RIS309792 Beantwoording SV Valpartijen Westduinpark
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
5 oktober 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Roopram en de heer Oudshoorn, luidend Valpartijen Westduinpark
DPZ/10179093 RIS309792
De raadsleden mevrouw Roopram en de heer Oudshoorn hebben op 3 augustus 2021 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het Westduinpark is een prachtig mooi gebied dat bezocht wordt door wandelaars en fietsers. Vooral rond de zomerperiode wordt het park drukbezocht. In het duingebied vinden er zandverstuivingen plaats waardoor de aanwezigheid van zand, vooral op de steile paden, voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Zo is de heer Leether lelijk ten val gekomen en met hem meerdere bezoekers van het duingebied. Daarom de volgende vragen, gesteld door de raadsleden Roopram en Oudshoorn 1. Is het college bekend met de bezande paden in het Westduinpark die gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken, zelfs ongelukken? Ja 2. Aangezien de gemeente verantwoordelijk is als wegbeheerder van het duingebied, is het college bereid het onderhoudsschema danwel het veegschema van het jaar 2020 te delen met de raad? Klopt dit wel? Het vegen van de paden is niet samen te vatten in een schema. Dit vanwege het feit dat het op onregelmatige basis plaats vindt. De mate van zand op een pad wordt bepaald door de wind, daarom wordt er vooral gecontroleerd en ingezet na periodes van harde wind.
In de praktijk komt dit neer op ongeveer 10 beurten per jaar. 3. Kan het college aangeven wie er verantwoordelijk is voor het schoonvegen van de paden in het Westduinpark? Het vegen van de paden valt onder de verantwoordelijkheid van de beheerder van dit gebied, de groenbeheerder van het stadsdeel Segbroek. De heer Leether heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor zijn val in het duingebied van het Westduinpark. De gemeente wees op voorhand iedere aansprakelijkheid af zonder dat zij beschikte over diverse foto’s en verklaringen die door de heer Leether zijn overhandigd. 4. Is het college met Hart voor Den Haag/Groep de Mos van mening dat de gemeente Den Haag ‘kampioen aansprakelijkheidsontkenner’ is? Zo nee, waarom niet. Nee, het college kan zich niet vinden in de door u gestelde kwalificatie en acht dit ook niet passend op de wijze van schadebehandeling door de gemeente Den Haag. Iedere schademelding wordt afzonderlijk beoordeeld. Hiertoe dient een juridische afweging te worden gemaakt aan de hand van de feiten en omstandigheden met de daarbij geldende wet- en regelgeving voor heel Nederland.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ.10179093
5. Is het college met Hart voor Den Haag/Groep de Mos van mening dat een dergelijke aanpak juridisch niet deugt of kan het college tenminste uitleggen hoe die aanpak zich dan verhoudt tot de wenselijkheid van een zorgvuldig onderzoek alvorens de aansprakelijk gestelde partij een afwijzend standpunt inneemt? Het college betwist dat er sprake is geweest van een niet deugdelijke juridische aanpak. Er is sprake geweest van een zorgvuldige afweging op basis van onderzoek naar de feiten en omstandigheden. De gemeente is door de belangenbehartiger van de heer Leether aansprakelijk gesteld waarbij onder andere foto’s van de desbetreffende locatie waren bijgevoegd. Bij de verantwoordelijke gemeentelijke organisatie is eveneens informatie opgevraagd c.q. verzocht om een reactie te geven op het gestelde door de schadelijdende partij. Op basis van de ter beschikking staande informatie, is door afdeling Risicomanagement geconcludeerd dat de gemeente niet aansprakelijk is te houden voor de door de heer Leether omschreven/geleden schade. Overigens heeft de belangenbehartiger enige tijd geleden verzocht om heroverweging van ingenomen standpunt door de gemeente en deze zou daartoe aanvullende informatie/stukken aanleveren. Tot op heden mocht de gemeente deze aanvullende informatie (nog) niet ontvangen. 6.
Kan het college aangeven waarom er nooit is gereageerd op het voorstel van de heer Leether om waarschuwingsborden te plaatsen? Naar aanleiding van de valpartij is er contact geweest met de heer Leether en zijn de mogelijkheden doorgenomen. Het plaatsen van waarschuwingsborden is daarna in gang gezet. Een directe terugkoppeling na het plaatsen richting de heer Leether had inderdaad op zijn plaats geweest, maar is helaas niet gebeurd. 7. Is het college bereidt om een onderzoek te doen naar het duingebied van het Westduinpark en vervolgens waarschuwingsborden te plaatsen bij gevaarlijke paden waar zandverstuivingen plaatsvinden en de raad hieromtrent te informeren? Zo nee, waarom niet? Nee, een onderzoek is niet noodzakelijk. De stuiflocaties zijn bekend en op de grootste knelpunten zijn waarschuwingsborden geplaatst. Deze waarschuwing zal herhaald worden op de ‘huisregelborden’ welke bij de ingangen van het gebied staan. Daarnaast blijft het een duingebied, waar stuifzand noodzakelijk is om enerzijds de natuurontwikkeling op gang te houden, maar nog belangrijker is om bij te dragen aan de veiligheid als waterkering. 8.
Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag/Groep de Mos dat vooral nu het Westduinpark druk bezocht wordt, zo snel mogelijk onderzocht moet worden waar de gevaarlijke paden zich bevinden en dus een snelle actie noodzakelijk is om ongelukken te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 7 is het stuiven van zand inherent aan een duingebied. Hier kunnen paden gelegen achter de zeereep bij storm last van hebben. Het college is van mening dat het waarschuwen op de ‘huisregelborden’ voldoende is. Dit naast de eigen verantwoordelijkheid die het betreden van een natuurgebied met zich meebrengt. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2