CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309236 Bijlage Beleidskader voorschoolse educatie 2022

Commissie Samenleving 9 september 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder van Onderwijs, Sport en Buitenruimte inzake Nieuw beleid voorschoolse educatie3.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader Meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs

Kinderopvang met voorschoolse educatie per 2022

Inleiding In Den Haag kennen we een grote diversiteit aan voorzieningen waar 0 tot 4-jarige kinderen spelenderwijs leren: kinderdagopvang en peuteropvang, met of zonder voorschoolse educatie. Per 2018 is er met de invoering van de Wet ‘harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk’ geen onderscheid meer tussen peuterspeelzalen en kinderopvang en zijn de kwaliteitseisen en financieringsstructuur gelijkgetrokken. In het beleidskader wordt met kinderopvang bedoeld: kinderdagopvang en peuteropvang voor 2,5 tot 4 jarigen. Den Haag streeft naar een groot bereik van peuters, hoge kwaliteit van het aanbod en een goede doorgaande lijn naar het onderwijs. Toezicht en handhaving dragen bij aan kinderopvang van hoge kwaliteit voor alle kinderen. De Wet ‘innovatie en kwaliteit kinderopvang’ ziet toe op het verbeteren van de kwaliteit van de kinderopvang, waarbij de ontwikkeling van het kind centraal staat. Hiertoe wordt ingezet op een aantal kwaliteitsverhogende maatregelen. Essentieel voor kwalitatief goede kinderopvang zijn onder meer gekwalificeerde pedagogisch (beleids-)medewerkers en aandacht voor continue professionalisering. De Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2019 - 2022 geeft hoge prioriteit aan kansen voor ontwikkeling voor ieder kind en iedere jongere. Topprioriteit is de ambitie: Meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs.

Deze ambitie zal ook in de HEA 2022-2025 weer topprioriteit zijn. Kansengelijkheid begint bij het jonge kind. Met voorschoolse educatie (ve) levert de kinderopvang een substantiële bijdrage aan de kansengelijkheid in het Haagse onderwijs en aan de taal- en sociaal emotionele ontwikkeling van het kind.

2

Voorschoolse educatie voor spelenderwijs ontwikkelen en leren Voorschoolse educatie wordt aangeboden aan doelgroeppeuters op kinderopvang met voorschoolse educatie draagt bij aan de ambitie kansengelijkheid. Voorschoolse educatie is erop gericht om peuters met een mogelijke taal en/of een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling te ondersteunen en te stimuleren. De (mogelijke) ontwikkelingsachterstand wordt zo verkleind of voorkomen. Deze visie wordt ondersteund door het Pre-COOL cohortonderzoek (Veen en Leseman, 2016) en door de positieve uitkomsten van de resultaatmeting bij de voor- en vroegschoolse educatie (vve) in Den Haag de afgelopen jaren. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor voldoende aanbod voorschoolse educatie en de uitvoering van beleid. Ook heeft de gemeente de wettelijke verplichting om in dat kader met de houders van kinderopvang met voorschoolse educatie resultaatafspraken te maken over zowel voorschoolse educatie als vroegschoolse educatie bij basisscholen. De basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie zijn neergelegd van het Besluit kwaliteit voorschoolse educatie 2019 (hierna: Besluit ve). Kwalitatief goede kinderopvang voldoet aan de minimale kwaliteitseisen die zijn neergelegd in de Wet kinderopvang en draagt bij aan de algehele ontwikkeling van kinderen.

Kinderopvang met voorschoolse educatie moet voorschoolse educatie aanbieden dat voldoet aan de eisen van het Besluit ve. Met dit besluit is het wettelijk aanbod voorschoolse educatie per 1 augustus 2020 verruimd naar 960 uur over 1,5 jaar, (640 uur per jaar), voor kinderen vanaf 2,5 jaar. Per 1 januari 2022 worden kinderopvanglocaties met voorschoolse educatie verplicht om een hbo geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker in te zetten ten behoeve van de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Doel van deze maatregelen is het versterken van de intensiteit en de kwaliteit van de voorschoolse educatie. Hierdoor wordt de ontwikkeling van peuters, met een risico op een achterstand, verder gestimuleerd en worden taal- of ontwikkelingsachterstanden zoveel mogelijk voorkomen of verminderd. Den Haag zet al sinds 2012 in op hbo-coaches voor voorschoolse educatie of met hbo’ers op de peutergroep. Als het gaat om de invoering van hbo’ers is er met andere woorden voor Den Haag geen actiepunt. Wel moet dit overeenstemmen met de functie van pedagogisch beleidsmedewerker per 2022.

3

Beleidsdoelstellingen 1. Voor alle jonge kinderen toegankelijke voorschoolse voorzieningen Kinderen van twee werkende ouders gaan vaak van jongs af aan naar de kinderdagopvang. Kinderen met één of geen werkende ouders gaan vaker naar de peuteropvang, waar zij zich vanaf 2,5 jaar voor doorgaans een beperkter aantal uren, tot gemiddeld 16 uur per week, al spelend ontwikkelen en leren. HEA-partners vinden het essentieel om in Den Haag toe te werken naar geïntegreerde en hoogwaardige voorschoolse voorzieningen, verbonden met onderwijs. Daarbij verstevigen we tevens de verbindingen met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de bibliotheek en de schoolmaatschappelijk werker (SMW) zodat kinderen (en hun gezinnen) al op jonge leeftijd gekend zijn en zo nodig begeleid worden, gericht op preventief handelen. Ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (KOT) bij de Belastingdienst, kunnen een vergelijkbare tegemoetkoming in de kosten van de peuteropvang bij de gemeente aanvragen, de gemeentelijke peutertoeslag (GPT). Daarbij zijn in Den Haag de extra uren voorschoolse educatie voor ouders met een peuter met een doelgroep indicatie ve, gratis. Voor ouders met een Ooievaarspas zijn alle 960 uur peuteropvang met voorschoolse educatie gratis.

Bereik Ons uitgangspunt is dat iedere peuter op de basisschool start met gelijke kansen als de peuter de mogelijkheid heeft gehad om deel te nemen aan kinderopvang met ve van hoge kwaliteit. In Den Haag maakt 82% van alle Haagse peuters gebruik van de reguliere kinderopvang, waaronder ook doelgroeppeuters. Het huidige bereik onder kinderen met een zogeheten vve-indicatie was per 2020 58%. In 2020 is als gevolg van de wereldwijde (gezondheids-)crisis door het coronavirus Covid19, het bereik tot stilstand gekomen en zelfs iets gedaald (2019: 61%). Dit komt onder andere door de tijdelijke gedwongen sluiting van kinderopvanglocaties en de aangepaste capaciteit bij het CJG voor de aanpak van de coronacrisis. We benoemen deze crisis in dit beleidskader vanwege de grote impact. De ambitie is nadrukkelijk om alsnog de komende periode het bereik te optimaliseren en in te zetten op toeleiding, maar dit zal mede afhankelijk zijn van de ontwikkelingen in de coronacrisis. Het streven is het bereik te verhogen met gemiddeld 5% per jaar tot 2024 naar 75%. Het CJG draagt zorg voor de indicatiestelling voor doelgroep ve. Voor de realisatie van een hoger bereik is het CJG met de indicering een belangrijke schakel om de doelgroep te bereiken en toe te leiden.

Daarnaast is samenwerking op maat met overige partners van belang om, waar nodig, de doelgroep te bereiken, waaronder de bibliotheek en wijkorganisaties. Voor het optimaliseren van het bereik is het volgende nodig: • alle kinderen die onder de doelgroepdefinitie vve vallen, krijgen, zo vroeg mogelijk, een vve-indicatie; • alle kinderen met een vve-indicatie gaan naar kinderopvang met ve; • alle kinderen met een vve-indicatie maken in principe volledig gebruik van het aanbod voorschoolse educatie (960 uur in 1,5 jaar); • alle kinderen met een vve-indicatie worden zorgvuldig begeleid in de overgang naar de • vroegschoolse educatie van de basisschool (doorgaande lijn).

4

We realiseren optimaal bereik door middel van:

a. Acties op non-bereik (= doelgroep ve die niet deelneemt aan ve): • waar nodig meer aandacht voor toeleiding naar kinderopvang met ve na indicatiestelling; • stimuleren van toename van het aantal ve-groepen door uitbreiding van de ve-capaciteit; • ouders van doelgroeppeuters stimuleren hun kind(eren) aan te melden bij kinderopvangorganisaties met ve door het CJG en/of door overige partners en via verschillende communicatiekanalen; • in kaart brengen van de oorzaken non-bereik en zo mogelijk belemmeringen wegnemen. We versterken de toeleiding naar de voorschoolse educatie. Daarbij kunnen de kinderopvangorganisaties naar eigen inzicht hun beleid voor toeleiding vormgeven en met activiteiten op maat. Dit geldt met name bij locaties in wijken met relatief meer doelgroep en problematiek. Er bestaat een groep ouders die vooral met persoonlijke aandacht, ondersteuning bij aanvragen en lichte overtuigingskracht te motiveren is. Ook kunnen verschillende (toeleidings)programma’s voor ouder en kind bijdragen aan tijdige deelname aan de voorschoolse educatie en gelijktijdig de ouderbetrokkenheid en het educatief partnerschap met de ouders vergroten. Er start een gemeentelijke campagne gericht op zowel ouders (toeleiding) als houders (stimuleren ve-capaciteit). Doel van de campagne is om meer kinderen op de voorschoolse educatie te krijgen door meer bekendheid aan ve te geven.

Afstemming met en inzet van diverse stakeholders is nodig om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken. De campagne wordt gelanceerd eerste helft 2021 en kent een doorlooptijd tot en met 2022. Het gaat om on- en offline middelen en tevens een persoonlijke benadering. Daarnaast wordt een pilot ontwikkeld met als doel ouders bij de inschrijving en aanvraag tegemoetkomingen (GPT/KOT) te ondersteunen. Dit moet ouders meer duidelijkheid geven over onder meer het financiële stelsel.

b. Acties op ‘no show’ (= geen 100% bezetting ve-plaats): • in kaart brengen van de ‘no show’ als gevolg van latere start of deeltijd gebruik; • op basis van de bevindingen acties ontwikkelen in afstemming met het werkveld. Een gezamenlijke inzet van gemeente en kinderopvang is nodig om een cijfermatig beeld te verkrijgen van het bereik en non-bereik en de ontwikkelingen hierin. Door het volgen van de peuters in een peuteropvang-registratieplatform (PRP) is dat mogelijk. We kunnen zodoende gericht beleid ontwikkelen voor maatregelen om het bereik te optimaliseren. In de komende periode zetten we hierop in.

c. Acties op uitbreiding ve-capaciteit: Om zoveel mogelijk doelgroeppeuters te bereiken, zijn er meer ve-locaties in de stad nodig. Met name in wijken met relatief veel doelgroeppeuters en in gemengde wijken. Het realiseren van één of meer ve groepen binnen de bestaande reguliere locaties kinderopvang, waar naar verwachting (veel) doelgroeppeuters geplaatst zijn, biedt een kansrijk groeiperspectief voor de uitbreiding van het ve-aanbod in Den Haag. En het biedt kansen voor een hoger bereik. De gemeente maakt vraag en aanbod inzichtelijk door goede monitoring. Om deze bestaande maar ook nieuwe locaties voor peuteropvang zonder ve te stimuleren om ve te worden is er een startsubsidie ontwikkeld. Hierdoor krijgen organisaties die 2 jaar of langer als kinderopvang geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), een aanloopperiode van in principe één jaar om in het LRK geregistreerd te worden als ve-locatie. Deze aanloopperiode is gericht op oriëntatie en scholing van erkende vve-programma’s, aanschaf ve-materialen, implementatie Peuteropvang Registratie Platform (PRP) en de implementatie van een kindvolgsysteem. Verder is het noodzakelijk een samenwerking met de partners aan te gaan, zoals CJG, schoolmaatschappelijk werk, bibliotheek, buurthuizen, zelforganisaties etc., waar mogelijk met een

5

bijbehorende basisschool met vroegschoolse educatie en is onder meer gericht op de zorgstructuur en ‘warme overdracht’. De aanloopperiode wordt afgesloten met een aanvraag bij het college tot wijziging van de inschrijving in het LRK, als aanbieder van voorschoolse educatie. Met de startsubsidie wil de gemeente een eventuele drempel voor kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie voor het eerst willen aanbieden of de voorschoolse educatie willen uitbreiden, zoveel als mogelijk wegnemen. De gemeente gaat dit actief stimuleren bij opvanglocaties zonder voorschoolse educatie, waar wél doelgroeppeuters geplaatst zijn. Op deze wijze kan de ve-capaciteit in Den Haag worden vergroot.

2. Meer kansengelijkheid bij de overgangen Overgangen in het onderwijs zijn kwetsbare momenten in de schoolloopbaan, vooral voor kinderen en jongeren die van huis uit minder begeleiding en ondersteuning krijgen. Bij elke overgang zijn uitkomsten voor kinderen met hoger opgeleide ouders relatief gunstiger dan voor kinderen met lager opgeleide ouders. Daarom wordt specifiek de aandacht voor een soepele doorstroom van de kinderopvang naar het basisonderwijs in dit beleidskader verder versterkt.

Doorgaande lijn We stimuleren een intensieve samenwerking tussen kinderopvangorganisaties met voorschoolse educatie en basisscholen in Den Haag. Waar mogelijk in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. De gemeente wil hier extra op inzetten, aanvullend op de wettelijke verplichting een doorgaande lijn tot stand te brengen en te behouden. Het primaire doel is continuïteit in educatieve leerlijn en de sociaalen emotionele ontwikkeling voor kinderen van 2,5 - 6 jaar. Uitgangspunt is dat de effecten van het ve-programma worden vergroot als het kind zowel het gehele programma doorloopt met het maximaal aantal uren (960 uur/1,5 jaar), als het ve-programma van de kinderopvang en de vroegschool in groep 1 en 2 van het basisonderwijs op elkaar afgestemd is. Idealiter voeren zij beide hetzelfde ve-programma uit. Bij de extra inzet op de doorgaande lijn hoort ook de zogeheten ‘warme overdracht’ van kinderopvang met voorschoolse educatie naar de basisschool met vroegschoolse educatie.

Zorg Naast het risico op een taal- en ontwikkelingsachterstand, kunnen de doelgroeppeuters ook kampen met zorgproblematiek. Naarmate er meer peuters met deze problematiek aan een groep deelnemen, vraagt het meer inzet en expertise van de pedagogisch (beleids)medewerker om tot een goede signalering en doorverwijzing te komen. Dit is de verantwoordelijkheid van de kinderopvangorganisatie in samenspraak met het voorschools schoolmaatschappelijk werk, de basisschool met wie (eventueel) een samenwerkings­ overeenkomst is en het CJG. De kinderopvang kan op deze wijze zorgproblematiek in een zo vroeg stadium signaleren en zo nodig doorverwijzen naar professionele (zorg-)hulp. Op een kinderopvanglocatie met voorschoolse educatie is er, zo blijkt uit de praktijk, meer dan gemiddeld aandacht nodig voor vroegtijdige signalering, doorverwijzing en toeleiding naar zorg. Daarnaast is er tijd en aandacht nodig voor het gesprek hierover met de ouders. Dit alles valt onder de noemer ‘zorgstructuur’.

6

3. Versterken van de rol van ouder Investeren in de ontwikkeling van jonge kinderen heeft meer effect als ook ouders zich bewust zijn van het belang van hun rol hierin en zo nodig geholpen worden deze rol te vervullen. Dat begint bij bewustwording en kennisdeling. Vanaf de geboorte tot aan het moment dat een kind naar de kinderopvang of naar school gaat is het de rol van het CJG om ouders voorlichting te geven over voor- en vroegschoolse educatie, zo nodig aangevuld met overige partners (in de wijk). Daarna nemen de HEA-partners het over.

Ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap Ontwikkelingsstimulering in de thuissituatie is een de basale voorwaarde voor het gezond opgroeien van kinderen. Onder ouderbetrokkenheid wordt daarom verstaan het bieden van handvatten aan ouders om gezamenlijk met de kinderopvang te werken aan de (taal-)en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Dit kan de kinderopvang doen door middel van het organiseren van (educatieve) bijeenkomsten en/of individueel (educatief) partnerschap met de ouder. Denk hierbij aan activiteiten als een training, taalcursus, bezoek aan de bibliotheek, opvoedadviezen, individuele gesprekken, huisbezoek, het leren toepassen van de ve-methodiek thuis, en dergelijke. De kinderopvangorganisatie maakt een analyse van de behoefte van de (gedifferentieerde) oudergroep en speelt daarop in met het aanbod voor ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap. Dit komt tot uitdrukking in een pedagogisch beleidsplan ve conform het Besluit ve. De gemeente hecht veel waarde aan de rol van de ouders bij de ontwikkeling van hun kinderen, en ziet ouderbetrokkenheid/partnerschap als een belangrijke voorwaarde voor het behalen van resultaten bij de voorschoolse educatie. Dat betekent dat beleid en activiteiten op het gebied van ouderbetrokkenheid randvoorwaardelijk is voor het aanbod voorschoolse educatie.

4. Versterken kwaliteit pedagogisch didactisch handelen Gemeenten zijn wettelijk verplicht om tot de Resultaatafspraken te komen met de kinderopvangorganisaties en de scholen met vroegschoolse educatie. Gemeente Den Haag, de Haagse voorschoolse voorzieningen en de vroegscholen hebben daarom de handen ineengeslagen en om, in lijn met de HEA, tot ambitieuze vernieuwde resultaatafspraken te komen per 2021. In dit kader zetten kinderopvang, scholen en gemeente in op een actieve leer- en speelomgeving om de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie verder te versterken in Den Haag. Met de resultaatafspraken geven we op basis van wetenschappelijke inzichten een betekenisvolle invulling aan de verantwoording van de opbrengsten van voor- en vroegschoolse educatie (vve). Het maakt zichtbaar hoe de randvoorwaarden gecreëerd worden om een zo effectief mogelijk vve-aanbod te realiseren. De resultaatafspraken baseren we op wetenschappelijke onderzoeksbevindingen die hoge pedagogische en educatieve kwaliteit vereist van pedagogisch (beleids-)medewerkers voor een positief effect op de ontwikkeling van kinderen. Dit geldt met name bij kinderen bij wie (het risico op) een achterstand het grootst is.

De Haagse vve kennisgemeenschap bestaat uit de volgende elementen: • intensieve samenwerking met een Universiteit en/of Hogeschool voor verdere professionalisering en innovatie/verbetering van de uitvoering van vve (lectoraat, innovatienetwerk);

7

• faciliteren bij het vormgeven aan professionele leergemeenschappen/kenniskringen/ kwaliteitsdialoog/inspiratiesessies tussen kinderopvang en onderwijs (practoraat, expertisecentrum, kennisinstituut); • verbinding en afstemming met opleiders mbo kinderopvang, opleiders tot pedagogisch medewerkers ve, coaches-ve, beleidsmedewerkers ve en leraren po om de opgedane kennis en ervaring te borgen in (na)scholing ve. Vanzelfsprekend moeten ve-gekwalificeerde pedagogisch (beleids-)medewerkers voldoen aan alle scholings- en opleidingseisen. Kinderopvangorganisaties met voorschoolse educatie zijn verplicht om te werken met voorschoolse programma’s die zijn erkend door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Daarnaast zijn de houders verplicht jaarlijks een opleidingsplan op te stellen en hier uitvoering aan te geven. De gemeente komt tegemoet in de kosten voor de houders in de (na)scholing voorschoolse educatie.

5. Vernieuwde subsidieregeling voorschoolse educatie per 2022 Het beleidskader 2021 met daarin nadrukkelijk het belang om het bereik van doelgroeppeuters te vergroten, leidt tot wijziging van de huidige Subsidieregeling voorschoolse educatie Den Haag 2019. We gaan over op het subsidiëren van kinderopvang met ve aan de hand van een vast basisbedrag en een staffel per doelgroepkind. We maken mogelijk dat op de locaties verdeeld over de gehele stad, het aanbod voor peuters voorzien kan worden van ve-kwaliteit met voor elk aanwezige doelgroeppeuter kinderopvang met ve. Zo kunnen ook in gemengde wijken doelgroeppeuters in de eigen buurt naar kinderopvang met ve. Behalve het vergroten van het bereik draagt dit ook bij aan het tegengaan van segregatie. Verder is in de subsidieregeling meer aandacht voor de voorbereidingen die noodzakelijk zijn om een geregistreerde kinderopvang met voorschoolse educatie te worden. We voeren een startperiode in die voorziet in een afzonderlijke subsidie voor voorbereidings- en opstartkosten. Zo nodig is hierbij voorzien in een subsidie om de periode naar de eerste reguliere subsidie voor voorschoolse educatie te overbruggen. Ook verbeteren we het faciliteren van het bestuurlijk overleg met de kinderopvang, de gemeente en het onderwijsveld.

Subsidiëren met vast basisbedrag en staffel De wijzigingen in de subsidieregeling resulteren in een nieuwe vorm van subsidiëren, met een vast basisbedrag ve per lokaal en een vast staffelbedrag ve per doelgroeppeuter. Het basisbedrag ve zal gelijk zijn voor alle kinderopvang met voorschoolse educatie. Dit basisbedrag staat garant voor de uitgaven die nodig zijn om de Haagse kwaliteit in voorschoolse educatie te bieden. Dit basisbedrag wordt aangevuld met een vast bedrag voor de staffel. Dit houdt in een bedrag voor elke doelgroeppeuter op een groep met ve. Het aantal doelgroepkinderen dat voor de staffel meetelt loopt van 1 tot en met 16. Het staat de kinderopvang vervolgens vrij om het subsidiebedrag voor de activiteiten in het kader van toeleiding, doorgaande lijn, ouderbetrokkenheid, (bij)scholing en kwaliteitsverbetering in te zetten op maat en te verdelen. Het aantal doelgroeppeuters wordt vastgelegd op twee peildata dat is gebaseerd op het aantal geregistreerde doelgroeppeuters in het gemeentelijk registratiesysteem van het jaar voorafgaand. Het voorschot van de jaarsubsidie van de staffel wordt bepaald op de twee peildata van het jaar voorafgaand.

8

In de subsidieregeling zijn de gestelde kwaliteitseisen, verplichtingen of randvoorwaarden aangegeven. Bij de verantwoording wordt door middel van monitorvragen uitvraag gedaan naar: a. welke activiteiten b. binnen welk thema georganiseerd c. met welk resultaat

Startsubsidie voor uitbreiding tot voorzieningen met voorschoolse educatie Naast de subsidie voor hoge kwaliteit voorschoolse educatie (basis en staffel) wordt er per 2022 de Startsubsidie voorschoolse educatie geïntroduceerd. De startsubsidie is een afzonderlijke verlening, omdat dit incidentele kosten betreft ten behoeve van het opstarten van een bestaande kinderopvanglocatie of lokaal tot ve. Met het incidentele karakter maakt het geen deel uit van de reguliere subsidie voor kwaliteit voorschoolse educatie. Kinderopvangorganisaties met of zonder voorschoolse educatie kunnen eenmalige startsubsidie aanvragen ter voorbereiding van de uitbreiding van lokalen tot ve-lokalen. De subsidie is voor maximaal één scholingsjaar.

Subsidie voor overbrugging van startperiode naar reguliere voorschoolse educatie In het geval de bovengenoemde startperiode/startsubsidie niet naadloos aansluit bij de eerstvolgende reguliere subsidie voor kwaliteit voorschoolse educatie, is er voorzien in een overbruggingssubsidie om deze maanden te overbruggen. Deze overbruggingssubsidie kent dezelfde vereisten en verplichtingen als de reguliere subsidie voor kwaliteit voorschoolse educatie.

Subsidie faciliteren bestuurlijk overleg Het KO platform (bestuurlijk overleg kinderopvang Den Haag) voert zelfstandig overleg én voorbereidend overleg voor het bestuurlijk overleg met de Haagse Onderwijskamer, het ‘Kamerbreed’ met de gemeente en het onderwijsveld. Per 2022 wordt deze subsidie geïntroduceerd voor de kinderopvang. Het sluit daarmee aan bij de vergelijkbare subsidie voor het onderwijsveld. Eén kinderopvangorganisatie kan subsidie aanvragen voor inhoudelijke en secretariële ondersteuning ten behoeve van het genoemde bestuurlijk overleg tussen het kinderopvang- en onderwijsveld en de gemeente.

9

Tot slot We zetten de komende jaren in op het vergroten van het bereik met een ambitieus beleidskader voorschoolse educatie. Met een substantiële wijziging in de wijze van subsidiëren via een staffel per doelgroepkind en door de voorschoolse educatie op alle opvanglocaties in de stad mogelijk te maken, koersen we op het wezenlijk verhogen van het bereik voor alle doelgroepkinderen. Met de uitbreiding van voorschoolse educatie verdeeld over de stad streven we tevens naar een resultaatgerichte aanpak voor minder segregatie en voor meer gelijke onderwijskansen voor alle doelgroeppeuters die dit nodig hebben. Daarbij blijft de Haagse hoge kwaliteit van voorschoolse educatie voorop staan voor het jonge kind, om spelenderwijs te leren en zich te ontwikkelen met betere kansen voor de toekomst.

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag Afdeling Stad en Bestuur OCW Voorschoolse Educatie Vormgeving Dienst Bedrijfsvoering Multimedia Maart 2021

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10308595/1