CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309785 Beantwoording SV Demonstratierecht voor ingang nieuwe Tweede Kamer

Commissie Bestuur 29 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

31 augustus 2021

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op schriftelijke vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend: ‘Demonstratierecht voor ingang nieuwe Tweede Kamer’

BSD/10163854 RIS309785

Het raadslid de heer De Mos heeft op 26 juli 2021 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Heeft het college kennisgenomen van het artikel van de Nieuws BV (1)?

Ja. 2.

Bent u van mening dat artikel 9 van de grondwet, te weten het demonstratierecht, van belang is?

3.

Artikel 9 van de Grondwet voorziet erin dat mensen in de samenleving hun zorgen, onvrede of wensen, kenbaar kunnen maken aan de volksvertegenwoordigers. Hoe waardeert het college dit grondrecht?

Ad 2 en 3. Het demonstratierecht is een groot goed. De uitoefening van dit recht is grondwettelijk verankerd. Demonstreren wordt in Den Haag binnen de mogelijkheden maximaal gefaciliteerd, zoals recentelijk beschreven in het geactualiseerde demonstratiebeleid (RIS308654). 4.

In welke mate is bij het kabinetsbesluit over de vijf en een half jaar tijdelijke Tweede Kamer rekening gehouden met het recht op demonstratie? Is het Presidium van de Tweede Kamer daarin geconsulteerd, of heeft het Presidium van de Tweede Kamer proactief hierin een rol vervult?

Het besluit tot tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer aan de Bezuidenhoutseweg is genomen door de Tweede Kamer, waarbij het belangrijkste uitgangspunt was dat het parlementaire werk in de tijdelijke huisvesting op dezelfde manier door kan gaan als aan het Binnenhof. Het college heeft kennisgenomen van het besluit. In de nabijheid van de tijdelijke locatie worden demonstraties, net als elders in de stad, binnen de mogelijkheden maximaal gefaciliteerd. 5.

Klopt het dat de Gemeente Den Haag in mei 2021 een geactualiseerd demonstratiebeleid heeft uitgevaardigd? In hoeverre wordt hierin het recht op demonstreren, in de internationale stad van recht en vrede, beperkt t.o.v. de vorige versie?

Het klopt dat het demonstratiebeleid eerder dit jaar is geactualiseerd door de burgemeester. De burgemeester is in deze het bevoegd gezag. In de brief aan de commissie Bestuur (RIS308654) is te lezen welke wijzigingen dit beleid kent ten opzichte van het eerdere beleid uit 2017.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10163854

De aanvullingen en suggesties die gedaan zijn door de commissie Bestuur op 27 januari jl. zijn hierin zoveel als mogelijk meegenomen. 6.

Of en op welke manier heeft het Presidium van de Tweede Kamer, en op welke momenten sinds het verhuisbesluit in 2015 een bijdrage geleverd om het demonstratierecht tot zijn recht te laten komen?

Zie beantwoording vraag 4. 7.

Kan het college bevestigen dat - conform de geactualiseerde versie van het demonstratiebeleid alleen gedemonstreerd kan worden aan twee drukke autowegen, en niet vóór het parlement? Zo ja, hoe maakt u dat tot een veilige demonstratiezone?

De fysieke buitenruimte voor het parlement aan de Bezuidenhoutseweg 67 is beperkt, mede vanwege de aanwijzing van het (zeer drukke) Anna van Buerenplein als veiligheidsrisicogebied. Dat betekent dat moet worden gekeken naar andere mogelijkheden om in de (betrekkelijke) nabijheid van deze locatie op een veilige manier te demonstreren. Elke kennisgeving wordt op zichzelf beoordeeld. In overleg met de organisatie zal worden gekeken op welke locatie de betreffende demonstratie zo veilig mogelijk kan verlopen, met de door de organisatie gewenste aantal deelnemers. Zoals blijkt uit het beleid, worden hierbij steeds de feiten en omstandigheden van het moment betrokken. 8.

In hoeverre is het kabinet en de Tweede Kamer betrokken geweest bij de actualisatie?

9.

Welke inbreng is er vanuit het Ministerie van Binnenlands Zaken, als dienaar van de grondwet, aangereikt bij de actualisatie van het demonstratieplan van de gemeente Den Haag?

Ad 8 en 9. Het demonstratiebeleid betreft gemeentelijk beleid. De Tweede Kamer en het Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben hierbij geen verantwoordelijkheid of bevoegdheid. Het demonstratierecht wordt geregeld in de Wet Openbare Manifestaties (hierna Wom). Hierin staat omschreven dat uitsluitend de burgemeester bevoegd is om, op grond van de Wom, voorschriften en beperkingen of een verbod aan een demonstratie te stellen, tijdens een demonstratie aanwijzingen te geven, of een demonstratie te beëindigen. 10. Deelt het college met ons de mening dat wanneer Den Haag, de stad van vrede en recht, het grondrecht om te demonstreren beperkt voor de bevolking i.v.m. de verbouwing van het parlement, waarbij het kabinet de instemming heeft gegeven, dit een slecht voorbeeld is voor veel landen met die wij de maat nemen op het gebied van mensenrechten? 11.

In hoeverre deelt het college met ons de zorgen dat wanneer Nederland zelf democratische grondrechten niet verzorgt, dit tot erosie van mensenrechten kan leiden?

Ad 10 en 11. Deze mening deelt het college niet. Als gevolg van de verhuizing van de Tweede Kamer naar de Bezuidenhoutseweg en de fysieke beperking die de buitenruimte daar kent, is juist gekeken naar andere mogelijkheden om in de (betrekkelijke) nabijheid van deze locatie op een veilige manier te kunnen demonstreren. Hiermee is juist veel inspanning geleverd om het recht op demonstreren en het gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting in de directie omgeving van de tijdelijke Tweede Kamer te kunnen faciliteren.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10163854

12. Is het college bereid om een passend alternatief scenario te ontwikkelen voor zowel het realiseren van (kleinschalige) demonstraties als het ontvangen van delegaties voor het Kamergebouw? Zo, ja wilt u dit doen in samenspraak met de gemeente Den Haag, het presidium van de Tweede Kamer en actoren in de samenleving die aandacht vragen van het parlement? Elke kennisgeving wordt op zichzelf beoordeeld. In overleg met de organisatie zal worden gekeken op welke locatie de betreffende demonstratie zo veilig mogelijk kan verlopen, met het door de organisatie gewenste aantal deelnemers. Als gevolg van de beperkte fysieke buitenruimte op de Bezuidenhoutseweg kan dit betekenen dat er in de (betrekkelijke) nabijheid van deze locatie gekeken moet worden naar een geschikte alternatieve locatie. 13. Vindt het college ook dat bij uitstek op de Tweede Kamer een positieve verplichting rust om het recht op demonstratie te faciliteren en mogelijk te maken? Het faciliteren van demonstraties is een lokale verantwoordelijkheid. Zie ook het antwoord op de vragen 7, 10 en 11. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

(1) Zie bijlage

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10481969/1