CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309317 Stichting Eekta

Gemeenteraad 9 februari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen Eekta (RIS309317)3.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer:

309317

Schriftelijke vragen: Stichting Eekta Indieners: Kavish Partiman Datum: 25-06-2021 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Al 50 jaar vormt de stichting Eekta hét stedelijk en sociaal-culturele centrum voor Hindostanen in Den Haag, in het bijzonder voor de wijk Segbroek. De vele vrijwilligers die voor de stichting actief zijn spannen zich met name in voor ouderen. Dit doet de stichting en dit doen deze vrijwilligers door voor ouderen activiteiten te organiseren, maar ook door ruimte te bieden aan maatschappelijke organisaties en zorginstellingen voor laagdrempelige buurt- en wijkactiviteiten. Met dit ouderenwerk worden allerlei maatschappelijke problemen geadresseerd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bestrijding van eenzaamheid. Maar de vrijwilligers van de stichting houden zich ook bezig met voorlichting over diverse actuele samenlevingsvraagstukken en kunst en cultuur. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Kavish Partiman (CDA) de volgende vragen: 1.

Deelt het college de mening van het CDA Den Haag dat de stichting Eekta een belangrijke rol speelt binnen de Haagse samenleving? Zo nee, waarom niet gezien de hiervoor geschetste geschiedenis, betekenis en de inzet van vele vrijwilligers voor ouderenwerk? Zo ja, zou het college op een rij willen zetten welke rollen van de stichting zij belangrijk acht?

2. Zou het college middels bijvoorbeeld een tijdlijn inzichtelijk willen maken welke relatie de gemeente tot vandaag de dag heeft gehad met de Stichting Eekta? Zou het college daarbij op zijn minst alle belangrijke besluiten, eventuele gewijzigde subsidierelaties en andere samenwerkingen of verbanden met de stichting inzichtelijk willen maken? Zo nee, waarom niet, gezien het hiervoor geschetste belang van deze stichting voor de Haagse samenleving? Het CDA Den Haag heeft in verschillende commissievergaderingen waarin de gedachtewisseling over de coronacrisis aan de orde kwam, vragen gesteld over huurders van de gemeente Den Haag. Veel instellingen met een maatschappelijke doelstelling kennen grote financiële uitdagingen. 3. Zou het college willen toelichten in hoeverre en op welke wijze de gemeente coulance toont naar huurders van de gemeente die inkomsten zijn misgelopen ten gevolge van de coronapandemie? Zo nee, waarom niet, gezien de maatschappelijke doelstellingen van veel van deze organisaties? Zo ja, zou het college op een rij willen zetten welke instellingen op welke wijze te maken hebben gehad, of nog hebben, met coulance vanuit de gemeente Den Haag? 4.

Zou het college willen toelichten of de stichting Eekta op enigerlei wijze ook onder de instellingen valt waarvoor er coulance is getoond vanuit de gemeente? Zo nee, waarom niet, gezien de betekenis van deze stichting en haar vrijwilligers voor de Haagse samenleving? Zo ja, zou het college inzichtelijk willen maken uit welke onderdelen deze coulance precies bestaat? Zou het college daarbij willen toelichten waarom zij wel of niet voor bepaalde vormen van coulance heeft gekozen? Bij deze schriftelijke vragen is een mailwisseling tussen de stichting Eekta en de gemeente over eventuele huurkorting gevoegd.* In deze mailwisseling is zichtbaar dat de stichting op 1 februari, tijdens een bespreking, een verzoek om huurkorting heeft gedaan. Het gaat hier niet om een verzoek voor huurkorting voor 100 procent, maar om een verzoek voor huurkorting van 75 procent. Dit verzoek is via e-mail op 17 februari aan de gemeente bevestigd. Op 1 maart kwam er, ook per e-mail, een reactie vanuit de gemeente. In die reactie geeft de gemeente aan dat het verzoek om huurkorting is doorgegeven aan de financiële administratie. De gemeente geeft daarbij ook aan dat het druk bezig is met het opstellen van een algemene beleidslijn coronasteun. Dit wordt door de gemeente geschreven in een e-mail op 1 maart 2021, bijna een jaar nadat de coronacrisis in Nederland is begonnen. Op 31

mei 2021 geeft een ambtenaar van de gemeente aan dat er nog niet duidelijk is welke locaties met een maatschappelijke bestemming, die vallen binnen de terreinen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Zorg en Welzijn, daadwerkelijk huurkorting kunnen krijgen. In deze mail wordt aangegeven dat hier nog overleg over wordt gevoerd. Dit betekent wellicht dat dit beleid op dat moment nog niet volledig is vastgesteld. In ieder geval betekent het dat stichting Eekta op het moment van het verzenden van de email op 31 mei nog geen uitsluitsel heeft gekregen over de vraag of zij huurkorting krijgt. Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor andere maatschappelijke en vrijwilligersorganisaties, gezien het feit dat er op 31 mei hierover nog overleg werd gevoerd. 5.

Zou het college inzichtelijk willen maken hoeveel huurders van de gemeente op enig moment tijdens de coronacrisis, een maand of langer, voor 100 procent huurkorting hebben gekregen? Zou het college dit ook voor alle andere percentages huurkorting inzichtelijk willen maken?

6. Zou het college willen toelichten welke criteria en maatstaven gehanteerd zijn en worden om wel of niet huurkorting toe te passen? 7.

Zou het college willen toelichten welke criteria en maatstaven gehanteerd zijn en worden om te bepalen welk percentage huurkorting toegepast wordt?

8. Klopt het volgens het college dat er op 31 mei 2021 – ruim meer dan een jaar na het begin van de coronacrisis in Nederland - nog niet door de gemeente bepaald was welke locaties met een maatschappelijke bestemming die vallen binnen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Zorg en Welzijn, in aanmerking komen voor huurkorting? Zo nee, waarom geeft de gemeente dit dan aan in een e-mail met een maatschappelijke partner? Zo ja, hoe verantwoordt het college dit gegeven, gezien de impact van de coronacrisis, het grote belang van maatschappelijke organisaties voor de Haagse samenleving en de grote druk die zij door deze coronacrisis ervaren, en het feit dat het CDA Den Haag tijdens verschillende commissie- en raadsvergaderingen heeft aangedrongen op steun en hulp aan maatschappelijke organisaties in deze moeilijke tijd, en in het bijzonder heeft aangedrongen op huurkortingen voor maatschappelijke organisaties? 9.

Klopt het volgens het college dat er op 1 maart – bijna een jaar na het begin van de coronacrisis in Nederland - nog geen algemene beleidsregel was met betrekking tot coronasteun voor huurders van de gemeente die een maatschappelijke doelstelling hebben? Zo nee, waarom geeft de gemeente dit dan aan in een e-mail met een maatschappelijke partner? Zo ja, hoe verantwoordt het college dit gegeven, gezien de impact van de coronacrisis, het grote belang van maatschappelijke organisaties voor de Haagse samenleving en de grote druk die zij door deze coronacrisis ervaren, en het feit dat het CDA Den Haag tijdens verschillende commissie- en raadsvergaderingen heeft aangedrongen op steun en hulp aan maatschappelijke organisaties in deze moeilijke tijd, en in het bijzonder heeft aangedrongen op huurkortingen voor maatschappelijke organisaties? 10.

Zou het college willen toelichten of er vandaag de dag wel een algemene beleidsregel voor coronasteun aan huurders van de gemeente met een maatschappelijke doelstelling is? Zo nee, waarom niet, gezien de impact van de coronacrisis, het grote belang van maatschappelijke organisaties voor de Haagse samenleving en de grote druk die zij door deze coronacrisis ervaren, en het feit dat het CDA Den Haag tijdens verschillende commissie- en raadsvergaderingen heeft aangedrongen op steun en hulp aan maatschappelijke organisaties in deze moeilijke tijd, en in het bijzonder heeft aangedrongen op huurkortingen voor maatschappelijke organisaties? Zo nee, voor wanneer gaat de gemeente deze algemene beleidsregel opstellen? Zo nee, is de gemeente het met het CDA Den Haag eens dat de urgentie voor het opstellen van deze algemene beleidsregel zeer hoog is? Zo ja, zou het college deze algemene beleidsregel inzichtelijk willen maken? 11.

Zou het college willen toelichten of er vandaag de dag wel al bepaald is welke locaties met een maatschappelijke bestemming die vallen binnen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , Zorg en Welzijn, in aanmerking komen voor huurkorting? Zo nee, waarom niet, gezien de impact van de coronacrisis, het grote belang van maatschappelijke organisaties voor de Haagse samenleving en de grote druk die zij door deze coronacrisis ervaren, en het feit dat het CDA Den Haag tijdens verschillende commissie- en raadsvergaderingen heeft aangedrongen op steun en hulp aan maatschappelijke organisaties in deze moeilijke tijd, en in het bijzonder

heeft aangedrongen op huurkortingen voor maatschappelijke organisaties? Zo nee, voor wanneer gaat de gemeente dit bepalen? Zo nee, is de gemeente het met het CDA Den Haag eens dat de urgentie hiervoor hoog is? Zo ja, zou het college aan de raad een overzicht willen doen toekomen van alle huurders van de gemeente met een maatschappelijke doelstelling die wel of niet huurkorting hebben aangevraagd en of hebben gekregen? Zou het college daarbij ook per organisatie willen aangeven welk percentage huurkorting zij heeft gekregen en over welke periode? Zo ja, hoe verklaart de gemeente dat de stichting Eekta zegt nog geen uitsluitsel, laat staan daadwerkelijke huurkorting, te hebben gekregen? In de eerder aangehaalde e-mail, die de gemeente op 1 maart 2021 aan de stichting stuurde, lijkt de gemeente duidelijk te willen maken dat er zorgen leven over het feit dat de stichting een deel van het pand onderverhuurt aan City Kids, een ontwikkelcentrum voor kinderen. De zorgen van de gemeente hebben te maken met het feit dat de stichting huurinkomsten van City Kids ontvangt, maar dat de stichting zelf de huur aan de gemeente niet kan betalen. In de e-mail wordt over dit onderwerp gezegd dat de gemeente dit bespreekbaar wil maken. Er wordt niet gezegd dat dit onderwerp een belemmering zou zijn om als stichting wel of geen huurkorting te krijgen.

In de email die de gemeente op 31 mei aan de stichting stuurde en die onderdeel is van de reeds aangehaalde emailwisseling, lijkt de suggestie te worden gedaan dat het toekennen van huurkorting nog niet is gebeurd omdat nog niet is bepaald welke locaties, die vallen binnen de terreinen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , Zorg en Welzijn, daadwerkelijk huurkorting kunnen krijgen. Ten tijde van het opstellen van deze vragen had de stichting Eekta naar eigen zeggen nog geen uitsluitsel gekregen over het oordeel van de gemeente over eventuele huurkorting. 12. Zou het college willen toelichten of het klopt dat de huurkorting van 75 procent voor de stichting Eekta nog niet gehonoreerd is? Mocht dit kloppen, zou het college dan willen toelichten waarom deze huurkorting niet is gehonoreerd? 13. Zou het college willen uitzoeken of er inmiddels al een reactie is verzonden naar stichting Eekta op het verzoek om huurkorting? Zo ja, zou het college deze reactie aan de beantwoording van deze vragen willen toevoegen? 14. Zou het college willen toelichten hoeveel huurkorting de stichting Eekta precies zal krijgen, en over welke periode? Zou het college willen toelichten waarom voor dit percentage en die periode is gekozen? 15.

Mocht het college geen huurkorting aan de stichting toekennen, zou het college dan willen toelichten waarom zij dit doet, gezien alle hiervoor genoemde argumenten? Per ingang van 1 januari 2021 is de structurele subsidie van stichting Eekta beëindigd. De reden voor het beëindigen hiervan is dat het subsidiebeleid voor ruimtebiedende centra is gestopt. Dit besluit is nog voordat de coronacrisis in Nederland begon aan de stichting meegedeeld, middels een brief die in de tweede bijlage van deze schriftelijke vragen is opgenomen.** Sinds die brief hebben maatschappelijke organisaties als de stichting Eekta te maken gekregen met de coronacrisis, waardoor grote financiële uitdagingen zijn ontstaan, maar ook veel van de activiteiten niet georganiseerd konden worden, terwijl vaste kosten wel doorliepen. 16. Heeft het college op enigerlei wijze nagedacht over het eventueel heroverwegen van besluiten met grote gevolgen, zoals het besluit om een structurele subsidie te stoppen voor maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals de bestrijding van eenzaamheid? Zo nee, waarom niet? 17.

In hoeverre en op welke manier houdt het college bij daadwerkelijke uitvoering van het stopzetten van het subsidiebeleid rekening met de impact van de coronacrisis op deze maatschappelijke organisaties? Hoe zijn deze manieren concreet merkbaar voor deze maatschappelijke organisaties? 18. Welke mogelijkheden ziet het college om wanneer de beëindiging van een subsidie voor ruimtebiedende centra daadwerkelijk plaatsvindt, de gevolgen van deze beëindiging voor de maatschappelijke organisatie maar ook voor aanpak van een maatschappelijke opgave als de bestrijding van eenzaamheid, op te vangen of te verzachten in verband met de gevolgen van de coronacrisis? Mocht het college deze mogelijkheden niet zien, waarom ziet het college deze

niet, gezien het feit dat het CDA Den Haag al geruime tijd pleit voor aandacht voor deze organisaties in deze moeilijke tijd? Mocht het college deze mogelijkheden wel zien, zou het college dan al deze juridische mogelijkheden op een rij willen zetten? 19. Ziet het college een verantwoordelijkheid om een of meerdere van deze mogelijkheden te benutten? Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet het college en op welke manier en voor wanneer gaat het college aan die verantwoordelijkheid uitvoering geven? Zo nee, waarom niet gezien het feit dat er grote maatschappelijke uitdagingen zijn op het gebied van ouderen, zoals de bestrijding van eenzaamheid, en dat juist deze stichting zich al jaren inspant om deze uitdagingen aan te pakken? Na de beëindiging van de subsidierelatie heeft de gemeente ook de huur opgezegd van stichting Eekta, middels een brief die in de derde bijlage bij deze schriftelijke vragen is opgenomen.*** De stichting kreeg te horen dat dit te maken heeft met twee zaken. De wijziging van de eerder genoemde subsidierelatie, en de hiervoor al in deze schriftelijke vragen aangehaalde onderverhuursituatie. Van dat laatste zegt de gemeente dat met het onderverhuren aan CityKids de regels niet worden nageleefd. De huurovereenkomst is bijgevoegd als vierde bijlage.**** 20.

Zou het college het gehele besluitvormingsproces over deze beslissing inzichtelijk willen maken, middels een tijdlijn? 21. Zou het college willen onderbouwen waarom het onderverhuren aan CityKids een overtreding van de huurovereenkomst betekent? 22. In hoeverre is het college van mening dat met het onderverhuren aan CityKids – een organisatie die zich profileert als kinder-ontwikkelcentrum en verpleegkundig kinderdagverblijf - wellicht niet aan de letter van artikel 1,5 van de huurovereenkomst wordt voldaan, maar wel aan de geest van de gehele relatie van de gemeente met de stichting Eekta? Zou het college willen onderbouwen waarom zij dit standpunt is toegedaan in het licht van de grote maatschappelijke opgave die er ligt op het gebied van ouderenwerk en het bestrijden van eenzaamheid? 23.

Mocht het college van mening zijn dat wel aan de geest van de hiervoor genoemde relatie wordt voldaan, op welke manier gaat het college dan ervoor zorgen dat de stichting Eekta de uitdagende coronaperiode zou kunnen overleven? Mocht het college zich hiervoor niet willen inspannen, waarom wil het college die inspanning niet leveren? Het CDA Den Haag heeft van stichting Eekta vernomen dat in eerdere gesprekken van de stichting met de gemeente, de stichting te horen kreeg dat het juist de bedoeling was om een deel van het pand te verhuren aan een organisatie met een maatschappelijke doelstelling. CityKids beweegt zich binnen het maatschappelijke, het is naar eigen beschrijving een kind-ontwikkelcentrum en verpleegkundige dagopvang. 24. Zou het college willen uitzoeken of op enig moment in de afgelopen 5 jaar, op welke manier dan ook, de gemeente aan de stichting kenbaar heeft gemaakt dat het de bedoeling is dat een organisatie met een maatschappelijke doelstelling een deel van het pand huurt? 25.

Als de gemeente dit inderdaad aan de stichting heeft laten weten in het verleden, zou het college dan willen toelichten waarom het huidige verhuren van ruimte aan CityKids een overtreding van de regels zou betekenen? Hoe gaat het college er in dat geval voor zorgdragen dat CityKids kan blijven huren van de stichting Eekta? Het pand aan de Boylestraat 20 betreft een oud schoolgebouw en is van aanzienlijke omvang. Er zou beargumenteerd kunnen worden dat juist doordat CityKids – een organisatie met als werkveld ook het maatschappelijke - een belangrijk deel huurt, andere maatschappelijke organisaties, zoals de stichting Eekta, de mogelijkheid wordt geboden om hun activiteiten ter versterking van de Haagse samenleving te ontplooien. 26. Zou het college in het licht van de voorgaande argumentatie willen reflecteren op de vraag of het toch niet mogelijk zou moeten zijn om een deel van het pand aan de Boylestraat 20 te verhuren aan CityKids, om zo ervoor te zorgen dat andere maatschappelijke organisaties

kunnen blijven voortbestaan en hun bijdrage kunnen blijven leveren aan de aanpak van belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals de bestrijding van eenzaamheid? Zou het college daarbij ook in ogenschouw willen nemen dat, wanneer de relatie met de stichting Eekta wordt voortgezet en CityKids in een deel van het pand kan blijven, er wellicht ook nieuwe maatschappelijke organisaties een plek kunnen krijgen in het pand aan de Boylestraat, die op hun beurt weer een bijdrage kunnen leveren? 27. Zou het college willen toelichten of de gemeente op enigerlei wijze een toezegging heeft gedaan aan de stichting Eekta om zorg te dragen voor vervangende huisvesting na de beëindiging van het huurcontract? Zo ja, zou het college willen toelichten welke stappen er tot nu toe zijn gezet om dit te realiseren? Zo nee, waarom niet, gezien de hiervoor geschetste maatschappelijke betekenis en het belang van continuering hiervan? 28. Mochten er geen concrete stappen zijn gezet door het college om tot vervangende huisvesting te komen, zou het college dan willen toelichten waarom zij zich hiervoor niet heeft ingespannen? In de vijfde bijlage bij deze schriftelijke vragen, is een mailwisseling zichtbaar over het betalen van huur door de stichting.***** De afdeling vastgoed van de gemeente Den Haag wil graag dat de huur met een jaarlijks bedrag betaald wordt, en niet met een maandelijks bedrag.

Dit jaarlijkse bedrag vormt voor de stichting een probleem, gezien de eerder geschetste uitdagingen in deze coronaperiode. In de genoemde mailwisseling geeft de stichting aan de afdeling vastgoed aan dat er een verzoek om huurkorting is gedaan bij de gemeente. De stichting spreekt haar verbazing uit over het feit dat dit verzoek lijkt te zijn opgepakt. 29. Zou het college willen toelichten waarom er door de gemeente wordt gekozen voor het betalen van de huur voor een geheel jaar? 30. Zou het college willen toelichten of het voor een organisatie als de stichting Eekta ook mogelijk is om de huur maandelijks te betalen? Indien dit niet mogelijk is, waarom is dit niet mogelijk, zeker gezien de eerder geschetste uitdagingen van deze coronaperiode en de genoemde pleidooien voor aandacht voor huurders met een maatschappelijk doel door het CDA Den Haag in verschillende commissie- en raadsvergaderingen? 31. Welke mogelijkheden ziet het college om soepel om te gaan met het betalen van huurinkomsten in jaarlijkse of maandelijkse termijnen door maatschappelijke organisaties? Van welke van deze mogelijkheden tot soepel omgaan met deze termijnen gaat de stichting Eekta voor wanneer wat merken? 32. In hoeverre en op welke manier vindt er bij de gemeente Den Haag afstemming en overleg plaats over de betaling van huur door maatschappelijke organisaties als de stichting Eekta? 33.

Indien er nadrukkelijk afstemming en overleg plaatsvindt over de betaling van huur door maatschappelijke organisaties als de stichting Eekta, welke verklaring heeft het college dan voor het feit dat, in de vijfde bijlage van deze schriftelijke vragen opgenomen mailwisseling, tussen de afdeling vastgoed en de stichting, de afdeling vastgoed niet goed op de hoogte lijkt te zijn van het verzoek om huurkorting door de stichting aan de gemeente? 34. Zou het college een plan willen ontwikkelen om dit soort ogenschijnlijke miscommunicatie binnen de gemeente, waarvan maatschappelijke organisaties wellicht de wrange vruchten plukken, in de toekomst te voorkomen? Zo nee, waarom niet? 35. Is het college van mening dat in de vijfde bijlage van deze schriftelijke vragen opgenomen mailwisseling, met genoeg gevoel en urgentie wordt omgegaan met een maatschappelijke organisatie als de stichting Eekta, gezien de uitdagingen die deze organisatie in deze coronacrisis kent en gezien het feit dat er om huurkorting is gevraagd, maar hieraan door de afdeling vastgoed niet wordt gerefereerd in de mail over het betalen van de jaarlijkse huur? Zo ja, zou het college deze mening willen onderbouwen? Stichting Eekta zegt in gesprek te willen blijven met de gemeente om uit deze impasse te komen. Zo hebben zij een oplossing aangedragen om de huurovereenkomst met een jaar te verlengen.

36. Beziet het college het verlengen van de huurovereenkomst met een jaar als een mogelijkheid waaraan zij wil meewerken? Zo nee, waarom niet? 37. Zou het college alle mogelijkheden om het voortbestaan van stichting Eekta te garanderen op een rij willen zetten? Zou het college per mogelijkheid willen aangeven of zij bereid is deze stap daadwerkelijk te zetten? Zou het college daarbij ook nadrukkelijk willen ingaan op alle mogelijkheden die er zijn om met incidentele subsidies te werken? Zo nee, waarom niet? 38. Zou het college willen toelichten of de gemeente al andere plannen heeft met het gebouw aan de Boylestraat 20? Zo ja, is dit op enigerlei wijze gedeeld met de huidige huurder? Zo nee, zou het college dan willen toelichten waarom uit de, in de vijfde bijlage van deze schriftelijke vragen opgenomen, mailwisseling tussen de afdeling vastgoed en de stichting, enige hardheid lijkt te spreken en er zelfs het beeld zou kunnen ontstaan dat er haast geboden is? 39. Ziet het college mogelijkheden om nieuwe maatschappelijke organisaties te huisvesten in het pand aan de Boylestraat 20 en daarbij Stichting Eekta als gedeeltelijke huurder te handhaven of een plek te geven? Zo nee, waarom niet? 40.

Mocht de stichting inderdaad haar betekenisvolle activiteiten moeten staken, hoe gaat het college dan garanderen dat de kwetsbare ouderen waar de stichting zich voor inspant, niet vereenzamen? Hoe gaat het college ervoor zorgdragen dat de genoemde vrijwilligers actief en gemotiveerd blijven? Hoe gaat het college zich inspannen om ervoor te zorgen dat de genoemde activiteiten op het gebied van ouderenwerk blijven plaatsvinden? Zou het college willen voorzien in een stappenplan hoe zij deze zaken gaat regelen? Kavish Partiman CDA Den Haag

* Bijlage 1: Mailwisseling eventuele huurkorting **Bijlage 2: Brief einde structurele subsidie ***Bijlage 3: Brief opzegging huur ****Bijlage 4: Huurovereenkomst ****Bijlage 5: Mailwisseling over betalen huur met de afdeling vastgoed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10335893/1