RIS309740 Afdoening motie Leg voorzieningen Zuidwest vast
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10253688 RIS309740 Contactpersoon
Pieter Birnage Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Portefeuille Projecten Den Haag Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
25 januari 2022
pieter.birnage@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Leg voorzieningen Zuidwest vast’
Uw raad heeft tijdens de bespreking van de commissiebrief aanbieding collegebesluit Nota’s van Uitgangspunten Dreven-Gaarden-Zichten (RIS308511) op donderdag 15 juli 2021 de door het raadslid de heer Barker ingediende motie ‘Leg voorzieningen Zuidwest vast’ (RIS309740) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: − de raad twijfels heeft over de door het college vastgestelde NVU Dreven-Gaarden-Zichten; − er ook bij bewoners grote zorgen leven over dit document; − de zorgen onder andere zien op de voorzieningen en het groen; − bij de bespreking van het CID er via moties en een aangepast raadsvoorstel extra ‘comfort’ aan de raad is geboden. Verzoekt het college: − in het projectdocument en/of een aangepaste NVU op te nemen: − hoeveel voorzieningen worden gerealiseerd en hoe deze zich verhouden tot de referentienormen en waaruit blijkt welke voorzieningen wanneer en waar gerealiseerd worden en hoe deze worden gefinancierd; − dat het aantal vierkante meters onverharde (groene) ruimte in het gebied minimaal gelijk blijft en bij de toepassing van de kwantitatieve norm voor de openbare ruimte af te sluiten parkeerdekken van private partijen (zoals corporaties) niet als openbaar groen mee te tellen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10253688
Het college beantwoordt de motie als volgt: In het projectdocument Dreven, Gaarden, Zichten (RIS311093, bijlage 1a) is een overzicht van het maatschappelijk voorzieningenprogramma opgenomen in § 4.2.2. Hier staat uitgebreid per type maatschappelijke voorziening (zorg & welzijn, onderwijs, sport & spelen, kunst & cultuur) omschreven: wat de stand van zaken is; welke voorzieningen in fase 1 worden gerealiseerd en welke in fase 2; wie de initiatiefnemer is; wat de financieringsbron voor de betreffende voorziening is. Voorzieningen in de openbare ruimte (zoals groen en spelen) zijn onderdeel van de grondexploitatie. Bij voorzieningen in de vorm van vastgoed houdt de businesscase rekening met passende opbrengsten (en eventuele onrendabele toppen in de grex). De grondexploitatie draagt niet zorg voor de structurele exploitatie van de voorziening, die, voor zover het een gemeentelijke voorziening betreft, uit de bijbehorende begrotingspost komt. In RIS3011093 bijlage 3 is weergegeven waar de ruimtereserveringen zijn gedaan om de voorzieningen te kunnen faciliteren. In RIS3011093 bijlage 4 is het voorzieningenprogramma gespiegeld aan de Haagse Referentie normen, is een financiële vertaling gemaakt en staat nogmaals de beoogde initiatiefnemer/ financieringsbron.
Belangrijk aandachtspunt bij het voorzieningenprogramma is dat niet alle woningen in deze buurten ook direct meer voorzieningen betekent. Veel van de bestaande voorzieningen hebben juist behoefte aan een steviger draagvlak om te overleven. Pas vanaf 2027 is er een netto toename in huishoudens. Met de gekozen fasering groeien de voorzieningen mee met de bevolkingsgroei. Dat is ook de reden dat een groter aandeel van de nieuwe voorzieningen in fase 2 zit. Naast het maatschappelijke voorzieningen zal ook een aanzienlijk programma aan bedrijfsonroerendgoed worden gerealiseerd om de wijkeconomie te versterken. Belangrijk onderdeel hiervan is kleinschalig bedrijvigheid in de ambachtelijke sector (zie projectdocument § 4.2.1.). Voor de hoeveelheid groen in het projectdocument is in § 6.1 een uitgebreide kwantitatieve analyse opgenomen. Uit tabel 6.1 blijkt dat qua ruimtegebruik de hoeveelheid verharding & bebouwing versus water en groen nagenoeg gelijk blijft (zelfs licht toeneemt). Het openbaar groen neemt met ca. 24.000m2 toe en het oppervlakte water met 10.000m2. In tabel 6.2 en 6.3 is te zien dat er wordt voldaan aan de maatschappelijke referentienormen voor gebruikersgroen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2