RIS309537 Straatintimidatie
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Bert van Alphen Wethouder van Sociale zaken en Werk
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie samenleving
OCW/10140655 RIS309537 Contactpersoon
Fien Gerver Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
13 juli 2021
fien.gerver@denhaag.nl
Onderwerp
Straatintimidatie
Geachte voorzitter, Op 25 november 2020 heeft de gemeente Den Haag de Safe Streets verklaring ondertekend. Met de deze ondertekening laat de gemeente zien zich in te zetten voor het terugdringen van straatintimidatie. Deze brief is een vervolgstap hierin. Straatintimidatie manifesteert zich in verbale-, non-verbale en fysieke toenadering en komt in vele vormen voor: nastaren, ongewenst aanraken, hinderlijk achternalopen, bespugen of in het nauw drijven. Ook naroepen met seksuele of beledigende opmerkingen, het vragen om seks, betasten, nasissen of nafluiten kan intimiderend zijn. Straatintimidatie kan gebeuren op straat, in het openbaar vervoer, in het uitgaansleven of in een openbaar gebouw. Bijna de helft (45%) van de inwoners in Den Haag heeft in 2020 een voorval van straatintimidatie meegemaakt (RIS308243). In deze brief geef ik weer welke acties het college gaat ondernemen tegen straatintimidatie in Den Haag. Met de acties uit deze brief maakt Den Haag duidelijk dat we geen enkele vorm van intimidatie tolereren. Ons doel is dat iedereen overal in Den Haag prettig en veilig over straat kan. Onderzoeken straatintimidatie De acties uit deze brief komen voort uit de uitkomsten van de onderzoeken uitgevoerd door I&O Research naar straatintimidatie (RIS307243 en bijlage) en de groepsgesprekken die Centrum 16•22 heeft gevoerd.
Gestart werd met een kwantitatief onderzoek naar straatintimidatie, in de vorm van een grootschalige enquête waar 1.211 inwoners van Den Haag aan hebben meegedaan, uitgevoerd eind 2020. Hierna is er verdiepend kwalitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van interviews onder slachtoffers van straatintimidatie en groepsgesprekken met drie doelgroepen: mannen, vrouwen en queer personen. De onderzoeken waren erop gericht om de aard, omvang en gevolgen van straatintimidatie in beeld te brengen. Ook geven de onderzoeken een beeld van de behoeften van slachtoffers in de aanpak van straatintimidatie.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
In de aanpak tegen straatintimidatie hebben we zowel aandacht voor de slachtoffers als personen die (potentieel) ongewenst gedrag vertonen en de brede samenleving. In de aanpak tegen straatintimidatie zetten we in op de pijlers: 1. Preventie en bewustwording 2. Meldingsbereidheid 3. Sociale controle Het probleem straatintimidatie De slachtoffers die we in het onderzoek hebben gesproken zien straatintimidatie als een complex probleem. Straatintimidatie hangt volgens hen samen met andere, veel bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Ze hebben het gevoel dat bepaalde normen en waarden bij sommige personen vervaagd zijn. En dat de grens tussen wel en niet toelaatbaar gedrag dunner is geworden. De voorvallen van straatintimidatie lopen uiteen van nastaren tot achterna worden gelopen of na worden geroepen met beledigende dan wel seksuele opmerkingen. Slachtoffers krijgen vooral te maken met nastaren, gevolgd door nafluiten en naroepen met beledigende opmerkingen. Dit treft vooral jongere inwoners (tussen de 18 en 34 jaar), vrouwen en queer personen. Uit het onderzoek blijkt dat vooral jongens of mannen dit intimiderende gedrag vertonen. Slachtoffers van straatintimidatie voelen zich minder veilig en prettig op straat waardoor ze meer op hun hoede op straat en in de openbare ruimte zijn. Ook past een groot deel van de slachtoffers hun gedrag aan.
Ze proberen sociaal contact met onbekenden op straat en bepaalde plekken zoveel mogelijk te vermijden. Ook worden sommigen zich extra bewust van hun gedrag en uiterlijk en passen hierdoor hun gedrag en uiterlijk aan in de openbare ruimte. Kortom, ze beperken zichzelf in bepaalde mate in hun vrijheid en uiten zich minder vrijelijk, om zo mogelijke confrontaties uit de weg te gaan. Dit is onwenselijk, iedereen in Den Haag zou zich vrijelijk moeten kunnen uiten en zich veilig moeten voelen. Slachtoffers van straatintimidatie melden dit nauwelijks. Veel slachtoffers zijn niet bekend met het kunnen maken van een melding bij de politie. Pijler 1: Preventie en Bewustwording Een belangrijk onderdeel van de aanpak zijn preventie en bewustwording. Deze preventie en bewustwording richt zich op alle inwoners van Den Haag. De reden voor deze brede aanpak is dat straatintimidatie niet alleen het slachtoffer of potentiële slachtoffer aangaat, maar dat er ook een rol en verantwoordelijkheid ligt bij omstanders. Daarnaast is inzet op groepen en personen die (potentieel) ongewenst gedrag vertonen van belang. Deze brede aanpak sluit aan bij de behoeften en het beeld dat slachtoffers hebben van een gedegen aanpak van straatintimidatie. Volgens hen is het een maatschappelijk probleem, dat samenhangt met een gebrek aan of andere normen en waarden en machogedrag.
En een gebrek aan sociale controle op straat. Sociale controle versterkt veiligheidsgevoel Juist sociale controle versterkt het gevoel van veiligheid op straat bij potentiële slachtoffers. Het zorgt ervoor dat ze het idee hebben dat groepen of personen die (potentieel) ongewenst verdrag vertonen in de gaten worden gehouden. Ook kan sociale controle ervoor zorgen dat slachtoffers na een incident weer sneller hun gevoel van veiligheid op straat terugkrijgen. Alle inwoners van Den Haag die zich in de openbare ruimte bevinden en met straatintimidatie geconfronteerd kunnen worden, kunnen bijdragen aan deze aanpak. Dit vraagt een actieve houding van omstanders op straat.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
Er kan niet van omstanders verwacht worden dat ze direct weten hoe te handelen. Het bieden van handelingsperspectief is van belang. Voorlichting gericht op brede doelgroep Straatintimidatie kan volgens slachtoffers het beste worden aangepakt door voorlichting en bewustwording. We gaan daarom het gesprek aan, met een zo breed mogelijke doelgroep. Met (potentiële) slachtoffers en personen die ongewenst gedrag vertonen maar ook met inwoners van Den Haag in algemene zin, omdat zij omstander kunnen zijn van een incident. Deze gesprekken moeten ertoe leiden dat Hagenaars zich bewust worden van het probleem en het effect dat dit gedrag op het slachtoffer heeft. Er moet een breed bewustzijn en overeenstemming worden gecreëerd dat bepaald gedrag niet toelaatbaar is. Uit het onderzoek van I&O Research blijkt dat personen die ongewenst gedrag vertonen vooral mannen en jongens zijn. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen personen die ongewenst gedrag vertonen en personen die dat potentieel kunnen doen. Slachtoffers zien het belang van in gesprek gaan met personen die (potentieel) ongewenst gedrag vertonen en hen te ‘confronteren’. Bij beide groepen is het van belang het gesprek aan te gaan en hen de vraag te stellen wat volgens hen toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag is.
Een andere behoefte die sterk onder slachtoffers van straatintimidatie heerst, is het op gang brengen van een maatschappelijk bewustzijn en een maatschappelijk debat rondom straatintimidatie. Zodat de gehele samenleving gaat nadenken over wat toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag is in de openbare ruimte. De rol van de gemeente Den Haag hierin is het in gang brengen en stimuleren van dit debat en deze beweging. De aanpak richt zich op het bieden van concrete handelingsperspectieven. Specifieke locaties en doelgroepen waarop de aanpak van voorlichting en preventie zich richt, zijn uitgaanslocaties en horecaondernemers en de taxibranche. Straatintimidatie komt namelijk voor een deel tijdens het uitgaan voor. Vooral queer inwoners lopen het risico om tijdens het uitgaan slachtoffer te worden van straatintimidatie. Wat te bereiken met preventie en bewustwording? 1. Straatintimidatie onder de aandacht brengen bij een brede doelgroep; 2. Versterken bewustwording dat straatintimidatie niet acceptabel is; 3. Inzicht geven in de aard en omvang van straatintimidatie en de gevolgen die dit kan hebben op slachtoffers; en 4. Handelingsperspectief voor omstanders en slachtoffers ontwikkelen. Actiepunten 1. We werken samen met de community builders van de gemeente Den Haag.
De community builders hebben in april en mei 2021 een veldonderzoek gedaan naar overlast (straatintimidatie en geluidsoverlast) op de boulevard Scheveningen. Het onderzoek was voornamelijk gericht op het gesprek aangaan met personen die (potentieel) ongewenst gedrag vertonen en overlastplegers. De community builders kunnen adviseren in het samen met de stad inzetten op bewustwording en preventie vanuit bewonersperspectief. 2. We hebben in 2020 een sociale kaart ontwikkeld met alle vrouwenorganisaties, deze sociale kaart is te vinden op www.haagsevrouwendagen.nl. Dit jaar ontwikkelen we ook een queer specifieke sociale kaart. Deze sociale kaart zal bestaan uit informatie over formele en informele organisaties zodat personen beter weten waar ze terecht kunnen en ondersteund
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
3.
4.
5.
6.
7. 8. 9.
worden. Op de sociale kaart wordt duidelijk waar straatintimidatie gemeld kan worden en waar slachtoffers ondersteuning kunnen krijgen. We organiseren periodiek stadsgesprekken met bewoners, organisaties, (horeca-) ondernemers en de taxibranche over straatintimidatie en hoe we de bewustwording over straatintimidatie kunnen vergroten en welke handelingsperspectieven geboden kunnen worden. In de Aanpak Schoolveiligheid 2021 – 2022 (RIS 308006) wordt gestreefd naar een verbetering van de sociale veiligheid op scholen voor zowel leerlingen als professionals. De scholen worden in de gelegenheid gesteld om subsidie aan te vragen op basis van de subsidieregeling voortgezet onderwijs. Deze subsidie heeft als doel om te bevorderen dat scholen een veilig klimaat bieden waarin leerlingen zich op eigen wijze kunnen ontwikkelen en zichzelf durven zijn. Deze subsidie kan worden aangewend om bijvoorbeeld intimidatie te bespreken en leerlingen weerbaarder te maken. We blijven via het project ‘Ik ben van mij’ inzetten op het bespreekbaar maken van grensoverschrijdend gedrag. Via peer-to-peer educatie worden jongens en meisjes bekend gemaakt met hoe te reageren op ongelijke behandeling en grensoverschrijdend gedrag. Tussen 25 november en 10 december is de internationale 16-daagse campagne tegen geweld tegen vrouwen.
Tijdens deze campagne organiseren wij jaarlijks op 25 november Orange the World. Vanaf 2021 zal er tijdens deze 16 dagen ook aandacht worden besteed aan de problemen rondom straatintimidatie. We bieden weerbaarheidstrainingen aan specifiek voor queer personen. De trainingen zijn gericht op het vergroten van het gevoel van sociale veiligheid en zelfvertrouwen We bieden welzijnsorganisaties in de stad de training ‘StandUp’ van Fairspace aan. Deze training biedt praktische tools en kennis om straatintimidatie te herkennen en te voorkomen. We onderzoeken samen met de nachtburgemeester en de nachtraad hoe we intimidatie in het uitgaansleven onder de aandacht kunnen brengen.
Pijler 2: Meldingsbereidheid Het merendeel van de slachtoffers, namelijk 82 procent, doet geen melding van straatintimidatie, 18 procent doet dit wel. Als men een melding maakt, dan gebeurt dit het vaakst bij de politie. Zowel op het moment dat straatintimidatie plaatsvindt, als daarna, is het voor slachtoffers onduidelijk wat ze met de situatie kunnen doen. Het melden bij de politie voelt vaak als een te grote stap. Dit is in veel gevallen wel het enige wat bij slachtoffers opkomt om eventueel als stap te ondernemen. Andere meldpunten, zoals Den Haag Meldt, COC Haaglanden of slachtofferhulp zijn nog vrij onbekend. De behoefte om incidenten te melden is zeker aanwezig: zeven op de tien (71%) zou incidenten melden als ze wisten van het bestaan van een meldpunt. Het melden van straatintimidatie wordt als hoogdrempelig en weinig zinvol ervaren Melden van straatintimidatie staat in de beleving van inwoners die straatintimidatie hebben meegemaakt synoniem aan aangifte doen. In veel gevallen weten slachtoffers niet wat het verschil is tussen een melding maken en aangifte doen. Om zichzelf en de politie moeite te besparen nemen ze deze stap niet snel. Daarnaast voelen sommige slachtoffers die een melding deden zich niet serieus genomen door de politie.
Dat komt 1) doordat de politie soms aangeeft dat ze er niks mee kunnen en 2) doordat ze in veel gevallen niets meer van hun melding horen. Hierdoor heeft het doen van een melding volgens de slachtoffers vaak geen zin. Tegelijkertijd stellen slachtoffers dat ze eerder melding zouden doen als het hen iets oplevert en daadwerkelijk nut heeft.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
Het college benadrukt dat bij strafbare feiten altijd aangifte kan worden gedaan bij de politie. Daarnaast roept de politie, zoals ook toegelicht door de politiechef van de eenheid Den Haag, Paul van Musscher, tijdens de werkbespreking Veiligheid d.d. 23 juni, mensen die zich bedreigd voelen ook nadrukkelijk op dit te melden. Ook wanneer het om niet direct strafbaar gedrag gaat kunnen dit soort meldingen wel inzicht geven in patronen. Hierdoor kan de politie-inzet nog beter worden ingericht. Een en ander is uiteraard wel afhankelijk van de aard van de melding. Een melding van een achtervolging die langere tijd duurde is bijvoorbeeld van een andere aard dan een melding van kortdurend nakijken. Wat te bereiken met het verhogen van de meldingsbereidheid? 1. Meer inzicht in de aard en omvang van straatintimidatie in Den Haag; en 2. Eerste stap naar mogelijke hulp of zorg voor slachtoffers. Actiepunten 1. We onderzoeken de wenselijkheid van een online meldpunt om de locaties waar straatintimidatie voorkomt in beeld te brengen, zoals www.scheveningenmeldt of www.ssstop.nl Op basis van de ervaringen van andere gemeenten en in overleg met de politie en het queer veiligheidsoverleg bezien we of een online meldpunt meer zicht kan geven op de locaties waar straatintimidatie voorkomt.
Daarbij moet voorkomen worden dat een extra meldpunt leidt tot versnippering van de meldmogelijkheden en moeten melders vooral opgeroepen worden melding te doen bij de politie. a. Omdat straatintimidatie (nog) niet strafbaar is, draagt de melding vooral bij aan het in kaart brengen van de plekken in de stad waar straatintimidatie plaatsvindt. De uitkomsten van de melding worden meegenomen in het verder vormen van beleid tegen straatintimidatie en voor de inrichting van de openbare ruimte. 2. We voeren periodiek een veiligheidsoverleg met het queernetwerk over onder andere straatintimidatie en bespreken welke acties we hiertegen kunnen ondernemen. Belangrijk is dat slachtoffers hun verhaal over hun ervaring kwijt kunnen, zonder dat ze het gevoel krijgen dat het als last wordt ervaren. 3. We onderzoeken de mogelijkheid om meer bekendheid te geven aan de meldpunten bij de politie, COC Haaglanden, Den Haag Meldt en slachtofferhulp. Pijler 3: Sociale controle Wijziging wetsvoorstel De afgelopen jaren heeft de gemeente Rotterdam geprobeerd straatintimidatie strafbaar te stellen met het zogenoemde 'sisverbod’, er kwam een boete van € 4.100 en een celstraf van drie maanden te staan op sissen, uitschelden en naroepen. Het Gerechtshof Den Haag heeft in december 2019 echter geoordeeld dat deze strafbaarstelling in strijd is met de vrijheid van meningsuiting, zoals bepaald in de Grondwet.
In maart 2018 is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten, in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (Wet seksuele misdrijven). De gemeente Den Haag heeft samen met de gemeenten Utrecht, Rotterdam en Tilburg input geleverd voor het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel seksuele misdrijven, waarbij specifiek wordt ingegaan op seksuele intimidatie, is op 8 maart 2021 in consultatie gegeven. Naar verwachting zal in 2023 de wetswijziging van kracht gaan. Samen met de andere G3 en Tilburg, heeft Den Haag wederom een gezamenlijke reactie op de consultatie gegeven.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
In dit verband blijven we er bij het ministerie van Justitie en Veiligheid op aandringen dat de wetswijziging er zo snel mogelijk komt. We volgen de actuele ontwikkelingen op de voet. Een belangrijke aanpassing in het wetsvoorstel is dat de overtreding van het wetsartikel niet wordt gezien als een misdrijf, maar als een overtreding tegen de openbare orde. Dit vergroot de handhaafbaarheid van het wetsartikel. Op deze wijze is seksuele intimidatie niet langer afhankelijk van (uitsluitend) de beleving van het slachtoffer, maar kan dit (ook) meer objectief geconstateerd worden door opsporingsambtenaren. De handhaafbaarheid wordt verder vergroot, doordat de uitbreiding van het wetsartikel naar geluiden als sissen, klakken en fluiten kan leiden tot een grotere pakkans. Ondanks de uitbreiding van het wetsartikel zal handhaven echter lastig blijven, omdat het op heterdaad betrappen lastig zal zijn en het de vraag is of men in de nabijheid van een handhaver intimidatie gedrag zal vertonen. Toezicht & sociale controle Onderzoek van I&O research toont aan dat 86% van de populatie een veilig gevoel krijgt door straatverlichting als het donker of schemerig is. De aanwezigheid van camera’s wordt door 61% als belangrijk gezien voor het veiligheidsgevoel.
Ook uit zowel de interviews als de focusgroepen, blijkt dat de aanwezigheid van camera's in de openbare ruimte kunnen bijdragen aan het veiligheidsgevoel. Burgers krijgen zo het gevoel dat er wordt meegekeken en dat er op ze gelet wordt. Op dit moment zijn er meer dan 150 vaste en mobiele camera’s in de stad om toezicht te houden op de openbare ruimte. Deze vaste camera’s staan met name in het uitgaanscentrum en op de boulevard van Scheveningen. Dit zijn de gebieden die ook uit het onderzoek naar voren komen. De inzet van cameratoezicht en de politie worden afgestemd in de lokale driehoek tussen de Hoofdofficier van Justitie, de Eenheidschef van politie en de burgemeester. De ontwikkelingen op het onderwerp straatintimidatie komen hier met regelmaat aan de orde. Belang van sociale controle Onder controle en toezicht wordt ook sociale controle door de omgeving verstaan. Hierbij wordt in het kwalitatief onderzoek gerefereerd aan inwoners van de stad die op elkaar letten. In de kwalitatieve studies refereren slachtoffers aan situaties, waarbij een omstander het voor hen opnam in een situatie waar straatintimidatie plaatsvond. Dit gaf hen het gevoel dat ze er niet alleen voor stonden. Tegelijkertijd wordt er geconstateerd dat dit meer uitzondering dan regel is.
Aanwezigheid van boa’s en politie Hoewel handhaven en strafbaarstelling op dit moment nog niet mogelijk is, kan de zichtbaarheid van boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) en politie, net als cameratoezicht op straat ontmoedigend werken. Vooral op plekken waarvan het bekend is dat straatintimidatie veel voorkomt, wordt verwacht dat dit kan bijdragen aan zowel het veiligheidsgevoel als het ontmoedigen van bepaald gedrag. Wat te bereiken met sociale controle? 1. De ernst van het probleem zichtbaar maken; en 2. Veiligheidsgevoel van burgers vergroten. Actiepunten Veiligheidsgevoel vergroten en monitoren 1. We onderzoeken de mogelijkheid om jeugdboa’s de training ‘StandUp’ van FairSpace te geven. Deze training biedt praktische tools en kennis om straatintimidatie te herkennen en te
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10140655
2.
3.
voorkomen. Het herkennen van straatintimidatie geeft boa's tools om mensen hierop aan te spreken. De inzet van cameratoezicht en de politie worden afgestemd in de lokale driehoek tussen de Hoofdofficier van Justitie, de Eenheidschef van politie en de burgemeester. De ontwikkelingen op het onderwerp straatintimidatie komen hier met regelmaat aan de orde. We evalueren de aanpak binnen twee jaar. Een extern onderzoek kan daar onderdeel van uitmaken.
Sociale controle stimuleren 1. We intensiveren samen met de stadsdeelcollega’s het contact met bewoners- en wijkorganisaties over dit thema. Deze partijen hebben goede contacten met de wijkbewoners, weten wat er in de wijk speelt en kunnen een belangrijke signalerende rol spelen in het stimuleren van de sociale controle in de wijk. a. We halen op wat de hotspots zijn en op welke doelgroep we de aanpak richten; b. We denken gezamenlijk na over het stimuleren van sociale controle (door bijvoorbeeld de samenwerking met de buurtpreventieteams, wijkorganisaties en het jongerenwerk). 2. We sluiten aan bij de veiligheidsschouwen in buurten met politie, bewoners en ondernemers waarbij gekeken wordt naar onveilige plekken en situaties in dat gebied. Waar mogelijk worden verbeteringen aangebracht. Financiën De gemeente gaat de actiepunten uit deze brief uitvoeren met bestaande middelen. Een deel van de actiepunten vraagt eerst nader onderzoek. In het najaar van 2021 ontvangt de raad het definitieve plan van aanpak straatintimidatie. Met vriendelijke groet, de wethouder van Sociale zaken en Werk Bert van Alphen
7/7