RIS309195 Afdoening Motie Ontwikkeling van voorzieningen en woningen moet hand in hand
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10197535 RIS309195 Contactpersoon
P. Kersten Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Productgroep Onderwijshuisvesting Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
2 november 2021
paul.kersten@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening Motie ‘Ontwikkeling van voorzieningen en woningen moet hand in hand’ (RIS309195)
Uw raad heeft tijdens de de bespreking van het collegebesluit Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) op 10 juni 2021 de door het raadslid de heer De Blok ingediende motie ‘Ontwikkeling van voorzieningen en woningen moet hand in hand’ (RIS309195) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: • de volgordelijkheid nu is dat bouwplannen worden gerealiseerd en voorzieningen later worden ingetekend, als daar nog ruimte voor is. Overwegende, dat: • verschillende variabelen, zoals 30% sociaal van de bouwplannen bekend zijn nog voor met de bouw wordt begonnen. Van mening, dat: • realisatie van voldoende voorzieningen hand in hand moet gaan met realisatie van bouwplannen. Verzoekt het college: • met bekende variabelen van de bouwplannen prognoses en varianten te maken van de bijbehorende voorzieningen en daarmee gedurende het planvormingsproces de mogelijkheid te houden om ruimte te reserveren voor de voorzieningen en om bij te sturen; • en de raad hierover te informeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10197535
Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. Het college onderschrijft het principe dat de ontwikkeling van woningen en voorzieningen hand in hand moeten gaan. Dit is wat het college met de vaststelling van de nota ‘‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen” juist voor ogen heeft. Ook is in de Structuurvisie CID (RIS307135) het uitwerkingsprincipe vastgesteld dat het voorzieningenprogramma gelijke tred houdt met het woningbouwprogramma. Met de referentienormen worden gebiedsagenda’s, gebiedsvisies, NVU’s, PUK’s en projectdocumenten voorzien van een voorzieningenprogramma, zoals afgesproken. Hiermee wordt voldoende ruimte voor voorzieningen gereserveerd parallel met de woningbouwprogramma’s. De gebiedsagenda’s en gebiedsvisies vormen echter geen blauwdruk. Daarom wordt, zoals ook in de motie wordt voorgesteld, gedurende het planvormingsproces voorzien in een werkwijze waarbij verdere invulling gegeven wordt in aansluiting bij de daadwerkelijke behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Dit gebeurt conform de nota Haagse Referentienorm maatschappelijke voorzieningen onder meer aan de hand van Integrale Huisvestingsplannen. Dit heeft het college verder toegelicht in de commissiebrieven op weg naar IHP Sport (RIS 309471) en op weg naar IHP Kunst & Cultuur (RIS 309458) en het IHP Onderwijs RIS 304176).
De IHP’s zijn in vergelijking met de voorzieningenprogramma’s fijner van aard (indicatieve investeringsvoorstellen op basis van behoefte die volgt uit leerling-/bevolkgingsprognose i.p.v. ambities met referentienorm). De Integrale huisvestingsplannen worden periodiek geactualiseerd om bij te sturen en te voorzien in de behoefte. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2