RIS309859 Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (voormalig Ministerie van SZW)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Financiën en Stadsontwikkeling
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10150346 RIS309859 Contactpersoon
Kai Liang Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Portefeuille Projecten Den Haag Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
31 augustus 2021
kai.liang@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording Technische vragen over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 (voormalig Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
Geachte voorzitter, Onderstaand doe ik u de beantwoording toekomen van de technische vragen die gesteld zijn op 8 juli 2021 over het Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 ten behoeve van de behandeling van dit stuk in de commissie Ruimte. Technische vragen CDA 1. Bureau Herzberger heeft twee plannen gemaakt. Is er een gedegen afweging gemaakt ten opzichte van een rigoureuze sloop van het complex? De gemeente is bekend met de studie “Van ‘sociale zaken’ tot sociale ruimte” van Bureau Hertzberg uit maart 2016. De ontwikkelaar heeft meerdere studies gedaan om te onderzoeken op welke manier de locatie kan worden herontwikkeld (zie bijlage 1. Memo Toekomst Hertzbergergebouw). Hieruit blijkt dat het huidige complex onvoldoende mogelijkheden biedt voor transformatie naar wonen en er met behoud van (delen) van het pand er geen invulling kan worden gegeven aan de opgave van de gemeente Den Haag om te verdichten rondom station Laan van NOI. Bovendien blijkt uit berekeningen die in het kader van de studie zijn gedaan, dat behoud van het pand economisch niet haalbaar is.
Daarnaast ligt gehele sloop voor de hand omdat daarmee ruimte vrij komt om binnen de kaders van de Nota Haagse Hoogbouw en de Agenda Ruimte voor de Stad een grote kwaliteitsimpuls voor de verbetering van de buitenruimte (in het bijzonder het omgevingsdomein van het station, ook wel stationsplein) te realiseren met een goede aanhechting op de omgeving èn te voldoen aan de gestelde woningopgave, verdichting en voorzieningenniveau en duurzaamheidseisen en -ambities. Vanuit de omgeving geredeneerd biedt dit kansen om de aansluiting van de locatie op de omgeving nog meer te verbeteren en de zichtbaarheid van het station te vergroten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
2. Het ‘prikkeldraadakkoord’. Uitgaande van het ‘urgentie programma kantoren’ en de ‘woningbouw opgave’ blijkt dat, met een verhoging van 10 meter op de bestaande bouw, een realisatie van deze opgave kan worden gerealiseerd. Is dit een juiste veronderstelling? Is dit tevens in het voortraject meegewogen? Met een verhoging van de bestaande bouw met 10 meter is de realisatie van de kantoor- en woonopgave (zoals opgenomen in het Planuitwerkingskader) niet mogelijk. Bovendien kan hiermee niet in dezelfde mate kwaliteitsverbetering plaatsvinden van de buitenruimte en de aanhechting van het plangebied op de omgeving. In het voortraject heeft een technisch onderzoek plaatsgevonden over het verhogen van het bestaande gebouw. Dit blijkt constructief niet realiseerbaar te zijn, omdat de draagcapaciteit van de fundering overschreden wordt. Het genoemde ‘prikkeldraadakkoord’ is de ‘prikkeldraadregeling’ die van toepassing was in het bestemmingsplan van Bezuidenhout Midden uit 1981 (RIS 297314), die inmiddels niet meer van toepassing is. 3. Zou anders aan de zijde Laan van NOI bovenop het gebouw van Hertzberger één behoorlijke toren gebouwd kunnen worden? Constructief gezien lijkt dit erg lastig, omdat dit niet op het huidige pand kan worden gefundeerd.
In het kader van het Planuitwerkingskader is er geen onderzoek gedaan naar deze variant, omdat hiermee de kantoor- en woonopgave niet gerealiseerd kan worden. Bovendien past positie van het hoogste accent aan de zijde Laan van NOI niet binnen de uitgangspunten van de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI (RIS301328; zie ook beantwoording vraag 12). 4. Kijkend naar de weergave van het gebouw van ‘Herzberger’ (pag.14 en 16) ten opzichte van de weergave van de nieuwbouw (pag.6) is dit geen verschraling van de uitstraling op de omgeving? Nee, het bestaande gebouw van Hertzberger draagt in de huidige staat niet op positieve wijze bij aan de beleving op ooghoogte (eyeline). Het gebouw heeft een besloten karakter (gesloten plinten, ervaren als achterkant). Het draagt niet bij aan de aangename en levendige verblijfskwaliteit die nagestreefd wordt bij de stadsentree station Den Haag Laan van NOI en het gebouw beperkt door zijn grote maat de doorwaadbaarheid van het gebied. In de nieuwe ontwikkeling wordt het bouwvolume opgesplitst in twee blokken, waardoor een extra doorsteek ontstaat in het gebied. Hierdoor verfijnt het netwerk voor de voetganger en de fietser en wordt het station zichtbaar vanaf de Schenk. Daarnaast worden de plinten open en transparant met publiektoegankelijke functies. Aan alle zijden wordt het gebouw vanaf de straat als voorkant ervaren. 5.
Wat zijn de CO2 consequenties voor beide uitgangspunten: Behoud met mogelijke opbouw en sloop/nieuwbouw? Het transformeren van leegstaande kantoorgebouwen naar bijvoorbeeld woningen kan duurzamer zijn dan slopen. Een deel van het gebouw blijft namelijk behouden. En voor het renoveren zijn minder materialen nodig dan wanneer de woningen nieuw worden gebouwd. Sloop-nieuwbouw biedt anderzijds meer mogelijkheden voor grotere CO2 reductie in de toekomst doordat nieuwbouwwoningen alleen nog maar aardgasvrij mogen worden gebouwd en BENG normen moeten voldoen. Bij de keuze tussen transformatie of sloop/nieuwbouw spelen echter nog heel veel andere factoren een rol.
2/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
6. Het ophokken van zoveel bewoners extra in dit gebied kan leiden tot ‘verpaupering’. Heeft het College hier een beeld bij? Het college ziet geen relatie tussen een grotere concentratie van bewoners en verpaupering. Wel ziet zij herontwikkeling als eerste stap in een kwaliteitsverbetering van het gehele gebied. Het toevoegen van extra bewoners en voorzieningen aan een gebied waarin nu vrijwel alleen kantoorfuncties aanwezig zijn, zorgt juist voor meer levendigheid buiten de kantooruren. Ook de openbare ruimte wordt opnieuw ingericht ten behoeve van de nieuwe bewoners en passanten, en er komt meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen. 7. Worden er 0-metingen gedaan voorafgaande aan de start van de activiteiten waarbij van alle huizen in de omgeving op kosten van de bouwer een technisch rapport met foto’s en handtekeningen bij de notaris wordt gedeponeerd en de aansprakelijkheid goed wordt vastgelegd? Dit hangt af van het bouwsysteem dat voor de realisatie wordt toegepast en de daarbij verwachte trillingen in de omgeving. Als het nodig is, zal op kosten van de toekomstige bouw opnames worden gedaan van de gebouwen binnen het eventuele beïnvloedingsgebied. 8.
Hoe worden de bewoners op de hoogte gehouden van de vermindering van de ‘bezonningsnorm’ en de mogelijke ‘windhinder’? Tijdens de participatiebijeenkomsten zijn de uitkomsten van de bezonnings- en windhinderstudies met de bewoners gedeeld. Deze studies zijn als bijlagen bij het Planuitwerkingskader toegevoegd (bijlagen 6 en 7). In het kader van het hierop volgende traject waarin een bestemmingsplan wordt opgesteld, worden bewoners geïnformeerd en kunnen ze vanzelfsprekend de bijbehorende onderzoeken inzien. 9. Is op voorgaande vraag niet wenselijk om vooraf een studie te laten doen, door een onafhankelijk bureau, in plaats van een studie gedurende de realisatie? Ja, het is zeker wenselijk om vooraf aan de realisatie onderzoek te doen over windhinder en bezonning. De onderzoeken gebaseerd op de uitgangspunten in het Planuitwerkingskader zijn als bijlagen gevoegd aan het Planuitwerkingskader. De gemeente heeft verder aanvullend op deze onderzoeken, op gebiedsniveau een onderzoek laten uitvoeren over windhinder. Ten behoeve van het planologisch juridisch kader (bestemmingsplan) en een omgevingsvergunning zullen deze onderzoeken ook nader geactualiseerd worden op basis van verder uitgewerkte plannen. 10.
Indien uiteindelijk mogelijk voor ‘sloop/nieuwbouw’ wordt geopteerd, is een radicalere aanpak dan niet wenselijk, als voorkeur ten opzichte van twee maal 5 jaren in de ‘bouwperikelen’? Direct een totale realisatie in plaats van in etappes. Uitgangspunt is dat tijdens de bouw van nieuwe gebouwen rekening wordt gehouden met het omliggende gebruik van de gebouwen en de openbare ruimte en dat overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. Er wordt momenteel onderzocht hoe het project wordt gefaseerd. Dit hangt af van meerdere factoren zoals de markt, capaciteit van de bouwer en bereikbaarheid. Dit wordt meegenomen als aandachtspunt voor de vervolguitwerking.
3/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
Een voordeel van de ontwikkeling is twee fasen is dat het deel van het gebouw dat niet als eerste wordt gesloopt en nog verhuurd is, nog zou kunnen doorfunctioneren en zorgt voor enige functiemening en levendigheid in het gebied. 11. De wijk beroept zich op een afspraak van maximaal 70 meter hoogbouw. Hoe verhoudt zich dat met de 125 meter welke de ontwikkelaar wil realiseren? In het huidige bestemmingsplan is een maximale hoogte van 22 meter aan de zijde van de Schenkkade toegestaan en aan de zijde van de Anna van Hannoverstraat een hoogte van 31 meter. Er is geen afspraak bekend van maximaal 70 meter. Bovendien geldt in het gebied op dit moment een beperking van de bouwhoogte tot maximaal 60 meter in verband met een straalverbinding vanuit het Beatrixkwartier. De ontwikkelaar is in overleg met de beheerder van de zendtoren over de mogelijkheden voor een hogere bouwhoogte dan 60 meter. Voor de gemeente sluiten de plannen van de ontwikkelaar aan op de ambities rondom Laan van NOI die zijn vastgesteld in de Gebiedsagenda Laan van NOI/ICT Security Campus (RIS 301328). Hierin is voor het gebied een ambitie aangegeven van hoogbouw rondom het station.
Binnen het CID (waar het gebied Laan van NOI onderdeel van is), wil het college juist verdichten rondom de treinstations, omdat de OV-bereikbaarheid daar goed geregeld is en daarmee de autobereikbaarheid van de gemeente niet verder belast wordt. Op basis van het Planuitwerkingskader mag een maximale bouwhoogte van 125 meter worden gerealiseerd aan de Anna van Hannoverstraat op de hoek met de nieuwe doorsteek naar de Schenk. Hoogbouw is geen doel, maar een middel om ruimte te besparen en strategisch om te gaan met de ruimte die de stad nog heeft. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden met bijbehorende voorzieningen voor nu en de toekomst met behoud van ruimtelijke kwaliteit. Het accent ligt daarbij op de beleving en gebruikswaarde van de stad op ooghoogte. Daarom is er ook een Nota Haagse Hoogbouw, Eyeline en Skyline (RIS298448) vastgesteld. 12. Waarschijnlijk zijn de torens makkelijk inwisselbaar en zou het prettig zijn als de hoogste toren aan de zijde van de vastgestelde zichtlijn zou komen (voor de goede orde de zichtlijnen voor hoogbouw zijn Laan van NOI en de Beatrixlaan). Er zijn geen vastgestelde zichtlijnen.
De keuze om de hoogte bebouwing aan de zijde van het spoor maar op afstand van de Laan van Nieuw Oost-Indië te leggen is vastgelegd in de Gebiedsagenda Den Haag Laan van NOI (RIS301328). De hoogste bebouwing is gekoppeld aan het verbrede omgevingsdomein tussen de Wilhelmina van Pruisenweg en de nieuwe doorsteek richting de Schenk en accentueert de locatie van het station. Gedurende het proces van het opstellen van het Planuitwerkingskader zijn diverse composities van torens onderzocht, wat heeft geleid tot de hoogteopbouw in het Planuitwerkingskader.
4/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
13. Bewoners stellen dat ‘participatie’ niets heeft voorgesteld en vinden het ‘eindverslag participatie 15 mei 2020’ een document van 0 en generlei waarde. Wat is hierop de reactie van het College? De ontwikkelaar heeft meerdere bijeenkomsten georganiseerd in het kader van de participatie. Het eindverslag participatie 15 mei 2020 is het verslag van de afsluitende bijeenkomst in een participatietraject dat plaatsvond vanaf juni 2018 tot en met april 2020. Het verslag van de bijeenkomsten in 2018 en 2019 is hierbij toegevoegd (bijlage 2). 14. Een doorsteek van en naar het station zit tevens in het plan van Bureau Herzberger en is derhalve geen noviteit bij sloop/nieuwbouw. Klopt dit? In het bestaande gebouw is geen doorsteek naar het station aanwezig. De studie van Hertzberger “Van ‘sociale zaken’ tot sociale ruimte” naar transformatie van het gebouw laat zien dat het maken van een doorsteek/passage door het gebouw mogelijk is. 15. Met al die hoogbouw zijn de plannen voor een levendige entree voor het station behoorlijk ridicuul. Weinig zon, veel fietsen en een keerlus voor de tram zullen er nooit een prettig verblijfsklimaat van maken.
Gaat het College het accepteren dat eenieder zo snel mogelijk zijn weg probeert te vinden en dat faciliteren en optimaliseren? Het college vindt dat in het Planuitwerkingskader de kaders worden vastgelegd voor een ontwikkeling die bijdraagt aan een levendige entree. Het stationsplein heeft door zijn situering aan de zuidoost-zijde van de herontwikkeling relatief weinig last van schaduwwerking (zie bijlage 6 van het Planuitwerkingskader). De opgave voor fietsparkeren vanuit de ontwikkeling voor bewoners, werknemers en bezoekers van alle functies wordt inpandig opgelost, om de buitenruimte te ontlasten. In ander verband wordt gesproken met de spoorse partijen over een gebouwde oplossing voor het fietsparkeren van de OVgebruikers, waarbij gekeken wordt naar beide zijden van het spoor. Ook wordt de Anna van Hannoverstraat en de nieuwe doorsteek richting de Schenk autovrij.
5/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
Hoewel er geen directe noodzaak is door de herontwikkeling Soza, is het vanuit kwaliteit van de openbare ruimte zeer wenselijk om de keerlus te verplaatsen, zodat in het omgevingsdomein van het station meer kwalitatieve ruimte ontstaat voor de voetganger, vergroening en ontmoeting en de ecologische waarde van de Schenkzone kan worden versterkt. De gemeente onderzoekt in het kader van het functioneren van de stationsknoop en de kwaliteit van de openbare ruimte hoe in de toekomst met de tramkeervoorziening om te gaan (zie ook antwoord vraag 36). Windhinder en logistiek zijn aandachtspunten die in de vervolguitwerking zullen worden opgepakt. 16. Waar wordt concreet (graag plek/locatie benoemen) waar de mobiliteitshub wordt gerealiseerd? In het Planuitwerkingskader wordt de mogelijkheid geboden een mobiliteitshub te realiseren aan de zijde van het tankstation en in het linker bouwblok aan de nieuwe openbare ruimte aan de Schenkkade (zie groene aanduiding afbeelding hieronder). Een mobiliteitshub wordt ingepast binnen het vastgoed.
17. Ten aanzien van het fietsparkeren wordt gesproken over “het zou kunnen”. Dit is geen beleid maar giswerk. Hoe voorkomt het College verrommeling van de openbare ruimte door ‘wild’ geparkeerde fietsen en scooters? Er is geen onduidelijkheid over fietsparkeren: al het fietsparkeren, gegenereerd door de nieuwe ontwikkeling, moet inpandig worden opgelost. Fietsparkeren op maaiveld in de buitenruimte is dan niet meer toegestaan. Het gebied is handhavingsbied voor het stallen van fietsen en scooters. 18. Hoe wordt (voor met name de toekomstige horeca) de afvalproblematiek opgelost en vooraf in het plan benoemd en opgenomen? Afvalinzameling vindt inpandig en gescheiden plaats, bij voorkeur circulair en grondstofgericht. Hiervoor zal in de SO-fase ruimte worden gereserveerd in het bouwplan en vervolgens worden meegenomen in de VO-uitwerking van het plan.
6/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
Het afstemmen en uitwerken geldt ook voor de locaties in de buitenruimte voor het aanbieden van het afval en de daarbij benodigde (verkeers-) bewegingen. Zie ook beantwoording vraag 55. 19. Hoe wordt de bereikbaarheid voor ‘P&R’ en het afzetten van invaliden geregeld? De P&R bevindt zich aan de andere (Voorburgse) zijde van het station, de toegang is dan ook via deze zijde geregeld. Op de P&R zijn ook mindervaliden parkeerplaatsen gesitueerd. Zie ook beantwoording vraag 20. 20. Is de veronderstelling juist dat het station het eerste in de wereld wordt waar je niet met de auto kunt komen en ook geen taxi’s hebt terwijl het de snelste verbinding met Schiphol is? Er is een P&R en een Kiss and Ride aan de Voorburgse zijde van het station. In het plangebied is een ruimte aangegeven waarvoor wordt onderzocht of dit een goede plek is voor een Kiss and Ride en een taxistandplaats voor de Haagse zijde van het station. Het station is en blijft bereikbaar voor auto’s en taxi’s. 21. Het blijft een raadsel hoe je over een groene verbinding tussen de Van Alphenstraat en de Schenk kan spreken als er grote huizenblokken van 40 meter hoog worden gebouwd langs de van Alphenstraat. Zijn de woningen dan groen geschilderde huizen? De campus Laan van NOI wordt door twee groene verbindingen ingekaderd/omzoomd: de groene ecologische Schenkzone en de groenzone langs de Van Alphenstraat.
Deze groene verbindingen worden niet met elkaar verbonden. Het tussenliggende gebied wordt vergroend door een nieuw groen hof aan de Schenk (onderdeel van de herontwikkeling SoZa), de verharding in de buitenruimte te beperken en buitenruimte en bebouwing te vergroenen (o.a. groene daken). 22. De aanwezigheid van twee tankstations zou een optie zijn om één ervan uit te kopen en daarmee een vergroening in optima forma te realiseren? Hoe ziet het College dat? Het college heeft de ambitie om de ruimtelijke kwaliteit op de hoek van de Schenkkade en de Laan van Nieuw Oost-Indië te verbeteren. De kansen hiervoor vergroten wanneer de locatie van het tankstation op de hoek meegenomen wordt in de herontwikkeling van de locatie. Het College verwacht echter dat de kosten voor de aankoop van dit tankstation zeer hoog zullen zijn en niet opwegen tegen eventuele opbrengsten. Zeker wanneer de locatie vooral wordt vergroend. Hiervoor zal een aanzienlijk budget ter beschikking moeten worden gesteld. Zie ook beantwoording vraag 51. Technische vragen Partij voor de Dieren 23. Aangegeven wordt dat over de nieuwe ontwikkeling 30% sociale huur kan terugkomen, maar over het geheel dit resulteert in 15% sociale huurwoningen.
Kan worden toegelicht hoe dit werkt aangezien het gaat om een pand waar volgens de gemeente nu 175 woningen in staan en in de toekomst 1000-1200 woningen? Zijn de 175 woningen nu überhaupt zelfstandige woningen? Het woonprogramma voor deze locatie bevat minimaal 50% betaalbare woningen, waarvan minimaal 15% sociale woningbouw, 20% middensegment huur en betaalbare koopwoningen. Zie verder onder vraag 24. In het huidige pand zijn nu 175 onzelfstandige wooneenheden voor statushouders en studenten gerealiseerd. De toekomstige woningaantallen gaan uit van sloop en nieuwbouw op de huidige locatie.
7/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
24. Waarom heeft het toegenomen bouwvolume niet geresulteerd in meer sociale woningen? Het aandeel sociaal komt voort uit afspraken die in het verleden tussen de gemeente en het Rijk gemaakt zijn over de ontwikkelingsmogelijkheden van deze locatie in samenhang met de verplichting om op deze locatie statushouders te huisvesten. Het college heeft u daar in de brief d.d. 10 februari 2016 (RIS 291685) over geïnformeerd. Zie ook verder de brief d.d.26 mei 2021 RIS308642 (Sturing betaalbare woningbouw in lopende projecten). Het Rijksvastgoedbedrijf (de RVB), toenmalig eigenaar van het pand, zou het gebouw op de markt brengen met de privaatrechtelijke verplichting aan een potentiële koper gedurende 5 jaar statushouders te huisvesten. De gemeente zou daarbij het RVB en de te selecteren marktpartij faciliteren de herontwikkeling van de locatie als onderdeel van een hoogwaardige gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Over het woonprogramma voor de locatie is daarvoor opgenomen dat “de woningen die worden toegevoegd, zowel in de periode dat statushouders zijn gehuisvest als daarna, zijn behouden voor de particuliere markt in een door hem gewenst segment.” Het percentage 15% sociaal over de gehele ontwikkeling op deze plot is het resultaat van de inzet van 30% sociaal op het deel van de ontwikkeling waarvoor de afspraak met het Rijk niet van toepassing is.
Het percentage van 15% is een gemiddelde: de verhouding van de sociale woningen t.o.v. het totale woningbouwprogramma kan per fase verschillen. Dat deel betreft het meerdere aan bouwvolume ten opzichte van het volume van het huidige pand. Voor dat deel is ingezet op een aandeel van 30% sociale woningbouw. Op het totale bouwvolume, dat bijna een verdubbeling is ten opzichte van het huidige bouwvolume, resulteert dit in een aandeel sociale woningbouw van 15%. 25. Waarom is het behouden van een deel van de bebouwing volgens de gemeente onhaalbaar? Zie beantwoording vraag 1. 26. Waarom is het wenselijk om de BZK-woningbouwimpuls voor deze ontwikkeling in te zetten aangezien maar 15% sociale woningen terugkomen? Wat is de onrendabele investering die wordt gesubsidieerd? De BZK-woningbouwimpuls wordt ingezet voor het mogelijk maken van 50% betaalbare woningen, zoals opgenomen in het Planuitwerkingskader. Naast sociale woningen, wordt hieronder ook middeldure huur en koop geschaard. De subsidie wordt ingezet voor het dekken van het publiek tekort in de gebiedsontwikkeling waar de ontwikkeling van de SoZa locatie onderdeel van is. 27. Kan de BZK-subsidieaanvraag naar de raad worden gestuurd? De BZK-subsidieaanvraag zal als onderdeel van een raadsvoorstel over de uitvoering van de gebiedsontwikkeling Laan van NOI aan de raad worden toegezonden, 28.
Welke eisen worden gesteld aan de grootte van de sociale woningen? Er zijn geen specifieke eisen gesteld aan de grootte van de sociale woningen. Voor de gehele ontwikkeling geldt dat conform de gemeentelijke Woonagenda, maximaal 20% van het totaal aantal woningen een kleine woning mag zijn met woonoppervlak van minder dan 40 m2 GBO.
8/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
29. In hoeverre krijgt het ‘maatschappelijk programma’ ook in het bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming? Welke voorzieningen komen hierin terug? Waarom wordt niet nader gespecificeerd wat hier komt? Een nadere specificering van de voorzieningen komt pas bij verdere uitwerking van de plannen. Deze zal worden getoetst aan de vastgestelde Referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS 307513). De voorgenomen ontwikkeling bevat in ieder geval een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Voor wat betreft het aanbod maatschappelijke voorzieningen wordt in het Planuitwerkingskader het volgende genoemd: onderwijs, dienstverlening, kinderopvang en cultuur en ontspanning. Bij het opstellen van het bestemmingsplan zal dit maatschappelijke voorzieningenaanbod mogelijk gemaakt worden. Vanwege de functiemix op de kavel en binnen het gebouw ligt het voor de hand dat er met een gemengde bestemming wordt gewerkt, waarbij binnen de gemengde bestemming de maatschappelijke functies onderwijs, dienstverlening, cultuur en ontspanning, kinderopvang en maatschappelijke voorzieningen toegestaan zijn naast de niet maatschappelijke functies wonen, kantoor, horeca en bedrijven. De maatschappelijke voorzieningen kunnen nog nader gespecificeerd worden, maar er kan ook voor een meer globale omschrijving gekozen worden.
Dit laatste biedt meer mogelijkheden bij de latere planuitwerking om aan te sluiten op de uitkomsten uit het voorzieningenonderzoek. 30. Kan worden ingegaan op de voorzieningen die nodig zijn voor de nieuwe woningen? Waar komen die en is hier budget voor gereserveerd? Waar komen voorzieningen, zoals huisartsen en scholen, voor deze nieuwe inwoners? Er wordt een voorzieningenonderzoek uitgevoerd voor het deelgebied CS-NOI (waar deze locatie onderdeel van is) en Integrale Huisvestingsplannen vastgesteld voor zorg & welzijn, kunst & cultuur en sport. Deze plannen zijn begin 2022 beschikbaar. Hierin zal inzichtelijk worden gemaakt welke voorzieningen nodig zijn voor de ontwikkelingen in het gebied. Vooruitlopend op dit onderzoek is een eerste inventarisatie gedaan op basis van de vastgestelde Referentienormen (zie bijlage 3). 31. Waarom wordt hier een hotelvoorziening mogelijk gemaakt? Het mogelijk maken van een hotel wordt op voorhand niet uitgesloten, omdat dit binnen het huidige beleid past. 32. Kan de uitkomst van de LER voor dit project worden gedeeld? De LER Laan van NOI is beschikbaar en via de gemeentelijke website (bij ‘Ontwikkelingen rond station Laan van NOI’) in te zien voor iedereen. Deze LER is gemaakt in het kader van de proeftuin, waarover u in de commissiebrief van 9 juli 2019 (RIS 303058) bent geïnformeerd.
Hierin is de gebiedsontwikkeling Laan van NOI als proeftuin voor toepassing van de LER aangewezen. De LER is daarom gebaseerd op alle voorgenomen ontwikkelingen rondom NOI, dus niet alleen de SoZa ontwikkeling.
9/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
33. Welke consequenties heeft het overschrijden van de Haagse Bezonningsnorm? Volgens het onderzoek bij het PUK, voldoen 4 woningen niet aan de Haagse Bezonningsnorm (zie bijlage 6). De raad geeft haar oordeel over de afwijking van de norm voor deze woningen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierin wordt de afwijking van de norm voor deze woningen opgenomen en verantwoord. 34. Wat wordt concreet gedaan om het windklimaat te verbeteren aangezien hier gebreken worden geconstateerd? Wordt de positionering van de gebouwen heroverwogen? De ontwikkelaar en de gemeente gaan bij de verdere uitwerking van het plan aan de slag om de aandachtspunten op het gebied van windhinder op te lossen. De gemeente heeft in aanvulling op de onderzoeken van de ontwikkelaar op gebiedsniveau onderzoek gedaan naar windhinder. Hieruit volgt een advies voor de aanpassingen aan het bouwvolume. Het Planuitwerkingskader biedt op plekken enige flexibiliteit in het bouwvolume (zoals in de bouwhoogte en de positie van de torens). Deze zal hiervoor worden ingezet. Uit verder onderzoek moet blijken of dit tot verbetering leidt van de geconstateerde aandachtspunten. 35. Waarvan is het bouwen van de tweede fase afhankelijk? Het bouwen van de tweede fase (en indien nodig opvolgende fasen) kan afhankelijk zijn van de markt.
Omdat de tweede fase ook veel woningen bevat en de verwachting is dat er in de komende 5 tot 10 jaar nog steeds een behoefte is aan (betaalbare) woningen is de intentie en verwachting dat de tweede fase zoveel mogelijk aansluitend op de eerste fase gerealiseerd zal worden. 36. Is de tramkeervoorziening nog steeds nodig? Indien dit het geval is; waar wordt overwogen deze heen te verplaatsen? Wat komt op de plek van de tramvoorziening? De tramkeervoorziening is nodig voor de verkorte lijnvoering van lijn 2, die in de spits rijdt (gedurende corona is deze komen te vervallen). Tevens wordt de halte in de Anna van Hannoverstraat gebruikt bij calamiteiten en/of werkzaamheden, en als pauzeplaats voor de bestuurders. Vanaf 2024 worden nieuwe voertuigen ingezet, die de keerlus in de huidige vorm niet meer nodig hebben. Een doodlopend stuk spoor (ookwel tailtrack genoemd) kan vanaf dat moment volstaan. Momenteel vindt onderzoek plaats naar de inpassingsmogelijkheden van de keervoorziening i.r.t. de positionering van de haltes (na)bij het station in overleg met de openbaar vervoerspartijen en gemeente Leidschendam-Voorburg (zie ook beantwoording vraag 15). 37. Wat gebeurt er met de bestaande openbare fietsparkeerplekken? De bestaande openbare fietsparkeerplekken bij het station blijven vooralsnog gehandhaafd.
Er wordt in overleg met de spoorse partijen gesproken over het station en de bijbehorende voorzieningen zoals fietsparkeren. De gemeentelijke ambitie is om deze inpandig op te lossen in een gebouwde fietsenstalling. In de openbare ruimte rond het station worden dan geen fietsen meer gestald.
10/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
38. Kan worden aangegeven waar in de nieuwe publieke ruimte hoge bomen kunnen komen (dus bomen die meer aarde nodig hebben dan 1m)? De verwachting is dat hoge bomen (1e orde) een plek kunnen krijgen in de Anna van Hannoverstraat en de Wilhelmina van Pruisenweg. Nader onderzoek naar de exacte positie i.r.t. de uitwerking van de openbare ruimte en de situering van de ondergrondse parkeervoorziening en infrastructuur moet nog plaats vinden. De mogelijkheid voor het planten van 1e orde bomen is niet alleen afhankelijk van voldoende leeflaag (1 meter). Ook de wortelruimte van 3,80 meter en voldoende groeiruimte voor de kroon (7 meter afstand tot de gevel) is bepalend. In het najaar wordt onderzoek gedaan naar de ondergrond (aanwezigheid van bestaande kabels en leidingen) en de ruimtevraag van nieuwe ondergrondse infrastructuur. 39. Hoeveel onverharde ruimte is er nu en hoeveel zal het in de nieuwe situatie worden? Er is nu 2314 m2 groen aanwezig op het perceel van het bestaande gebouw (639 m2), de benzinepomp (124 m2) en in de zone langs het spoor ter hoogte van de Anna van Hannoverstraat (1550 m2). In het Planuitwerkingskader is vastgelegd dat in de toekomstige situatie dit aantal m2 groen minimaal wordt teruggebracht. Dit wordt meegenomen als uitgangspunt voor de uitwerking van de openbare ruimte.
Daarnaast wordt op gebiedsniveau de vastgestelde referentienorm van 8 m2 groen per woning als uitgangspunt meegenomen.
40. Worden met deze plannen bomen gekapt? Zo ja, waar en hoeveel? Dit wordt duidelijk bij de nadere uitwerking van de openbare ruimte. In het PUK is als uitgangspunt opgenomen, dat de bomenbalans minimaal positief is. Bomen op eigen terrein worden in eerste instantie gecompenseerd op eigen terrein en anders binnen het plangebied.
11/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
Daarnaast is de ambitie om waar mogelijk bomen, die in de huidige situatie niet behouden kunnen worden, te herplanten in het gebied. 41. Waarom is de ecologische zone onderdeel van het ontwikkelgebied? De ecologische Schenkzone is geen onderdeel van het ontwikkelgebied. In het Planuitwerkingskader wordt onderscheid gemaakt tussen het ontwikkelgebied waar de feitelijke herontwikkeling van het voormalige ministerie plaats vindt en het plangebied, waarin het ontwikkelgebied en de aangrenzende openbare ruimte is meegenomen. De Schenkzone behoort tot de laatste. Hier vinden o.b.v. het Planuitwerkingskader geen ontwikkelingen plaats. Afhankelijk van de ontwikkelingen van de stationsknoop verdwijnt in de toekomst mogelijk het deel van de tramkeerlus op de Schenkkade en draagt dit bij aan een verbetering van de ecologische verbinding Schenkzone. 42. Zijn er gevolgen van de plannen te verwachten voor de ecologische zone? Zo ja, welke? Komen er bijvoorbeeld extra paden in deze zone? Er zijn geen concrete plannen voor de herinrichting van de Schenkzone ter hoogte van de SoZa locatie. De Schenkzone is onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur, het netwerk aan ecologische verbindingszones te Den Haag. Het gemeentelijk natuurbeleid is erop gericht de ecologische waarde van de zone te behouden en te ontwikkelen.
De aanleg van paden of toevoegen van verblijfsplekken of andere bezoekers aantrekkende functies leiden tot een verstoring van de ecologische functie/waarde en is dus niet aan de orde. De Nota Stadsnatuur (RIS305825) legt de nadruk op het behoud, natuurlijke inrichting, ecologisch beheer en mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones als basis voor een vitale stadsnatuur. Voor de Schenkzone wordt in 2021 een inrichtings- en beheerplan opgesteld die de ecologische waarde van deze structuren moet behouden en verbeteren. Ter hoogte van de Anna van Hannoverstraat is de zone op zijn smalst en is het streven naar compacte natuurlijke biotopen van groot belang om de ecologische kwaliteit van deze groenstructuur te borgen. De hoogbouw heeft gevolgen voor de bezonning van de Schenkzone. Bij het uitwerken van de plannen moet hier rekening mee gehouden worden, zodat met name voldoende lichtinval aanwezig is voor behoud en ontwikkeling van (potentiële) natuurwaarden, o.a. op de plekken met (bloemrijk) grasland en natuurlijke oeverzones, zeer belangrijk voor insecten zoals bijen en vlinders. Ter hoogte van het Prinses Margrietplantsoen (nabij WTC) zijn concrete plannen voor de herinrichting aan de noordzijde van de Schenk ter verbetering van de ecologische waarde. Hier worden dit najaar onder andere natuurvriendelijke oevers aangelegd. 43.
Wanneer komt het integrale buitenruimteplan? Het integraal buitenruimteplan (visie) voor het gebied Laan van NOI is onderdeel van de ‘Gebiedsnota van uitgangspunten Laan van NOI 2e fase gebiedsontwikkeling’ die in Q2 volgend jaar gereed is. Gezien de samenhang tussen het bouwplan voor de herontwikkeling van Soza en de inrichting van de aangrenzende openbare ruimte, dient het SO buitenruimteplan voor dit deel gereed te zijn bij het in procedure gaan van het ontwerp- bestemmingsplan.
12/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
44. In hoeverre zorgt dit plan voor een stikstoftoename in Natura2000-gebieden? Het plan en de realisatie ervan zal moeten voldoen aan alle eisen ten aanzien van stikstofuitstoot in relatie tot de Natura 2000 gebieden. De ontwikkelaar en toekomstige bouwer zullen dit met onderzoek aantonen. Voor dit project wordt een project MER uitgevoerd waar dit onderdeel van zal zijn. 45. In hoeverre is de waterberging op orde gegeven de demping van de vijver? Dit moet nader onderzocht en uitgewerkt worden. Uitgangspunten en toetsingskaders zijn vastgelegd in het Planuitwerkingskader. 46. Waarom staat er dat groen uitwisselbaar is met oppervlaktewater? Welk oppervlaktewater wordt mogelijk verbreed? Vindt de compensatie in de ecologische zone plaats? Het Planuitwerkingskader geeft aan welke principes kunnen worden toegepast voor waterberging. Dit vraagt nog nadere uitwerking in het vervolgproces (bouwplan en inrichting openbare ruimte). Het Hoogheemraad zal de uitwerking van dit aspect toetsen aan het beleid. 47. Wordt het regenwater van het gebouw op het riool afgevoerd of wordt gebruikgemaakt van gescheiden riolering? In het Planuitwerkingskader (pagina 60) is vastgelegd dat voor de nieuwbouw geldt dat regenwater (ook wel hemelwater) en vuilwater gescheiden opgevangen en afgevoerd moeten worden. 48.
Waarheen wordt het oorlogsmonument verplaatst? Komt deze terug op deze plek? De gemeente is in overleg met de Stichting 3 mei 1945 over de verplaatsing van het oorlogsmonument. Er is nog geen keuze gemaakt naar welke locatie het monument wordt verplaatst. Zodra hierover duidelijkheid is, wordt u hierover geïnformeerd. 49. Gaat met dit plan het station veranderen of wordt dit pas gedaan bij een andere ontwikkeling? Het station is geen onderdeel van het Planuitwerkingskader. We zijn in gesprek met de spoorse partijen en het Rijk over plannen voor het station. Er is een plan van aanpak opgesteld voor een MIRT verkenning voor de Oude Lijn en Knooppunten (waar station Laan van NOI onderdeel van is) waarover nog een besluit moet worden genomen. 50. Welke concrete beeldkwaliteitsnormen zijn aan de ontwikkelingen van dit plan meegegeven? In het Planuitwerkingskader is beeldkwaliteit op hoofdlijnen beschreven. De uitwerking hiervan vindt plaats in het Beeldkwaliteitplan Laan van NOI, zoals afgesproken is in het kader van de Structuurvisie CID. In dit beeldkwaliteitplan wordt de ruimtelijke identiteit van het gebied uitgewerkt naar concrete toetsingscriteria, om een samenhangend en gebiedseigen bebouwingsbeeld en inrichtingsbeeld te waarborgen dat passend is bij het Haagse stadsbeeld en aansluiting zoekt bij iconische Haagse architectuurstijlen.
Het beeldkwaliteitsplan wordt samen met of eerder dan het bestemmingsplan aangeboden aan de raad.
13/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
51. Zijn er beperkingen aan het bouwen en wonen naast een tankstations? Zo ja, welke? In hoeverre is overwogen dit tankstation onderdeel uit te laten maken van deze ontwikkeling? Voor bouwen en wonen naast een tankstation gelden dezelfde regels als bij andere bedrijven qua milieuzonering voor geluid, geur, etc. In de basis is de richtafstand volgens de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” voor een benzinestation zonder LPG (waar op de hoek van de Schenkkader/ Laan van NOI sprake van is) 30 meter. Voor omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand naar 10 meter worden teruggebracht. Mocht de afstand tussen het bouwblok en het tankstation kleiner zijn kan een milieuzone worden opgenomen om toch een goed woon- en leefklimaat te borgen. De gemeente heeft aangegeven aan de ontwikkelaar dat het goed voorstelbaar is de locatie van het tankstation op de hoek van Schenkkade/Laan van NOI mee te nemen in de ontwikkeling. De Sozakavel is echter in eigendom van een marktpartij en wordt door deze marktpartij ontwikkeld. Aangezien het tankstation geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling en de kosten voor de aankoop zeer hoog zijn, wordt het tankstation nu niet betrokken bij de ontwikkeling (zie ook beantwoording vraag 22). 52.
Heeft er sinds 2017 een ecologisch onderzoek plaatsgevonden? Zo ja, kan dit onderzoek met de raad worden gedeeld? Zo nee, waarom niet? Nee, er is nog geen nieuw onderzoek uitgevoerd. Dit zal wel gaan gebeuren ten behoeve het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling. 53. Hoe wordt omgegaan met de verblijfplaatsen voor de vleermuizen in het gebouw bij sloop? Welke maatregelen worden getroffen? Onderzoek naar de verblijfplaatsen van de vleermuizen zal gaan plaatsvinden. Als uit onderzoek blijkt dat vleermuizen aanwezig zijn, is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig en zullen permanente verblijfplaatsen worden gerealiseerd zodat de vleermuizen na de sloop in de nieuwbouw kunnen terugkeren. Het puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen is bij deze ontwikkeling van toepassing. 54. Wordt er een ontheffing bij de provincie aangevraagd of is deze al aangevraagd betreffende de aanwezige vleermuizen? Er is nog geen ontheffing aangevraagd, maar indien nodig zal dit uiteraard gebeuren. 55. Wordt gescheiden afvalinzameling in de torens verplicht? In het Planuitwerkingskader is vastgelegd dat de ontwikkeling moet voldoen aan de Nota Haagse HoogbouwEyeline & Skyline. In dit document is in paragraaf 6.5 Bergingen en afval bij de regels aangegeven dat duurzame oplossingen als afvalscheiding moeten worden toegepast. Dit wordt nog eens bevestigd op pagina 43 van het Planuitwerkingskader.
Ook het Handboek Openbare Ruimte zal worden gehanteerd waarin te vinden dat bij meer dan 20 wooneenheden voor glas, papier, gft-afval en resthuisvuil een inpandige ruimte dient te worden gecreëerd voor de plaatsing van laadkisten/mini-containers. Zie ook beantwoording vraag 18.
14/15
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10150346
56. Welke eisen worden gesteld aan de sloop van de huidige gebouwen? Worden circulaire eisen gesteld? Wordt het beton hergebruikt? Er zijn geen circulaire eisen gesteld aan de sloop van het huidige gebouw. Wel is er onderzoek gedaan door de TU Delft naar de circulaire waarde van het gebouw. In vervolg hierop onderzoekt de ontwikkelaar welke elementen van het huidige gebouw kunnen worden hergebruikt. Voor de nieuwbouw gelden circulaire eisen voor het materiaalgebruik. 57. Worden eisen op het gebied van biobased bouwen gesteld? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Er zijn geen eisen gesteld voor het toepassen van biobased bouwen voor deze ontwikkeling. 58. Wordt voor warme tapwater lage temperatuurverwarming gekozen? Het toe te passen energiesysteem moet nog nader uitgewerkt worden om het beste, meest duurzame en haalbare systeem te kiezen. Zie ook beantwoording vraag 59. 59. Op welke warmtebron wordt aangesloten? In hoeverre is deze bron CO2-neutraal? Uitgangspunt is dat de nieuwbouw zich moet beroepen op lokale lage temperatuurbronnen. WKOsystemen bieden als voordeel dat energie om te koelen ook direct beschikbaar is. Bij de inzet van WKO worden individuele bronnen met elkaar gekoppeld en vormen zodoende een collectief systeem. Hiermee wordt beoogd dat de beschikbare bodemcapaciteit zo efficiënt mogelijk gebruikt wordt.
Echter, gezien de aanwezigheid van een andere WKO in de buurt van de SoZa ontwikkeling, zal er een bodeminterferentieplan moeten worden opgesteld om de nog beschikbare bodemenergie zo efficiënt mogelijk in te zetten. In alle gevallen zal de nieuwe bebouwing gaan voldoen aan de, op het moment van omgevingsvergunningsaanvraag, vigerende BENG eisen. 60. Welke maatregelen worden getroffen tegen geluid en trillingen van het spoor? Ten behoeve van het bestemmingsplan, zal een volledig geluidsonderzoek worden uitgevoerd. Hieruit volgen de noodzakelijke maatregelen tegen geluid, die afhankelijk zijn van de hoogte van de optredende geluidbelastingen. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan, zal de mogelijkheid voor alternatieve geluidluwe zijdes worden onderzocht. Voor trillingen vanuit het spoor geldt de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen die door het Ministerie van I&W is uitgebracht. Met vriendelijke groet, Anne Mulder
15/15