CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309287 Bijlage

Commissie Leefomgeving 7 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststellen warmteplan Binckhorst: Trekvliet – Maanweg2.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen warmteplan Binckhorst: Trekvliet-Maanweg Beantwoording vragen PvdD 1. Wat zijn de verschillen met het plan van Laakhavens? Beide warmteplannen zijn zeer vergelijkbaar. De verschillen zitten in het aantal aan te sluiten woningen en meters utiliteitsbouw, en het aantal WKO's die in de bodem van het warmteplangebied kunnen worden gerealiseerd. De gemeentelijke uitgangspunten en doelstellingen die we willen bereiken met het warmteplan Binckhorst zijn hetzelfde als die van het warmteplan Laakhavens. 2. Wat zijn precies de specificaties in de aanbesteding? De aanbestedingsspecificaties worden thans opgesteld. De specificaties bestaan uit technische eisen en proces eisen waaraan het warmtesysteem moet voldoen en volgens welke eisen het warmtebedrijf moet werken. Zoals de afstemmingsprocessen met gemeentelijke diensten, eisen die we stellen aan projectmanagement, kwaliteitsmanagement en risicomanagement. Maar ook de wijze waarop het warmtebedrijf de klanttevredenheid van de bewoners, die straks de warmte en koude gaan afnemen in het gebied, gaat borgen. De scope van de aanbesteding bestaat uit: het ontwerpen, realiseren (voor eigen rekening en risico van het warmtebedrijf) en het exploiteren (beheren en onderhouden van het systeem en leveren van warmte en koude, servicedesk en facturatie) voor de periode van de concessieduur. 3.

Is het juist dat dit warmteplan zowel de distributie (het net) als de bron regelt? Waarom worden deze twee elementen bij dezelfde partij belegd? Zo is toch geen sprake van onafhankelijk netbeheer? Bij lage temperatuur warmtenetten is de integrale aansturing van het systeem van groot belang voor de energie- en kostenefficiency van het systeem. Een warmtesysteem met WKO's bestaat uit opslagbronnen voor warmte en koude en een warmtebron, zoals aquathermie (TEO: Thermische Energie uit Oppervlaktewater). De hoeveelheid opgeslagen warmte en koude wordt grotendeels bepaald door de vraag van de afnemers. Het is geen 'afleversysteem' zoals drinkwater, maar een circulatiesysteem dat op verschillende plaatsen in het systeem de temperatuur opwaardeert. Deels in de bronnen maar ook voor een deel in de gebouwen zelf (warmtepompen), waarbij de retourwarmte en koude bepalend is voor de prestaties van het integrale systeem. Aansturing van alle schakels in dit systeem dient dus zeer goed op elkaar afgestemd te zijn. Bij voorkeur bij één partij om raakvlakrisico's en dubbele kostenopslagen te voorkomen. Hiermee sorteren we voor op de aanstaande nieuwe warmtewet, de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen waarin het integrale warmtesysteem het uitgangspunt is. 4.

Is het mogelijk later andere bronnen op dit net aan te sluiten? In het warmteplan wordt een energieprestatie opgenomen, gebaseerd op de meest duurzame systeemkeuzes van dit moment. In de aanbesteding is een positieve prikkel opgenomen die de inschrijvers stimuleert een zo hoog mogelijke energieprestatie aan te bieden, wat veel gunningspunten kan opleveren. We leggen de incentive bij de marktpartijen om een energieontwerp te maken van een systeem dat een hogere energieprestatie levert. Dit betekent dat het later toevoegen van andere bronnen mogelijk is, zolang de overeengekomen energieprestatie wordt bereikt. Een hogere energieprestatie kan en daarvoor zijn ook prikkels opgenomen in het warmteplan. Hoe hoger de energieprestatie van het warmtesysteem, hoe meer aansluitingen erop zullen komen. De concessieovereenkomst is voldoende flexibel om nieuwe technieken en bronnen in de toekomst toe te staan op het systeem. Daarvoor worden wel tenminste dezelfde eisen gesteld als tijdens de aanbesteding (die eisen blijven gelden voor alles wat aan het systeem zit gedurende de gehele concessieperiode). Voor wijzigingen dient altijd goedkeuring bij de gemeente te worden verkregen. 5. Hoe voorkomt de gemeente dat later hogetemperatuurbronnen op dit net worden aangesloten? In het programma van eisen (PvE) worden midden en hoog temperatuur bronnen uitgesloten (net als biomassa en gas).

Het PvE blijft altijd geldend, dus ook voor aanpassingen die later gedaan worden. Aanpassingen die het warmtebedrijf wenst, worden met een verzoek tot wijziging voorgesteld aan de gemeente. Daarbij vindt een toets plaats op de effecten op de aanbestedingseisen (duurzaamheid, klanttevredenheid, betaalbaarheid en leverzekerheid). Alleen indien gemeente t.z.t. instemt met een wijziging van het programma van eisen kan er een hoge temperatuur bron gekoppeld worden. Dat is voorstelbaar voor bijvoorbeeld geothermie warmte in de zomermaanden ter regeneratie van het WKO systeem. In dat geval gaat het om warmte die beide systemen duurzaam en efficiënter maakt, en er niet toe zal leiden dat minder bestaande woningen geothermie aansluitingen kunnen krijgen (winter warmte). Daarbij blijft ook de duurzaamheidsnorm van het warmteplan gelden en kunnen eventuele hogere temperatuur bronnen alleen aangesloten worden als deze duurzamer zijn. 6. Hoe wordt voorkomen dat later onduurzame bronnen, zoals (gecascadeerde) fossiele restwarmte, op dit net worden aangesloten? Zie antwoord op vraag 5.

7. Wordt een maximumtemperatuur in de aanbesteding vastgelegd van het net of de bronnen? Ja maximaal 55 graden Celsius bronnen zoals ook is toegepast in de aanbesteding van Laakhavens, waarbij ook de inzet van midden- en hoge temperatuur bronnen (>55 graden Celsius) en het gebruik van biomassa en aardgas wordt uitgesloten.

Om de lokaal aanwezige duurzame warmte en koude in de bodem optimaal te benutten, wil de gemeente de nieuwbouw bewust niet (doen) aansluiten op hoog thermische warmtenetten. 8. Betreft de op pagina 11 genoemde 37.000 MWh de berekende vraag of het berekende (maximale, mogelijke) aanbod? Indien het de vraag betreft, wat is het maximale aanbod van warmte in dit gebied? Het maximale aanbod wordt bepaald door een aantal factoren: - de vraag naar warmte én koude in een gebied (verschillende vraagprofielen zowel voor wonen als voor utiliteit); - de samenstelling van de bodem; - het aantal nog beschikbare WKO-posities in het interferentiegebied. De genoemde 37.000 MWh is gebaseerd op het nieuwbouwprogramma en de gemiddelde vraagprofielen naar warmte en koude bij de functies. In de bodem is dat in dit gebied opwekbaar. Er is potentie om meer op te wekken in het gebied. Dat biedt ook ruimte voor groei nadat dit ontwikkelprogramma is gerealiseerd. Hoeveel dat exact is, is nog niet te zeggen. Dat hangt af van het gebruiksprofiel van toekomstig extra programma en de stand van de techniek op dat moment. 9. Oppervlaktewater wordt gebruikt als warmtebron om warmte in de WKO op te slaan. Wordt ook de warmte die de warmtepompen in de zomer genereren hiervoor gebruikt? Ja.

Door het integrale circulatiesysteem wordt de warmte die na afgifte in de woningen over is, teruggeleid in het integrale systeem waar maar een kleine hoeveelheid extra energie nodig is om deze retourwarmte weer naar de benodigde ruimtewarmte niveau te krijgen. Het integrale gebiedssysteem sluit veel verschillende gebouwen aan, waardoor ook restwarmte bijvoorbeeld uit een kantoorgebouw gebruikt kan worden voor de warmtevraag van woningen in een ander gebouw en vice versa. Door goede regeltechniek te integreren in het systeem kan rest warmte en koude (gratis energie) worden benut door het warmtebedrijf. Omdat het warmtebedrijf 30 jaar 'aan de knoppen' kan draaien valt er veel te optimaliseren en is er een positieve prikkel om hierin te investeren. 10. Hoe wordt voorkomen dat de gebouwen slechter geïsoleerd zullen worden doordat het warmtesysteem een positieve uitwerking heeft op de BENG-score? De BENG score wordt bepaald door 3 onderdelen. Aan alle drie de normen dient voldaan te worden. BENG 1 richt zich op het verlagen van de energiebehoefte (o.a. isoleren). Het gekozen warmtesysteem heeft hier geen invloed op. Het warmtesysteem heeft een positief effect op de BENG 2 en 3 score van het gebouw. Het maximale fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie warmteopwekking uit de BENG 2 en 3 worden hiermee aanzienlijk verbeterd t.o.v. andere oplossingen.

Voor gebouwen zijn meer eisen die de BENG score beïnvloeden. Voorstelbaar is dat de gebouweigenaar met het warmtebedrijf overeenkomt dat de warmtapwater bereiding op woning niveau moet plaatsvinden in plaats van in de centrale techniek ruimte. Voordeel op de BENG prestatie is dat daarmee warmteverlies in de stijgleidingen lager is. Nadeel is dat er boosters moeten worden geplaatst wat duurder is in aanschaf en onderhoud. Daardoor zou de gebouweigenaar bijvoorbeeld wel minder PV op zijn dak hoeven te plaatsen en voor meer groen op het dak kunnen kiezen. Een uitwisseling met isolatie is niet voorstelbaar omdat daarmee de warmtevraag weer toeneemt wat uiteindelijk tot een lagere energieprestatie BENG zal leiden. 11. Hoe wordt toch gestimuleerd dat woningen energieneutraal of zelfs energiepositief worden? Het warmteplan verplicht enkel duurzame aansluiting en heeft invloed op BENG 2 en 3 . De BENG 1 norm richt zich op het verlagen van de energiebehoefte. 12. Wat is de verhouding tussen het voorliggende plan en het eerder vastgestelde bodemplan? Een Bodemenergieplan betreft alleen de ondergrondse ordening van de WKO systemen conform de waterwet. De provincie Zuid-Holland is daarvoor het bevoegd gezag. Een Warmteplan organiseert de aansluitplicht van nieuwbouw op een gebiedssysteem conform het Bouwbesluit. In dit geval een zeer duurzaam systeem op basis van WKO's en TEO. 13.

Wordt de raad betrokken bij de vervolgstappen rond de aanbesteding en zo ja, wanneer? In principe stemt de Raad in met de aanbesteding wanneer het warmteplan wordt vastgesteld. Het warmteplan bepaalt immers dat de gemeente het betreffende gebiedsgerichte warmtesysteem zal laten aanleggen. In dit geval betekent dat verplicht Europees aanbesteden. De Tenderboard van de gemeente heeft wel ambtelijk een instemmingsbesluit te geven/gegeven op de aanbestedingsstrategie en projectscope. 14. Kan worden aangegeven wanneer de raad wordt geïnformeerd over de aanbesteding en concurrentiegerichte dialoog met betrekking tot Laakhaven? De aanbesteding Laakhavens is nog in volle gang. Op het moment dat er een voornemen tot gunning is, zal dit bekend worden gemaakt. Dat moment is voorlopig voorzien in november 2021

Beantwoording vragen CU/SGP 1. “Het Net wordt gevoed met duurzame laagtemperatuur warmte, met name afkomstig uit oppervlaktewater en de drinkwaterberging van Dunea (aquathermie)”. Deze zin impliceert dat niet alle warmte van deze twee bronnen afkomstig zal zijn. Welke andere bronnen zouden eventueel nog warmte kunnen leveren aan dit Net? Het is zeer goed voorstelbaar dat ook aquathermie uit de Trekvliet wordt benut als warmtebron. Inschrijvers van de aanbesteding mogen ook andere bronnen voorstellen. Wij beoordelen uiteindelijk de energieprestatie van het totale warmtesysteem. De energieprestatie wordt berekend met behulp van de BENG methode met de NTA8800. Een vaste berekeningswijze waarbij duurzame bronnen met hernieuwbare energie altijd zeer hoog scoren. Daarmee borgen we dat vooral de duurzaamste bronnen worden aangesloten. 2. Op welke manier zullen de nieuwe bewoners van de Binckhorst betrokken worden bij de warmtelevering van hun huizen? Zijn er bijvoorbeeld plannen voor klanttevredenheidsonderzoeken en/of klankbordgroepen? Ja die zijn er net als bij het warmtesysteem Laakhavens. Klanttevredenheid is een belangrijke doelstelling en gunningscriterium in de aanbesteding.

Inschrijvers worden gevraagd een klanttevredenheidsplan in te dienen bij de inschrijving waarin zij ingaan op de wijze waarop ze de toekomstige klanten gaan betrekken bij, en informeren over, het duurzame warmtesysteem. De klantbetrokkenheid dient het enthousiasme voor het duurzame systeem en bewustwording van de afnemers te verhogen. Het plan dient ook in te gaan op de wijze van betrekken van bewoners in de realisatiefase, het afsluiten van leveringsovereenkomsten en het bieden van een 24/7 platform en app waarin het individuele verbruik inzichtelijk wordt gemaakt en informatie kan worden verstrekt over bijvoorbeeld het duurzaam gebruik van het systeem. De klanttevredenheid wordt jaarlijks gemeten. Als deze onder het overeengekomen niveau komt volgt er een boete voor het warmtebedrijf en de verplichting om verbetermaatregelen toe te passen totdat de tevredenheid weer op minimaal het overeengekomen niveau zit. 3. Waarom wordt de concessie verleend voor 30 jaar en niet voor 20 jaar, het minimum dat in de Warmtewet is vastgelegd? We volgen de contouren van de nieuwe warmtewet waarin gesteld is dat er warmteconcessies van 20 tot 30 jaar worden aangewezen door het College van B&W. Veel installaties binnen een warmtesysteem zoals warmtepompen hebben een technische levensduur van 15 jaar.

Met 20 jaar zal een vervangen warmtepomp dus in 5 jaar moeten worden afgeschreven wat de prijs opdrijft. Daarom nemen wij een periode voor 30 jaar dat beter aansluit bij de natuurlijke vervangingsmomenten in het systeem. 4. Kan de Leiding door het Midden als mogelijke warmteleverancier worden uitgesloten in dit gebied op basis van dit warmteplan? LDM is in het concessiegebied in principe uitgesloten omdat we hier bij de nieuwbouw, middentemperatuur en hoogtemperatuur systemen (biomassa centrales, stadswarmte en gas) uitsluiten. Daarnaast transporteert LDM enkel warmte en zal worden aangesloten op het bestaande stadswarmtenet, dat bedoeld is voor de bestaande bouw en niet voor nieuwbouw. Middels het warmteplan wordt gestuurd op een energieprestatie voor levering van warmte én koude vanuit het beoogde warmtenet. LDM levert hogere temperatuur warmte en geen koude. Om aan dezelfde comforteisen van warmte en koude te voldoen, zal elektrische koeling toegevoegd moeten worden. Deze zal altijd CO2 uitstoten vanwege de elektrische aandrijving. In de vergelijking WKO versus LDM met additionele koeling, zal LDM daardoor een lagere energieprestatie hebben. 5. Kan worden aangegeven of en hoe het Net nog gebruik maakt van fossiele energiebronnen bij verwarming, warm tapwater en koeling? Enkel voor de elektra die nodig is om de warmte en koude op te pompen en op te waarderen.

Voor zover dit op het elektriciteitsnet niet uit groene energie bestaat zal dus nog wel sprake zijn van gebruik van een gedeeltelijk fossiele energiebron.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10341756/1