RIS309579 Beantwoording SV Inclusief onderwijs van de toekomst
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
16 november 2021
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Sahla, luidend: ‘Inclusief onderwijs van de toekomst’
OCW/10172207 RIS309579
Het raadslid mevrouw Sahla heeft op 15 juni 2021 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In Den Haag zijn er te weinig plekken op het speciaal onderwijs. Scholen in en rondom de stad krijgen hun leerlingen niet geplaatst. Hierdoor blijven leerlingen vaak noodgedwongen in het reguliere onderwijs zonder passende en noodzakelijke voorzieningen, tijd en aandacht. Soms zijn de scholen handelingsverlegen. Deze kinderen moeten hierdoor naar een dagbesteding, of in het ergste geval gedwongen thuis blijven. D66 heeft herhaaldelijk aandacht gevraagd voor het faciliteren van integratieklassen met ondersteuningsgroepen binnen het regulier onderwijs, een oplossing om passend én inclusief onderwijs te geven die tevens de druk op het speciaal basisonderwijs vermindert. In 2014 is de wet passend onderwijs ingevoerd met de bedoeling alle kinderen zoveel mogelijk regulier onderwijs aan te bieden. 1.
Heeft het college de indruk dat scholen hier voldoende voor geëquipeerd zijn?
Het college erkent dat er verschillen bestaan tussen scholen in de uitvoering van het bieden van passend onderwijs. Niet elke school in Den Haag is voldoende geëquipeerd om passend onderwijs te bieden. De onderwijsinspectie heeft één school in onze regio als onvoldoende beoordeeld. Daar waar het lacunes rond de zorgstructuur en/of passend onderwijs betreft biedt het samenwerkingsverband passend primair onderwijs (SPPOH) ondersteuning aan de school. Daarnaast heeft de onderwijsinspectie in 2021 geoordeeld dat er onvoldoende passend onderwijs in onze regio is vanwege te weinig extra ondersteuning en plaatsen voor SBO en SO. 2.
Hoeveel Haagse klassen telt het regulier onderwijs, waar passend onderwijs wordt aangeboden aan leerlingen die anders doorverwezen hadden moeten worden naar het Sbo?
3.
Hoeveel Haagse kinderen staan op een wachtlijst voor het speciaal basis onderwijs?
4.
Hoeveel kinderen staan totaal op een wachtlijst voor een plek in het speciaal basisonderwijs in Den Haag?
5.
Kan de wethouder aangeven uit welke verschillende gemeenten deze kinderen komen?
Gezien de integraliteit van beantwoording van de vragen 2 t/m 5 wordt de beantwoording van deze vragen samen genomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10172207
Uit een eerste inventarisatie van SPPOH blijken in totaal 143 aanmeldingen voor een plek in het speciaal onderwijs in de regio. Het komt echter vaak voor dat ouders hun kinderen in afwachting van een plek bij meerdere scholen aanmelden, de daadwerkelijke wachtlijst ligt naar verwachting van het SPPOH dan ook lager dan het aantal op de aanmeldingslijst. Het SPPOH is daarom bezig met het onderzoeken van de daadwerkelijke capaciteitsvraag in het SO en SBO en het uitbreiden van het aantal onderwijsplekken. Het SPPOH geeft aan dat een groot deel van de hierboven genoemde kinderen woonachtig is in Den Haag. Daarnaast komen deze kinderen uit Rijswijk, Zoetermeer en Delft. 6.
Hoeveel scholen hebben een integratieklas om de kinderen binnen het regulier onderwijs extra te ondersteunen en willen dit graag uitbreiden?
Op dit moment zijn er drie scholen die een integratieklas bieden: de P. Oosterleeschool, de Springbok en Onze Wereld. Van de P. Oosterleeschool is vernomen dat zij voornemens zijn om uit te breiden. 7.
Heeft het college zicht op de belemmeringen die scholen tegenkomen? Zo ja, wat zijn deze belemmeringen? Zo nee, kan het college dit actief gaan uitvragen?
Ja. Het college is continu in gesprek met de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden over het realiseren van passend onderwijs. Daarin delen schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden onder meer de belemmeringen die scholen ervaren. De grootst ervaren belemmering is op dit moment het lerarentekort. Het personeelstekort is tussen februari 2020 en februari 2021 toegenomen van 329 naar 473 fte ofwel 14,9% tekort. Overige knelpunten waarover wordt gesproken zijn onder meer maar niet uitsluitend: nieuwkomers, wachtlijsten onderwijs en zorg en de aansluiting van zorg. 8.
Klopt het dat er SBO scholen in Den Haag zijn (vb PH Schreuderschool) die ook graag willen uitbreiden maar hier de ruimte niet voor hebben? Als het college hier géén inzicht in heeft, kan het college hier onderzoek naar doen?
Op basis van het programma Onderwijshuisvesting ontvangen schoolbesturen geld voor investeringen in uitbreiding van schoolgebouwen. Voor het programma 2021 en 2022 zijn geen aanvragen binnengekomen voor uitbreiding van SBO scholen, ook niet voor de PH Schreuderschool. Een van de scholen in Den Haag met een integratieklas is de P. Oosterleeschool. Deze school gaf zes weken na het opstarten al aan dat het veel beter gaat met de leerlingen uit deze ondersteuningsgroep. 9.
Klopt het dat deze school dit jaar graag deze klassen had willen en kunnen uitbreiden?
Dit klopt. Het schoolbestuur van de P. Oosterleeschool heeft aangegeven dit zelfstandig te gaan realiseren. In antwoord op onze eerdere vragen “integratieklassen voor inclusief onderwijs (Ris 302162) gaf het college aan dat er vanuit het onderwijsveld geen ondersteuningsbehoefte is. 10. Is het college bekend met de belemmeringen waar de P. van Oosterleeschool tegenaan loopt om uit te breiden? Ja. De P. van Oosterleeschool heeft eerder het aantal integratieklassen uitgebreid naar drie klassen met behulp van financiering van het samenwerkingsverband.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10172207
Het samenwerkingsverband heeft de financiering van de integratieklassen echter verlaagd. De school, het schoolbestuur en het samenwerkingsverband zijn met elkaar in gesprek om tot een oplossing te komen. 11.
Klopt het dat een samenwerkingsverband ook (teveel) invloed heeft op het wel of niet uitbreiden van deze klassen en dat er mogelijk andere beweegredenen zijn om uitbreiding te belemmeren (bijv. concurrentiepositie in de wijk)?
Een samenwerkingsverband heeft invloed op het wel of niet uitbreiden van klassen. De samenwerkingsverbanden hebben de totaal populatie van Haagse leerlingen onder hun hoede in het kader van passend onderwijs. Zij kijken hierdoor objectief naar waar uitbreiding nodig is of niet. Het samenwerkingsverband stemt deze behoefte af met de betreffende schoolbesturen en scholen. Het college ervaart daarmee niet dat de samenwerkingsverbanden alternatieve beweegredenen, zoals concurrentieposities, hebben om uitbreiding te belemmeren. 12. Is het college het met de fractie van D66 eens dat indien een school zich wil en kan inspannen om zoveel mogelijk leerlingen binnen het regulier onderwijs, passend onderwijs aan te bieden hier niet in belemmerd mag worden? Ja. 13. Is het college bereid als belangrijke gesprekspartner de belemmeringen die worden ervaren bij het willen aanbieden van passend onderwijs aan de orde te stellen bij de scholen en hierbij de rol, bevoegdheden en de motivaties van samenwerkingsverbanden kritisch te volgen? Ja. Het college is continu in gesprek met de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden over het realiseren van passend onderwijs.
In de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen gaf het college aan dat er reeds pilots in Den Haag met “integratieklassen” lopen, zoals de klas met leerlingen met een speciaal basisonderwijs (sbo) indicatie op reguliere basisschool ‘Onze Wereld’ en twee nieuwkomersgroepen op basisschool de Springbok voor leerlingen die nieuw in Nederland zijn en een sbo indicatie hebben. 14. Wat is de uitkomst van de bestaande danwel afgeronde pilots? Als daar geen inzicht in bestaat kan het college deze uitkomsten bij de scholen opvragen en met de raad delen? De integratieklassen dragen bij aan de ambitie van meer inclusief onderwijs. Kinderen met een s(b)o indicatie doen hierbij waar mogelijk mee in het reguliere onderwijs, maar krijgen op onderdelen extra zorg of ondersteuning. De uitkomsten van de pilots zijn positief. Alle kinderen op school leren om te gaan met kinderen die een beperking hebben. En voor kinderen die anders naar het s(b)o zouden gaan kunnen in hun eigen buurt naar school waar zij ook hun sociale contacten en netwerk hebben. De school zelf doet aan expertise vergroting op het gebied van extra zorg of ondersteuning. De pilots zijn nu omgezet in een structurele voorziening van het samenwerkingsverband primair onderwijs. Wij verwijzen u ook naar bijgevoegde Commissiebrief Rapport Inspectie van Onderwijs SPPOH (RIS309579).
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
3/3