CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS309199 Afdoening motie Duidelijkheid over het groen

Commissie Ruimte 26 januari 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

OCW/10147878 RIS309199 Contactpersoon

P. Kersten Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Productgroep Onderwijshuisvesting Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

11 januari 2022

paul.kersten@denhaag.nl

Onderwerp

Afdoening motie: ‘Duidelijkheid over het groen’

Uw raad heeft tijdens de bespreking van “Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen” (RIS307513) op 10 juni 2021 de door het raadslid de heer Barker ingediende motie ‘Duidelijkheid over het groen’ (RIS309199) aangenomen. De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: − in de Haagse referentienormen 8 m2 per woning openbaar gebruiksgroen is opgenomen voor het centrumstedelijke milieu; − dit lager is dan de huidige situatie binnen het CID; − het college per brief van 8 juni 2021 aangeeft dat de norm gebaseerd is op ‘de huidige oppervlakte aan openbaar groen, de beoogde verdichtingsopgave zoals opgenomen in de Agenda Ruimte voor de Stad, vaktechnische ontwerpen van landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte, en benutting van informatie en inspiratie uit voorbeeldprojecten en andere gemeenten waaronder Amsterdam’; − het derhalve niet duidelijk is in hoeverre de norm is opgesteld met het oog op de leefbaarheid van de stad en in hoeverre de norm is gedreven door de ‘verdichtingsopgave’; − in Amsterdam naast 8 m2 aan gebruiksgroen aanvullend 8 m2 ecosysteemgroen is vastgelegd; − Verder in de collegebrief wordt aangegeven dat in de stad per saldo meer groen zal komen; − tevens wordt aangegeven dat de kwaliteit van het groen wordt verhoogd.

Verzoekt het college: − concreter dan nu te specificeren hoe de Haagse referentienorm voor het groen is bepaald, bijvoorbeeld door te verwijzen naar leefbaarheidsonderzoeken en de huidige situatie; − vast te leggen dat het aantal vierkante meters onverharde (groene) ruimte in het gebied minimaal gelijk blijft en hierover bij besluiten (zoals gebiedsvisies, NVU’s en PUKs) te rapporteren; − specifiek te maken welke kwantitatieve en kwalitatieve eisen worden gesteld aan ecosysteemgroen en hoe hierop wordt gestuurd.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10147878

Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. Het college onderschrijft de noodzaak voor voldoende groen en zet er met de referentienorm op in dat ondanks de verdichtingsopgave er meer groen bij komt. Het is essentieel dat er voldoende groen is voor de leefbaarheid. Voor het CID is zodoende de koers dat 8 m2 groen per toegevoegde woning wordt opgenomen. Zoals aangegeven heeft het college per brief van 8 juni 2021 aangegeven dat de norm gebaseerd is op ‘de huidige oppervlakte aan openbaar groen, de beoogde verdichtingsopgave zoals opgenomen in de Agenda Ruimte voor de Stad, vaktechnische ontwerpen van landschapsarchitecten en ontwerpers openbare ruimte, en benutting van informatie en inspiratie uit voorbeeldprojecten en andere gemeenten waaronder Amsterdam’. We gaan nu met de gestelde normen aan de slag en kunnen op grond van de ervaringen de normen in de toekomst verder specificeren. Hiervoor worden hoeveelheden groen op de kaart geobjectiveerd. De referentienorm is bepaald als startpunt met het oog op leefbaarheid. Voor onderwijs is de referentienorm bepaald als een ‘plafond-norm’. We zorgen dat er voldoende ruimte gereserveerd wordt voor scholen. Vervolgens wordt op basis van actuele leerlingprognoses gekeken hoeveel scholen er exact nodig zijn.

Voor groen is de norm omgekeerd bepaald als een ‘bodem-norm’, ten behoeve van de leefbaarheid en zeker te zijn van een leefbare stad. Hierbij gaat het om 8 m2 openbaar groen (kijk – en verblijfgroen) per woning. Dit betekent dat er per toegevoegde woning in het CID 8 m2 groen wordt toegevoegd, en er zo een minimale mate van vergroening verzekerd is, waarbij er altijd meer groen kan worden toegevoegd indien gewenst en mogelijk. Het college streeft ernaar dat de hoeveelheid groen niet afneemt, maar binnen het CID toeneemt. Voor het CID is dit inmiddels door de raad vastgelegd bij de vaststelling van de structuurvisie CID dat de hoeveelheid groene ruimte in het CID in zijn geheel minimaal gelijk blijft. In de besluiten (Nvu’s, PUK en Gebiedsvisies) binnen CID zal gemotiveerd op worden in gegaan op de hoeveel groen. Indien er groen in het CID verdwijnt zal dan ook gerapporteerd worden waar dit binnen het CID gecompenseerd wordt. Hierbij wordt naast ecosysteem ook gekeken naar onder meer straatprofielen en buurtparken in de omgeving. Voor kwantitatieve en kwalitatieve eisen worden gesteld, die aan ecosysteemgroen worden gesteld wordt verwezen naar Gereedschapskist openbare ruimte CID, Handboek openbare ruimte en Nota stadsnatuur (2020). Het college beschouwd de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11000240/2