldige overgang en stapsgewijze hoogteopbouw richting het spoor. De hoogste bebouwing bevindt zich bij het station. Verbinden De gemeente zet in op het structureel verbeteren van de verbindingen binnen de stadscampus (o.a. door het opheffen van het spoor als barrière en het verbeteren van de verblijfkwaliteit van de langzaam verkeerroutes) en de aansluiting met de stad aan alle zijden van het station. Voor het CID is hierbij de aansluiting op de kantorenlocatie Beatrixkwartier en van daaruit de route richting de Policy Campus Centraal van belang. Bij de verbindingen richting het Beatrixkwartier wordt meer ruimte gegeven aan langzaam verkeer. Daarnaast worden de belangrijke routes vergroend en begeleid door plinten met levendige functies. Integrale opgaven Als uitwerking van het ontwikkelingsperspectief agendeert de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI twaalf hoofdopgaven, namelijk: Opwaarderen station, -entree en ontvangstdomein 1. Upgrade van het in uitstraling gedateerde bestaande station naar een hoogwaardig station en -entree met aantrekkelijk omgevingsdomein. 2.
Realisatie van een fietsenstalling voor de reizigers van het openbaar vervoer (2.500 plaatsen) als onderdeel van de ontwikkelzones langs het spoor, waarvan de helft aan de Haagse zijde. 3. Verbeteren van de overstap tussen de verschillende vervoersoorten in samenhang met de entree van het station.
Beter verbinden van de Haagse en Voorburgse zijde van het spoor waardoor de barrièrewerking afzwakt en één samenhangend gebied ontstaat. Stedelijke groene ICT - Security Campus 4. Opstellen van een integraal buitenruimteplan in samenhang met het kwaliteitsniveau dat wordt vastgelegd in de ‘Gereedschapskist Buitenruimte CID’. Opgaves zijn: • meer samenhang in de openbare ruimte (inrichting en materiaalgebruik) en vergroening van het gebied; • verbinding van het gebied met de stad; • versterken van aantrekkelijke plekken voor verblijven en ontmoeten; • primaat bij de voetganger en de fietser binnen de campus; • creëren van een aantrekkelijker verblijfsmilieu door een grotere mix van programma en levendige plinten. 5. Het respectievelijk ontwikkelen en versterken van de groene verbinding Van Alphenstraat en de Schenk. 6. Versterking van het economische klimaat door het verbeteren van de vestgingscondities en ruimte te bieden aan economisch programma door het gebied te verdichten en transformeren naar een intensief gemengd gebied. 7. Verdichten en toevoegen van een aanzienlijk woonprogramma, met name op de onbebouwde zone langs het spoor aan de Van Alphenstraat en op de Sozakavel (30% sociaal op gebiedsniveau)). 8. Binnen de stedelijke groene campus ligt de nadruk op langzaam verkeer. Deze gebieden worden aangewezen voor OV georiënteerd wonen en werken.
Binnen deze gebieden kan naar beneden worden afgeweken van de parkeernorm. 9. Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Dit betekent dat al vanaf de begin stadia van de ideevorming duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn.
Relaties met de omgeving versterken 10. Beter verbinden van de groene campus en de stationslocatie voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) op regionaal schaalniveau door de aanleg van de snelfietsroute Velostrada tussen Delft en Leiden op de Van Alphenstraat. 11. Verbeteren van de verbinding van de groene campus en het stationsgebied met de omgeving aan alle zijden (Voorburg Noord, Bezuidenhout, Beatrixkwartier).
4.4 Hernieuwde inzichten t.o.v. Gebiedsagenda Sinds de vaststelling van de Gebiedsagenda voor Den Haag Laan van NOI zijn nieuwe inzichten gekomen, die leiden tot afwijkende ruimtelijke uitgangspunten voor de herontwikkeling van het gebied. De openbaar vervoerpartijen (waaronder ProRail, HTM, RET) en MRDH hebben de gemeente te kennen gegeven hebben dat zij nader onderzoek willen doen of zij de strook langs het spoor aan de Haagse zijde in de toekomst nodig gaan hebben voor de mogelijke uitbreiding van de spoorinfrastructuur. Hierdoor kunnen de beoogde ontwikkelingen langs het spoor aan de Haagse zijde niet conform de uitgangspunten van de Gebiedsagenda gerealiseerd worden. In overleg met de openbaar vervoerpartijen is vastgesteld dat hiervoor een strook van 11 meter langs het spoor voor wordt aangehouden. De uiteindelijke invulling van deze zone zal impact hebben op de uitstraling en beleving van de openbare ruimte rondom het station en de Soza-kavel. De gemeente heeft aan de openbaar vervoerpartijen aangegeven dat bij ingebruik name van de 11 meter zone de bestaande tramkeerlus op maaiveld uit de Anna van Hannoverstraat (en daar mee ook de Wilhelmina van Pruisenweg) zal moeten verdwijnen.
Hiermee wordt gegarandeerd dat voldoende ruimte aanwezig is om de ambities uit de Gebiedsagenda te voldoen en een veilig en aantrekkelijk omgevingsdomein voor voetganger en fietser te creëren. De gemeente zal daarnaast met de betrokken partijen een nadere studie doen naar de invulling van de openbare ruimte i.r.t. de uitbreiding van het spoor en de stationsontwikkeling.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
25
stationsvernieuwing
EENTE DEN HAAG
Omgevingsdomein station – Den Haag (bijzondere buitenruimte) ontvangstdomein station Reservering interwijk-verbinding mogelijk toekomstig ontvangstdomein station hoogwaardige buitenruimte stedelijke ontwikkeling bestaande bebouwing korte/middellange termijn lange termijn lange termijn; grondgebied gemeente Leidschendam-Voorburg Velostrada Delft - (Den Haag) - Leiden langzaam-verkeersroute tramlijn met halte spoorzone gemeentegrens tussen Den Haag en Leidschendam-Voorburg
GEMEENTE LEIDSCHENDAM- VOORBURG
26
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
N
5. RUIMTELIJKE VISIE Het plangebied van deze PUK is in de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI benoemd als het ontwikkelgebied Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Soza-kavel). De herontwikkeling van de Soza-kavel draagt bij aan de opgave dit gebied te transformeren naar een hoogwaardig stedelijk gebied dat als hart van de ICT-Security campus en een volwaardige entree van de stad bij station Den Haag Laan van NOI gaat functioneren. De kaders voor de Soza-kavel creëren de condities voor een aantrekkelijke stationsomgeving en ruimte voor de ontwikkeling van een verbeterd station, stations entree, opvang van eventuele groei van het OV in de toekomst en voldoende ruimte voor de voetganger en de fietsers om op een veilige en aangename manier te verplaatsen en te verblijven. Hiervoor worden de kwaliteitsverbetering van het openbaar gebied en de herontwikkeling van de Soza-kavel in samenhang opgepakt. De herontwikkeling van de Soza-kavel is de eerste stap in het gebied die leidt tot versterking van de functiemenging in het gebied en verbetering van de ruimtelijke structuur, kwaliteit van buitenruimte, duurzaamheidsaspecten en mobiliteitsingrepen in het gebied. De visie op de ontwikkeling wordt in dit hoofdstuk beschreven.
5.1 Soort stedelijk milieu Het plangebied is onderdeel van een gebied dat zich gaat ontwikkelen van monofunctioneel werkmilieu naar een stedelijk gemengd milieu voor o.a. wonen, werken, voorzieningen en ontmoeten. De variatie in de programmering zorgt voor levendigheid op straat, ook buiten kantooruren. Hierbij wordt ruimte geboden aan de ontwikkeling van een aantrekkelijk omgevingsdomein voor het station, passend bij de knooppuntfunctie van deze locatie. De ontwikkeling biedt daarnaast ruimte aan bedrijven (in verschillende segmenten en doelgroepen) en functies die bijdragen aan het uitbouwen van de ICT-Security Campus.
De ontwikkeling is gebaseerd op de uitgangspunten van ‘Nota Haagse Hoogbouw. Eyeline en skyline’. Uitgangspunt hierbij is dat hoogbouw de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op lange termijn waarborgt en het vestigingsklimaat versterkt.
5.2 Buitenruimte als drager van de ruimtelijke kwaliteit Rondom Den Haag Laan van NOI wordt ingezet op de structurele verbetering van het raamwerk van buitenruimten, vergroenen en versterken van landschappelijke structuren, verbeteren van loop- en fietsroutes, etc. In een verdichtende stad stellen burgers en bedrijven hogere eisen aan de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte. Het intensievere gebruik vraagt hier ook om. Voor de inrichting van de openbare ruimte zal voor het gehele plangebied van de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI een integraal buitenruimteplan worden opgesteld. Hierin wordt de concrete inrichting van de buitenruimte gemaakt. Gezien de onlosmakelijke samenhang tussen gebouw en openbare ruimte dient afstemming met de ontwikkelende partijen en grondeigenaren (zie afbeelding pagina 62) plaats te vinden. Samen met de ontwikkelende partijen wordt de vorm en de organisatie van de bebouwing afgestemd met de organisatie en concrete inrichting van de buitenruimte. Dit PUK loopt voor op het integraal buitenruimteplan en vormt een eerste aanzet in de vertaling van de ambitie voor de buitenruimte bij station Den Haag Laan van NOI. Verbinden Het verbinden van het station met de stad, begint met een nieuw omgevingsdomein voor het station. De bestaande Anna van Hannoverstraat krijgt een belangrijkere rol in de ruimtelijke structuur.
De bestaande functionele straat wordt omgevormd naar een plek waar het prettig is om te verblijven. Daarvoor verdwijnen een aantal functies uit de openbare ruimte: de auto,
parkeerplaatsen, de fietsenstallingen in de openbare ruimte. De ruimte die hierdoor ontstaat is voor de voetganger, de fietser en vergroening van de buitenruimte. De huidige functies aan deze zijde van het spoor t.b.v. het station dienen op een goede manier te worden ingepast en moeten ten alle tijde kunnen blijven functioneren. De herontwikkeling van de Soza kavel zorgt er ook voor dat het omgevingsdomein op een aantrekkelijke manier wordt begrensd: door ruimte te bieden aan levendige functies in de plint zoals commerciële en maatschappelijke voorzieningen. De OV-reiziger, bewoner, werknemer en bezoeker wordt op deze manier verleid om ook in het gebied te verblijven. Voor een toekomstige tweezijdige begeleiding met de bebouwing wordt het profiel van de Anna van Hannoverstraat opnieuw gevormd, waarbij rekening wordt gehouden met de reservering voor de uitbreiding van het spoor en de perrons met 11 meter op hoogte van de spoordijk met daaronder een nieuwe plint in aansluiting op de straat. Er wordt in de Anna van Hannoverstraat onderscheid gemaakt in een breder en een smaller profiel: een pleindeel (tussen het Headquarter pand en de huidige entree van het station) en een straatdeel (tot aan de aansluiting op de Laan van Nieuw Oost-Indië).
Vanuit het plein wordt het station met de omgeving verbonden op verschillende schaalniveaus: • via het straatdeel van de Anna van Hannoverstraat voor de voetganger en de fietser met de Laan van Nieuw OostIndië en verder, •
via de Wilhelmina van Pruisenweg naar het Beatrixkwartier, Schenkkade en Bezuidenhout.
•
Via de doorsteek van de stationsentree naar de groene verblijfsplek aan de Schenk. De doorsteek zorgt voor een verbeterde zichtbaarheid van het station vanaf de Schenkkade.
De structuur van de openbare ruimte wordt fijnmaziger en het gebied wordt beter doorwaadbaar dan in de bestaande situatie.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
27
Door ruimte te reserveren voor een verbeterde en/of nieuwe onderdoorgang onder het spoor worden de condities gecreëerd om in de toekomst ook een betere verbinding met de Voorburgse zijde te creëren. De verdichting zorgt voor steeds intensiever gebruik van de buitenruimte. Deze beperkt zich niet alleen tot de buitenruimte maar wordt uitgebreid door verbindingen te maken met de gebouwen. De plinten langs de belangrijkste routes worden daarom gevuld met levendige functies die interactie met de straat aan gaan, (deels) publiektoegankelijk zijn en ruimte bieden aan ontmoeting, zoals horeca, een nieuwe ruime stationshal, coworking spaces, etc. Vergroenen Vergroening van de huidige stenige buitenruimte en het perceel met de nieuwe bebouwing draagt bij aan de verblijfskwaliteit en het verminderen van klimaat-effecten zoals het stadshitte-effect, hemelwaterberging/-vertraging en heeft een positief effect op de gezondheid. Het plangebied grenst aan de ecologische verbinding Schenkzone. Onderdeel van de integrale gebiedsontwikkeling is deze zone te respecteren en visueel te verbreden door het groen het plangebied in te brengen. Als onderdeel van de herontwikkeling van de Soza-kavel wordt een groene verblijfsplek gerealiseerd ter plaatse van de doorsteek van het station richting de Schenk. Een plek voor de buurt met ruimte voor verblijven en spelen.
Ook de ecologische waarde van de Schenk zelf kan worden versterkt wanneer in de toekomst de tramkeerlus mogelijk wordt verwijderd. De Wilhelmina van Pruisenweg (haaks op de Schenk) wordt als belangrijke route naar het station vergroend door toevoeging van bomen en groenvakken. Bij behoud van de bestaande tramkeerlus wordt onderzocht in hoeverre dit mogelijk is. Ook de nieuwe Anna van Hannoverstraat krijgt een groener karakter met een aangenamer verblijfsklimaat.
28
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
Groene Schenk
Ieder individueel plot heeft als opgave voor de planvorming bij te dragen aan de vergroening en versterking van de kwaliteit van de buitenruimte. De daken van de stedelijke laag van de vastgoedontwikkeling worden ook vergroend (minimaal conform eisen Nota Haagse Hoogbouw. Eyeline en skyline). De daktuin op het binnendek van fase II is gedurende de dag toegankelijk met trappen vanaf het straatniveau. Deze daktuin vormt daardoor een uitbreiding van de buitenruimte voor een breder publiek dan alleen de gebruikers en bewoners van de gebouwen. Het dek wordt constructief geschikt gemaakt voor een leeflaag, waarop een daktuin kan worden gerealiseerd. Het gebruik wordt gestimuleerd door ook de 1e verdieping, die aansluit op deze daktuin (naast woningen) te programmeren met bijvoorbeeld voorzieningen, die ook bezoekers naar deze plekken trekken. Daarnaast kan het mee-ontwerpen van groenvoorzieningen bijdragen aan het vergroenen van het blok. De daktuinen dragen bij aan de diversiteit van flora, fauna, natuur-inclusiviteit, waterberging en verkoeling. Per saldo dient de groenbalans voor het gebied positief te zijn. Dit geldt ook voor de bomenbalans. Eventuele bomen die gekapt moeten worden door de ontwikkelingen moeten in eerste instantie binnen het plangebied gecompenseerd worden.
Net als elders in de CID ontwikkelgebieden is het nodig om de inrichtings- en beheerkwaliteit bij te stellen. De voorgestelde verdichting van deze gebieden leidt tot een intensiever gebruik met tegelijk hogere eisen en ambities voor aantrekkelijkheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en gebruik van de openbare ruimte. In de ‘Gereedschapskist Buitenruimte CID’, die een bijlage is bij de Ontwerp-Structuurvisie CID is het gebied rondom station Den Haag Laan van NOI benoemd als Hofstadkwaliteit.
5.3 Toekomstvast OV-Knoop Station Den Haag Laan van NOI Bij station Den Haag Laan van NOI komen diverse modaliteiten samen. Alleen al op het gebied van OV komen hier bus, metro, RandstadRail, tram en trein bij elkaar. Doel is dat de knoop op een goede of verbeterde manier kan blijven functioneren in de toekomst: het station intern, maar ook de relaties met de modaliteiten in de omgeving. Hierbij is van belang dat het station ook bij de nieuwe ontwikkeling voldoende zichtbaar, herkenbaar (logische routing, etc.) en (sociaal) veilig is. Het station en de ontwikkeling langs het spoor is geen onderdeel van dit PUK. De hoofdopgaven voor de OV-knoop worden op visieniveau meegenomen. Uitgangspunt voor dit PUK is daarbij dat de herontwikkeling van de Soza-kavel en de aangrenzende openbare ruimte de toekomstvastheid van de OV-knoop moeten ondersteunen en versterken en de realisatie van de hoofdopgave niet mag verstoren. Bij het functioneren van de OV- knoop zijn meerdere partijen betrokken die hun eisen en wensen hebben. Vanuit ProRail geldt bijvoorbeeld het vergroten van de fietsenstallingscapaciteit bij het station. De totale opgave voor het station is minimaal 2.500 fietsstallingen (2040; prognose ProRail).
Vanuit NS is aangegeven dat er bij stations vanwege reizigersgroei in toenemende mate behoefte is aan (ruimte voor) goede ontvangstdomeinen en dat er volwaardige voorzieningen op het gebied van de ketenmobiliteit moeten behouden blijven op het station. De ketenmobiliteit is een belangrijk onderdeel in de deur tot deur reis van de reiziger. Dit geldt aan de Haagse zijde van het station voor het aanbod aan OV-fietsen als ook een goede Kiss & Ride voorziening. De P+R-behoefte van het station (minimaal 150 plekken) is voorlopig geborgd aan de Voorburgse zijde. Daarbij worden de verbindingen tussen weerszijden van het station van steeds groter belang. Langs de Anna van Hannoverstraat worden daarom twee locaties in de ontwikkelzone langs het spoor vrij
van bebouwing gehouden: op de locatie van de bestaande spoortunnel naar de perrons en in het verlengde van de Wilhelmina van Pruisenweg. De eerste zorgt ervoor dat de bestaande tunnel naar de perrons bereikbaar blijft. Met de tweede wordt de mogelijkheid opengehouden voor de realisatie van een nieuwe inter-wijkverbinding naar Voorburg in het verlengde van de Wilhelmina van Pruisenweg. Inpassing van de tram De bestaande tramkeerlus rondom de Soza-kavel kan op basis van de in het PUK vastgelegde ontwikkelmogelijkheden fysiek worden behouden. Vanuit kwaliteit van de openbare ruimte is het echter zeer wenselijk om de keerlus te verplaatsen, zodat in het omgevingsdomein van het station meer kwalitatieve ruimte ontstaat voor de voetganger, vergroening en ontmoeting en de ecologische waarde van de Schenkzone kan worden versterkt. De mogelijkheden hiervoor worden momenteel onderzocht in overleg met HTM en de gemeente Leidschendam-Voorburg. Bij behoud van de tramkeerlus zal i.c.m. de herinrichting van de openbare ruimte de trambaan beter worden ingepast (o.a. verwijderen van grind). De positionering van de tram binnen het profiel van de Wilhelmina van Pruisenweg wordt ook aangepast, zodat er meer ruimte voor de voetganger ontstaat aan de zijde van de ontwikkeling.
Ruimtereservering voor uitbreiding van capaciteit regionaal OV In een nadere studie voor het station wordt een ruimtelijke en programmatische verdiepingsslag gemaakt om deze uitgangspunten als onderdeel van het OV knooppunt verder uit te werken, om te komen tot een toekomst vaste ontwikkeling van het station. Voor de verdere realisatie van de ontwikkelambities voor het station is er een afhankelijkheid van de groeiende reizigersaantallen en daarmee samenhangend de middelen die door het Rijk en diverse stakeholders (o.a. NS en ProRail) beschikbaar worden gesteld.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
29
5.4 Verduurzamen Duurzaamheid in de breedste zin van het woord is een integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling en noodzakelijk om de leefbaarheid van de stad te waarborgen. Bij intensiever gebruik van de stad door hoogbouw zijn het bouwen van bijna energie neutrale gebouwen, het beperken en hergebruik van (afval) stromen en het vergroenen hoofdambities. De ambitie van deze locatie is om te komen tot een innovatief en duurzaam ensemble. Het slopen van een bestaand gebouw is op zich geen duurzame ingreep. De initiatiefnemer heeft echter uit onderzoek geconcludeerd dat het gebouw slecht te transformeren is naar woningbouw met goede kwaliteiten. Bij sloop kunnen er meer en betere woningen worden gerealiseerd. Deze woningen zullen langer beter verhuurbaar/ bewoonbaar zijn. In de bebouwing zelf en de realisatie ervan zal veel aandacht worden gegeven aan duurzaamheidsmaatregelen op allerlei gebied. Ook de functionele kant van de nieuwe bebouwing kent een hoog ambitieniveau. Om een hoge verblijfskwaliteit van de openbare ruimte te bereiken is het noodzakelijk de buitenruimte zo min mogelijk te belasten met utilitaire functies en logistieke functies. Afvalinzameling, bergingen en parkeren zijn in de openbare ruimte niet toegestaan maar vinden inpandig plaats en is zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken.
Logistieke functies zoals het aanbieden van afval en opstelruimte voor bezorgen en verhuizingen moeten zodanig worden ingepast dat ze niet ten koste gaan van de kwaliteit van de plint en de gebruiksfunctie van de openbare ruimte. Hiervoor kan ook gekeken worden naar ondergrondse verdiepingen. De ruimte in het openbaar gebied dient zoveel mogelijk beschikbaar te zijn voor verblijven en ontmoeten, en het toevoegen van robuust groen en boomstructuren ten behoeve van de leefbaarheid en de klimaatadaptieve bijdrage.
30
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
Energietransitie Gasloos bouwen is een wettelijke eis. Met de gebiedsontwikkeling rondom de Anna van Hannoverstraat wordt een nieuwe stap gezet richting energieneutraal bouwen. De gemeentelijke beleidsambities zijn: GPR>8 en thema Energie >9 of BREEAM NL > 4 sterren (Excellent) op gebouw en gebiedsniveau. Op de gebieden van energie, koeling en verwarming wordt gebruik gemaakt van bewezen technieken. De beschikbare energiebronnen worden zo optimaal mogelijk ingezet. Volgens het huidige beleid (Stedelijk Energie Plan 2020 “Schone Energie voor Den Haag”) wordt nieuwbouw niet op gas aangesloten en moet het zich beroepen op lokale lage temperatuur bronnen. WKO-systemen bieden als voordeel dat energie om te koelen ook direct beschikbaar is. Bij de inzet van WKO worden individuele bronnen met elkaar gekoppeld en vormen zodoende een collectief systeem. Hiermee wordt beoogd dat de beschikbare bodemcapaciteit zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt. Echter, gezien de aanwezigheid van een andere WKO in de buurt van de Soza ontwikkeling (Monarch), zal de gemeente een bodeminterferentieplan vaststellen voor dit gebied om de nog beschikbare bodemenergie zo efficiënt mogelijk in te zetten. Verder wordt zonlicht en -warmte zoveel mogelijk opgevangen. Om het energieverbruik zo laag mogelijk te houden, wordt het verlies via de gevel geminimaliseerd met het Passief Principe.
Voor een hoog comfort en laag energieverbruik wordt gebruik gemaakt van slimme installaties, die niet alleen gestuurd worden op CO2 of aanwezigheid maar ook proactief gekoppeld worden aan bijvoorbeeld de weersverwachting. De schaalgrootte van de ontwikkeling biedt kansen om dergelijke innovatieve elementen te ontwikkelen. Dit geheel moet echter nog onderzocht worden en hiervoor is ontwikkelaar in gesprek met partijen.
Mobiliteitstransitie De ontwikkeling gaat uit van de goede bereikbaarheid met openbaar vervoer. De nabijheid van functies gaat het aantrekkelijker maken om te wandelen en te fietsen. Duurzame mobiliteitsconcepten zijn het uitgangspunt. Er wordt ingezet op ruim baan voor voetgangers en fietsers waarbij de auto ‘te gast’ is in het gebied. In de gebouwen komen voldoende voorzieningen voor (deel-)fietsen, E-bikes en elektrische (deel-) auto’s. Ook mobiliteitsconcept/-oplossing op gebiedsniveau zijn mogelijk. Klimaatbestendige inrichting en ontwikkeling Bij de inrichting van het openbaar gebied wordt uitgegaan van klimaatbestendige inrichting en ontwikkeling. Als aanvullende bijdrage is vergroening van de buitenruimte langs, tussen en aan/op de bebouwing het uitgangspunt. Zo dragen de dakparken bij aan opvang en retentie van hemelwater en het bieden van verkoeling. Groen- en natuurinclusief bouwen De ontwikkeling moet voldoen aan de ‘Nota Haagse Hoogbouw’ en het puntensysteem ‘groen- en natuurinclusief bouwen’. De behoefte aan groene leefruimte is groot. Hoogbouw biedt kansen om groene, aantrekkelijke buitenruimtes toe te voegen. Bij hoogbouw geldt dat minimaal 100% van de ‘footprint van de stedelijke laag’ moet worden gecompenseerd als horizontale buitenruimtes, zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit.
Gebruik van daken t.b.v. energie-opwekking en/of waterberging is het uitgangspunt. Grondstoffenmanagement Uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling is een lange levensduur en toekomstige cycli. De gebouwen zijn aanpasbaar aan veranderende wensen van verschillende doelgroepen en daardoor toekomstbestendig en flexibel. Ook voor de bebouwing zelf wordt gebruik gemaakt van circulaire of hernieuwbare materialen, die lang mee gaan en met een laag
onderhoudsniveau. Componenten worden geregistreerd in een materialenpaspoort en ‘losmaakbaar’ toegepast, zodat ze gemakkelijk te vervangen en herbruikbaar zijn.
5.5 Mogelijkheid tot sloop van het gebouw In de Nota van Uitgangspunten Laan van NOI werd uitgegaan van de transformatie van het pand met mogelijkheden voor (gedeeltelijke) sloop. Uit studies van de ontwikkelaar blijkt dat het pand moeilijk geschikt te maken is voor wonen en andere functies. Daarbij heeft ontwikkelaar samen met de gemeente en de oorspronkelijke architect Herman Hertzberger onderzoek gedaan naar behoud (van delen) van het pand. Uit het onderzoek kwam voort dat behoud van (delen) van het plan onhaalbaar was. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in Plan AnnA als planinitiatief van MRP Soza b.v. wat uitgaat van volledige sloop van het voormalige ministerie van SZ&W. Het college heeft in de gebiedsagenda Laan van NOI/ ICT Security Campus ingezet op het creëren van ruimte voor de ontwikkeling van het station en het verbeteren van de stadsentree bij Laan van NOI met ruimte voor de voetganger en de fietser. Deze ruimte wordt gecreëerd door het terugleggen van de rooilijn van de Soza-kavel aan de zijde van het spoor. Dit heeft als consequentie dat een deel van het bestaande gebouw van architect Herman Hertzberger moet worden gesloopt. Vanuit de omgeving geredeneerd biedt gehele sloop tevens kansen om de aansluiting van de locatie op de omgeving nog meer te verbeteren en de zichtbaarheid van het station te vergroten
Soza vanaf de tramhalte Anna van Hannoverstraat
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
31
legenda basis, zonder spoor uitbreiding Grens ontwikkelgebied Plangebied (ontwikkelgebied inclusief openbare ruimte) Bestaande bebouwing Bebouwing Station Laan van NOI (entree) Overkapping perron Spoor en perron Stationspassage (tunnel) Vernieuwing en verbreding toegang naar perrons
L n
he
Sc
Onderzoek mogelijke passages (toekomstige interwijkverbinding/ toegang naar perrons)
de
a kk
Nieuwe bebouwing
n mi 6m
footprint hoogbouw (>50 m) (locatie indicatief)
Zoekgebied hoogbouw max diagonaal 45 meter
I
Hoek plint (nader te onderzoeken, ontwerpopgave) Vergroening dakvlak stedelijke laag conform Nota Haagse hoogbouw Contour kelder- / garagelaag Vaste rooilijn plint Uiterste rooilijn plint
n mi
elm
lh Wi
P+
Uitkraging stedelijke (indicatief)
,9m
m
15
12
Accent hoogbouw Belangrijkste entree locaties (indicatief)
P / L Zoekgebied in- en uitgang parkeergarage en/of logistiek
II
Toegang publieke daktuin vanaf maaiveld (tenminste gedurende de dag)
,3m
21
Visuele verbreding groen Schenk
t raa
rst ve no
L
ina ru nP va
an av
Pleinruimte autovrij / bijzondere verblijfsruimte met groenelementen
n Ha
Vergroening buitenruimte Bestaand spoortalud
ise
n An
(Bestaand) groen
eg nw
m
,6 33
,6m
mi
9 n1
Bestaand water Openbare ruimte Fietspad Tramhalte
ng er i t v r s e res ekom o t
Trambaan
Ruimtelijke randvoorwaarden De ruimtelijke randvoorwaarden uitgaande van reservering uitbreiding capaciteit randstadrail en metro spoordijk is te vinden in bijlage 1
32
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
NB: openbare ruimte van Schenkkade, Wilhelmina van Pruisenweg en Anna van Hannoverstraat zijn indicatief en geven hoofdprincipes aan. Toekomstige inrichting is onderwerp van studie. 50m
500m
N
6. UITGANGSPUNTEN VOOR DE HERONTWIKKELING De ‘Nota Haagse Hoogbouw. Eyeline & skyline’ vormt de basis voor de beoogde ontwikkelingen. In dit hoofdstuk wordt daarom alleen vermeld op welke punten dit PUK hiervan afwijkt of specifieker is gemaakt.
•
6.1 Bestemming en programmering •
De ontwikkeling bestaat uit maximaal 130.000 m2 BVO (bovengronds) op de Soza-kavel. • De ontwikkeling bevat een gemengd stedelijk programma van wonen, werken en voorzieningen. Het toekomstige programma moet binnen de volgende bestemmingsfuncties passen: • Wonen • Kantoor • Onderwijs • Dienstverlening • Horeca • Detailhandel • Bedrijven die behoren tot de categorieën A en B uit de ‘staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging’ (zie toelichting verderop) • Hotel • Cultuur en ontspanning • Kinderopvang • Het woonprogramma bevat 1000 - 1200 woningen, waarvan minimaal 50% betaalbare woningen. Van het totale aantal woningen is minimaal 15% sociale woningbouw (te ontwikkelen en/of af te nemen door een woningcorporatie of andere toegelaten instelling) en 20% middensegment huur. Binnen de categorie betaalbare woningen zitten ook betaalbare koopwoningen, die voldoen aan de NHG grens van 325.000 euro per woning (2021). Er is voldoende diversiteit in woningtypen/-groottes. Doelgroepen die passen bij deze ontwikkelingen zijn mensen met een stedelijke leefstijl: één en tweepersoonshuishoudens (incl. empty nesters), studenten, jongeren, andere starters op de woningmarkt, expats, stedelijke gezinnen en ouderen (zie hoofdstuk 7.4).
•
•
•
•
•
Op de Soza-kavel wordt minimaal 47.000 m2 BVO ‘niet-wonen’ (maatschappelijke en/of economische functies) planologisch mogelijk gemaakt, wat neerkomt op minimaal 36% van het te realiseren bouwvolume. Daarbij is het de ambitie van de gemeente om vanwege het Urgentieprogramma Kantoren deze zoveel mogelijk in te zetten voor kantoren en deze zo snel mogelijk, in de eerste fase te realiseren. In de eerste fase dient daarom minimaal 26.500 m2 kantoor te worden gerealiseerd. Voor de gehele kavel geldt dat een minimum kantoorprogramma van 34.000 m2 wordt gerealiseerd (minimaal 26%). Dit is in afwijking van kantorenbeleid (kantorenstrategie, RIS 300807, 2018 en Urgentieprogramma, RIS303984, 2019) waarin 40.000 m2 is aangegeven en in eerste fase minimaal 20.000 m2 kantoren te ontwikkelen. Hoewel een hotel/logiesfunctie mogelijk is, telt deze functie niet mee met het minimaal metrage of aandeel maatschappelijk/ economisch programma. Daarnaast geldt de wens dat kantoorvloeren bij voorkeur minimaal 1.000 m2 BVO zijn om zo in te spelen op de behoefte en flexibiliteit voor de lange termijn.
Voor kantoren geldt verder het uitgangspunt (conform RIS 299555 en Urgentieprogramma kantoren) dat er een gedifferentieerd huuraanbod komt voor verschillende doelgroepen in verschillende prijssegmenten en de instandhouding van de huisvestingsmogelijkheden (first right of negotiation) voor start- en scale-ups na de huidige huurperiode in het Soza pand, die de gemeente nu huurt . Functies sluiten bij voorkeur aan op versterking van IT en security profiel van dit gebied. Een campus heeft ook ruimtelijke kenmerken en samenhang. In het ontwerp en de ruimtelijke onderbouwing wordt verwacht daaraan invulling te geven. Dit houdt o.a. in dat het wenselijk is dat de fysieke ruimte vestigingsmogelijkheden biedt voor kennis-intensieve bedrijvigheid en voor (het gezamenlijk gebruik van) onderzoeksfaciliteiten, zoals lab-, cleanroomen testfaciliteiten.
Definitie dienstverlening: Definitie dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Onder dienstverlening wordt onder meer verstaan: apotheek, reisbureaus, kapsalons, autorijscholen en bankkantoor. Het gaat om brede groep activiteiten op onder-meer medisch, juridisch, financieel, therapeutisch of cosmetisch gebied, fotostudio’s, uitzendbureaus, snelfotoontwikkel- en kopieerservicebedrijven, verhuurbedrijven; onder dienstverlening wordt niet begrepen: garagebedrijven, kantoren, belwinkels, internetcafé, seksinrichtingen, escortbedrijven en kamerverhuurbedrijven.
•
•
•
Ambitie van de gemeente in het gebied is dat als onderdeel van de campus een onderwijsinstelling wordt gerealiseerd waar onderwijs kan worden geboden aan 800-1000 studenten. Dit komt zoals opgenomen in de gebiedsagenda neer op zo’n 7.500-10.000 m2 BVO voor middelbaar- en hoger beroepsonderwijs (MBO en HBO) en/of Universitair onderwijs. Denk hierbij aan onder meer de Cybersecurity Academy. De ambitie van de gemeente is dat een deel van dit programma kan worden gerealiseerd binnen dit plangebied. Voor dienstverlening geldt de definitie zoals in het toelichtende kader hierboven is geformuleerd. Specifiek voor de dienstverleningsfunctie fietsverhuur/reparatie geldt dat ook ondergeschikte detailhandel met een maximum van 200 m2 BVO is toegestaan. Dienstverlening is daarbij op zo laag mogelijke verdieping inclusief begane grond. Horeca is alleen in de plint (begane grond en bijbehorende entresol/eerste verdieping) toegestaan. Hierbij gaat het om daghoreca en restaurants binnen horeca categorie 1 (openingstijden tot 23.00 uur). Daarnaast is ook beperkte avondhoreca en vernieuwende horecaconcepten tot en met categorie middelzwaar gewenst voor de bewoners en kantoorgebruikers van het gebied (of als onderdeel van
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
33
C G
F E
max. 125m*
F
A E
max. 125m*
B B
D
max. 100m*
C G
D
A max. 75m*
Profiel AA’
uiterste rooilijn plint in lijn met headquarter
uitkraging max 2,5 meter t.o.v. plint
1 accentuering entree
min 4,5 m
setback toren min 2
min. 19
conform bestaande situ uitkraging max. 4
min 7 m tot de gevel
Profiel AA’ uitgaande van reservering uitbreiding capaciteit randstadrail en metro spoordijk is te vinden in bijlage 1
setback toren min. 2m
17,5 m shared space
min 3,5 m obstakelvrij
uiterste rooilijn plint
2,9 2,7 3,2 min 4 2,5
min 3,6 m
min 4,5 m
kadastraal eigendom als uiterste grens
4,2
setback toren min. 4m
max. 28m*
min 3,6 m
uiterste rooilijn in verlengde van rooilijn headquarter
2,5
max. 28m*
uiterste rooilijn uitkraging
max. 28m*
min.15 min 3,5m obstakelvrij min 7m tot de gevel
Profiel BB’
* Bouwhoogte exclusief dakopstand (max 1 meter)
Principeprofielen plint
34
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
stedelijke laag incl. plint toren
hotel). Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden. In verband met woonoverlast is middelzware horeca direct onder een woonvloer niet toegestaan (voortvloeiend uit beleid c.q. regels openbare orde veiligheid). Hierover dient afstemming plaats te vinden met Openbare Orde & Veiligheid. Ook gaat het streven uit naar avondhoreca die ook overdag open is. Vanuit de Nota Haagse Hoogbouw wordt als uitzondering van bovenstaande in de kroon een bijzondere functie toegestaan zoals een rooftopbar en is •
•
zo publiek toegankelijk. Voor detailhandel geldt volgens huidig gemeentelijk beleid maximaal 500 m2 BVO alleen gelegen in of in de directe nabijheid van het station en op korte afstand zichtbaar vanaf de hoofdentree van het station aan de hoofdloopstroom. Er kan gemotiveerd onder voorwaarden uitgebreid worden. Dit kan een meerwaarde betekenen voor het gebied en wordt dan ook als een wenselijke ontwikkeling gezien. Hiervoor geldt dat conform het beleid MRDH en de provincie Zuid-Holland ook moeten instemmen en hiervoor een procedure moet worden doorlopen De 3- stationsambitie van het CID, de verdichting en de afstand van station Laan van NOI naar de winkelhoofdstructuur maken het wenselijk dat de locatie niet alleen een beperkte special wordt, maar ook onderdeel kan worden van de hoofdwinkelstructuur gecombineerd met voorzieningen. In de OntwerpStructuurvisie CID (RIS305178, 2020) is daarom een onderzoek en uitwerken van een nieuw winkelgebied als cluster van voorzieningen rondom Den Haag Laan van NOI aangekondigd. Bedrijfsruimte is beperkt tot bedrijven die gemengd kunnen worden met andere functies.
Hiermee zijn alleen bedrijven van de categorie A (vergelijkbaar met milieucategorie 1 en 2 bedrijven) en B (alleen toestaan indien bouwkundig gescheiden dan wel qua aard, omvang en belasting vergelijkbaar aan categorie A)) conform de staat van functiemenging van de VNG (zie VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering) toegestaan. Showrooms
•
•
• •
•
•
niet zijnde detailhandel zijn mogelijk binnen de bestemming bedrijfsruimte. Verder is bij de bedrijfsruimte/ opslagfunctie een internet-afhaalpunt toegestaan. Provinciale voorwaarde hiervan is dat deze in zijn totaliteit gemaximeerd is tot 200 m2 BVO (voor niet bewoners) en het afhaalpunt (dus geen verkoop ter plaatse) gelegen is in de plint van de gebouwen of gelieerd is aan de naast de ontwikkeling gelegen brandstofverkoopplaats. Een afhaalpunt mag gecombineerd worden met een mobiliteitsaanbieder in het gebied. Voor een hotelfunctie geldt als voorwaarde dat er een exploitant is. Ambitie is dat er ingezet wordt op een hotel met onderscheidende waarde (concept, doelgroep) waardoor het deels zijn eigen vraag creëert. De locatie is ook geschikt voor een hotel met vergaderzalen (zoals NH in WTC). Voor sport (cultuur en ontspanning) zijn Fitnesscentrum/ sportschool, squashcentrum, sauna, wellness en zwembad mogelijk. Kinderopvang is toegestaan onder voorwaarde dat er aan de bijbehorende eisen voor buitenruimte wordt voldaan. Een deel van de programmatische invulling wordt ook gevoed uit het overleg met de omgeving en de behoeftes die daaruit voortkomen. Bij een gefaseerde ontwikkeling geldt dat per deelplan minimaal een mix van functies en de invulling van een levendige plint met voorzieningen, detailhandel, dienstverlening, et cetera langs de belangrijke routes en hoeken.
De aansluiting van de programmering van de bebouwing op de programmering van de buiten-/openbare ruimte is een aandachtspunt (zie ook paragraaf 6.3)
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Eisen: •
Uitgangspunt voor de transformatie en herontwikkeling van de locatie is de realisatie van samengestelde blokken, bestaande uit een stedelijke laag (waaronder een plint) en torens (met een kroon). Aan de zijde van de Schenkkade wordt geen hoogbouw gerealiseerd. • De bebouwingsplannen moeten in principe voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor ‘Windhinder en bezonning rond nieuwbouw’ (RIS 170509), gebaseerd op NEN-norm 8100, tenzij het college bereid is om aan de raad voor te leggen om van deze normen voor deze ontwikkeling op basis van een gemotiveerde onderbouwing af te wijken. Windhinder en bezonning zijn sturend in het ontwerp. Studies naar de impact van het ontwerp hierop worden daarom vanaf het beginstadium ingezet als ontwerptool. • M.b.t. windklimaat zijn binnen het plangebied de volgende kwaliteitsniveaus in de openbare ruimte te onderscheiden: • Zones voor verblijven: Anna van Hannoverstraat, nieuwe verblijfsplek aan de Schenk. • Zones voor slenteren: Schenkkade. • Zones voor doorlopen: Wilhelmina van Pruisenweg, Laan van Nieuw Oost-Indië, doorsteek station Schenkkade. • Op het gebied van windklimaat dient ook gekeken te worden naar de impact van de ontwikkeling op de ruimere context zoals het windklimaat op de perrons van het station.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
35
C G
F E
F
A E
B B
D
C G
D
max. 75m*
A
max. 28m*
max. 28m*
max. 28m*
min. 3,6 m
aansluiting peil 1e verdieping
min. 4,5 m
2,9 2,7 3,2 min 4 2,5
uiterste rooilijn plint in lijn met headquarter
uitkraging max 2,5 meter t.o.v. plint
1 accentuering entree
min 11,4 shared space setback toren min 2,7 min 7 m tot de gevel
Profiel CC’ Profiel CC’ uitgaande van uitbreiding capaciteit randstadrail en metro op de spoordijk is te vinden in bijlage 1
10
min 19,6m
3,6 m
min 7 m tot de gevel
min 3,5 m obstakelvrij
uiterste rooilijn stedelijke laag & plint
6,4
uiterste rooilijn plint
2,5
Profiel DD’
* Bouwhoogte exclusief dakopstand (max 1 meter)
Principeprofielen plint
36
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
stedelijke laag incl. plint toren
6.2.2 Rooilijnen en situering bebouwing De vaste en uiterste rooilijnen van de plint leggen de minimale maatvoering van de openbare ruimte vast. Maatvoering van de profielen is bepaald op basis van het gebruik op maaiveld (o.a. ruimte voor voetganger en fietser) en onder maaiveld (ruimtebeslag door ondergrondse infrastructuur en ruimte voor groei van bomen) en de verhouding tussen de hoogte van de aangrenzende stedelijke laag en de breedte van de buitenruimte (bezonning). Er zijn op een aantal plekken in het plan mogelijkheden om (ondergeschikte) uitkragingen te realiseren. De maatvoering van de diepte en vrije hoogte van deze uitkragingen en of deze al dan niet steunpunten mogen hebben op maaiveld (uitvoering als arcade) is afhankelijk van de locatie. Deze zijn van invloed op het leefklimaat en het groen er onder. De ruimtes onder de uitkragingen zijn onderdeel van de publiek toegankelijke ruimte en worden in de beleving als onderdeel van de openbare ruimte gezien. Anna van Hannoverstraat (profiel AA’ en CC’) De Anna van Hannoverstraat vormt het toekomstig omgevingsdomein van het station en de verbinding met de Laan van Nieuw Oost-Indië met karakter als verblijfsgebied voor voetgangers en fietsers. De planontwikkeling op de Soza-kavel zorgt voor een begeleiding van de Anna van Hannoverstraat met aantrekkelijke en levendige plinten.
Eisen: • De rooilijnen zijn de uiterste rooilijnen op maaiveld. • Er wordt onderscheid gemaakt tussen: • Het plein-deel tussen pand Headquarter en de entree van het station: stedelijke ontmoetingsplek met ruimte voor voetganger en fietser, enkele terrassen grenzend aan de plint, banken, bomen, calamiteitenverkeer (incl. treinvervangend busvervoer (nader te onderzoeken)) en kleinformaatvoertuigen en schone logistiek (zie 6.4) (minimaal 33,6 meter bij behoud tram; minimaal 28,2 meter bij in gebruikname 11 meter reservering spoorzone (zonder tram), zie profiel AA’). • Het straat-deel tussen de locatie van het bestaande station en Laan van Nieuw Oost-Indië met ruimte voor voetganger, fietser, bomen, calamiteitenverkeer
•
•
•
(incl. treinvervangend busvervoer (nader te onderzoeken en kleinformaat voertuigen en schone logistiek (zie 6.4) (minimaal 21,3 meter bij behoud tram; minimaal 19,5 meter bij in gebruikname 11 meter reservering spoorzone (zonder tram), zie profiel BB’). Langs het pleindeel van de Anna van Hannoverstraat ligt de rooilijn van de stedelijke laag (inclusief plint) in dezelfde rooilijn als de bebouwing van het Headquarterpand aan de Wilhelmina van Pruisenweg parallel aan het spoor (zie aanduiding in randvoorwaardenkaart). Bij het straatdeel ligt de rooilijn van de stedelijke laag (inclusief plint) parallel aan de gevel van het pleindeel en binnen de kadastrale grenzen van de Soza-kavel. Torens liggen enigszins terug t.o.v. de stedelijke laag.
Wilhelmina van Pruisenweg (haaks op de Schenkkade, zie profiel DD’) De Wilhelmina van Pruisenweg is een belangrijke route richting het station en onderdeel van de ontsluiting van de ondergrondse parkeervoorziening en logistiek van de herontwikkeling. Ook biedt de Wilhelmina van Pruisenweg toegang tot de daktuin via een trap op niveau van de 1e etage. De mogelijkheid wordt opengehouden om deze verbinding in de toekomst door te trekken in de vorm van een onderdoorgang voor langzaam verkeer naar Voorburg. Om van de Wilhelmina van Pruisenweg een goede verbinding met de omgeving te maken geldt het volgende: • Breedte: minimaal 19,60 meter tussen nieuwe gevel ontwikkeling Soza-kavel en gevel van de overkraging pand Headquarter (zie profiel DD’). De huidige tramkeerlus wordt bij behoud opnieuw ingepast in het profiel, waarbij meer ruimte voor de voetganger ontstaat aan de zijde van de ontwikkeling. • De bebouwing begrenst de openbare ruimte van de Wilhelmina van Pruisenweg op een heldere manier. De aangegeven rooilijn is de uiterste rooilijn. • Torens liggen enigszins terug t.o.v. de stedelijke laag. Uitkragingen (m.u.v. balkons) of overbouwingen buiten de uiterste rooilijn zijn niet toegestaan. De inpassing van private buitenruimtes in het bouwplan zoals balkons worden meegenomen in het beeldkwaliteitplan.
Laan van Nieuw Oost–Indië (zie profiel FF’) Eisen: • De bebouwing staat op minimaal 6 meter uit de rand van het bestaande fietspad, zodat voldoende ruimte is voor de voetganger. Het is mogelijk de stedelijke laag boven de plint (BG en 1e etage) te laten uitkragen (maximaal 2 meter, zonder steunpunten). De rooilijn van de hoek aan de Laan van Nieuw Oost-Indië - Anna van Hannoverstraat dient te worden teruggelegd ter plaatse van tenminste de plint (begane grond en 1e etage) om voldoende afstand te houden tot de rand van het fietspad (smalste punt is minimaal 6 meter) en de trambaan. De teruglegging vergroot daarnaast de zichtbaarheid van het stationsgebouw vanaf de Laan van Nieuw Oost-Indië en het zicht op een mogelijke nieuwe tramhalte op de Laan van Nieuw Oost-Indië vanuit de Anna van Hannoverstraat. Vormgeving is een nadere ontwerpopgave. Schenkkade (zie profiel AA’ en CC’) Eisen: • De bebouwing staat op maaiveld (plint) in dezelfde rooilijn als de gebouwen in het kantorencluster van Siemens en het Headquarter gebouw. Hierdoor ontstaat voldoende ruimte om een vrijliggend voet- en fietspad door te zetten langs de Schenkkade richting de Laan van Nieuw OostIndië. • Vanaf de 2e etage of hoger (verdiepingshoogte BG: min. 4,5 meter en 1e etage: min.
3,60 meter) kraagt de bebouwing vrij uit met maximaal 2,5 meter diepte (geen steunpunten) ten behoeve van ritmiek in het straatbeeld en het aanbrengen van geleding in de gevel. • Entrees aan de Schenkkade mogen visueel worden geaccentueerd door de rooilijn plaatselijk maximaal 1 meter naar voren te laten komen. • Ter plaatse van de doorsteek richting de bestaande entree van het station wordt de bebouwing teruggelegd waardoor een nieuwe groene verblijfsplek aan de Schenk ontstaat. De rooilijn ligt hier terug ten opzichte van de rooilijn aan de Schenkkade. PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
37
max. 28m*
C max. 125m*
G
F E
min 3,6 m
min 3,6 m
F
A E
min 4,5 m
min 4,5 m
B B
D
C G
D
min 3,5 m obstakelvrij 43m min 7 m tot de gevel
Profiel EE’ A max 75 m*
max 28 m*
max. 28m*
max. 28m*
min 3,6 m min 4,5 m
20,7 m shared space
Profiel FF’ Principeprofielen
38
plint stedelijke laag incl. plint toren
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
Profiel GG’
min 3,5 m obstakelvrij
uiterste rooilijn komt overeen met Headquarter W. v. Pruisenweg
kadastraal eigendom als uiterste grens
min 7 m tot de gevel
2,5 min 4 3,2 2,7 2,9
4,2
2,5
1 accentuering entree uitkraging max 2,5 meter t.o.v. plint
maatvoering conform bestaande situatie
uiterste rooilijn plint in lijn met headquarter
setback toren min 6
conform bestaande situ
uiterste rooilijn plint min 6m tot rand nieuw fietspad
min 6 min 2 setback toren
* Bouwhoogte exclusief dakopstand (max 1 meter)
Deze ruimte wordt onderdeel van de structuur van groene hoven aan de Schenk. Ook de Wilhelmina van Pruisenweg (haaks op de Schenkkade) wordt voor zover mogelijk verder vergroend en vormt een groene inprikker. Doorsteek station Schenkkade (zie profiel BB’, EE’ en GG’) Het bestaande Soza-kavel wordt in twee delen ontwikkeld. Deze worden van elkaar gescheiden door een nieuwe doorsteek die de doorwaardbaarheid van het gebied vergroot en de mogelijkheid biedt om de locatie van de bestaande entree van het station vanaf de Schenk zichtbaar te maken en v.v.. De doorsteek leidt naar een groene verblijfsplek aan de Schenk die als onderdeel kan worden gezien van de groene hoven die ook elders aan de Schenk voor komen. Eisen: • Doorsteek: de breedte is minimaal 15 meter (exclusief arcade, zie profiel BB’) en wordt gebruikt door voetganger, fietser en gedurende venstertijden door logistiek verkeer (onder voorwaarden, zie 6.4) en calamiteitenverkeer (incl. treinvervangend busvervoer (nader te onderzoeken)). • Groene verblijfsruimte: ontmoetingsplek voor de buurt (ruimte voor zit- en rustplekken, speelaanleidingen) met een hoofdzakelijk groen karakter (zie profiel EE’). • De exacte inrichting en programmering van de groene verblijfplek zal de initiatiefnemer via een co-creatie traject uitwerken.
6.2.3 Oriëntatie Eisen: • Stedelijke laag heeft een duidelijke relatie met de straat. • Alzijdige torens, nadruk op relatie met de Schenk.
6.2.4 Hoogteopbouw (zie afbeelding pagina 40) Eisen: • De plint heeft een minimale hoogte van 8,10 meter (BG: min 4,50 m en 1e etage: min 3,60 meter). Deze hoogte is onafhankelijk van de programmatische invulling. Gebruik
•
•
•
•
•
van beide lagen voor programma met een publiek karakter is gewenst langs de Anna van Hannoverstraat. Het 2e maaiveld in fase II, dat wordt ingericht als grotendeels publiektoegankelijke, groene en hoogwaardige daktuin en verblijfsruimte (overdag toegankelijk), sluit aan op het peil van de 1e etage van de stedelijke laag. De hoogte van de stedelijke laag is maximaal 28 meter (maximaal 8 bouwlagen bij invulling met wonen vanaf de 3e laag; bij invulling met kantoren is het aantal lagen afhankelijk van de verdiepingshoogte; bij standaardhoogte van 3,60 m is dit maximaal 7 bouwlagen bij invulling met kantoren vanaf de 3e laag). Hiermee wordt afgeweken van de maximale hoogte van 25 meter uit de Nota Haagse Hoogbouw op basis van de ruime maatvoering van de aangrenzende openbare ruimtes. De bebouwing aan de Schenk heeft een hoogte van maximaal 28 meter (zie vorige bullet). De bovenste laag mag worden teruggelegd. Hierbij dient samenhang in het ontwerp te worden gezocht tussen fase I en II. Aan deze zijde is hoogbouw niet toegestaan. Aan de Anna van Hannoverstraat is hoogbouw toegestaan conform de ‘Nota Haagse Hoogbouw Eyeline en Skyline’. De maximale bouwhoogte per toren is terug te vinden in de hoogtezoneringskaart. Aangegeven bouwhoogtes mogen afwijken naar aanleiding van wijzigingen in het bouwbesluit. Dit is ter beoordeling van de gemeentelijke stedenbouwkundige.
Wijzigingen in de bouwhoogtes mogen niet leiden tot extra m2 dan het gestelde maximale bouwvolume.
publiek karakter (voorzieningen/dienstverlening, horeca, commercieel en entrees naar kantoren, woningen en mogelijk hotel). Ze ontsluiten ook de verschillende functies in de plint, stedelijke laag en boven gelegen torens (woningen centraal ontsloten). Plinten moeten tenminste worden geactiveerd langs de belangrijkste routes en hoeken, namelijk: 1. Anna van Hannoverstraat 2. Wilhelmina van Pruisenweg (haaks op het spoor) 3. Hoeken Anna van Hannoverstraat – doorsteek station Schenkkade 4. Hoeken Laan van Nieuw Oost-Indië – Anna van Hannoverstraat 5. Hoek Wilhemina van Pruisenweg – Anna van Hannoverstraat 6. Hoek Schenkkade – Wilhelmina van Pruisenweg •
•
6.2.5 Stedelijke laag Eisen: • De onderste twee lagen van de stedelijke laag vormen de plint, die zich visueel onderscheid van de rest van de stedelijke laag (zie paragraaf beeldkwaliteit). • Levendige en transparante plinten langs de belangrijkste looproutes dragen bij aan sociale veiligheid en ontmoeting/ uitwisseling. Hier ligt de nadruk op programma met een
• •
Langs de hierboven genoemde routes bevinden zich geen woningen op maaiveld (met uitzondering van centrale entrees naar de bovengelegen woningen). Op de genoemde hoeken mogen ook geen entrees van de bovengelegen woningen gesitueerd worden. Plinten moeten actief aantrekkelijk en flexibel te gebruiken zijn (met aandacht voor onderscheid tussen publiek aantrekkend (langs intensieve looproutes) en autonoom functionerend (waar je doelgericht heen gaat en die meer buiten de loop liggen): qua maat en schaal afgestemd op multifunctioneel gebruik en bestand tegen veranderingen in de toekomst door bijv. hoge verdiepingshoogte (verdiepingshoogte begane grond is min. 4,50 meter en een 1e verdieping van min. 3,60 meter hoog). In de plint (begane grond en 1e verdieping) zijn geen uitkragende buitenruimtes aanwezig. Utilitaire functies en de entrees ervan moeten goed ingepast worden binnen het gebouw, mogen niet domineren in het gevelbeeld en zo min mogelijk aan de publieke zijdes van het gebouw gesitueerd worden.
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
39
x.
ma
m*
28
x.
ma
m*
00
.1
x ma m*
28
x.
ma
x.
ma
* 5m
7
x.
ma
m*
70
m*
25
.1
x ma
*
5m
.7
x ma
m*
28
Grens ontwikkelgebied plangebied (ontwikkelgebied inclusief openbare ruimte) aansluiten peil 1e verdieping stedelijke laag hoogbouw uitkraging; hoogte zie profiel en toelichting accent bebouwing
.. m*
bouwhoogte exclusief dakopstand (ondergeschikte vormgeving, max 1 meter)
* maximale hoogtes staan aangegeven in de tekening
Hoogtezonering
40
PUK ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 - MEI 2021 - CONCEPT
•
De stedelijke laag is bepalend voor het beeld op ooghoogte. De vormgeving draagt bij aan het gemengde karakter van het gebied.
• •
6.2.6 Torens De aangegeven locaties voor de torens in de randvoorwaardenkaart zijn indicatief en geven de principes aan voor de toepassing van hoogbouw: • Uitgangspunt voor de uitwerking is dat er voldoende licht en lucht tussen de torens zichtbaar aanwezig is vanuit de verschillende lange lijnen in de aangrenzende buurten in Den Haag en Voorburg. • Iedere toren ligt terug ten opzichte van de stedelijke laag. In de profielen zijn de minimale maten aangegeven. • De torens passen qua maatvoering binnen de aangegeven contouren in de randvoorwaardenkaart en voldoen aan de maximale diagonaal zoals aangegeven in de Nota Haagse Hoogbouw. Afwijkingsmogelijkheden In gezamenlijk overleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige wordt bepaald in hoeverre afwijkingen acceptabel zijn. Richtlijn bij de beoordeling is dat aan voorgaande uitgangspunten wordt voldaan. Aanleiding voor afwijking kan zijn:
•
6.3
T.b.v. van verbetering van bezonning en het windklimaat mag de situering van de toren worden gewijzigd. T.b.v. geleding en plasticiteit in het bouwvolume mag de footprint van een toren verschuiven met een maximum van 2,5 meter in beide richtingen t.o.v. de 1e bouwlaag van de toren op de stedelijke laag. De footprint van de toren (iedere verdieping) komt daarbij niet buiten de uiterste rooilijn van de stedelijke laag (exclusief plint (begane grond en 1e etage). Bij de architectuuruitwerking kunnen afwijkingen (verschuivingen in de lengte/breedte verhouding of afwijkingen in de maatvoering i.v.m. constructie, gevel, etc.) ontstaan t.o.v. de geprojecteerde footprint op de plankaart.