RIS309457 Bijlage
Tekst van het document
Beleid Bewonersorganisaties Den Haag 2021
.
Inleiding In het coalitieakkoord ‘Samen voor de stad’ heeft het college de ambitie uitgesproken voor een betere verbinding tussen het stadhuis en de wijk. De wisselwerking met bewoners moet worden versterkt, en beleid en uitvoering moeten bij elkaar worden gebracht. Ook heeft het college de ambitie om de kwaliteit van participatie verbeteren, waarbij de gemeente zoveel mogelijk persoonlijk contact heeft met de bewoners. Bewonersorganisaties zijn sinds jaar en dag een belangrijke gesprekspartner van de gemeente. Van oudsher (de jaren 80 van de vorige eeuw) vertegenwoordigen ze de wijk en hun bewoners en worden benoemd als eerste aanspreekpunt. Ze worden onder andere betrokken bij wijkleefbaarheidsoverleggen en wijkschouwen. Sommige bewonersorganisaties hebben verschillende werkgroepen om de ontwikkelingen in hun wijk bij te houden, te bespreken en eventueel een standpunt te formuleren richting de gemeente. Ook organiseren veel bewonersorganisaties activiteiten om de leefbaarheid te verbeteren en sociale cohesie te versterken. De vrijwilligers doen dit met passie en veel verantwoordelijkheidsgevoel voor hun leefomgeving. De samenleving is echter veranderd.
Het blijkt moeilijk voor de bewonersorganisaties om alle (van elkaar verschillende) groepen bewoners in hun wijk te bereiken en, doordat de gemeente steeds beter leert om de bewoners te betrekken bij het vormen van beleid of uitvoeren van plannen, worden zij vaak overvraagd. Ook maken nieuwe digitale ontwikkelingen het voor de gemeente mogelijk om naast, de bewonersorganisaties, ook andere groepen bewoners en belangengroepen te bereiken. De meeste bewonersorganisaties lijken mee te bewegen met deze ontwikkelingen. Ze stellen zich op als facilitator naar verschillende groepen bewoners, en fungeren als een platform. Waar nodig hebben zij in de wijk nog een sterk organisatorische rol om activiteiten voor bewoners in het kader van sociale cohesie te ontwikkelen. Maar ook bij de bewonersorganisaties die zich nog steeds opstellen als spreekbuis van de wijk, zie je de behoefte om een slag te maken in de (digitale) ontwikkelingen en zich te (her)positioneren ten opzichte van andere initiatieven en actieve bewoners. Het is daarom tijd om de positie van de bewonersorganisaties opnieuw onder de loep te nemen en gezamenlijk te komen tot een nieuwe beleidsnota. De rol van bewonersorganisaties Het belang van bewonersorganisaties ligt vooral in de mensen die zich betrokken voelen bij hun woon- en leefomgeving.
Zij willen meepraten en meebeslissen wat er in hun wijk gebeurt of zou moeten gebeuren. De bewonersorganisatie staat midden tussen de mensen in de wijk. Daardoor hebben zij vaak een scherp beeld van de gevoelens en de behoeften die er onder de bewoners leven. Ze hebben een netwerk van actieve organisaties en bewoners om zich heen waardoor zij worden gevoed. Iedere wijk heeft echter een ander DNA. Iedere bewonersorganisatie vult ook zijn rol ook op zijn eigen wijze. In kwetsbare wijken is het vaak al een uitdaging om mensen bij elkaar te krijgen om iets te organiseren. Naar mate mensen meer in beeld en actief zijn, kan de rol van de bewonersorganisatie ook groeien. De bewonersorganisaties in Den Haag verschillen dan ook sterk en kunnen meerdere rollen vervullen. We omschrijven drie rollen: 1. Organisator van activiteiten. 2. Verbinder. 3. Belangenbehartiger. Belangenbehartiger Vanuit het verleden vervullen de bewonersorganisaties een rol als belangenbehartiger. Zij treden op als eerste aanspreekpunt van de bewoners in de wijk. Zij spreken dus met de gemeente namens hun achterban in de wijk. Dat vraagt van de bewonersorganisaties goed contact met de achterban en een luisterend oor om de verschillende belangen en geluiden die in de wijk spelen zo goed mogelijk te vertegenwoordigen.
Wanneer een bewonersorganisatie namens de wijk optreedt, stelt dat uiteraard eisen aan het mandaat dat de organisatie vanuit de wijk heeft en daarmee aan het democratisch functioneren. Voor de gemeente is het belangrijk dat wanneer een bewonersorganisatie deze rol op zich neemt, het moet kunnen spreken voor een representatieve groep bewoners. Verbinder In de huidige maatschappij wordt participatie steeds belangrijker. Naast dat de bewonersorganisatie een belangrijke rol heeft als eerste aanspreekpunt, hebben ook andere (groepen) bewoners de behoefte om zelf te spreken of om activiteiten te ontwikkelen. Een aantal bewonersorganisaties heeft laten zien dat zij als verbinder, bewoners hebben kunnen helpen om de weg te vinden om mee te participeren of om subsidie aan te vragen. Ook spelen zij een rol als intermediair bij het ontbreken van een rechtspersoon voor het aanvragen van subsidie. Ook kan de bewonersorganisatie de gemeente helpen om wijkbewoners te bereiken. Belangrijk voor deze rol is goed contact met een centraal aanspreekpunt bij de stadsdeelorganisatie. Verder is vanuit het perspectief van de gemeente en de wijkbewoners het belangrijk dat de bewonersorganisatie zich faciliterend op kan stellen ten opzichte van wijkbewoners en actieve groepen bewoners en de weg naar
de gemeente goed weet te vinden. Het is aan de gemeente om deze rol ook mogelijk te maken, door de bewonersorganisatie te zien als een gelijkwaardige partner en ondersteuning te bieden waar nodig. Organisator Veel bewonersorganisaties organiseren activiteiten in het kader van sociale cohesie en de leefbaarheid. In wijken waar de sociale cohesie en leefbaarheid onderdruk staat en vaak de participatiegraad lager is, zien we dat bewonersorganisaties vaker deze rol op zich nemen. De gemeente ziet de meerwaarde van alle drie omschreven rollen, of combinaties van deze rollen. De bewonersorganisaties bestaan uit vrijwilligers die zich inzetten voor hun wijk. We willen bewonersorganisaties vooral stimuleren hun eigenheid te behouden en hun de mogelijkheid te bieden, naast een basis, hun eigen rol te pakken. De gemeente ziet ook dat niet alle rollen evengoed kunnen worden uitgevoerd en er soms een ander belang ligt. In wijken met een lagere sociaaleconomische status is de participatiegraad lager. Vaak is er sprake van veel (onderliggende) problematiek waardoor er ook weinig ruimte is om mee te participeren. Het is logisch dat deze bewonersorganisaties zich meer richten op activiteiten voor de leefbaarheid en het bij elkaar brengen van mensen. Deze organisaties hebben vaak een klein aantal bevlogen vrijwilligers die behoefte heeft aan meer ondersteuning vanuit de gemeente.
In een wijk waar de participatiegraad veel hoger is, is het beter haalbaar voor een bewonersorganisatie om de verbindende rol (tussen bewonersinitiatieven en actieve bewoners) op zich te nemen. Vaak hebben deze organisaties behoefte om als serieuze gesprekpartner aan tafel te zitten. De gemeente vindt daarom maatwerk belangrijk. Democratisch functioneren De huidige richtlijnen voor het democratisch functioneren zijn verouderd. De ijkpuntennota democratisch functioneren bewonersorganisaties stamt uit 1994. De bewonersorganisaties zijn in dit document vooral omschreven als belangenbehartigers voor de wijk. De ijkpuntennota gaat dan ook in op de wijze van het formuleren van een standpunt voor de wijk. In deze tijd, waarin bewonersgroepen en individuele bewoners gevraagd worden zelfstandig mee te denken met behulp van digitale middelen, is dit enigszins achterhaald. De gemeente acht het van belang dat een bewonersorganisatie transparantie en openheid uitstraalt en dat er doorstroom is in het bestuur van een bewonersorganisatie. Iedereen in een wijk moet zich welkom voelen bij een bewonersorganisatie. Het bestuur is het gezicht van de bewonersorganisatie naar buiten. Vooral bij de rol van belangenbehartiger hecht de gemeente waarde aan het democratisch functioneren. De gemeente wil echter geen onrealistische verwachtingen stellen en een afbreukrisico voorkomen.
In de loop der jaren is gebleken dat het niet makkelijk is om vrijwilligers en aspirant-bestuursleden te vinden. Het voortbestaan van een bewonersorganisatie staat voorop. Hoewel het college een verenigingsvorm prefereert, is de bewonersorganisatie vrij om voor een stichting te kiezen waarbij zij hun eigen statuten opstellen. Voor beide rechtsvormen gelden de volgende basisregels: -
-
Bestuursleden wonen in de betreffende wijk. De bewonersorganisatie verricht inspanningen voor doorstroom in het bestuur, waarbij de richtlijn van een zittingstermijn van maximaal 8 jaar wordt gehanteerd. Besturen spannen zich in om een afspiegeling van de wijk te vormen. De verslagen van een bewonersorganisatie zijn openbaar. Tweemaal per jaar vindt er een voor wijkbewoners openbaar toegankelijke vergadering plaats.
Bij een bewonersorganisatie die zich opwerpt als belangenbehartiger en spreekbuis van de wijk, zal strenger gekeken worden naar de inspanning om aan het democratische functioneren te voldoen. Het stadsdeel zal jaarlijks bij het verstrekken van de basissubsidie toetsen wat een bewonersorganisatie heeft gedaan om aspirant-bestuursleden te vinden. Zo wordt verwacht dat ze gebruik hebben gemaakt van de bestaande middelen voor vrijwilligersorganisaties of tijdig hulp ingeroepen hebben van het stadsdeel. Relatie bewonersorganisatie en de gemeente De stadsdeelorganisaties en de bewonersorganisaties weten elkaar goed te vinden. Het college wil streven naar meer gelijkwaardigheid in de relatie met de bewonersorganisaties. In de praktijk voelen de bewonersorganisaties vooral dat zij veel ‘moeten’ en voelen zich overvraagd. Om meer gelijkwaardigheid te creëren, stellen de bewonersorganisaties en de stadsdeelorganisaties een convenant op. In dit convenant worden de gezamenlijke ambities/plannen van het stadsdeel en de bewonersorganisaties op elkaar
afgestemd en worden afspraken gemaakt hoe men elkaar op de hoogte houdt van belangrijke ontwikkelingen in de wijk, gedurende het jaar heen. Het stadsdeel deelt de plannen van de gemeente die op dat moment bekend zijn, voor de desbetreffende wijk. In juni vindt een korte evaluatie plaats of de ambities/plannen haalbaar zijn. Verder worden de bewonersorganisaties door het stadsdeel op de hoogte gebracht van alle (op dat moment bekend zijnde) ontwikkelingen in de wijk. Ook de inspanningen omtrent doorstroom van bestuursleden of het vinden van vrijwilligers wordt hier besproken. Gezamenlijk wordt besproken of de bewonersorganisatie meer ondersteuning nodig heeft en wat voor ondersteuning. Bij bewonersorganisaties die in het convenant hebben opgenomen te functioneren als belangenbehartiger voor de wijk, verwacht de gemeente meer inspanning om te voldoen aan de eisen van het democratisch functioneren. Het stadsdeel zal hier dan ook scherper op toezien. Dit wordt ook vastgelegd in het convenant. Het betreft een gelijkwaardig gesprek waarin beide partijen hun waardering kunnen uitspreken, maar ook eventuele aandachtspunten en/of problemen kunnen bespreken. In het convenant wordt vastgelegd hoe de informatievoorziening tussen gemeente en bewonersorganisatie plaatsvindt: met het stadsdeel en met de rest van de organisatie. Besproken kan worden wat goed gaat en wat beter kan.
Doorontwikkeling bewonersorganisaties en ondersteuning De gemeente heeft geen bemoeienis met de organisatie van een bewonersorganisatie en stelt zich terughoudend op. Zij beoordeelt alleen of de organisatie voldoet aan het democratisch functioneren, zodat de bewonersorganisatie in aanmerking kan komen voor basissubsidie. Van een bewonersorganisatie wordt verwacht dat zij zelfstandig hun organisatie op orde houden, nieuwe leden werven en proberen zo goed mogelijk een afspiegeling van de wijk te vormen. De gemeente verwacht dat de bewonersorganisaties zelfstandig de bestaande middelen van PEP inzetten om alles op orde te krijgen. Indien dit niet helpt kan men een beroep doen op de stadsdeelorganisatie. De stadsdeelorganisatie beoordeelt samen met een bewonersorganisatie of ze extra ondersteuning nodig hebben. Voor wat betreft de professionele ondersteuning kan het stadsdeel opdracht geven aan opbouwwerk of een andere gewenste professional voor de ondersteuning. De gemeente vindt maatwerk belangrijk, daarom wordt gezamenlijk bekeken wat passend is. Het betreft ondersteuning bij: -
Uitvoeren bestuurstaken Vormen van een bestuur Het vinden van vrijwilligers en kandidaat-bestuursleden Het volgen van noodzakelijke cursussen voor bestuursleden
Veel bewonersorganisaties zijn nauw betrokken bij beleidsparticipatie. Om hun rol goed te vervullen willen zij goed op de hoogte zijn en blijven. Ook zien zij een meerwaarde in de digitale middelen, die steeds meer beschikbaar zijn, om bewoners te peilen. Maar ook om bewoners op de hoogte te houden. Bewonersorganisaties worden meegenomen in deze ontwikkelingen. Gezamenlijk wordt bekeken hoe zij beter gebruik kunnen maken van digitale communicatiemiddelen of digitaal wijkonderzoek en hoe zij daarbij kunnen worden ondersteund door de gemeente, dan wel door andere bewonersorganisaties. In de verschillende gesprekken hebben de bewonersorganisaties aangegeven meer te willen leren van elkaar. Gezamenlijk wordt de komende jaren gewerkt om deze behoefte handen en voeten te geven. De gemeente acht hier de inbreng van bewonersorganisaties van groot belang om te bekijken wat passend is. Te denken valt aan een gezamenlijk platform, uitwisselingen onder elkaar waarbij bewonersorganisaties elkaar kunnen helpen(buddy-systeem) of meer gezamenlijke bijeenkomsten met workshops. De eerste gesprekken hierover zijn al gaande. Conflicten Per wijk is één budget beschikbaar voor de basissubsidie. Door de toenemende mate van participatie komen er steeds meer bewoners(groepen) die ook mee participeren. De gemeente omarmt dit en juicht dit toe.
Helaas kan dit ook leiden tot conflicten tussen bewonersorganisatie en andere bewonersgroepen. Of er ontstaat een conflict in de eigen organisatie. In principe bemoeit de gemeente zich niet met de organisatie van een bewonersorganisatie. Pas als blijkt dat conflicten uit de hand dreigen te lopen, zal de stadsdeelorganisatie in gesprek gaan met beide partijen. Mocht dit geen uitkomst bieden kan het stadsdeel mediaton inzetten. Mocht ook dit niet tot een oplossing komen, kan men de volgende procedure inzetten:
-
de betreffende partijen wijzen ieder een deskundige aan het stadsdeel wijst een deskundige aan De drie deskundigen worden gevraagd om met een advies te komen. Dit advies is bindend. Het niet opvolgen van dit advies leidt tot stopzetten van de basissubsidie.
De stadsdeelorganisatie kiest geen partij, maar beoordeelt wel in hoeverre bovenstaande procedure nodig is. Bij een klacht van een enkele bewoners zal men niet overgaan tot bovenstaande procedure. Middelen Om de verschillende rollen goed uit te voeren hebben bewonersorganisaties voldoende middelen nodig. De huidige basissubsidie zal worden herzien. Het wordt mogelijk voor bewonersorganisaties om verschillende componenten aan te vragen. Bij verschillende componenten horen verschillende taken en voorwaarden. De informatievoorziening van een bewonersorganisatie is dan ook van wezenlijk belang. Daarom wordt er een nieuwe component aan de basissubsidie toegevoegd: wijkmedia. We verwachten dat een bewonersorganisatie zichtbaar is en gebruik maakt van Social Media. Een voorwaarde van goede informatievoorziening is dat de bewonersorganisatie voldoende middelen heeft om dit te bewerkstelligen. Component huisvesting: Onder de component huisvestings- en bureaukosten vallen alle kosten voor huur, gas, water, licht, telefoon/internet en kantoorbenodigdheden. Ook moet er twee keer per jaar een ruimte van worden gehuurd voor de openbare bewonersvergaderingen. We gaan een herberekening maken op basis van het aantal inwoners in 2020.
Component administratieve ondersteuning: De administratieve ondersteuning uit de basissubsidie is specifiek bedoeld voor administratieve ondersteuning bij vergaderingen, ondersteunen werkgroepen, het functioneren als intermediair bij de activiteitensubsidie en het verbinden van initiatieven aan elkaar. Daarbij gaan wij ervan uit dat wijken met een hoge achterstandsscore meer ondersteuning nodig hebben. Daarom vindt er een herberekening plaats op basis van het aantal inwoners in 2020, en de huidige achterstandsscore. Component wijkmedia Deze component is bedoeld voor de uitgave van een wijkkrant (4 keer per jaar), het opzetten/onderhouden van een website, andere wijkmedia-middelen (denk aan social media). Het betreft een basisvoorziening. Het college verwacht dat bewonersorganisaties ook adverteerders en sponsoren benaderen om de kosten voor een eventuele upgrade te kunnen dekken. De uitleg van de berekening is bijgesloten in de bijlage. De bewonersorganisaties zijn vrij, mits ze voldoen aan de voorwaarden, te schuiven tussen componenten. In sommige wijken verzorgt een andere vrijwilligersorganisatie de wijkmedia. In dat geval kan deze organisatie specifiek het basisbedrag voor wijkmedia aanvragen. Voor wat betreft te organiseren activiteiten, kunnen zij activiteiten aanvragen op basis van de subsidieregeling Leefbaarheid & Bewonersparticipatie 2020.
Hierbij gelden voor alle initiatiefnemers dezelfde regels. Voorwaarden voor het verkrijgen van basissubsidie Er is budget voor één bewonersorganisatie per wijk. In het geval dat er geen bewonersorganisatie actief is in de wijk, en een andere bewonersorganisatie als intermediair voor bewoners optreedt, mogen zij het beschikbare component administratieve ondersteuning van deze wijk aanvragen. De bewonersorganisatie voldoet aan de voorwaarden van het democratisch functioneren. De bewonersorganisatie stelt gezamenlijk met de stadsdeelorganisatie een convenant op Overgangsjaar Voor wat betreft de component huisvesting zal nagenoeg iedere bewonersorganisatie in aanmerking komen voor een hoger bedrag. Ook de component administratieve ondersteuning zal voor veel bewonersorganisaties hoger uitvallen. Er is echter een aantal wijken die geen achterstandsscore meer hebben waardoor deze component lager uitvalt. De gemeente past daarom een overgangsjaar toe waarbij deze organisaties een aanvulling ontvangen tot het oorspronkelijke bedrag. Dit gebeurt alleen als huisvesting en administratieve ondersteuning gezamenlijk lager uitvalt.
Component huisvesting en kantoorbenodigdheden. Deze component wordt berekend aan de hand van de categorie aantal inwoners de wijk in valt x € 0,87. De € 0,87 is berekend op hoeveel de wijken gemiddeld nu krijgen per inwoner. Aantal inwoners t/m 2500 t/m 5000 t/m 10000 t/m 15000 t/m 20000 t/m 25000 t/m 30000 t/m 35000
Categorie 1 2 3 4 5 6 7 8
Bedrag € 2175,00 € 4350,00 € 8700,00 € 13050,00 € 17400,00 € 21750,00 € 26100,00 € 30450,00
Component Administratieve ondersteuning Deze component wordt berekend aan de hand van de categorie aantal inwoners x € 0,65. De € 0,65 is berekend op hoeveel de wijken gemiddeld per inwoners krijgen. Dit bedrag wordt verrekend met de categorie achterstandsscore van een wijk. Aantal inwoners t/m 2500 t/m 5000 t/m 10000 t/m 15000 t/m 20000 t/m 25000 t/m 30000 t/m 35000
Categorie 1 2 3 4 5 6 7 8
basisbedrag € 1625,00 € 3250,00 € 6500,00 € 9750,00 € 13000,00 € 16250,00 € 19500,00 € 22750,00
achterstandsscore Vanaf -15 -10 tot -15 0 tot en met -10 0 t/m 5 5 t/m 10 Vanaf 10
Categorie -2 -1 0 1 2 3
X basisbedrag 0 0,5 1 1,5 2 2,5
Component wijkmedia De bedragen zijn gebaseerd op gemiddelden. Het betreft 6 standaardbedragen. En 2 bedragen op basis van het aantal oplages. Kosten
Bedrag
Drukwerk
€ 0,15 per krantje € 500,€ 100,€ 300,€ 100,€ 25,- per 1000 € 250,-
Redactie/vormgeving Afschrijving apparatuur Onderhoud website Kantoorbenodigdheden Bezorgkosten vrijwilligersvergoeding
Aantal krantjes
uitgaven
totaal
4
€
4
€ € € € €
4
€ €
Maatwerk wijkmedia
Om maatwerk mogelijk te houden, blijft het mogelijk om activiteitensubsidie aan te vragen, voor wijkmedia van maximaal de norm van een wijkactiviteit. Het moet echter gemotiveerd worden waarom. Te denken valt aan de volgende situaties: De wijk heeft behoefte aan 5 krantjes per jaar. De gestelde normen blijven wel gehanteerd voor de begroting. Vernieuwing van de website is nodig. Een upgrade voor een speciale editie.