CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309865 Bijlage

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Bellevue (RIS309865)29.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

19 alinea's met “milieu”: 19 736 740 770 1186 1223 1338 1374 1382 1403 1404 1407 1409 1411 1431 1525 1543 1552 1565

RIS307191

Planuitwerkingskader Bellevue - PATRIZIA & Staedion

16-12-2020

Leeswijzer Hoofdstuk 1 gaat in op de volumestudie en de overwegingen van de gemeente om een Planuitwerkingskader op te stellen. Hoofdstuk 2 gaat in op de locatie in de huidige situatie. Hoofdstuk 3 gaat over de gebiedsagenda Policy Campus Centraal. Hoofdstuk 4 schetst een beeld van de ruimtelijke visie op het gebied en het initiatief, en de daarbij behorende achtergronden. Hoofdstuk 5 geeft de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor het plan Bellevue. Het vormt de kern van dit PUK en is het toetsingskader voor de uitwerking. Hoofdstuk 6 geeft de vertaling van sectoraal vigerend beleid naar de locatie en conclusies van onderzoeken. Hoofdstuk 7 benoemt de communicatie en uitgevoerde participatie. Hoofdstuk 8 gaat in op de financiering, procedures & uitvoering.

Ligging in Den Haag

2

PLANUITWERKINGSKADER

INHOUD 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding  1.2 Status en doel 1.3 Opgave 1.4 Projectomschrijving 

5 5 5 5 6

2. LOCATIE 2.1 Ligging in de stad 2.2 Ontwikkelingsgeschiedenis 2.4 Knelpunten  2.5 Actuele ontwikkelingen en kansen

9 9 10 13 15

3. POLICY CAMPUS CENTRAAL - GEBIEDSAGENDA  17 3.1 Central Innovation District (CID) 17 3.2 Policy Campus Centraal - gebiedsagenda Overkluizing Utrechtsebaan/ CS Oost 17 4. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN 4.1 Uitgangspunten voor de ontwikkeling

21 21

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

21 22 24 25 26 29

Van monofunctioneel gebied naar veelzijdig kosmopolitisch gebied Verbinden met de stad Verdichten met stadse gebouwen Van versteend naar vergroend  Innovatief duurzaam ensemble Leefbaarheid

5. PLANUITWERKINGSKADER 5.1 Bestemming en programma 5.2 Bouwregels 5.3 Mobiliteit 5.4 Buitenruimte 5.5 Duurzaamheid 5.6 Beeldkwaliteit

31 31 31 34 36 38 40

6. SECTORALE KADERS 6.1 Vigerend juridisch kader 6.2 Stedenbouw & planologie 6.3 Economie 6.4 Verkeer & parkeren 6.5 Duurzaamheid 6.6 Milieu-aspecten  6.6.1 Waterparagraaf  6.6.2 Riolering  6.6.3 Bezonning en windklimaat  6.6.4 Lucht- en geluidkwaliteit 6.6.5 Bodem 6.6.6 Flora en fauna 6.6.7 Externe veiligheid 6.6.8 Milieueffectrapportage 6.7 Welstand en monumenten  6.8 Archeologie 6.9 Wonen

43 43 43 44 47 48 50 50 52 52 54 54 54 56 56 57 57 58

7. COMMUNICATIE & PARTICIPATIE 7.1 Proces van communicatie en aanpak 7.2 Communicatie en participatie voorafgaand aan het Planuitwerkingskader 7.3 De uitwerking van de ontwikkeling

60 60 60 61

8. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 8.1 Financiering 8.2 Juridische planologische procedure 8.3 Planning en fasering 8.4 Omgevingsveiligheidsplan 8.5 Leefbaarheid tijdens de bouw  BIJLAGEN: Bijlage 1 Natuurinclusief bouwen ambitie Bijlage 2 Wind- en bezonningsonderzoek Bijlage 3 Benoemde standpunten t.b.v. impressies Bijlage 4 Ecologische effectrapportage Bureau Stadsnatuur Bijlage 5 Flora- en faunaonderzoek Bijlage 6 Communicatieplan & verslag Bijlage 7 Urban living, Patrizia Bijlage 8 Voorlopige berekening parkeerbehoefte

62 62 63 64 64 64

PLANUITWERKINGSKADER

3

plangebied PUK PATRIZIA Down town developers Staedion V.v.E.Oranjehout

Plangebied

https://maps.denhaag.nl

4

PLANUITWERKINGSKADER

Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend, gemeente Den Haag

geodesk@denhaag.nl

Schaal 1: 3.000

Auteur: Datum:

13-jun-2019

A4 formaat

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

In 2018 heeft PATRIZIA een volumestudie door Rijnboutt architecten laten ontwikkelen voor het herontwikkelen van de bebouwing gelegen aan de Bezuidenhoutseweg 1-5, 11 en de Oranjebuitensingel 6. De gemeente heeft toen aangegeven dat met een integraal plan onderzocht moet worden hoe en/ of de bebouwing gelegen aan de Bezuidenhoutseweg tussen de Rijnstraat en de Oranjebuitensingel, ten noorden van het ministerie van OCW herontwikkeld kan worden. Eind 2018 is er een integraal voorstel gemaakt voor het toevoegen van een multifunctioneel (wonen, werken, recreëren, verblijven) grootstedelijk complex, met een verbindend atrium tussen de Rijnstraat en de Oranjebuitensingel en een

1.2

In dit Planuitwerkingskader (PUK) zijn de voorwaarden opgenomen waaraan het plan dient te voldoen om gemeentelijke medewerking te verkrijgen. Het PUK wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders. Na de vaststelling is het PUK 24 maanden geldig. Met gegronde redenen kan deze termijn verlengd worden. De inhoud is ambtelijk afgestemd met de verschillende vakdisciplines. Vervolgens wordt in hoofdstuk 8 beschreven hoe de uitwerking juridisch-planologisch mogelijk kan worden gemaakt. Het doel van dit PUK is drieledig: 1.

voetgangersbrug naar de Muzenstraat. Hierbij was sprake van twee varianten: één variant met 2 torens en één met 2 torens en een lagere toren tegenover de Zurichtoren. Het risico voor de integrale ontwikkeling ligt bij PATRIZIA. Zij sluit hiervoor een intentie-overeenkomst met de eigenaren van de percelen voor toren Oost (waaronder Staedion), en zo mogelijk de VvE

2.

Oranjebuitensingel, om mee te gaan in de ontwikkeling. De gemeente Den Haag heeft dit voorstel meegenomen in de Gebiedsagenda Policy Campus Centraal die is vastgesteld in januari 2019. De gemeente gaat uit van een integrale planontwikkeling en besluitvorming voor de verschillende percelen. De door Rijnboutt en PATRIZIA uitgewerkte volumestudie van mei 2019 vormde de basis waarop de gemeente Den Haag besloten heeft om hiervoor een Planuitwerkingskader (PUK) op te stellen. Een aantal onderzoeken moest tijdens het opstellen van dit PUK worden uitgevoerd om te borgen dat voldaan wordt aan de beleidsregels en normen van de gemeente Den Haag.

Status en doel

3.

Het geeft een ruimtelijke visie op hoofdlijnen voor de ontwikkeling(en) binnen de ruimere context. Daarnaast biedt het juridisch-planologische, ruimtelijke en functionele kaders en randvoorwaarden voor de bouwenveloppen en de buitenruimte rondom het voorstel. Het geeft tevens de daarbij behorende kwaliteitseisen aan. Het PUK is een eerste stap voor het opstellen voor een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) voor een nog te volgen juridisch-planologische procedure. In het PUK vindt de eerste toetsing aan gemeentelijk beleid plaats. In aanvulling hierop dient toetsing aan Rijks- en provinciaal beleid plaats te vinden en de uitvoering van diverse onderzoeken. Daarnaast wordt in het PUK aangegeven welke communicatie en ruimtelijke ingrepen en kostenverhaal nodig zijn in het plangebied ten behoeve van de ontwikkeling.

De uitwerking van de volumestudie naar een concreet bouwplan kan leiden tot ruimtelijke of programmatische wijzigingen ten opzichte van de volumestudie van mei 2019. Ook wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen hier aanleiding toe geven. Het voorstel kan gefaseerd worden uitgevoerd mits voldaan wordt aan de eisen van dit PUK.

1.3

Opgave

Het ‘Coalitieakkoord Samen voor de stad: 2019-2022’ geeft de gemeente aan dat voor de stedelijke ontwikkelingen in Den Haag de Agenda Ruimte voor de Stad leidend is en participatie een belangrijk onderdeel is van het samen stadmaken is. De ontwikkeling van Bellevue sluit aan op de volgende ambities uit het ‘Coalitieakkoord 2019-2022’: • De drie gebieden rond de hoofdstations zijn de komende collegeperiode prioritaire gebieden waaronder de omgeving rond station Den Haag Centraal waarin Bellevue ligt. • Deze stationsomgevingen zijn de ankerpunten van het Central Innovation District (CID). Het zijn de economische brandpunten met de hoogste dichtheden. • In deze gebieden worden de komende jaren grote stappen gezet in de verbetering van de knooppuntwaarde en het realiseren van duurzame centrumstedelijke gemengde woonen werkmilieus. De volumestudie van Rijnboutt en PATRIZIA sluit aan op de doelstellingen van het CID in het hart van Den Haag. Het voorstel gaat uit van verdichting, functiemenging, vergroening, verduurzaaming en een aantrekkelijke buiten- en openbare ruimte welke uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Het gebied wordt nu gekenmerkt door gedateerde kantoorgebouwen, een aantal cultuurhistorische gevels en veel verhard parkeerterrein op de binnenterreinen. Aan de singelgracht staan een kantoorgebouw en een appartementengebouw, beide van beperkte grootte.

De bebouwingsdichtheid in het plangebied is kleiner dan in de omgeving van de Resident en rondom CS. De opgave is om het concept zorgvuldig uit te werken zodat het voldoet aan de verschillende uitgangspunten van allerlei beleidsvelden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het creëren van comfortabele routes voor de loopstromen naar de binnenstad komend vanaf het Centraal Station. De logistiek en windhinder van de hoogbouw moet zo min mogelijk invloed hebben en voldoen aan de normen, zodat het de voetgangers niet stoort.

PLANUITWERKINGSKADER

5

Toren Oost Toren West

De betreffende kadastrale percelen (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

Plattegrond van de begane grond (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

OFFICES WINKEL

WINKEL WINKEL WINKEL

BIKE PARKING TOWER 1

WINKEL

OFFICES WINKEL TOWER 3 WINKEL WINKEL WINKEL

WINKEL WINKEL WINKEL

TOWER 2

LOGISTICS BIKE PARKING

CAR PARKING

LOGISTICS

Impressie gezien vanaf de Koekamp/ Malieveld (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

6

PLANUITWERKINGSKADER

Nieuwe (semi-)openbare voetgangersverbindingen (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

Projectomschrijving

dat op hoofdlijnen overeenkomt met de volumestudie, en voldoet aan een goede stedenbouwkundige inpassing, en de ruimtelijke & programmatische beleidsregels, en ook voldoet aan verschillende normen. Op het moment van de volumestudie was nog niet duidelijk of de V.v.E. Oranjehout zou deelnemen aan de ontwikkeling. Dit is in de PUK opgenomen als een mogelijkheid. Volumestudie (mei 2019) op hoofdlijnen

In het volumevoorstel van Rijnboutt & PATRIZIA, van mei 2019, is voorgesteld om het gebied tussen de Rijnstraat, Bezuidenhoutseweg en Oranjebuitensingel, ten noorden van het ministerie van OCW te herontwikkelen ten behoeve van een grootstedelijke en functiegemengde bebouwing. Rijnboutt heeft ontwerpstudies gemaakt voor een stedelijke laag van gemiddeld 25 meter (variërend van 18 tot 35 m). Daar boven op staan twee torens tot een hoogte van circa 180 m. Tevens is er sprake van een te onderzoeken mogelijke derde toren tot circa 70 m. Door het gebouw loopt een semi-openbare route van de Rijnstraat naar de Oranjebuitensingel. Het atrium in het gebouw is voorzien als aangename verblijfsplek met eromheen allerlei functies voorzien zoals (eet-)cafés, een mobility servicehub, fietsreparatiewinkel, afgifte receptie, ambachtelijke bedrijven. Bewoners, passanten en kantoorhuurders kunnen hiervan gebruikmaken. Onder het gebouw zijn kelderlagen voor zowel auto als fiets geprojecteerd. Begroeide buitenruimtes bevinden zich op de daken, inspringingen en het binnenhof in het bouwblok. De semi-openbare verbinding voor voetgangers kan samen met een voetgangersbrug een aangename secundaire route naar de Herengracht en het Muzenplein bieden.

Programma binnen plangebied (voorstel mei 2019) Het voorstel van mei 2019 bestond uit circa 124.000 m² bvo bovengronds en ca.11.000 m² bvo kelders, dit als alle percelen (ca.6.140 m²) ontwikkeld worden. Men stelt voor om circa 88.000 m² bvo ten behoeve van circa 1.200 woningen te ontwikkelen. Het voorgestelde economisch programma bestond uit circa 36.500 m² kantoor en 3.300 m² aan commerciële ruimtes in de plint van het gebouw. PATRIZIA heeft de mogelijkheid van de inpassing van hotelprogramma benoemd. In de kelders is ruimte voor techniek, afvalinzameling en het stallen van auto’s & fietsen. De ontsluiting hiervan is aan de Oranjebuitensingel. Voor fietsen tevens vanaf de Rijnstraat.

Impressie gezien vanaf de Prinsessegracht (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

Rijnstraat

De gemeente stelt met dit document een planuitwerkingskader op

Oranjebuitensingel

1.4

Schematische doorsnede richting de Koekamp (Volumestudie Rijnboutt & PATRIZIA, mei 2019)

PLANUITWERKINGSKADER

7

Bellevue

8

Ligging van de locatie. Binnenstadsplan 2010-2020

Zicht vanaf de Koekamp op de omgeving van het station Den Haag Centraal

Station Den Haag Centraal

Koekamp-Malieveld-Haagse bos

PLANUITWERKINGSKADER

2. LOCATIE 2.1

Positie in de stad

Het ontwikkelingsgebied ligt net buiten de singelgrachten van de binnenstad, aan het grote groengebied van de KoekampMalieveld-Haagse Bos en naast het station Den Haag Centraal. Het complex is gelegen in de wijk Stationsbuurt, waarin zowel de Rivierenbuurt als de buurt Huygenspark met het station Den Haag HS ligt. De ontwikkeling wordt begrensd door de Rijnstraat, Bezuidenhoutseweg en de Oranjebuitensingel en ten zuiden door het ministerie van OCW. Het plangebied bestaat morfologisch uit vijf kantoorgebouwen aan de Bezuidenhoutseweg-Rijnstraat en één kantoorgebouw en één woongebouw aan de Oranjebuitensingel. De huidige bebouwingshoogte is gemiddeld 5-6 lagen wat meer is dan de nabije bebouwing van de binnenstad, maar veel minder dan de eveneens naastliggende hoogstedelijke complexen zoals de Resident en bijvoorbeeld het direct aangrenzende ministerie. Naast grote kantoren hebben complexen zoals New Babylon ook vele woningen waardoor de gemiddelde woningdichtheid in deze omgeving tevens hoog is. De kenmerkende Haagse hoogbouw is grotendeels rondom gelegen en vormt op grote afstand de herkenbare skyline.Door de ligging van de locatie direct aan de grote ruimte van de Koekamp-Malieveld-Haagse Bos heerst er een ontspannen en groene sfeer.

Er liggen belangrijke infrastructurele lijnen naast het plangebied die het goed verbinden met zowel Scheveningen Bad als de Binckhorst. Direct naast het ontwikkelingsgebied loopt de Koningstunnel wat een aandachtspunt is voor het ontwerp en de bouw in dit gebied. Haaks daarop, dus evenwijdig aan de kust, liggen de oude lijnen van de oude kustwallen waarop bijvoorbeeld de Bezuidenhoutseweg ligt die doorloopt via de Herengracht, Lange Poten naar de binnenstad. Vanzelfsprekend is door de nabijheid van het Centraal Station de bereikbaarheid vanuit de metropoolregio, Randstad en landelijk erg goed.

Geologische ondergrond & Bellevue

Het plangebied bevindt zich binnen één van de aangewezen investeringsgebieden uit het ‘Coalitieakkoord 2018-2022’, namelijk het gebied Policy Campus Centraal waarvoor de Gebiedsagenda Overkluizing Utrechtsebaan (A12) / CS Oost is opgesteld. De komende jaren zullen met name in deze omgeving veel ruimtelijke ingrepen gepleegd worden.

Infrastructuurlijnen staan haaks op de kust

Op hoger schaalniveau bekeken, bevindt het plangebied zich in de binnenstad en het Central Innovation District. Gebieden met in het algemeen een grote mate van verharding, een hoge dichtheid en rijke menging aan functies en typen bebouwing. De Rijksoverheid heeft veel kantoorgebouwen in deze omgeving, maar er bevinden zich ook veel grote bedrijven, organisaties en kennisinstellingen. Ten opzichte van het stedelijke gebied van de stad ligt het gebied centraal. En ten opzichte van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag ligt het in de dynamische kennis-as die vanaf Rotterdam via Delft, CID richting Scheveningen voert.

Haagse lange lijnen op de strandwallen

PLANUITWERKINGSKADER

9

2.2

Ontwikkelingsgeschiedenis

Tot 1850: De Bellevue-locatie ligt aan het begin van de Bezuidenhoutseweg. Het Bezuidenhout ontleent zijn naam aan zijn ligging aan het Haagse Bos. De wijk ligt in de voormalige Veenpolder, die al in de 15de eeuw werd ingepolderd. De Herengracht en brug naar de Bezuidenhoutseweg werden in de 17de eeuw aangelegd. De Bezuidenhoutseweg was slechts een landweg, die ten opzichte van de Leidse Straatweg van ondergeschikt belang was. Tot in de 18de eeuw werd het beeld bepaald door hofsteden, herbergen en boerderijen, waaronder Huis ter Noot, Zandvliet, enz. Na de bouw van het aanzienlijke huis in 1764 voor Pieter Lyonet volgt er ten behoeve van het

1850: Met rechts de villa Boschlust

Bezuidenhoutseweg in 18de eeuw met links het Haagse bos

1900: Verstedelijking rondom het station

Villa Boschlust gezien vanaf de Bezuidenhoutseweg, ca. 1840

1975: Kaalslag ten behoeve van ministeriewijk en autowegen

Hotel Bellevue & grand café Den Hout, jaren ‘30

groeiende Den Haag ook buiten de singels woningbouw. Na zijn dood wordt het hotel Belle Vue in het pand gevestigd. 1850-1900: De Herengracht werd rond 1870 gedempt ten behoeve van (tram-)verkeer naar het nieuwe station Rijnspoor aan de Rijnstraat. Voor het station zelf werd de mooie villa Boschlust uit 1838 gesloopt. De aanleg van de wijk Bezuidenhout begint in 1868 met de 1ste en 2de van den Boschstraat ter plaatse van het gesloopte Huis ter Noot. Er onstaat al veel (bedrijfs-)bebouwing rond de Schenkweg, waar onder andere Van Gogh tijdelijk rond 1880 in een atelier woont. Rond 1900 is al een groot deel rondom het station bebouwd geraakt. 1930-1975: Het woongebied rond het station verandert naar een gebied met stedelijke functies zoals grand café Den Hout en het wordt dichter bebouwd. Het hotel Bellevue sluit in 1932 zijn deuren. Het werd nog als kantoor gebruikt totdat het gesloopt werd in 1974 ten behoeve van het nieuwe station en de nieuwe verkeersituatie. In 1976 ging het nieuwe station open. Intussen is het gehele gebied tussen Spui en de Utrechtsebaan gesloopt voor een nieuwe ministeriewijk met veel ruimte voor brede autowegen. De tram over de Herengracht-Bezuidenhoutseweg werd in de jaren 1970 verlegd en daarna gleed de Herengracht een periode van stagnatie en verloedering in. Het complex Babylon wordt in 1978 opgeleverd.

10

PLANUITWERKINGSKADER

1980-1990: Cityvorming zorgt voor een grote vraag naar kantoren waardoor ook het gebied rond de Bellevue en het Bellevue zelf gesloopt worden ten behoeve van grote kantoren. Alleen de gevels van het hoekpand (ca. 1920) en het monument Bezuidenhoutseweg 3 (1907) worden geïntegreerd in het complex. Er ontstaat langzaam aan begin jaren ‘80, mede door een gebiedsvisie van arch.C.Weeber, een andere kijk op het gebied tussen station en Spui, meer gericht op de menselijke maat en openbaar vervoer. Dit mondt uit in 1988 in de kenmerkende conceptschets van architect Krier. Hij gaat uit van het maken van een gemengd hoogstedelijk gebied met architectonische stedelijke ruimtes en vele voetgangersstraten

Gebied rond station Rijnspoor, 1963

1990

(Hotel) Belle Vue 4 jaar voordat het gesloopt wordt, 1970

2000

Conceptschets BANK-gebied, architect Krier, 1988

2019

en verbindingen naar het Centraal station. 1990-2000: Onder leiding van Krier wordt de Resident uitgewerkt tot een stedenbouwkundig plan in 1992. Hierbij zijn een aantal zaken losgelaten (zoals de vele verbindingen), maar in hoofdzaak zijn de uitgangspunten van de conceptvisie overeind gebleven. Interessante stedelijke ruimtes zoals het Muzenplein zijn in de uitwerking niet aangetakt op het Centraal Station. In 1995 wordt het nieuwe Stadhuis opgeleverd. Rond 2000 is de Resident bijna in zijn geheel opgeleverd. 2000-2018: Met het Haagse Verkeerscirculatieplan in 2009 verloor de Herengracht haar verbindende functie dóór het centrum heen. Samen met de Koningstunnel (2000) ontstaat er met een herinrichting meer ruimte voor de voetgangers, park, bomen en terrassen. De Hoftoren (min. van OCW) is in 2003 geopend. Het vernieuwde New Babylon wordt in 2012 geopend. Station Den Haag Centraal is vanaf 2003 verbeterd (o.a.nieuw atrium, vier gelijke ingangen, ruimte voor metro E en RandstadRail) en is in 2016 opgeleverd. Tegelijkertijd opent ook de Leidse Campus aan de Wijnhaven. In 2016 werd een plan voor de bebouwing van het naastliggende Koningin Julianaplein vastgesteld. Boven een fietsenkelder (8.500 plekken) en commerciële plint met doorgangen komen woontorens tot 90 m. Amare (het Onderwijs- en Cultuurcomplex) vormt een van de laatste toevoegingen aan deze hoogstedelijke wijk.

(Bron: www.topotijdreis.nl) PLANUITWERKINGSKADER

11

12

Muzenplein

Oranjebuitensingel

Zicht op de Muzenstraat vanaf de Oranjebuitensingel

Rijnstraat, zicht vanaf de tramhalte

PLANUITWERKINGSKADER

2.3

Knelpunten

Deze paragraaf geeft een korte beschijving van de huidige knelpunten in het gebied en zijn omgeving. Dit betreffen de volgende ruimtelijke, functionele en kwalitatieve knelpunten: Matige verbinding met de binnenstad Het plangebied en haar bebouwing vormt een matige verbinding met de binnenstad vanwege de monofunctionele opbouw met vooral kantoren, de grove architectuur, beperkte voetgangersruimte en dode hoeken. Dit begeleidt de bezoeker niet goed naar de binnenstad en hoofdwinkelstructuur. Ook vermindert het de sociale cohesie en leefbaarheid van een grotere omgeving. De bebouwing in het plangebied en de singelgracht vormen een barrière tussen het stationsgebied en de Muzenstraat waardoor er geen directe voetgangersverbinding is. De Herenbrug heeft door de stadsverwarmingsleiding een sterk verlaagde doorvaarthoogte.

Grote mate van verharding Het plangebied is in de huidige situatie bijna geheel verhard, zowel de percelen als de openbare ruimte behoudens de singelgracht en de Koekamp. Hierdoor is er sprake van weinig ecologische & verblijfswaarde, geen waterinfiltratie en -retentie, en hittestress-effecten. Grote druk op openbare ruimte De buitenruimte is niet integraal gepland en heeft beperkte ruimte voor alle verkeersstromen, straatmeubilair, straatbomen, reclamezuilen en leidingen. Voorbeelden hiervan zijn straatbomen die op leidingen staan, de vele parkeerplaatsen langs de gracht en de doorvaarthoogte van de Herenbrug die door een stadswarmtebuis sterk verlaagd is en rondvaartboten beperkt. Ook de kruising van autoverkeer met langzaam verkeer bij de Herenbrug is een knelpunt qua drukte, veiligheid en verkeersinrichting. Hoek Bezuidenhoutseweg-Rijnstraat

Zicht vanaf de Herenbrug

PLANUITWERKINGSKADER

13

14

Uitsnede van Voorlopig ontwerp herinrichting van de gehele Koekamp (IbDH)

Nieuwe bebouwing op het Konigin Julianaplein

Verkenning Schaalsprong OV

Tophaltes visie: verbeteringsvoorstellen CS Rijnstraat

PLANUITWERKINGSKADER

2.4

Actuele ontwikkelingen en kansen

Huidige ontwikkelingen die van invloed zijn op het plangebied: •

De Koekamp wordt in fases heringericht waarbij meer

Kansen Met de herontwikkeling doen zich de volgende kansen voor: •

toevoegen zodat het een levendig en veilig deel van de

ruimte ontstaat voor fietsers en groen. • •

binnenstad wordt.

Op het Koningin Julianaplein komt een nieuw gebouw met eronder een openbare fietsenstalling voor 8.500 fietsen.

•

Policy Campus-vorming rondom de Rijksoverheid.

als prioriteitsgebied aangegeven en opgenomen in de •

• •

actieve plintprogrammering.

In het bestemmingsplan Den Haag Centraal e.o. is met een wijzigingsbevoegheid een insteekhaven en horeca-en

•

•

•

Het creeëren van een nieuw Haags publiek interieur, een nieuwe stedelijke ontmoetingsplek.

De visie Tophaltes stelt verbeteringen voor bij de tramhalte in de Rijnstraat.

Betere doorwaadbaarheid voor voetgangers door een semi-openbare route over de percelen en de singelgracht.

informatiepaviljoen mogelijk op de plek van de Koekamp waar vroeger ook water lag en nu twee nutshuisjes staan.

Een betere begeleiding van bezoekers naar de Herengracht - Korte Poten door een aantrekkelijke en

waardoor het stationsgebied nog meer een ‘hub’ wordt. •

Meer ruimte creëren voor voetgangers richting de Herengracht en binnenstad.

Met de ‘Schaalsprong OV’ wordt een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding naar zee voorgesteld,

Toevoegen van meer economische functies en kantooroppervlak, op korte loopafstand van het station en

Sinds het ‘Coalitieakkoord 2019-2022’ is dit gebied Gebiedsagenda Policy Campus Centraal

Meer functiemenging en substantieel woonprogramma

•

Vergroening van het versteende plangebied en betere

Foto fietsenstalling onder het Koningin Julianaplein

ecologische aansluiting op de Koekamp-Haagse Bos. •

Het ontwikkelen van een totaalconcept gericht op ontmoeting en interactie ten behoeve van cluster- en campusontwikkeling rondom het Cluster Legal & Policy in het hart van de Policy Campus. Dit is het uitgangspunt voor zowel de plint en de openbare ruimte als het programma in de stedelijke laag.

•

De doorvaarthoogte van de Herenbrug herstellen door de huidige hoogtebeperkende stadsverwarmingleiding als werk-met-werk met andere leidingen beter op te lossen.

Foto van de beoogde plek voor het insteekhaventje

PLANUITWERKINGSKADER

15

CID Den Haag: superhub & innovatief ecosysteem

Den Haag Centraal:

Policy Campus Centraal

Den Haag Laan van NOI:

ICT - Security Campus

functiemenging, overheid onderwijs

Den Haag HS:

College Campus HS

kantoren bedrijvenpark

De bestaande CID-kwaliteiten in het gebied

De drie (economische) brandpunten van het CID

16

PLANUITWERKINGSKADER

3 POLICY CAMPUS CENTRAAL - GEBIEDSAGENDA 3.1

Central Innovation District (CID)

Het college kiest ervoor de groei van Den Haag te laten werken voor een mooie en leefbare stad. In de eerste plaats door een beperkt aantal duidelijke intensiveringsgebieden aan te wijzen waar grootschalige ontwikkeling met economisch programma, voorzieningen en woningbouw mogelijk is. Het CID is één van deze intensiveringsgebieden, gelegen tussen en rondom de drie hoofdstations van Den Haag. Het biedt Den Haag ruimte tot 2040 voor de economische vernieuwing, de groei van bestaande en nieuwe bedrijvigheid, en de realisatie van circa 18.500 woningen met alle bijbehorende voorzieningen zoals nieuwe scholen, winkels, speelplekken en recreatieve voorzieningen. Het is een bewuste beleidskeuze om de stedelijke groei te concentreren in een beperkt aantal gebieden. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van de stad gevrijwaard blijft van verdichting. Daardoor blijft het bestaande karakter intact. Hetzelfde geldt voor groene landschappen en groengebieden rondom en binnen de stad. De concentratie van een belangrijk deel van de Haagse groeiopgave in het gebied rond en tussen de drie hoofdstations zorgt voor de benodigde massa om diverse maatschappelijke opgaven versneld op te pakken. Zoals het verduurzamen van de stad en het overbruggen van ruimtelijke, economische en sociale barrières. Het draagt bij aan OV-georiënteerd bouwen en de transitie naar schone en gezonde mobiliteit.

Het beleid is afgestemd op het bereiken van een schoner en meer duurzaam leefklimaat, waarbij de buitenruimte wordt vergroend. Schonere lucht en minder verkeerslawaai zijn het gevolg. Ook voor het verduurzamen van de stad is het voordelig te kiezen voor geconcentreerde verdichting in het CID. Er ontstaan aantrekkelijke ruimtelijke condities voor het realiseren van de energietransitie, met als hoofdprincipes een duurzame warmte-koude infrastructuur op gebiedsniveau en ontbrekende schakels in het warmtenetwerk te realiseren.

Vernieuwingskracht

3.2

Voor het CID geldt dat we de groei inzetten ten behoeve van de werkgelegenheid voor huidige en toekomstige generaties met alle opleidingsniveaus. De vestigingscondities binnen het CID zijn nu al zeer aantrekkelijk: een centrale ligging, een hoog voorzieningenniveau in de directe omgeving, een grote concentratie van werkgelegenheid met overheden, bedrijven en kennisinstellingen en een uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer en over de weg. De drie CID-polen rond de verschillende hoofdstations krijgen elk een eigen profiel van economische functies, doelgroepen en identiteit.

Overkluizing Utrechtsebaan (A12) / CS Oost

Het CID draait om het scheppen van condities waarbinnen een krachtig, vernieuwend en internationaal netwerk van talent, ondernemers, onderzoekers en ambtenaren kan ontstaan. Vernieuwingskracht ontstaat uit verwachte en onverwachte ontmoetingen tussen kenniswerkers, jong talent, en ondernemers. Intense dichtheden, vergaande functiemenging, en authentieke ontmoetingsplekken zijn belangrijke ruimtelijke voorwaarden hiervoor. Het CID is het gebied waar grenzen tussen recreatie, wonen en werken vervagen. Waar binnen- en buitenruimtes in elkaar overlopen. Gebiedsvisie CID In april 2019 is de Agenda CID 2040 door het college vastgesteld. De ruimtelijke vertaling daarvan vindt plaats in de gebiedsvisie CID. De nog op te stellen gebiedsvisie CID zal de integrale lange termijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gehele CID bevatten. In die visie worden de hoofdlijnen geschetst voor de ontwikkeling van het gehele CID ten aanzien van het ruimtelijk raamwerk, de mobiliteitsstrategie, de programmering van economische functies en woningbouw, beeldkwaliteit en duurzaamheid.

Omdat het stedelijke gebied waarop de gebiedsvisie CID betrekking heeft, groter en meer omvattend is dan de huidige prioritaire gebieden van de gebiedsagenda’s, wordt de onderlinge samenhang tussen deze gebieden, de verbindingen, de groen- en waterstructuur en de relaties met de omliggende wijken en stedelijke structuren daarin behandeld en verder uitgewerkt.

Policy Campus Centraal - gebiedsagenda

De gebiedsagenda voor de Policy Campus Centraal is 18 december 2018 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (RIS 301328). De gebiedsagenda geeft de samenhangende visie op het gebied weer, waarbij het publieke domein het vertrekpunt vormt. Dit vormt het beleidskader voor dit Planuitwerkingskader. Ontwikkelingsperspectief De komende jaren gaan de gemeente, ontwikkelaars en belanghebbenden grote stappen zetten in de verbetering van de knooppuntwaarde en aantrekkingskracht van het gebied Station Den Haag Centraal en omgeving. De stationsomgeving rond Den Haag Centraal ontwikkelt zich zo verder als een hoogstedelijk knooppunt van nationale- en internationale allure. Kosmopolitisch karakter De stationsomgeving wordt bruisend en attractief, met een kosmopolitische karakter. Voor Haagse begrippen zijn de dichtheid en functiemix grensverleggend. Dit geldt ook voor de verweving van verkeersstromen (onder, op en boven maaiveld), verblijfsruimte en gebouwen. Het is de ambitie om openbaar vervoer gericht te bouwen. Het primaat ligt er bij de voetganger en de omgeving is groen. Het draait in deze omgeving om levendigheid, nabijheid en ontmoeting. Dit begint bij de buitenruimte, bij uitstek de plek voor ontmoeten, bewegen en verblijven. Ontmoetingsplekken en -ruimten zijn belangrijk in het ruimtelijke beeld.

Het gebied krijgt een rijke verscheidenheid aan publieke interieurs (passages), atria, stadsbalkons, daktuinen en binnenhoven. Passend bij het kosmopolitische karakter wordt het hoogbouwcluster rond Den Haag Centraal uitgebreid met nieuwe Haagse hoogbouw, volgens de principes van de Nota Haagse hoogbouw: Eyeline-Skyline. Het gaat hierbij om goed ingepaste hoogbouw met levendige plinten en veel aandacht voor vergroening en verduurzaming van de stad. Binnen het CID onderscheidt het gebied rond Den Haag Centraal en de Utrechtsebaan zich door de unieke mix van

PLANUITWERKINGSKADER

17

ECONOMIE

AGENDAKAART POLICY CAMPUS Den Haag Centraal stationsvernieuwing Be

ontvangstdomein station (bijzondere buitenruimte)

id zu

uts ho en

eg ew

Policy Campus Centraal: (Rijks)overheid; onderwijs, onderzoek; ondernemerschap

hoogwaardige buitenruimte

cultureel cluster Spuikwartier cultuur; bibliotheek, onderwijs

stedelijke ontwikkeling

e Th

res

t ias

t raa

realisatie agenda perspectief an av ian Jul

groen en water

Sto

aan rgl lbe

economische cluster Beatrixkwartier: financële en zakelijke dienstverlening en hoofdkantoren

ov verbinding Koningscorridor

€

tramlijn

ra ng

t ch

re He

spoorzone studie naar mogelijkheden voor kwalitatieve inpassing Utrechtsebaan en Prins Clauslaan

B Pr.

ard ern

via

ct du

in Ple

ark rfm Tu

t

Detailhandel, bedrijven, wonen Onderwijs, hoofdkantooren, start-up`s, innovatieve bedrijeven, wonen N

Stedelijk wonen

50m

250m

50m

250m

20181107

20181107

De Agendakaart van de gebiedsagenda Policy Campus Centraal 50m

Thema economie en functiemenging van de gebiedsagenda Policy Campus Centraal

250m

RAAMWERK BUITENRUIMTE

buitenruimte raamwerk ontvangstdomein station (bijzondere buitenruimte)

Be

id zu

uts ho en

eg ew

hoogwaardige buitenruimte

e Th

groen raamwerk

res

t ias

zone Koekamp/Malieveld

t raa

< 70m

zone Utrechtsebaan

groen Sto

rgl lbe

aan

s

groene verbinding

u oti Gr

100m+

in

an av ian Jul

ple KJ-

groene verbinding / plekken

100m+

n va na An eren Bu

overig ra ng

doorzetten Haagse loper

t ch

< 70m

re He

Ple

via

ct du

in

at tra ns

ard Bern Pr.

Rij

spoorzone

zone Singelgracht

100m+

100m+

< 100m ark rfm Tu

t

< 70m

< 50m

< 100m

zone Prins Bernhardviaduct

in

le uip

Sp

50m 250m Thema buitenruimte en vergroening van de gebiedsagenda Policy Campus Centraal orem ipsum 20181130

18

PLANUITWERKINGSKADER

< 70m

Thema hoogbouw en bezonning in de gebiedsagenda Policy Campus Centraal

Rijksoverheid, universitair onderwijs, kennisinstellingen, verblijfsvoorzieningen en woningen voor kenniswerkers. Er moet gebruik worden gemaakt van deze unieke mix aan functies in dit stationsgebied. Samenwerking Rijksoverheid De Rijksoverheid heeft extra kantoorruimte nodig en de ambitie van de gemeente en het Rijk is deze ontwikkeling te benutten en het gebied te transformeren tot Policy Campus: een innovatief kenniscluster waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven hun krachten bundelen, om de maatschappelijke opgaves op te pakken. De Policy Campus biedt ruimte aan samenwerking, kennisuitwisseling, debatten en innoverend vermogen rond maatschappelijke opgaven. Dit stimuleert een innovatieve overheid en vergroot de aantrekkingskracht op nieuw talent. Het vraagt een ander type huisvesting; minder grootschalig, meerdere functies en (publieke) ontmoetingsfaciliteiten. Het bestaande cluster van monofunctionele ministeries, transformeert in een gemengd gebied waar het ook buiten kantoortijden levendig is. Waar rondom het Binnenhof het bestuurlijk centrum is, is rondom Den Haag Centraal het ambtelijk centrum van het Rijk. De tijdelijke verhuizing van de Tweede Kamer naar het voormalige kantoor van Buitenlandse Zaken zal de ontwikkeling van de Policy Campus aanjagen. De positionering als Policy Campus heeft flinke voordelen: • • • • • •

perfect bereikbaar per OV; versterking van het interactiemilieu van de Policy Campus; groot ontwikkelpotentieel in dit gebied; beveiliging van panden op gebiedsniveau organiseren; creëren van een hoogwaardige buitenruimte; fijnmazige verbindingen naar binnenstad en Haagse Bos; versterking van het historische bestuurscentrum;

•

de clustering van Rijksvastgoed versterkt het programma EnergieRijk en biedt kansen voor een gebiedsgerichte aanpak van de energietransitie.

Stedelijk Wonen

versterkt als OV-knooppunt en als vitaal onderdeel van de

Het toevoegen van woningen rondom station Den Haag Centraal levert een stevige bijdrage aan de groeiende behoefte aan centraal hoog stedelijk wonen. Woonkwaliteit wordt behalve door de woningen zelf mede bepaald door de kwaliteit van de omgeving. De omgeving van Den Haag Centraal biedt daarin unieke kansen. Het gebied verbindt de binnenstad van Den Haag met Bezuidenhout, het groene Malieveld en het Haagse Bos. Het brede voorzieningenaanbod van de Theresiastraat maakt het gebied aantrekkelijk voor toekomstige bewoners. Nieuwe ruimtelijk en functioneel gemengde concepten geven vorm aan nieuwe leefstijlen en werkvormen. Het gebied van de Policy Campus Centraal is vooral voor doelgroepen met woonwensen om centrumstedelijk te wonen interessant. Dit zijn vooral (jongere) kleinere huishoudens, hoogopgeleid en veelal afkomstig uit Den Haag en omgeving of kenniswerkers uit binnen- en buitenland. Ook een steeds groter aandeel kleinere huishoudens ouder dan 55 jaar (zoals empty nesters) willen stedelijk wonen in het centrum en stromen door uit de omliggende wijken en regio.

stad. Aan alle zijden van het station wordt de aansluiting op de stad verbeterd (Groene Entree, Den Haag Nieuw Centraal, Prins Bernardviaduct en Stadsentree Rijnstraat). Het spooremplacement is onderdeel van nadere studie.

Barrières slechten De gemeente zet in op het aanpakken van de infrastructurele barrières in de stationsomgeving. Aan de oostzijde van het station wordt de Utrechtsebaan overkluisd. Zo wordt de barrière tussen centrum, de stationsomgeving en Haagse Hout geslecht. Na de overkluizing bij de Grotiusplaats is het nu de opgave om het deel van de Utrechtsebaan tot aan de Malietoren aan te pakken. Overkluizing biedt daar ruimte voor de bouw van woningen, kantoren en het vergroenen van de openbare ruimte. Daarnaast worden de routes voor voetgangers en fietsers door het gebied aantrekkelijker vorm gegeven en uitgewerkt tot een samenhangende wandel- en fietsstad. Ook de oriëntatie en adressering van gebouwen aan de Koekamp en het Prins Bernhardviaduct wordt versterkt. Uit de gebiedsagenda komen de volgende opgaven naar voren: 1.

Door verdichting in de stationsomgeving en de realisatie van Schaalsprong OV, wordt Den Haag Centraal verder

2.

3.

4. 5.

6.

7.

8.

Versterking van het economische klimaat door het verbeteren van de vestigingscondities. Het gebied rondom station Den Haag Centraal verandert naar een intensief gemengd gebied waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven elkaar versterken. Ingezet wordt op een levendig stadsmilieu door toevoeging van 1.000 tot 2.500 woningen. Zo wordt het ook buiten kantoortijd een aantrekkelijk gebied. De economische opgave betreft een toevoeging van 250.000-350.000 m² aan kantoor, congres, onderwijs en kennisinstellingen, op korte en lange termijn. Net als bij De Groene Entree zet de gebiedsagenda in op het versterken van de oriëntatie van de stationsomgeving op de Koekamp en het Haagse Bos. Vooral bij de vernieuwing in CS Oost is het een opgave om de unieke historische ligging van de stad aan het landschap voelbaar en beleefbaar te maken. Het verbinden van de Haagse Loper door de Turfmarkt, via het station en CS Oost, met de Theresiastraat. Een kwaliteitsverbetering van het Prins Bernhardviaduct: aantrekkelijk voor voetgangers en fietsers en een betere verbinding tussen CS Oost, het Beatrixkwartier en Bezuidenhout. De herontwikkeling in CS Oost dient nadrukkelijk bij te dragen aan nieuwe adressen en functies aan het Prins Bernhardviaduct. De kans om de Utrechtsebaan verder te overbouwen, zoals bij het Haagse Bos, de Vrijheidsplaats en de Grotiusplaats.

Betere oost-westverbindingen kunnen dan de samenhang tussen de stadsdelen te versterken. Het maken van een integraal buitenruimteplan met een kwaliteitsniveau dat wordt vastgelegd in de ‘Gereedschapskist Buitenruimte CID’. Duurzaamheid is een integrale opgave in alle fasen van de planvorming. Vanaf de beginstadia zullen de duurzaamheidsaspecten in de breedste zin richtinggevend zijn.

PLANUITWERKINGSKADER

19

in Pr se ss eg

ide

ra

zu

ch

Be

eg

ew

uts

o nh

t

Koekamp

PM de ontwikkeling Bellevue

tra

jns

Ri at

ht

rac

g ren

He

Plein

e ort

ten

Po

K

Muzenplein

te Po

Een verbeelding van de gemeentelijke ambities voor de ontwikkeling van Bellevue (DSO, Den Haag)

20

PLANUITWERKINGSKADER

n

e

ng

La

as

rn

Pa

in

ple

s su

kt

ar

fm

r Tu

Anna van Buerenplein

4. STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN 4.1

Uitgangspunten voor de ontwikkeling

Voor de Bellevue-locatie is het de opgave om het te transformeren tot een hoogwaardig, gevarieerd stedelijk complex. Middels een doorgang ontstaat een nieuwe ontmoetingsplek en wordt een nieuwe semi-openbare verbinding toegevoegd aan het Haagse stedelijk weefsel. Hiervoor wordt enerzijds de ontwikkeling van de percelen gefaciliteerd. Anderzijds wordt sterk ingezet op versterking van de stedelijke structuur en een kwaliteitsimpuls van het openbaar gebied. Deze opgave betreft een integrale aanpak van het gebied waar ruimtelijke verdichting hand in hand gaat met versterking van de programmatische opzet, ruimtelijke structuur, kwaliteit van buitenruimte, duurzaamheidsaspecten en mobiliteitsingrepen in het gebied. De uitgangspunten voor de ontwikkeling worden hier benoemd.

4.2 Van monofunctioneel gebied naar veelzijdig kosmopolitisch gebied Door Bellevue als de schakel van de dynamische stationsomgeving naar de binnenstad te beschouwen kan dit een plek worden waarin veelzijdige functies zorgen voor ontmoetingen en activiteiten op verschillende momenten van de dag. Een plek die open en innovatief van karakter is, waar met een mix van functies en ontmoetingsplekken talent kan wonen en werken als onderdeel van de Policy Campus-ontwikkeling.

De bijzondere locatie en hoogte vragen om een bijzondere programmering van de bovenste verdiepingen in de kronen van de toren. Dit kan een grote trekker worden die Bellevue (inter-)nationaal op de kaart kan zetten. De kronen van de hoogbouw bieden ruimte aan (zo mogelijk openbare) functies die onderdeel uitmaken van het stedelijk leven; bijvoorbeeld gedeelde ruimtes voor bewoners of een penthouse of een uitkijkplatform voor bezoekers om te genieten van het uitzicht op Den Haag en de Noordzee.

De hoge dichtheid aan woningen en kantoren in Bellevue en de omgeving zorgen voor een grote behoefte aan voorzieningen en ontmoetingsplekken, zowel in de plint van het gebouw als in de openbare ruimte. Met een publiek interieur aan de binnenzijde ontstaat een nieuwe ruimte in Den Haag die een ontmoetingsplek is voor de bewoners en werknemers in deze omgeving. Een belangrijke aantrekkingskracht zal het bijzondere innovatieve, duurzame en groene karakter zijn wat tot uiting komt in de ruimtelijke vormgeving. Het Bellevue zal bijdragen aan het innovatieve interactiemilieu doordat met name in het semipublieke interieur op een nieuwe manier functies met elkaar worden verweven. Er ontstaat een functioneel-hybride omgeving die niet meer duidelijk één bestemming heeft. Er kan gewerkt worden, ontmoet en gegeten worden, diensten worden verleend, maar ook maatschappelijke functies kunnen er een plek krijgen. De ontwikkeling voorziet in een rijke mix aan functies; te denken valt aan zakelijke dienstverlening, onderwijs, cultuur, wonen, horeca, en mogelijk een hotel en leisure. Veel aandacht zal uitgaan naar een sterke programmering van de plint van de gebouwen.

Met dit multifunctionele programma ontstaat een kosmopolitische uitstraling op de omgeving van de binnenstad en interactie ten behoeve van cluster- en campusontwikkeling rondom het cluster Legal & Policy in het hart van de Policy Campus. Functies zijn zo met elkaar verweven dat er nieuwe multifunctionele ruimtes ontstaan, passend bij de toekomstige manier van leven en werken. Referentie van een publiek interieur

PLANUITWERKINGSKADER

21

4.3

Verbinden met de stad

Deze gebiedsontwikkeling draagt bij aan de ambitie om de Policy Campus Centraal een vanzelfsprekend deel van het Haagse centrum te maken. Naast de uitstekende verbindingen met de verschillende vormen van openbaar vervoer in de stationsomgeving is de locatie gelegen aan twee belangrijke fietsroutes die samen komen op de kruising Rijnstraat-Bezuidenhoutseweg. De locatie is per fiets goed bereikbaar, zowel via de hoofdroutes Rijnstraat en Herengracht-Bezuidenhoutseweg als de secundaire route via de Oranjebuitensingel. De komende jaren wordt de fietsinfrastructuur verder uitgebouwd met verbeterde routes door het landschapspark van de Koekamp en de herinrichting van de genoemde kruising. De Bellevue-locatie grenst aan de HerengrachtBezuidenhoutseweg wat samen met de Turfmarkt één van de twee hoofdroutes is voor voetgangers van het station naar het autoluwe voetgangersgebied van de binnenstad. Voetgangersverbindingen met het Malieveld en Koekamp/ Haagse Bos zijn goed en worden nog aantrekkelijker na de openbare ruimte herinrichting volgens het plan Leidraad stadsentrees. Door aan de buitenzijde van het Bellevue de detailhandel en publieksfuncties te situeren zal het de grote loopstroom naar de Herengracht comfortabel begeleiden en ook onderdeel worden van deze hoofdstructuur naar de binnenstad.

Aan de Rijnstraat zorgt een markante toegang van het semipublieke interieur voor goede routing, als begin van een nieuwe semi-openbare wandelverbinding in het stedelijk weefsel. Het semipublieke interieur biedt een bijzondere programmatische invulling aan voor bezoekers, gebruikers en bewoners van het nieuwe complex. Aansluitend ontstaat met een nieuwe voetgangersbrug richting de binnenstad een veelzijdiger gebruik en beleving van het gebied en de historische singelgracht. Met de nieuwe bebouwing worden verbindingen sterk in de stadsstructuur verankerd en het draagt bij aan het aanbrengen van verfijning in de grootschaligheid van het gebied. Visueel komen de buurten aan weerszijde van de singelgracht dichter bij elkaar door de doorlopende plinten en goede overgang van de fijnere binnenstedelijke bebouwing naar de grotere schaal van de bebouwing rond het station. De hoogbouw versterkt de skyline en werkt in overdrachtelijke zin mee aan de verbinding van de Policy Campus Centraal met de binnenstad van Den Haag en de andere polen van het CID. Dichtbij het station is duurzame bereikbaarheid, met volop

Ontmoetingsplekken in de stad met kenmerkende Haagse hoogbouw

22

PLANUITWERKINGSKADER

t

ch

gra

n ere

H

kt

ar

fm

r Tu

De bestaande voetgangersstromen vanaf Den Haag Centraal (bewerking van Binnenstadsmonitor 2018)

Voorbeeld van een veelzijdig publiek interieur met een hoge verblijfskwaliteit en verbindende werking voor voetgangers (Brussel).

ruimte voor fietsers en voetgangers, het uitgangspunt. Voetgangers moeten van alle kanten door en in het gebied kunnen komen waarbij vooral aan de Rijnstraat en Bezuidenhoutseweg ruimte geboden wordt aan deze verkeersdeelnemers. In dat kader is het gewenst om de verkeershinder en het ruimtebeslag van gemotoriseerd verkeer te beperken door weinig ruimte in de straten en in het nieuwe complex voor auto’s te maken. De locatie van de ontwikkeling ligt dicht bij het Centraal Station en leent zich voor het bouwen in een hoge dichtheid passend in het principe van OVgeoriënteerd bouwen. Mensen en bedrijven kiezen voor deze plek omdat deze goed per openbaar vervoer bereikbaar is. Het hebben van een auto wordt hiermee voor velen overbodig. Behalve intercity-verbindingen met de rest van het land biedt het station ook openbaarvervoer-verbindingen met andere delen van het Haagse stedelijke gebied, met Zoetermeer (RandstadRail) en Rotterdam (E-lijn) en alle bestemmingen daar tussenin. Op het vernieuwde busplatform komen lokale en regionale buslijnen samen. In de visie “Schaalsprong OV” wordt ingezet op een hoogwaardige OV-verbinding tussen Zuidwest en Scheveningen en de regio, die ook Centraal Station en de Binckhorst aan doet, en de OV-hub-functie van CS verder versterkt.

Met deze verbeterde OV-bereikbaarheid wordt een mobiliteitstransitie ingezet in dit deel van de stad om het aandeel reizigers per openbaar vervoer te vergroten ten koste van de auto. Bij OV-georiënteerd bouwen wordt ervan uitgegaan dat nieuwe vastgoedontwikkelingen duurzame vervoersconcepten maximaal faciliteren.

De bebouwing van Bellevue krijgt een grote en kwalitatieve fietsenstalling voor haar bewoners, gebruikers en bezoekers. Onderzocht kan worden of een openbare fietsenstalling onderdeel kan zijn van de ontwikkeling. Ondanks de nieuwe fietsenstalling onder het Konigin Julianaplein blijft er vraag naar fietsparkeren rondom het het station. De belangrijkste ontsluiting van de locatie is voor de auto via de Bezuidenhoutseweg of de Prinsessegracht. Nu is het parkeren ontsloten via de Rijnstraat en Oranjebuitensingel. De ontsluiting van de logistiek en parkeerkelders van Bellevue zal alleen aan de Oranjebuitensingel-zijde kunnen om de reeds volle Rijnstraat niet verder te belasten. Door voor de auto de ZwartewegOranjebuitensingel bij het tramviaduct te knippen wordt kruisend autoverkeer met de stromen voetgangers voorkomen. De kades krijgen dan alleen nog bestemmingsverkeer. Dit moet nader worden onderzocht op haalbaarheid. De functies in de Bellevue zullen automobiliteit genereren. Gelet op de huidige situatie is het belangrijk dat het aantal autoverplaatsingen van en naar deze locatie niet sterk stijgt. Door actief te sturen op het aantal parkeerplaatsen op de locatie kan de stijging worden beperkt.

Op twee locaties in het gebied is de verkeerssituatie in de spitsperiodes onoverzichtelijk. Het betreft de kruising Bezuidenhoutseweg-Rijnstraat en HerengrachtPrinsessegracht-Zwarteweg. De eerste kruising zal in het kader van de ‘Groene Entree’-herinrichting verbeteren door een lagere verkeerssnelheid (30km/u) en ruimere voet- en fietspaden. Bij de kruising Herengracht-Prinsessegracht zijn nog geen aanpassingen voorzien, maar door het toenemende aantal fietsers en voetgangers dat hier passeert wordt dit een probleem met de huidige auto-intensiteiten. Mogelijke circulatie-maatregelen in de omgeving kan de hoeveelheid autoverkeer beperken. Om de situatie rond de Herenbrug en de Herengracht te verbeteren zou de lagere verkeersnelheid van 30 km/u ook daar moeten gaan gelden. Door minder ruimte aan de autoinfrastructuur te geven ontstaat veel ruimte voor verdichting en fiets- en voetgangerverkeer. Dit komt de leefbaarheid ten goede.

De kenmerkende Haagse skyline

PLANUITWERKINGSKADER

23

4.4

Verdichten met stadse gebouwen

Om te voorzien in de grote behoefte aan centrumstedelijkwonen wordt Bellevue in hoge dichtheid ontwikkeld. De bouwenvelop, met het semipublieke interieur, de plinten en functies zijn zo gedefinieerd dat de verschillende gebouwdelen goed aansluiten op de omgeving en tegelijkertijd een nieuwe stedelijke maat en kwaliteit toevoegen. Stadse gebouwen zijn gebouwen die enerzijds een grootstedelijke maatvoering kennen en toch goed aansluiten op de omgeving zoals de binnenstad en de Policy Campus Centraal. Zij dragen bij aan de verdichting van de stad en zijn qua oriëntatie en opbouw van de bouwmassa versterkend voor de publieke ruimte en structuur van de stad. Deze stadse gebouwen hebben aantrekkelijke entrees op de juiste plekken, actieve en open plinten en een goede mix aan stedelijke functies.

De nieuwe bebouwing krijgt een open en binnenstedelijke uitstraling door een hoge dubbellaagse en gedetailleerde plint, het semipublieke interieur, geparcelleerde gevelwand, een afgeschuinde hoek met de Rijnstraat en hoekverbijzonderingen, uitkragingen en de integratie van cultuurhistorische gevels. Hierdoor wordt de buitenruimte en ervaring ook beter.

Levendigheid en stedelijke allure is de resultante van een goede programmering van de stedelijke laag en de plint van de bebouwing. De typische Haagse hoogbouw, zoals gedefinieerd in de nota Hoogbouw ‘Eyeline Skyline’, is onderdeel van een samengesteld bouwblok, bestaande uit een stedelijke laag met daarop torens. Bij de ontwikkeling van Bellevue worden de algemene principes uitgewerkt op basis van de lokale omgeving, maatwerk waardoor de nieuwe bebouwing aansluit bij de bestaande context.

Door in de plint en gevels van de stedelijke laag veel reliëf en detail aan te brengen ontstaat er een verbinding op menselijke schaal tussen de openbare ruimte en de nieuwe bebouwing. Het semipubliek interieur biedt een geheel nieuwe ruimtelijke en binnenstedelijke ervaring door locatie, route, het aanliggende groene binnenhof, functies en de bijzondere vormgeving. De openbare ruimte en gebouwen vloeien in elkaar over. Op de stedelijke laag wordt een ensemble van twee hoogbouwtorens geplaatst. Door een setback wordt de beleving op straatniveau bepaald door de plint en stedelijke laag, en wordt windhinder beperkt. Het dak van de stedelijke laag leent zich voor het toevoegen van daktuinen en groen. Dit groen wordt beleefbaar vanuit de openbare ruimte en draagt bij aan waterberging en verkoeling. De torens verspringen ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de stedelijke laag, wat zorgt voor steeds veranderende zichtlijnen. Met een Haagse kroon vormen ze een verrijking van de typische skyline van Den Haag. Eventueel is een lage toren mogelijk tegenover de Zurichtoren.

De stedelijke laag vormt de overgang van enerzijds de grotere maten van de Policy Campus Centraal richting anderzijds de kleinschaligere bebouwing van de binnenstad. Daarbij kan de bouwhoogte van de stedelijke laag van 25m, zoals in de nota gedefinieerd, aan de zijde van de Rijnstraat met setbacks oplopen tot 35m om goed aan te sluiten bij de bestaande bebouwing rondom station Den Haag Centraal. Aan de singel en het grootste deel aan de Bezuidenhoutseweg zal door het toepassen van een lagere goothoogte van 18m en met een setback een hoogte van 25 m, juist aansluiting zoeken op de fijnere maat van de binnenstad.

Met Bellevue gaat verdichting hand-in-hand met ruimteefficiëntie en innovatie. De functionele kant van de nieuwe bebouwing kent daarom een hoog ambitieniveau. Logistieke functies zoals het aanbieden van afval, bezorgen, verhuizingen en parkeren zullen inpandig of op het eigen perceel gerealiseerd moeten worden. In de openbare ruimte wordt ten behoeve van bezorgdiensten een laad-en-losvoorziening gerealiseerd. Om de kwaliteit van de plint van de bebouwing te waarborgen, zal voor de logistiek ook gekeken moeten worden naar de kelderverdiepingen en innovatieve oplossingen, mogelijk op gebiedsniveau.

Stedelijke laagprincipe: De hoogtes van de stedelijke laag sluiten aan op de omgeving, en maakt de overgang van de stationsomgeving naar de binnenstad.

Voorbeeld van een stadsgebouw (Stockholm, 3XN)

24

PLANUITWERKINGSKADER

4.5

Van versteend naar vergroend

Bij een hoogstedelijk centrummilieu hoort een aantrekkelijke buitenruimte met meer groen en een hoge verblijfskwaliteit. Zoals aangekondigd in de Gebiedsagenda wordt een integraal buitenruimteplan opgesteld. Hierin wordt de concrete uitwerking van de buitenruimte gemaakt. Gezien de onlosmakelijke samenhang tussen gebouw en openbare ruimte zal de ontwikkeling een kwalitatieve uitstraling moeten hebben op de openbare ruimte. Vergroenen van de huidige stenige ruimte is niet alleen essentieel voor het verkrijgen van de benodigde verblijfskwaliteit maar ook om de effecten van klimaat-verandering op dit gebied te verkleinen. Om een groene stadsloper naar de binnenstad te maken en tot een betere ervaring van de stadssingelgracht te komen is onder andere een robuuste bomenstructuur nodig. Daaraan gekoppeld worden groenvoorzieningen en goede ontmoetingsplekken. Na de bouw van Bellevue volgt een herstel van de openbare ruimte op Hofstadkwaliteitsniveau met daarbij vergroeningsmaatregelen en oplossingen voor bestaande knelpunten. Deze PUK vormt een eerste vertaling van de ambities voor de buitenruimte. Ook zal de ondergrondse ruimte onderdeel uitmaken van de integrale aanpak en ontwerp van de openbare ruimte.

Zo wordt geborgd dat er voldoende ruimte voor plaatsing van bomen en aanleg van groen is, leidingen onder bruggen niet onnodig de doorvaart beperken, en vindt er afstemming plaats van de vele ruimteclaims van bijvoorbeeld energienetwerken, communicatiesystemen en de berging van water. Het vernieuwde Koningin Julianaplein en de omgeving van Bellevue, met haar semipubliek interieur, zijn onderdeel van het ontvangstgebied rondom het station. Voor de inrichting van deze beide plekken komt een kwaliteit die recht doet aan de centrumstedelijke identiteit van het stationsgebied en tegelijkertijd bijdraagt aan de vergroening van het gebied. Het

buitenklimaat dient qua zon- en windklimaat aantrekkelijk en

zal de openbare ruimte ‘ontwerp-bewust’ worden beheerd zodat

aangenaam te zijn.

na oplevering de intenties van het ontwerp (zoals uitstraling, beleving) door goed en zorgvuldig beheer geborgd zijn. Voor het gehele CID zal een ‘Gereedschapskist Buitenruimte CID’ worden opgesteld.

De nu geheel verharde percelen zullen door daktuinen en verticaal groen zorgen voor een leefbare, aantrekkelijke en gezonde stad en voor een hogere biodiversiteit. In dichtbebouwde gebieden is de behoefte aan groene leefruimte groot. Hoogbouw biedt kansen om groene, aantrekkelijke buitenruimtes toe te voegen. De hoogbouwbeleidsregel dat ‘minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag wordt gecompenseerd in de vorm van horizontale buitenruimtes zoals daktuinen’ wordt zo verwerkt op het bebouwingsgebied dat de buitenruimtes op de stedelijke laag groen worden ingericht waarbij minimaal 40% een bijdrage levert aan de biodiversiteit. Mitigerende maatregelen om vergroening te bereiken betreffen het groene binnenhof, verticaal groen en nog uit te werken vergroening van de openbare ruimte in de omgeving.

Microklimaat: zon, schaduw en wind De bebouwingshoogte en vorm heeft invloed op het microklimaat. Ze bepalen daardoor mede de kwaliteit en het gebruik van de buitenruimte. Slimme en innovatieve gebouw- en gevelontwerpen kunnen een positieve bijdrage leveren aan aangename ontmoetings- en verblijfsplekken in de openbare ruimte. Ook op stedenbouwkundig niveau moet de onderlinge afhankelijkheid van ontwikkelingen op het gebied van zon, schaduw en wind worden gecoördineerd, om effecten op luchtkwaliteit, hitte en de buitenruimte te kunnen toetsen en sturen.

Vergroening maakt integraal deel uit van de planvorming van de bebouwing en komt terug in, aan, en op de bebouwing en in de buitenruimte. Daktuinen, atria en binnentuinen zorgen ervoor dat straks de serene groene sfeer en ecologische waarden van de Koekamp naadloos overgaan in de bebouwing. Zo kan worden bijgedragen aan vergroting van het leefgebied voor de vleermuis en gierzwaluw. Vergroening langs de singelgracht versterkt haar ecologie en aantrekkelijkheid voor mensen. Het gebruik van daken ten behoeve van energie-opwekking en/ of groen en waterretentie behoort tot de ontwerpuitgangspunten bij nieuwe ontwikkelingen. Door het toepassen van maatregelen gebaseerd op het Haagse puntensysteem ‘groen- en natuurinclusief bouwen’ worden de ambities gerealiseerd. De buitenruimte moet ‘beheer-bewust’ worden ontworpen. Om een aantrekkelijk en goed functionerend gebied te bieden, nu en in de toekomst, moet er bij de aanvang van het ontwerpproces door alle betrokken partijen gekeken worden naar het gebruik en randvoorwaarden van beheer. Vervolgens Voorbeeld van daktuinen en verticaal groen, Ingenhoven architects

PLANUITWERKINGSKADER

25

4.6 Innovatief duurzaam ensemble

Klimaatbestendige inrichting en ontwikkeling Het is bekend dat dit deel van de stad gevoeliger is voor

Duurzaam gebied en gebouw Het uitgangspunt is om de economische en woningbouwopgave in de bestaande stad te realiseren en daarbij inzetten op ‘verdichten’, ‘vergroenen’ en ‘verduurzamen’. Door te verdichten rond een station is een goede bereikbaarheid met openbaar vervoer geborgd. Door de nabijheid van functies is het aantrekkelijk om te gaan wandelen en fietsen. Vanuit duurzaamheid bezien zijn dit belangrijke strategische keuzes. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van de ontwikkeling en noodzakelijk om de leefbaarheid van de stad te waarborgen.

extremen in temperatuur. Herontwikkeling maakt het mogelijk om het hier beter op in te richten, zodat de overlast en schade van extremen in het klimaat beperkt kan worden. Bij een intensiever ruimtegebruik kan de kwetsbaarheid en schade alleen maar toenemen, tenzij klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast. Bijvoorbeeld door water vast te houden op daken en in de buitenruimte. Bij Bellevue wordt ingezet op vergroening van het gebied. De gemeente gaat met ontwikkelende partijen in overleg over klimaatadaptief bouwen, waaraan de gemeente zich

Hoogbouw moet vanzelfsprekend duurzaam zijn; vanwege de hoge investering en grootte van het complex moet deze op langere termijn presteren. Bij intensivering van de stad en hoogbouw zijn energieneutrale gebouwen, het beperken en hergebruik van (afval-)stromen en vergroenen hoofdambities. Met de gebiedsontwikkeling Bellevue wordt een nieuwe stap gezet naar energieneutraal Den Haag. Naast deze gemeentelijke ambities zal de uitwerking van Bellevue leiden tot een innovatief en duurzaam ensemble. Duurzaamheid ontstaat ook door een overmaat in de plint en stedelijke laag zoals een grotere verdiepingshoogte. Zo kunnen er altijd verschillende functies (woningen/ kantoren) in komen.

De kans is er om met innovatieve ondergrondse oplossingen op gebiedsniveau bovengronds ruimte te creëren, met bijvoorbeeld een leidingentunnel (zie boven) en/of (afval-)logistiek.

middels het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ mede heeft gecommiteerd op 4 oktober 2018. Bij de inrichting van de buitenruimte wordt uitgegaan van een klimaatbestendige inrichting en ontwikkeling. De bestaande stad wordt beter ingericht om overlast door extreme weersinvloeden te voorkomen. Vergroening van de buitenruimte langs, op, tussen en in de bebouwing is uitgangspunt hiervoor.

Een duurzame bebouwing en buitenruimte (Wonderwoods, Utrecht)

26

PLANUITWERKINGSKADER

Energietransitie Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat er gebruik gemaakt wordt van duurzame bronnen voor warmte en elektriciteit. Op de gebieden van warmte- en koudeopslag, wind- en zonne-energie, koeling en energieneutrale bouw wordt gebruik gemaakt van de nieuwste inzichten. Naast energiebesparing wordt ingezet op energieopwekking. Nieuwbouw wordt gasloos opgeleverd. Het is van belang dat nieuwbouw wordt aangesloten op een lage temperatuur bron. Reden is dat nieuwbouw voldoende is geïsoleerd voor aansluiting op lage temperatuur en de hoge temperatuur nodig is voor de bestaande woningvoorraad. De beschikbare ruimte en inpassingsmogelijkheden ondergronds en bovengronds zijn factoren die meegenomen worden. Het integreren van een leidingentunnel in het plangebied kan hiervoor heel efficiënt zijn. Voor een duurzame bouwlogistiek kan een vroege aanleg van een zwaardere elektriciteitsleiding al tijdens de bouw nuttig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10499278/1